Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BN0688

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
07-07-2010
Datum publicatie
08-07-2010
Zaaknummer
13-533011-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijheidsberoving en poging tot afpersing; vrijspraak van zware mishandeling. Twee personen die waren betrokken bij de Palm Invest fraude zijn onder valse voorwendselen naar een appartement in Antwerpen gelokt. Zij zijn daar van hun vrijheid beroofd en ernstig mishandeld. Van een van hen is een teen afgeknipt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/533011-09 (PROMIS)

Datum uitspraak: 7 juli 2010

op tegenspraak

VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,

wonende aan de [adres],

gedetineerd in het Huis van Bewaring "Demersluis" te Amsterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 oktober 2009, 19 januari 2010, 30 maart 2010 en 23 juni 2010.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M.R.A. van IJzendoorn en van hetgeen door de raadsvrouw van verdachte mr. C.F. van Drumpt en door verdachte naar voren is gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 20 juli 2009 te Antwerpen (Belgie) als Nederlander en/of te Houten, in ieder geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door met (een of meer) van zijn mededader(s), althans alleen,

-die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] mee te nemen naar een appartement/woning en/of

-(vervolgens) (onverhoeds) (met een of meer vuurwapens) (met kracht) een of meer klap(pen) op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] te geven en/of

-(vervolgens) die [slachtoffer 1] (met kracht) tegen de grond te drukken en/of gedrukt te houden en/of

-de ogen en/of mond van die [slachtoffer 1] met (duct-)tape dicht/af te plakken en/of de handen/polsen van die [slachtoffer 1] op diens rug vast te binden en/of tapen en/of

-die [slachtoffer 1] (volledig) uit te kleden en/of

-die [slachtoffer 1] een prop in de mond te stoppen en/of duwen en/of

-(met een (snoei)schaar en/of tang) de linker kleine teen van die [slachtoffer 1] af te knippen en/of

-(vervolgens) een (heet) strijkijzer op/tegen (de wond op/aan) de (linker) voet van die [slachtoffer 1] te drukken en/of gedrukt te houden en/of

-die [slachtoffer 1] een of meermalen een of meer vuurwapens te tonen en/of

-een of meermalen een of meer vuurwapens op/tegen het hoofd en/of gezicht, in ieder geval het lichaam van die [slachtoffer 1] te drukken en/of gedrukt te houden en/of

-die [slachtoffer 1] een of meermalen (met kracht) op/tegen het lichaam te schoppen en/of te slaan en/of stompen en/of

-(onverhoeds) (met een of meer vuurwapens) (met kracht) een of meer klappen op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] te geven en/of

-(vervolgens) die [slachtoffer 2] (met kracht) tegen de grond te drukken en/of gedrukt te houden en/of

-de ogen en/of mond van die [slachtoffer 2] met (duct-)tape dicht/af te plakken en/of

-een of meermalen de handen/polsen van die [slachtoffer 2] (met duct-tape en/of tie-wraps) op diens rug vast te binden en/of tapen en/of

-(een geschoeide) voet op/tegen (de rechterzijde van) het gezicht van die [slachtoffer 2] te zetten en/of

-met die (geschoeide) voet op (de rechterzijde van) het gezicht van die [slachtoffer 2] te gaan staan en/of

-die [slachtoffer 2] te dwingen op te staan en/of

-(vervolgens) die [slachtoffer 2] in het toilet en/of de badkamer te laten plaatsnemen en/of op te sluiten en/of

-een (snoei)schaar en/of tang op/tegen de duim van die [slachtoffer 2] te zetten en/of

-die [slachtoffer 2] daarbij de woorden toe te voegen: "I give you ten minutes for the number otherwise i cut your fingers", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

-die [slachtoffer 2] (volledig) uit te kleden en/of

-die [slachtoffer 2] een plastic zak over het hoofd te trekken en/of

-die [slachtoffer 2] een of meermalen een of meer vuurwapens te tonen en/of

-een of meermalen een of meer vuurwapens op/tegen het hoofd en/of gezicht, in ieder geval het lichaam van die [slachtoffer 2] te drukken en/of gedrukt te houden en/of

-die [slachtoffer 2] een of meermalen (met kracht) op/tegen het lichaam te schoppen en/of slaan en/of stompen;

2.

hij op of omstreeks 20 juli 2009 te Antwerpen (Belgie) als Nederlander en/of te Houten, in ieder geval in Nederland tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon (te weten [slachtoffer 1]), opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (te weten een afgeknipte teen), heeft toegebracht, door deze opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk (met een (snoei-)schaar en/of tang de linker kleine teen af te knippen en/of (vervolgens) met een (heet) strijkijzer op/tegen (de wond op/aan) de (linker) voet te drukken en/of gedrukt te houden;

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 juli 2009 tot en met 21 juli 2009 te Antwerpen (Belgie) als Nederlander en/of te Houten, in ieder geval in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld heeft gepoogd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van (ongeveer) 3,6 miljoen euro en/of een geldbedrag van (ongeveer) 1 miljoen euro, in elk geval

van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), door met (een of meer) van zijn mededader(s), althans alleen, die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] mee te nemen naar een appartement/woning in Antwerpen (Belgie) en/of daar die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] wederrechtelijk van hun vrijheid te beroven en/of beroofd te houden en/of (ernstig) geweld op/tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] toe te passen waaronder het afknippen van een teen van die [slachtoffer 1] en/of het bedreigen en/of slaan met een of meer vuurwapens en/of het bedreigen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of de vrouw en/of het dochtertje van die [slachtoffer 1] door die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (onder meer) de woorden toe te voegen: "I give you ten minutes for the number otherwise i cut your fingers" en/of die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] een of meermalen de woorden toe te voegen: "Where is the money, Give me the money, How much money do you have?, We're going to kill you, I'll shoot you!, Arrange it! Give me 3.6 million euro's, Do you like it, steel money from other people?, We'll kill your wife and daughter", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens) onder dreiging met het toepassen van (nieuw) geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] een afspraak met die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te maken om een geldbedrag over te dragen op een parkeerplaats van een hotel in Houten en/of in een hotel in Houten en/of (vervolgens) naar dat hotel toe te gaan.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Feiten

De rechtbank leidt uit de bewijsmiddelen de volgende feiten af.i

Op 16 juli 2010 heeft verdachte een afspraak met [slachtoffer 1], evenals [slachtoffer 2] verdachte in de fraudezaak Palm Invest, in het Van der Valk Hotel in Houten. Verdachte is op dat moment verkleed als een orthodoxe Joodse man en noemt zich [naam 1]. Hij vertelt [slachtoffer 1] het verhaal dat hij van een rijke Belgische familie is en dat hij vastgoed wil kopen in de Emiraten maar dat dit moeilijk is omdat hij Joods is. Verdachte zegt dat hij graag een gesprek wil, maar dan wil hij dat zijn vader daarbij aanwezig is. Zijn vader is echter oud en kan niet naar Nederland komen. Verdachte en [slachtoffer 1] maken een vervolgafspraak op 20 juli 2010 in café Kroon in Brasschaat.ii

[slachtoffer 1] rijdt met [slachtoffer 2] op 20 juli 2010 naar Brasschaat. Wanneer ze daar aankomen, moeten ze achter verdachte aanrijden. Verdachte rijdt in een Mercedes met chauffeur. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] rijden achter verdachte Antwerpen binnen en ze komen aan bij een groot pand waarvan de garagedeur wordt geopend met een afstandbediening. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] parkeren de auto en gaan met verdachte in de lift naar boven. De chauffeur blijft in de auto zitten. Verdachte sms't aan "D" dat "D" de deur op een kier moet laten staan.iii [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en verdachte komen aan bij een appartement en verdachte laat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] voorgaan. Binnen komt een aantal mannen met bivakmutsen op hen af. Vrijwel direct krijgen ze een klap op hun hoofd en worden ze op de grond gedrukt. Ze liggen op de grond met hun handen op hun rug. Hun polsen worden met ducttape op hun rug vastgebonden. Ook wordt er tape over hun mond en ogen geplakt. [slachtoffer 2] voelt ondertussen het bloed stromen en ligt met zijn hoofd in het bloed. [slachtoffer 1] wordt uitgekleed totdat hij naakt is.iv

Hierna wordt [slachtoffer 2] naar het toilet gebracht. Hij moet op de grond bij de pot zitten en zijn hoofd ligt op het deksel. Hij mag zich niet bewegen en een man vraagt hem: "Do you like it, steel money from other people?". [slachtoffer 2] zegt meerdere malen dat hij niets heeft gedaan. Er wordt hem gevraagd waar het geld is. De man vraagt om een nummer en [slachtoffer 2] vraagt hem wat hij daarmee bedoelt. Vervolgens zet de man een soort snoeischaar op de duim van [slachtoffer 2] en roept hierbij: "I give you ten minutes for the number otherwise I cut your fingers". Hierna worden de broek, het overhemd en het jasje van [slachtoffer 2] uitgetrokken. Uiteindelijk zit [slachtoffer 2] naakt op zijn knieën op de grond in het toilet. Zijn handen worden opnieuw vastgebonden, eerst met tie-wraps en daarna met tape. Er komt een andere man binnen. Deze vraagt [slachtoffer 2]: "Where is the money?". [slachtoffer 2] zegt hem dat hij slechts een verkoper is en dat hij niet weet waar het geld is. De man laat [slachtoffer 2] gaan en zegt tegen hem dat hij een goede was. De man maakt [slachtoffer 2] los. [slachtoffer 2] gaat douchen. De handdoek waarmee hij zijn haren afdroogt, zit onder het bloed. Vervolgens moet [slachtoffer 2] in de hal van het appartement wachten.v

In de tussentijd wordt ook aan [slachtoffer 1] om geld gevraagd. De mannen praten tegen hem in het Engels. Ze vragen hoeveel geld hij heeft. [slachtoffer 1] antwoordt dat hij geen geld heeft. Hierop krijgt hij een pistool op zijn hoofd en ze zeggen tegen hem dat ze hem af zullen schieten. Ze blijven hem schreeuwend om geld vragen. [slachtoffer 1] moet een getal zeggen. Op een gegeven moment stoppen de mannen een prop in zijn mond en [slachtoffer 1] voelt warmte bij zijn voeten. Ze vragen hem of hij weet wat een "iron" is. Ze pakken vervolgens zijn linkervoet en [slachtoffer 1] voelt dat er iets op zijn teen wordt gezet. Hij voelt een druk op zijn teen en die druk wordt steeds groter. Ineens voelt en hoort hij een soort van "pang". [slachtoffer 1] weet dan dat zijn kleine teen eraf is. Hierna voelt hij een hele hete gloed op de plek waar zijn teen zat. Het blijkt dat ze het strijkijzer op de plek waar zijn teen zat, hebben gezet. Ook wordt [slachtoffer 1] geslagen en krijgt hij opnieuw een wapen op zijn gezicht. Tegen [slachtoffer 1] wordt gezegd dat hij geld moet regelen. Uiteindelijk zegt [slachtoffer 1] dat hij geld in Monaco heeft. De mannen zeggen tegen hem dat ze hem laten gaan en verder dat hij niet naar de politie mag gaan omdat ze anders zijn vrouw en kind zullen vermoorden. De mannen zeggen tegen hem dat hij 3,6 miljoen euro moet regelen. Dat geld moet [slachtoffer 1] die avond om 23:00 uur op een parkeerplaats aan hen geven en voor deze levering moet hij contact opnemen met verdachte. "Arrange it", zeggen ze. Hierna mag [slachtoffer 1] douchen en in de douche ziet hij direct dat zijn teen eraf is. Zijn teen wordt ingetapet en hij mag zich aankleden. [slachtoffer 1] wordt eerst naar het toilet gebracht en terwijl hij daarheen loopt ziet hij dat de chauffeur van de Joodse man met zijn kleding bezig is. Als hij het toilet uitkomt ziet hij in de hal [slachtoffer 2], de chauffeur en verdachte staan. Met hen gaan ze met de lift naar beneden naar de auto. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] verlaten het appartementencomplex en doen aangifte.vi

Die avond belt verdachte met [slachtoffer 1] en vraagt hem waar hij is. [slachtoffer 1] vertelt dat hij net uit het ziekenhuis komt en dat hij aan zijn voet is geopereerd. Ook zegt hij dat hij het geld aan het regelen is. Verdachte zegt dat hij de volgende dag om vijf uur in Houten moet zijn. Verdachte zegt dat [slachtoffer 1] ervoor moet zorgen dat hij het geld bij zich heeft. Hij zegt: "En als u hier niet bent, doe ik alleen maar één telefoontje naar uw huis. U weet wat wij doen". [slachtoffer 1] vraagt wat er gebeurt als hij het geld niet heeft. Verdachte reageert: "Dan hoeft u niet meer te betalen. Begrijpt u wat ik bedoel? Dan zult u zien wat wij doen".vii

Op 21 juli 2010 belt [slachtoffer 1] met verdachte en zegt hem dat hij het geld niet voor vijf uur kan regelen. Verdachte zegt dat [slachtoffer 1] om zeven uur in Brasschaat moet zijn.viii [slachtoffer 1] zegt dat hij bang is om naar hem toe te rijden. Ook zegt hij dat hij niet kan rijden omdat hij met zijn voet zit. Verdachte zegt dat hij niet bang hoeft te zijn. [slachtoffer 1] zegt dat hij ook niet verwachtte wat de dag ervoor gebeurde. [slachtoffer 1] wil graag dat het geld in Houten wordt geleverd. Verdachte zegt dat als [slachtoffer 1] op Houten blijft staan, hij het geld kan houden. "Dan regelen we het anders. Begrijpt u wat ik bedoel", zegt verdachte. Wanneer [slachtoffer 1] herhaalt dat hij wat er gisteren is gebeurd ook niet verwachtte, reageert verdachte met de woorden "Gisteren was iets anders".ix

Uiteindelijk belt verdachte [slachtoffer 1] en zegt dat zeven uur in Houten goed is. [slachtoffer 1] zegt dat hij aan 1,4 miljoen euro kan komen. Verdachte zegt dat dat goed is en waarschuwt [slachtoffer 1] dat hij geen stommiteiten wil.x

Om 18:40 uur die avond komen bij het Van der Valk Hotel te Houten een Mercedes en een Volkswagen Golf de parkeerplaats oprijden. Deze auto's rijden een aantal rondjes op het parkeerterrein voordat zij in een parkeervak gaan staan. Verdachte stapt uit de Mercedes en medeverdachte [medeverdachte] stapt uit de Volkswagen Golf. Ze gaan beiden het hotel binnen en gaan naar de kamer waar volgens [slachtoffer 1] de koffer met geld ligt.xi In de hotelkamer worden verdachte en medeverdachte [medeverdachte] aangehouden.xii

4. Vrijspraak

4.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat het onder 2 ten laste gelegde kan worden bewezen. Hij voert aan dat verdachte [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] naar het appartement in Antwerpen heeft gelokt en dat er meteen geweld op hen werd toegepast. Verdachte is, door in de garage te wachten, in de directe nabijheid van de in het appartement toegepaste gewelddadigheden geweest. Nadien refereert hij in de telefoongesprekken later die dag aan deze gewelddadigheden. Uit deze omstandigheden blijkt dat verdachte zich niet van het toegepaste extreme geweld heeft gedistantieerd en daarom als medepleger daarvan kan worden aangemerkt.

De voorbedachten rade blijkt uit de aard van de handeling. Om een teen af te knippen moet je bewust een kniptang pakken en de teen vervolgens met kracht doorknippen. De ernst van het letsel blijkt uit de letselverklaring en de foto's op pagina 6 van het doorgenummerde proces-verbaal.

4.2. Standpunt van de verdediging

De verdediging voert aan dat verdachte op het moment waarop [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in het appartement werden mishandeld, daar niet fysiek aanwezig was. Verdachte was op de parkeerplaats aan het wachten totdat hij een seintje kreeg om [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] weer op te halen. Verdachte heeft dan ook geen uitvoeringshandelingen gepleegd.

Evenmin had verdachte wetenschap van de ernstige mishandelingen. Hij wist wel dat er op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] druk zou worden gezet, maar dat kan op vele manieren gebeuren. Ook blijkt uit niets dat verdachte instemde met het uiteindelijk toegepaste geweld. Het gebrek aan wetenschap tast direct het vereiste opzet op het toepassen van het geweld aan. Je kunt geen opzet hebben op iets waarvan je geen weet hebt.

Verder heeft verdachte niet zo volledig en nauw met de daders samengewerkt, dat hij ook aansprakelijk is voor die daden die niet door hem zelf, maar door zijn mededaders zijn gepleegd. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte heeft samengewerkt met betrekking tot het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Er is niet van te voren gesproken over het toebrengen van letsel, dan wel het ernstig mishandelen. Kortom er was geen plan.

Gesteld zou kunnen worden dat verdachte zich niet van het geweld heeft gedistantieerd door ook na de mishandelingen nog te dreigen aan de telefoon met het toepassen van geweld door dezelfde mannen. Strafrechtelijke aansprakelijkheid is echter niet achteraf te vestigen door in te stemmen met, dan wel geen afstand te nemen van een bepaalde gedraging.

Nu verdachte vooraf geen wetenschap had van de mishandelingen kan er ook geen sprake zijn van voorbedachten rade. Dit alles moet leiden tot de conclusie dat het onder 2 ten laste gelegde niet kan worden bewezen. Verdachte dient dan ook van dit feit te worden vrijgesproken.

4.3. Oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt het volgende.

Vast staat dat [slachtoffer 1] in het appartement in Antwerpen zwaar is mishandeld. Met opzet is een van zijn tenen afgeknipt.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] naar het appartement heeft gebracht, dat ze vóór hem uit de deur daarvan binnen gingen en dat ze meteen werden overmeesterd door met vuurwapens bewapende, met bivakmutsen vermomde mannen. Verdachte heeft verklaard dat hij meteen daarna naar de parkeerplaats is gegaan en heeft afgewacht tot hem zou worden gezegd dat hij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] weer op zou kunnen halen. Tijdens de mishandelingen is hij niet in het appartement aanwezig geweest, aldus verdachte. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben niet verklaard dat verdachte tijdens de mishandelingen in het appartement aanwezig was. Zij zagen hem en medeverdachte [medeverdachte] pas bij het verlaten van het appartement in de hal bij de toegangsdeur staan. Onder deze omstandigheden mag niet worden aangenomen dat verdachte tijdens de mishandelingen in het appartement aanwezig is geweest. Aan de geweldplegingen heeft verdachte dus niet fysiek deelgenomen.

Bij de beantwoording van de vraag of verdachte niettemin als medepleger van het ten laste gelegde opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel kan worden aangemerkt, moet worden vooropgesteld dat medeplegen een nauwe en bewuste samenwerking veronderstelt, waarbij de medeplegers willen en wetens, dus met opzet, samenwerken tot het verrichten van de strafbare gedraging. De opzet dient dan zowel gericht te zijn op het strafbare feit als op de nauwe en bewuste samenwerking.

Daarvoor bevat het dossier, voor zover het gaat om de gepleegde zware mishandeling, onvoldoende aanknopingspunten. Er is geen bewijs dat verdachte van tevoren wist of moest vermoeden dat [slachtoffer 1] in het appartement op de ten laste gelegde of zelfs maar op vergelijkbare wijze zou worden mishandeld zoals is gebeurd. Dat brengt mee dat nu ook, als gezegd, niet blijkt dat verdachte dienaangaande zelf enige uitvoeringshandelingen heeft verricht, niet kan worden aangenomen dat verdachte de opzet op de door de in het appartement aanwezige mannen gepleegde zware mishandeling heeft gehad.

Ook overigens is er geen bewijs voor een op het plegen van de zware mishandeling gerichte nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en die mannen.

Dat verdachte zich achteraf niet heeft gedistantieerd van de zware mishandeling, doet aan dit oordeel niets af.

Verdachte wordt dan ook vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde feit.

5. Waardering van het bewijs

5.1. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat bewezen kan worden dat verdachte het onder 1 en 3 ten laste gelegde heeft begaan. Hij voert ter ondersteuning van zijn standpunt het volgende aan.

Uit de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] kan worden afgeleid dat verdachte hen naar België heeft gelokt. Hij is vervolgens met ze naar boven gegaan en is getuige geweest van de eerste gewelddadigheden richting [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. Na afloop is hij in het appartement en ziet hij zichtbaar letsel bij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. Hij brengt vervolgens [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] weer naar hun auto.

Verdachte en zijn mededaders hebben tijdens het plegen van de feiten allen gebruik gemaakt van nagenoeg gelijke, opeenvolgende telefoonnummers. Hieruit blijkt dat de personen die in het bezit waren van zo'n telefoonnummer bewust met elkaar hebben samengewerkt. Daarbij is van belang dat verdachte geen uitsluitsel heeft gegeven over welke telefoonnummers door wie werden gebruikt.

Ook blijkt uit de verklaring van [naam 2] dat er sprake is geweest van een lange voorbereiding. [naam 2] verklaart namelijk dat verdachte op zoek was naar een woonruimte en dat hij auto's heeft gehuurd. Tevens heeft [naam 2] gezien dat verdachte zich aan het vermommen was en de naam van [naam 2]s tandarts is [naam 1]. Verdachte heeft hierover ook geen vragen willen beantwoorden.

Verdachte bekent min of meer het onder 3 ten laste gelegde. Door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] naar de mannen in het appartement te brengen, heeft verdachte geaccepteerd dat er iets zou gebeuren. De vorm waarin dat zou gebeuren was alleen voor verdachte onduidelijk. Als er dan geweld plaatsvindt belt hij, in plaats van hulp te halen, [slachtoffer 1] op en dreigt hij met meer gewelddadigheden. Hij heeft zich niet van het geweld gedistantieerd en heeft het geweld dus op de koop toegenomen, aldus de officier van justitie.

5.2. Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde is de verdediging van mening dat verdachte hooguit behulpzaam is geweest door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] naar het appartement te brengen. Wat daar is gebeurd maakte geen deel uit van de zaken die met hem waren besproken; namelijk dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] onder druk zouden worden gezet. Omdat hij niet specifiek dubbel opzet heeft gehad op de vrijheidsbeneming, die niet expliciet met hem was besproken, is verdachte hooguit als medeplichtige aan te merken.

Uit het dossier blijkt niet dat verdachte de initiator was van het ten laste gelegde feit. Dit wordt ondersteund door de omstandigheid dat hij het "gevaarlijkste werk" moest doen. Zo moest hij contacten onderhouden, stond het appartement op zijn naam, heeft hij de slachtoffers naar het appartement gereden en moest hij het geld halen. Verdachte was dus bijzonder zichtbaar, terwijl de personen die het feitelijk geweld hebben toegepast nog vrij rond lopen. Verdachte zou zich, indien hij initiator was, beter beschermd hebben. Voorts blijkt uit de sms berichten dat verdachte opdrachten krijgt van de daadwerkelijke plegers.

Ook is de Mercedes door anderen op de naam van verdachte gezet. Dit blijkt uit de huurcontracten van de auto's die op naam van verdachte zijn gehuurd. De drie volgende verschillen vallen daarbij op. Voor de Mercedes hoefde geen borg betaald te worden, vreemd genoeg wel voor de Passaat. Verder werd er bij de Mercedes geen inleverdatum ingevuld, bij de andere auto's wel. Voorts zou de Mercedes een vervangende auto zijn van de BMW. De BMW was echter vier maanden daarvoor al ingeleverd. Tot slot heeft verdachte het contract van de Mercedes niet ondertekend. Het is aannemelijk dat de auto door anderen op naam van verdachte is gezet.

De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft feit 3, slechts voor zover feit 3 betrekking heeft op het dreigen met geweld en niet op het daadwerkelijk toegepaste geweld. Verdachte heeft aan de telefoon [slachtoffer 1] onder druk gezet met dreigende taal, maar wist niet wat er in het appartement zou gaan gebeuren. Verdachte aanvaardt derhalve geen strafrechtelijke aansprakelijkheid als medepleger voor de dingen die zich in het appartement hebben afgespeeld nadat hij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] daar had afgeleverd.

5.3. Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] naar het appartement aan de [adres] heeft geleid. De opdrachtgevers waarover hij verklaart, wilden eerst dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] naar het huis van verdachte zouden worden gebracht. Verdachte voelde hier echter niets voor en heeft het appartement gebruikt dat hij voor iemand anders huurde. Hij wist namelijk dat de huurder twee weken weg was. De sleutels van het appartement heeft verdachte aan zijn opdrachtgevers gegeven. Verdachte is met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] naar boven gegaan en de deur van het appartement stond op een kier. Vervolgens zag verdachte vier of vijf mannen in zwarte kleding met bivakmutsen op, die pistolen vast hadden. Verdachte heeft daarna gezien dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] door de mannen werden vastgegrepen en overmeesterd. De deur werd dicht gedaan en verdachte is naar beneden gegaan en heeft in de garage gewacht totdat hij een seintje kreeg om [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op te halen.xiii

Voorts heeft verdachte verklaard dat hij van zijn opdrachtgevers een simkaart heeft gekregen die hij moest gebruiken. Ook heeft hij verklaard dat de vermomming als orthodoxe Jood zijn eigen idee was. Hij heeft dit gedaan omdat hij niet herkend wilde worden. Verder heeft verdachte verklaard dat hij wist dat zijn opdrachtgevers zich in het appartement bevonden en dat zij druk op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zouden uitoefenen. Toen hij de bivakmutsen zag dacht hij dat zijn opdrachtgevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] angst wilden aanjagen.xiv

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

Uit deze verklaring blijkt dat verdachte [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] onder valse voorwendsels van Nederland naar het appartement in Antwerpen heeft gebracht. Hij heeft daarvoor een vermomming gebruikt, ook omdat hij niet herkend wilde worden. Ook wilde verdachte niet dat de mannen bij hem thuis gebracht zouden worden. Verdachte wist dat het de bedoeling was dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in het appartement onder druk zouden worden gezet en hij heeft gezien dat ze bij binnenkomst door gemaskerde mannen met pistolen werden overmeesterd.

Gelet op deze omstandigheden moet het voor verdachte zonder meer duidelijk zijn geweest dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], nadat zij het appartement waren binnengegaan, niet in de gelegenheid zouden worden gesteld om wanneer zij dat wilden weer te vertrekken. Verdachte heeft zich evenwel ook toen niet aan het gebeuren in het appartement onttrokken, noch heeft hij hulp gehaald. Integendeel, hij heeft zich op afroep beschikbaar gehouden om de slachtoffers na afloop bij hun vertrek weer te begeleiden. Onder deze omstandigheden moet worden aangenomen dat verdachte ten aanzien van de wederrechtelijke vrijheidsberoving nauw en bewust heeft samengewerkt met zijn mededaders waardoor hij als medepleger moet worden beschouwd van het onder 1 ten laste gelegde feit.

De rechtbank merkt daarbij op dat in de tenlastelegging een aantal feitelijke handelingen zijn omschreven waarvan, hoewel zij kunnen worden bewezen verklaard, niet kan worden begrepen hoe zij kunnen hebben bijgedragen aan de wederrechtelijke vrijheidsberoving. De rechtbank zal verdachte van die onderdelen vrijspreken.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

Uit de hiervoor onder 3 genoemde telefoongesprekken van 20 en 21 juli 2009 tussen verdachte en [slachtoffer 1]xv en de verklaring van verdachte ter terechtzitting blijkt dat verdachte de opzet heeft gehad [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] door bedreiging te dwingen een geldbedrag af te geven. Verder heeft verdachte een afspraak gemaakt met [slachtoffer 1] en - naar eigen zeggen - zelf besloten om zich te verkleden als orthodoxe Jood en het verhaal te vertellen dat hij wilde investeren in de Emiraten. Onder deze valse voorwendsels heeft hij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] naar het appartement in Antwerpen gelokt. Dat appartement heeft hij voor zijn "opdrachtgevers" ter beschikking gesteld. Nadat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] daar ernstig waren mishandeld en bedreigd, heeft verdachte weer telefonisch contact met [slachtoffer 1] opgenomen om hem ertoe te brengen geld af te geven, en hij is, ten slotte, samen met medeverdachte [medeverdachte] naar de hotelkamer van het Van der Valk Hotel te Houten gegaan om de hem beloofde koffer met geld op te halen. Uit de omstandigheid dat in verband met de afpersing door verdachte en zijn mededaders uitsluitend gebruik is gemaakt van voor dat doel aangeschafte simkaarten met soortgelijke opeenvolgende telefoonnummersxvi leidt de rechtbank af dat er een van te voren opgezet plan voor de afpersing was.

Uit al deze omstandigheden blijkt dat verdachte ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde feit zowel bij de voorbereiding als bij de uitvoering en afwikkeling van de geplande afpersing steeds actief handelend betrokken is geweest. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte daarbij telkens nauw en bewust samengewerkt met zijn mededaders en is er dus sprake van medeplegen.

Gelet op de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]xvii en op de letselverklaring van het letsel van [slachtoffer 1]xviii hebben zij zichtbaar letsel aan de mishandeling overgehouden. Ook wordt er in het telefoongesprek van 20 juli 2009 tussen verdachte en [slachtoffer 1] gerefereerd aan de voet van [slachtoffer 1] en dat hij in het ziekenhuis daaraan is geopereerd.xix De verklaring van verdachte dat hij bij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] bij het verlaten van het appartement en ook nadien geen letsel heeft gezien en daar dus geen weet van had, acht de rechtbank dan ook niet geloofwaardig.

Desondanks heeft verdachte dezelfde avond en de volgende dag gebeld met [slachtoffer 1]. De door verdachte gebruikte bewoordingen zijn van dien aard dat kan worden bewezen verklaard dat verdachte [slachtoffer 1] heeft gedreigd met het toepassen van nog meer geweld. Dat verdachte na het zien van die verwondingen niet heeft ingegrepen dan wel hulp heeft gehaald, maar [slachtoffer 1] juist heeft opgebeld en opnieuw heeft gedreigd met geweld maakt eens te meer duidelijk dat verdachte medepleger van de ten laste gelegde afpersing was.

Voor het aannemen van het op een bepaald delict gericht opzet hoeft niet steeds vast te staan dat de verdachte weet heeft van de precieze gedragingen van zijn mededaders. De medeplegers kunnen echter alleen strafrechtelijk aansprakelijk worden gehouden voor elkaars gedragingen voor zover deze onder het bereik van hun gezamenlijk opzet kunnen worden gebracht. Verdachte heeft verklaard dat hij wist dat zijn mededaders druk op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zouden uitoefenen. Tevens heeft hij bij het afleveren van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gezien dat zijn mededaders gemaskerd waren en dat ze pistolen in hun handen hadden. Ook heeft hij gezien dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] werden overmeesterd.xx Deze omstandigheden brengen mee dat verdachte er rekening mee had kunnen en moeten houden dat er door zijn mededaders enig geweld zou worden toegepast. Nu verdachtes opzet gericht was op de afpersing en hij er rekening mee moest houden dat daarbij enig geweld zou worden toegepast, kan verdachte ook verantwoordelijk worden gehouden voor het door zijn mededaders toegepaste geweld en dreiging met geweld, inclusief het afknippen van de teen van [slachtoffer 1]. Dat verdachte, zoals hiervoor is overwogen, geen opzet heeft gehad op het specifiek toegepaste excessieve geweld, is voor de bewezenverklaring in het kader van de afpersing niet van belang, maar zal bij de straftoemeting kunnen worden betrokken.

Ten aanzien van het bewijs voor de onder 3 ten laste gelegde bedreigingen in de Engelse taal, merkt de rechtbank op dat getuige [slachtoffer 1] steeds in het Nederlands heeft verklaard omtrent hetgeen hem in de Engelse taal is gezegd. Hetgeen hierna bewezen verklaard zal worden is dan ook op onderdelen slechts een min of meer vrije Engelse vertaling daarvan, zodat de rechtbank tevens bewezen zal verklaren: 'althans woorden van gelijke aard of strekking'.

6. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

op 20 juli 2009 te Antwerpen (België) als Nederlander en te Houten tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden door met zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] mee te nemen naar een appartement en

- vervolgens onverhoeds klappen tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te geven en

- vervolgens die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] tegen de grond te drukken en gedrukt te houden en

- de ogen en mond van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] met ducttape dicht/af te plakken en de handen/polsen van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op diens rug met ducttape en/of tie-wraps vast te binden en

- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] volledig uit te kleden;

ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde:

in de periode van 20 juli 2009 tot en met 21 juli 2009 te Antwerpen (België) als Nederlander en te Houten, in ieder geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld heeft gepoogd [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 3,6 miljoen euro, later een geldbedrag van ongeveer 1 miljoen euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededader(s), door met zijn mededader(s) die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] mee te nemen naar een appartement in Antwerpen (België) en daar die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] wederrechtelijk van hun vrijheid te beroven en beroofd te houden en geweld op die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] toe te passen waaronder het afknippen van een teen van die [slachtoffer 1] en slaan en het bedreigen van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] door die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] onder meer de woorden toe te voegen: "I give you ten minutes for the number otherwise I cut your fingers" en/of die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] een of meermalen de woorden toe te voegen: "Where is the money, Give me the money, How much do you have?, We're going to kill you, I'll shoot you!, Arrange it!, Give me 3,6 million euro's, Do you like it, steel money from other people?, We'll kill your wife and daughter" althans woorden van gelijke aard of strekking, en vervolgens onder dreigen met het toepassen van geweld tegen die [slachtoffer 1] een afspraak met die [slachtoffer 1] te maken om een geldbedrag over te dragen op een parkeerplaats van een hotel in en/of in een hotel in Houten en vervolgens naar dat hotel toe te gaan.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

7. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

8. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

9. Motivering van de straf

9.1. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door hem onder 1, 2 en 3 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren, met aftrek van voorarrest.

8.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft het volgende betoogd.

Verdachte stelt dat hij door gokschulden en de druk die op hem werd uitgeoefend hierover, betrokken is geraakt bij de ten laste gelegde feiten. Dit mitigeert zijn schuld. Bij de straftoemeting dient dan ook te worden meegewogen dat de rol van verdachte, afgezet tegen de rol van de daders in het appartement zelf, relatief klein is geweest. Het substantiële dossier dat er ligt, maakt de rol van verdachte niet groter. Zijn rol was ondergeschikt en hij is opgeofferd in dit verhaal door de echter daders.

Verder is van belang dat verdachte nooit eerder is veroordeeld voor een dergelijk feit en dat hij stelt het vreselijk te vinden betrokken te zijn geraakt bij iets dat zo gewelddadig uit de hand is gelopen.

8.3. Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder laten meewegen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan wederrechtelijk vrijheidsberoving en poging tot afpersing.

Verdachte maakte deel uit van een groep personen die het plan hebben opgevat en uitgevoerd om enige van de verdachten in de Palm Invest zaak veel geld afhandig te maken in de veronderstelling dat dezen daarover nog beschikten. Daarbij zijn de laatstgenoemden ernstig bedreigd en mishandeld. Bij één van de slachtoffers is een teen afgeknipt.

Verdachte heeft een wezenlijke bijdrage geleverd aan de uitvoering van dit plan. Hij heeft de slachtoffers onder valse voorwendsels, gebruikmakend van een vermomming en een valse naam, naar een appartement in Antwerpen gelokt dat hij voor gebruik aan zijn mededaders ter beschikking heeft gesteld. Verdachte kon weten dat er enig geweld tegen de slachtoffers zou worden gebruikt en ook dat zij het appartement niet zouden mogen verlaten wanneer zij dat wilden. Verdachte heeft, nadat hij heeft gezien of heeft kunnen zien dat de slachtoffers ernstig waren mishandeld, geen hulp voor hen ingeroepen. Hij is integendeel doorgegaan met de uitvoering van het plan en hij heeft een van de slachtoffers met nog meer geweld bedreigd.

Verdachte heeft door zijn handelwijze een grove inbreuk gemaakt op de psychische en lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Verdachte was uitsluitend uit op geldelijk gewin. Met de gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers heeft hij geen rekening gehouden. Deze feiten zijn voor de slachtoffers een uitermate beangstigende en bedreigende ervaring geweest en de ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke misdrijven daar nog lang de al dan niet psychische gevolgen van ondervinden. Voorts worden door dergelijke delicten de in de samenleving voorkomende gevoelens van angst en onveiligheid versterkt.

Verdachte heeft gesteld dat hij schulden had en zijn schuldeisers druk op hem uitoefenden, waardoor hij gedwongen was de strafbare handelingen te verrichten. Verdachte heeft dit slechts verklaard en verder geen stukken overgelegd die deze verklaring zouden kunnen ondersteunen. Ook heeft verdachte op vragen van de rechtbank hierover zich steeds beroepen op zijn zwijgrecht. De verklaring van verdachte is om die reden op geen enkele manier aannemelijk geworden, zodat daarmee bij de straftoemeting geen rekening gehouden kan worden.

Hoewel verdachte de slachtoffers naar het appartement heeft gebracht en in verband met de vrijheidsbeneming en de afpersing verantwoordelijk kan worden gehouden voor wat er in het appartement met de slachtoffers is gebeurd, wordt er bij de straftoemeting wel rekening gehouden met de omstandigheid dat niet is komen vast te staan dat verdacht bedacht was of behoefde te zijn op het uiteindelijk gebruikte excessieve geweld. De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen of verdachte wist dan wel er rekening mee moest houden dat de kleine teen van een van de slachtoffers zou worden afgeknipt. De mogelijkheid bestaat dat de mededaders in het appartement op een later moment tot dit besluit zijn gekomen. Verdachte was op dat moment niet in het appartement aanwezig en had hiervan geen wetenschap. Dit specifieke geweld kan in het kader van de straftoemeting dan ook niet aan hem worden toegerekend.

Verder blijkt uit het Uittreksel Justitiële Documentatie van 23 maart 2010 dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk delict is veroordeeld.

De onder 3 bewezen verklaarde, in het kader van de afpersing gepleegde feitelijkheden kunnen ten dele worden beschouwd als één voortgezette handeling van de onder 1 bewezen verklaarde wederrechtelijke vrijheidberoving. In strafmatigende zin zal hiermee rekening worden gehouden.

Dit geldt echter niet voor de vanaf de woorden "vervolgens onder dreigen met..." overigens bewezen verklaarde feitelijkheden. Het telefoongesprek van 20 juli 2009 tussen verdachte en [slachtoffer 1] waarin verdachte bedreigingen uit, vindt plaats enkele uren nadat de wederrechtelijke vrijheidsberoving is geëindigd. De telefoongesprekken op 21 juli 2009 zijn zelfs van een dag later. Voor de daarbij geuite bedreigingen is, gelet op het tijdsverloop, een nieuw wilsbesluit vereist waardoor er geen sprake kan zijn van een voortgezette handeling als bedoeld in artikel 56 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank acht gelet op al het voorgaande in deze zaak de hierna te noemen strafoplegging passend en geboden.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 45, 47, 56, 57, 282 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11. Beslissing

Verklaart het onder 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 3 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 6 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 en 3, voor wat betreft het op 20 juli 2009 gepleegde geweld en bedreiging met geweld door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] mee naar het appartement in Antwerpen (België) te brengen en de in dat appartement gepleegde feitelijkheden, bewezen verklaarde:

Voortgezette handeling van medeplegen tot het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden en poging tot afpersing terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van het onder 3, voor het overige, bewezenverklaarde:

Poging tot afpersing terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.M. van Dijk, voorzitter,

mrs D.J. Cohen Tervaert en A.W.H. Vink, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.D. Coumou, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 juli 2010.

i De weergegeven bewijsmiddelen bevinden zich, tenzij anders vermeld, in het dossier van de Regiopolitie Amsterdam-Amstelland. De in de voetnoten als processen-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en voldoen aan de daaraan bij de wet gestelde eisen. Verwezen wordt naar de desbetreffende pagina's in de dossiers.

ii Pagina 2 (verklaring [slachtoffer 1] van 20 juli 2009). Verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting.

iii Een geschrift, te weten een proces-verbaal van bevindingen met bijgevoegde tijdslijn van 24 augustus 2009, opgemaakt door de opsporingsambtenaar [naam 3], inhoudende de verklaring van de verbalisant, pagina 96.

iv Pagina's 2-3 (verklaring [slachtoffer 1] van 20 juli 2009). Pagina 69 (verklaring [slachtoffer 1] van 29 juli 2009). Pagina's 9-10 (verklaring [slachtoffer 2] van 20 juli 2009 ).

v Pagina's 11-12 (verklaring [slachtoffer 2] van 20 juli 2009).

vi Pagina 3 (verklaring [slachtoffer 1] van 20 juli 2009) en pagina's 69-71 (verklaring [slachtoffer 1] van 29 juli 2009). Pagina 12 (verklaring [slachtoffer 2] van 20 juli 2009).

vii Een geschrift, te weten een overzicht van het tapjournaal van 20 juli 2009 te 23:32 uur tussen [naam 1] en [slachtoffer 1], pagina's B2 en B3

viii Een geschrift, te weten een overzicht van het tapjournaal van 21 juli 2009 te 14:47 uur tussen [slachtoffer 1] en [naam 1], pagina B 5

ix Een geschrift, te weten een overzicht van het tapjournaal van 21 juli 2009 te 15:05 uur tussen [slachtoffer 1] en [naam 1], pagina's B 8-9

x Een geschrift, te weten een overzicht van het tapjournaal van 21 juli 2009 te 15:14 uur tussen [naam 1] en [slachtoffer 1], pagina's B. 12

xi Een geschrift, te weten een proces-verbaal observatie met nummer 21072009.01.14SIJS van 21 juli 2009. Een geschrift, te weten een overzicht van het tapjournaal van 21 juli 2009 te 19:12 uur tussen [naam 1] en [slachtoffer 1], pagina B 14

xii Pagina's P102-103 (proces-verbaal van aanhouding [verdachte]) en pagina's P202-203 (proces-verbaal van aanhouding [medeverdachte])

xiii Verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting.

xiv Verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting.

xv Zie noten 7 tot en met 10.

xvi Pagina's 241-242 (proces-verbaal van bevindingen)

xvii Zie noten 4 tot en met 6.

xviii Een geschrift, te weten een letselverklaring van [slachtoffer 1] van 29 juli 2009, opgemaakt door de arts [naam 4], inhoudende de verklaring van de arts.

xix Zie noot 7

xx Zie noten 13 en 14.

Parketnummer: 13/533011-09

Inzake [verdachte]