Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BO8450

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-11-2010
Datum publicatie
23-12-2010
Zaaknummer
1192248 KK EXPL 10-1084
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kantonrechter oordeelt dat concurrentiebeding van werknemer bij trustorganisatie geldig is ondanks functiewijziging. Duur concurrentiebeding wordt gematigd van 1 jaar tot 6 maanden omdat indiensttreding bij de directe concurrent in soortgelijke functie voor werkgever een groot risico met zich brengt dat werknemer de opgedane kennis gaat gebruiken. Relatiebeding blijft gedurende het volle jaar in stand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-1009
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM KORT GEDING

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

Zaaknummer: 1192248 KK EXPL 10-1084

Vonnis van: 18 november 2010

481

Vonnis in kort geding van de kantonrechter

I n z a k e

[eiser]

wonende te Oegstgeest

eiser in conventie / verweerder in reconventie

nader te noemen [eiser]

gemachtigde: mr. A.W. Brantjes

t e g e n

CITCO NEDERLAND B.V.

gevestigd te Amsterdam

gedaagde in conventie / eiseres in reconventie

nader te noemen Citco

gemachtigde: mr. R.G. Prakke

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij dagvaarding van 29 oktober 2010 heeft [eiser] een voorziening gevorderd.

Ter terechtzitting van 9 november 2010 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [eiser] is in persoon verschenen vergezeld door zijn gemachtigde. Citco is verschenen bij de heren [naam 1] en [naam 2], bijgestaan door haar gemachtigde.

Citco heeft ter zitting een tegenvordering ingesteld.

Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Uitgangspunten

1. Als uitgangspunt geldt het volgende:

1.1. Citco is een organisatie die zich bezighoudt met het verlenen van administratieve, domicilie- en juridische diensten aan ondernemingen, het uitvoeren van trustzaken en het beheren en administreren van entiteiten.

1.2. [eiser], geboren op [geboortedatum] 1974, is op 1 mei 2000 in dienst getreden bij Curacao International Trust Company N.V. ( Citco Curacao), in de functie van Trust Officer (Legal). Aansluitend is hij op 1 januari 2006 in dienst getreden bij Citco, op de voorwaarden zoals bepaald in de schriftelijke arbeidsovereenkomst d.d. 28 december 2005.

1.3. artikel 9 van deze arbeidsovereenkomst bevat een geheimhoudingsbeding, dat haar werking behoudt, ook na beëindiging van het dienstverband.

1.4. artikel 10 van deze arbeidsovereenkomst (Concurrentiebeding) luidt:

A (toevoeging ktr.)”Het is Werknemer tevens verboden om gedurende het dienstverband met Werkgever en gedurende 1 (één) jaar na beëindiging daarvan, direct of indirect, hetzij zelfstandig voor eigen rekening en risico, hetzij in dienst van, namens , of in combinatie met derden, op enige wijze direct of indirect werkzaam te zijn en/of activiteiten te verrichten die concurrerend zijn met werkzaamheden of activiteiten van Werkgever of aan Werkgever gelieerde vennootschappen, daaronder mede begrepen dienstverlening in welke zin dan ook ten behoeve van derden die cliënt/correspondent zijn van Werkgever dan wel diens cliënt/correspondent geweest zijn ten tijde van het dienstverband van Werknemer bij Werkgever.

B (toevoeging ktr.)Evenmin is het werkgever toegestaan om gedurende een periode van 1 (één) jaar na het einde van zijn/haar dienstverband op enige wijze zakelijke betrekkingen aan te gaan of te onderhouden met relaties van Werkgever en/of aan haar gelieerde vennootschappen.

C (toevoeging ktr.) In geval van overtreding door Werknemer van het gestelde in de Artikelen 8,9, zal deze, zonder dat hiertoe enige voorafgaande kennisgeving of ingebrekestelling vereist is, een direct opeisbare boete verbeuren van EUR 11.500,00 per gebeurtenis en tevens EUR 500,00 voor elke dag dat de overtreding voortduurt te betalen aan Werkgever.”

1.5. de huidige functie van [eiser] is die van Senior Manager Multinational Client Services; het salaris bedraagt € 5.350,- bruto per maand, te vermeerderen met emolumenten, waaronder een bonusregeling.

1.6. bij brief van 30 september 2010 heeft [eiser] de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 30 november 2010.

1.7. vanaf 30 september 2010 is [eiser] vrijgesteld van werk.

1.8. [eiser] is voornemens om per 1 december 2010 in dienst te treden bij Intertrust (Netherlands) Employement B.V. (verder: Intertrust), in de functie van Global Sales Coordinator.

Vordering en verweer in conventie

2. [eiser] vordert - na wijziging van eis - schorsing van het concurrentiebeding, althans matiging daarvan, aldus dat het [eiser] toegestaan wordt om per 1 december 2010 bij Intertrust in dienst te treden. Subsidiair vordert [eiser], bij instandhouding van het beding, hem een vergoeding van € 74.686,- bruto, althans een in goede justitie vast te stellen bedrag ten laste van Citco toe te kennen als voorschot op en vergoeding ex artikel 7:653 lid 4 B.W. tot slot vordert [eiser] om Citco in de kosten van de procedure te veroordelen.

3. [eiser] stelt primair dat er geen geldig concurrentiebeding tot stand is gekomen, omdat de functie die is genoemd in de arbeidsovereenkomst (Trust Officer Legal) niet aansloot op de feitelijke situatie. In Nederland heeft [eiser] namelijk nooit de functie van Trust Officer Legal uitgeoefend. Direct in 2006 is hij gaan werken voor een van de managing directors van Citco om samen met hem de business line Multinational Clients op te bouwen. In die periode is zijn functietitel Senior Manager Multinational Clients geworden.

4. Subsidiair voert [eiser] aan dat het concurrentiebeding niet meer geldt omdat het zwaarder is gaan drukken door wijzigingen in de functie die buiten de normale carrièrelijn liggen.

5. Meer subsidiair voert [eiser] aan dat een belangenafweging in zijn voordeel behoort uit te vallen. Bij Citco heeft hij geen mogelijkheden meer zich verder te ontwikkelen, terwijl hij er bij Intertrust in salaris op vooruit gaat. Daar komt bij dat Citco geen werkelijk belang heeft om hem aan het beding te houden. Citco hoeft niet bang te zijn dat hij zijn kennis van nieuwe producten (bijvoorbeeld Vilnius) bij Intertrust gaat gebruiken of dat hij aan Intertrust relaties gaat doorspelen. Immers blijft het geheimhoudingsbeding in stand. Ook heeft [eiser] in het kader van gevoerde onderhandelingen voorgesteld om het relatiebeding (verwoord onder 1.4 sub B) in stand te houden. Dat heeft Citco echter niet willen accepteren.

6. [eiser] ambieert geen functie buiten de trustsector, waarin hij thans werkzaam is.

7. Citco heeft op alle punten verweer gevoerd. Dit verweer zal voor zover relevant, in het hierna volgende worden besproken en beoordeeld.

Vordering en verweer in reconventie

8. Citco vordert [eiser] te veroordelen zich te onthouden van ieder handelen in strijd met het in de arbeidsovereenkomst overeengekomen geheimhoudingsbeding ex artikel 9 en het ex artikel 10 overeengekomen concurrentiebeding, op straffe van een dwangsom van € 5.000,- per overtreding, alsmede € 2.500,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [eiser] in gebreke blijft (gedeeltelijk) aan dit gebod te voldoen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

9. Citco stelt - kort gezegd - dat zij er een groot belang bij heeft om [eiser] aan de bedingen te houden. Intertrust is een directe concurrent en [eiser] wil daar in dienst treden in een commercieel en vernieuwende functie, die in grote mate vergelijkbaar is met zijn huidige functie bij Citco. Het is daarom voor Citco zonneklaar dat [eiser] gebruik zal gaan maken van alle kennis en informatie, zowel conceptueel als strategisch als commercieel, die hij tijdens zijn dienstverband bij Citco heeft verkregen. [eiser] zat bij Citco dicht bij het vuur en beschikt in feite over een blauwdruk van de gehele Citco organisatie, die hij één op één kan implementeren bij Intertrust. Dat geldt meer in het bijzonder voor het Vilnius model voor Multinational Clients. Enkel het handhaven van het geheimhoudingsbeding is onvoldoende om de gerechtvaardigde belangen van Citco overeind te houden. Immers valt een en ander voor Citco niet of nauwelijks te controleren.

10. [eiser] voert gemotiveerd verweer tegen de tegenvordering.

Beoordeling in conventie en in reconventie

11. In dit kort geding dient te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen dan wel of de vordering van [eiser] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd. Het navolgende behelst dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen. Ook ten aanzien van de tegenvordering heeft te gelden dat een inschatting moet worden gemaakt van de kans dat deze in de bodemprocedure zal slagen.

12. Uit de door [eiser] in het geding gebrachte beschrijving van zijn taken bij Citco valt af te leiden dat hij, na zijn terugkeer in Nederland in 2006, is gaan werken in de business line voor Multinational Clients, waarbij hij het wereldwijde multinationale cliëntenbestand bediende. De juistheid daarvan is door Citco bevestigd. Geoordeeld wordt dat partijen het er in grote lijnen over eens zijn welke werkzaamheden [eiser] heeft uitgeoefend en dat het daarom niet van grote betekenis is dat de (waarschijnlijk bij vergissing) in de arbeidsovereenkomst genoemde functie (Trust Officer Legal) de “lading niet dekte”. In ieder geval betekent dit naar voorlopig oordeel niet dat er geen geldig concurrentiebeding tot stand is gekomen.

13. Dat het concurrentiebeding, na functiewijziging, aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken wordt evenmin aangenomen. Immers blijkt uit de hierboven aangehaalde beschrijving van taken dat [eiser] al vanaf het sluiten van de arbeidsovereenkomst in 2006 werkzaam is geweest ten behoeve van de multinationale cliënten van Citco, en niet als Trust Officer Legal. Onweersproken is dat [eiser] voor deze cliënten werkzaam is gebleven tot het moment dat hij is vrijgesteld van werk. Als er al sprake is geweest van een functiewijziging in de periode 2006-2010, wordt geoordeeld dat een dergelijke functiewijziging voor [eiser] redelijkerwijs te voorzien was.

14. Voorshands wordt derhalve aangenomen dat er sprake is van een geldig concurrentiebeding.

15. Ten aanzien van de belangenafweging wordt als volgt overwogen. Vast staat dat Intertrust een concurrent is van Citco. Geoordeeld wordt dat de functie die [eiser] bij Intertrust wil gaan vervullen in grote lijnen vergelijkbaar is met de huidige functie van [eiser] bij Citco. Ook de functie bij Intertrust richt zich op “Global Sales”, waarbij het de bedoeling is dat [eiser] nieuwe verkoopkanalen aanboort en zorgt voor nieuwe cliënten, nieuwe producten en nieuwe diensten. Daar komt bij dat Citco voldoende heeft toegelicht over welke actuele specialistische en bedrijfsstrategische kennis [eiser] beschikt, waarmee haar concurrentiepositie kan worden bedreigd. Gelet hierop is het van minder belang dat [eiser], zoals hij heeft aangevoerd, in de nieuwe functie geen contacten met klanten zal hebben. Evenmin legt voldoende gewicht in de schaal dat [eiser] bij Intertrust voor alle cliëntengroepen werkzaam zal zijn, en niet alleen voor de multinationale cliënten.

16. Al met al weegt - naar voorlopig oordeel - het belang van Citco om [eiser] gedurende enige tijd aan het concurrentiebeding te houden zwaarder dan het belang van [eiser] om daarvan te worden bevrijd. Geoordeeld wordt dat aan het belang van [eiser] in voldoende mate tegemoet wordt gekomen als het concurrentiebeding, dat wil zeggen het onderdeel A daarvan, wordt gematigd in duur, en wel tot zes maanden. Geoordeeld wordt dat daarbij eveneens voldoende recht wordt gedaan aan de gerechtvaardigde belangen van Citco.

17. De kantonrechter ziet geen aanleiding om onderdeel B van het concurrentiebeding te schorsen of te matigen. Ten overvloede wordt opgemerkt dat onderdeel C geen boete stelt op overtreding van het concurrentiebeding.

18. Er bestaat onvoldoende aanleiding om aan [eiser], voor de duur dat hij wel aan het concurrentiebeding wordt gehouden, een vergoeding toe te kennen. Het nadeel dat [eiser] op dit punt ondervindt is daarvoor niet ernstig genoeg.

19. Haar belang bij handhaving van het geheimhoudingsbeding heeft Citco voldoende aannemelijk gemaakt en is door [eiser] niet betwist.

20. Gelet op al het bovenstaande wordt beslist als volgt.

21. De kantonrechter ziet aanleiding de kosten te compenseren in de zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

22. Aan de gevorderde dwangsommen zal een maximum worden verbonden.

BESLISSING

De kantonrechter:

In conventie

I. matigt het concurrentiebeding tussen partijen (artikel 10 van de arbeidsovereenkomst onder A) aldus dat het [eiser] toegestaan wordt om per 1 juni 2011 bij Intertrust in dienst te treden.

In reconventie

II. veroordeelt [eiser] zich te onthouden van ieder handelen in strijd met het geheimhoudingsbeding ex artikel 9 en het (op de wijze als onder I beschreven gematigde) concurrentiebeding ex artikel 10 van de arbeidsovereenkomst d.d. 28 december 2005, op straffe van een dwangsom van € 5.000,- per overtreding, alsmede € 2.500,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [eiser] in gebreke blijft aan dit gebod te voldoen, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 75.000,-;

In conventie en in reconventie:

III. compenseert de proceskosten aldus, dat ieder van partijen de eigen kosten draagt;

IV. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

V. wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. T.M.A. van Löben Sels, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 november 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter