Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BN5081

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
27-08-2010
Datum publicatie
27-08-2010
Zaaknummer
13/401878-09 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ontucht leraar met een aan zijn opleiding toevertrouwde minderjarige leerlinge.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/401878-09 (Promis)

Datum uitspraak: 27 augustus 2010

op tegenspraak

VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres].

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 augustus 2010.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. W. van Schaijck en van hetgeen door de raadsvrouw van verdachte

mr. I.J.K. van der Meer en door de verdachte naar voren is gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2009 tot

en met 30 september 2009 te Amsterdam en/of te Zwolle, in elk geval in

Nederland ontucht heeft gepleegd met de aan zijn opleiding (te weten in zijn

functie van [docent] bij [school]) toevertrouwde

minderjarige [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 1992, immers heeft hij in

voornoemde periode meermalen, althans eenmaal

- haar (met olie) gemasseerd en/of

- haar bh(-bandje) losgemaakt en/of

- een hand op haar borst gelegd en/of

- aan haar be(e)n(en) gezeten/gevoeld en/of geaaid en/of-

- naakt naast haar gelegen en/of

- haar gezoend en/of

- haar broek uitgetrokken en/of

- haar vagina betast en/of haar gevingerd en/of

- haar vagina gelikt en/of

- haar met zijn penis vaginaal gepenetreerd (waardoor zij zwanger is geraakt);

(artikel 249 Wetboek van Strafrecht)

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 1 juli 2009 tot 30 september 2009 te Amsterdam en te Zwolle en elders in Nederland, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn opleiding, te weten in zijn functie van [docent] bij [school], toevertrouwde minderjarige [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 1992, immers heeft hij in voornoemde periode

- haar met olie gemasseerd en

- haar bh-bandje losgemaakt en

- een hand op haar borst gelegd en

- aan haar been gezeten en

- naakt naast haar gelegen en

- haar gezoend en

- haar broek uitgetrokken en

- haar vagina betast en haar gevingerd en

- haar vagina gelikt en

- haar met zijn penis vaginaal gepenetreerd waardoor zij zwanger is geraakt.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

4. Waardering van het bewijs

4.1. Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. De officier van justitie heeft hiertoe aangevoerd dat de verklaring van het slachtoffer wordt ondersteund door de verklaring van de rector van [school] [rector] en de schriftelijke verklaring van de Oosterparkkliniek, waaruit blijkt dat de zwangerschap is ontstaan op de dag waarover slachtoffer heeft verklaard dat er gemeenschap is geweest met verdachte. Tevens past het gedragspatroon van verdachte bij de verklaring van het slachtoffer. De officier van justitie stelt zich verder op het standpunt dat er sprake was van een gezagsverhouding tussen slachtoffer en verdachte en dat de handelingen derhalve ontuchtig waren.

4.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich onder meer op het standpunt gesteld dat er geen sprake is geweest van ontucht, nu er geen gezagsverhouding bestond tussen verdachte en het slachtoffer. De raadsvrouw heeft hiertoe aangevoerd dat verdachte sinds maart 2009 het schoolwerk van het slachtoffer niet meer beoordeelde, dat het slachtoffer schoollessen van verdachte overnam en op basis van vrijwilligheid lessen bij verdachte is gaan volgen. De ontmoetingen tussen verdachte en het slachtoffer waren op basis van vrijwilligheid en op initiatief van het slachtoffer. Tevens vond het contact plaats in de zomervakantie en hadden de ontmoetingen een privékarakter.

De verdediging heeft zich tevens op het standpunt gesteld dat niet kan worden vastgesteld welke feitelijke handelingen zich hebben voorgedaan, nu verdachte de verklaring van het slachtoffer op bepaalde punten betwist en er voor die handelingen geen steunbewijs is. Verdachte dient derhalve geheel dan wel partieel te worden vrijgesproken.

4.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de hierna in samenvattende vorm weergegeven feiten en omstandigheden zoals vervat in de als voetnoten weergegeven gebezigde bewijsmiddelen.

Op 30 september 2009 doet [rector] (verder: aangever), rector van [school] te [woonplaats], aangifte tegen verdachte. Verdachte is [docent] bij voornoemd [school]. [slachtoffer] (verder: het slachtoffer) heeft les van verdachte. Aangever heeft verdachte in maart 2009 ten sterkste ontraden om privécontact met het slachtoffer te hebben. Op 23 september 2009 vertelde de moeder van het slachtoffer dat het slachtoffer zwanger was en dat verdachte de verwekker was. i

Aangever heeft op vrijdag 25 september 2009 met verdachte gesproken. Verdachte heeft aangever verteld dat zich in de loop van de tijd een intensief contact tussen hem en het slachtoffer ontwikkelde en dat er persoonlijk informatie werd uitgewisseld. In de zomervakantie van 2009 hebben verdachte en het slachtoffer een afspraak gemaakt om elkaar in Zwolle te ontmoeten. Het was erg gezellig en verdachte kon niet meer met de laatste trein naar huis komen. Verdachte en het slachtoffer zijn samen in een hotel en in bed beland. Het slachtoffer was toen 17 jaar. Verdachte vertelt dat er toen intiem contact is geweest, maar geen penetratie. Na dit voorval zijn er nog enkele gelegenheden geweest waarbij verdachte samen met het slachtoffer slaapt. Een van die keren was bij het slachtoffer thuis. Het slachtoffer is ook in de woning van verdachte geweest. Bij een van die gelegenheden heeft er ook penetratie plaatsgevonden. Verdachte vertelde aan aangever dat hij er vanuit ging dat het slachtoffer van hem zwanger was. Aldus aangever over hetgeen verdachte hem heeft meegedeeld.ii

Op 14 november 2009 heeft het slachtoffer, geboren op [geboortedatum] 1992, een verklaring afgelegd. Het slachtoffer heeft verklaard dat verdachte een luisterend oor voor haar was. Verdachte belde en sms'te haar.

In de zomervakantie van 2009 is het slachtoffer op haar scooter naar Friesland gereden. Verdachte en het slachtoffer hebben in Zwolle afgesproken. Het slachtoffer ging met verdachte uit eten. Verdachte miste de trein. Na aandringen bleef verdachte op de bank in de door het slachtoffer gehuurde kamer logeren. Verdachte kwam naast het slachtoffer in haar bed liggen. Het slachtoffer wilde dit niet en heeft dit gezegd. Verdachte begon het slachtoffer met olie te masseren. Verdachte maakte slachtoffers bh(-bandje) los. Verdachte legde zijn hand op slachtoffers borst. Verdachte voelde aan slachtoffers benen. 's Ochtends is verdachte naakt naast het slachtoffer in bed komen liggen. Het slachtoffer had veelvuldig contact met verdachte.

Het slachtoffer ging bij verdachte (de rechtbank begrijpt: te [woonplaats]) lunchen. Op de dag van de lunch voelde het slachtoffer zich moe en ging op het bed van verdachte liggen. Verdachte kwam naast haar liggen en verdachte zoende haar.

Verdachte en het slachtoffer hebben langs de Ouderkerkerplas gewandeld. Verdachte deed slachtoffers broek uit en haar beha los. Het slachtoffer heeft verklaard dat ze steeds "nee" zei, maar dat verdachte zei dat haar lichaamstaal iets anders zei. Verdachte betastte slachtoffers vagina en vingerde haar. Verdachte likte aan haar vagina.

Op 3 september 2009 had het slachtoffer voor het eerst seks met verdachte. Verdachte nam het slachtoffer mee naar zijn bed. Op een gegeven moment voelde het slachtoffer dat verdachte haar met zijn penis vaginaal penetreerde. Het slachtoffer heeft verklaard dat zij met verdachte haar eerste seksuele ervaring heeft gehad. Na het vaginaal penetreren van [verdachte] heeft het slachtoffer geen seks meer met een andere man gehad. Twee weken later heeft het slachtoffer ontdekt dat ze zwanger was.iii

Op 29 september 2009 werd bij echografie een zwangerschap vastgesteld van ruim vier weken gerekend vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie.iv

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het slachtoffer in het schooljaar van 2008/2009 lessen bij hem heeft gevolgd. Er was eerst e-mail contact over de lesstof en later is het contact vriendschappelijk geworden.

Verdachte heeft verklaard dat hij begin juli 2009 naar Zwolle is gegaan om met het slachtoffer te eten. Verdachte miste de laatste trein terug. Verdachte kon geen kamer bijboeken en is toen op de bank in de hotelkamer van het slachtoffer gaan liggen. De bank was echter te klein en verdachte is bij het slachtoffer in bed gaan liggen. Verdachte heeft slachtoffers rug met olie gemasseerd. Het slachtoffer had toen geen bh en shirt aan.

Op 15 augustus 2009 hebben verdachte en het slachtoffer bij de Oudekerkerplas gezoend. Verdachte heeft verklaard dat het slachtoffer en hij daar aan elkaar hebben liggen friemelen. Het slachtoffer is 2 à 3 keer bij hem thuis geweest. Ze hebben gezoend en geknuffeld op bed. Er was sprake van wederzijdse verliefdheid.v

Gezagsverhouding

Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat er ten tijde van de tenlastegelegde periode sprake was van een gezagsverhouding tussen verdachte en het slachtoffer. Verdachte stond uit hoofde van zijn functie, docent aan [school], met alle leerlingen van de school in een gezagsrelatie, aangezien een docent over de mogelijkheden beschikt om leerlingen en hun schoolomgeving te beïnvloeden. Nu verdachte en het slachtoffer in een gezagsverhouding stonden zijn de bewezen geachte handelingen als ontuchtig in de zin van artikel 249 Wetboek van strafrecht aan te merken. Dat het slachtoffer vrijwillig contact had met verdachte, het contact (deels) in de zomervakantie plaatsvond en een privékarakter had, doet niet af aan het ontuchtige karakter van de handelingen.

Betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer

De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen over de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer, nu de verklaring van het slachtoffer gedetailleerd en consistent is en op onderdelen wordt ondersteund door de verklaring van de verdachte ter terechtzitting en de verklaring van de aangever.

5. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

De verdediging heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat hij verschoonbaar heeft gedwaald over de gezagsrelatie met het slachtoffer. Verdachte dacht dat hij niet strafbaar was nu er, gezien de onder 4.2 geschetste omstandigheden, sprake was van een gelijkwaardige relatie en zijn zus, werkzaam als rechercheur bij de politie, hem bij navraag niet op zijn strafbaarheid heeft gewezen.

De rechtbank is van oordeel dat een beroep op feitelijke dwaling niet kan slagen, nu een docent behoort te weten dat het aangaan van een relatie met een leerling in strijd is met de wet en dat dit strafbaar is gesteld. Daarbij komt dat verdachte was gewaarschuwd, aangezien de rector van [school] verdachte heeft ontraden om privécontact met het slachtoffer te hebben. Gelet op het bovenstaande had verdachte niet mogen vertrouwen op het advies van zijn zus.

Er is voorts geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straffen

7.1. Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, met een proeftijd van 5 (vijf) jaren met de bijzondere voorwaarde dat verdachte € 1500,00 zal storten in het schadefonds geweldsmisdrijven. Tevens heeft de officier van justitie een werkstraf gevorderd voor de duur van 240 uren, met bevel, voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen.

7.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht om, indien zij tot een veroordeling komt, rekening te houden met de gevolgen die deze zaak voor verdachte heeft gehad en het gegeven dat, anders dan door de officier van justitie betoogt, uit de pro justitia rapportage niet blijkt dat er sprake is van een verhoogd recidiverisico. De raadsvrouw heeft verzocht om verdachte te veroordelen tot een lagere staf dan door de officier van justitie is gevorderd.

7.3. Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een voorwaardelijke vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ontucht met een aan zijn opleiding toevertrouwde minderjarige leerlinge. Door zodanig te handelen heeft verdachte het in hem als leraar gestelde vertrouwen, met name ook het vertrouwen van de ouders van het slachtoffer, geschonden. De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij als docent bij zijn omgang met het slachtoffer geen professionele afstand heeft gehouden. Verdachte had er rekening mee moeten houden dat het slachtoffer, ondanks haar volwassen en intelligente voorkomen, net als iedere zeventienjarige op het gebied van seksualiteit kwetsbaar is.

De rechtbank heeft - meer dan de officier van justitie - rekening gehouden met de volgende omstandigheden.

Allereerst is verdachte blijkens het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 19 juli 2010 niet eerder veroordeeld.

Tevens heeft de rechtbank acht geslagen op het Pro Justitia rapport d.d. 4 mei 2010, opgemaakt door psycholoog Drs. D. Koppers, waarin wordt vermeld dat verdachte een

29-jarige man is met een begaafde intelligentie, waarbij geen aanwijzingen zijn gevonden voor de aanwezigheid van een psychische stoornis. Verder zijn er geen aanwijzingen voor een patroon van seksueel grensoverschrijdend gedrag of voor een structureel patroon van relaties met minderjarigen dan wel met mensen met wie hij in een gezagsrelatie staat.

Verdachte heeft in zijn laatste woord overtuigend blijk gegeven dat hij inzicht heeft in de door hem gemaakte fout en dat hij spijt heeft van zijn handelen voorzover door hem erkend.

Dit in samenhang met het voornoemde Pro Justitia rapport, sterkt de rechtbank in de overtuiging dat verdachte niet nogmaals een dergelijke fout zal maken. De rechtbank ziet derhalve geen aanleiding om een proeftijd van 5 jaar op te leggen. Gezien de aard van het bewezenverklaarde feit en de persoon van verdachte ziet de rechtbank ook geen aanleiding voor een bijzondere voorwaarde, zoals door de officier van justitie is gevorderd.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden, ook rekening houdend met de overige persoonlijke omstandigheden, zoals zijn ontslag als docent en de invloed van publicaties in de media op verdachte, er aanleiding bestaat om bij de straftoemeting af te wijken van hetgeen door de officier van justitie is gevorderd.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9. Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

Ontucht plegen met een aan zijn opleiding toevertrouwde minderjarige.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

Beveelt dat deze straf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 150 uren, met aftrek van de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag.

Beveelt dat, als de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 dagen.

Beveelt dat verdachte de aanwijzingen en opdrachten opvolgt die hem in het kader van de tenuitvoerlegging van de taakstraf door of namens de reclassering worden gegeven.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.P.C. Janssen, voorzitter,

mrs. Sj.A. Rullmann en L. Voetelink, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. van Douwen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 augustus 2010.

i Een proces-verbaal van aangifte met nummer 2009264427-1 van 30 september 2009, in de wettelijke vorm[0] opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam 1] en [naam 2] (doorgenummerde pag. 7 en 8), inhoudende de verklaring van [rector].

ii Een proces-verbaal van aangifte met nummer 2009264427-1 van 30 september 2009, in de wettelijke vorm[0] opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam 1] en [naam 2] (doorgenummerde pag. 9 en 10), inhoudende de verklaring van [rector].

iii Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 2009264427-3 van 14 november 2009, in de wettelijke vorm[0] opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam 1] en [naam 3] (doorgenummerde pag. 22 t/m 24), inhoudende de verklaring van [slachtoffer].

iv Een geschrift, zijnde een verklaring d.d. 4 december 2009 van A. Jansen, arts bij de Oosterparkkliniek te Amsterdam.

v De verklaring die verdachte heeft afgelegd ter terechtzitting van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam van 13 augustus 2010, zoals neergelegd in het proces-verbaal van die terechtzitting.

Inzake: [verdachte]

Parketnummer: 13/401878-09