Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BN3642

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17-03-2010
Datum publicatie
10-08-2010
Zaaknummer
420100 / HA ZA 09-557 en 437315 / HA ZA 09-2832
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2010:BO4742, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikelen 476a lid 2, 476b en 477a Rv.

X heeft op grond van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van deze rechtbank een vordering op Y in verband met de verkoop van een boot aan Y. Y is mede-bestuurder van Playlogic en hij staat zijn zoon (de andere bestuurder van Playlogic) bij in het bestuur van Playlogic. X heeft derdenbeslag gelegd onder Playlogic ten laste van Y. Playlogic heeft verklaard dat zij niets aan Y verschuldigd is. X heeft die verklaring betwist. Playlogic heeft onvoldoende duidelijkheid verschaft over de (eventuele) honoraria van Y. Dit lag op haar weg nu Y mede-bestuurder is en werkzaamheden verricht. Haar verklaring is dan ook onvoldoende gemotiveerd. Het rechtsgevolg hiervan is dat Playlogic tot betaling wordt veroordeeld als ware zij zelf schuldenaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, enkelvoudige kamer

zaaknummer / rolnummer: 420100 / HA ZA 09-557

zaaknummer / rolnummer: 437315 / HA ZA 09-2832

Vonnis van 17 maart 2010

in de zaak met rolnummer 09-557 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[X] YACHTS B.V.,

gevestigd te Muiden,

eiseres,

advocaat mr. A. Paardekooper,

tegen

de naamloze vennootschap

PLAYLOGIC INTERNATIONAL N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. O. Hammerstein,

en

in de zaak met rolnummer 09-2832 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[X] YACHTS B.V.,

gevestigd te Muiden,

eiseres,

advocaat mr. J. Hagers,

tegen

de naamloze vennootschap

PLAYLOGIC INTERNATIONAL N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. O. Hammerstein.

Partijen worden hierna [X] en Playlogic genoemd.

1. De procedure

In de zaak met rolnummer 09-557

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 2 februari 2009, met producties,

- de conclusie van antwoord, met productie,

- het tussenvonnis van 27 mei 2009, waarbij een comparitie van partijen is gelast,

- het proces-verbaal van comparitie van 3 juli 2009, met de daarin genoemde stukken,

- het proces-verbaal van comparitie van 29 januari 2010, gehouden in de zaak met rolnummer 09-2832, waarbij partijen ermee hebben ingestemd dat ook vragen over de zaak met rolnummer 09-557 aan de orde komen.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

In de zaak met rolnummer 09-2832

1.3. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 18 augustus 2009, met producties,

- de conclusie van antwoord, met producties,

- het tussenvonnis van 18 november 2009, waarbij een comparitie van partijen is gelast,

- het proces-verbaal van comparitie van 29 januari 2010.

1.4. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

In de zaken met rolnummers 09-557 en 09-2832

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1. [Y] is bestuursvoorzitter (‘chief executive officer’) van de aandeelhouder (Playlogic Entertainment, Inc.) van Playlogic. Hij is ook, samen met zijn zoon [B], bestuurder van Playlogic.

2.2. Bij exploot van 24 november 2008 heeft [X] ten laste van [Y] conservatoir beslag gelegd onder Playlogic (hierna: het conservatoir beslag).

Bij fax van 2 december 2008 heeft Playlogic een verklaring derdenbeslag (hierna: de verklaring derdenbeslag) uitgebracht met de mededeling dat er tussen haar en [Y] geen enkele rechtsverhouding bestaat of heeft bestaan, uit hoofde waarvan [Y] op het tijdstip van het conservatoir beslag nog iets van Playlogic te vorderen had, ten tijde van de verklaring te vorderen heeft of nog te vorderen kan krijgen.

2.3. Bij vonnis van 17 juni 2009 van deze rechtbank (hierna: het vonnis van 17 juni 2009) is [Y] veroordeeld tot betaling van € 1.510.365,- aan [X], met rente en kosten. Bij exploot van 25 juni 2009 heeft [X] het vonnis van 17 juni 2009 aan [Y] betekend.

2.4. Bij exploot van 6 juli 2009 heeft [X] ten laste van [Y] executoriaal beslag gelegd onder Playlogic (hierna: het executoriaal beslag).

3. De vordering

In de zaak met rolnummer 09-557

3.1. [X] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad primair Playlogic te veroordelen tot het doen van een gerechtelijke verklaring, gestaafd met bescheiden, van hetgeen is getroffen door het conservatoir beslag, en te bevelen om onder zich te houden hetgeen blijkens deze verklaring door het conservatoir beslag is getroffen.

Subsidiair vordert [X] een redelijke vergoeding in de zin van artikel 479a lid 2 van het Wetboek van Rechtsvordering (hierna: Rv) vast te stellen, van ten minste € 20.000,- netto per maand, althans een bedrag in goede justitie, met bevel als hiervoor vermeld.

Tot slot vordert [X] de kosten van het geding, vermeerderd met rente.

3.2. [X] stelt daartoe het volgende.

De verklaring derdenbeslag is onjuist. [Y] is sinds 28 april 2005 bestuurder van Playlogic en is bij haar in loondienst. Hij is ook voor 30,36% indirect aandeelhouder van Playlogic. Hij bepaalt derhalve het beleid, waaronder de bezoldiging van het personeel, in samenspraak met de andere bestuurder van Playlogic, zijn zoon [B]. [Y] heeft dan ook in feite zelf de verklaring derdenbeslag verstrekt. Het lijkt niet waarschijnlijk dat hij niets van Playlogic te vorderen heeft: salaris noch bonus, ook niet in de vorm van uitgestelde betalingen.

De strekking van artikel 479a lid 2 Rv is dat de schuldeiser niet wordt benadeeld door een schuldenaar die afziet van salaris. In dat geval moet worden uitgegaan van een fictieve redelijke vergoeding. Een nihilstelling van het loon van [Y] kan uitsluitend zijn bedoeld om de schuldeisers van [Y] ernstig in hun verhaalsmogelijkheden te beperken en dit is ook de praktijk. Ter vaststelling van een redelijke vergoeding kan aansluiting worden gezocht bij de zes laatste salarisbetalingen aan [Y], dan wel het salaris dat voor een gelijke functie bij een vergelijkbare onderneming gebruikelijk is. Bij de Amerikaanse toezichthouder SEC zijn stukken gedeponeerd waaruit blijkt dat [Y] aandelen en opties heeft ontvangen, derhalve een vorm van inkomen.

3.3. Playlogic voert verweer, waarop voor zover nodig hieronder zal worden ingegaan.

In de zaak met rolnummer 09-2832

3.4. [X] vordert primair bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Playlogic te veroordelen tot betaling van het bedrag waarvoor [X] ten laste van [Y] beslag heeft gelegd (derhalve het bedrag waarop [X] jegens [Y] aanspraak heeft ingevolge het vonnis van 17 juni 2009).

Subsidiair vordert [X]:

- voor recht te verklaren dat de verklaring derdenbeslag onjuist en onvolledig is,

- Playlogic op grond van artikel 477a lid 2 Rv te veroordelen tot gerechtelijke verklaring (om het bedrag vast te stellen dat Playlogic aan [Y] verschuldigd was ten tijde van het executoriaal beslag) en Playlogic te veroordelen tot afgifte van dat bedrag, en

- een redelijke vergoeding van € 20.000,- per maand, althans een vergoeding in goede justitie vast te stellen.

Verder vordert [X] voorwaardelijk subsidiair, voor het geval dat Playlogic een verklaring derdenbeslag uitbrengt naar aanleiding van het executoriaal verslag, overeenkomstig haar subsidiaire vordering.

[X] vordert primair en subsidiair de kosten van het geding, met rente.

3.5. [X] stelt daartoe, naast hetgeen hiervoor onder 3.2 is weergegeven, het volgende.

De in de artikelen 477a en 479a Rv bedoelde bevoegdheden kunnen blijkens artikel 723 Rv pas vier weken na de betekening van het vonnis van 17 juni 2009 worden uitgeoefend, derhalve op 23 juli 2009. [X] heeft derhalve de verklaring derdenbeslag tijdig betwist.

De redelijke vergoeding van artikel 479a lid 2 Rv kan worden vastgesteld naar analogie van de fiscale praktijk met betrekking tot de bestuurder van een besloten vennootschap. [Y] is bestuurder van Playlogic; hij is geen vrijwilliger. Er moet dan ook iets tegenover zijn arbeid staan. Nu [Y] betalingen (van onkosten en in aandelen en opties) ontvangt van Playlogic Entertainment, Inc., is dit een aanwijzing dat hij ook dergelijke vergoedingen ontvangt van Playlogic.

Playlogic heeft naar aanleiding van het executoriaal beslag geen verklaring afgelegd. Indien Playlogic een verklaring aflegt, moet zij worden veroordeeld in de kosten.

3.6. Playlogic voert verweer, waarop voor zover nodig hieronder zal worden ingegaan.

4. De beoordeling

In de zaak met rolnummer 09-2832

4.1. De stellingen van [X] strekken tot betwisting van de door Playlogic afgelegde verklaring dat er tussen haar en [Y] geen enkele rechtsverhouding bestaat of heeft bestaan, uit hoofde waarvan [Y] op het tijdstip van de beslagen nog iets van Playlogic had te vorderen, nu te vorderen heeft of nog te vorderen kan krijgen.

Playlogic heeft tot haar verweer en ter staving van de juistheid van deze verklaring aangevoerd dat [Y] in zijn hoedanigheid van bestuurder van haar onderneming onbezoldigd als adviseur voor Playlogic optreedt en zijn medebestuurder (namelijk zijn zoon) bijstaat als deze bepaalde vragen heeft, hetgeen onder deze omstandigheden niet ongebruikelijk is. Ter comparitie heeft Playlogic naar voren gebracht dat [Y] soms weken niet aanwezig is, dat het moeilijk te zeggen is hoeveel uur per week of maand met zijn onbezoldigde advieswerkzaamheden voor haar gemoeid zijn, maar dat hiermee misschien een paar uur per maand gemoeid is.

4.2. Dit verweer slaagt niet.

De gerechtelijke verklaring van artikel 477a Rv dient immers te voldoen aan de vereisten van artikel 476a lid 2 jo. 476b Rv betreffende de buitengerechtelijke verklaring. De verklaring van artikel 477a Rv dient aldus met redenen te zijn omkleed. [X] heeft de – summiere – verklaring van Playlogic gemotiveerd betwist. Playlogic erkent dat [Y] (al sinds 28 april 2005 zelfstandig bevoegde) bestuurder is van haar onderneming en dat hij werkzaamheden voor haar verricht (in die zin dat hij zijn medebestuurder/zoon bijstaat). Bij deze stand van zaken lag het op de weg van Playlogic om meer duidelijkheid te verschaffen omtrent de rol van [Y] in het bestuur van haar onderneming en de (eventuele) afspraken tussen hem en haar over (eventuele) honoraria voor deze rol. Zij heeft dit niet, althans onvoldoende gedaan. Haar stelling dat [Y] onbezoldigd werkt en niet veel aanwezig is (misschien een paar uur per maand), is in het licht van het voorgaande onvoldoende. Dat de medebestuurder van [Y] zijn zoon is, maakt dit niet anders. De slotsom is dan ook dat Playlogic haar verklaring onvoldoende met redenen heeft omkleed.

Verder heeft Playlogic haar verklaring onvoldoende met bescheiden gestaafd. De overgelegde brieven van accountants van Playlogic kunnen niet tot staving van haar verklaring dienen. Daarin is immers niet veel meer te lezen dan een herhaling van de gedane verklaring, terwijl onderliggende stukken ontbreken en geen inzicht wordt gegeven in de verhouding tussen Playlogic en [Y].

De hiervoor weergegeven verklaring van Playlogic voldoet derhalve niet aan de voornoemde wettelijke vereisten.

4.3. Het verweer van Playlogic, dat geen sprake is van een beslaglegging van 6 juli 2009, kan niet worden aanvaard, nu [X] een exploot van beslaglegging van 6 juli 2009 heeft overgelegd en Playlogic haar verweer niet nader heeft onderbouwd.

Playlogic voert verder aan dat onvoldoende duidelijk is welke verklaring [X] wenst te betwisten. Dit verweer kan niet slagen nu de stelling van [X], dat zij de verklaringen van Playlogic naar aanleiding van het conservatoir beslag en het executoriaal beslag betwist, redelijkerwijs ook voor Playlogic duidelijk moet zijn.

Playlogic betoogt dat het door haar tegen het vonnis van 17 juni 2009 ingestelde hoger beroep schorsende werking heeft, zodat het gevorderde moet worden afgewezen.

Dit verweer gaat niet op nu het betoog van Playlogic, gelet op de uitvoerbaar bij voorraad verklaring in het vonnis van 17 juni 2009, geen steun vindt in het recht.

4.4. De situatie dat een gerechtelijke verklaring is afgelegd die niet voldoet aan de vereisten van artikel 476a lid 2 jo. 476b Rv, moet in haar gevolgen gelijk worden gesteld aan het geval waarin in het geheel geen verklaring is afgelegd. Ook in een dergelijke situatie wordt de derde-beslagene op de voet van artikel 477a lid 1 Rv op vordering van de beslaglegger veroordeeld tot betaling van het bedrag waarvoor het beslag is gelegd als ware hij daarvan zelf schuldenaar. Het primair gevorderde zal om die reden worden toegewezen. Uit het vonnis van 17 juni 2009 is op te maken dat [Y] de volgende bedragen verschuldigd is aan [X]:

€ 1.510.365,00 hoofdsom

p.m. contractuele rente van 1% per maand

over € 483.109,50 vanaf 15 februari 2008 en

over € 1.027.255,50 vanaf 25 augustus 2008

8.143,12 beslagkosten

11.097,50 proceskosten met de wettelijke rente

131,00 nakosten met de wettelijke rente

68,00 nakosten met de wettelijke rente

69,54 nakosten (betekening vonnis) met de wettelijke rente

710,50 proceskosten

Totaal € 1.530.584,66.

Dit bedrag zal worden toegewezen.

De gevorderde rente zal evenals de gevorderde uitvoerbaar bij voorraad verklaring als onweersproken worden toegewezen.

4.5. Het (onvoorwaardelijk en voorwaardelijk) subsidiair gevorderde kan onbesproken blijven.

4.6. Playlogic zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Nu de primaire vordering een bedrag van meer dan € 1 miljoen betreft, wordt het salaris van de advocaat begroot op grond van tarief VII. De kosten aan de zijde van [X] worden begroot op:

- dagvaarding 77,25

- vast recht 262,00

- salaris advocaat 6.422,00 (2,0 punten × tarief VII € 3.211,00)

- vast recht (beslag) 99,00

- exploten (beslag) 303,96

- salaris advocaat (beslag) 452,00 (1 punt × tarief II € 452,00)

Totaal € 7.616,21.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen.

In de zaak met rolnummer 09-557

4.7. Gelet op het voorgaande heeft [X] geen belang bij haar vorderingen in de zaak met rolnummer 09-557. Deze vorderingen zullen worden afgewezen.

4.8. Playlogic zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Het gevorderde zou immers om de hiervoor genoemde redenen zijn toegewezen, indien het gevorderde in de zaak met rolnummer 09-2832 niet zou zijn toegewezen. Gelet op de door Playlogic gevoerde verweren kan niet worden gezegd dat deze kosten nodeloos zijn gemaakt. De kosten aan de zijde van [X] worden begroot op:

- dagvaarding € 72,25

- vast recht 163,00

- salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief II € 452,00)

Totaal € 1.139,25.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen.

5. De beslissing

De rechtbank

In de zaak met rolnummer 09-2832

5.1. veroordeelt Playlogic om aan [X] te betalen een bedrag van € 1.530.584,66 (een miljoen vijfhonderddertigduizend vijfhonderdvierentachtig euro en zesenzestig cent), vermeerderd met:

- de overeengekomen rente van 1 procent per maand over het nog niet betaalde deel van een bedrag van € 483.109,50 vanaf 15 februari 2008,

- de overeengekomen rente van 1 procent per maand over het nog niet betaalde deel van een bedrag van € 1.027.255,50 vanaf 25 augustus 2008,

- de wettelijke rente over het nog niet betaalde deel van een bedrag van € 11.097,50 met ingang van veertien dagen na de betekening van het vonnis van 17 juni 2009, en

- de wettelijke rente over het nog niet betaalde deel van een bedrag van € 268,54 (€ 131,- + € 68,- + € 69,54) met ingang van veertien dagen na de betekening van het vonnis van 17 juni 2009,

telkens tot de dag der voldoening,

5.2. veroordeelt Playlogic in de proceskosten, aan de zijde van [X] tot op heden begroot op € 7.616,21, te vermeerderen met de wettelijke rente ingaande veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

In de zaak met rolnummer 09-557

5.3. veroordeelt Playlogic in de proceskosten, aan de zijde van [X] tot op heden begroot op € 1.139,25, te vermeerderen met de wettelijke rente ingaande veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

In de zaken met rolnummers 09-557 en 09-2832

5.4. verklaart dit vonnis voor zover het betreft de onderdelen 5.1, 5.2 en 5.3 hiervoor uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.S. Frakes, lid van genoemde kamer, en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2010.?