Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BN0967

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-04-2010
Datum publicatie
12-07-2010
Zaaknummer
1097982 / DX EXPL 09-468
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Effectenlease-overeenkomst; artikel 1:88; verjaring; en/of-rekening; bewijsvermoeden; tegenbewijs; waardering getuigenbewijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

Rolnummer: 1097982 / DX EXPL 09-468

Vonnis van: 28 april 2010

F.no.: 632

Vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser in conventie,

verweerder in voorwaardelijke reconventie,

nader te noemen [eiser],

gemachtigde: mr. G. van Dijk,

t e g e n

de naamloze vennootschap Dexia Bank Nederland N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in voorwaardelijke reconventie,

nader te noemen: Dexia,

gemachtigde: H. Verbeek.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 27 oktober 2009, met producties;

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in voorwaardelijke reconventie, van Dexia, met producties;

- het tussenvonnis van 20 januari 2010 waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

- het proces-verbaal van comparitie, tevens getuigenverhoor, van 25 maart 2010, met de daarin genoemde stukken.

1.2. Daarna is vonnis bepaald op heden.

Gronden van de beslissing

2. De feiten

In conventie en in reconventie:

Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

2.1. Dexia is de rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchere N.V., alsmede van Legio Lease B.V. (hierna: Labouchere of Legio Lease). Waar hierna sprake is van Dexia worden haar rechtsvoorgangsters daaronder mede begrepen.

2.2 [eiser] heeft de volgende lease-overeenkomst (hierna: de lease-overeenkomst) ondertekend waarop hij als lessee stond vermeld, met als wederpartij Dexia:

Contractnr. Datum Naam overeenkomst Leasesom Looptijd Termijnbedrag

[contractnr.] 5-1-2001 Profit Effect Maandbetaling € 14.604,72 120 mnd. € 67,37

2.3. De lease-overeenkomst was ten tijde van de comparitie op 25 maart 2010 nog niet beëindigd.

2.4. In totaal heeft [eiser] per 24 maart 2010 op grond van de lease-overeenkomst

€ 7.478,07 aan termijnbetalingen aan Dexia betaald en heeft Dexia € 601,65 aan [eiser] uitgekeerd.

2 [naam 1] (hierna: [naam 1]) heeft [eiser], met wie zij ten tijde van het aangaan van de lease-overeenkomst was gehuwd, geen (schriftelijke) toestemming verleend voor het aangaan van de lease-overeenkomst.

2.6. Bij brief van 13 februari 2005 (hierna: de vernietigingsbrief) heeft [naam 1] met een beroep op artikel 1:89 BW de lease-overeenkomst vernietigd en terugbetaling gevorderd van alle door [eiser] betaalde termijnen binnen een termijn van veertien dagen.

3. Vorderingen [eiser]

3.1 [eiser] vordert bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, primair voor recht te verklaren dat de lease-overeenkomst buitengerechtelijk is vernietigd, en voorts om Dexia te veroordelen tot (terug)betaling van al hetgeen in het kader van de lease-overeenkomst is betaald, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 februari 2005 tot aan de dag van algehele terugbetaling. Subsidiair vordert [eiser] om Dexia te veroordelen wegens het niet-nakomen van haar zorgplicht jegens [eiser] tot (terug)betaling van al hetgeen in het kader van de lease-overeenkomst is betaald, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot aan de dag van algehele terugbetaling. Ten slotte vordert [eiser], zowel primair als subsidiair, dat Dexia zijn registratie bij het Bureau Kredietregistratie te Tiel ongedaan maakt, op straffe van een dwangsom, en dat Dexia wordt veroordeeld in de kosten van de procedure.

4. Standpunten [eiser]

4.1 [eiser] stelt, voor zover voor de beoordeling van belang, dat de lease-overeenkomst moet worden aangemerkt als huurkoop in de zin van artikel 7A:1576h BW en derhalve als koop op afbetaling in de zin van artikel 7A:1576 BW en dus de toestemming van [naam 1] behoefde ingevolge artikel 1:88 lid 1 sub d BW. Omdat zij deze (schriftelijke) toestemming niet heeft verleend, heeft zij de lease-overeenkomst rechtsgeldig kunnen vernietigen.

5. Standpunten Dexia

5.1. Dexia stelt, voor zover voor de beoordeling van belang, dat de vordering tot vernietiging van de lease-overeenkomst is verjaard.

6. Voorwaardelijke reconventie

6.1. In voorwaardelijke reconventie, namelijk indien de lease-overeenkomst mocht eindigen met een restschuld, vordert Dexia om [eiser] te veroordelen tot betaling van die restschuld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf tien dagen na de datum van de eindafrekening.

6.2. [eiser] voert gemotiveerd verweer tegen de vordering in voorwaardelijke reconventie.

7. Beoordeling van de vorderingen

In conventie en in voorwaardelijke reconventie:

Verjaring

7.1. Dexia beroept zich er op dat het vernietigingsrecht van artikel 1:89 BW is verjaard. De verjaringstermijn voor een beroep op dit vernietigingsrecht is op grond van artikel 3:52 lid 1 sub d BW drie jaar. De termijn vangt aan op het moment dat degene aan wie de bevoegdheid tot vernietiging toekomt bekend wordt met de overeenkomst. Niet noodzakelijk is dat deze bekend is met de juridische kwalificatie van die overeenkomst (vgl. HR 5 januari 2007, LJN AY8771 en Gerechtshof Amsterdam, 19 mei 2009, LJN BI4359). Van belang is derhalve wanneer [naam 1] bekend was met het bestaan van de lease-overeenkomst.

7.2. Op Dexia rust de stelplicht en bewijslast ten aanzien van het beroep op verjaring.

7.3. Ter onderbouwing van haar beroep op verjaring heeft Dexia allereerst aangevoerd dat er in de Nederlandse gezinsverhoudingen van uitgegaan mag worden dat de echtgenoot er steeds van op de hoogte is wanneer de partner investeringen als de onderhavige doet. Deze stelling is echter naar het oordeel van de kantonrechter in haar algemeenheid onvoldoende om bekendheid van [naam 1] met de beslissing van [eiser] tot het aangaan van de lease-overeenkomst aan te nemen. De kantonrechter verwijst in dit verband naar het eerdergenoemde arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 19 mei 2009.

7.4. Dexia heeft voorts aangevoerd dat betalingen van de op grond van de lease-overeenkomst verschuldigde bedragen hebben plaatsgevonden vanaf een en/of-rekening die op naam van [eiser] en [naam 1] stond. Daaruit volgt volgens Dexia dat [naam 1] op de hoogte was van de lease-overeenkomst, met ingang van de (oudste) ontvangstdatum van de bankafschriften waarop die betalingen staan vermeld.

7.5. [eiser] heeft hiertegen aangevoerd dat de en/of-rekening waarvan de lease-overeenkomst werd betaald, werd beheerd door [eiser] en dat [naam 1] zich niet bezig hield met de financiën van het gezin.

7.6. Zoals de kantonrechter ter comparitie heeft geoordeeld, wettigt het voorgaande het (bewijs)vermoeden dat [naam 1] door kennisname van één of meer bankafschriften kennis heeft gekregen van het bestaan van de onderhavige lease-overeenkomst, zodat Dexia voorshands in het bewijs van haar stelling is geslaagd. [eiser] is in de gelegenheid gesteld om tegen dit vermoeden tegenbewijs te leveren. Hij heeft hiertoe twee getuigen doen horen, te weten [eiser] en [naam 1].

7.7. [naam 1] en [eiser] hebben beiden verklaard dat [eiser] [naam 1] in 2005 heeft ingelicht over het bestaan van de lease-overeenkomst nadat [eiser] zich had aangemeld bij Leaseproces. Ook hebben beiden verklaard dat [naam 1] zich niet bezig hield met de financiële gang van zaken binnen het gezin en dat [eiser] dit deed. [naam 1] heeft verklaard dat zij huisvrouw was en geen eigen inkomsten had. Ook verzorgde [eiser] de belastingaangifte, zonder [naam 1] hierbij te betrekken. Met betrekking tot het gebruik van de en/of-rekening hebben beiden verklaard dat er van deze rekening maar één bankpas was en dat [eiser] deze overwegend in gebruik had. Indien [naam 1] geld nodig had, pinde [eiser] dat en overhandigde het bedrag contant aan [naam 1]. Voorts hebben beiden verklaard dat [eiser] postbode is en de aan hen gerichte post mee naar huis nam. Ook hebben beiden verklaard dat deze post vervolgens door [eiser] werd verwerkt. Ten slotte heeft [eiser] verklaard dat de tussenpersoon thuis is langsgeweest voor het aangaan van de lease-overeenkomst en dat [naam 1] hierbij niet aanwezig was. [naam 1] heeft verklaard zich niet te kunnen herinneren dat er iemand thuis is geweest voor de totstandkoming van de lease-overeenkomst.

7.8. In de verklaringen van de getuigen zijn naar het oordeel van de kantonrechter voldoende aanknopingspunten te vinden voor het oordeel dat [eiser] er in is geslaagd tegenbewijs te leveren en dus het bewijsvermoeden te ontzenuwen. Uit de verklaringen kan niet anders worden afgeleid dan dat [eiser] [naam 1] pas in 2005 van het bestaan van de lease-overeenkomst op de hoogte heeft gebracht. Dexia is er dan ook niet in geslaagd haar stelling te bewijzen dat [naam 1] eerder dan drie jaar voor 13 februari 2005 op de hoogte was van het bestaan van de lease-overeenkomst. Er moet derhalve van uit worden gegaan dat [naam 1] de lease-overeenkomst tijdig heeft vernietigd.

7.9. Nu de lease-overeenkomst rechtsgeldig is vernietigd dienen alle betalingen van [eiser] aan Dexia op grond van de lease-overeenkomst te worden gerestitueerd, verminderd met hetgeen [eiser] op grond van die overeenkomst van Dexia heeft ontvangen, zoals uitgekeerde dividenden.

7.10. Omdat de lease-overeenkomst ten tijde van de comparitie nog niet was beëindigd, heeft Dexia ter comparitie nieuwe cijfers overgelegd met betrekking tot betaalde en ontvangen bedragen tot aan de datum van de comparitie, derhalve per 24 maart 2010. [eiser] is met deze cijfers akkoord gegaan, zodat daarvan zal worden uitgegaan. Op grond van de lease-overeenkomst heeft [eiser] per 24 maart 2010 in totaal € 7.478,07 (termijnen) aan Dexia betaald waarop een bedrag van € 601,65 voor ontvangen dividenden en andere uitkeringen in mindering dient te worden gebracht zodat per saldo een bedrag van € 6.876,42 dient te worden gerestitueerd. Ter comparitie hebben partijen afgesproken dat de lease-overeenkomst zal worden beëindigd. Dexia dient ook alle na 24 maart 2010 door [eiser] verrichte betalingen te restitueren, onder aftrek van alle na deze datum door [eiser] te ontvangen uitkeringen, tot het moment waarop de lease-overeenkomst is beëindigd.

Wettelijke rente

7.11. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar over het door Dexia te restitueren bedrag vanaf het moment waarop Dexia met de terugbetaling in verzuim is geraakt. Uitgaande van de in de vernietigingsbrief genoemde betalingstermijn van veertien dagen vanaf de dagtekening van de brief, is Dexia op 27 februari 2005 in verzuim geraakt. De wettelijke rente zal daarom worden toegewezen vanaf 27 februari 2005 over het totaal van de voor die datum door [eiser] aan Dexia gedane betalingen verminderd met het totaal van de voor die datum door [eiser] van Dexia ontvangen uitkeringen (waaronder dividenden). Over de na 27 februari 2005 door [eiser] aan Dexia gedane betalingen, waaronder eventuele betalingen die na 24 maart 2010 hebben plaatsgevonden, is wettelijke rente verschuldigd met ingang van de dag van elke betaling, verminderd met de over de na 27 februari 2005 door [eiser] van Dexia ontvangen uitkeringen (waaronder dividenden) berekende wettelijke rente vanaf de dag van ontvangst van die uitkeringen.

BKR-registratie

7.12. Nu Dexia onweersproken heeft gesteld dat er ten aanzien van de lease-overeenkomsten geen registratie (meer) bestaat wordt de vordering met betrekking tot de BKR-registratie afgewezen wegens gebrek aan belang.

Overige stellingen

7.13. De overige stellingen van partijen in conventie behoeven geen behandeling meer.

Voorwaardelijke reconventionele vordering

7.14. Gelet op hetgeen in conventie is overwogen over de vernietiging van de lease-overeenkomst, dient de voorwaardelijke reconventionele vordering van Dexia te worden afgewezen.

Proceskosten

7.14. Gelet op de uitslag van de procedure in conventie en in voorwaardelijke reconventie dient Dexia te worden veroordeeld in de kosten van het geding in conventie en in voorwaardelijke reconventie. De kosten in voorwaardelijke reconventie zullen echter worden begroot op nihil nu het debat in voorwaardelijke reconventie (vrijwel) geheel samenvalt met dat in conventie.

8. De beslissing

De kantonrechter:

In conventie:

I. verklaart voor recht dat de lease-overeenkomst buitengerechtelijk is vernietigd;

II. veroordeelt Dexia aan [eiser] te betalen € 6.876,42, te vermeerderen met alle na 24 maart 2010 door [eiser] aan Dexia verrichte betalingen onder aftrek van alle door [eiser] van Dexia na 24 maart 2010 ontvangen uitkeringen, te vermeerderen met de wettelijke rente over het totaal van de voor 27 februari 2005 door [eiser] aan Dexia gedane betalingen verminderd met het totaal van de voor die datum door [eiser] van Dexia ontvangen uitkeringen, vanaf 27 februari 2005 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede te vermeerderen met de wettelijke rente over elke na

27 februari 2005 aan Dexia verrichte betaling vanaf het moment van betaling, verminderd met de wettelijke rente over de na die datum van Dexia ontvangen uitkeringen vanaf het moment van ontvangst, tot aan de dag der algehele voldoening;

III. veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure aan de zijde van [eiser] gevallen, tot op heden begroot op:

- voor verschuldigd griffierecht € 208,00

- voor salaris van gemachtigde € 625,00

totaal: € 833,00

een en ander, voor zover verschuldigd, inclusief btw;

IV. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

V. wijst af het meer of anders gevorderde;

In reconventie:

VI. wijst de vordering af;

VII. veroordeelt Dexia in de kosten in reconventie, aan de zijde van [eiser] gevallen, tot op heden begroot op nihil aan salaris gemachtigde en verschotten.

Aldus gewezen door mr. M.D. Ruizeveld, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 april 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter