Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BN3016

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15-07-2010
Datum publicatie
02-08-2010
Zaaknummer
AWB 10/2849 BESLU
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Afwijzend besluit op verzoek van een advocaat bij de Deken van de Orde van Advocaten om een afschrift van zijn dossier. Wet bescherming persoonsgegevens.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 10/2849 BESLU

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker],

advocaat te [woonplaats],

gevestigd te [vestigingsplaats],

verzoeker,

en

de Deken van de Orde van Advocaten in het Arrondissement Amsterdam,

verweerder,

gemachtigde mr. S. Levelt.

Procesverloop

Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening. Dit verzoek hangt samen met het door verzoeker ingediende bezwaar tegen het besluit van verweerder van 17 mei 2010.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 6 juli 2010.

Verzoeker is verschenen. Aan de zijde van verweerder is naast bovengenoemde gemachtigde mr. G.J. Kemper en [vertegenwoordiger verweerder] verschenen.

Overwegingen

1. Bij brief van 7 mei 2010 heeft verzoeker verweerder verzocht om een afschrift uit zijn dossier/persoonsregistratie bij de Orde, over de periode vanaf 1 maart 2010.

2. Bij brief van 17 mei 2010 heeft verweerder afwijzend op dit verzoek besloten. Hiertoe heeft verweerder overwogen dat het enige dat sinds 1 maart 2010 binnen is gekomen betrekking heeft op de door verzoeker tegen [naam] ingediende klacht en het bijbehorende verzoek tot bemiddeling. Een en ander was bewaard in een dossier dat feitelijk noch naar de aard van de inhoud deel uitmaakt van een bestand en ook niet bestemd is om in enig bestand te worden opgenomen. Het dossier valt mitsdien buiten het bereik van de Wet bescherming persoonsgegevens. Verweerder verwijst hiertoe naar de uitspraak van de Hoge Raad van 3 juni 2005 (te vinden op www.rechtspraak.nl onder LJ-nummer:AT1093).

3. Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de brief niet betrekking heeft op persoonsgegevens als bedoeld in artikel 2 van de Wbp zodat geen sprake is van een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Ter zitting heeft verzoeker aangegeven dat zijn verzoek om stukken is gebaseerd op de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: Wbp).

Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter (hierna: de rechter) kan de brief van 17 mei 2010 worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Het verzoek kan worden aangemerkt als een verzoek als bedoeld in artikel 35 van de Wbp, en verweerder is aan te merken als een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb, zodat is voldaan aan het bepaalde in artikel 45 van de Wbp.

4. In het bestreden besluit heeft verweerder aangegeven dat sedert 1 maart 2010 geen persoonsgegevens over verzoeker zijn verwerkt sedert 1 maart 2010. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding dit standpunt onjuist te achten. Nu evenmin sprake is van een spoedeisend belang, zal het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen.

5. Ten overvloede merkt de voorzieningenrechter op dat een verzoek om verstrekking van alle stukken waarin de naam van verzoeker wordt genoemd dan wel die op hem betrekking hebben, naar voorlopig oordeel niet kan worden aangemerkt als een verzoek als bedoeld in artikel 35 van de Wbp. Niettemin heeft verweerder een inventarislijst van die stukken overgelegd. Eerst ter zitting heeft verzoeker aangegeven dat hij niet beschikt over bepaalde stukken van de inventarislijst. Ter zitting is door verweerder toegezegd dat deze stukken zullen worden bezien en alsnog aan verzoeker zullen worden verstrekt.

6. Voor een proceskostenvergoeding of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.A.A.G. de Vries, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.R. de Savornin Lohman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2010.

de griffier de voorzieningenrechter

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Afschrift verzonden op:

D: B

SB