Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BO0441

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
13-10-2010
Datum publicatie
15-10-2010
Zaaknummer
1131976 DX EXPL 10-95
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

effectenlease-overeenkomst; artikel 1:88 BW; verjaring; en/of-rekening; bewijsvermoeden; stelplicht en tegenbewijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

zaak- en rolnummer: 1131976 DX EXPL 10-95

vonnis van: 13 oktober 2010

f.no.: 718

Vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

nader te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. G. van Dijk,

t e g e n

de naamloze vennootschap Dexia Bank Nederland N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

nader te noemen: Dexia,

gemachtigde: H. Verbeek.

De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 22 februari 2010, met producties;

- de conclusie van antwoord van Dexia, met producties;

- het tussenvonnis van 21 april 2010 waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

- het proces-verbaal van comparitie tevens getuigenverhoor van 10 september 2010, met de daarin genoemde stukken.

1.2. Daarna is vonnis bepaald op heden.

Gronden van de beslissing

2. De feiten

Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

2.1. Dexia is de rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchere N.V., alsmede van Legio-Lease B.V. (hierna: Labouchere of Legio-Lease). Waar hierna sprake is van Dexia worden haar rechtsvoorgangsters daaronder mede begrepen.

2.2. Tussen [eiser] en Dexia is een effectenlease-overeenkomst tot stand gekomen met het contractnummer [nr], hierna te noemen: de lease-overeenkomst. Op 12 augustus 2003 is de lease-overeenkomst verlengd.

2.3. Voor de totstandkoming van deze lease-overeenkomst heeft de echtgenoot van [eiser], [naam 1] (hierna: [naam 1]) geen (schriftelijke) toestemming verleend.

2.4. Bij brief van 7 oktober 2005 (hierna: de vernietigingsbrief) heeft [naam 1] met een beroep op artikel 1:89 BW de lease-overeenkomst vernietigd.

3. Vorderingen

3.1. [eiser] heeft vorderingen ingesteld als vermeld in de dagvaarding, waaronder de vordering dat bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht wordt verklaard dat de onderhavige overeenkomst rechtsgeldig door [naam 1] is vernietigd en Dexia te veroordelen tot (terug)betaling van al hetgeen in het kader van de lease-overeenkomst is betaald, vermeerderd met de wettelijke rente, en voorts voorwaardelijk dat Dexia de registratie van [eiser] bij het Bureau Krediet Registratie te Tiel (BKR) ongedaan laat maken, zulks op straffe van een dwangsom.

3.2. Aan de vorderingen wordt ten grondslag gelegd, voor zover voor de beoordeling van belang, dat de lease-overeenkomst moet worden aangemerkt als huurkoop in de zin van artikel 7A:1576h BW en derhalve als koop op afbetaling in de zin van artikel 7A:1576 BW en dus de toestemming van [naam 1] behoefde ingevolge artikel 1:88 lid 1 sub d BW. Omdat deze (schriftelijke) toestemming ontbreekt is de lease-overeenkomst rechtsgeldig vernietigd.

4. Standpunten Dexia

4.1. Dexia voert gemotiveerd verweer tegen de vorderingen. Voor zover relevant zal dat hierna aan de orde komen.

5. Beoordeling

Huurkoop en artikel 1:88/1:89 BW

5.1. Ingevolge de arresten van de Hoge Raad van 28 maart 2008, (LJN BC2837) en 9 juli 2010 (LJN BM3868) wordt de lease-overeenkomst aangemerkt als huurkoop.

5.2. Dit betekent dat artikel 1:88 lid 1 onder d BW op de lease-overeenkomst van toepassing is, zodat [eiser] voor het aangaan van de lease-overeenkomst de toestemming van [naam 1] behoefde. Nu volgens artikel 7A:1576i BW huurkoop bij akte wordt aangegaan, diende deze toestemming ook schriftelijk te worden gegeven (vgl. het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 1 maart 2007, LJN AZ9721, rov 2.12.3 en het reeds genoemde arrest van de Hoge Raad van 28 maart 2008). Aangezien deze schriftelijke toestemming ontbreekt, had [naam 1] de bevoegdheid een beroep te doen op de hier bedoelde vernietigbaarheid.

5.3. Dexia beroept zich er op dat het vernietigingsrecht van artikel 1:89 BW is verjaard. De kantonrechter stelt voorop dat de verjaringstermijn voor een beroep op dit vernietigingsrecht op grond van artikel 3:52 lid 1 sub d BW drie jaar is. De termijn vangt aan op het moment dat degene aan wie de bevoegdheid tot vernietiging toekomt bekend wordt met de overeenkomst. Niet noodzakelijk is dat deze bekend is met de juridische kwalificatie van die overeenkomst (vgl. HR 5 januari 2007, LJN AY8771 en Gerechtshof Amsterdam, 19 mei 2009, LJN BI 4359). Van belang is derhalve wanneer [naam 1] bekend was met het bestaan van de lease-overeenkomst.

5.4. Op Dexia rust de stelplicht en bewijslast ten aanzien van het beroep op verjaring.

5.5. Ter onderbouwing van haar beroep op verjaring heeft Dexia allereerst aangevoerd dat er in de Nederlandse gezinsverhoudingen van uitgegaan mag worden dat de echtgenoot er steeds van op de hoogte is wanneer de partner investeringen als de onderhavige doet. Deze stelling is echter naar het oordeel van de kantonrechter in haar algemeenheid onvoldoende om bekendheid van [naam 1] met de lease-overeenkomst aan te nemen. De kantonrechter verwijst in dit verband naar het eerdergenoemde arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 19 mei 2009. Hetzelfde geldt voor de andere stellingen van Dexia die slechts berusten op aannames en niet op concrete aanknopingspunten in deze zaak.

5.6. Dexia heeft voorts onder meer - onweersproken - aangevoerd dat betalingen van de op grond van de lease-overeenkomst verschuldigde bedragen hebben plaatsgevonden vanaf een en/of-rekening die op naam van [eiser] en [naam 1] stond. Op diezelfde en/of-rekening zijn tevens dividenden uitbetaald. Het is volgens Dexia aannemelijk dat [naam 1] mede aan haar gerichte bankafschriften van die rekening heeft ingezien, dan wel inzicht heeft gehad in de afschrijvingen op die rekening, dan wel gebruik heeft gemaakt van de dividenden. Uit het voorgaande volgt volgens Dexia dat [naam 1] op de hoogte was van de lease-overeenkomst, met ingang van de (oudste) ontvangstdatum van de bankafschriften waarop die betalingen staan vermeld.

5.7. [eiser] heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen deze stellingen van Dexia en daarbij onder meer aangevoerd dat [naam 1] geen bemoeienis had met de financiële administratie van het gezin en geen kennis nam van de bankafschriften van de en/of-rekening. Voorts heeft [eiser] aangevoerd dat [naam 1] over een eigen (eveneens en/of te naam gestelde) bankrekening beschikte, waarop zij haar eigen salaris ontving.

5.8. [eiser] heeft erkend dat betalingen inzake de lease-overeenkomst hebben plaatsgevonden vanaf de en/of rekening. Dit wettigt in beginsel de gevolgtrekking dat [naam 1] door kennisname van één of meer bankafschriften kennis heeft gekregen van het bestaan van de onderhavige lease-overeenkomst, zodat Dexia voorshands in het bewijs van haar stelling is geslaagd. Nu [eiser] meer heeft aangevoerd dan het geval was in (onder meer) de uitspraken van het Hof Amsterdam van 27 april 2010 (LJN BM6734 en BM6736), namelijk dat [naam 1] over een eigen (en/of) rekening beschikte, is [eiser] tot tegenbewijs toegelaten.

5.9. Ter gelegenheid van het getuigenverhoor heeft [naam 1], voor zover relevant, het volgende verklaart. [naam 1] houdt zich niet bezig met financiële zaken, dat doet haar man. De studiekosten van de kinderen betaalt zij wel en daarvoor gebruikt zij haar Rabobank rekening. [eiser] betaalt de hypotheek en de vaste lasten. De ABN Amro rekening gebruikt zij wel eens. Dan pint zij geld voor de boodschappen en dergelijke. Bij het boodschappen doen gebruikt zij de pinpas van de ABN rekening. Ze kijkt niet op de afschriften en houdt niet bij hoeveel geld er op de ABN Amro rekening staat. Voor de rest van haar uitgaven gebruikt zij haar eigen pinpas. [eiser] heeft haar over het aangaan van de lease-overeenkomst niets verteld. [eiser] heeft haar in 2003 over de lease-overeenkomst geïnformeerd. Zij kan niet vertellen waarom zij weet dat dit in 2003 was, [eiser] heeft haar toen verteld dat het een rechtszaak zou worden. In 2005 heeft zij de vernietigingsbrief ondertekend.

5.10. [eiser] heeft ter gelegenheid van het getuigenverhoor, voor zover relevant, het volgende verklaard. [eiser] regelt de financiën. [naam 1] pint huishoudgeld van zijn rekening en daar doet zij de boodschappen mee. [naam 1] kijkt nooit in zijn rekeningafschriften van de ABN en ING rekening. [eiser] kijkt nooit in de afschriften van de Rabobank rekening van zijn vrouw, hoewel deze ook een en/of rekening is. Hij heeft zijn vrouw niet geïnformeerd over het aangaan van de lease-overeenkomst, omdat hij met de opbrengst daarvan zijn vrouw wilde verrassen. Zijn achterliggende gedachte was dat hij iets extra’s zou hebben als de kinderen gingen studeren. [eiser] heeft LegioLease begin 2003 gebeld, omdat hij dacht dat het fout zat. Dit was geen aanleiding om het zijn vrouw te vertellen. [eiser] had nog goede hoop. Toen later bleek dat Leaseverlies zou gaan procederen tegen Dexia, heeft hij het zijn vrouw verteld. Dit was ten tijde van het Dexia Aanbod in 2003.

5.11. Gelet op hetgeen de getuigen hebben verklaard is de kantonrechter van oordeel dat [eiser] erin is geslaagd tegenbewijs te leveren. Beide getuigen verklaren dat de en/of-rekening waarvan de lease-overeenkomst betaald is wel door [naam 1] werd gebruikt maar nooit door [naam 1] werd bekeken, omdat het in feite de rekening van [eiser] was. Beide getuigen verklaren eveneens dat [eiser] [naam 1] in 2003 heeft verteld over de lease-overeenkomst. [eiser] weet dat dit in 2003 was, omdat dit gelijktijdig was met het Dexia Aanbod. Voor het overige bevatten de verklaringen geen (noemenswaardige) inconsistenties en is er geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid daarvan. Dat leidt ertoe dat het tegenbewijs is geleverd en het onder 5.8 genoemde (bewijs)vermoeden is ontzenuwd. Dexia is er dan ook niet in geslaagd haar stelling dat [naam 1] eerder dan drie jaar voor 7 oktober 2005 op de hoogte was van het bestaan van de lease-overeenkomst te bewijzen. Er moet derhalve van uit worden gegaan dat [naam 1] de lease-overeenkomst tijdig heeft vernietigd. Die vernietiging treft ook de verlenging van de lease-overeenkomsten.

5.12. Nu de lease-overeenkomst rechtsgeldig is vernietigd dienen alle betalingen aan Dexia op grond van de lease-overeenkomst te worden gerestitueerd, verminderd met hetgeen [eiser] op grond van die overeenkomst van Dexia heeft ontvangen, zoals uitgekeerde dividenden. Op grond van de lease-overeenkomst is in totaal € 5.895,34 (termijnen) aan Dexia betaald waarop een bedrag van € 2.175,88 voor ontvangen dividenden en andere uitkeringen in mindering dient te worden gebracht zodat per saldo een bedrag van € 3.719,46 dient te worden gerestitueerd.

Wettelijke rente

5.13. Dexia is in verzuim geraakt vanaf een termijn van vier weken na de vernietigingsbrief, waarna er immers redelijkerwijs vanuit mocht worden gegaan dat Dexia niet in de vernietiging berustte. Dexia is derhalve in deze zaak met de terugbetaling in verzuim geraakt vanaf 4 november 2005. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar over het door Dexia te restitueren bedrag vanaf dat moment.

BKR-registratie

5.14. Nu Dexia heeft erkend dat zij een A-codering ten aanzien van [eiser] aan het BKR heeft doorgegeven en aldus de voorwaarde is vervuld waaronder deze vordering is ingesteld, dient deze vordering te worden beoordeeld. Omdat [eiser] ingevolge dit vonnis geen betalingsverplichtingen jegens Dexia meer heeft, zal de vordering met betrekking tot de BKR-registratie worden toegewezen, met dien verstande dat de gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd en de termijn waarbinnen Dexia aan haar na te melden verplichting moet voldoen zal worden gesteld op veertien dagen na betekening van dit vonnis.

Overige stellingen

5.15. Gelet op het voorgaande heeft [eiser] geen belang meer bij (eventuele) andere vorderingen. De overige stellingen van partijen behoeven geen behandeling meer.

Proceskosten

5.16. Gelet op de uitslag van de procedure dient Dexia te worden veroordeeld in de kosten van het geding.

Beslissing

De kantonrechter:

I. verklaart voor recht dat de lease-overeenkomst rechtsgeldig door [naam 1] is vernietigd;

II. veroordeelt Dexia aan [eiser] te betalen € 3.719,46, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 4 november 2005 tot aan de dag der algehele voldoening, verminderd met de wettelijke rente over de na die datum van Dexia ontvangen uitkeringen vanaf het moment van ontvangst, tot aan de dag der algehele voldoening;

III. veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure aan de zijde van [eiser] gevallen, tot op heden begroot op:

- voor verschuldigd griffierecht € 208,00

- voor exploot van dagvaarding € 85,98

- voor salaris van gemachtigde € 350,00

totaal: € 643,98

een en ander, voor zover verschuldigd, inclusief btw;

IV. veroordeelt Dexia om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het BKR te berichten dat [eiser] geen verplichtingen uit de lease-overeenkomst meer heeft, op straffe van een dwangsom van € 100,00 voor elke dag dat Dexia niet aan deze veroordeling voldoet tot een maximum van € 10.000,00;

V. verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

VI. wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. H.C. Bijleveld, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 oktober 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter