Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BN2193

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
23-07-2010
Datum publicatie
23-07-2010
Zaaknummer
13/846004-08 (PROMIS)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De kapitein van de Probo Koala, wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 5 maanden (proeftijd 2 jaar) voor het medeplegen van het afleveren van voor de gezondheid schadelijke waar, terwijl dat schadelijke karakter is verzwegen. Ook is hij schuldig aan het medeplegen van valsheid in geschrifte. Het OM had een gevangenisstraf van 4 maanden geëist. De rechtbank weegt mee dat de kapitein niet heeft gehandeld uit direct winstbejag, maar onder druk van zijn opdrachtgever.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/846004-08 (PROMIS)

Datum uitspraak: 23 juli 2010

Tegenspraak (raadslieden gemachtigd)

VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige economische strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Sovjetunie) op [geboortedatum] 1963

wonende op het adres [adres].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

1.1. De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 26 juni 2008, 2 juli 2008, 2 en 10 april 2009, 28 oktober 2009,

6 november 2009, 10 en 16 maart 2010 (regiezittingen) en 1, 2, 9, 16, 21 en 23 juni 2010 en 1, 2 en 9 juli 2010 (inhoudelijke behandeling).

1.2.1. Op de terechtzitting van 26 juni 2008 heeft Protein Kissee s.a. te Abidjan, Ivoorkust zich gevoegd als benadeelde partij met betrekking tot de door haar, ten gevolge van het aan [verdachte] ten laste gelegde, geleden schade en wel tot een bedrag van € 5.504.421,00.

1.2.2. De rechtbank heeft op dezelfde terechtzitting overwogen dat zonder nader onderzoek reeds toen kon worden vastgesteld dat Protein Kissee s.a. niet rechtstreeks schade is toegebracht door hetgeen aan [verdachte] is ten laste gelegd (artikel 333 Sv) en beslist dat zij kennelijk niet-ontvankelijk is in haar vordering.

1.3. Het Openbaar Ministerie werd vertegenwoordigd door mrs. L.W. Boogert,

H.P. Dankmeijer, M.J. Dontje, R.S. Mackor en C.A. Zijlstra.

1.4. [verdachte] heeft zijn raadslieden mrs. E.A.M. Mannheims, B. Th. Nooitgedagt en A.E.M. Röttgering, advocaten te Amsterdam, gemachtigd hem ter terechtzitting te verdedigen.

1.5. Het Openbaar Ministerie heeft ten aanzien van elk ten laste gelegd feit een bewijsmiddelenoverzicht aan de stukken toegevoegd.

1.6. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van het Openbaar Ministerie en van hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan [verdachte] is - nadat ter terechtzitting van 1 juni 2010 de tenlastelegging is gewijzigd - ten laste gelegd dat hij:

1. op of omstreeks 2 juli 2006 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, waren, te weten afvalstoffen afkomstig van brandstofzuivering met behulp van natriumhydroxide (caustic soda), als (tank)waswater heeft afgeleverd aan Amsterdam Port Services B.V., wetende dat die waren voor het leven en/of voor de gezondheid schadelijk waren, zijnde deze afvalstoffen een complex mengsel van water met een extreme zuurgraad en een olieachtige vloeistof (beide verontreinigd met onder meer sulfiden en/of mercaptiden en/of (thio)fenolaten), en dat schadelijk karakter (bijtend en/of corrosief en/of extreem zuur) bij dat afleveren heeft verzwegen;

2. op of omstreeks 30 juni 2006 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een geschrift, te weten een formulier 'Notification of ships' waste and (remainders of) noxious substances (art. 12a Wvvs)' (Melding scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen (art. 12a lid 1 Wvvs)), - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) valselijk en/of in strijd met de waarheid op dat formulier als af te geven, uit de ladingzone (cargo area) van het schip Probo Koala afkomstige afvalstoffen vermeld en/of doen vermelden: 'Annex I Oily tank washings including cargo residue' (Annex I Oliehoudend waswater inclusief ladingrestant) bestaande uit 'UN number 1203' (VN nummer 1203, waarbij dat VN nummer staat voor benzine en/of motorbrandstof) en 'WATER' (water) (terwijl die afvalstoffen niet afkomstig waren van het reinigen van ladingtanks en/of niet enkel uit benzine en water bestonden).

3. Afkortingenlijst

De in dit vonnis voorkomende afkortingen hebben betrekking op het volgende:

ACS de landen van het continent Afrika, ten zuiden van de Sahara, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (zie vierde ACS-EEG-Overeenkomst, met Protocollen en Bijlagen; Lomé, 15 december 1989, Trb. 1991, 35, p. 7)

APS Amsterdam Port Services B.V.

AV AO/IC Acceptatie Verwerking Administratieve Organisatie en Interne Controle

B&W (het college van) Burgemeester en Wethouders

BMA Bulk Marine Agencies

CZV chemisch zuurstof verbruik

COD chemical oxygen demand: zie CZV

DAF Dissolved Air Flotation installatie

DMB Dienst Milieu en Bouwtoezicht gemeente Amsterdam

EHRM Europees Hof voor de Rechten van de Mens

EU Europese Unie

EVOA Verordening (EEG) Nr. 259/93 van de Raad van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en buiten de Europese Gemeenschap

EVOA (nieuw) Verordening (EG) Nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen

EVRM Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden

H2S Zwavelwaterstof

HOI Havenontvangstinstallatie

HOV Havenontvangstvoorziening

HR Hoge Raad

IBC Intermediate bulk container

IMT Interregionaal Milieu Team

KLPD Korps Landelijke Politiediensten

LAP Landelijk afvalbeheersplan

MARPOL Internationaal verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals aangepast bij protocol van 1978

MSDS Material Safety Data Sheet

NFI Nederlands Forensisch Instituut

OM Openbaar Ministerie

ppm parts per million: delen per miljoen

PSC Port State Control

Trafigura Trafigura Beheer B.V.

Sr Wetboek van Strafrecht

Sv Wetboek van Strafvordering

V&W Ministerie van Verkeer en Waterstaat

VROM Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

WED Wet op de economische delicten

Wm Wet milieubeheer

Wvo Wet verontreiniging oppervlaktewateren

Wvvs Wet voorkoming verontreiniging door schepen

4. Voorvragen

4.1. Geldigheid van de dagvaarding

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is.

4.2. Bevoegdheid van de rechtbank

Naar aanleiding van het ter terechtzitting van 1 juni 2010 gevoerde verweer, heeft de economische kamer van de rechtbank beslist dat zij bevoegd is. De rechtbank is van oordeel dat als een verdachte samen en gelijktijdig met medeverdachten moet terechtstaan voor een feitencomplex van economische aard, waarbij een van de medeverdachten een economisch delict wordt ten laste gelegd, de bevoegdheid van de economische kamer ten aanzien van die zaak meebrengt dat de economische kamer van de rechtbank ook bevoegd is kennis te nemen van de samenhangende commune delicten in de zaken van verdachten aan wie geen economisch delict is ten laste gelegd.

4.3. Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

De rechtbank heeft vastgesteld dat het OM ontvankelijk is in zijn vervolging.

4.4. Geen redenen voor schorsing van de vervolging

De rechtbank heeft vastgesteld dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. De feiten en omstandigheden

Waar hierna wordt verwezen naar bewijsmiddelen betreft dit telkens processtukken, behorende bij het dossier tegen de verdachten [naam 5], APS, Gemeente Amsterdam, [verdachte], [naam 7] en Trafigura. Waar in de hierna volgende voetnoten wordt verwezen naar de processtukken met rubrieknummer

'3', betreft dit telkens een proces-verbaal van verhoor getuige;

'4', betreft dit telkens een proces-verbaal van verhoor verdachte;

'5', betreft dit telkens een proces-verbaal van onderzoek of bevindingen;

'8', betreft dit telkens een proces-verbaal beslag;

'9', betreft dit telkens een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 onder 5 Sv;

tenzij dit in de voetnoot uitdrukkelijk anders is vermeld.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de gebruikte bewijsmiddelen zijn opgemaakt overeenkomstig de daarvoor geldende wettelijke regels. Als het bewijsmiddel bestaat uit een verklaring die door een verdachte of getuige bij de rechter-commissaris wordt afgelegd, zal dit uitdrukkelijk worden vermeld.

Waar hierna wordt gesproken over [naam 5], APS, Gemeente Amsterdam,

[verdachte], [naam 7] en Trafigura, wordt telkens bedoeld de hierboven genoemde medeverdachte met dezelfde naam.

5.1. De motortanker Probo Koala is een in 1989 in de vaart genomen schip gebouwd voor het vervoer van vaste en vloeibare stoffen en ook ingericht voor het vervoer van olieproducten van verschillende samenstelling.i Het schip behoorde in 2006 toe aan Prime Marine Management in Athene (Griekenland) en voer in charter voor Trafigura. Falcon Navigation, gevestigd te Athene (Griekenland) was belast met de dagelijkse leiding van schip en bemanning en kreeg opdrachten van daartoe bevoegden werkzaam bij Trafigura Ltd in Londen en Trafigura Beheer B.V.ii Vanaf 3 april 2006 tot 3 oktober 2006 was [verdachte] de kapitein van de Probo Koala. Hij was via een uitzendbureau voor zeelieden aangesteld.iii

5.2. Trafigura is een van de grootste onafhankelijke oliehandelaren ter wereld met een handelsvolume van ongeveer 2 miljoen barrels ruwe olie en olieproducten per dag. Daarnaast is Trafigura een wereldspeler als het gaat om het winnen en verhandelen van grondstoffen zoals ertsen en mineralen. Ook exploiteert Trafigura een aantal opslagfaciliteiten voor olieproducten.iv Trafigura heeft vanaf september 2005 van PMI Trading in Mexico afkomstige zware nafta aangekocht in Brownsville (VS).v Deze nafta, die vervuild was met een hoog gehalte aan zwavelverbindingen (mercaptanen), kon door bewerking met caustic soda geschikt worden gemaakt als blendstock voor benzine. Eind december 2005 bleek deze nafta in grote hoeveelheden beschikbaar voor de markt.vi Toen heeft Trafigura onderzoek gedaan naar geschikte locaties om de nafta te wassen met caustic soda. [naam 7] - werkzaam als benzineblender bij Trafigura - vervulde bij dat onderzoek een rol. Hij handelde in dezen voor Trafigura Ltd in Londen. De door hem verzonden e-mails werden door hem steeds als volgt ondertekend: "best regard [naam 7], Trafigura Ltd, for and on behalf of Trafigura Beheer B.V."vii Uit door hem verricht onderzoek kwam in elk geval naar voren dat de wassingen konden plaatsvinden in La Skhirra (Tunesië) bij een daar gelegen raffinaderij van Tankmed. Uit het onderzoek dat [naam 7] deed bleek onder meer:

"Caustic washes are banned by most countries due to the hazardous nature of the waste (mercaptans, phenols, smell) and suppliers of caustic are unwilling to dispose of the waste since there are not many facilities remaining in the market."viii

5.3. In de periode tussen januari en maart 2006 vonden bij die raffinaderij twee wasoperaties plaats waarbij vanuit Brownsville afkomstige nafta, die per door Trafigura gecharterd schip (m/t Zadar en m/t Bow Prosper) naar Tunesië werd vervoerd, werd gewassen.ix [naam 7] was degene die bij deze wasoperaties aan de raffinaderij de opdrachten gaf.x Tankmed berichtte [naam 7] dat er bij de tweede wasoperatie stankoverlast was ontstaan en dat er door de autoriteiten een onderzoek was opgestart. Nadien was Tankmed niet meer bereid om de wasoperatie uit te voeren en de lading waarmee de Probo Koala begin april 2006 naar de raffinaderij voer, werd daar ook niet gelost.xi

5.4. Ondertussen was Trafigura al aan het zoeken naar een mogelijkheid om op andere wijzen de ladingen te gaan wassen. Daarbij was het idee ontstaan deze wasoperaties aan boord van een schip uit te voeren dat over de daarvoor benodigde tanks en pompinstallaties beschikte.xii De Probo Koala voldeed aan die eisen. Het uitvoeren van dit proces (het zogenaamde Merox-proces) had niet eerder aan boord van een schip plaatsgevonden. Bij dat proces, dat op raffinaderijen of op olievelden werd gedaan, worden de mercaptanen met caustic soda uit de naftafase of uit de benzinefase gewassen. De mercaptanen worden niet zozeer geoxideerd, als wel verwijderd.xiii Trafigura koos voor een strategische positie in de Middellandse Zee niet ver van Gibraltar. Enerzijds lag dat dichter bij Europa en de Baltische Staten waar veel van de te mengen ladingen vandaan kwamen en anderzijds dicht bij West Afrika, voor welke markt de met de blendstock te mengen ladingen uiteindelijk waren bestemd.

5.5. De eerste wassing aan boord van de Probo Koala vond plaats buitengaats ter hoogte van Malta in april 2006. In een e-mail van 7 september 2006 deed [naam 7] verslag van de wasoperaties die hadden plaatsgevonden aan boord van de Probo Koala. Voor wat betreft het gevolgde procedé beschreef hij dat als volgt :

"(..) We performed a full STS operation to the Mt Probo Koala, (..) thereafter we added 50.000 litres ( 50cbms) of Caustic Soda ( MSDS attached) proportionately across all cargo tanks of Mt probo Koala ( using an injection pump/hoses to the upper level of the coker naphta from the top of the tank), thereafter circulated for 24hrs ( by transferring individual tank quantities to an empty tank to achieve the maximum inter-surface contact between Naphta and Caustic Soda ) and allowed the Naphta and Caustic to separate/settle and thereafter drained the "Used" caustic to the slop tanks.

In order to ensure that all of the caustic was stripped from the treated coker Naphta, we stripped more than the quantity of caustic added originally to each cargo tankk, to make best efforts that all caustic was stripped thus to ensure this may also stripped some of the treated naphta or any free water to the Slop Tanks. Thereafter (..) treated Naphta on board was used as a blendstock to make finished Gasoline."xiv

In een aantal e-mails is terug te vinden hoe de opdracht luidde die [verdachte] kreeg als het ging om het wassen van de aan boord genomen ladingen."xv

5.6. De hoeveelheid caustic soda die per lading moest worden toegevoegd, werd bepaald op 50 m3.xvi Deze werd betrokken van de firma WRT, gevestigd te Amstelveen.xvii In totaal werd per bevoorradingschip op verschillende posities 200 ton caustic soda aan boord van de Probo Koala gebracht.xviii In de periode tussen april en eind juni 2006 is in elk geval 150 ton caustic soda voor de wassingen gebruikt. Op 26 juni 2006 kreeg [verdachte] opdracht om naar Amsterdam te varen.xix Op weg naar Amsterdam is aan boord van de Probo Koala op 27 juni 2006 het wassen van een lading nafta voortgezet waarbij 23 m3 caustic soda is gebruikt.xx

5.7. De uit Brownsville afkomstige ladingen werden steeds door middel van "ship to ship" (STS ofwel boord-boord) manoeuvres overgepompt naar de Probo Koala waarna de wasoperatie begon. Bij de wassingen die plaats vonden vanaf 12 april 2006 xxi zijn aan boord van de Probo Koala in totaal ongeveer 544 m3 slops ontstaan.xxii

Die slops bestonden uit een complex mengsel van water met een extreme zuurgraad en een olieachtige vloeistof, beide verontreinigd met zeer specifieke componenten waaronder fenolen, disulfiden en mercaptanen. De waterlaag van de slops valt onder Euralcode 050111* (afval van brandstofzuivering met behulp van basen) en de olielaag onder Euralcode 130703* (overige brandstoffen inclusief mengsels).xxiii

5.8. Vanaf het moment dat Trafigura besloot het wasproces aan boord te laten plaatsvinden, is zij op zoek gegaan naar bedrijven die de slops konden verwerken. Een op Malta gevestigd bedrijf (Malta shipyards) bleek de slops niet te kunnen accepteren "due to the chemical content".xxiv Ook in Augusta (Italië) konden de aan boord ontstane slops niet worden afgegeven. Die mogelijkheid ontbrak eveneens in Gibraltar, omdat het vlampunt van de slops te laag bleek.xxv

5.9. Eind juni 2006 kreeg [verdachte] de opdracht van Trafigura (via Falcon Navigation) om op te stomen naar Paldiski (Estland) om daar benzinelading te lossen en benzine in te nemen voor de Nigeriaanse markt. Omdat Amsterdam op de route lag naar die havenstad, besloot Trafigura de haven van Amsterdam binnen te lopen om te bunkeren, een bemanningswissel uit te voeren en om de in de tanks aanwezige slops te lossen.xxvi Daartoe werd contact opgenomen met APS als HOV van de gemeente Amsterdam. [naam 5] was directeur van dat bedrijf.

5.10. In juni 2006 heeft [naam 7] contact opgenomen met APS over de mogelijke afgifte van de slops aldaar.xxvii Naar aanleiding van eerdere telefoongesprekken met [naam 9] en [naam 8] van APS heeft [naam 7] op 20 juni 2006 een e-mail aan APS gestuurd met de volgende inhoud:

"Dear Mr [naam 8],

Following our telcon and to re-iterate we would like to dispose between 200-250 cbms os Gasoline Slops (Majority is Water, Gasoline, Caustic Soda).

This is currently stored in the slop tanks of our vessel, Mt Probo Koala which we would sil to the port of amsterdam and discharge.

Please confirm price and location/procedure of this operation

(..)."xxviii

5.11. [naam 9] van APS heeft in reactie op de aanvraag dezelfde dag twee offertes aan [naam 7] gemaild; één op basis van lossing direct aan de wal en één op basis van lossing in een lichter. Beide offertes vermeldden:

"With reference to your request, concerning the slopdisposal of abm. vessel, you herewith receive our offer als follows:

(...)

Product: Gasoline/caustic soda washings;

sediment < 1%; TOCl < 1000 ppm; COD < 2000 mg/l;

Quantity: Max. 250 cbm

(...)."xxix

5.12. Bij e-mail van 26 juni 2006 heeft [naam 7] aan APS laten weten dat de offerte werd geaccepteerd.xxx Uiteindelijk werd gekozen voor lossen van de slops in een lichter, zoals geadviseerd door Falcon Navigation.xxxi

5.13. Op 28 juni 2006 heeft Falcon Navigation het in Rotterdam gevestigde BMA aangesteld als scheepsagent voor de operatie in Amsterdam. Zij kreeg te horen dat de Probo Koala Amsterdam zou aandoen om brandstof te bunkeren, slops af te geven en 50 IBC's leeg van caustic soda te lossen.xxxii Voor de afgifte van de 50 IBC's heeft APS op 30 juni 2006 op verzoek van BMAxxxiii offerte uitgebracht.xxxiv Van die offerte is uiteindelijk geen gebruik gemaakt.

5.14. Op 30 juni 2006 heeft BMA een 'Notification of ships waste and (remainders of) noxious substances' gefaxt aan de havenautoriteiten. Op dit formulier is ingevuld "1203 WATER" in de rubriek "Name of substance or UN number" en "554 m3" in de rubriek "Amount of waste to be delivered". Beide gegevens staan vermeld achter het vakje "Annex I Oily tank washings including cargo residue (specify name of substance or mixture)" in de rubriek "Type of waste".xxxv De gegevens zijn ingevuld door [verdachte], die het formulier per e-mail naar BMA heeft gestuurd.xxxvi BMA heeft het formulier ondertekend 'as agents only'.xxxvii

5.15. In de middag van 2 juli 2006 is de Probo Koala in Amsterdam gearriveerd. Zij is afgemeerd aan boei 4 in de Afrikahaven.xxxviii Om 19.30 uur is de lichter Main VII, een inzamelvaartuig van APS, langszij gekomen om de slops in te nemen. Om 20.00 uur is gestart met het overpompen. Om 22.00 uur was rond 250 m3 slops overgepompt in de Main VII, in tanks 1 en 3 stuurboord en 1 en 3 bakboord.xxxix De Probo Koala wilde meer slops afgeven, maar op dat moment was de Main VII vol; haar andere tanks bevatten namelijk al eerder ingenomen ladingen. Afgesproken werd dat de Main VII eerst zou gaan lossen en daarna zou terugkomen om de rest van de slops van de Probo Koala in te nemen.xl

5.16. Om 23.30 uur was de Main VII terug bij het terrein van APS.xli [naam 10], operator bij APS, heeft kort daarna monsters genomen van de inhoud van de tanks van de Main VII.xlii Deze monsters zijn direct gedeeltelijk geanalyseerd door [naam 8]. Uit een indicatieve meting bleek dat het CZV-gehalte van de slops uit de Probo Koala waarschijnlijk veel te hoog was voor APS om deze afvalstoffen te kunnen verwerken. Bovendien stonken ze.xliii [naam 8] heeft daarom geen toestemming gegeven om de slops uit de Probo Koala te lossen op de installatie van APS.xliv Hij heeft contact opgenomen met BMA om te vertellen dat de verwerkingskosten beduidend hoger zouden uitvallen, rond € 1000,- per ton.xlv [naam 8] heeft diezelfde nacht nog een e-mail met zijn bevindingen gestuurd aan zijn collega's [naam 11] en [naam 9].xlvi In het lab van APS heeft hij een briefje achtergelaten voor de analist, die de door [naam 8] begonnen CZV-meting heeft voltooid.xlvii De tanks van de Main VII met de Probo Koala-slops zijn afgesloten door middel van een ketting.xlviii

5.17. De volgende ochtend, 3 juli 2006, is er contact geweest tussen APS en BMA en tussen BMA en [naam 7]/Falcon Navigation over de verwerkingsprijs van de Probo Koala-slops.xlix [naam 7] en APS zijn het over de prijs niet eens kunnen worden.l

Uiteindelijk werd aan BMA bericht:

"(...) We have instructed the slop barge to re-deliver the slop washings back to the vessel due to the high cost of delivery and processing at Amsterdam. Washings are to be kept onboard and shall be disposed off at next convenient opportunity."li

5.18. In de loop van dezelfde ochtend hebben politie en brandweer zich gemeld op het terrein van APS naar aanleiding van meldingen van stank die bij APS vandaan zou komen. Op verzoek van [naam 5] kwam ook [naam 12], inspecteur van DMB, ter plaatse. Die waarschuwde op zijn beurt [naam 14] van het IMT.lii Ook werd contact gezocht met de Havendienst Amsterdam.liii Leden van het KLPD hebben een bezoek gebracht aan de Probo Koala, waar zij met [verdachte] hebben gesproken.liv

5.19. [naam 5] wilde de slops terug laten pompen naar de Probo Koala.lv [naam 8] heeft bij de Havendienst een ontheffing aangevraagd voor de boord-boord overslag van 225 m3 waswater.lvi De Havendienst heeft daarop contact opgenomen met het KLPD en met PSC. Die zagen geen reden waarom de ontheffing geweigerd zou moeten worden.lvii De ontheffing voor de boord-boord overslag is diezelfde dag verleend met de voorwaarde dat een dampretourleiding zou worden gebruikt. De ontheffing is om 20.28 uur naar APS en BMA gefaxt.lviii

5.20. In de avond van 3 juli 2006 hebben leden van het IMT monsters genomen van de inhoud van tanks 1 en 3 stuurboord en 1 en 3 bakboord van de Main VII, de tanks waarin zich de Probo Koala-slops bevonden.lix Ook [naam 12] was die avond weer op het terrein van APS aanwezig. Hij heeft aan [naam 5] meegedeeld dat de slops niet mochten worden teruggepompt in de Probo Koala.lx

5.21. Om 22.11 uur die avond is bij de Havendienst Amsterdam een fax binnengekomen van een anonieme afzender met de tekst:

"Graag wil ik U het volgende melden: het schip Probo Koala heeft 250 kuub 'slops' afgegeven aan de firma Aps. Deze slops zijn echter zwaar verontreinigt. APS nu gaat deze 'slops' weer teruggeven aan het schip minus 20 kuub zodat het schip hiervoor een ontvangstbewijs krijgt. De rederij vindt verwerking veel te duur. Er is aan boord nog een partij van 250 kuub zodat er straks een totale partij van 480 kuub zeer zwaar verontreinigde slops aan boord zijn. Ik vrees nu dat het schip, met het ontvangstbewijs voor 20 kuub in de hand, in de volgende haven zal verklaren dat de slops netjes zijn afgegeven in Amsterdam waarbij de 480 kuub tijdens de reis zijn 'verdwenen'. Ik verzoek u dringend om de scheepvaartinspectie in de volgende haven op de hoogte hiervan te brengen om te controleren of de slops nog aan boord zijn....

Ik doe U deze melding anoniem aangezien ik vrees voor mijn baan als bekend wordt dat ik dit heb gemeld. Ik vind het echter mijn plicht om U dit te melden..."lxi

5.22. De volgende dag, 4 juli 2006, hebben leden van het IMT monsters genomen van de sloptanks van de Probo Koala. Zij hebben bij die gelegenheid ook met [verdachte] gesproken.lxii De monsters zijn, met de eerder bij APS genomen monsters, voor onderzoek opgestuurd naar het NFI.lxiii

5.23. APS heeft in het begin van de middag een fax aan DMB gestuurd waarin zij klaagde over het door DMB uitgevaardigde verbod op het terugpompen van de slops. APS drong in die fax aan op een spoedige oplossing, bij gebreke waarvan claims zouden kunnen volgen.lxiv Bij DMB zijn hierop de juristen aan het werk gezet met de vraag of APS de slops had geaccepteerd volgens haar vergunning. Ook heeft DMB contact gezocht met de VROM-inspectie en PSC. Geen der geraadpleegde instanties zag gronden om APS te verbieden de stoffen te retourneren dan wel mogelijkheden om de Probo Koala te verplichten haar slops af te geven. De juristen van DMB zijn tot de conclusie gekomen dat APS de slops niet had geaccepteerd.lxv

5.24. DMB heeft later in de middag nog een fax aan APS gestuurd waarin werd meegedeeld dat haar visie dat er niet was geaccepteerd vooralsnog niet werd gedeeld. In die fax is onder meer vermeld:

"(...) Naar verwachting zijn morgenmiddag (..) de analyseresultaten bekend van de door justitie genomen monsters die bij het Gerechtelijk Laboratorium te Rijswijk worden onderzocht. In afwachting van dit resultaat mag u, gelet op het gestelde in artikel 10.37 Wet milieubeheer, deze slobs niet uit de inrichting afvoeren anders dan naar een erkende verwerker (...)."lxvi

5.25. APS heeft beslag laten leggen op de bunkers van de Probo Koala.lxvii

5.26. In de avond van 4 juli 2006 zijn op verzoek van [naam 5] het sectorhoofd Milieutoezicht, [naam 4] en het hoofd Vergunningen, [naam 3], van DMB naar het terrein van APS gekomen voor een gesprek met [naam 5] en [naam 11].lxviii Na het gesprek waren [naam 4] en [naam 3] ervan overtuigd dat APS de slops niet had geaccepteerd. Hun conclusie was vervolgens dat het APS vrij stond de slops terug te pompen. [naam 4] heeft dit mondeling aan [naam 5] bevestigd, maar heeft daarbij wel de voorwaarden gesteld dat bij het terugpompen door een onafhankelijke derde moest worden gemeten of alle ingenomen slops ook weer zouden worden teruggegeven en dat APS € 125.000,- moest betalen als zou blijken dat er toch slops bij APS waren achtergebleven.lxix Deze afspraken zijn eerst vastgelegd in een conceptbrief maar pas bij brief van 12 juli 2006 officieel aan APS bevestigd. In die uiteindelijke brief is de 'dwangsom' van € 125.000,- niet teruggekomen. In die brief is onder meer vermeld:

"(...) Dit leidde tot de overall conclusie dat het niet aannemelijk te maken is dat er sprake is van acceptatie van de omstreden partij slop. Mijn medewerkers hebben u medegedeeld dat het verbod tot retourneren was opgeheven onder de voorwaarde dat (...)."lxx

5.27. Direct na de mondelinge mededeling van [naam 4] heeft APS Saybolt ingeschakeld om de tanks van de Main VII waarin de Probo Koala-slops zaten, te meten. Deze meting is verricht in de nacht van 4 op 5 juli 2006.lxxi Vroeg in de ochtend van 5 juli is het beslag op de bunkers van de Probo Koala opgeheven. Wegens problemen met het aansluiten van de dampretourleiding is pas aan het eind van de ochtend gestart met het terugpompen van de slops vanuit de Main VII naar de Probo Koala. Om 11.40 uur was de terugpompoperatie voltooid.lxxii Uit het dossier blijkt niet dat (de gebruiker van de) Probo Koala viel onder de uitzonderingen genoemd in artikel 10.37 lid 2 Wm.

5.28. Het IMT en het OM raakten er in de loop van de ochtend van op de hoogte dat de slops werden teruggepompt, nadat twee agenten van het IMT rond 10 uur onverrichter zake waren teruggekeerd van hun opdracht de tanks van de Main VII te peilen, omdat het schip niet meer bij APS aan de kade lag.lxxiii

5.29. In de loop van de middag van 5 juli 2006 heeft de Probo Koala, met de slops weer aan boord, de haven van Amsterdam verlaten, richting Paldiski (Estland).lxxiv Op verzoek van PSC is in Estland door de havenautoriteiten aldaar gecontroleerd of de Probo Koala de slops nog steeds aan boord had. Dit bleek zo te zijn.lxxv

5.30. Vanuit Estland is de Probo Koala gevaren naar Lomé (Togo), waar zij op 30 juli 2006 is gearriveerd. Op 4 augustus 2006 is zij aangekomen in Lagos (Nigeria). Daar zijn twee mislukte pogingen gedaan de slops af te geven.lxxvi In de middag van 17 augustus 2006 heeft de Probo Koala koers gezet richting Abidjan (Ivoorkust),lxxvii waar zij op 19 augustus 2006 is gearriveerd.lxxviii Daar zijn de slops gelost in vrachtwagens. Die hebben vervolgens hun lading op diverse plekken in en rond Abidjan achtergelaten.

6. Waardering van het bewijs

6.1. Het standpunt van het Openbaar Ministerie

6.1.1. Het OM heeft in zijn requisitoir ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde - zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd. Trafigura heeft de slops aangeboden als waswater benzine of tankwaswater, terwijl het dat niet was. Immers, het ging om afval dat resteerde na een brandstofzuiveringsproces. Trafigura heeft tegenover APS de ware, schadelijke, aard van de slops verzwegen. Tankwaswater is handelswaar; het is voor (her)gebruik bestemd en valt daarom onder het begrip 'waren' in artikel 174 Sr.

6.1.2. Trafigura was voorts op de hoogte van het feit dat de slops gevaarlijk waren, zo blijkt onder meer uit de e-mailcorrespondentie tussen haar medewerkers, onder wie [naam 7]. Bovendien strandden verschillende pogingen om het afval in het Middellandse Zee-gebied af te geven mede vanwege de chemische samenstelling.

6.1.3. [verdachte] wist ook van de schadelijkheid van de slops. Hij was kapitein tijdens het wasproces en ten tijde van het afleveren van de slops. Als kapitein was hij verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van het schip, zijn bemanning en de brandstofzuivering, waartoe hij opdrachten ontving. Bovendien liet hij zijn bemanning beschermende kleding dragen, had hij meegemaakt dat de slops in april 2006 geweigerd waren vanwege de chemische samenstelling en verzweeg hij de caustic soda in La Skhirra (Tunesië) in opdracht van Falcon Navigation namens Trafigura. Daarenboven blijkt verzwijging van het schadelijk karakter van de slops ook uit het feit dat, hoewel herkomst, aard en samenstelling van de slops aan [verdachte] en zijn medeverdachten bekend waren, het oliejournaal reguliere tankwassingen vermeldde en de slops aan APS werden aangeboden als tankwaswater.

6.1.4. Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde heeft het OM - zakelijk weergegeven - het volgende naar voren gebracht.

6.1.5. Bij een voorgenomen afgifte van scheepsafvalstoffen is elke kapitein ingevolge artikel 12a Wvvs verplicht de havenbeheerder tijdig in te lichten. De kapitein moet de havenbeheerder onder meer laten weten wat voor soort afvalstoffen het betreft, om welke producten en om welke hoeveelheid het gaat. Deze gegevens moeten waarheidsgetrouw worden verstrekt.

6.1.6. [verdachte] heeft op 30 juni 2006 via BMA de 'notification' aan de havenbeheerder gezonden. Hij heeft op de 'notification' vermeld dat het gaat om: 'Annex 1 Oily tank washings including cargo residue'. Bestaande uit: '1203', een VN code voor benzine of motorbrandstof, en 'water'. Tankwaswater dus, bevattende benzine en water. Uit het strafrechtelijk onderzoek is duidelijk geworden dat het afval helemaal geen tankwaswater was. Het was afval afkomstig van het brandstofzuiveringsproces. Voor dit afval geldt het begrip 'tankwaswater' niet. Dit afval draagt de naam 'spent caustic'. [verdachte] heeft valselijk niet vermeld dat het geen normaal afval was en hij heeft verzuimd essentiële informatie over de samenstelling te geven. Daarmee staat vast dat de 'notification' valselijk is opgemaakt.

6.1.7. De 'notification' is een geschrift in de zin van artikel 225 Sr. De bewijsbestemming volgt uit de wet. [verdachte] had de bewuste bedoeling om het valse geschrift als echt en onvervalst te (doen) gebruiken. Hij wist net als zijn medeverdachten dat de informatie onjuist en onvolledig was.

6.1.8. Als kapitein had [verdachte] zijn eigen verantwoordelijkheid om waarheidsgetrouw te melden en daarmee is zijn strafrechtelijke aansprakelijkheid gegeven. Dat het formulier is ondertekend door BMA, doet aan zijn aansprakelijkheid niet af. De handelingen gebeurden in nauwe, bewuste en volledige samenwerking met onder andere Trafigura, waarvan [verdachte] opdrachten kreeg. Zoals hij ook de opdracht kreeg tot het valselijk opmaken van het formulier, aldus het OM.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit.

6.2.1. Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde heeft de verdediging - zakelijk weergegeven - de volgende verweren gevoerd. Ten eerste had [verdachte] geen wetenschap dat de slops mogelijk gevaarlijke stoffen bevatten en daarmee geen (voorwaardelijk) opzet op verzwijging van het gevaarlijke karakter ervan. Uit het e-mailverkeer tussen Falcon Navigation en [verdachte], in zijn hoedanigheid van kapitein van de Probo Koala, blijkt dat aan hem geen achtergrondinformatie werd verstrekt over de processen op het schip, noch over de samenstelling van de slops of de aanwezige mogelijke schadelijke stoffen. Dat de bemanning beschermende kleding droeg tijdens het werken met de caustic soda wil niet zeggen dat [verdachte] dús wetenschap had dat de slops gevaarlijke stoffen bevatten.

6.2.2. Ten tweede bevindt zich in het dossier geen bewijs voor medeplegen. [verdachte] heeft voorafgaande aan de afgifte van de slops nimmer contact gehad met APS. Het contact met APS ging geheel buiten hem om.

6.2.3. Ten derde heeft te gelden dat [verdachte] slechts vervoerder en daarmee ondergeschikt was. Artikel 174 Sr richt zich nadrukkelijk niet tot de ondergeschikte vervoerder.

6.2.4. Subsidiair heeft de verdediging het volgende betoogd. Artikel 174 Sr heeft betrekking op handelswaar. Bij de interpretatie van dit artikel moet worden aangesloten bij de oorspronkelijke bedoeling van de wetgever, namelijk de directe bescherming van de consument/klant bij het gebruik van een roerend goed. Voor bescherming van het milieu bestaat meer specifieke wetgeving. Gezien het milieurechtelijke karakter van de casus kan worden geconcludeerd dat enkel op basis van de wetshistorie artikel 174 Sr niet van toepassing is op afvalstoffen. Dat de afvalstoffen eventueel economische waarde hebben, doet niets af aan het feit dat zij geen handelswaar zijn.

6.2.5. 'Gevaar' in de zin van artikel 174 Sr moet worden beoordeeld op basis van de context waarin de schadelijke stoffen worden aangeboden (Hoge Raad 18 maart 2003, NJ 2003, 623). In casu zijn de slops afgeleverd aan een erkend afvalverwerkingsbedrijf ter verwerking daarvan en zijn zij niet ter consumptie of anderszins op de vrije markt gebracht. Daarbij is van belang dat [verdachte] en de bemanning op het schip werkzaam zijn geweest zonder bekend te zijn met het mogelijke gevaar van de afvalstoffen, aldus de verdediging.

6.2.6. Meer subsidiair geldt volgens de verdediging dat zowel APS, BMA als de havenautoriteiten op de hoogte waren van de caustic soda in de slops.

6.2.7. Bij dupliek heeft de verdediging nog het volgende naar voren gebracht. De slops zijn niet als tankwaswater aangeboden. Er lijkt sprake te zijn geweest van communicatiestoornissen en aannames. Caustic soda wordt normaliter niet genoemd bij tankwaswater. Nu dat in casu wel het geval was, had het voor APS in de rede gelegen te verifiëren of de aannames juist waren.

6.2.8. Tot slot heeft de verdediging bij dupliek aangevoerd dat geen sprake was van 'afleveren' in de zin van artikel 174 Sr. Zij verwijst daarbij naar hetgeen door de verdediging van APS naar voren is gebracht hetgeen er kort gezegd op neerkomt dat APS de afvalstoffen niet heeft geaccepteerd en derhalve gerechtigd was om de slops terug te pompen in de Probo Koala. Van afleveren is dus geen sprake, aldus de verdediging.

6.2.9. Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde heeft de verdediging - zakelijk weergegeven - aangevoerd dat [verdachte] de 'notification' niet juist heeft ingevuld. Gelet op de inrichting van de 'notification' was de keuze van [verdachte] om een en ander in te vullen onder de categorie annex I juist. Daarnaast is het zo dat de 'notification' , als gekozen moet worden voor annex I, onder meer de voorgedrukte tekst bevat dat het gaat om 'oily tank washings'. Dat is een kernachtige, maar niet volledige samenvatting van hetgeen onder annex I valt. [verdachte] kan slecht tegengeworpen worden dat hij de op dit punt niet geheel correcte 'notification' niet heeft aangepast.

6.2.10. Voorts heeft [naam 54] van de Havendienst Amsterdam verklaard dat hij de 'notification' onzinnig vindt, aangezien iedere invulling feitelijk onjuist is.

6.2.11. Subsidiair heeft de verdediging betoogd dat de (internationale) milieuwet- en regelgeving zó complex is dat van een gewone kapitein niet verwacht kan worden van alle 'ins en outs' op de hoogte te zijn. Van [verdachte] kon niet worden verwacht dat hij zelfstandig zou weten hoe hij het formulier correct moest invullen onder de ongebruikelijke omstandigheden. Kort gezegd had [verdachte] geen weet van een extreme zuurgraad of de aanwezigheid van sulfiden, mercaptiden of (thio)fenolaten. [verdachte] wist wel van de aanwezigheid van caustic soda. De aanwezigheid daarvan heeft hij ook nooit ontkend. Hij wist echter niet dat deze stof gevaarlijk konden zijn. De 'notification' heeft hij dus niet bewust onjuist ingevuld.

6.2.12. Het OM acht voor wetenschap en opzet redengevend de e-mail van [naam 24] (Falcon Navigation) aan de Probo Koala van 15 april 2006, waarin dringend wordt verzocht de aanwezigheid van caustic soda niet aan te melden in La Skhirra. Dat is in de visie van de verdediging appels met peren vergelijken; in La Skhirra was het immers niet de bedoeling om slops af te geven, maar lading. Enig (voorwaardelijk) opzet voor een valsheid in geschrift op 30 juni 2006 valt daar niet uit te halen.

6.2.13. Voor bewijs van overtreding van artikel 225 Sr is nodig dat de verdachte het oogmerk had de 'notification' als echt en onvervalst te doen gebruiken. Voorwaardelijke opzet is dus onvoldoende. [verdachte] twijfelde over de juiste invulling van het formulier en nam contact op met [naam 18] van Falcon Navigation, die hem vertelde dat hij de 'notification' in moest vullen op de wijze zoals hij uiteindelijk gedaan heeft.

6.2.14. [verdachte] deed niets zonder aanwijzingen van of in opdracht van Trafigura via Falcon Navigation. Trafigura was verantwoordelijk voor een juiste afgifte. [verdachte] was ondergeschikt en voerde slechts instructies uit. Dat een van die instructies mogelijk onjuist was, valt hem niet te verwijten.

6.2.15. De 'notification' heeft weliswaar formeel bewijsbestemming, maar dit ligt materieel anders. Zoals [naam 54] van de havenautoriteiten heeft verklaard, wordt het formulier niet gebruikt aangezien iedere invulling feitelijk onjuist is.

6.2.16. Voorts heeft de verdediging, evenals ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde, gewezen op de rol van BMA, APS en de havenautoriteiten.

6.2.17. Bij dupliek heeft de verdediging - zakelijk weergegeven - nog het volgende aangevoerd. Niet bewezen kan worden dat de vermeende valsheid in geschrift in Amsterdam en/of Nederland is (mede)gepleegd. Immers, toen [verdachte] op 30 juni 2006 de 'notification' invulde, bevond het schip zich ergens buiten de territoriale wateren van Frankrijk. Met de invulling van de 'notification' is de delictsomschrijving voltooid. Voltooiing vond dus niet plaats in Amsterdam en/of Nederland. De stelling dat de pleegplaats Rotterdam zou kunnen zijn (hetgeen ondervangen wordt door de zinsnede 'althans Nederland'), omdat BMA de 'notification' aldaar als eerste heeft ontvangen, snijdt geen hout. Het OM heeft zich immers beperkt tot het ten laste leggen van het eerste lid van artikel 225 Sr, aldus de verdediging.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

6.3.1. De redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank verwijst voor de redengevende feiten en omstandigheden naar de inhoud van rubriek 5.

6.3.2. Nadere bewijsoverweging ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde

Kapitein

6.3.2.1. Hoewel [verdachte] de Oekraïense, in elk geval niet de Nederlandse, nationaliteit bezit en de Probo Koala ten tijde van de ten laste gelegde feiten voer onder de vlag van Panama, is de rechtbank van oordeel dat analoog aan de daarop betrekking hebbende bepaling in het Wetboek van Koophandel (Boek II, titel 3, artikel 343) op de kapitein de verplichting rust de gebruikelijke regels en de bestaande voorschriften ter verzekering van de zeewaardigheid en de veiligheid van het schip alsook de veiligheid van de opvarenden en van de aan boord aanwezige zaken met nauwgezetheid op te volgen. Dat betekent in casu, dat waar de kapitein opdrachten kreeg die verband hielden met het door middel van chemische processen wassen van aan boord aanwezige hoeveelheden nafta, hij daarbij ook acht had te slaan op de veiligheid van bemanning, schip en lading. Hij moet dus ook worden geacht op de hoogte te zijn van de mogelijke risico's die het gebruik van stoffen als caustic soda en andere hulpmiddelen (waaronder scavengers en katalysatoren) konden teweegbrengen en daarmee moet hij ook wetenschap hebben gehad van de aard van de afvalstoffen die bij het wassen van de benzine konden ontstaan. Hij was immers ook in het bezit van de gebruiksvoorschriften die bij die middelen behoorden.lxxix

6.3.2.2. De verdediging heeft een aantal verweren gevoerd die ook gevoerd zijn door de verdediging van Trafigura. De rechtbank heeft omtrent die verweren het volgende overwogen.

"Waren/niet waren?

8.3.3.1. Volgens wetsgeschiedenis en jurisprudentie zijn 'waren' handelswaren: voor het gebruik bestemde roerende goederen.lxxx Om te beoordelen of de slops uit de Probo Koala als zodanig zijn aan te merken, is niet zozeer van belang wat de ware samenstelling van die slops was, maar is in de eerste plaats van belang hoe de slops aan APS zijn aangeboden. De ratio van artikel 174 Sr is immers bescherming tegen het onder een andere noemer verkopen/afleveren van feitelijk schadelijke goederen.

8.3.3.2. Volgens Trafigura en [naam 7] heeft [naam 7] in zijn eerste telefoongesprek met [naam 9]/[naam 8] van APS verteld dat de slops afkomstig waren van een benzinewassing aan boord van de Probo Koala, met behulp van caustic soda. [naam 7] zou daarbij verteld hebben hoeveel caustic soda er bij het proces was gebruikt en hoeveel zich dus in de sloptanks bevond. De rechtbank stelt vast dat [naam 7] alleen staat in zijn verklaring dat hij APS van de precieze samenstelling en herkomst van de slops op de hoogte heeft gesteld. [naam 9] en [naam 8] van APS hebben stellig verklaard dat dit niet zo is. [naam 8] heeft verklaard dat de aanvraag waswater benzine, tankwashings van benzine, betrof; een product dat dagelijks bij APS binnenkwam ten aanzien waarvan [naam 8] niet naar bijzonderheden hoefde te vragen. Volgens [naam 8] zou APS een heel ander traject zijn ingegaan als [naam 7] zou hebben gezegd hoe de slops waren ontstaan.lxxxi [naam 9] heeft verklaard dat hij [naam 7] heeft gevraagd zijn offerteaanvraag per e-mail te bevestigen, waarna de inhoud van die e-mail overeenkwam met de telefonische aanvraag.lxxxii

8.3.3.3. De rechtbank vindt de verklaring van [naam 7], dat hij APS volledig heeft geïnformeerd over de aard en herkomst van de slops, niet geloofwaardig. De rechtbank baseert dit, naast de hiervoor genoemde verklaringen van [naam 9] en [naam 8], op de volgende omstandigheden.

Waar [naam 7] later, op 22 september 2006, aan Vest Tank in Noorwegen per e-maill xxxiii uitvoerig heeft beschreven wat de samenstelling en herkomst van de slops is, vermeldde zijn e-mail aan APS slechts: "gasoline slops (majority is water, gasoline, caustic soda)".lxxxiv De offerte van APS d.d. 20 juni 2006 is gebaseerd op "gasoline/caustic soda washings". De geoffreerde prijs (€ 6.675,-) is die voor normaal waswater benzine, zo verklaarde [naam 9].lxxxv [verdachte] en de eerste stuurman van de Probo Koala hebben in hun verhoren in Estland in september 2006 de slops aangeduid als 'tank washings', net als Trafigura nog in september 2006 in persverklaringen heeft gedaan. Daarbij komt nog dat [verdachte] eerder, in april 2006, instructie heeft gekregen de aanwezigheid van caustic soda in de slops niet te melden in La Skhirra: "pls ensure that any remainings of caustic soda in the tanks' interface are pumped into the slop tank to the best of your ability and kindly do not, repeat do not disclose the presence of the material to anyone at Laskhira and merely declare it as tank washings".lxxxvi

8.3.3.4. De ongeloofwaardigheid van [naam 7] verklaring wordt niet opgeheven doordat hij op 15 augustus 2006 eigener beweging aan verbalisant [naam 47] heeft verteld hoe de slops waren ontstaan.lxxxvii Het telefoongesprek tussen de verbalisant en [naam 7] vond immers plaats lang na het telefoongesprek tussen dezelfde verbalisant met [naam 25] van Falcon Navigation,lxxxviii waarin [naam 25] na enig doorvragen lxxxix vertelde dat, anders dan uit het oliejournaal leek te volgen, geen tankwassingen maar ladingwassingen hadden plaatsgevonden. [naam 25] verwees de verbalisant in dat gesprek voor details naar '[naam 7]', van wie hij ook de contactgegevens verstrekte. Het ligt voor de hand dat [naam 25] na zijn gesprek met de verbalisant [naam 7] daarvan op de hoogte heeft gesteld en dat de mededeling van [naam 7], dat er benzine was gewassen, dus minder spontaan was dan zij leek.

8.3.3.5. Conclusie uit het voorgaande is dat de slops niet zijn aangeboden als 'spent caustic' of iets dergelijks maar als 'gasoline slops, majority is water, gasoline, caustic soda'. APS heeft dit opgevat als waswater benzine, een stof die zij als HOV dagelijks ontvangt. Zij heeft daar ook naar gehandeld, gelet op haar offerte (prijs, CZV-gehalte) en haar aanname dat zij de stoffen in haar inrichting zou kunnen verwerken. De schipper van de lichter Main VII heeft, toen hij de slops van de Probo Koala overnam, ook gehandeld alsof hij waswater benzine ging innemen; er is bijvoorbeeld geen dampretourleiding gebruikt, zo heeft de schipper verklaard.xc

8.3.3.6. Het verweer, dat APS de stoffen redelijkerwijs niet als waswater benzine had mogen aanmerken, gaat niet op. In de eerste plaats gaat het niet aan dat Trafigura, die de werkelijke samenstelling en herkomst van de stoffen niet vermeldt, haar wederpartij een verwijt maakt dat die haar voorstelling van zaken klakkeloos heeft overgenomen en haar niet heeft gewantrouwd. In de tweede plaats moet niet worden vergeten dat het niet eerder was voorgekomen dat aan boord van een schip benzine werd gewassen met caustic soda. APS behoefde daarop dus ook niet bedacht te zijn. Zij hoefde tegen die achtergrond niet gealarmeerd te worden door de vermelding caustic soda in de offerteaanvraag, ook niet in combinatie met de latere offerteaanvraag voor de verwijdering van 50 IBC's leeg van caustic soda, al was het achteraf gezien voor iedereen beter geweest als APS daardoor wel gealarmeerd zou zijn geweest.

8.3.3.7. De conclusie is dat Trafigura de slops aan APS heeft aangeboden als tankwaswater benzine. Dit nu is een afvalstof die APS in haar inrichting normaliter be- en verwerkt, in die zin dat zij de stoffen scheidt in een olie-, water- en sedimentfractie. APS mag volgens de vergunning de oliefractie centrifugeren, maar deze bewerking is nog niet in bedrijf en daarom worden de oliedrijflagen afgevoerd naar derden, zo heeft [naam 5] verklaard.xci Voor de oliefractie ontvangt APS geld, zo blijkt ook uit het tapgesprek tussen [naam 5] en [naam 51] over prijzen voor afvalolie zoals benzinemengsels.xcii Tankwaswater benzine wordt door APS dus niet vernietigd als ware zij een afvalstortplaats, maar zoveel mogelijk voor hergebruik geschikt gemaakt. Anders dan de chemische afvalstoffen, die ter vernietiging aan de stort werden aangeboden in de zaak die leidde tot het arrest van de Hoge Raad van 16 maart 1993,xciii hadden de Probo Koala-slops daarmee een gebruiksbestemming en ook een economische waarde. De rechtbank komt op grond daarvan tot de slotsom dat de slops kunnen worden aangemerkt als 'waren' in de zin van art. 174 Sr.

Schadelijk voor leven en/of gezondheid?

8.3.3.9. Het NFI-rapport van 29 januari 2007 vermeldt over de Probo Koala-slops: "Het betreft zeer complexe mengsels van water met alkalische stoffen waarin relatief grote hoeveelheden organische stoffen opgelost zijn waaronder veel zwavelverbindingen (voornamelijk mercaptanen en disulfiden) en (alkyl)fenolen".xciv

In de brief van 28 januari 2010 van de deskundige Bakker van het NFI aan het OM is vermeld:

"Vastgesteld is dat de slops brandbare, bijtend/corrosieve stoffen (respectievelijk nafta en de natriumhydroxide) en schadelijke tot (zeer) giftige stoffen bevatten, naast stoffen waaruit onder bepaalde omstandigheden schadelijke tot zeer giftige stoffen vrij kunnen komen (sulfiden, mercaptiden). Gelet op, onder meer, het feit dat de slops brandbare stoffen bevatten (nafta), stoffen die de huid ernstig kunnen beschadigen (onder andere natriumhydroxide) en stoffen die bij verlaging van de zuurgraad ontleden in (zeer) giftige mercaptanen en zwavelwaterstof, is volgens ons de conclusie gerechtvaardigd dat het hier om zeer gevaarlijk afval gaat".xcv

8.3.3.10. Reeds het feit dat de slops stoffen bevatten die bij contact met de huid brandwonden kunnen veroorzaken, rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank de conclusie dat de slops schadelijk voor de gezondheid zijn. De vraag is nu of de stoffen ook bij het gebruik dat daarvan na aflevering door Trafigura redelijkerwijs moest worden verwacht, voor het leven en/of de gezondheid gevaarlijk waren. Trafigura moest er in ieder geval rekening mee houden dat medewerkers van APS de stoffen zouden inzamelen en verder behandelen zoals zij met normaal tankwaswater benzine zouden doen. Dat wil zeggen, dat zij geen bijzondere veiligheidsmaatregelen zouden nemen in verband met het bijtende karakter van de slops. Reeds hierom kan geoordeeld worden dat de slops bij te verwachten gebruik gevaarlijk voor de gezondheid waren. Of dat gevaar zich ook heeft verwezenlijkt, is niet van belang.

8.3.3.11. Los daarvan zouden de slops bij verwerking in de DAF (waarbij de pH-waarde aanzienlijk omlaag zou gaan) mercaptanen en zwavelwaterstof gaan uitscheiden, die vervolgens in de atmosfeer en daarmee in de leefomgeving zouden terechtkomen. De gevolgen die de uitstoot van dergelijke stoffen op de omgeving zou kunnen hebben, staan beschreven in het NFI-rapport van 29 januari 2007: "Bij een pH van 7,8 kunnen de vluchtige mercaptanen en zwavelwaterstof als gas vrijkomen. Er is dan stankoverlast tot op grote afstand en kans op hoofdpijn en misselijkheid op het terrein van APS".xcvi Deze gevaren hebben zich niet verwezenlijkt (althans, afgezien van het stankincident op 3 juli 2006, dat naar alle waarschijnlijkheid is terug te voeren op de Probo Koala-slops), omdat APS bij analyse van de slops bemerkte dat het CZV-gehalte te hoog was om de slops in haar inrichting te kunnen verwerken. Het is wrang dat Trafigura stelt dat zij wist dat APS de slops niet in haar inrichting zou kunnen verwerken en dat het gevaar zich dus niet zou voordoen, nu Trafigura tegelijkertijd stelt dat zij niet wist dat APS oliehoudende afvalstoffen in haar inrichting scheidt in een olie- water- en sedimentfractie. Waar het haar goed uitkomt, kent zij de bedrijfsprocessen van APS dus wel en waar het haar minder bevalt, pretendeert zij ze niet te kennen. Op dit punt is de rechtbank evenwel van oordeel dat Trafigura, als wereldwijd opererende oliehandelaar, die zich ook bezig houdt met vormen van hergebruik, zonder meer geacht mag worden te weten dat - in elk geval in de Eerste Wereld - (oliehoudende) afvalstoffen zoveel mogelijk voor hergebruik geschikt worden gemaakt en dat vernietiging slechts een laatste keuze is.

Wetende?

8.3.3.12. Dat Trafigura en [naam 7] weet hadden van de schadelijkheid van de slops volgt reeds uit de omstandigheid dat zij de benzinewassingen van begin tot eind hadden geregeld. Zij wisten dus hoeveel caustic soda er in de slops aanwezig was. Dat dit een bijtende stof is, was hun ook bekend; de leverancier van de caustic soda, WRT, heeft per e-mail aan [naam 7] informatie betreffende caustic soda gestuurd in de vorm van een Material Safety Data Sheet.xcvii Bovendien wist [naam 7] dat de slops in Malta niet konden worden verwerkt "due to the chemical content".xcviii De wetenschap van de schadelijkheid van de slops was ook bij [verdachte] aanwezig: ook hij ontving het MSDS en hij liet zijn bemanning met beschermende kleding werken.

Verzwijgen?

8.3.3.13. Hiervoor is al overwogen dat Trafigura en [naam 7] de slops aan APS hebben afgeleverd onder het mom van tankwaswater benzine. Daarmee staat ook vast dat zij de ware aard en daarmee het schadelijke karakter van de slops hebben verzwegen bij de aflevering. Ook [verdachte] heeft geen gewag gemaakt van de schadelijkheid bij aflevering, terwijl hij daarvan wel op de hoogte was."

De rechtbank neemt bovenstaande overwegingen over in deze zaak.

Afleveren

6.3.2.3. De verdediging heeft betwist dat de slops aan APS zijn afgeleverd. Gelet op de bescherming die art. 174 Sr beoogt te bieden, dient het begrip 'afleveren' echter niet beperkt te worden opgevat. Met het overpompen van de slops (althans, ongeveer 250 m3 daarvan) in de Main VII zijn, naar het oordeel van de rechtbank, de slops aan APS afgeleverd.

Vervoerder

6.3.2.4. De rechtbank verwerpt het verweer dat [verdachte] alleen als vervoerder moet worden aangemerkt die verder geen weet had van wat zich aan boord wat betreft de benzinewassingen voordeed. Alleen al uit de herhaalde mededelingen van [verdachte] aan Falcon Navigation valt af te leiden dat hij de hem gegeven orders goed heeft begrepen ('Cnfrm rcvd yr msg and well noted')xcix en vervolgens heeft uitgevoerd. Uit de feitelijke gang van zaken in de periode tussen april 2006 en begin juli 2006 valt op te maken dat [verdachte] in die periode leiding heeft gegeven aan een aantal benzinewassingen waarbij het daaruit ontstane product in 'ship to ship'-manoeuvres is overgeladen. [verdachte] kon niet alleen de in dat verband gegeven orders begrijpen; hij kon die orders ook beoordelen en uit zijn functie als gezagvoerder vloeit voort dat hij ook de bevoegdheid én de verplichting had - indien veiligheid van bemanning, schip of lading daartoe noodzaakte - in te grijpen. In zoverre heeft [verdachte] het roer niet uit handen gegeven.

Medeplegen

6.3.2.5. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de stukken - in het bijzonder uit de veelheid van e-mailberichten tussen Falcon Navigation, [verdachte] en Trafigura Ltd. (namens Trafigura Beheer B.V.) - dat er sprake is geweest van een bewuste rolverdeling. De beslissingen die krachtens die rolverdeling door een van de betrokkenen genomen worden en binnen de gemaakte rolverdeling vallen, worden daarmee als gezamenlijk gewild beschouwd. Dit leidt ertoe dat [verdachte] niet op eigen houtje, doch tezamen en in vereniging met een ander of met anderen waaronder Trafigura de schadelijkheid van de af te leveren slops heeft verzwegen.

Conclusie

6.3.2.6. Uit al het hiervoor overwogene volgt dat [verdachte] en Trafigura zich schuldig hebben gemaakt aan het afleveren van - naar zij wisten - voor de gezondheid schadelijke waren terwijl zij dat schadelijke karakter hebben verzwegen.

6.3.3. Nadere bewijsoverweging ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde

"Te Amsterdam, in elk geval in Nederland"

6.3.3.1. Toen [verdachte] op 30 juni 2006 de 'notification' invulde, bevond hij zich niet in Nederland. Na het invullen van de - digitale - 'notification' , dat hij niet ondertekende, stuurde hij het diezelfde dag per e-mail naar scheepsagent BMA in Rotterdam. Het verweer van de verdediging dat het invullen van de 'notification' was voltooid op het moment dat de kapitein - [verdachte] - de benodigde gegevens had ingevuld, hetgeen niet "in Nederland" is gebeurd, treft geen doel. Op de 'notification' is geen plaats voor de handtekening van de kapitein, doch slechts voor de naam, het adres en handtekening van de scheepsagent. De scheepsagent was in dit geval in Rotterdam gevestigd. De 'notification' is dan ook te Rotterdam ondertekend door [naam 35]. Gelet op de verklaring van [naam 35], fungeert BMA als scheepsagent slechts als werktuig of 'doorgeefluik' in de communicatie tussen het schip en derden. [verdachte] was als kapitein verantwoordelijk voor het op juiste wijze invullen van formulieren.c Dit blijkt ook uit de gegevens op de notification; onder BMA staan de woorden 'as agents only'. De scheepsagent moet echter wel een essentiële handeling verrichten, namelijk de 'notification' ondertekenen en opsturen.ci De rechtbank is van oordeel dat het opmaken van de 'notification' is vervolmaakt op het moment dat de agent tekent als werktuig van de kapitein. In dit geval is dat gebeurd in Rotterdam en daarmee in Nederland. Dat [verdachte] de overige gegevens heeft ingevuld terwijl hij zich niet "in Nederland" bevond, doet naar het oordeel van de rechtbank aan het voorgaande niets af. Een en ander brengt mee dat het feit mede in Nederland is gepleegd.

Bewijsbestemming

6.3.3.2. Anders dan de verdediging heeft betoogd, is de rechtbank met het OM van oordeel dat het verweer dat de 'notification' geen bewijsbestemming heeft, omdat het feitelijk niet wordt gebruikt, niet kan slagen. Zoals in artikel 12a Wvvs staat vermeld, moet de kapitein bepaalde gegevens 'in het belang van de doelmatigheid van de havenontvangstvoorzieningen en de doeltreffende planning van het afvalbeheer' verstrekken. De wijze waarop deze verstrekking dient te gebeuren, is door middel van de notification. Dat maakt dit formulier bij uitstek een geschrift dat bestemd is om tot enig bewijs te dienen. De bewijsbestemming van dit formulier wordt daaraan niet ontnomen door de enkele omstandigheid dat in praktijk het formulier niet wordt gebruikt omdat de havenautoriteiten de desbetreffende informatie op andere wijze verkrijgen.

Wetenschap en opzet op onjuiste invulling

6.3.3.3. Artikel 12a Wvvs richt zich tot de kapitein en let op hem de verantwoordelijkheid de 'notification' waarheidsgetrouw in te vullen. Het feit dat [verdachte] slechts de orders van Trafigura opvolgde, doet niet af aan zijn eigen verantwoordelijkheid als kapitein. Het onjuist invullen van de 'notification' komt volledig op zijn conto.

6.3.2.4. Ten aanzien van het opzet is de rechtbank het volgende oordeel toegedaan. [verdachte] kreeg instructies van Trafigura over de uit te voeren wasprocessen en de te gebruiken chemicaliën. Hij moet dus hebben geweten wat hij aan boord had en had moeten weten op welke wijze hij dat had moeten vertalen naar in te vullen formulieren.

Annex I afval?

6.3.3.5. Op 'de notification' heeft [verdachte] ingevuld dat de Probo Koala een hoeveelheid afval 'Annex I oily tank washings including cargo residue' wilde afgeven. De verdediging heeft betoogd dat [verdachte] het formulier weliswaar niet volledig, maar ook niet foutief heeft ingevuld, omdat het afval wel degelijk onder annex I valt. De rechtbank oordeelt anders. [verdachte] heeft ingevuld dat sprake is van 'Annex I oily tank washings'. Van tankwassingen is echter geen sprake. Zoals uit het dossier blijkt gaat het om ladingwassingen. Of al dan niet sprake is van 'Annex I'-afval kan in het midden worden gelaten, nu ten laste is gelegd dat in strijd met de waarheid is ingevuld dat sprake was van 'tank washings' en vaststaat dat daarvan geen sprake was. Het verweer van de raadsvrouw treft dan ook geen doel.

7. Bewezenverklaring

De rechtbank heeft uit de wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen en acht dan ook bewezen dat de [verdachte] het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan in die zin dat hij:

1. op 2 juli 2006 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander, waren, te weten afvalstoffen afkomstig van brandstofzuivering met behulp van natriumhydroxide (caustic soda), als tankwaswater heeft afgeleverd aan Amsterdam Port Services B.V, wetende dat die waren voor het leven en/of voor de gezondheid schadelijk waren, zijnde deze afvalstoffen een complex mengsel van water met een extreme zuurgraad en een olieachtige vloeistof (beide verontreinigd met onder meer sulfiden en mercaptiden, en dat schadelijk karakter (bijtend en corrosief) bij dat afleveren heeft verzwegen;

2. op 30 juni 2006 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen een geschrift, te weten een formulier 'Notification of ships' waste and (remainders of) noxious substances (art. 12a Wvvs)' (Melding scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen (art. 12a lid 1 Wvvs)), - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, immers heeft hij, verdachte, valselijk en in strijd met de waarheid op dat formulier als af te geven, uit de ladingzone (cargo area) van het schip Probo Koala afkomstige afvalstoffen vermeld: 'Annex I Oily tank washings including cargo residue' (Annex I Oliehoudend waswater inclusief ladingrestant) bestaande uit 'UN number 1203' (VN nummer 1203, waarbij dat VN nummer staat voor benzine en/of motorbrandstof) en 'WATER' (water) (terwijl die afvalstoffen niet afkomstig waren van het reinigen van ladingtanks en niet enkel uit benzine en water bestonden).

8. Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat [verdachte] het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat die staan vermeld in de voetnoten in de rubrieken 5, 6.3.2. en 6.3.3.

9. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

10. De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van [verdachte] uitsluit. [verdachte] is dan ook strafbaar.

11. Motivering van de straf

11.1. Het standpunt van het Openbaar Ministerie

11.1.1. Het OM heeft gerequireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastegelegde en gevorderd dat [verdachte] wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden en die eis als volgt onderbouwd.

11.1.2. [verdachte] droeg in de hoedanigheid van kapitein een eigen verantwoordelijkheid als gezagvoerder aan boord. [verdachte] heeft buitengewoon laakbaar gehandeld. Hij wist immers van de hoed en de rand van het ontzwavelingsproces, maar heeft dit tegenover APS en de autoriteiten verzwegen. Door zijn houding en handelen nam hij risico's van ongelukken en gevaar voor derden voor lief en heeft hij eigenbelang laten prevaleren boven belangen van gezondheid en milieu. Ten voordele van [verdachte] houdt het OM dat hij geen justitiële documentatie in Nederland heeft.

11.2. Het standpunt van de verdediging

11.2.1. De verdediging heeft bij pleidooi naar voren gebracht dat mocht de rechtbank toch tot een bewezenverklaring komen, dan kan worden volstaan met een schuldigverklaring zonder straf, aangezien [verdachte] al genoeg gestraft is.

11.2.2. De verdediging heeft er voorts op gewezen dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zeker leidt tot ongewenstverklaring door de IND, hetgeen betekent dat [verdachte] niet meer welkom is in de gehele EU. Dat zou betekenen dat hij feitelijk een beroepsverbod krijgt opgelegd.

11.2.3. Bij dupliek heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de hoge strafeis blijkens de repliek te maken heeft met de gebeurtenissen in Abidjan, Ivoorkust. De verdediging heeft betoogd dat [verdachte] echter niet (mede)verantwoordelijk is voor wat daar is gebeurd. De gebeurtenissen in Abidjan mogen daarom niet meewegen bij een eventueel op te leggen straf.

11.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

11.3.1. [verdachte] had in de hoedanigheid van kapitein een (grote) eigen verantwoordelijkheid voor alles wat er aan boord van het schip gebeurde, zowel ten aanzien van de bemanning alsook ten aanzien van de veiligheid aan boord. De rechtbank rekent het ook tot zijn verantwoordelijkheid om derden duidelijkheid te verschaffen omtrent hetgeen hij aan hen aflevert.

11.3.2. Het moet [verdachte] duidelijk zijn geweest dat zijn medeverdachten de ware aard en herkomst van de slops hebben willen verdoezelen. [verdachte] heeft daaraan ook zelf meegewerkt; niet alleen was hij betrokken bij het verzwijgen van het voor de gezondheid schadelijke karakter van de slops die aan APS werden afgeleverd, ook heeft hij verzuimd de 'notification of ships waste and (remainders of) noxious substances' op juiste wijze in te vullen. Hij kreeg van Trafigura, via Falcon Navigation, de opdracht de lading met caustic soda te wassen. Aan boord is ook daadwerkelijk onder zijn toezicht een aantal behandelingen met caustic soda uitgevoerd. De rechtbank kan niet anders dan concluderen dan dat [verdachte] op de hoogte was van de aanwezigheid van de caustic soda, het gevaarlijke karakter daarvan kende, maar dat hij dit niet aan APS heeft gemeld en heeft weggelaten op de notification. Daarmee heeft hij aanvaard dat bij APS bij de behandeling van de slops niet de juiste voorzorgsmaatregelen zouden worden genomen, met het risico dat personen daardoor gezondheidsschade zouden oplopen. Voorts heeft hij door de notification onvolledig in te vullen de kans aanvaard dat de autoriteiten onjuist werden geïnformeerd over het karakter van de af te geven slops.

11.3.3. De rechtbank acht wel aannemelijk dat [verdachte], zoals hij heeft verklaard, dit alles niet op zijn eigen initiatief heeft gedaan, maar dat hij in belangrijke mate gevaren heeft op het kompas van (de agent van) Trafigura. Natuurlijk was hij het die het commando over het schip voerde, maar in die positie was hij in belangrijke mate - ook economisch - afhankelijk van zijn opdrachtgever.

11.3.4. De ernst van de door [verdachte] gepleegde feiten moet ook enigszins worden gerelativeerd. Wat de valsheid in geschrift betreft kan er van worden uitgegaan dat de havenautoriteiten de juiste gegevens in de praktijk langs andere weg hebben bekomen. Wat betreft het verzwijgen van de gevaarlijkheid van de aan APS afgeleverde waren houdt de rechtbank er rekening mee dat de risico's die daarbij werden genomen in zoverre beperkt waren dat het de aflevering betrof van afval aan een afvalverwerker en niet bijvoorbeeld de aflevering van voedsel bestemd voor menselijke consumptie

11.3.5. Ten voordele van [verdachte] houdt de rechtbank bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf voorts rekening met het feit dat [verdachte] noch hier te lande noch voor zover bekend elders, eerder is veroordeeld. Aannemelijk is voorts dat [verdachte] niet heeft gehandeld uit direct winstbejag, maar onder druk van zijn directe opdrachtgever.

11.3.6. De rechtbank komt op grond van het vorenstaande tot een lagere straf dan geëist. Een werkstraf ligt, nu [verdachte] in het buitenland woont, niet voor de hand. Gezien de beperkte draagkracht van [verdachte] komt een geldboete die recht doet aan de ernst van de feiten evenmin in aanmerking.

11.3.7. Om die reden en gezien in het licht van de op te leggen straffen in de zaken tegen zijn medeverdachten zal de rechtbank aan [verdachte] een voorwaardelijke gevangenisstraf van nader te noemen duur opleggen. Deze dient enerzijds als waarschuwing voor de toekomst en anderzijds om uitdrukking te geven aan de ernst van de bewezen feiten.

12. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 57, 174 en 225 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezengeachte.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

13. Beslissing

Verklaart bewezen dat [verdachte] het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 7 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan [verdachte] meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

Medeplegen van waren afleveren, wetende dat zij voor het leven of de gezondheid schadelijk zijn en dat schadelijke karakter verzwijgende.

Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

Medeplegen van valsheid in geschrift.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt [verdachte] tot een gevangenisstraf van 5 (vijf) maanden.

Beveelt dat die straf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien [verdachte] zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Dit vonnis is gewezen door

mr. F.G. Bauduin, voorzitter,

mrs. G.H. Marcus en W.M. de Vries, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs. M. Cordia en N.C. van Geel, griffiers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 juli 2010.

i Gegevens Probo Koala, rubriek 9.01, doorgenummerde p. 1.

ii Rubriek 4.21, doorgenummerde p. 289 tot en met 291: verhoor [naam 18].

iii Rubriek 5.04, bijlage 5.4.9.1., doorgenummerde p. 49: crewlist Probo Koala.

iv "Trafigura; about us", overgelegd door de verdediging bij pleidooi.

v Rubriek 4.19, doorgenummerde p. 270: verhoor [naam 19].

vi E-mail van [naam 20] aan [naam 21] en [naam 22], d.d. 27 december 2005, bijlage bij bijlage 1 bij brief

d.d. 22 maart 2010 van de officier van justitie, toegevoegd aan het dossier op 16 maart 2010.

vii Zie bijvoorbeeld rubriek 9.27, map 3, doorgenummerde p. 7136: e-mail van [naam 7] aan [naam 9] d.d. 26 juni

2006.

viii Rubriek 5.102, doorgenummerde p. 46: e-mail van [naam 7] aan [naam 21] van 28 december

2005.

ix Rubriek 9.27, map 1, doorgenummerde p. 6513: brief van Trafigura aan Tankage Mediterranee d.d.

17 maart 2006.

x Rubriek 9.23, doorgenummerde p. 6339 tot en met 6342: brief van Trafigura aan Tankage Mediterranee

d.d. 23 februari 2006.

xi Rubriek 9.27, map 2, doorgenummerde p. 6782: e-mail van [naam 23]] aan [naam 7] d.d. 17 april 2006, rubriek

8.05, map 2, doorgenummerde p. 554: e-mail van [naam 19] aan [naam 24] d.d. 20 april 2006 en rubriek 5.72,

doorgenummerde p. 4163.

xii Rubriek 8.05, map 2, doorgenummerde p. 511: e-mail van [naam 22] aan Chartering tankers d.d. 2

april 2006 en p. 513: e-mail van [naam 19] aan [naam 7], [naam 25], [naam 18] d.d. 31 maart 2006 en

rubriek 9.64, map 4, doorgenummerde p. 1121: e-mail van [naam 26] aan [naam 27], [naam 28],

[naam 29] d.d. 30 maart 2006.

xiii Verhoor van [naam 30] bij de rechter-commissaris d.d. 24 juni 2009.

xiv Rubriek 9.27, map 1, doorgenummerde p. 6519: e-mail van [naam 7] aan [naam 31] d.d. 7 september 2006.

xv Zie bijvoorbeeld rubriek 9.27, map 1, doorgenummerde p. 6477 tot en met 6479: e-mail van [naam 23] aan de

kapitein van Probo Koala c/o Athens ops d.d. 7 april 2006.

xvi Rubriek 8.05, doorgenummerde p. 511.

xvii Rubriek 5.20, doorgenummerde p. 880.

xviii Rubriek 5.88, doorgenummerde p. 324: dossier rechtshulpverzoek Malta en rubriek 5.70,

doorgenummerde p. 4139 en 4141.

xix Rubriek 9.32, map 2, doorgenummerde p. 8934: e-mail [naam 18] aan Probo Koala d.d. 26 juni 2006.

xx Rubriek 9.32, map 2, doorgenummerde p. 8937: e-mail [naam 24] aan Probo Koala d.d. 27 juni 2006.

xxi Rubriek 5.88, doorgenummerde p. 327: dossier rechtshulpverzoek Malta en rubriek 5.90,

doorgenummerde p.67: uiteenzetting van de feiten door Saybolt.

xxii Rubriek 5.18, doorgenummerde p. 819: 'vessel ullage report' d.d. 2 juli 2006 en rubriek 5.71,

doorgenummerde p. 4158.

xxiii Rubriek 9.25, doorgenummerde p. 6397-6475: NFI rapport van 29 januari 2007, in het bijzonder bladzijden

19/63 en 20/63 van dat rapport.

xxiv Rubriek 5.90, doorgenummerde p. 82 en 83: e-mail van [naam 32] aan [naam 7] d.d. 10 april 2006.

xxv rubriek 5.90, doorgenummerde p. 79: e-mail van [naam 43] aan [naam 32] d.d. 10 april 2006.

xxvi Rubriek 9.32, map 8, doorgenummerde p. 357:e-mail van [naam 33] aan Probo Koala d.d. 29 juni

2006.

xxvii Rubriek 4.06, doorgenummerde p. 120: verhoor [naam 7] bij politie op 18 december 2006.

xxviii Rubriek 9.09, doorgenummerde p. 112: e-mail [naam 7] aan [naam 8].

xxix Rubriek 9.09, doorgenummerde p. 105, 106 en 109: e-mail met bijlagen.

xxx Rubriek 9.09, doorgenummerde p. 109: e-mail [naam 7] aan [naam 9].

xxxi Rubriek 9.27, map 3, doorgenummerde p. 7126: e-mail [naam 24] aan [naam 7] "Better via STS".

xxxii Rubriek 3.18, doorgenummerde p. 423-426: e-mail [naam 34] aan BMA d.d. 28 juni 2006.

xxxiii Rubriek 4.02, doorgenummerde p. 32: verhoor [naam 9].

xxxiv Rubriek 5.18, doorgenummerde p. 789: offerte.

xxxv Rubriek 5.18, doorgenummerde p. 808: Notification of ships waste and (remainders of) noxious substances.

xxxvi Rubriek 4.16, doorgenummerde p. 207: verhoor [verdachte]: "ik kreeg van dit bedrijf mail met als

bijlage een formulier. Ik moest dat formulier invullen en aangeven welke afvalstoffen de Probo Koala in

Amsterdam af zou geven. Ik heb vervolgens dit formulier samen met het begeleidende mailtje naar dat bedrijf

Gemaild."

xxxvii Verhoor [naam 35] bij de rechter-commissaris op 9 juli 2009, p. 8.

xxxviii Rubriek 5.32, doorgenummerde p. 2704: routeoverzicht van een vaartuig.

xxxix Rubriek 5.12, doorgenummerde p. 535 en 554: tankenplan d.d. 2 juli 2006, bijlage bij proces-verbaal

bevindingen.

xl Rubriek 3.05, doorgenummerde p. 72: verhoor [naam 48].

xli Rubriek 9.06, doorgenummerde p. 96: werkbon APS d.d. 2 juli 2006.

xlii Rubriek 3.07, doorgenummerde p. 109: verhoor [naam 10].

xliii Verhoor [naam 8] bij rechter-commissaris op 18 augustus 2009, p. 12.

xliv Rubriek 4.01, doorgenummerde p. 6 en 7: verhoor [naam 8].

xlv Rubriek 3.31, doorgenummerde p. 517: verhoor [naam 36].

xlvi Rubriek 9.12, doorgenummerde p. 236: e-mail van [naam 8] aan [naam 11] d.d. 3 juli 2006.

xlvii Verhoor [ naam 37] bij rechter-commissaris op 14 mei 2009, p. 4.

xlviii Rubriek 3.07, doorgenummerde p. 112: verhoor [naam 10].

xlix Rubriek 3.11, doorgenummerde p. 210: verhoor [naam 11], rubriek 3.17, doorgenummerde p. 413:

verhoor [naam 33] en rubriek 3.31, doorgenummerde p. 517: verhoor [naam 36].

l Rubriek 3.11, doorgenummerde p. 211: verhoor [naam 11].

li Rubriek 5.18, doorgenummerde p. 836: e-mail van [naam 24] aan BMA van 3 juli 2006.

lii Verhoor [naam 12] bij rechter-commissaris op 11 maart 2009, pag. 6.

liii Rubriek 5.01, doorgenummerde p. 1, 3 en 5.

liv Rubriek 5.07, doorgenummerde p. 210 tot en met 212.

lv Verklaring van verdachte [naam 5] zoals afgelegd ter terechtzitting van 3 juni 2010 en toegevoegd

aan alle dossiers.

lvi Rubriek 3.22, doorgenummerde p. 457 en 458: verhoor [naam 38] en verhoor [naam 38] bij rechter-commissaris

van 26 maart 2009, p. 4.

lvii Verhoor [naam 38] bij rechter-commissaris op 26 maart 2009, p. 4, 8 en 9.

lviii Rubriek 5.18, doorgenummerde p. 809: ontheffing.

lix Rubriek 5.03, doorgenummerde p. 38 tot en met 40.

lx Rubriek 3.10, doorgenummerde p. 134: verhoor [naam 12] en verhoor [naam 12] bij rechter-

commissaris op 11 maart 2009, p. 14.

lxi Rubriek 5.06, doorgenummerde p. 209: anonieme fax.

lxii Rubriek 5.04, doorgenummerde p. 41 tot en 48.

lxiii Rubriek 5.04, onder bijlage 5.4.9.1., doorgenummerde p. 181 tot en met 188: aanvraag onderzoek.

lxiv Rubriek 9.13, doorgenummerde p. 296 en 297: fax van APS aan DMB d.d. 4 juli 2006.

lxv Rubriek 9.42, doorgenummerde p. 12161 tot en met 12165 en rubriek 9.13 p. 294 (e-mail van [naam 39] aan

[naam 4] van 4 juli 2006, waarin is vermeld: "conclusie: APS heeft de partij niet geaccepteerd").

lxvi Rubriek 9.13, doorgenummerde p. 290: fax van DMB aan APS d.d. 4 juli 2006.

lxvii Rubriek 9.17, doorgenummerde p. 814 tot en met 817: verzoekschrift tot het leggen van conservatoir beslag.

lxviii Verhoor [naam 4] bij rechter-commissaris op 10 maart 2009, p. 26 en nader verhoor verdachte

[naam 5] bij rechter-commissaris op 8 december 2009, p. 29.

lxix Verhoor van [naam 4] bij rechter-commissaris op 10 maart 2009, p. 28.

lxx Rubriek 9.13, doorgenummerde p. 282 en 283: brief van DMB aan APS d.d. 12 juli 2006.

lxxi Rubriek 5.21, doorgenummerde p. 888: bijzonderhedenlijst Saybolt, met vermelding van tijdstippen.

lxxii Rubriek 5.18, doorgenummerde p. 820: statement of facts wet mode van de Probo Koala.

lxxiii Rubriek 5.09, doorgenummerde p. 220.

lxxiv Rubriek 9.27, map 3, doorgenummerde p. 7170: e-mail BMA aan [naam 7] d.d. 5 juli 2006 en rubriek 9.18,

doorgenummerde p. 767: logboek Probo Koala.

lxxv Verhoor [naam 41] bij de rechter-commissaris op 24 september 2009, p. 4 en verhoor [naam 42] bij de

rechter-commissaris op 24 juni 2009, p. 4.

lxxvi Rubriek 9.27, map 3, doorgenummerde p. 7406: e-mail [naam 43] aan o.a. [naam 24] d.d. 10 augustus 2006 en

rubriek 9.32, map 1, doorgenummerde p. 8387: e-mail van de Probo Koala aan [naam 18] d.d. 17 augustus

2006.

lxxvii Rubriek 9.32, map 1, doorgenummerde p. 8385: e-mail van [naam 18] aan de Probo Koala d.d. 17 augustus

2006.

lxxviii Rubriek 9.23, doorgenummerde p. 6148: Notice of Readiness.

lxxix Rubriek 4.18, doorgenummerde p. 237: verhoor verdachte [verdachte] .

lxxx HR 16 maart 1993, LJN AD1846.

lxxxi Rubriek 4.01, doorgenummerde p. 2 en 3: verhoor [naam 8] en eerste verhoor getuige [naam 8] bij rechter-

commissaris van 15 mei 2009, p. 10.

lxxxii Verhoor getuige [naam 9] bij rechter-commissaris op 7 juli 2009, p. 5 en 7.

lxxxiii,Rubriek 9.27, map 5, doorgenummerde p. 7816: e-mail van [naam 7] aan [naam 52] d.d. 22 september 2006.

lxxxiv Rubriek 9.27 map 3, doorgenummerde p. 7093: e-mail van [naam 7] aan APS d.d. 20 juni 2006.

lxxxv Rubriek 9.27 map 3, doorgenummerde p. 7111: e-mail van APS aan [naam 7] d.d. 20 juni 2006 en verhoor

getuige [naam 9] bij rechter-commissaris van 7 juli 2009, p. 12.

lxxxvi Rubriek 5.48, doorgenummerde p. 3054: e-mail van [naam 24] aan [naam 53], volgens getuige [naam 24] in

zijn verhoor bij de rechter-commissaris op 15 oktober 2009 gaf hij hiermee een opdracht door van Trafigura.

lxxxvii Rubriek 5.48, doorgenummerde p. 3013: proces-verbaal bevindingen van [naam 47] waarin is gerelateerd dat

[naam 7] in een telefoongesprek op 15 augustus 2006 spontaan aan verbalisant vertelde dat de slops afval waren

van benzinewassingen aan boord.

lxxxviii Rubriek 5.48, doorgenummerde p. 3013: proces-verbaal bevindingen van [naam 47] waarin is gerelateerd dat

verbalisant op 21 juli 2006 telefonisch contact opnam met [..] ([naam 25]).

lxxxix Verhoor getuige [naam 47] bij de rechter-commissaris op 9 april 2009, p. 9.

xc,Rubriek 3.05, doorgenummerde p. 72: verhoor [naam 48].

xci Rubriek 4.10, doorgenummerde p. 163: verhoor [naam 5],.

xcii Rubriek 5.61,9,3, doorgenummerde p. 3459: tapverslag d.d. 20 januari 2006; [naam 51] belt APS.

xciii HR 16 maart 1993, NJ 1993, 718.

xciv Rubriek 9.25, doorgenummerde p. 6435: deskundigenrapport van Ing. L.J.C. Peschier (NFI) d.d. 29 januari

2007.

xcv Stuk 10 van stukken die het Openbaar Ministerie in het geding heeft gebracht op 22 maart 2010, na beslissing

van de rechtbank van 16 maart 2010.

xcvi Rubriek 9.25, doorgenummerde p. 6421 en 6430: deskundigenrapport van drs. F.J.M. Bakker (NFI) d.d. 29

januari 2007.

xcvii Rubriek 9.27, map 1, doorgenummerde p. 6486 t/m 6489: e-mail van WRT B.V. aan [naam 7] d.d. 31 maart

2006, met bijlage en verhoor getuige [naam 30] bij rechter-commissaris op 24 juni 2009, p. 3.

xcviii Rubriek 9.27, map 1, doorgenummerde p. 6662: e-mail van [naam 32] aan [naam 7] d.d. 10 april 2006,.

xcix Zie bijvoorbeeld rubriek 9.32 map 6, doorgenummerde p. 10273.

c Rubriek 5.32, doorgenummerde p. 2703: formulier 'Notification of ships' waste and (remainders of)

noxious substances (art. 12a Wvvs,)'.

ci Verhoor bij rechter-commissaris van [naam 35] op 9 juli 2009, p. 9.

Parketnummer: 13/846004-08

Inzake: [verdachte]