Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BO3292

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-07-2010
Datum publicatie
08-11-2010
Zaaknummer
438004 - HA ZA 09-2950
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

overgang conservatoir derdenbeslag in executoriaal derdenbeslag door betekening van de notariële akte van een vaststellingsovereenkomst tussen beslaglegger en beslagene?

Artikel 704 Rv

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 438004 / HA ZA 09-2950

Vonnis van 21 juli 2010

in de zaak van

de maatschap

ABMA SCHREURS ADVOCATEN,

gevestigd te Purmerend,

eiseres,

advocaat mr. M. Dekker,

tegen

[A],

wonende te --,

gedaagde,

advocaat aanvankelijk mr H.C. Bollekamp, thans niet langer door een advocaat vertegenwoordigd.

Partijen zullen hierna Abma Schreurs en [A] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 9 december 2009,

- het proces-verbaal van comparitie van 26 april 2010, ter gelegenheid waarvan door Abma Schreurs een productie in het geding is gebracht.

1.2. De zaak is op de voet van artikel 15 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (hierna: Rv) verwezen naar de meervoudige kamer. Ten slotte is, op verzoek van Abma Schreurs, vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Abma Schreurs (thans in liquidatie) dreef tot 1 oktober 2008 een onderneming op het gebied van de advocatuur onder de naam “Abma Schreurs Advocaten Notarissen”. In dat kader heeft zij werkzaamheden verricht voor mevrouw [B] (hierna: [B]) en daarvoor aan haar declaraties verzonden, welke [B] niet voldaan heeft.

2.2. In de periode van 2001 tot juli 2008 is [B] verhuurster geweest van een pand op de Jan Rebelstraat 21. Daarnaast was zij van 2001 tot december 2008 verhuurster van een pand op de Jan Rebelstraat 21a. Beide panden (hierna: de panden) werden door haar tezamen verhuurd aan [A], die aldaar een Turks restaurant onder de naam Bir Bey exploiteerde.

2.3. Op 12 juni 2008 heeft Abma Schreurs, na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter, onder meer conservatoir beslag onder [A] gelegd ten laste van [B] op al hetgeen [A] verschuldigd mocht zijn of worden aan [B], in het bijzonder op de verschuldigde huurpenningen, zulks tot zekerheid van verhaal van de vordering van Abma Schreurs op [B] welke vordering op EUR 29.500,-- begroot werd. In het beslagexploot is [A] aangezegd dat hij na vier weken een verklaring moest afleggen als bedoeld in art. 476a Rv. [A] heeft dit nagelaten.

2.4. Op 25 juni 2008 heeft Abma Schreurs – in vervolg op het hiervoor genoemde conservatoire derdenbeslag – [B] gedagvaard om op 9 juli 2008 voor deze rechtbank te verschijnen. In de dagvaarding vordert zij betaling van haar declaraties, vermeerderd met rente en kosten.

2.5. Teneinde hun geschil bij te leggen hebben Abma Schreurs en [B] op 5 maart 2009 bij notariële akte van notaris R. Cremers te Purmerend (hierna: de notariële akte) een vaststellingsovereenkomst gesloten. Hierin is onder meer het volgende vastgelegd;

IN NAAM DER KONINGIN

AKTE VAN VASTSTELLINGSOVEREENKOMST

(…)

Teneinde hun geschil bij te leggen zijn partijen het volgende overeengekomen:

1. Het door [B] aan Abma Schreurs terzake van openstaande declaraties te betalen bedrag wordt bepaald op vijftienduizend euro (€15.000,00), indien en voor zover dit bedrag zal worden voldaan binnen twee maanden na betekening van de grosse van deze akte aan [B] dan wel de derdebeslagene (…) [A].

(…)

3. Amba Schreurs zal de grosse van deze akte, laten betekenen aan (…) [A], onder wie beslag is gelegd op de door hem te betalen huurpenningen voor Restaurant Birbey aan de Jan Rebelstraat (..) en hem bevelen de huurpenningen aan Abma Schreurs af te dragen.

(…)

6. Indien het bedrag niet is betaald binnen twee maanden nadat aan (…) [A] een schriftelijk bevel tot betaling is gedaan, is Abma Schreurs gerechtigd deze akte (…) te ontbinden (...). In dat geval zal Abma Schreurs de thans aanhangige procedure bij de rechtbank Amsterdam voor het oorspronkelijke bedrag tegen [B] voortzetten.

2.6. Op 29 juni 2009 heeft een gerechtsdeurwaarder te Amsterdam op verzoek van verschillende rechtspersonen onder [A] executoriaal derdenbeslag gelegd. Het exploot houdt onder meer in:

Heden (…)

Heb ik (...)

ONDER

(…) [A] (…), aldaar te harer kantore mijn exploot doende en afschrift deze alsmede van na te melden executoriale titel en het formulier als bedoeld in art. 475 lid 2 Rv in tweevoud latende aan (…)

hem in persoon

Uit kracht van de grosse van een notariële akte, d.d. 05 maart 2009 opgemaakt door notaris mr. R. Cremers te Purmerend tussen rekwirante als eiseres en [B] (…) hierna te noemen geëxecuteerde, als gedaagde, welk vonnis aan geëxecuteerde is betekend met gelijktijdig bevel om binnen de daarin genoemde termijn aan de inhoud daarvan te voldoen, aan welk bevel geen gevolg is gegeven;

EXECUTORIAAL BESLAG GELEGD:

Op vorderingen, die [B] voornoemd op u mocht hebben of uit een ten tijde van het beslag reeds bestaande rechtsverhouding rechtstreeks zal verkrijgen (…) zulks ter verzekering en om betaling te verkrijgen van de volgende bedragen:

aan hoofdsom: € 15000,00

(…)

MET BEVEL EN AANZEGGING:

aan de derde-gearresteerde om het beslagene vanaf heden onder zich te houden (…).

(…)

En dat de verklaring als bedoeld in art. 476a Rv. door de derde-beslagene na vier weken na vandaag moet worden afgelegd en dient te worden gericht aan mij, en zal de derde-beslagene, bij gebreke van (tijdige) of deugdelijke verklaring kunnen worden veroordeeld tot betaling van het bedrag waarvoor beslag is gelegd, als ware hij zelf schuldenaar.

2.7. Bij brieven van 4 augustus 2009 en 24 augustus 2009 heeft de deurwaarder aan [A] verzocht het formulier ex art. 475 lid 2 Rv te retourneren.

3. Het geschil

3.1. Abma Schreurs vordert samengevat - bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [A] te veroordelen aan Abma Schreurs te voldoen een bedrag van EUR 15.904,00, althans een bedrag als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren, te vermeerderen met de wettelijke vanaf 28 augustus 2009 tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [A] in de proceskosten, waaronder de kosten van het executoriaal derdenbeslag en een bedrag aan (na)salaris advocaat.

3.2. [A] voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Abma Schreurs heeft aan haar vordering in eerste instantie ten grondslag gelegd dat [A] in gebreke was gebleven een buitengerechtelijke verklaring te doen in de zin van artikel 476a lid 1 Rv. Op grond van dit artikel had [A], zodra vier weken waren verstreken na het leggen van het beslag, verklaring moeten doen van de vorderingen die door het beslag waren getroffen. Nu de derde-beslagene, [A], niet aan zijn verplichting voldoet, vordert Abma Schreurs op grond van art. 477a Rv dat deze veroordeeld wordt tot betaling van het bedrag waarvoor het beslag is gelegd, als ware hij daarvan zelf schuldenaar.

4.2. [A] heeft alsnog - bij conclusie van antwoord van 11 november 2009 – een verklaring afgelegd. Zijn raadsman heeft hierin, namens [A], gesteld dat het executoriale derdenbeslag geen doel getroffen heeft, nu [A] op 29 juni 2009 niets aan [B] verschuldigd was. Hij voert hiertoe aan dat [B] in juni 2009 geen verhuurster meer was van de panden. [A] was aan haar dus ook geen huur meer verschuldigd. [A] heeft zijn verklaring onderbouwd met een processtuk, te weten een vonnis in kort geding van de kantonrechter te Amsterdam van 31 maart 2009, waaruit blijkt dat in juni 2009 een ander dan [B] (namelijk [C]) verhuurder was van de panden.

4.3. Abma Schreurs betwist niet dat [B] op 29 juni 2009 (de datum van het executoriale beslag) de panden niet meer aan [A] verhuurde en dat [A] dus op die datum niets meer verschuldigd was aan [B]. Ook heeft Abma Schreurs niet aangevoerd dat [A] op een later moment nog enig bedrag aan [B] verschuldigd is geworden. In zoverre slaagt het betoog van [A].

4.4. Ter gelegenheid van de comparitie heeft Abma Schreurs gesteld dat [A] geen juiste verklaring heeft afgelegd. Zij vordert betaling door [A] van hetgeen Abma Schreurs volgens de vaststelling van de rechtbank zal blijken toe te komen, conform de tweede bijzin van haar petitum in de dagvaarding, ofwel van een bedrag dat de rechtbank in goede justitie juist acht.

4.5. Abma Schreurs voert ter onderbouwing van dit standpunt (dat de verklaring van [A] onjuist is en dat het beslag wel degelijk doel getroffen heeft) het volgende aan. Volgens haar is het conservatoire beslag dat zij op 12 juni 2008 onder [A] heeft gelegd, op 29 juni 2009 overgegaan in executoriaal beslag. Al hetgeen onder het conservatoir beslag is gevallen (onder meer een bedrag van EUR 12.188,10 op grond van een vonnis van de voorzieningenrechter van 5 juni 2008, als ook de huurpenningen gedurende de periode in 2008 waarin [B] nog wel verhuurster was van de panden) is onder het executoriaal beslag komen te liggen, aldus Abma Schreurs. [A] is ter gelegenheid van de comparitie niet verschenen en zijn raadsman heeft zich enkele weken voor de zitting aan de behandeling van de zaak onttrokken.

4.6. Op grond van art. 704 Rv gaat een conservatoir beslag over in een executoriaal beslag zodra “de beslaglegger in de hoofdzaak een executoriale titel heeft verkregen en deze voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden”. De rechtbank begrijpt het betoog van Abma Schreurs aldus, dat zij aanvoert dat door betekening van de akte van de vaststellingsovereenkomst het conservatoire beslag over is gegaan in executoriaal beslag en dat al hetgeen onder het beslag van 12 juni 2008 is komen te liggen, op de datum waarop dit geschiedde onder executoriaal beslag is komen te liggen.

4.7. Op zichzelf biedt art. 704 Rv die mogelijkheid. De (aan [A] betekende) notariële akte is een authentieke akte met betrekking tot de vordering in de hoofdzaak waarin [B] heeft verklaard een bedrag aan Abma Schreurs schuldig te zijn en in zoverre heeft Abma Schreurs een executoriale titel verkregen tegen [B] in vervolg op het conservatoire derdenbeslag van 12 juni 2008. Naar de rechtbank begrijpt betreft de betwisting van de juistheid van de verklaring van [A] ook dit geval. Het is dan in beginsel aan [A] om de juistheid van zijn verklaring aannemelijk te maken. Nu [A] niet langer door een advocaat vertegenwoordigd wordt, zal hem echter niet de mogelijkheid geboden worden bij akte op de stellingen van Abma Schreurs te reageren.

4.8. Dit brengt met zich dat niet komt vast te staan dat [A] tijdig een juiste verklaring heeft afgelegd. Aan de termijnen en formaliteiten die voor het conservatoire derdenbeslag gelden, is voldaan. Nu dit beslag van rechtswege is overgegaan in een executoriaal beslag en niet komt vast te staan dat [A] tijdig een juiste verklaring heeft afgelegd, is de vordering toewijsbaar.

4.9. De vordering tot vergoeding van de wettelijke rente is niet weersproken en zal dan ook eveneens worden toegewezen.

4.10. Abma Schreurs vordert veroordeling van [A] in de proceskosten. [A] heeft hiertegen in gebracht dat Abma Schreurs uit de openbare registers had kunnen afleiden dat [B] geen verhuurster meer was van de panden ten tijde van het beslag op 29 juni 2009.

4.11. Nu zonder toelichting, die ontbreekt, niet is in te zien dat dit feit kenbaar was uit de openbare registers, gold voor [A] de verplichting verklaring te doen van hetgeen hij onder zich had, aan welke verplichting hij tardief, namelijk eerst bij conclusie van antwoord in deze procedure heeft voldaan. Bovendien heeft hij een onjuiste verklaring afgelegd. Dit brengt met zich dat hij als de in het ongelijk gesteld partij de proceskosten zal moeten dragen.

4.12. De vordering van Abma Schreurs tot vergoeding van de kosten van het executoriaal derdenbeslag wordt afgewezen: de onderhavige procedure is er niet voor bedoeld deze kosten op de derde beslagene te verhalen. Bovendien was het (strikt genomen) niet nodig om executoriaal beslag te leggen in vervolg op het conservatoire beslag.

4.13. De rechtbank veroordeelt [A] in de kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van Abma Schreurs begroot op:

- explootkosten EUR 72,25

- vast recht 350,00

- salaris advocaat 1.004,00 (2 punten × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1.426,25

4.14. De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. [A] zal dan ook veroordeeld worden in de nakosten van de procedure, als nader in het dictum bepaald.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt [A] tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Abma Schreurs te voldoen een bedrag van EUR 15.000,-- (zegge: vijftienduizend euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 augustus 2009 tot en met de dag van algehele voldoening,

5.2. veroordeelt [A] in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van

Abma Schreurs begroot op EUR 1.426,25,

5.3. veroordeelt [A] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen - onder de voorwaarde dat betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden en de veroordeelde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan - met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van dit vonnis.

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst af het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mrs A.J. Beukenhorst, G. de Groot en mr. B.M. Vroom - Cramer en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2010.?