Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BN2946

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-06-2010
Datum publicatie
30-07-2010
Zaaknummer
AWB 10/1424 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WWB. Impliciete weigering eiseres te ontheffen van haar re-integratieverplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de WWB. Geen procesbelang nu verweerder eiseres tot op de dag van de behandeling van dit beroep ter zitting geen nader geconcretiseerde re-integratieverplichting heeft opgelegd. Het bestreden besluit heeft in zoverre dan ook geen enkel rechtsgevolg gehad voor eiseres.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 10/1424 WWB

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

gemachtigde: mr. M.A. van Hoof,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

verweerder,

gemachtigde: mr. M.M. Tjen A Kwoei.

Procesverloop

Bij besluit van 4 december 2009 heeft verweerder eiseres ontheven van de actieve sollicitatieplicht tot 20 mei 2010 (het primaire besluit).

Bij besluit van 16 februari 2010 heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard (het bestreden besluit).

Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 juni 2010. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door bovengenoemde gemachtigde.

Overwegingen

Feiten en omstandigheden

1. Eiseres ontvangt een uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB). Bij het primaire besluit heeft verweerder eiseres ontheven van de actieve sollicitatieplicht tot

20 mei 2010. Bij dit besluit heeft verweerder informatie gevoegd over computercursussen die worden aangeboden door Nieuwland Opleidingen BV. Eiseres heeft er bezwaar tegen gemaakt dat verweerder eiseres niet tevens heeft ontheven van haar re-integratieverplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de WWB.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd. Hiertoe heeft verweerder overwogen dat rekening is gehouden met de wensen en beperkingen van eiseres en in goed overleg is gemeend haar de gelegenheid te geven vaardigheden op te doen door middel van het volgen van een computercursus. Vanwege de overeenstemming die was bereikt over de te volgen cursus, is het niet keuren door een arts niet onzorgvuldig. Immers, het gekozen traject had de instemming van eiseres, aldus verweerder.

3. Eiseres heeft in beroep aangevoerd dat tijdens het gesprek tussen haar en haar klantmanager niet is gesproken over enige op te leggen verplichting, noch over het aflopen van de arbeidsverplichtingen. Eiseres heeft evenmin aangegeven dat zij in het kader van hand- en spandiensten een basiscursus computer wilde volgen. Er is dan ook geen sprake van een gekozen traject aldus eisers. Het gevolg van het bestreden besluit is dat eiseres verplicht kan worden 40 uur per week te re-integreren. Verweerder heeft echter ten onrechte niet onderzocht of sprake is van een beperking van de belastbaarheid voor wat betreft het aantal uren. Verweerder had ook moeten motiveren op grond waarvan eiseres thans - anders dan in het verleden - niet is ontheven van haar re-integratieverplichtingen.

Wettelijk kader

4. Ingevolge artikel 9, eerste lid, van de WWB is de belanghebbende van 18 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar, vanaf de dag van melding als bedoeld in artikel 44, tweede lid, verplicht:

a. naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij geen gebruik gemaakt wordt van een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, te verkrijgen en deze te aanvaarden, waaronder begrepen registratie als werkzoekende bij de Centrale organisatie werk en inkomen indien hem daartoe het recht toekomt op grond van artikel 25, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

b. gebruik te maken van een door het college aangeboden voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling, alsmede mee te werken aan een onderzoek naar zijn mogelijkheden tot arbeidsinschakeling.

5. Ingevolge artikel 9, tweede lid, van de WWB kan, indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, het college in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van een verplichting als bedoeld in het eerste lid.

Beoordeling van het geschil

6. De rechtbank stelt vast dat verweerder desgevraagd ter zitting heeft verklaard dat het primaire besluit zo moet worden gelezen dat het naast een ontheffing van de actieve sollicitatieplicht, tevens een impliciete weigering behelst om eiseres te ontheffen van haar

re-integratieverplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de WWB. Dit gelet op het in het verleden jegens eiseres genomen besluit waarin verweerder eiseres niet alleen van haar actieve sollicitatieplicht had ontheven, maar ook van haar

re-integratieverplichtingen. Zo gelezen is het primaire besluit naar het oordeel van de rechtbank dan ook aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.

7. De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of eiseres voldoende procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit. Volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (zie onder meer de uitspraak van

1 juni 2010, te vinden op www.rechtspraak.nl onder LJ-nummer BM7208) is pas sprake van voldoende processueel belang indien het resultaat dat de indiener van een beroepschrift met het indienen van beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van voldoende procesbelang.

8. De gemachtigde van eiseres heeft in dit verband aangevoerd dat als gevolg van het bestreden besluit verweerder eiseres een nader geconcretiseerde re-integratieverplichting kan opleggen. De rechtbank stelt evenwel vast dat verweerder eiseres tot op de dag van de behandeling van dit beroep ter zitting geen nader geconcretiseerde re-integratieverplichting heeft opgelegd. Het bestreden besluit heeft in zoverre dan ook geen enkel rechtsgevolg gehad voor eiseres. De rechtbank merkt hierbij op dat, indien aan eiseres voornoemde verplichting in de toekomst wordt opgelegd, eiseres hiertegen bezwaar kan maken. Gelet hierop is de rechtbank dan ook van oordeel dat eiseres geen procesbelang heeft bij beoordeling van de vraag of verweerder haar ook had moeten ontheffen van de re-integratieverplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de WWB.

9. Het voorgaande leidt ertoe dat het beroep van eiseres niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht ziet de rechtbank geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Sloot, rechter, in aanwezigheid van mr. E. van Bennekom, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2010.

De griffier, de rechter,

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep te Utrecht.

Afschrift verzonden op:

D: B