Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BO4262

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17-11-2010
Datum publicatie
17-11-2010
Zaaknummer
13/520025-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft het hoofd financiële zaken van het Fonds voor Beeldende Kunsten en de Stichting Kunst en Openbare Ruimte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar wegens verduistering van 16 miljoen euro. Deze straf is een jaar hoger dan de Officier van Justitie heeft gevorderd. De wet laat deze straf toe aangezien aan het strafmaximum van 4 jaar, gesteld op verduistering in dienstbetrekking, een derde kan worden toegevoegd omdat verdachte de feiten meermalen heeft gepleegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/520025-09

Datum uitspraak: 17 november 2010

bij verstek

VERKORT VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,

zonder bekende woon-of verblijfplaats in Nederland

1. Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 3 november 2010.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M.A. Boheur en van hetgeen zij naar voren heeft gebracht.

2. Tenlastelegging

De tenlastelegging tegen verdachte, na wijziging ter terechtzitting van 3 november 2010, luidt als volgt:

ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde feit:

dat hij in de periode vanaf 21 september 2007 tot en met 02 maart 2009 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een of meerdere geldbedrag(en), te weten een totaalbedrag van (ongeveer)

€ 15.856.990,02 dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan de Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst (hierna de Stichting Fonds BKVB), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en of zijn mededader(s), welk(e) geldbedrag(en) verdachte telkens uit hoofde van zijn dienstbetrekking (als Hoofd Financiële

Zaken) bij de Stichting Fonds BKVB onder zich had, zich wederrechtelijk heeft toegeëigend, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (onder meer) de navolgende betalingen verricht en/of overboekingen gedaan, te weten

Zaakdossier 1 (Limburg):

vanaf rekeningnummer [rekeningnr. 1] (ING):

- op of omstreeks 09 februari 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) € 1.000.000,00 , in elk geval een of meerdere geldbedrag(en), betreffende twintig overboekingen, in elk geval een of meerdere overboeking(en), van (telkens) € 50.000,00 op rekeningnummer [rekeningnr. 2] ten name van Jur. Kant. de Weerd inz Derdengelden en/of

- op of omstreeks 09 februari 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) € 1.000.000,00 , in elk geval een of meerdere geldbedrag(en), betreffende twintig overboekingen, in elk geval een of meerdere overboeking(en), van (telkens) € 50.000,00 op rekeningnummer [rekeningnr. 3] ten name van de Stichting Derdengelden Parkstad en/of

Zaakdossier 2 (Oostenrijk):

vanaf rekeningnummer [rekeningnr. 1] (ING) en/of vanaf rekeningnummer [rekeningnr. 4]

(Ministerie van Financiën):

- op of omstreeks 02 maart 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) € 2.050.000,00 , in elk geval een of meerdere geldbedrag(en), betreffende eenenveertig overboekingen, in elk geval een of meerdere overboeking(en), van (telkens) € 50.000,00 op rekening nummer [rekeningnr. 5] ten name van pean School of Arts Dorfstrasse 5A Waidring en/of

vanaf rekeningnummer [rekeningnr. 6] (ABN AMRO):

- op of omstreeks 25 februari 2009 en/of 26 februari 2009 een totaalbedrag van (ongeveer)

€ 6.000.000,00 , in elk geval een of meerdere geldbedrag(en), betreffende eenhonderdentwintig overboekingen, in elk geval een of meerdere overboeking(en), van (telkens) € 50.000,00 ter attentie van [naam 1] en/of European School of Arts Istanbul European Capital O Culture en/of

- op of omstreeks 02 maart 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) € 2.100.000,00 , in elk geval een of meerdere geldbedrag(en), betreffende tweeënveertig overboekingen, in elk geval een of meerdere overboeking(en), van (telkens) € 50.000,00 ter attentie van [naam 1] LTD. en/of pean Capital O Culture en/of

Zaakdossier 3 (Thailand):

vanaf rekeningnummer [rekeningnr. 1] (ING):

- in of omstreeks de periode vanaf 10 januari 2008 tot en met 27 februari 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) € 451.829,00 , in elk geval een of meerdere geldbedrag(en), betreffende een of meerdere overboeking(en) op bankrekeningnummer [rekeningnr. 7] ten name van [naam 2] en/of

- in of omstreeks de periode vanaf 21 september 2007 tot en met 27 februari 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) € 352.950,00 , in elk geval een of meerdere geldbedrag(en), betreffende een of meerdere overboeking(en) op bankrekeningnummer [rekeningnr. 8] ten name van [naam 3] en/of

vanaf rekeningnummer [rekeningnr. 6] (ABN AMRO):

- in of omstreeks de periode vanaf 10 januari 2008 tot en met 27 februari 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) € 93.088,00 , in elk geval een of meerdere geldbedrag(en), betreffende een of meerdere overboeking(en) op bankrekeningnummer [rekeningnr. 7] ten name van [naam 2] en/of

- in of omstreeks de periode vanaf 21 september 2007 tot en met 27 februari 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) € 97.000,00 , in elk geval een of meerdere geldbedrag(en), betreffende een of meerdere overboeking(en) op bankrekeningnummer [rekeningnr. 8] ten name van [naam 3] en/of

vanaf rekeningnummer [rekeningnr. 1] (ING) en/of rekeningnummer [rekeningnr. 6] (ABN

AMRO):

- in of omstreeks de periode vanaf 07 januari 2009 tot en met 18 maart 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) € 207.532,02 , in elk geval een of meerdere geldbedrag(en) betreffende een of meerdere overboeking(en) op bankrekeningnummer [rekeningnr. 9] ten name van verdachte

en/of

Zaakdossier 4 (Estland):

in of omstreeks de periode vanaf 29 januari 2009 tot en met 02 maart 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) 1.650.000,00 , in elk geval een of meerdere geldbedrag(en), betreffende een of meerdere overboeking(en), te weten vanaf rekeningnummer [rekeningnr. 1] (ING):

- op of omstreeks 19 februari 2009 twee overboekingen, in elk geval een of meerdere overboeking(en), van (telkens) € 50.000,00 en/of op of omstreeks 26 februari 2009 drie overboekingen, in elk geval een of meerdere overboeking(en), van (telkens) € 50.000,00 op rekeningnumm[rekeningnr. 15] L V Ehitus Grupp ou Kalda 64 - 3 Talin(n) en/of

- in of omstreeks de periode vanaf 29 januari 2009 tot en met 10 februari 2009 vijf overboekingen, in elk geval een of meerdere overboeking(en), van (telkens) € 50.000,00 op rekeningnummer [rekeningnr. 11] ten name van Seko Gruppou Talin en/of Seko Grupp Ou Toom Kuninga 24-14 Talinn en/of

- op of omstreeks 03 februari 2009 een overboeking van € 50.000,00 op rekeningnummer [rekeningnr. 12] ten name van Teenused Ou Tartu en/of

- op of omstreeks 24 februari 2009 drie overboekingen, in elk geval een of meerdere overboeking(en), van (telkens) € 50.000,00 op rekeningnummer [rekeningnr. 13] ten name van Megaserv Grupp Ou Tondi 8 A Talin

en/of

vanaf rekeningnummer [rekeningnr. 6] (ABN AMRO):

- in of omstreeks de periode vanaf 26 februari 2009 tot en met 02 maart 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) € 750.000,00, in elk geval een of meerdere geldbedrag(en), betreffende een of meerdere overboekingen op bankrekeningnummer [rekeningnr. 14] ten name van Freedom Land Ou en/of

- op of omstreeks 10 februari 2009 twee overboekingen, in elk geval een of meerdere overboeking(en), van (telkens) € 50.000,00 op rekeningnummer [rekeningnr. 15] ten name van L V Ehitus Grupp Ou en/of

- op of omstreeks 17 februari 2009 twee overboekingen, in elk geval een of meerdere overboeking(en), van (telkens) € 50.000,00 op rekeningnummer [rekeningnr. 16] ten name van Seko Gruppou en/of

- op of omstreeks 04 februari 2009 een overboeking van € 50.000,00 op rekeningnummer [rekeningnr. 17] ten name van Teenused OU en/of

Zaakdossier 5 (Letland):

in of omstreeks de periode vanaf 17 februari 2009 tot en met 02 maart 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) 798.000,00 , in elk geval een of meerdere geldbedrag(en) betreffende een of meerdere overboeking(en), te weten:

vanaf rekeningnummer [rekeningnr. 1] (ING):

- op of omstreeks 24 februari 2009 een overboeking van € 50.000,00 en/of op of omstreeks 26 februari 2009 zes overboekingen, in elk geval een of meerdere verboeking(en), van (telkens) € 50.000,00 op rekeningnummer [rekeningnr. 18] ten name van Niza GmbH Gerberstrasse 13 Stuttgart en/of

- op of omstreeks 18 februari 2009 een overboeking van € 25.000,00 en/of op

of omstreeks 24 februari 2009 en/of 26 februari 2009 telkens een overboeking van

€ 50.000,00 , op rekeningnummer [rekeningnr. 19] ten name van Monmark Ltd Newton Barracks Marina Towers Belize City en/of

vanaf rekeningnummer [rekeningnr. 6] (ABN AMRO):

- op of omstreeks 17 februari 2009 een overboeking van € 25.000,00 en/of op of omstreeks 20 februari 2009 een overboeking van € 50.000,00 op rekeningnummer [rekeningnr. 18] ten name van Niza GMBH en/of

- op of omstreeks 26 februari 2009 een overboeking van € 48.000,00 en/of op of omstreeks 02 maart 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) € 200.000,00 , in elk geval een of meerdere geldbedrag(en), betreffende vier overboekingen, in elk geval een of meerdere overboeking(en), van (telkens) € 50.000,00 op rekeningnummer [rekeningnr. 19] ten name van Monmark Ltd Newton Barracks Marina Towers Belize City en/of

Zaakdossier 6 ([naam 4]):

op of omstreeks 09 oktober 2008 een totaalbedrag van (ongeveer) € 8.117,00 vanaf rekeningnummer [rekeningnr. 1] (ING), betreffende een overboeking op rekeningnummer [rekeningnr. 20] ten name van [naam 4] en/of

Zaakdossier 7 ([naam 5]):

op of omstreeks 02 maart 2009 een totaalbedrag van (ongeveer) € 48.474,00 vanaf rekeningnummer [rekeningnr. 6] (ABN AMRO), betreffende een overboeking op rekeningnummer [rekeningnr. 21] ten name van [naam 5],

ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde feit:

hij in of omstreeks de periode vanaf 07 mei 2007 tot en met 01 december 2008 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een of meerderegeldbedrag(en), te weten een totaalbedrag van (ongeveer)

€ 434.449,25 , dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan de Stichting Kunst en Openbare Ruimte (hierna: SKOR), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s) en welk(e) geldbedrag(en) verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, zich wederrechtelijk heeft toegeëigend, immers heeft verdachte in genoemde periode (onder meer) de navolgende betalingen verricht en/of overboekingen gedaan, te weten vanaf rekeningnummer [rekeningnr. 22]:

- in of omstreeks de periode vanaf 07 mei 2007 tot en met 01 december 2008 een totaalbedrag van (ongeveer) € 227.502.24 , in elk geval een of meerdere geldbedrag(en), betreffende een of meerdere overboeking(en) op rekeningnummer [rekeningnr. 7] ten name van [naam 2] en/of

- in of omstreeks de periode vanaf 31 december tot en met 11 november 2008 een totaalbedrag van (ongeveer) € 206.947,01 , in elk geval een of meerdere geldbedrag(en), betreffende een of meerdere overboekingen op rekeningnummer [rekeningnr. 8] ten name van [naam 3].

3. Voorvragen

4. Waardering van het bewijs

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde feit:

in de periode vanaf 21 september 2007 tot en met 2 maart 2009 te Amsterdam opzettelijk geldbedragen die toebehoorden aan de Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst (hierna de Stichting Fonds BKVB), welke geldbedragen verdachte telkens uit hoofde van zijn dienstbetrekking als Hoofd Financiële Zaken bij de Stichting Fonds BKVB onder zich had, zich wederrechtelijk heeft toegeëigend, immers heeft verdachte de volgende overboekingen gedaan, te weten:

Zaakdossier 1 Limburg:

vanaf rekeningnummer [rekeningnr. 1] (ING):

- op 9 februari 2009 een totaalbedrag van € 1.000.000,-, in twintig overboekingen van telkens € 50.000,- op rekeningnummer [rekeningnr. 2] ten name van Jur. Kant. de Weerd inz Derdengelden en

- op 9 februari 2009 een totaalbedrag van € 1.000.000,- , in twintig overboekingen van telkens € 50.000,- op rekeningnummer [rekeningnr. 3] ten name van de Stichting Derdengelden Parkstad en

Zaakdossier 2 Oostenrijk:

vanaf rekeningnummer [rekeningnr. 1] (ING):

- op 2 maart 2009 een totaalbedrag van ongeveer € 2.050.000,- , in eenenveertig overboekingen van telkens € 50.000,- op rekening nummer [rekeningnr. 5] onder vermelding van European School of Arts Dorfstrasse 5A Waidring en

vanaf rekeningnummer [rekeningnr. 6] (ABN AMRO):

- op 25 februari 2009 en 26 februari 2009 een totaalbedrag van € 6.000.000,- in honderdentwintig overboekingen van telkens € 50.000,- onder vermelding van [naam 1] of European School of Arts Istanbul European Capital O Culture en

- op 2 maart 2009 een totaalbedrag van € 2.100.000,- , in tweeënveertig overboekingen van telkens € 50.000,- onder vermelding van [naam 1] LTD. en Pean Capital

O Culture en

Zaakdossier 3 Thailand:

vanaf rekeningnummer [rekeningnr. 1] (ING):

- in de periode vanaf 10 januari 2008 tot en met 27 februari 2009 een totaalbedrag van

€ 451.829,-, in overboekingen op bankrekeningnummer [rekeningnr. 7] ten name van [naam 2] en

- in de periode vanaf 21 september 2007 tot en met 27 februari 2009 een totaalbedrag van

€ 352.950,-, in overboekingen op bankrekeningnummer [rekeningnr. 8] ten name van [naam 3] en

vanaf rekeningnummer [rekeningnr. 6] (ABN AMRO):

- in de periode vanaf 10 januari 2008 tot en met 27 februari 2009 een totaalbedrag van

€ 93.088,-, in overboekingen op bankrekeningnummer [rekeningnr. 7] ten name van [naam 2] en

- in de periode vanaf 21 september 2007 tot en met 27 februari 2009 een totaalbedrag van

€ 97.000,-, in overboekingen op bankrekeningnummer [rekeningnr. 8] ten name van

[naam 3] en

vanaf rekeningnummer [rekeningnr. 1] (ING) en rekeningnummer [rekeningnr. 6] (ABN

AMRO):

- in de periode vanaf 7 januari 2009 tot en met 18 maart 2009 een totaalbedrag van

€ 207.532,02, in overboekingen op bankrekeningnummer [rekeningnr. 9] ten name van verdachte en

Zaakdossier 4 Estland:

in de periode vanaf 29 januari 2009 tot en met 2 maart 2009 een totaalbedrag van

€ 1.650.000,-, vanaf rekeningnummer [rekeningnr. 1] (ING):

- op 19 februari 2009 twee overboekingen van telkens 50.000,- en op 26 februari 2009 drie overboekingen van telkens € 50.000,- op rekeningnumm[rekeningnr. 15] L V ten name van of onder vermelding van Ehitus Grupp ou Kalda 64 - 3 Talin en

- in de periode vanaf 29 januari 2009 tot en met 10 februari 2009 vijf overboekingen van telkens € 50.000,- op rekeningnummer [rekeningnr. 11] ten name van of onder vermelding van Seko Gruppou Talin en Seko Grupp Ou Toom Kuninga 24-14 Talinn en

- op 3 februari 2009 een overboeking van € 50.000,- op rekeningnummer E73101220095256011EE ten name van of onder vermelding van Teenused Ou Tartu en

- op 24 februari 2009 drie overboekingen van telkens € 50.000,- op rekeningnummer [rekeningnr. 13] ten name van of onder vermelding van Megaserv Grupp Ou Tondi 8 A Talin

en

vanaf rekeningnummer [rekeningnr. 6] (ABN AMRO):

- in de periode vanaf 26 februari 2009 tot en met 2 maart 2009 een totaalbedrag van

€ 750.000,- aan overboekingen op bankrekeningnummer [rekeningnr. 14] ten name van Freedom Land Ou en

- op 10 februari 2009 twee overboekingen van telkens € 50.000,- op rekeningnummer [rekeningnr. 15] ten name van L V Ehitus Grupp Ou en

- op 17 februari 2009 twee overboekingen van telkens € 50.000,- op rekeningnummer [rekeningnr. 16] ten name van Seko Gruppou en

- op 4 februari 2009 een overboeking van € 50.000,- op rekeningnummer [rekeningnr. 17] ten name van Teenused OU en

Zaakdossier 5 Letland:

in de periode vanaf 17 februari 2009 tot en met 2 maart 2009 een totaalbedrag van

€ 798.000,-, te weten:

vanaf rekeningnummer [rekeningnr. 1] (ING):

- op 24 februari 2009 een overboeking van € 50.000,- en op 26 februari 2009 zes overboekingen van telkens € 50.000,- op rekeningnummer [rekeningnr. 18] ten name van of onder vermelding van Niza GmbH Gerberstrasse 13 Stuttgart en

- omstreeks 18 februari 2009 een overboeking van € 25.000,- en op 24 februari 2009 en

26 februari 2009 telkens een overboeking van € 50.000,- op rekeningnummer [rekeningnr. 19] ten name van of onder vermelding van Monmark Ltd Newton Barracks Marina Towers Belize City en

vanaf rekeningnummer [rekeningnr. 6] (ABN AMRO):

- op 17 februari 2009 een overboeking van € 25.000,- en op 20 februari 2009 een overboeking van € 50.000,- op rekeningnummer [rekeningnr. 18] ten name van Niza GMBH en

- op 26 februari 2009 een overboeking van € 48.000,- en op 2 maart 2009 een totaalbedrag van € 200.000,-, in vier overboekingen van telkens € 50.000,- op rekeningnummer [rekeningnr. 19] ten name van of onder vermelding van Monmark Ltd Newton Barracks Marina Towers Belize City en

Zaakdossier 6 [naam 4]:

omstreeks 9 oktober 2008 een bedrag van € 8.117,- vanaf rekeningnummer [rekeningnr. 1] (ING) op rekeningnummer [rekeningnr. 20] ten name van [naam 4] en

Zaakdossier 7 [naam 5]:

op 2 maart 2009 een bedrag van € 48.474,- vanaf rekeningnummer [rekeningnr. 6] (ABN AMRO) op rekeningnummer [rekeningnr. 21] ten name van [naam 5],

ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde feit:

hij in de periode vanaf 7 mei 2007 tot en met 1 december 2008 te Amsterdam, opzettelijk geldbedragen, te weten een geldbedrag van € 434.449,25, dat toebehoorde aan de Stichting Kunst en Openbare Ruimte, welke geldbedragen verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, zich wederrechtelijk heeft toegeëigend, immers heeft verdachte in genoemde periode de volgende overboekingen gedaan vanaf rekeningnummer [rekeningnr. 22]:

- in of omstreeks de periode vanaf 7 mei 2007 tot en met 1 december 2008 een totaalbedrag van ongeveer € 227.502,24 aan overboekingen op rekeningnummer [rekeningnr. 7] ten name van [naam 2] en

- in de periode vanaf 31 december 2007 tot en met 11 november 2008 een totaalbedrag van

€ 206.947,01 aan overboekingen op rekeningnummer [rekeningnr. 8] ten name van [naam 3].

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd.

De tenlastelegging is ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde feit, tweede liggende streepje, eerste zin, na “31 december” aangevuld met het jaartal “2007”. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad nu voornoemd jaartal gelet op de overige onderdelen van de tenlastelegging klaarblijkelijk per abuis in de tenlastelegging ontbreekt.

5. Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

6. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8. Motivering van de straf

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar onder 1 en 2 bewezengeachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren.

Ook de rechtbank acht alle ten laste gelegde feiten bewezen. Zij zal een hogere straf dan geeist opleggen. Daartoe en bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan heeft de rechtbank in het bijzonder ten nadele van verdachte het volgende laten meewegen.

Verdachte was jaren lang werkzaam voor twee stichtingen die een belangrijke rol spelen in de financiële ondersteuning van kunstenaars en van kunstprojecten. Daarmee is veel geld, afkomstig van de overheid, gemoeid. Verdachte had onder meer tot taak de uitbetaling van verleende subsidies te verzorgen en was in dat kader bij een van de stichtingen tekenbevoegd tot maximaal € 50.000. Verdachte vervulde dus een vertrouwensfunctie.

Verdachte heeft dit in hem gestelde vertrouwen ernstig beschaamd. Hij heeft voor Nederlandse begrippen ongekend hoge bedragen bij zijn werkgevers verduisterd. Daarmee is hij in september 2007 begonnen. Onder meer heeft hij voor een totaalbedrag van ongeveer 1 miljoen euro gelden van de stichtingen overgeboekt naar de bankrekeningen van twee van zijn vriendinnen met wie hij naar alle waarschijnlijkheid nu met zijn kinderen in Thailand woont. In de enkele maanden voor zijn zorgvuldig voorbereide vertrek uit Nederland heeft hij - naar mag worden aangenomen – even goed voorbereid zijn grote slag willen slaan. Hij heeft in die enkele maanden bijna 15 miljoen euro naar verschillende bankrekeningen in binnen- en buitenland gesluisd met de kennelijke bedoeling daarover de beschikking te krijgen. Slechts een deel van dit geld is achterhaald dankzij tijdig ingrijpen van de autoriteiten in Oostenrijk waarheen verdachte ruim 8 miljoen euro had overgeboekt.

Daarbij valt in het niet dat verdachte ook nog eens in die laatste maanden voordat hij met de noorderzon is vertrokken, dagelijks het maximale bedrag dat kon worden opgenomen, heeft gepind met de pinpassen van een van de stichtingen.

Verdachte heeft bij dit alles handig misbruik gemaakt van het gebrek aan controle dat door de stichtingen werd uitgeoefend. Verdachte heeft bijvoorbeeld gedurende lange tijd ongemerkt bankafschriften kunnen achterhouden. Ook van de zijde van de banken, waar een van de stichtingen rekeningen hadden lopen, is onvoldoende oplettend gereageerd. Dat kan echter niet gelden als een verzachtende omstandigheid. Verdachte was uitsluitend uit op geldelijk gewin.

Ook anderen hebben geprofiteerd van de misdrijven van verdachte. Een deel van het geld is waarschijnlijk terecht gekomen bij mensen met wie verdachte heeft samengewerkt. Verdachte heeft op hun rekeningen geld van een van de stichtingen overgemaakt. Hoe ver die samenwerking ging, is onduidelijk gebleven. Niet is uitgesloten dat een van de hier bedoelde personen vanwege zijn samenwerking met verdachte is vermoord. De politie doet hiernaar nog onderzoek. Wel staat vast dat de activiteiten van verdachte ook anderen tot het plegen van misdrijven hebben aangezet.

Voorts is van belang dat verdachte gemeenschapsgeld heeft verduisterd. Daardoor heeft verdachte het draagvlak verkleind voor instellingen als de stichtingen waarvoor hij werkte, die met geld van de overheid de kunst subsidiëren.

In de vlucht van verdachte met medeneming van zijn kinderen ziet de rechtbank de indruk bevestigd dat verdachte zoveel mogelijk wil profiteren van de door hem verduisterde gelden en dat verdachte niet van plan is rekenschap af te leggen voor zijn handelen.

Al dit voorgaande rechtvaardigt, ook al is verdachte niet eerder voor enig misdrijf veroordeeld, oplegging van een gevangenisstraf van 5 jaar.

Nu verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verduistering in dienstbetrekking en aan verduistering, beide meermalen gepleegd, laat de wet deze straf toe, aangezien ingevolge artikel 57 Wetboek van Strafrecht de maximale straf van 4 jaar, gesteld op verduistering in dienstbetrekking, met een derde kan worden verhoogd.

Ten aanzien van de benadeelde partij Stichting Kunst en Openbare Ruimte

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat een deel van de vordering van de benadeelde partij Stichting Kunst en Openbare Ruimte, van zo eenvoudige aard is dat dit zich leent voor de behandeling in dit strafgeding. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 2 bewezen geachte feit, rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze als volgt.

De benadeelde partij heeft het totale door verdachte verduisterde geldbedrag van € 434.449,25 als schadepost opgevoerd. Aangever mevrouw [naam 6] heeft echter namens Stichting Kunst en Openbare Ruimte verklaard dat een bedrag van € 124.000,- alsnog bij de gerechtigde terecht is gekomen. De rechtbank zal van deze schadepost een bedrag van

€ 310.449,25 toewijzen nu de rechtbank niet eenvoudig kan vaststellen of het genoemde bedrag van € 124.000,- afkomstig was van het door verdachte verduisterde geldbedrag.

Ten aanzien van de door de benadeelde partij opgevoerde schadeposten met betrekking tot het PWC-onderzoek en juridische bijstand Allen&Overy schat de rechtbank elk van beide posten op € 30.000,- en zij zal die bedragen toewijzen nu deze rechtstreeks verband houden met de bewezenverklaarde feiten.

De vordering van de benadeelde partij kan dan ook tot het bedrag van € 370.449,25 worden toegewezen.

Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

Het overige deel van de vordering van de benadeelde partij is niet van zo eenvoudige aard dat dit zich leent voor behandeling in dit strafgeding, zodat de rechtbank de benadeelde partij in dat deel van haar vordering niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen. In het belang van de Stichting Kunst en Openbare Ruimte voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 36f, 57, 321 en 322 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11. Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde:

verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich had, meermalen gepleegd

ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde:

verduistering, meermalen gepleegd

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Wijst de vordering van de benadeelde partij Stichting Kunst en Openbare Ruimte, gevestigd aan de Ruysdaalkade 2, 1072 AG Amsterdam toe tot een bedrag van € 370.449,25 (driehonderdenzeventigduizendenvierhonderdennegenenveertig euro en vijfentwintig cent).

Veroordeelt verdachte aan de benadeelde partij voornoemd, het toegewezen bedrag te betalen.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verklaart de benadeelde partij in het meerdere van haar vordering niet ontvankelijk.

Legt aan verdachte de verplichting op, aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij,

te betalen de som van € 370.449,25 (driehonderdenzeventigduizendenvierhonderd-

ennegenenveertig euro en vijfentwintig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 (één) jaar, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt dat, indien en voorzover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. D.J. Cohen Tervaert, voorzitter,

mrs. F.G. Bauduin en W.M. de Vries, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 november 2010.

Mr. W.M. de Vries is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.