Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BN1796

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-06-2010
Datum publicatie
20-07-2010
Zaaknummer
930914 DX EXPL 08-1096
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Effectenlease-overeenkomst; Dexia-aanbodovereenkomst; artikel 1:88 BW; verjaring; stelplicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

Rolnummer: 930914 DX EXPL 08-1096

Vonnis van: 30 juni 2010

F.no.: 632

Vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

de stichting STICHTING BEURSKLACHT,

te dezen handelend namens [L] en [K],

nader te noemen Beursklacht,

gevestigd te Zeist,

eiseres,

gemachtigde: mr. J.G. Burggraeve,

t e g e n:

de naamloze vennootschap DEXIA BANK NEDERLAND N.V.,

nader te noemen Dexia,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. G.P. Roth.

1. De procedure

Bij dagvaarding van 3 augustus 2007, met producties, heeft Beursklacht in de zaak tussen partijen met rolnummer DX 07-1439 gevorderd zoals daarin omschreven. Vervolgens is de onderhavige zaak afgesplitst van deze zaak.

Bij rolmededeling van 12 september 2007 is de zaak verwezen naar de rol van 12 september 2007 voor een akte door beide partijen.

Vervolgens is ingediend:

- de akte uitlating producties, tevens houdende wijziging van eis, van 5 december 2007, van Beursklacht, met producties;

- de conclusie van antwoord (algemeen deel), van Dexia, met producties.

Bij vonnis van 23 april 2008 is Dexia in de gelegenheid gesteld een akte te nemen teneinde een kopie van het zogenaamde Dexia Aanbod in het geding te brengen.

Vervolgens is ingediend:

- de antwoordakte na tussenvonnis, van Dexia, met één productie.

Bij rolmededeling van 26 november 2008 zijn alle bij de rechtbank aanhangige effectenlease-zaken, waaronder de onderhavige, aangehouden in afwachting van arresten van de Hoge Raad waarin rechtsvragen zouden worden beantwoord die partijen in effectenlease-zaken verdeeld houden. Op 5 juni 2009 heeft de Hoge Raad een drietal arresten gewezen, waarin hij op deze rechtsvragen een antwoord heeft gegeven.

Bij rolmededeling van 22 juli 2009 is de zaak verwezen naar de rol van 12 augustus 2009 voor uitlating doorhaling dan wel voortprocederen, waarop Beursklacht te kennen heeft gegeven te willen voortprocederen.

Vervolgens zijn ingediend:

- de nadere conclusie naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad, tevens houdende vermeerdering van eis, van Beursklacht, met producties;

- de nadere conclusie, van Dexia, met producties.

Daarna is vonnis bepaald.

Gronden van de beslissing

2. De feiten

Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

2.1. Dexia is de rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchere N.V., alsmede van Legio Lease B.V. (hierna: Labouchere of Legio Lease). Waar hierna sprake is van Dexia worden haar rechtsvoorgangsters daaronder mede begrepen.

2.2 [L] (hierna: [L]) heeft de volgende lease-overeenkomst (hierna: de lease-overeenkomst) ondertekend waarop zij als lessee stond vermeld, met als wederpartij Dexia:

Contractnr. Datum Naam overeenkomst Leasesom Looptijd Termijnbedrag

[nr] 1 juli 1999 WinstVerDriedubbelaar € 23.733,77 36 mnd. € 114,34

2.3. Per 30 juni 2005 heeft Dexia met betrekking tot de lease-overeenkomst een eindafrekening opgesteld volgens welke [L] nog € 4.295,03 verschuldigd was. Dit bedrag is door [L] niet voldaan.

2.4. [K] (hierna: [K]) heeft [L], met wie hij ten tijde van het aangaan van de lease-overeenkomst was gehuwd, geen (schriftelijke) toestemming verleend voor het aangaan van de lease-overeenkomst.

2.5. Op 11 maart 2003 heeft [L] een zogenaamd Aanmeldingsformulier Dexia Aanbod ondertekend (hierna: het Dexia Aanbod of het Aanmeldingsformulier Dexia Aanbod). Op dit Aanmeldingsformulier staat, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:

“Door ondertekening van dit formulier [ ] ga ik met Dexia Bank Nederland N.V. de Overeenkomst Dexia Aanbod aan. De volledige tekst van de Overeenkomst Dexia Aanbod als opgenomen bij de Juridische Documenten Dexia Aanbod moet, voor zoveel nodig, geacht worden volledig in dit aanmeldingsformulier te zijn ingelast en herhaald.

[ ]

2.6. In de Overeenkomst Dexia Aanbod staat verder, voor zover hier van belang, het volgende:

“Artikel 1 Algemene Bepalingen

[ ]

Betrokken Partij: de echtgeno(o)t(e) of geregistreerde partner of de wettelijke vertegenwoordiger(s) van Deelnemer;

[ ]

DA-Effectenlease-overeenkomst: Dexia Aanbod Effectenlease-overeenkomst; de effectenlease-overeenkomst(en) tussen Deelnemer en Dexia waarvoor het Dexia Aanbod geldt [ ]

[ ]

NDA-Effectenlease-overeenkomst: Niet Dexia Aanbod Effectenlease-overeenkomst: de (eventuele) effectenlease-overeenkomsten tussen Deelnemer en Dexia waarvoor de verruimde mogelijkheden van het Dexia Aanbod niet gelden [ ]

[ ]

Artikel 5 Verklaringen van Deelnemer en afstand van recht

Artkel 5.1 Verklaringen van Deelnemer

5.1.1. Deelnemer verklaart dat hij een eventueel door of namens hem tegen Dexia [ ] gerichte klacht die betrekking heeft op, of verband houdt met, die effectenlease-overeenkomst(en) intrekt of doet intrekken.

5.1.2. Deelnemer verklaart dat hij terzake van de DA-Effectenlease-overeenkomst(en) en/of de NDA-Effectenlease-overeenkomst(en) afstand doet van alle door of namens hem of te zijnen behoeve door derden jegens Dexia [ ] gepretendeerde rechten (met inbegrip van maar niet beperkt tot enig recht op schadevergoeding of vernietiging) uit hoofde van of verband houdende met die effectenlease-overeenkomst(en) [ ].

[ ]

2.7. Bij brief van 3 oktober 2004 (hierna: de vernietigingsbrief) heeft [K] met een beroep op artikel 1:89 BW de lease-overeenkomst vernietigd en terugbetaling gevorderd.

3. Het geschil

3.1. Beursklacht vordert, na wijziging van eis, op gronden als vermeld in de processtukken dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

A. Dexia gelast om gegevens over te leggen met betrekking tot de aan- en verkoopkoersen en –data van de in het geding zijnde effecten, voor zover zij dat niet reeds gedaan heeft;

B. het Dexia Aanbod vernietigt c.q. de nietigheid hiervan uitspreekt op grond van artikel 6:229 BW wegens het ontbreken van de onderliggende rechtsverhouding bij deze voortbouwende overeenkomst;

C. 1. voor recht verklaart dat de lease-overeenkomst door de vernietigingsbrief buitengerechtelijk is vernietigd;

2. Dexia te veroordelen tot terugbetaling van de terzake van de lease-overeenkomst betaalde bedragen, te vermeerderen met de gevolgschade en de wettelijke rente vanaf het tijdstip van betaling;

D. 1. voor zover de vernietigingsbrief niet leidt tot buitengerechtelijke vernietiging, voor recht te verklaren dat de lease-overeenkomst nietig is wegens het ontbreken van de schriftelijke toestemming van [L], althans deze te vernietigen of te ontbinden;

E. 1. voor zover het onder C gevorderde niet gehonoreerd wordt, primair, de lease-overeenkomst te vernietigen of te ontbinden;

2. Dexia te veroordelen tot terugbetaling van de terzake van de lease-overeenkomst betaalde bedragen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het tijdstip van betaling en de gevolgschade;

3. subsidiair, voor recht te verklaren dat Dexia jegens [L] en [K] tekort is geschoten in de uitvoering van de lease-overeenkomst en daarom aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade en dat Dexia deze schade aan [L] en [K] volledig dient te vergoeden;

4. meer subsidiair, voor recht te verklaren dat Dexia jegens [L] en [K] onrechtmatig heeft gehandeld en daarom aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade en dat Dexia deze schade aan [L] en [K] volledig dient te vergoeden;

5. nog meer subsidiair, voor recht te verklaren dat de schadevergoeding als volgt berekend moet worden:

a. alsnog kwijtschelding van de restschuld van [L] en [K] (zijnde het verschil tussen de hoogte van de gesloten lening en de waarde van de geleasete aandelen bij verkoop ervan na het expireren van de onderhavige overeenkomst) alsmede van hem gevorderde contractuele en/of wettelijke rente en contractuele kosten en/of buitengerechtelijke kosten, zoals die aan het einde van de onderhavige overeenkomst zijn ontstaan;

b. terugbetaling van het totaal van de gedurende de looptijd van de effectenlease-overeenkomst door [L] en [K] aan Dexia betaalde inleg;

c. betaling aan [L] en [K] door Dexia van de als gevolg van het aangaan en uitvoeren van de onderhavige effectenlease-overeenkomst bij [L] en [K] opgekomen gevolgschade, zoals deze bij [L] en [K] is opgenomen dan wel voor [L] en [K] afzonderlijk nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, welke gevolgschade is veroorzaakt door verlenging van de overeenkomst dan wel, indien van toepassing, de kosten die de financiering van de eenmalige inleg met zich brengen;

d. vergoeding van [L] en [K] van de wettelijke rente over het onder 5b bedoelde bedrag, zulks vanaf de datum van betaling ervan.

6. Dexia te veroordelen in de kosten van deze procedure.

Beursklacht heeft de vordering tot schadevergoeding als volgt nader gespecificeerd:

Saldo eindafrekening € - 4.295,03

Betaalde maandelijkse rente € - 18.262,51

Ontvangen netto dividend € 1.356,44

Saldo schade € - 21.201,10

3.2. Beursklacht heeft aan deze vorderingen – voor zover van belang – het volgende ten grondslag gelegd. Beursklacht stelt, voor zover voor de beoordeling van belang, dat de lease-overeenkomst moet worden aangemerkt als huurkoop in de zin van artikel 7A:1576h BW en derhalve als koop op afbetaling in de zin van artikel 7A:1576 BW en dus de toestemming van [K] behoefde ingevolge artikel 1:88 lid 1 sub d BW. Omdat hij deze (schriftelijke) toestemming niet heeft verleend, heeft hij de lease-overeenkomst rechtsgeldig kunnen vernietigen. Voorts stelt Beursklacht dat Dexia de op haar rustende zorgplicht heeft geschonden en dat Dexia aansprakelijk is voor de daardoor ontstane schade.

3.3. Dexia heeft de vorderingen en de grondslagen daarvan bestreden op gronden die, voor zover van belang, hierna aan de orde zullen komen.

4. Beoordeling

Dexia Aanbod

4.1. Dexia heeft aangevoerd dat [L] het Dexia Aanbod heeft ondertekend waarmee zij op grond van het bepaalde in de artikelen 5.1.2 van het Dexia Aanbod afstand heeft gedaan van alle jegens Dexia gepretendeerde rechten. [L] is dan ook niet-ontvankelijk in haar vordering dan wel dient deze te worden afgewezen.

4.2. Beursklacht heeft hiertegen aangevoerd dat het Dexia Aanbod een voortbouwende overeenkomst op de onderliggende lease-overeenkomst is in de zin van artikel 6:229 BW. Nu de lease-overeenkomst rechtsgeldig is vernietigd, komt [L] en [K] de bevoegdheid toe het Dexia Aanbod eveneens te vernietigen op grond van artikel 3:49 BW.

4.3. Overwogen wordt dat [L] en Dexia met het sluiten van het Dexia Aanbod zijn overeengekomen op welke wijze zij de lease-overeenkomst zullen afwikkelen. [L] heeft daartegenover afstand gedaan van haar rechten uit hoofde van of verband houdende met die lease-overeenkomst. In het vonnis van 2 maart 2009 van de rechtbank Alkmaar locatie Hoorn (LJN BH7058) is geoordeeld dat het Dexia Aanbod een vaststellingsovereenkomst is als bedoeld in artikel 7:900 BW. Bij een vaststellingsovereenkomst als het Dexia Aanbod dient artikel 6:229 BW terughoudend te worden toegepast. Indien partijen in het onzekere verkeren omtrent de vraag of en in hoeverre bepaalde feiten of omstandigheden voor hun rechtsverhouding van betekenis zijn en zij ter voorkoming van een rechtsgeding aangaande die vraag een overeenkomst als de onderhavige sluiten, waarbij hun rechtsverhouding nader wordt geregeld en bindend vastgesteld, is daarmee niet verenigbaar dat na het sluiten van die vaststellingsovereenkomst eventueel mogelijk gebleken juridische acties die vaststellingsovereenkomst haar kracht ontnemen (vgl. HR 15 november 1985, LJN AC4400). Dit betekent dat [L] geen beroep toekomt op de vernietigbaarheid van het Dexia Aanbod en dat zij aan het Dexia Aanbod is gebonden. In zoverre zullen de vorderingen ingesteld namens [L] worden afgewezen. Eveneens zal de vordering geformuleerd onder B. van rechtsoverweging 3.1. om deze reden worden afgewezen.

4.4. Anders ligt dit met betrekking tot de vorderingen ingesteld door [K]. Zoals hierboven al is vastgesteld, is het Dexia Aanbod wel door [L], maar niet door [K] ondertekend. Door de ondertekening van deze overeenkomst door [L], heeft zij weliswaar afstand gedaan van haar rechten, maar niet van de rechten van [K]. Het recht om de lease-overeenkomst op grond van artikel 1:89 BW te vernietigen, komt immers slechts de niet-handelende echtgenoot toe, zodat de handelende echtgenoot van dat recht geen afstand kan doen. Bovendien verzet ook reeds de aard van artikel 1:88 BW zich ertegen dat de handelende echtgenoot door het sluiten van een vaststellingsovereenkomst met betrekking tot een overeenkomst waarop artikel 1:88 BW betrekking heeft het beroep op de vernietigbaarheid van die overeenkomst op grond van artikel 1:89 BW van de andere echtgenoot onmogelijk maakt. Hiermee zou immers de aan artikel 1:88 BW ten grondslag liggende beschermingsgedachte worden ondergraven. Het Dexia Aanbod staat derhalve niet in de weg aan toewijzing van de vorderingen ingesteld door [K].

Beroep op artikel 1:88

4.5. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 28 maart 2008, (LJN BC2837) wordt de onderhavige overeenkomst aangemerkt als huurkoop.

4.6. Dit betekent dat artikel 1:88 lid 1 onder d BW op de lease-overeenkomst van toepassing is, zodat [L] voor het aangaan van de lease-overeenkomst de toestemming van [K] behoefde. Nu volgens artikel 7A:1576i BW huurkoop bij akte wordt aangegaan, diende deze toestemming ook schriftelijk te worden gegeven (vgl. het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 1 maart 2007, LJN AZ9721, rov 2.12.3 en het reeds genoemde arrest van de Hoge Raad van 28 maart 2008). Aangezien deze schriftelijke toestemming ontbreekt, had [K] de bevoegdheid een beroep te doen op de hier bedoelde vernietigbaarheid.

Verjaring

4.7. Dexia beroept zich er op dat het vernietigingsrecht van artikel 1:89 BW is verjaard. De verjaringstermijn voor een beroep op dit vernietigingsrecht is op grond van artikel 3:52 lid 1 sub d BW drie jaar. De termijn vangt aan op het moment dat degene aan wie de bevoegdheid tot vernietiging toekomt bekend wordt met de overeenkomst. Niet noodzakelijk is dat deze bekend is met de juridische kwalificatie van die overeenkomst (vgl. HR 5 januari 2007, LJN AY8771 en Gerechtshof Amsterdam, 19 mei 2009, LJN BI 4359). Van belang is derhalve wanneer [K] bekend was met het bestaan van de lease-overeenkomst.

4.8. Op Dexia rust de stelplicht en bewijslast ten aanzien van het beroep op verjaring.

4.9. Ter onderbouwing van haar beroep op verjaring heeft Dexia allereerst aangevoerd dat er in de Nederlandse gezinsverhoudingen van uitgegaan mag worden dat de echtgenoot er steeds van op de hoogte is wanneer de partner investeringen als de onderhavige doet. Deze stelling is echter naar het oordeel van de kantonrechter in haar algemeenheid onvoldoende om bekendheid van [K] met de beslissing van [L] tot het aangaan van de lease-overeenkomst aan te nemen. De kantonrechter verwijst in dit verband naar het eerdergenoemde arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 19 mei 2009.

4.10. Daarnaast heeft Dexia aangevoerd dat het in Nederlandse gezinsverhoudingen gebruikelijk is dat een echtpaar een zogenoemde en/of-rekening heeft die op hun beider naam staat. Aan deze stelling wordt voorbijgegaan, nu Dexia dit niet nader heeft onderbouwd, terwijl uit het als productie 3 bij nadere conclusie overgelegde ‘Enqueteformulier Dexia-Procedures’ blijkt dat [L] heeft aangegeven dat de betalingen op grond van de lease-overeenkomst juist plaatsvonden van (en naar) een rekening die alleen op naam van [L] stond.

4.11. De kantonrechter is van oordeel dat Dexia haar stelling dat het vernietigingsrecht is verjaard, onvoldoende heeft onderbouwd, zodat daaraan voorbij wordt gegaan en aan bewijslevering niet wordt toegekomen. Het beroep op verjaring wordt verworpen en er moet derhalve van worden uitgegaan dat [K] de lease-overeenkomst tijdig, dat wil zeggen, binnen drie jaar nadat hij van het bestaan ervan op de hoogte raakte, rechtsgeldig heeft vernietigd.

4.12 Nu de lease-overeenkomst rechtsgeldig is vernietigd dienen alle betalingen van [L] aan Dexia op grond van de lease-overeenkomst te worden gerestitueerd, verminderd met hetgeen [L] op grond van die overeenkomst van Dexia heeft ontvangen, zoals uitgekeerde dividenden.

4.13. Bij nadere conclusie heeft Beursklacht aangegeven wat op grond van de lease-overeenkomst door [L] is betaald en ontvangen. Dexia heeft deze bedragen niet betwist, zodat hiervan zal worden uitgegaan. In totaal heeft [L] € 8.232,48 (termijnen, de restschuld is niet voldaan) aan Dexia betaald. Op dit bedrag dient € 1.462,17 voor uitgekeerde bruto dividenden en andere uitkeringen in mindering te worden gebracht zodat per saldo € 6.770,31 dient te worden gerestitueerd.

Wettelijke rente

4.14. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar over het door Dexia te restitueren bedrag vanaf het moment waarop Dexia met de terugbetaling in verzuim is geraakt. Dexia heeft erkend dat zij wettelijke rente verschuldigd is na ommekomst van een redelijke termijn na het verzenden van de vernietigingsbrief en deze termijn bepaald op 19 oktober 2004. Nu deze datum de kantonrechter niet onredelijk voorkomt, zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf 19 oktober 2004 over het totaal van de voor die datum door [L] aan Dexia gedane betalingen verminderd met het totaal van de voor die datum door [L] van Dexia ontvangen uitkeringen (waaronder dividenden). Over de na 19 oktober 2004 door [L] aan Dexia gedane betalingen is wettelijke rente verschuldigd met ingang van de dag van elke betaling, verminderd met de over de na 19 oktober 2004 door [L] van Dexia ontvangen uitkeringen (waaronder dividenden) berekende wettelijke rente vanaf de dag van ontvangst van die uitkeringen.

Gevolgschade

4.15. De door Beursklacht gevorderde gevolgschade zal worden afgewezen nu deze niet nader is onderbouwd en in een te ver oorzakelijk verband staat tot het handelen van Dexia.

Overige vorderingen

4.16. Gelet op het hiervoor overwogene, zullen de overige vorderingen worden afgewezen wegens gebrek aan belang, behoudens de vordering tot vergoeding van de proceskosten.

Proceskosten

4.17. Gelet op de uitslag van de procedure dient Dexia te worden veroordeeld in de kosten van het geding.

Overige stellingen

4.18. De overige stellingen van partijen behoeven geen behandeling meer.

5. De beslissing

De kantonrechter:

I. verklaart voor recht dat de lease-overeenkomst buitengerechtelijk is vernietigd;

II. veroordeelt Dexia aan [K] te betalen € 6.770,31, te vermeerderen met de wettelijke rente over het totaal van de voor 19 oktober 2004 door [L] aan Dexia gedane betalingen verminderd met het totaal van de voor die datum door [L] van Dexia ontvangen uitkeringen, vanaf 19 oktober 2004 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede te vermeerderen met de wettelijke rente over elke na 19 oktober 2004 aan Dexia verrichte betaling vanaf het moment van betaling, verminderd met de wettelijke rente over de na die datum van Dexia ontvangen uitkeringen vanaf het moment van ontvangst, tot aan de dag der algehele voldoening;

III. veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure aan de zijde van [K] gevallen, tot op heden begroot op:

- voor verschuldigd griffierecht € 199,00

- voor salaris van gemachtigde € 625,00

totaal: € 824,00

een en ander, voor zover verschuldigd, inclusief btw;

IV. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

V. wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. M.D. Ruizeveld, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter