Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BN3023

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-07-2010
Datum publicatie
02-08-2010
Zaaknummer
AWB 10/2756 BESLU en AWB 10/2754 BESLU
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening inzake de vraag of de Italiaanse autoriteiten aan het uitputtingsbeginsel hebben voldaan als bedoeld in de WIB. Marginale onderzoeksplicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Bestuursrecht

zaaknummers: AWB 10/2756 BESLU en AWB 10/2754 BESLU

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

de besloten vennootschap IVPC Energy B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

en

[verzoeker 2],

gevestigd te [woonplaats],

gemachtigde mr. H.H. Drijer,

hierna: verzoekers

en

de Minister van Financiën,

zetelend te ’s-Gravenhage,

verweerder,

gemachtigde mr. N.C. Troost.

Procesverloop

Verzoekers hebben ieder een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening. Deze verzoeken hangen samen met de door verzoekers ingestelde beroepen tegen de gelijkluidende besluiten van verweerder van 2 juni 2010.

De voorzieningenrechter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 6 juli 2010. Verzoekers zijn vertegenwoordigd door bovengenoemde gemachtigde, alsmede zijn kantoorgenoten mr. L. Kieviet en mr. L. van de Reep. Verweerder is vertegenwoordigd door voornoemde gemachtigde.

Overwegingen

Inleidende bepaling

2.1. Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) dient te worden nagegaan of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Voor zover de toetsing meebrengt dat een oordeel wordt gegeven over het geschil in de bodemprocedure, heeft dit oordeel een voorlopig karakter en is dit niet bindend voor de beslissing in de bodemprocedure.

Feiten

2.2. Bij primaire besluiten van 19 april 2010 heeft verweerder aan verzoekers afzonderlijk meegedeeld dat naar aanleiding van een verzoek om inlichtingen van de bevoegde fiscale autoriteiten van Italië is besloten, op grond van artikel 1, eerste lid, van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (hierna: WIB) en artikel 2, eerste lid en voor zover nodig artikel 4, eerste lid, van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 19 december 1977 (77/799/EEG) (hierna: de Richtlijn) en artikel 27 van het tussen Italië en Nederland gesloten Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting (hierna: het Verdrag), informatie aan bovengenoemde autoriteiten te verstrekken.

2.3. Bij de bestreden besluiten heeft verweerder de primaire besluiten van 19 april 2010 gehandhaafd en de bezwaren hiertegen ongegrond verklaard. Hiertoe heeft verweerder overwogen dat er slechts een marginale onderzoeksplicht voor verweerder geldt en dat het op de weg ligt van verzoekers om aan te geven wat Italië als gebruikelijke mogelijkheden beschouwt en – zo hier al niet aan zou zijn voldaan – waarom Italië in dit geval het uitputten van de eigen mogelijkheden contraproductief acht. Verweerder stelt dat verzoekers niet hebben aangetoond dat Italië niet aan de uitputtingsregel heeft voldaan.

2.4. Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld en de rechtbank verzocht tot het treffen van een voorlopige voorziening.

2.5. Bij faxbericht van 16 juni 2010 heeft verweerder toegezegd dat de gevraagde inlichtingen niet zullen worden verstrekt totdat de voorzieningenrechter op de verzoeken om voorlopige voorziening heeft beslist.

Beoordeling van de verzoeken

2.6. Verzoekers stellen zich op het standpunt dat door de Italiaanse Belastingdienst niet aan het uitputtingsbeginsel is voldaan. Verzoekers hebben ter ondersteuning hiervan verklaringen van Ernst&Young Italië, de belastingsadviseur van IVPC Italië, overgelegd. Verzoekers verzoeken om schorsing van de bestreden besluiten en inzage van het verzoekschrift om informatie van de Italiaanse Belastingdienst aan Nederland.

2.7. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat hij er op mag vertrouwen dat door de Italiaanse autoriteiten aan het uitputtingsbeginsel is voldaan. Verweerder heeft aan de autoriteiten gevraagd te bevestigen dat aan het beginsel is voldaan, hetgeen is bevestigd in de email van [naam], Head of the International Division, door verweerder doorgestuurd per faxbericht van 24 juni 2010. In deze email wordt door [naam] onder meer overwogen ‘our competent local office used all means at its disposal to obtain the requested information in our jurisdiction’ maar dat de betreffende gegevens niet beschikbaar zijn in Italië.

2.8 De rechter ziet geen grond voor het oordeel dat het standpunt van verweerder in beroep geen stand zal houden. De stelling van verzoekers dat de Italiaanse autoriteiten nadere informatie hadden moeten vragen aan de Italiaanse aan verzoekster gelieerde vennootschappen betekent niet dat deze autoriteiten de beschikbare informatie niet mogen verifieren aan de hand van de in Nederland beschikbare informatie. Naar voorlopig oordeel van de rechter worden verzoekers bovendien niet benadeeld door verstrekking van de gevraagde stukken, temeer nu het verzoekers vrij staat om uitleg te geven aan de bevoegde autoriteiten omtrent een juiste interpretatie van die stukken.

2.9. Ten aanzien van het verzoek tot inzage van het inlichtingenverzoek overweegt de rechter dat verweerder een uitdrukkelijk beroep op artikel 8:29 van de Awb heeft gedaan. De daarvoor benodigde ‘gewichtige redenen’ zijn volgens verweerder gelegen in de internationale geheimhoudingsbepalingen, de betrekkingen van Nederland met andere Staten en de economische en financiële belangen van de Nederlandse Staat. Of verweerder op goede gronden een beroep op artikel 8:29 van de Awb heeft gedaan zal in de bodemprocedure dienen te worden beoordeeld.

2.10. Gelet op het vorenstaande ziet de rechter aanleiding om het verzoek om voorlopige voorziening af te wijzen. De rechter ziet geen grond voor vergoeding van het griffierecht dan wel voor een veroordeling in de proceskosten.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst de verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening af

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.A.A.G. de Vries, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.R. de Savornin Lohman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2010.

de griffier de voorzieningenrechter

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Afschrift verzonden op:

D: B

SB