Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BN1811

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-07-2010
Datum publicatie
26-07-2010
Zaaknummer
932021 DX EXPL 08-1260
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Effectenlease-overeenkomst; artikel 1:88 BW; verjaring; schending zorgplicht; eigen schuld; geen onaanvaardbare zware financiële last.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

effectenlease-overeenkomst; artikel 1:88 BW; verjaring; schending zorgplicht; eigen schuld; geen onaanvaardbare zware financiële last

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

Rolnummer: 932021 DX EXPL 08-1260

Vonnis van: 21 juli 2010

F.no.: 632

Vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

de stichting STICHTING BEURSKLACHT,

te dezen handelend namens [naam 1] en [naam 2],

nader te noemen Beursklacht,

gevestigd te Zeist,

eiseres,

gemachtigde: mr. J.G. Burggraeve,

t e g e n:

de naamloze vennootschap DEXIA BANK NEDERLAND N.V.,

nader te noemen Dexia,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. G.P. Roth.

De procedure

Bij dagvaarding van 19 juni 2007, met producties, heeft Beursklacht in de zaak tussen partijen met rolnummer DX 07-1333 gevorderd zoals daarin omschreven. Vervolgens is de onderhavige zaak afgesplitst van deze zaak.

Op 2 augustus 2007 is een regiezitting gehouden. Van deze zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Bij rolmededeling van 12 september 2007 is de zaak verwezen naar de rol van 10 oktober 2007 voor akte aan de zijde van Beursklacht.

Vervolgens is ingediend:

- de akte uitlating producties, tevens houdende wijziging van eis, van 5 december 2007, met producties, van Beursklacht;

- de conclusie van antwoord (algemeen deel), van Dexia, met producties.

Bij vonnis van 23 april 2008 is geoordeeld dat de vragen die zijn gesteld in de rolmededeling van 12 september 2007 niet volledig door Beursklacht zijn beantwoord en is de zaak verwezen naar de rol voor doorhaling dan wel voortprocederen. Beursklacht heeft hierop te kennen gegeven te willen voortprocederen.

Vervolgens is ingediend:

- de akte uitlating producties, tevens houdende wijziging van eis, van 29 mei 2008, met producties, van Beursklacht.

Vervolgens hebben beide partijen bij akte verzocht om aanhouding. Bij rolmededeling van 7 januari 2009 is de zaak aangehouden in afwachting van arresten van de Hoge Raad waarin rechtsvragen zouden worden beantwoord die partijen in effectenlease-zaken verdeeld houden. Op 5 juni 2009 heeft de Hoge Raad een drietal arresten gewezen, waarin hij op deze rechtsvragen een antwoord heeft gegeven.

Bij rolmededeling van 22 juli 2009 is de zaak verwezen naar de rol van 12 augustus 2009 voor uitlating doorhaling dan wel voortprocederen, waarop Beursklacht te kennen heeft gegeven te willen voortprocederen.

Vervolgens zijn ingediend:

- de nadere conclusie naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad, met producties, van Beursklacht;

- de nadere conclusie, met producties, van Dexia.

Daarna is vonnis bepaald op heden.

Gronden van de beslissing

1. De feiten

Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

1.1. Dexia is de rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchere N.V., alsmede van Legio-Lease B.V. (hierna: Labouchere of Legio-Lease). Waar hierna sprake is van Dexia worden haar rechtsvoorgangsters daaronder mede begrepen.

1.2. [naam 2] (hierna: [naam 2]) heeft de volgende overeenkomst tot effectenlease (hierna: de lease-overeenkomst) ondertekend waarop hij als lessee stond vermeld, met als wederpartij Dexia:

Nr Contractnr. Datum Naam overeenkomst Leasesom Looptijd Termijnbedrag

1. [nr] 25 april 1997 WinstVerdubbelaar € 9.914,64 60 mnd. € 67,80

1.3. [naam 1] (hierna: [naam 1]), met wie [naam 2] ten tijde van het aangaan van de lease-overeenkomst was gehuwd, heeft geen (schriftelijke) toestemming verleend voor het aangaan van de lease-overeenkomst.

1.4. De lease-overeenkomst is inmiddels geëindigd. Dexia heeft met betrekking tot de lease-overeenkomst een eindafrekening opgesteld waaraan de kantonrechter de volgende gegevens ontleent:

Nr. Datum eindafrekening Saldo eindafrekening Waarvan achterstallige termijnen Datum betaald

1. Geen datum € 0,00 € 25,08 Nvt

1.5. Ten tijde van het aangaan van de lease-overeenkomst was de inkomens- en vermogenspositie van [naam 2] en – indien van toepassing – van diegene(n) met wie hij een gezamenlijke huishouding voerde, zoals weergegeven in bijlage I bij dit vonnis.

1.6. Op 21 februari 2006 heeft Beursklacht een brief gestuurd aan Dexia. Deze brief luidt, voor zover van belang, als volgt:

“(…)

Tot mij wendde zich de heer [naam 2], wonende te [adres].

(…)

Er is sprake van overtreding van de gezinsbeschermende bepalingen overeenkomstig artikel 1:88 BW. Op grond van artikel 1:89 BW roept cliënt de vernietiging in van de overeenkomst (en).

(…)”

1.7. Beursklacht heeft in het kader van de onderhavige procedure aan [naam 2] een zogenoemd ‘Enquêteformulier Dexia-Procedures’ ter invulling ter beschikking gesteld (hierna: het Enquêteformulier). Bij de vraag “Omstreeks welke tijd werd uw partner bekend met het contract?” is ingevuld “maart 2002”.

2. Het geschil

2.1. Beursklacht vordert, na wijziging van eis, op gronden als vermeld in de processtukken dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

A. Dexia gelast om gegevens over te leggen met betrekking tot de aan- en verkoopkoersen en –data van de in het geding zijnde effecten, voor zover zij dat niet reeds gedaan heeft;

B. 1. voor recht verklaart dat de lease-overeenkomst door de vernietigingsbrief buitengerechtelijk is vernietigd;

2. Dexia te veroordelen tot terugbetaling van de terzake van de lease-overeenkomst betaalde bedragen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het tijdstip van betaling en met de gevolgschade;

C. 1. voor zover de vernietigingsbrief niet leidt tot buitengerechtelijke vernietiging, voor recht te verklaren dat de lease-overeenkomst nietig is wegens het ontbreken van de schriftelijke toestemming van [naam 1], althans de overeenkomst te vernietigen of te ontbinden;

D. 1. voor zover het onder B gevorderde niet gehonoreerd wordt, primair, voor recht te verklaren dat de lease-overeenkomst nietig is wegens het in de dagvaarding gestelde, althans de overeenkomst te vernietigen of te ontbinden;

2. Dexia te veroordelen tot terugbetaling van de terzake van de lease-overeenkomst betaalde bedragen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het tijdstip van betaling en de gevolgschade;

3. subsidiair, voor recht te verklaren dat Dexia jegens [naam 2] en [naam 1] tekort is geschoten in de uitvoering van de lease-overeenkomst en daarom aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade en dat Dexia deze schade aan [naam 2] en [naam 1] volledig dient te vergoeden;

4. meer subsidiair, voor recht te verklaren dat Dexia jegens [naam 2] en [naam 1] onrechtmatig heeft gehandeld en daarom aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade en dat Dexia deze schade aan [naam 2] en [naam 1] volledig dient te vergoeden;

5. nog meer subsidiair, voor recht te verklaren dat de schadevergoeding als volgt berekend moet worden:

a. alsnog kwijtschelding van de restschuld van [naam 2] en [naam 1] (zijnde het verschil tussen de hoogte van de gesloten lening en de waarde van de geleasete aandelen bij verkoop ervan na het expireren van de onderhavige overeenkomst) alsmede van hem gevorderde contractuele en/of wettelijke rente en contractuele kosten en/of buitengerechtelijke kosten, zoals die aan het einde van de onderhavige overeenkomst zijn ontstaan;

b. terugbetaling van het totaal van de gedurende de looptijd van de effectenlease-overeenkomst door [naam 2] en [naam 1] aan Dexia betaalde inleg;

c. betaling aan [naam 2] en [naam 1] door Dexia van de als gevolg van het aangaan en uitvoeren van de onderhavige effectenlease-overeenkomst bij [naam 2] en [naam 1] opgekomen gevolgschade, zoals deze bij [naam 2] en [naam 1] is opgenomen dan wel voor [naam 2] en [naam 1] afzonderlijk nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, welke gevolgschade is veroorzaakt door verlenging van de overeenkomst dan wel, indien van toepassing, de kosten die de financiering van de eenmalige inleg met zich brengen;

d. vergoeding van [naam 2] en [naam 1] van de wettelijke rente over het onder 5b bedoelde bedrag, zulks vanaf de datum van betaling ervan.

6. Dexia te veroordelen in de kosten van deze procedure.

E. Dexia veroordeelt tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten.

Beursklacht heeft hoogte van de schade bij nadere conclusie vastgesteld op € 3.463,36.

2.2. Beursklacht heeft aan deze vorderingen – voor zover van belang – het volgende ten grondslag gelegd. Beursklacht stelt, voor zover voor de beoordeling van belang, dat de lease-overeenkomst moet worden aangemerkt als huurkoop in de zin van artikel 7A:1576h BW en derhalve als koop op afbetaling in de zin van artikel 7A:1576 BW en dus de toestemming van [naam 1] behoefde ingevolge artikel 1:88 lid 1 sub d BW. Omdat zij deze (schriftelijke) toestemming niet heeft verleend, heeft zij de lease-overeenkomst rechtsgeldig kunnen vernietigen. Voorts stelt Beursklacht dat Dexia de op haar rustende zorgplicht heeft geschonden en dat Dexia aansprakelijk is voor de daardoor ontstane schade.

2.3. Dexia heeft de vorderingen en de grondslagen daarvan bestreden op gronden die, voor zover van belang, hierna aan de orde zullen komen.

3. De beoordeling

3.1. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 28 maart 2008, (LJN BC2837) worden de onderhavige overeenkomsten aangemerkt als huurkoop.

3.2. Dit betekent dat artikel 1:88 lid 1 onder d BW op de lease-overeenkomst van toepassing is, zodat [naam 2] voor het aangaan van de lease-overeenkomst de toestemming van [naam 1] behoefde. Nu volgens artikel 7A:1576i BW huurkoop bij akte wordt aangegaan, diende deze toestemming ook schriftelijk te worden gegeven (vgl. het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 1 maart 2007, LJN AZ9721, rov 2.12.3 en het reeds genoemde arrest van de Hoge Raad van 28 maart 2008). Aangezien deze schriftelijke toestemming ontbreekt, had [naam 1] de bevoegdheid een beroep te doen op de hier bedoelde vernietigbaarheid.

Verjaring

3.3. Dexia beroept zich er op dat het vernietigingsrecht van artikel 1:89 BW is verjaard. De verjaringstermijn voor een beroep op dit vernietigingsrecht is op grond van artikel 3:52 lid 1 sub d BW drie jaar. De termijn vangt aan op het moment dat degene aan wie de bevoegdheid tot vernietiging toekomt bekend wordt met de overeenkomst. Niet noodzakelijk is dat deze bekend is met de juridische kwalificatie van die overeenkomst (vgl. HR 5 januari 2007, LJN AY8771 en Gerechtshof Amsterdam, 19 mei 2009, LJN BI 4359). Van belang is derhalve wanneer [naam 1] bekend was met het bestaan van de lease-overeenkomst.

3.4. Op Dexia rust de stelplicht en bewijslast ten aanzien van het beroep op verjaring.

3.5. Ter onderbouwing van haar beroep op verjaring heeft Dexia aangevoerd dat de brief van 21 februari 2006 waarmee Beursklacht stelt de overeenkomst buitengerechtelijk te hebben vernietigd, alleen is geschreven namens [naam 2] en niet namens [naam 1]. Dexia gaat er vanuit dat het beroep op vernietiging door [naam 1] pas bij dagvaarding, op 19 juni 2007, is gedaan. Nu het Enquêteformulier vermeldt dat [naam 1] in maart 2002 op de hoogte is gekomen van het bestaan van de lease-overeenkomst, is het beroep op vernietiging verjaard.

3.6. De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit het door [naam 2] en [naam 1] overlegde Enquêteformulier volgt dat [naam 1] in maart 2002 bekend werd met het bestaan van de lease-overeenkomst. Vast staat voorts dat met de brief van 21 februari 2006 een beroep is gedaan op de vernietiging van de lease-overeenkomst wegens strijd met artikel 1:88 BW. Indien zou worden aangenomen dat deze brief mede is geschreven namens [naam 1], zoals Beursklacht heeft betoogd, is nog altijd meer dan drie jaar verstreken tussen het moment van wetenschap, maart 2002, en het moment waarop de vernietigingsbrief is geschreven, 21 februari 2006. Het beroep van Dexia op verjaring slaagt dan ook.

Beroep op nietigheid wegens ontbreken schriftelijke toestemming

3.7. In het geval de brief van 21 februari 2006 niet leidt tot vernietiging van de lease-overeenkomst, heeft Beursklacht gevorderd de lease-overeenkomst nietig te verklaren wegens het ontbreken van de schriftelijke toestemming van [naam 1].

3.8. Deze vordering kan niet worden toegewezen. Artikel 1:89 lid 1 BW bepaalt immers dat een rechtshandeling die een echtgenoot in strijd met artikel 1:88 BW heeft verricht, vernietigbaar is en niet nietig.

3.9. Uit het voorgaande volgt dat de overige door Beursklacht aangevoerde grondslagen van de vordering moeten worden beoordeeld.

Zorgplicht

3.10. Voor de maatstaven en beoordelingskaders verwijst de kantonrechter naar de arresten van de Hoge Raad van 28 maart 2008 (LJN BC2837) en 5 juni 2009 (LJN BH 2815) en van het gerechtshof Amsterdam van 1 december 2009 (LJN BK4978, BK4981, BK4982 en BK4983), welke als leidraad worden genomen. Door partijen zijn geen althans onvoldoende bijzondere omstandigheden gesteld die in het onderhavige geval een afwijking daarvan rechtvaardigen. Toepassing van die maatstaven en beoordelingskaders leidt in het onderhavige geval tot de volgende conclusies:

A. er is sprake van huurkoop;

B. er is geen sprake van dwaling, misleidende reclame en/of misbruik van omstandigheden;

C. Dexia heeft haar bijzondere zorgplichten geschonden, in elk geval de waarschuwingsplicht, en daardoor onrechtmatig gehandeld;

D. [naam 2] heeft schade geleden, bestaande uit verschuldigde termijnen en restschuld;

E. er is voldoende causaal verband aanwezig tussen de hiervoor bedoelde schade en de onrechtmatige daad van Dexia.

De kantonrechter verwijst naar het vonnis van de kantonrechter Amsterdam d.d. 27 januari 2010 (LJN BL0912), in het bijzonder de rechtsoverwegingen 3.1 tot en met 3.3 daarvan, welke hier worden overgenomen.

3.11. In het onderhavige geval dient op de schade eerst in mindering te worden gebracht het voordeel als bedoeld in artikel 6:100 BW en vervolgens (op het restant) het deel van de schade dat [naam 2] wegens eigen schuld als bedoeld in artikel 6:101 BW zelf dient te dragen. De wijze waarop dit gebeurt wordt hierna uiteengezet. Voor de concrete berekening in het onderhavige geval wordt verwezen naar bijlage II bij dit vonnis.

3.12. Ingevolge artikel 6:100 BW dient in mindering te worden gebracht al het voordeel dat [naam 2] ingevolge de lease-overeenkomst heeft genoten, zoals aan [naam 2] betaalde of toekomende dividenden. Uit de nadere conclusie van Beursklacht blijkt van een bedrag van

€ 2.006,11 aan uitgekeerde bruto dividenden welk bedrag niet door Dexia is betwist en aldus in mindering zal worden gebracht. De kantonrechter zal dit voordeel in eerste instantie in mindering brengen op de schade bestaande uit de verschuldigde rente en eventuele periodieke aflossingen en vervolgens, voor zover dan nog een deel van het voordeel resteert, op de restschuld. Dit ligt het meest voor de hand, omdat deze betalingsverplichtingen zich eerder hebben voorgedaan dan dat de restschuld zich openbaarde.

3.13. Nadat het (eventuele) voordeel op de schade in mindering is gebracht, moet vervolgens worden beoordeeld in hoeverre de resterende door [naam 2] geleden schade op de voet van artikel 6:101 BW (eigen schuld) als door hemzelf veroorzaakt voor zijn rekening moet blijven. Daarbij dient een onderscheid te worden gemaakt tussen de termijnen en de restschuld. Verwezen wordt naar de rechtsoverwegingen 3.6 en 3.7 van eerdergenoemd vonnis van de kantonrechter Amsterdam d.d. 27 januari 2010 welke hier worden overgenomen. De kantonrechter gaat hierbij uit van de tot het moment van beëindiging ‘verschuldigde’ termijnen en niet slechts van de ‘betaalde’ termijnen, omdat het voor de vaststelling van de hoogte van de schade niet uitmaakt of een verschuldigd bedrag reeds is betaald of niet. Verschuldigde maar onbetaald gebleven termijnen blijven immers opeisbaar.

Termijnen

3.14. In dit geval zou nakoming door Dexia van haar onderzoeksplicht hebben uitgewezen dat Dexia het aangaan van de lease-overeenkomst niet had behoren te ontraden omdat daardoor naar redelijke verwachting niet een onaanvaardbaar zware financiële last op [naam 2] werd gelegd. In navolging van het Amsterdamse hof is de kantonrechter van oordeel dat deze (na verrekening van voordeel resterende) schade aan termijnen geheel voor rekening van [naam 2] behoort te blijven.

3.15. Voor de aan bovenbedoelde beoordeling ten grondslag liggende berekening wordt verwezen naar de aan dit vonnis gehechte bijlage I. Deze berekening is gebaseerd op hetgeen het Amsterdamse hof dienaangaande in zijn arresten van 1 december 2009 heeft overwogen. De kantonrechter heeft daarbij, in navolging van het Amsterdamse hof, in aanmerking genomen de zogenoemde “Nibud-basisnorm” (Y) en het door Nibud gehanteerde basisbedrag met betrekking tot de (netto) woonlasten, behorende bij de gezinssamenstelling van [naam 2] ten tijde van het aangaan van de lease-overeenkomst (voor de normbedragen die het Nibud met betrekking tot de verschillende gezinssituaties door de jaren heen heeft gepubliceerd, verwijst de kantonrechter naar : www.rechtspraak.nl/Gerechten/Rechtbanken/Amsterdam/Actualiteiten/Basis+en+woonlastnormen.htm).

Hoewel de specifieke gezinssituatie van [naam 2] ten tijde van het aangaan van de lease-overeenkomst niet bekend is en is uitgegaan van een huishouden bestaande uit twee volwassenen, zou ook sprake zijn geweest van een aanvaardbare financiële last als zou zijn uitgegaan van de situatie ‘2 volwassenen, drie of meer kinderen’.

Met betrekking tot de vaststelling van het inkomen en het vermogen is uitgegaan van het door Beursklacht overgelegde ‘Overzicht biljetten van een proces’. Zoals Beursklacht heeft berekend en door Dexia niet is betwist, bedraagt het netto-inkomen € 2.720,41 per maand. Met betrekking tot het vermogen volgt uit het Overzicht biljetten van een proces dat dit

€ 14.400,70 bedraagt (saldi rekeningen s17). Anders dan Beursklacht stelt dient hier niet de hoofdsom van de lease-overeenkomst bij geteld te worden.

Met betrekking tot de woonlasten is uitgegaan van de gegevens ontleend aan het Overzicht biljetten van een proces.

Restschuld

3.16. Nu uit de eindafrekening niet blijkt van een restschuld en er aldus geen schade uit restschuld bestaat, behoeft dit onderdeel geen nadere beoordeling.

Algemeen

3.17. Van omstandigheden die meebrengen dat de billijkheid een andere verdeling van de schade eist dan volgt uit hetgeen hiervoor is overwogen, is niet gebleken. De door [naam 2] aangevoerde omstandigheden zijn in de verdeling van de schade, waarbij het tekortschieten van Dexia zwaarder is gewogen dan de eigen schuld van [naam 2], reeds verdisconteerd.

3.18. Onder verwijzing naar de in bijlage II weergegeven berekening, brengt het voorgaande mee dat Dexia aan schade dient te dragen € 0,00 wegens achterstallige termijnen en € 0,00 wegens restschuld.

Gevolgschade

3.19. De door Beursklacht gevorderde gevolgschade zal worden afgewezen nu deze niet nader is onderbouwd en in een te ver oorzakelijk verband staat tot het handelen van Dexia.

Buitengerechtelijke incassokosten

3.20. Nu Dexia niet gehouden is tot vergoeding van enige schade aan [naam 2], dienen de buitengerechtelijke incassokosten te worden afgewezen.

Verklaring voor recht

3.21. De gevorderde verklaring voor recht dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld zal, gelet op hetgeen onder rechtsoverweging 3.10. onder C. is overwogen, worden toegewezen ten aanzien van [naam 2] nu hij is aan te merken als de contractuele wederpartij van Dexia.

Overige vorderingen

3.22. Gelet op het hiervoor overwogene, zullen de overige vorderingen worden afgewezen wegens gebrek aan belang, behoudens de vordering tot vergoeding van de proceskosten.

Proceskosten

3.23. De kantonrechter ziet aanleiding de proceskosten aldus te compenseren dat elke partij de eigen kosten draagt.

4. De beslissing

De kantonrechter:

I. verklaart voor recht dat Dexia jegens [naam 2] onrechtmatig heeft gehandeld;

II. compenseert de proceskosten aldus dat partijen hun eigen kosten dragen;

III. wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. M.D. Ruizeveld, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juli 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

BIJLAGE I

Beoordeling onaanvaardbaar zware last

Afnemer [naam 2]

Contractnummer [nr] (ovk 1)

Rolnummer: DX 08-1260

samenstelling huishouden 2 vw 3 k of meer

Y. nibudbasisnorm 1.043,69

X. netto maandinkomen 2.720,41

vermogen 14.400,70

af: vrijstelling 10.000,00

in aanmerking te nemen vermogen 4.400,70

V. vermogen per maand 73,35

netto woonlasten 200,42

norm woonlast Nibud 158,82

W. Woonlasten boven Nibud 41,60

leasesom 9.914,64

looptijd in maanden 60

A. verplichting leaseovereenkomst 165,24

B. verpl. eerdere leaseovereenk 0,00

C. verpl. eerdere overig krediet 0,00

besteedbaar inkomen

X + V - W - A - B - C 2.586,91

bestedingsnorm

Y + (0,1xY) + 0,15x(X-Y) 1.399,57

SLOTSOM AANVAARDBARE LAST

Berekening netto woonlast

bruto hypotheekrente per jaar 3.145,60

huurwaarde forfait 1.146,70

belasting% 37,05%

netto woonlast 200,42

BIJLAGE II

Berekening schade, voordeelstoerekening, verdeling restschuld

Afnemer [naam 2]

Contractnummer [nr] (ovk 1)

Rolnummer: DX 08-1260

reconventionele vordering ingesteld nee

A. Betaalde leasetermijnen 4.967,92

saldo eindafrekening 0,00

af: achterstallige termijnen 25,08

B. in aanmerking te nemen restschuld -25,08

totale schade exclusief voordeelstoerekening 4.967,92

af: batig saldo voorgaande lease-overeenkomsten 0,00

af: uitgekeerde dividenden c.a. 2.006,11

af: verrekende dividenden c.a. 0,00

C. totale schade minus voordeel 2.961,81

schade m.b.t. betaalde termijnen minus voordeel 2.961,81

eigen schuld afnemer 1

D. door Dexia te vergoeden schade m.b.t. betaalde termijnen 0,00

schade m.b.t. achterstallige termijnen minus voordeel 25,08

eigen schuld afnemer 1

E. door Dexia te dragen schade m.b.t. achterstallige termijnen 0,00

schade wat betreft restschuld minus voordeel geen schade

eigen schuld afnemer 1/3

F. door Dexia te dragen schade m.b.t. restschuld 0,00