Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BO2995

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-08-2010
Datum publicatie
05-11-2010
Zaaknummer
1160133 CV FORM 10-20736
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering ex artikel 4 lid 1 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Eurpees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 (Europese procedure voor geringe vorderingen). Kantonrechter oordeelt dat het vorderingsformulier in de juiste taal is ingediend, nu het is opgesteld in de taal van het gerecht (Nederlandse taal).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

SECTOR KANTON - LOCATIE AMSTERDAM

Kenmerk : 1160133 CV FORM 10-20736

Datum : 30 augustus 2010

464

Beschikking van de kantonrechter te Amsterdam op een vordering als bedoeld in artikel 4, lid 1, van de Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen in de zaak van:

[eiser],

wonende [woonplaats],

eiser,

nader te noemen: [eiser],

procederende in persoon,

tegen:

vennootschap naar vreemd recht AIR BALTIC,

gevestigd te Riga (Letland),

verweerster,

nader te noemen: Air Baltic,

gemachtigde: Alnis Vitols.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

In het kader van de Europese procedure voor geringe vorderingen (Verordering EG 861/2007) (hierna: de Verordening) heeft [eiser] middels het vorderingsformulier met bijlagen, door de rechtbank ontvangen op 3 juni 2010, zoals bedoeld in artikel 4 lid 1 van de Verordening een vordering ingesteld.

Air Baltic heeft op de vordering gereageerd door indiening van het antwoordformulier C met bijlagen, door de rechtbank ontvangen op 21 juli 2010.

BEOORDELING VAN HET VERZOEK

1. Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

1.1. [eiser] heeft bij Air Baltic een vlucht geboekt van Pskov naar Amsterdam op

5 mei 2010.

1.2. Op 5 mei 2010 is [eiser] met zijn vrouw [naam 1] en andere familieleden van Pskov naar Amsterdam gevlogen.

1.3. De bagage van [eiser], waaronder zwangerschapskleding van [naam 1], is niet met de vlucht aangekomen op Schiphol.

1.4. [eiser] heeft bij Aviapartner Baggage Tracing op Schiphol een bagagerapport opgesteld.

1.5. [eiser] heeft in een brief van 7 mei 2010 Air Baltic verzocht om compensatie van de door [eiser] gemaakte kosten in verband met de aanschaf van benodigde zwangerschapskleding van in totaal een bedrag van € 99,61.

1.6. In een e-mailbericht van 26 mei 2010 schrijft Air Baltic aan [eiser]: “(…) With reference to your application and Property Irregularity Report AMSBT10263, I would like to apologize for inconveniences you have encountered due to late delivery of your checked luggage after the flights on the route Pskov-Riga-Amsterdam on may 5th, 2010. (…) I would like to inform you that in this case unfortunately we cannot meet your request to reimburse your expenses (…).

Het geschil

2. [eiser] vordert Air Baltic te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 99,61 aan hoofdsom en veroordeling van Air Baltic in de proceskosten. Daartoe stelt [eiser] - kort gezegd - dat Air Baltic ondanks verzoeken daartoe in gebreke blijft met compensatie van de door hen noodzakelijk gemaakte kosten in verband met het niet aankomen van de bagage na een vlucht met Air Baltic. In de bagage bevond zich onder meer alle zwangerschapskleding en benodigdheden van zijn vrouw. Nu zijn vrouw daardoor geen zwangerschapskleding en benodigdheden meer had waren zij derhalve genoodzaakt een aantal artikelen aan te schaffen.

3. Air Baltic verweert zich tegen de vordering en daarbij verwezen naar artikel 6 van de EG- verordening 861/2007.

Beoordeling

4. Gelet op het gestelde in het door [eiser] ingediende vorderingsformulier voldoet de vordering van [eiser] aan de in artikel 2 van de Verordening gestelde voorwaarden en is er sprake van een grensoverschrijdende zaak waarop de Verordening van toepassing is. Dit maakt dat [eiser] in zijn vordering kan worden ontvangen.

5. Voorzover Air Baltic bezwaar heeft willen maken tegen de taal waarin het vorderingsformulier en de bijlagen zijn gesteld en bedoeld heeft het stuk te weigeren wordt dit bezwaar verworpen. Gelet op het bepaalde in artikel 6 eerste lid van de Verordening heeft [eiser] het vorderingsformulier in de juiste taal ingediend. Dit is immers opgesteld in de taal van het gerecht, de Nederlandse taal. Verder heeft Air Baltic haar bezwaar op geen enkele wijze toegelicht of met stukken onderbouwd.

6. Nu Air Baltic niet inhoudelijk verweer heeft gevoerd tegen de vordering van [eiser] en deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, is deze toewijsbaar.

7. Bij deze uitkomst van de procedure wordt Air Baltic veroordeeld in de proceskosten gevallen aan de zijde van [eiser]. Deze worden vooralsnog begroot op een bedrag van € 90,00 aan vastrecht.

8. [eiser] heeft verzocht het vonnis een bewijs van waarmerking van de beslissing te verstrekken Dit verzoek is toewijsbaar. De rechtbank zal daarom het in artikel 20 lid 2 van de Verordening voorgeschreven formulier afgeven.

BESLISSING

De kantonrechter:

I. veroordeelt Air Baltic tot betaling aan [eiser] van:

- een bedrag van € 99,61 aan hoofdsom.

II. veroordeelt Air Baltic in de proceskosten aan de zijde van [eiser] welke tot op heden bedragen een bedrag van € 90,00 aan vastrecht;

III. bepaalt dat op de hiervoor genoemde wijze een bewijs van waarmerking van deze beslissing wordt verstrekt als bedoeld in de Verordening;

Aldus gegeven door mr. E. Pennink, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op

30 augustus 2010 in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter