Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BO3254

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-08-2010
Datum publicatie
08-11-2010
Zaaknummer
455882 - HA RK 10-319
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ4006, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Versnelde behandeling
Inhoudsindicatie

Verzoek verwijderen persoonsgegevens

Verzoeker verzoekt verwijdering van zijn gegevens uit alle bestanden van de Nationale Postcode Loterij (NPL), zowel de gegevens aangaande zijn woonadres als zijn werkadres. Voor zover het verzoek betrekking heeft op verwijdering van zijn gegevens uit het postweigeraarsbestand, wordt dit afgewezen aangezien dit bestand geen commercieel of charitatief doel dient en bovendien het aangewezen middel is voor de NPL om te kunnen voldoen aan het bepaalde in artikel 41 Wbp. Het verzoek is innerlijk tegenstrijdig nu zowel verwijdering uit het postweigeraarsbestand als uit de adressenbestanden voor het versturen van direct marketing wordt verzocht. Geen belang bij het verzoek tot verwijdering van zijn persoonsgegevens en aanschrijvingen betreffende zijn werkadres die op naam zijn gesteld aangezien hij, sinds opname van deze gegevens in het postweigeraarsbestand, geen direct mail van NPL meer heeft ontvangen. Ditzelfde geldt voor aanschrijvingen op zijn woonadres die op naam zijn gesteld. Het verzoek wordt wel toegewezen voorzover het de correspondentie van NPL betreft die is gericht aan "de bewoner(s) van" het woonadres van verzoeker. Als het mogelijk is voor NPL om aldus post aan verzoeker te sturen, dan zou de wet haar doelstelling in dit geval niet bereiken. Nieuwe procédé is te kort in werking om vast te kunnen stellen of het systeem werkt en verzoeker geen belang meer zou hebben. Gevorderde dwangsom toegewezen. Compensatie proceskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2011/13

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rekestnummer: 455882 / HA RK 10-319

Beschikking van 5 augustus 2010

in de zaak van

[A],

wonende te --,

verzoeker,

advocaat mr. R. Vos te Haarlem,

tegen

de naamloze vennootschap

NATIONALE POSTCODE LOTERIJ N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

verweerster,

advocaat mr. H.W. Roerdink te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [A] respectievelijk NPL worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 2 april 2010,

- de tussenbeschikking van 29 april 2010 waarin een mondelinge behandeling is bepaald,

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 29 juni 2010, en de daarin genoemde stukken, zijnde de brieven van de zijde van [A] van 26 april 2010, 14 mei 2010 en 3 juni 2010 met aanvullingen op het verzoekschrift en het namens NPL ingediende verweerschrift, ingekomen ter griffie op 21 juni 2010.

1.2. De beschikking is bepaald op heden. Partijen zijn van de beschikkingsdatum op de hoogte gesteld.

2. De feiten

2.1. NPL is in 1989 opgericht en richt zich op fondsenwerving voor goede doelen. In dat kader organiseert NPL een loterij (hierna: de loterij). NPL communiceert met de deelnemers van deze loterij per post, e-mail of telefoon.

2.2. Op verschillende manieren benadert NPL ook niet-deelnemers aan de loterij, waaronder per post. NPL stuurt vier à vijf keer per jaar informatie over lopende campagnes, zowel aan deelnemers als aan niet-deelnemers van de loterij. Voor het verzenden van deze direct marketing poststukken, koopt NPL adressenbestanden in van derden. Deze bestanden bevatten adressen van mensen die hun adres hebben opgegeven en akkoord zijn gegaan met het verstrekken van hun adres aan derden.

2.3. NPL voert na aankoop van de adressenbestanden een aantal selecties uit. Het bestand wordt geschoond van alle mensen onder de 18 en boven de 77 jaar. Vervolgens schoont NPL het bestand door gebruikmaking van het Postfilter-bestand. In dit bestand zijn de gegevens opgenomen van personen die bij de Stichting Postfilter hebben aangegeven niet ongevraagd geadresseerd reclamedrukwerk te willen ontvangen. Tot slot controleert NPL het aangekochte bestand aan de hand van een eigen postweigeraarsbestand. In laatstgenoemd bestand zijn postcode, huisnummer en eerste vier letters van de achternaam opgenomen van degenen die hun recht van verzet hebben ingeroepen bij NPL. De alsdan resterende adressen worden door NPL aangeschreven over de betreffende campagne.

2.4. Indien in een door NPL aangekocht bestand geen leeftijdsspecificatie van een bepaald persoon is opgegeven, wordt deze persoon, teneinde te voorkomen dat de brief wordt geadresseerd aan een minderjarige, niet op naam aangeschreven maar wordt de brief gericht aan “de bewoner(s) van” het adres.

2.5. [A] is in 2004 door NPL door middel van diverse aanschrijvingen op zijn woonadres benaderd om deel te nemen aan de loterij. [A] heeft NPL verzocht deze aanschrijvingen te staken en in oktober 2004 is [A] door NPL geregistreerd als postweigeraar.

2.6. Het destijds door NPL gebruikte postweigeraarssysteem was gekoppeld aan Infofilter, een zelfreguleringsinitiatief dat personen de mogelijkheid bood hun gegevens kosteloos te laten opnemen in een blokkaderegister/-bestand om ongevraagde toezending van geadresseerd reclamedrukwerk tegen te gaan. De gegevens werden aldus voor een periode van drie jaar geblokkeerd.

2.7. Eind 2007/begin 2008 heeft NPL een adressenbestand gekocht van Cendris Dataconsulting B.V. waarin de gegevens van [A] waren opgenomen. Aangezien de in 2.6 genoemde blokkade na verloop van drie jaar was opgeheven, is het woonadres van [A] voor verzending van de toen voorliggende mailing niet uit het te verzenden bestand verwijderd. Begin 2008 ontving [A] dus wederom een aanschrijving van NPL op zijn woonadres.

2.8. Naar aanleiding van laatstgenoemde aanschrijving heeft [A] NPL in rechte betrokken. In het kader van een tussen partijen overeengekomen schikking, heeft NPL [A] per 13 februari 2008 als postweigeraar bij haar geregistreerd. Deze gegevens zijn voor onbeperkt geblokkeerd bij NPL.

2.9. Op 17 februari 2010 is [A] op zijn werkadres door NPL benaderd met betrekking tot de Grote Straat Tombola-campagne. Het werkadres van [A] was niet geregistreerd bij Postfilter en evenmin in het postweigeraarsbestand van NPL. [A] heeft naar aanleiding van de ontvangen brief NPL verzocht de aanschrijving te staken, zijn gegevens uit de door de NPL aangehouden bestanden te verwijderen en verwijderd te houden. NPL heeft [A] op 26 maart 2010 in haar postweigeraarsbestand opgenomen en dit bij brief van 16 april 2010 aan (de raadsman van) [A] bericht.

2.10. Op 23 april 2010 is op het woonadres van [A], waar tevens een meerderjarige onderhuurder (hierna: de tweede bewoner) woont, een brief binnengekomen van NPL met als adressering “aan de bewoner(s) van” gevolgd door het betreffende adres. De tweede bewoner is niet geregistreerd bij Postfilter en evenmin bij NPL als postweigeraar.

2.11. Op 10 mei 2010 heeft [A] van de Sponsor Bingo Loterij N.V. (hierna: SBL), zijnde een zustermaatschappij van NPL, een mailing ontvangen op zijn werkadres.

3. Het verzoek

3.1. [A] verzoekt de rechtbank – na aanvulling van het verzoekschrift – bij beschikking NPL en SBL te bevelen het door [A] gedane verzet te honoreren, de persoonsgegevens van [A] uit alle door hen aangehouden of bij derden betrokken bestanden te verwijderen en verwijderd te houden en iedere verdere aanschrijving te staken, alles op straffe van een dwangsom van EUR 1.000,00 per overtreding, met veroordeling van NPL in de kosten van de procedure op grond van artikel 289 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

3.2. [A] heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling aangegeven dat hij uit ieder bestand van NPL en SBL wenst te worden verwijderd. Dit houdt in dat hij ook uit het postweigeraarsbestand wil worden verwijderd. Volgens [A] valt laatstgenoemd bestand onder de term ‘enig bestand’ in artikel 41 van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en geldt ten aanzien van dat bestand ook een recht van verzet. Dit verzet is volgens [A] absoluut en NPL is dan ook gehouden de verwerking te staken. NPL heeft niet binnen de gestelde termijn gereageerd op het verzoek van [A], hetgeen kan worden opgevat als weigering. Aldus is [A] op grond van artikel 46 Wbp bevoegd onderhavig verzoek te doen.

4. Het verweer

4.1. NPL verweert zich tegen het verzoek van [A] en voert het volgende aan. Het verzoek van [A] is volgens NPL innerlijk tegenstrijdig, onmogelijk uit te voeren en vindt geen grondslag in de wet. Het door [A] beoogde doel, inhoudende dat hij niet meer door NPL wordt benaderd, kan enkel worden bereikt door het aanmaken van een postweigeraarsbestand. NPL kan een door haar aangekocht bestand immers niet opschonen als zij niet registreert op welke gegevens dat dient te gebeuren. De enige manier om aan het recht van verzet ex artikel 41 Wbp te kunnen voldoen, is door de gegevens van [A] op te nemen in een seperaat bestand waarmee de aan te schrijven adressen gefilterd kunnen worden. Het opnemen van de gegevens van [A] in het postweigeraarsbestand voldoet volgens NPL aan de Wbp en zij handelt aldus niet in strijd met voornoemde wet.

4.2. Het recht van verzet dient volgens NPL niet als middel te worden gebruikt om persoonsgegevens uit alle bestanden van een bedrijf te verwijderen. Alleen het gebruik van deze gegevens voor direct marketing doeleinden is niet toegestaan indien een persoon het recht van verzet heeft ingeroepen. NPL stelt een gerechtvaardigd belang te hebben om de gegevens te blijven verwerken voor het aanleggen van een postweigeraarsbestand, namelijk om op die manier het recht van verzet ten uitvoer te kunnen leggen. Dat NPL dit mag doen, volgt ook uit de Memorie van Toelichting waarin is vermeld dat het recht van verzet kan betekenen dat “de verantwoordelijke zal moeten vastleggen wie een dergelijk bezwaar heeft gemaakt”. Uit de overgelegde informatie van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) blijkt dat het is toegestaan dat, indien het recht van verzet wordt ingeroepen, de verantwoordelijke (i.c. NPL) de betreffende gegevens markeert of opneemt in een non-mailinglist.

4.3. Ten aanzien van de brief van 23 april 2010 die aan “de bewoner(s) van” het woonadres van [A] is verzonden, stelt NPL dat deze was bedoeld voor de tweede bewoner. Aangezien in het aangekochte adressenbestand zijn leeftijd kennelijk niet was opgenomen, is de brief niet op naam gesteld maar gericht aan “de bewoner(s) van”. Doordat de tweede bewoner niet is geregistreerd bij Postfilter en niet als postweigeraar bij NPL, is het adres niet verwijderd uit het te verzenden bestand. Sinds enige tijd vindt er op het databestand alsnog een extra opschoning plaats waarbij de post gericht aan “de bewoner(s) van” nogmaals langs de adressen van het postweigeraarsbestand worden gehaald. Hiermee wordt volgens NPL voortaan voorkomen dat postweigeraars op die manier toch mailings ontvangen op hun adres geadresseerd aan “de bewoner(s) van”.

4.4. Op grond van het vorenstaande is NPL van oordeel dat het verzoek van [A] dient te worden afgewezen, met veroordeling van [A] in de kosten van de procedure. Indien het verzoek met de gevorderde dwangsom wordt toegewezen, verzoekt NPL om matiging van de dwangsom tot EUR 100,00 per overtreding met een maximum van EUR 1.000,00 althans tot door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedragen.

5. De beoordeling

5.1. De rechtbank stelt voorop dat het verzoekschrift, dat bij de griffie van de rechtbank is binnengekomen op 2 april 2010, tijdig is ingediend. De rechtbank verwijst in dit kader naar het bepaalde in artikel 41 Wbp juncto artikel 46 lid 2 Wbp. [A] heeft, naar aanleiding van een brief van NPL van 17 februari 2010, bij brieven van 10 maart 2010 en 24 maart 2010 haar recht van verzet ingeroepen. NPL heeft niet binnen de in deze brieven gestelde termijn - in eerste brief twee weken, in de tweede brief vijf dagen - geantwoord. Het verzoekschrift is ingediend binnen zes weken na verloop van de gestelde termijn.

5.2. De rechtbank zal eerst ingaan op de vraag of SBL dient te worden beschouwd als mede-gerekwestreerde. Het verzoekschrift van [A], ingekomen op 2 april 2010, vermeldt als verweerder NPL. Bij aanvullende verzoekschriften heeft [A] verzocht de onderhavige procedure als tevens tegen de SBL ingesteld te beschouwen. NPL heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Vaststaat dat SBL niet is opgeroepen en dat [A] de betreffende correspondentie niet aan SBL heeft gestuurd.

5.3. De rechtbank is van oordeel dat, nu SBL niet op de juiste manier in de procedure is betrokken, het verzoekschrift ook niet kan worden beschouwd als mede gericht tegen SBL. Het enkele feit dat SBL een zustermaatschappij van NPL is, zoals [A] stelt, doet hier niet aan af. SBL kan niet zonder nadere, wettelijk voorgeschreven aankondiging in een procedure worden betrokken. Het zenden van correspondentie aan de advocaat van NPL met de stelling dat deze ook voor SBL zal optreden, is hiertoe niet voldoende. Deze beschikking zal derhalve enkel worden gewezen tussen [A] als verzoeker en NPL als verweerster, hetgeen ook als zodanig in de kop van deze beschikking is vermeld.

5.4. Uitgangspunt voor de beoordeling van het verzoek van [A] is artikel 41 Wbp waarin het absoluut recht van verzet tegen direct marketing is geregeld. Dit recht houdt in dat een betrokkene zich kan verzetten tegen de verwerking van gegevens in verband met de totstandbrenging of de instandhouding van een directe relatie tussen de verantwoordelijke of een derde en de betrokkene met het oog op werving voor commerciële of charitatieve doelen. De ratio is van dit artikel is, zo is te lezen in de Memorie van Toelichting, dat de burger de gelegenheid heeft te voorkomen dat hem ongevraagd informatie wordt aangeboden op basis van een profiel van zijn persoon. De verantwoordelijke, dus degene die de gegevens verwerkt, dient in het geval van verzet maatregelen te nemen om deze vorm van verwerking terstond te beëindigen.

5.5. [A] heeft zijn recht van verzet ingeroepen tegen zowel de verwerking van zijn gegevens in het postweigeraarsbestand van NPL als tegen de verwerking voor direct mailings. [A] wenst uit beide bestanden te worden verwijderd met zowel zijn privé- als zijn werkadres. In de onderhavige procedure verzoekt [A] verwijdering van zijn gegevens uit alle bestanden van NPL alsmede staking van iedere aanschrijving.

5.6. Het verzoek van [A] om verwijdering van zijn gegevens, zowel van zijn privé- als zijn werkadres, uit het postweigeraarsbestand van NPL zal worden afgewezen. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt. Het recht van verzet ex artikel 41 Wbp betreft een absoluut recht. Dit recht, en daarmee het verbod op gegevensverstrekking indien het recht van verzet wordt ingeroepen, ziet echter alleen op de verwerking van gegevens voor commerciële of charitatieve doeleinden. NPL heeft gemotiveerd aangegeven dat het enkele doel van dit bestand is dat wordt voorkomen dat direct mail worden gestuurd aan personen die hun recht van verzet hebben ingeroepen. De stelling van [A] dat het postweigeraarsbestand van NPL een commercieel doel dient is, gelet op de betwisting door NPL, onvoldoende onderbouwd. Het bestand dient geen commercieel of charitatief doel en is het aangewezen middel voor NPL om te kunnen voldoen aan het bepaalde in artikel 41 Wbp. De door NPL gehanteerde methode is in overeenstemming met de Memorie van Toelichting en de informatie van het College Bescherming Persoonsgegevens.

5.7. De rechtbank stelt voorts vast dat [A] eerder heeft ingestemd met de opname van zijn gegevens in het betreffende bestand. Zijn stelling dat dit bestand niet werkt omdat hij later toch post van NPL heeft ontvangen, gaat, gelet op de toelichting van NPL dat de eerste registratie tijdelijk was en de uitleg die zij heeft gegeven bij de brief van 23 april 2010, niet op.

5.8. De rechtbank is verder van oordeel dat het verzoek van [A] om zowel uit het postweigeraarsbestand als uit de adressenbestanden voor het versturen van direct marketing te worden verwijderd, innerlijk tegenstrijdig is. Het is het één of het ander: of [A] wordt verwijderd uit het postweigeraarsbestand en zijn gegevens kunnen dan in de toekomst niet uit de door NPL aangekochte bestanden worden gefilterd, of [A] wordt als postweigeraar geregistreerd en NPL mag zijn gegevens, gelet op het door hem ingeroepen verzet, niet gebruiken voor de verzending van direct marketing.

5.9. Het verzoek van [A] met betrekking tot zijn recht van verzet ten aanzien van zijn gegevens in het postweigeraarsbestand van NPL en de verwijdering daarvan zal gelet op het voorgaande worden afgewezen.

5.10. Ten aanzien van het verzoek van [A] tot verwijdering van zijn persoonsgegevens uit de adressenbestanden voor de verzending van direct mailings en tot het staken van iedere verdere aanschrijving, oordeelt de rechtbank als volgt.

5.11. Voor zover het verzoek betrekking heeft op verwijdering van de persoonsgegevens en aanschrijvingen betreffende zijn werkadres die op naam zijn gesteld, zal het worden afgewezen. Het werkadres staat sinds 26 maart 2010 bij NPL geregistreerd in het postweigeraarsbestand en [A] heeft, zo heeft hij tijdens de mondelinge behandeling verklaard, sindsdien geen direct mail van NPL meer op dat adres ontvangen. Het belang van [A] bij dit gedeelte van het verzoek ontbreekt dan ook.

Ditzelfde geldt voor het verzoek ten aanzien van de verwijdering van de persoonsgegevens en de aanschrijvingen op zijn woonadres die op naam zijn gesteld. [A] heeft verklaard na de registratie in het postweigeraarsbestand op 13 februari 2008 geen op naam gestelde direct mail van NPL op zijn privé-adres meer te hebben ontvangen, zodat ook ten aanzien van dit gedeelte van het verzoek het belang ontbreekt. Voorzover persoonsgegevens van [A] voorkomen in adressenbestanden, worden deze door NPL verwijderd alvorens de direct mailing wordt verstuurd. Zijn woon- en werkadres worden derhalve niet meer gebruikt voor direct mailings op zijn naam en iedere aanschrijving op zijn naam is gestaakt.

5.12. De rechtbank is van oordeel dat NPL wel de correspondentie die is gericht aan “de bewoner(s) van” het woonadres van [A] dient te staken. [A] heeft aangegeven dat hij op zijn woonadres geen post wenst te ontvangen van NPL en zijn recht van verzet ingeroepen. Hieronder valt ook post die niet op zijn naam is gesteld, waarvan niet uit de adressering kan worden afgeleid dat deze post niet voor hem bedoeld is maar voor een ander. [A] valt immers ook onder “de bewoner(s) van” dat adres. Als het mogelijk blijft voor NPL om aldus post aan [A] te sturen, al is deze post volgens NPL niet voor hem bedoeld en ook niet in naam aan hem geadresseerd, dan zou de wet haar doelstelling in dit geval niet bereiken.

5.13. Het door NPL aan het einde van de mondelinge behandeling naar voren gebrachte, nieuwe procedé waardoor wordt voorkomen dat personen die zich als postweigeraar hebben laten registreren post ontvangen die is gericht aan “de bewoner(s) van”, maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. Het procedé wordt pas recentelijk toegepast en het is nog te vroeg om vast te kunnen stellen of het systeem werkt. Thans kan niet redelijkerwijs al worden aangenomen dat [A] geen belang heeft bij dit gedeelte van het verzoek. Derhalve zal, ondanks deze nieuwe maatregel, het gedeelte van het verzoek van [A] dat ziet op de ontvangst van aanschrijvingen gericht aan “de bewoner(s) van” zijn woonadres, gelegen aan de -- te --, worden toegewezen. NPL zal worden bevolen deze aanschrijvingen te staken en gestaakt houden.

5.14. De door [A] verzochte dwangsom van EUR 1.000,00 per overtreding van het toe te wijzen bevel zal eveneens worden toegewezen, zij het dat deze zal worden gemaximeerd tot EUR 10.000,00.

5.15. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

6. De beslissing

De rechtbank

6.1. beveelt de Nationale Postcode Loterij iedere aanschrijving gericht aan “de bewoner(s) van” de -- te -- te staken en gestaakt te houden, op straffe van een dwangsom van EUR 1.000,00 per overtreding, tot een maximum van EUR 10.000,00,

6.2. wijst het overige of meerdere verzochte af,

6.3. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. van Eekeren en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2010.?