Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BN3019

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-07-2010
Datum publicatie
02-08-2010
Zaaknummer
AWB 10/2812 WET en AWB 10/2799 WET
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening. Intrekking erkenning en keuringsbevoegdheid. Derde overtreding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Bestuursrecht

zaaknummers: AWB 10/2812 WET en AWB 10/2799 WET

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

de vennootschap onder firma Eurogarage v.o.f.,

gevestigd te Amsterdam,

verzoekster,

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

hierna ook samen: verzoekers,

en

de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer (RDW),

gevestigd te Zoetermeer,

verweerder,

gemachtigde: mr. E.D. Houtman.

Procesverloop

Verzoekers hebben een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening. Dit verzoek hangt samen met het door verzoekers ingediende bezwaar tegen de besluiten van verweerder van 11 juni 2010.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 6 juli 2010.

Verzoeker is in persoon verschenen. Namens verzoekster is [verzoeker] verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door voornoemde gemachtigde.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt, de rechter, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op alle betrokken belangen dat vereist. Bij de vereiste belangenafweging gaat het om een afweging van enerzijds het belang van de verzoeker dat een onverwijlde voorziening wordt getroffen en anderzijds het door de onmiddellijke uitvoering van het besluit te dienen belang.

2. Verzoekster exploiteert een garagebedrijf dat onder meer APK-keuringen verricht. Verzoeker is bij verzoekster werkzaam als keurmeester.

3. Bij besluit van 11 juni 2010 heeft verweerder de erkenning van verzoeker voor de categorie voertuigen tot en met 3500 kg ingetrokken. Bij besluit van gelijke datum heeft verweerder de keuringsbevoegdheid van verzoeker voor genoemde categorie voertuigen voor de duur van zes maanden ingetrokken.

Aan deze besluiten is ten grondslag gelegd dat tijdens een steekproef op 28 april 2010 is gebleken dat het voertuig met het kenteken [kenteken] niet aanwezig was, hetgeen een overtreding categorie III inhoudt. Na afweging van de belangen en de afwezigheid van bijzondere feiten en omstandigheden, gelet op het feit dat er in de afgelopen 30 maanden al eerder een overtreding categorie I en een overtreding categorie III is geconstateerd en het feit dat de huidige overtreding een overtreding categorie III is, heeft verweerder besloten de erkenning en de keuringsbevoegdheid in te trekken.

4. Uit het steekproefcontrolerapport van 28 april 2010 alsmede uit de verklaring van steekproefcontroleur [steekproefcontroleur] van 12 mei 2010 blijkt dat het voertuig met het kenteken [kenteken] niet in de keuringsplaats aanwezig was.

Verzoeker heeft aangevoerd dat het voertuig tijdens de steekproef wel aanwezig was. De eigenaar van het voertuig is echter voortijdig vertrokken; hij wilde niet wachten op de steekproef.

Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter (verder: de rechter) staat niet vast dat het betrokken voertuig aanwezig was bij het bezoek van de steekproefcontroleur, nu deze niet heeft kunnen vaststellen dat het weggereden voertuig het betrokken kenteken had. Volgens zijn verklaring zaten er groene (handelaars)platen op het kenteken van het voertuig, zodat hij het kenteken niet heeft gezien; daarbij heeft de controleur het chassisnummer niet kunnen controleren.

5. Zelfs al zou verzoeker gevolgd kunnen worden in zijn betoog dat het voertuig ten tijde van het bezoek van de controleur aanwezig was, dan is de rechter van oordeel dat verzoekster niet al het mogelijke heeft gedaan om te voorkomen dat het gekeurde voertuig de keuringsruimte verlaat. Verzoekster had bijvoorbeeld de sleutels uit de auto kunnen halen dan wel de toegang tot de werkplaats aan de voertuigeigenaar kunnen ontzeggen dan wel de deuren van de werkplaats kunnen sluiten. Verzoeker heeft bovendien niet conform het door de RDW gehanteerde beleid gehandeld door de eigenaar vervangend vervoer aan te bieden, aan te bieden een taxi te bellen en de eigenaar op de hoogte te stellen van het feit dat de goedkeuring bij het wegrijden zou vervallen, zoals ook staat vermeld in paragraaf 3.1.1.1 van de Bijlage Erkenninghouder APK en paragraaf 3.4.2 van de Bijlage APK Keurmeester. Verzoeker diende als erkenninghouder/keurmeester van zijn verplichtingen als zodanig op de hoogte te zijn.

6. Naar voorlopig oordeel komt het voor risico van verzoeker dat de voertuigeigenaar het voertuig heeft meegenomen en dat het voertuig niet aanwezig was tijdens de controle. Er is geen grond voor het oordeel dat de bestreden besluiten in bezwaar niet zullen standhouden.

7. Het verzoek om voorlopige voorziening zal worden afgewezen. Er is geen aanleiding

voor vergoeding van het griffierecht dan wel voor een veroordeling in de proceskosten.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.A.A.G. de Vries, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.R. de Savornin Lohman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2010.

de griffier de voorzieningenrechter

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Afschrift verzonden op:

D: B

SB