Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BO2906

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-07-2010
Datum publicatie
04-11-2010
Zaaknummer
443526 - HA ZA 09-3682
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzekeringsrecht. Tussenvonnis. Omvang zorgplicht verzekeraar bij afsluiten verzekering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 443526 / HA ZA 09-3682

Vonnis van 21 juli 2010

in de zaak van

[A],

wonende te --,

eiser,

advocaat mr. M.G. Hees,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

JUBILEE EUROPE B.V., voorheen genaamd: [B] EUROPE B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. M.T. Spronck.

Partijen zullen hierna [A] en Jubilee genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 13 januari 2010,

- het proces-verbaal van comparitie van 9 juni 2010, met de daarin genoemde stukken,

- de brief gedateerd 16 juni 2010 naar aanleiding van het proces-verbaal van mr. Hees,

- de schriftelijke reactie gedateerd 21 juni 2010 daarop van mr. Spronck.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [A] heeft bij Jubilee een woonlastenverzekering (hierna: de verzekering) afgesloten. De ingangsdatum is 22 december 2004. De verzekering loopt tot 21 december 2014.

2.2. Op het door [A] op 10 november 2004 ingevulde aanvraagformulier staat – voor zover van belang – het volgende.

Algemene verklaring

Hierbij verklaar ik tevens dat:

(…)

e. ik de algemene voorwaarden heb gelezen, begrepen en geaccepteerd.

(…)

g. ik thans geen medicijnen, stimulerende of verdovende middelen gebruik;

h. ik niet onder behandeling of controle sta van de huisarts, specialist, psychiater of psycholoog;

i. ik naar beste weten in een goede gezondheid verkeer, niet aan een chronische ziekte lijd en geen problemen ondervind bij het verrichten van mijn werk;

(…)

Ik kan bovenstaande niet zondermeer verklaren (…).

2.3. [A] heeft op het aanvraagformulier aangekruist ‘Ik kan bovenstaande niet zonder meer verklaren’. Tevens heeft hij op het aanvraagformulier een kruisje gezet bij g. en h. Bij de gevraagde toelichting heeft hij geschreven:

Ik ben bij een specialist onder behandeling wegens aambeien en ik gebruik als medicijn [onleesbaar, rechtbank] om de ontlasting zacht te maken.

2.4. Tevens staat op het aanvraagformulier:

Deze verzekering geeft geen dekking tegen de gevolgen van ziektes of aandoeningen die reeds bestaan of zich hebben geopenbaard in de 12 maanden voorafgaand aan de ingangsdatum van de verzekering.

(…) U verklaart met de ondertekening van dit formulier dat de vragen naar beste weten, juist en overeenkomstig de waarheid zijn beantwoord en dat u hiermee de aangevraagde verzekering wilt verkrijgen. Wanneer later, na het afsluiten van de overeenkomst, blijkt dat u een of meer vragen onjuist of onvolledig heeft ingevuld, kunnen wij de overeenkomst ongeldig verklaren, al dan niet met restitutie van de koopsom.

2.5. Op het polisblad staat ondermeer:

Verzekerde maandelijkse woonlast € 500,00

Maximale uitkeringsperiode bij arbeidsongeschiktheid: 60 maanden

Dit polisblad en de bijbehorende Algemene Voorwaarden bevestigen dat een verzekeringsovereenkomst is gesloten tussen u en de verzekeraar.

Tegen betaling van de hierboven genoemde premie verbindt de verzekeraar zich tot uitkeringen overeenkomstig de voorwaarden, zoals omschreven in dit polisblad en de Algemene Voorwaarden.

2.6. De Algemene Voorwaarden houden voor zover van belang het volgende in:

16 Bijzondere uitsluitingen

16.1 Uitgesloten is arbeidsongeschiktheid voorvloeiend uit of verband houdend

met een ziekte, gebrek, aandoening of een abnormale geestelijke of lichamelijke toestand welke reeds bestond ten tijde van het sluiten van de verzekering. Hiervan is in elk geval sprake indien ten aanzien de aan de arbeidsongeschiktheid ten grondslag liggende klachten een medische diagnose is gesteld dan wel een medische behandeling heeft plaatsgevonden gedurende 12 maanden voorafgaande aan het sluiten van deze verzekering (…).

(…)

18 Uitkering

18.1 De verzekerde dient voor ten minste 45% arbeidsongeschikt te zijn

verklaard om voor vergoeding van de verzekerde woonlast als in de polis is aangegeven in aanmerking te komen. (…) Onder deze rubriek is een som verzekerd welke eerst is verschuldigd aan het einde van de uitkeringstermijn en waarvan de grootte wordt bepaald door de in de polis vermelde verzekerde woonlast te vermenigvuldigen met de in maanden uitgedrukte duur van de arbeidsongeschiktheid. De verzekeraar is bevoegd (bijvoorbeeld maandelijks) voorschotten op de totaal verzekerde som uit te betalen.

2.7. [A] is sinds 20 september 2005 ziek en heeft een uitkering krachtens de Ziektewet ontvangen. [A] is blijkens een brief van het UWV van 18 juli 2007 80% tot 100% arbeidsongeschikt met ingang van 7 september 2007.

2.8. [A] heeft in juli 2007 een beroep gedaan op de verzekering. [A] heeft Jubilee gemachtigd om kennis te nemen van zijn medische gegevens. Het betreft onder meer een stuk van Arboned, opgemaakt op 13 april 2007, een brief van [C], huisarts, van 20 augustus 2007 aan de medisch adviseur van Jubilee, een brief van 20 april 2007 van het UMC Utrecht aan de huisarts van [A] naar aanleiding van een door [A] aangevraagde second-opinion, een brief van 7 november 2005 van Symfora groep aan de huisarts van [A], met daarin onder meer een behandelprogramma, en een brief van 3 oktober 1995 van Ziekenhuis Gooi Noord.

2.9. Bij brief van 30 augustus 2007 heeft Jubilee uitkering onder de verzekering geweigerd. In de brief staat, voor zover hier van belang:

In navolging van onze correspondentie van 14 augustus jl. bevestigen wij u hierbij de ontvangst van het advies van onze medisch adviseur. (…) Uit het advies blijkt, dat u met de aan de arbeidsongeschiktheid ten grondslag liggende klachten, in de 12 maanden voorafgaand aan het sluiten van de verzekering bekend was.

Dit betekent dat uw klachten reeds voor de ingangsdatum van uw SNS woonlastenverzekering, te weten 22 december 2007, bestonden.

In de Algemene Voorwaarden staat dat uitgesloten is:

Arbeidsongeschiktheid voorvloeiend uit of verband houdend met een ziekte, gebrek, aandoening of een abnormale geestelijke of lichamelijke toestand welke reeds bestond ten tijde van het sluiten van de verzekering.

Hiervan is in elk geval sprake indien ten aanzien de aan de arbeidsongeschiktheid ten grondslag liggende klachten een medische diagnose is gesteld dan wel een medische behandeling heeft plaatsgevonden gedurende 12 maanden voorafgaande aan het sluiten van de verzekering (…).

Nu uw arbeidsongeschiktheid is ontstaan uit klachten die reeds voor de ingangsdatum van de verzekering is gesloten, wijzen wij uw verzoek tot schadevergoeding af.

3. Het geschil

3.1. [A] vordert na wijziging van eis dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad verklaard,

I: voor recht verklaart dat er op de verzekeringsovereenkomst tussen partijen geen algemene voorwaarden van toepassing zijn ,althans de algemene voorwaarden zijn vernietigd, althans er geen sprake is van de bijzondere uitsluiting zoals genoemd in artikel 16.1 van de algemene voorwaarden;

II: de bepaling in het aanvraagformulier vernietigt, althans voor recht verklaart dat de bepaling is vernietigd, althans bepaalt dat Jubilee een beroep op deze bepaling niet aan [A] kan tegenwerpen;

III: voor recht verklaart dat [A] vanaf 7 september 2007, althans een door de rechtbank te bepalen datum, aanspraak heeft op een uitkering uit hoofde van de verzekering;

IV. voor recht verklaart dat Jubilee gehouden is tot het doen van uitkeringen aan [A] van € 500,00 per maand vanaf 7 september 2007, zolang de (huidige) arbeidsongeschiktheid van [A] duurt, met een maximum van 60 maandtermijnen;

V. Jubilee veroordeelt tot betaling aan [A] van EUR 12.660,22 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 september 2009, althans een door de rechtbank te bepalen datum, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag, althans EUR 12.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 augustus 2009, althans 17 augustus 2009, althans 7 september 2009, althans 5 november 2009, althans een door de rechtbank te bepalen datum, tot aan de dag der voldoening;

VI. Jubilee veroordeelt tot het doen van betalingen aan [A] van € 500,00 per maand vanaf 7 september 2007, zolang de arbeidsongeschiktheid van [A] duurt, met een maximum van 36 maanden, althans een door de rechtbank te bepalen aantal maanden, met bepaling dat de maandtermijnen dienen te worden voldaan uiterlijk op de zesde dag van de maand volgend op de startdatum van de desbetreffende maandtermijn, te beginnen met 7 september 2009, althans een door de rechtbank te bepalen datum, vermeerderd met de wettelijke rente over EUR 500,- per maand met ingang van de 7e van de volgende maand volgend op de startdatum van de desbetreffende maandtermijn, althans een in goede justitie te treffen regeling;

VII. subsidiair, voor zover de vorderingen onder IV en V niet worden toegewezen, Jubilee te veroordelen, althans voor recht te verklaren dat Jubilee is gehouden tot het doen van een uitbetaling aan [A] van een bedrag van EUR 500,00 per maand maal het aantal maanden dat [A] arbeidsongeschikt is en zal zijn, vanaf 7 september 2007, althans een door de rechtbank te bepalen datum, met een maximum van EUR 30.000,00; althans een door de rechtbank te bepalen datum, althans maximaal 60 maanden, althans een door de rechtbank te bepalen aantal maanden, met bepaling dat de betaling uiterlijk dient plaats te vinden binnen één maand nadat de arbeidsongeschiktheid is geëindigd, doch in ieder geval binnen één maand nadat 60 maanden, althans een door de rechtbank te bepalen aantal maanden, zijn verstreken sinds 7 september 2007, althans een door de rechtbank te bepalen datum, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag, tot aan de dag der algehele voldoening;

VIII Jubilee veroordeelt in de kosten van de procedure.

3.2. Jubilee voert verweer.

3.2.1. Op de stellingen van partijen wordt hierna ingegaan voor zover van belang voor de beoordeling van het geschil.

4. De beoordeling

verzwijging

4.1. Jubilee beroept zich op verzwijging. Zij voert aan dat [A] zijn mededelings¬plicht bij het aangaan van de verzekering heeft geschonden doordat hij niet heeft gemeld dat hij reeds sinds 1993 leed aan schizofrenie, althans ten onrechte heeft verklaard in goede gezondheid te verkeren.

4.2. [A] brengt daartegen in dat hij niet vanaf 1993 aan schizofrenie leed, althans dat hem dat niet bekend was of behoorde te zijn en dat Jubilee op grond van artikel 221 lid 2 Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek (Ow) juncto artikel 7:929 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) geen beroep meer kan doen op een eventuele schending van zijn mededelingsplicht.

4.3. De verzekering is ingegaan op 22 december 2004. Op 1 januari 2006 zijn de bepalingen van het nieuwe verzekeringsrecht in werking getreden. Op grond van artikel 7:929 BW kan een verzekeraar slechts een beroep doen op een schending van de mededelingsplicht indien hij de verzekeringnemer binnen twee maanden na de ontdekking op de niet-nakoming wijst onder vermelding van de mogelijke gevolgen. Het toepasselijke overgangsrecht, artikel 221 lid 2 Ow, bepaalt dat artikel 7:929 BW niet van toepassing is op een verzekeringsovereenkomst die voor 1 januari 2006 is gesloten, indien de verzekeraar zich tegenover de verzekerde voor 1 januari 2007 erop beroept dat aan de mededelingsplicht van artikel 251 Oud van het Wetboek van Koophandel niet is voldaan. Nu het beroep – naar niet in geschil is: – voor het eerst bij conclusie van antwoord op 30 december 2009 is gedaan, doet deze situatie zich niet voor. Derhalve is artikel 7:929 BW van toepassing en geldt voor het beroep op verzwijging de vervaltermijn van twee maanden na ontdekking.

4.4. Uit de onder 2.9 aangehaalde brief van 30 augustus 2007 blijkt dat Jubilee zich per deze datum op het standpunt stelde dat de klachten reeds voor de ingangsdatum van de verzekering bestonden. In deze brief baseert Jubilee haar afwijzing niet op schending van de mededelingsplicht, maar op artikel 16.1 van haar algemene voorwaarden. Tussen partijen is niet in geschil dat Jubilee [A] vervolgens niet binnen twee maanden erop heeft gewezen dat volgens Jubilee sprake was van niet-nakoming van de mededelingsplicht onder vermelding van de gevolgen daarvan. Jubilee legt thans aan het beroep op verzwijging onder meer ten grondslag dat de klachten reeds voor de ingangsdatum van de verzekering bestonden. Gelet op een en ander heeft Jubilee het beroep op schending van de mededelingsplicht niet tijdig in de zin van artikel 7:929 lid 1 BW gedaan. Daarop stuit het beroep op verzwijging af.

toepasselijkheid algemene voorwaarden

4.5. [A] voert aan dat de algemene voorwaarden door Jubilee niet uitdrukkelijk van toepassing zijn verklaard op de overeenkomst. Voor zover dat wel is gebeurd, stelt hij dat de algemene voorwaarden hem niet ter hand zijn gesteld en doet hij een beroep op de vernietigbaarheid ervan.

4.6. Verder stelt [A] dat de bepaling van de algemene verklaring onder e op het aanvraagformulier, dat “ik de algemene voorwaarden heb gelezen, begrepen en geaccepteerd” op zichzelf een algemene voorwaarde is die onredelijk bezwarend is nu daardoor de bewijslast van terhandstelling van de algemene voorwaarden wordt omgedraaid.

4.7. Jubilee beroept zich op de algemene verklaring onder e op het aanvraagformulier, waaruit volgens haar duidelijk blijkt dat de algemene voorwaarden ter hand zijn gesteld en van toepassing zijn verklaard. De bepaling kan geen algemene voorwaarde zijn, omdat de overeenkomst nog niet tot stand was gekomen door ondertekening van het aanvraagformulier. Zelfs als het anders is, is de bepaling niet onredelijk bezwarend. Uit de verklaring van [A] blijkt ook niet ondubbelzinnig dat de algemene voorwaarden niet ter hand zijn gesteld. Aldus steeds Jubilee.

4.8. Uit het aanvraagformulier en het polisblad blijkt dat Jubilee heeft bedongen dat de algemene voorwaarden deel uitmaken van de overeenkomst tussen partijen. De stelling van [A] dat Jubilee de algemene voorwaarden niet voldoende expliciet van toepassing heeft verklaard, is in het licht hiervan onvoldoende onderbouwd en wordt gepasseerd.

4.9. Indien de algemene voorwaarden niet voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst aan [A] ter hand zijn gesteld, zijn zij vernietigbaar. Mede gelet op het consumentenbeschermende karakter van de wettelijke regeling rust de bewijslast en het bewijsrisico van de terhandstelling op de gebruiker, in dit geval Jubilee.

4.10. Jubilee heeft zich beroepen op de algemene verklaring onder e op het aanvraagformulier, waarin [A] verklaart dat hij de algemene voorwaarden heeft gelezen, begrepen en geaccepteerd. Zelfs indien veronderstellenderwijs met [A] ervan zou worden uitgegaan dat dit op zichzelf een algemene voorwaarde is, is het geen algemene voorwaarde die is vermeld op de zwarte of grijze lijst. De verklaring valt niet onder artikel 6:236 sub k BW, aangezien het hier niet gaat om een beding dat jegens een consument de mogelijkheid om bewijs te leveren uitsluit. Indien sprake zou zijn van een algemene voorwaarde, ziet de rechtbank ook overigens in dit geval geen aanleiding om te oordelen dat die een onredelijk bezwarend karakter zou hebben.

4.11. [A] heeft op het aanvraagformulier verklaard dat hij de algemene voorwaarden heeft gelezen, begrepen en geaccepteerd. [A] heeft ter comparitie onder meer verklaard dat hij op enig moment kennis heeft genomen van de algemene voorwaarden, maar dat hij niet weet of de voorwaarden hem ter hand zijn gesteld voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst. [A] heeft ter comparitie tevens verklaard dat zijn opmerking “Ik kan bovenstaande niet zondermeer verklaren” bij de algemene verklaring niet ziet op onderdeel e. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank Jubilee voorshands geslaagd in het door haar te leveren bewijs dat de algemene voorwaarden tijdig aan [A] ter hand zijn gesteld. [A] zal in de gelegenheid worden gesteld tegenbewijs te leveren door het bewijs van terhandstelling te ontzenuwen. De procedure zal naar de rol van 18 augustus 2010 worden verwezen, zodat [A] zich kan uitlaten of hij dit tegenbewijs wenst te leveren en zo ja, bewijsstukken in het geding kan brengen of, indien hij het tegenbewijs door middel van getuigen wenst te leveren, zich uit kan laten over de persoon en het aantal van de te horen getuigen.

4.12. Indien [A] het tegenbewijs niet levert, geldt tussen partijen dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn op de verzekeringsovereenkomst. Jubilee beroept zich op de bijzondere uitsluiting van artikel 16.1 van de algemene voorwaarden. Jubilee stelt niet dat er in de twaalf maanden voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst sprake is geweest van een behandeling of diagnose voor klachten die verband houden met de uiteindelijk vastgestelde oorzaak van arbeidsongeschiktheid, zodat in dit geval (uitsluitend) moet worden beoordeeld of het beroep slaagt op de eerste volzin van artikel 16.1 van de algemene voorwaarden: “Uitgesloten is arbeidsongeschiktheid voorvloeiend uit of verband houdend met een ziekte, gebrek, aandoening of een abnormale geestelijke of lichamelijke toestand welke reeds bestond ten tijde van het sluiten van de verzekering.”

4.13. De onder 2.8 genoemde medische informatie bevat aanknopingspunten voor het oordeel dat [A] in de periode voorafgaand aan de verzekeringsovereenkomst klachten had, waaronder klachten die later zijn meegewogen in de bij [A] gestelde diagnose schizofrenie. Uit die informatie blijkt niet dat reeds voor het sluiten van de verzekeringsovereenkomst is vastgesteld dat [A] aan schizofrenie leed. Onvoldoende duidelijk is nog of het gaat om klachten die een beroep op artikel 16.1 van de algemene voorwaarden doen slagen. De rechtbank zal, indien [A] geen tegenbewijs levert tegen de terhandstelling van de algemene voorwaarden, naar zich thans laat aanzien behoefte hebben aan deskundige voorlichting alvorens verder te beoordelen of het beroep van Jubilee op de uitsluiting van artikel 16.1 van de algemene voorwaarden slaagt. De bewijslast hiervan rust op Jubilee, die zich beroept op het rechtsgevolg van haar desbetreffende stellingen. Het voorschot van het deskundigenonderzoek zal door Jubilee gedragen moeten worden. Partijen zullen gelegenheid krijgen zich bij akte uit te laten over de persoon van de deskundige, de aard van de benodigde deskundigheid en de te stellen vragen.

4.14. Indien het tegenbewijs tegen de terhandstelling niet wordt geleverd en aldus komt vast te staan dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn, komt de door de rechtbank tijdens de comparitie opgeworpen vraag aan de orde of de rechtbank ambtshalve dient te toetsen of artikel 16.1 van de algemene voorwaarden mogelijk een onredelijk bezwarend beding is. [A] is een consument. Op grond van artikel 3 van de richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (de richtlijn), wordt een beding dat de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort als oneerlijk, dat wil zeggen: onredelijk bezwarend, beschouwd. De rechtbank is gehouden ambtshalve te toetsen of een contractueel beding oneerlijk is zodra de rechtbank beschikt over de daartoe feitelijk en rechtens noodzakelijke gegevens. In deze procedure kan na bewijslevering wellicht de vraag rijzen of de door Jubilee bepleite uitleg van artikel 16.1 van de algemene voorwaarden ertoe leidt dat zich na het sluiten van de verzekeringsovereenkomst geen onzeker voorval kan verwezenlijken waarvoor de verzekering dekking biedt.

Partijen krijgen gelegenheid om zich over deze kwesties uit te laten, desgewenst reeds thans bij akte uitlating deskundige en anders zonodig na bewijslevering. Gelet hierop heeft [A] geen belang bij zijn verzoek om aanvulling van het proces-verbaal van de comparitie.

4.15. Indien [A] het bewijs van terhandstelling van de algemene voorwaarden door middel van tegenbewijs ontzenuwt, komt niet vast te staan dat de algemene voorwaarden aan [A] ter hand zijn gesteld. Dan slaagt het beroep op vernietigbaarheid van de algemene voorwaarden. Voor dit geval beroept Jubilee zich op de bepaling, vermeld op het aanvraagformulier: “Deze verzekering geeft geen dekking tegen de gevolgen van ziektes of aandoeningen die reeds bestaan of zich hebben geopenbaard in de 12 maanden voorafgaand aan de ingangsdatum van de verzekering.”. Tussen partijen is in geschil of deze situatie zich voordoet. Volgens [A] was er in de twaalf maanden voorafgaand aan de verzekering geen sprake van klachten die duiden op schizofrenie. Volgens Jubilee blijkt uit de klachten van [A] sinds het overlijden van zijn moeder in 1993 dat hij de ziekte of aandoening schizofrenie heeft ontwikkeld en bestonden die klachten ruim voor het sluiten van de verzekeringsovereenkomst.

4.16. Zoals hiervoor vermeld, stelt Jubilee niet dat er in de twaalf maanden voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst sprake is geweest van een behandeling of diagnose voor klachten die verband houden met de uiteindelijk vastgestelde oorzaak van arbeidsongeschiktheid. Het wordt er dan voor gehouden dat van openbaring van schizofrenie in deze periode geen sprake is geweest. De vraag is vervolgens of de ziekte schizofrenie in die twaalf maanden bij [A] bestond.

4.17. Partijen verschillen blijkens de wederzijdse standpunten kennelijk niet alleen van mening over de feitelijke grondslag van het beroep van Jubilee op de bepaling van het aanvraagformulier, maar ook over de betekenis van die bepaling. Bij de uitleg ervan komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen en aan de bepaling mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. De bepaling is door Jubilee voorgedrukt op het aanvraagformulier. Andere relevante verklaringen of gedragingen zijn niet gesteld. Wanneer komt vast te staan dat de algemene voorwaarden niet van toepassing zijn, kan bij de uitleg van de bepaling op het aanvraagformulier geen acht worden geslagen op (de betekenis van) artikel 16.1 van de algemene voorwaarden. Onder deze omstandigheden mocht [A] erop vertrouwen dat deze bepaling hem het recht op uitkering niet zou onthouden indien de medische informatie tot aan het sluiten van de verzekeringsovereenkomst niet laat zien dat de ziekte schizofrenie bij hem bestond in de twaalf maanden voorafgaand aan het sluiten van de verzekeringsovereenkomst.

4.18. In dit verband is relevant dat tussen partijen in geschil is of alle relevante medische informatie door [A] aan de medisch adviseur van Jubilee is overhandigd. [A] stelt weliswaar dat dit het geval is, maar betwist niet dat de patiëntenkaart van de huisarts niet (volledig) is overgelegd. De rechtbank heeft ook op dit punt behoefte aan voorlichting door een deskundige en is voornemens aan de deskundige te vragen of uit de medische informatie, vermeld onder 2.8, en de patiëntenkaart van de huisarts onmiskenbaar blijkt dat de ziekte schizofrenie in de twaalf maanden voorafgaand aan het sluiten van de verzekeringsovereenkomst bestond. De rechtbank ziet dus geen aanleiding om aan de deskundige te vragen of uit die informatie achteraf bezien is af te leiden dat de ziekte schizofrenie toen bij [A] moet hebben bestaan. Partijen zullen gelegenheid krijgen zich bij akte uit te laten over de persoon van de deskundige, de aard van de benodigde deskundigheid en de te stellen vragen.

4.19. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. laat [A] toe tot tegenbewijs tegen de voorshands bewezen geachte stelling van Jubilee dat de algemene voorwaarden aan [A] voor het sluiten van de verzekerings¬overeen¬komst ter hand zijn gesteld,

5.2. bepaalt dat [A] bij akte kan doen mededelen of hij gebruik wil maken van de gelegenheid tot het leveren van tegenbewijs,en, indien hij het tegenbewijs niet door getuigen wil leveren, bewijsstukken en / of andere bewijsmiddelen kan overleggen,

5.3. bepaalt dat [A] zich bij akte kan uitlaten over de kwesties die in rechtsoverweging 4.14 zijn vermeld en dat Jubilee daarop bij antwoordakte kan reageren;

5.4. bepaalt dat [A], indien hij het onder 5.1 vermelde tegenbewijs niet wenst te leveren, zich bij akte kan uitlaten over de persoon van de deskundige, de aard van de benodigde deskundigheid en de te stellen vragen met het oog op het deskundigenonderzoek, vermeld onder 4.13 en 4.18, waarop Jubilee bij antwoordakte kan reageren;

5.5. verwijst de zaak voor dit alles naar de rol van 18 augustus 2010;

5.6. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. de Groot en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2010.?