Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BM9451

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
25-06-2010
Datum publicatie
28-06-2010
Zaaknummer
458935 / KG ZA 10-930 WT/KR
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Aan de samenwerking onder de realisatieovereenkomst tussen het Stadsdeel en Burgfonds is een einde gekomen. Of Burgfonds bij die beëindiging heeft gedwaald moet nader uitgezocht worden. Voorshands acht de voorzieningenrechter niet uitgesloten dat het Stadsdeel Burgfonds had moeten inlichten over de voorgenomen wijzigingen in de randvoorwaarden van het project. Gelet op haar proceshouding en het tijdsverloop sinds de beëindiging van de rok, kan Burgfonds thans geen gehele exclusiviteit en/of een voorrangspositie afdwingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 458935 / KG ZA 10-930 WT/KR

Vonnis in kort geding van 25 juni 2010

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

DE GEMEENTE AMSTERDAM,

zetelende te Amsterdam,

eiseres bij gelijkluidende dagvaardingen van 19 en 25 mei 2010,

advocaat mr. B.R. ter Haar te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BURGFONDS DE HALLEN B.V.,

gevestigd te Zaltbommel,

gedaagde,

advocaat mr. J.H.B. Crucq te Amsterdam,

2. de stichting

STICHTING CULTURELE HOOFDSTAD AMSTERDAM,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

vertegenwoordigd door [de heer A.].

Partijen zullen hierna het Stadsdeel, Burgfonds en SCHA worden genoemd.

1. De procedure

Ter terechtzitting van 15 juni 2010 heeft het Stadsdeel gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Burgfonds en en SCHA hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Het Stadsdeel en Burgfonds hebben producties en pleitnota’s in het geding gebracht. Ter zitting waren aanwezig:

Aan de zijde van het Stadsdeel: [mevrouw A], project-manager De Hallen, alsmede mr. Ter Haar.

Aan de zijde van Burgfonds: [de heer B], directeur, alsmede mr. Crucq.

Aan de zijde van SCHA: [de heer A].

Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

2. De feiten

2.1. Op 11 april 2006 heeft het Stadsdeel met SCHA een ontwikkelingsovereenkomst gesloten, voor de ontwikkeling van het gebied

De Hallen te Amsterdam, waarvan het rijksmonument de voormalige tramremise deel uitmaakt .

2.2. Als uitvloeisel hiervan hebben het Stadsdeel en SCHA op 14 juni 2007 een realisatieovereenkomst (hierna: Rok) gesloten, waarin de voorwaarden zijn opgenomen waaronder SCHA het overeengekomen Bouwprogramma zal realiseren.De Rok luidt, voor zover van belang, als volgt:

?Artikel 3 - Feitelijke uitvoering

3.1 SCHA zal de werkzaamheden die voor SCHA uit deze overeenkomst voortvloeien feitelijk laten uitvoeren door Burgfonds (…)

Artikel 4 - Omschrijving plangebied, bouwprogramma en fasering

4.1 SCHA zal het Bouwprogramma, (…) voor eigen rekening en risico in fases realiseren. (…)

4.2 SCHA wordt de vrijheid gegeven per functiegroep (cultureel, horeca, maatschappelijke dienstverlening en overige functies) maximaal 10% af te wijken van het programma. Indien er wijzigingen binnen de functiegroepen plaatsvinden zal dit gebeuren in overleg met het Stadsdeel. Wijzigingen in het programma zijn zonder uitdrukkelijke schriftelijke instemming van het Stadsdeel niet toegestaan. (…) Het Stadsdeel kan aan het verlenen van instemming voor wijzigingen anders dan van tijdelijke of ondergeschikte aard redelijke financiële voorwaarden verbinden, welke evenwel nooit mogen uitgaan boven algemene door het Stadsdeel of de centrale gemeente gehanteerde normen.

(…)

Artikel 6 - Uitgifte in erfpacht van het Contractsgebied; bouwrijp

6.1 Het stadsdeel geeft in erfpacht uit aan SCHA dan wel een door SCHA aan te wijzen derde, gelijk SCHA dan wel die derde, van het Stadsdeel deze erfpacht aanvaardt, het Contractsgebied met de zich daarop bevindende opstallen, onder de hierna aan te duiden voorwaarden en voor de hierna aan te duiden Grondprijs.

(…)

6.9 Uitgifte zal geschieden binnen één maand nadat een Bruikbare Bouwvergunning zal zijn verkregen voor de bebouwing van het Contractsgebied.

(…)"

2.3. In september 2008 was er sprake van een Bruikbare Bouwvergunning.

2.4. Bij brief van 21 januari 2009 heeft het Stadsdeel Burgfonds in gebreke gesteld en Burgfonds tot 17 februari 2009 in de gelegenheid gesteld tot nakoming van de in de Rok gemaakte afspraken met betrekking tot afname/levering van het erfpachtrecht.

2.5. Getracht is om de financiering van het project rond te krijgen door middel van participatie van woningbouwcorporatie De Key (hierna: De Key) en de gemeente Amsterdam (centrale stad).

2.6. In verband met de mogelijke participatie van De Key in het project, heeft het Stadsdeel Burgfonds bij brief van 12 mei 2009 uitstel verleend voor afname/levering van het erfpachtrecht.

2.7. Op 3 december 2009 is duidelijk geworden dat de gemeente (centrale stad) niet in het project wilde participeren, waarop ook De Key zich heeft teruggetrokken uit het project. Op 9 december 2009 is voorts duidelijk geworden dat geen rijkssubsidie aan het project zou worden toegekend.

2.8. Het Stadsdeel en Burgfonds hebben op 8 en 9 december 2009 overleg gevoerd over de haalbaarheid van het project.

2.9. Bij brief van 15 december 2009 heeft Stadsdeel aan Burgfonds bericht dat de uitkomst van het overleg is geweest dat partijen gezamenlijk hebben besloten de Rok te ontbinden.

2.10. Naar aanleiding van de brief van het Stadsdeel van 15 december 2009,

heeft Burgfonds bij brief van 15 en 16 december 2009 aan het Stadsdeel bericht wat volgens haar op 9 december 2009 is afgesproken:

"1. De realisatieovereenkomst wordt met wederzijds goedvinden ontbonden;

2. Als schadevergoeding betaalt het stadsdeel € 500.000,-- aan Burgfonds;

3. Over vergoeding van openstaande posten zoals sloopkosten en kosten verleggen kabels en leidingen door Burgfonds aan het stadsdeel zal nader overleg worden gevoerd en zullen voor Burgfonds conveniërende nadere afspraken worden gemaakt.;

4. Er worden sluitende afspraken gemaakt over de kosten die ten laste komen van de overeenkomst die De Key, het stadsdeel, en Burgfonds recentelijk sloten,

5. Overigens verlenen partijen elkaar finale kwijting;

6. Burgfonds zorgt voor schriftelijke en onvoorwaardelijke goedkeuring van deze afspraken door SCHA.

(…)

Daarnaast stelt u in uw brief van 15 december jl. ten onrechte dat de vergoeding van openstaande posten € 295.000,- zou moeten bedragen. Dit bedrag behoort maximaal circa € 105.000,- te zijn. (…)

Voor de goede orde merken wij op dat bovenstaande regeling een integrale regeling betreft die uitsluitend in zijn geheel voor aanvaarding vatbaar is.

Zoals uiteengezet in de gesprekken van 8 en 9 december jl. heeft het zoals u genoegzaam bekend primair onze nadrukkelijke voorkeur het project voort te zetten. Wij hebben u aangegeven dat wij nog steeds kansen zien om het project tot een succes te maken, echter, de feiten en omstandigheden waaronder het project moet worden gerealiseerd zijn sedert het sluiten van de realisatieovereenkomst in 2007 zeer ingrijpend gewijzigd. Dit vergt een heroverweging van de inhoud van het project en de wijze van financiering daarvan en dit vergt vermoedelijk ook een aanpassing van de voorwaarden en condities van de realisatieovereenkomst, zoals bijvoorbeeld terzake van het te realiseren programma en de erfpachtvoorwaarden.

(…) "

2.11. Bij brief van 18 december 2009 heeft het Stadsdeel aan Burgfonds bericht akkoord te gaan met de in de zes punten weergegeven overeenkomst voor ontbinding van de contractrelatie. Met betrekking tot de punten 3 en 4 gaat het Stadsdeel ervan uit dat binnenkort een beide partijen tot tevredenheid stemmende oplossing kan worden gevonden.

2.12. Burgfonds heeft bij brief van 21 december 2009 aan het Stadsdeel bericht dat ontbinding van de Rok (vooralsnog) niet aan de orde is, omdat van volledige aanvaarding volgens Burgfonds nog geen sprake is. De brief luidt, voor zover van belang, als volgt:

"(…) . Daarnaast maak ik u erop attent dat ik van SCHA tot op heden nog geen machtiging heb mogen ontvangen en SCHA – na overeenstemming tussen (…) Stadsdeel en Burgfonds (…)- derhalve de te maken afspraken ook nog schriftelijk dient goed te keuren.

Ten aanzien van de verrekening van eventueel openstaande posten valt op dat u de posten heeft verhoogd in plaats van deze te reduceren. Zoals in eerdere correspondentie aangegeven, zullen de openstaande posten maximaal circa EUR 105.000,= kunnen bedragen waarbij ik aanteken dat door de wijze waarop uw Stadsdeel in deze kennelijk met de belangen van Burgfonds en de derde belanghebbenden wenst om te gaan, het zeer de vraag is of het bedrag van circa EUR 80.000,= in verband met de sloopkosten in dit stadium aan de orde kan zijn.

Een ander (…) punt (…) betreft de positie van Burgfonds in de toekomst. Burgfonds heeft substantieel, zowel in tijd als in geld - ruim EUR 3.300.000,= exclusief BTW-, in het project geïnvesteerd en het is op zijn zachtst gezegd minder charmant dat u blijkens uw brief voornemens bent Burgfonds bij de mede door uw stadsdeelraad kennelijk gewenst nieuwe planvorming op een lijn te stellen met eventuele concurrerende ontwikkelaars.

(…)

Gelet op bovenstaande kan het dan ook niet zo zijn dat er in verband met gewijzigde marktomstandigheden in combinatie met de mede door uw Stadsdeel gewenst wijzigingen in uw beleving onvoorwaardelijk afscheid genomen wordt van de huidige realisatieovereenkomst en Burgfonds op een lijn gesteld zou gaan worden met eventuele andere in het project geïnteresseerde ontwikkelaars die dan ook nog eens hun voordeel kunnen doen met de resultaten van de door en namens Burgfonds vele jaren verrichte werkzaamheden. Het is veel redelijker en juister -mede gelet op de belangen van betrokken derden, waaronder huurders- de realisatieovereenkomst af te stemmen op de gewijzigde situatie.

(…)"

2.13. Bij brief van 22 december 2009 heeft het Stadsdeel aan Burgfonds bericht dat zij zich op het standpunt stelt dat overeenstemming is bereikt over de ontbinding van de Rok. De brief luidt, voor zover van belang, als volgt:

“(…)

In reactie op uw punt in uw brief van 21 december jl. over de nog af te handelen vergoeding van de openstaande posten, delen wij u mee dat het stadsdeel u hierin tegemoet komt. Wij gaan akkoord met het door u voorgestelde bedrag van

€ 105.000,- == Dit betekent dat u van ons € 500.000,= minus € 105.000,= is € 395.000,= ontvangt. Dit bedrag wordt per ommegaande aan u overgemaakt.

Ten aanzien van uw opmerking over Scha merken wij op dat wij op uw voorstel zijn overeengekomen dat Burgfonds zorgt voor schriftelijke en onvoorwaardelijke goedkeuring van deze afspraken door Scha. Wij ontvangen hier graag een afschrift van."

2.14. Op 23 december 2009 heeft het Stadsdeel een persbericht uitgegeven, waarin zij aangeeft dat besloten is de overeenkomst tot ontwikkeling van het hallencomplex per direct te ontbinden.

2.15. Burgfonds heeft op diezelfde dag per brief aan het Stadsdeel bericht dat het Stadsdeel door dit persbericht schade berokkent aan Burgfonds.

2.16. Burgfonds heeft bij brief van 6 januari 2010 aan het Stadsdeel aangegeven dat nog geen overeenstemming is bereikt over de beëindiging van de Rok. Voorts heeft Burgfonds een beroep gedaan op dwaling. De brief luidt, voor zover van belang, als volgt:

"U stelt in uw brief van 22 december 2009 dat u akkoord gaat met het door ons voorgestelde bedrag van € 105.000,-- en u meent dit bedrag te kunnen verrekenen met de schadevergoeding van € 500.000,--. Een dergelijk voorstel hebben wij niet gedaan en wij stemmen niet in met deze verrekening. In onze brief van 16 december 2009 hebben wij namelijk slechts gesteld dat onze bijdrage voor sloopkosten en kosten verleggen kabels en leidingen maximaal € 105.000,-- zou kunnen zijn. Wij hebben dit maximale bedrag genoemd als reactie op de door u eerder genoemde € 295.000,--. Daarmee hebben wij geen bedrag voorgesteld of aanvaard. (…)

Voorts gaat u eraan voorbij dat er nog andere kosten kunnen zijn waarover partijen voor Burgfonds conveniërende wijze afspraken moeten worden gemaakt. Gedacht moet worden aan de € 137.000,-- die Burgfonds mogelijkerwijs aan aannemer Strukton verschuldigd is als vergoeding voor de werkzaamheden van Strukton.

Ook is nog geenszins gebleken dat De Key en de gemeente op een voor Burgfonds aanvaardbare wijze uitvoering zullen geven aan de gemaakte afspraken over de verdeling van de kosten in het kader van het haalbaarheidsonderzoek. Ook dit is een voorwaarde.

(…) SCHA is contractant van de realisatieovereenkomst en SCHA heeft nog niet ingestemd met de ontbinding van de realisatieovereenkomst. De realisatieovereenkomst kan om die reden dus eenvoudigweg nog niet ontbonden zijn."

2.17. Burgfonds heeft bij brief van 27 januari 2010 aan het Stadsdeel haar verbazing geuit over een recent raadsvoorstel waarin met betrekking tot het project De Hallen een flexibel concept ontwerp bestemmingsplan wordt gehanteerd, de gemeente mogelijk 7 miljoen euro zal investeren in het project en het aandeel niet-commercieel wordt verhoogd naar 30%. Burgfonds stelt zich op het standpunt dat het Stadsdeel onrechtmatig jegens haar handelt, omdat het Stadsdeel altijd heeft voorgehouden dat er niet getornd kan worden aan de in het Bouwprogramma opgenomen bestemming van De Hallen, de timing en de financiering. De brief luidt, voor zover van belang, als volgt:

"Immers in onze gesprekken van 8 en 9 december 2009 en de hieraan voorafgaande overleggen heeft u, ondanks verzoeken onzerzijds, altijd te kennen gegeven dat er niet getornd kan/zal worden aan de bestemming van De Hallen. Kennelijk kan dit dus wel, althans stelt u dit in ieder geval voor aan de deelraad. Een flexibel bestemmingsplan komt de haalbaarheid van het project vanzelfsprekend ten goede. Voorts hebben wij in onze gesprekken van 8 en 9 december 2009 aangegeven op zoek te zijn naar alternatieve financieringsvormen, waarvan wij u hebben gemeld dat wij voor € 9 miljoen inmiddels een nieuwe oplossing hebben gevonden. In dit verband had u natuurlijk niet mogen nalaten om ons te informeren, dat u overweegt om € 7 miljoen euro te investeren in De Hallen. Ook die factor is uiteraard van groot belang voor de business case van het project. Indien u ons op een juiste wijze had geïnformeerd, hadden wij absoluut niet met u willen spreken over een beëindiging van onze samenwerking. (…)"

2.18. Bij brieven van 15 februari 2010 en 30 maart 2010 heeft Burgfonds aan verschillende organen van het Stadsdeel aangegeven dat de Rok niet is beëindigd en heeft zij verzocht om voortzetting van de relatie.

2.19. Bij e-mail van 24 april 2010 heeft SCHA aan het Stadsdeel bericht dat zij zich per direct zou willen terugtrekken uit het Hallenproject, maar pas als zowel het Stadsdeel en Burgfonds hiermee instemmen.

3. Het geschil

3.1. Het Stadsdeel vordert -samengevat- op straffe van verbeurte van een dwangsom,

1). Burgfonds te gebieden haar beroep op vernietiging wegens dwaling van de in december 2009 met Stadsdeel gemaakte afspraak over de ontbinding van de Rok schriftelijk in te trekken,

2). Burgfonds te gebieden zich te onthouden van het sturen van brieven en/of doen van mededelingen aan organen van het Stadsdeel, voor zover deze brieven en/of mededelingen inhouden of erop neerkomen dat Burgfonds en/of SCHA een exclusieve aanspraak op de ontwikkeling van het project De Hallen maakt/maken c.q. kan/ kunnen doen gelden,

3). SCHA te gebieden om schriftelijk aan het Stadsdeel mee te delen dat de Rok is geëindigd c.q. ontbonden en dat zij ter zake geen rechten jegens het Stadsdeel kan en zal doen gelden.

Tot slot vordert het Stadsdeel Burgfonds en SCHA hoofdelijk te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2. Het Stadsdeel stelt hiertoe -samengevat- dat zij met SCHA overeenkomsten heeft gesloten tot ontwikkeling en realisatie van het Hallencomplex. In de Rok is met goedvinden van het Stadsdeel bepaald dat SCHA de werkzaamheden die voor haar uit de Rok voortvloeien feitelijk laat uitvoeren door Burgfonds. De ontwikkeling en financiering van het project is evenwel niet rond gekomen. Op 8 en 9 december 2009 heeft het Stadsdeel met Burgfonds de ontstane situatie besproken en is gezamenlijk besloten de samenwerking te beëindigen. Nu de Rok is ontbonden is Burgfonds haar exclusieve positie met betrekking tot het Hallenproject kwijtgeraakt. Het staat het Stadsdeel derhalve vrij om nieuwe afspraken te maken over de herontwikkeling van het gebied, waarbij mogelijk andere randvoorwaarden zullen gelden als onder de Rok. Burgfonds is echter niet bereid te berusten in de beëindiging van de Rok. Ten aanzien van SCHA geldt dat zij het Stadsdeel geen duidelijkheid kan of wil verschaffen over haar positie c.q. de ontbinding van de Rok. Nu het Stadsdeel door wil met het project, heeft zij derhalve spoedeisend belang bij de gevraagde voorzieningen.

3.3. Burgfonds en SCHA hebben verweer gevoerd. Het verweer zal, voor zover van belang, worden weergegeven onder de beoordeling.

4. De beoordeling

4.1. Geoordeeld wordt dat de vorderingen onder 1 en 2 van het Stadsdeel niet toewijsbaar zijn, nu deze vorderingen de strekking hebben van een verklaring voor recht. Nu het Stadsdeel heeft gesteld belang te hebben bij het verkrijgen van een (voorlopig) oordeel over de vraag of Burgfonds nog enige rechten jegens het Stadsdeel kan doen gelden met betrekking tot de voorgenomen ontwikkeling van het Hallencomplex, zal de voorzieningenrechter op dit punt wel een oordeel geven. Het Stadsdeel heeft immers een spoedeisend belang bij een voorlopig oordeel, al kan dat niet worden gegeven in de vorm van een verklaring voor recht.

4.2. Allereerst dient te worden beoordeeld of tussen partijen een overeenkomst is tot stand gekomen waarmee zij een einde hebben gemaakt aan hun samenwerking onder de Rok. In de Rok is met goedvinden van het Stadsdeel bepaald dat SCHA de werkzaamheden feitelijk laat uitvoeren door Burgfonds. Niet in geschil is dat Burgfonds daadwerkelijk de werkzaamheden voor SCHA onder de Rok heeft uitgevoerd. Beoordeeld dient dus te worden of, zoals door Burgfonds is betwist, de samenwerking tussen het Stadsdeel en Burgfonds onder de Rok is beëindigd. In dit verband wordt van belang geacht dat Burgfonds bij brief van 16 december 2009 zelf aan het Stadsdeel heeft bericht dat op 9 december 2009 is afgesproken dat de Rok met wederzijds goedvinden wordt ontbonden. Burgfonds heeft in die brief de beëindigingovereenkomst in zes punten weergegeven. Bij brief van

18 december 2009 heeft het Stadsdeel aan Burgfonds bericht akkoord te gaan met de in zes punten weergegeven overeenkomst en dat zij verwacht met betrekking tot de vergoeding van de openstaande kosten (punten 3 en 4) een naar beide partijen tot tevredenheid stemmende oplossing te bereiken. Bij brief van 21 december 2009 heeft Burgfonds aangegeven dat de ontbinding van Rok vooralsnog niet aan de orde is, omdat zij (zoals zij ook in haar brief van 16 december 2009 heeft aangegeven) maximaal € 105.000,- aan openstaande posten aan het Stadsdeel wil vergoeden en omdat de positie van SCHA nog ongeregeld is. Het Stadsdeel is bij brief van

22 december 2009 akkoord gegaan met de vergoeding van € 105.000,- en het Stadsdeel heeft vervolgens een bedrag van € 500.000,= aan schadevergoeding minus € 105.000,= aan Burgfonds overgemaakt. Nu Burgfonds in en buiten rechte onvoldoende duidelijk heeft gemaakt dat de openstaande posten ten onrechte voor het door haar maximaal genoemde bedrag van € 105.000,- zijn verrekend, moet de voorlopige conclusie luiden dat tussen Burgfonds en het stadsdeel op alle zes door Burgfonds genoemde punten volledige overeenstemming is bereikt. Ten aanzien van SCHA heeft het Burgfonds in haar brief van 22 december 2009 zelf aangegeven dat zij zal zorgdragen voor schriftelijke en onvoorwaardelijke goedkeuring door SCHA. Dat de juridische positie van SCHA nog ongeregeld is, is derhalve niet een omstandigheid die Burgfonds thans aan het Stadsdeel kan tegenwerpen. Voorshands wordt dan ook geoordeeld dat aan de samenwerking onder de Rok tussen het Stadsdeel en Burgfonds door de beëindigingovereenkomst een einde is gekomen.

4.3. Subsidiair heeft Burgfonds aangevoerd dat de beëindigingovereenkomst vernietigbaar is wegens dwaling, nu deze volgens Burgfonds onder invloed van een aan het Stadsdeel verwijtbare, onjuiste voorstelling van zaken tot stand is gekomen. Volgens Burgfonds had het Stadsdeel haar moeten informeren over het voornemen de belangrijkste randvoorwaarden van het project te wijzigen, op een wijze waarop Burgfonds al eerder bij het Stadsdeel had aangedrongen. Het Stadsdeel heeft betwist dat zij Burgfonds onjuist heeft ingelicht.

4.4. Voldoende is gebleken dat de randvoorwaarden onder de Rok vaststonden. In de Rok was bepaald dat per functiegroep (cultureel, horeca, maatschappelijke dienstverlening en overige functies) maximaal 10% kon worden afgeweken van het programma. Bij de thans voorgenomen herontwikkeling van het Hallenproject, zal het Stadsdeel wel soepelere randvoorwaarden hanteren. Zo heeft het Stadsdeel ter zitting aangegeven dat het project gefaseerd zal worden opgeleverd, dat een flexibel bestemmingsplan wordt opgesteld en is het Stadsdeel bereid -als de stadsdeelraad akkoord is- in plaats van 5 miljoen euro een bedrag van 7 miljoen euro in het project te investeren.

4.5. Vaststaat dat het Burgfonds niet is gelukt om het Hallenproject onder de bestaande randvoorwaarden tijdig te realiseren onder de Rok, zodat die specifieke overeenkomst op goede gronden is beëindigd. Of Burgfonds bij die beëindiging heeft gedwaald in de hiervoor bedoelde zin vergt een nader feitelijk onderzoek, waarvoor het kort geding zich niet leent. Voorshands acht de voorzieningenrechter niet uitgesloten dat het Stadsdeel Burgfonds had moeten inlichten over de voorgenomen wijzigingen in de randvoorwaarden van het project en dat Burgfonds bij een juiste voorstelling van zaken de beëindigingsovereenkomst niet, althans niet op dezelfde voorwaarden zou hebben gesloten. Dat kan zich mogelijk oplossen in schadevergoeding of wellicht zelfs in het claimen van voorrang wanneer Burgfonds binnen de gestelde randvoorwaarden tijdig een nieuw projectvoorstel zou indienen. Burgfonds kan echter, gelet op haar proceshouding en het tijdsverloop sinds de beëindiging van de Rok geen algehele exclusiviteit en/of een voorrangspositie zonder meer afdwingen. Het had op de weg van Burgfonds gelegen om haar voorrangspositie bij het Stadsdeel te claimen zodra zij van het wijzigen van de randvoorwaarden van het project op de hoogte was, eind januari 2010 en eventueel dwangmaatregelen te nemen, teneinde te verhinderen dat het Stadsdeel verder zou gaan met de herontwikkeling van het Hallenproject zonder Burgfonds. Nu Burgfonds dit heeft nagelaten, kan aan het Stadsdeel niet worden tegengeworpen dat zij in de zes maanden na beëindiging van de Rok aan derden (Lingotto) opdracht heeft gegeven om de mogelijkheden van herontwikkeling te onderzoeken.

4.6. Onder 3 vordert het Stadsdeel SCHA te gebieden aan het Stadsdeel mee te delen dat de Rok is ontbonden. Van belang is dat de Rok is gesloten tussen het Stadsdeel en SCHA. Weliswaar is de samenwerking tussen Burgfonds en het Stadsdeel onder de Rok beëindigd, maar niet is gebleken dat ook SCHA heeft ingestemd met beëindiging van de Rok.

Voorts heeft SCHA aangevoerd dat Burgfonds met instemming van het Stadsdeel haar positie onder de Rok heeft overgenomen. Evenwel is onvoldoende gebleken dat er sprake is van contractsoverneming. Een tussen SCHA en Burgfonds opgemaakte akte in de zin van artikel 6:159 BW ontbreekt. Ook heeft het Stadsdeel ter zitting aangevoerd niet te hebben ingestemd met contractsoverneming door Burgfonds. SCHA moet dan ook voorshands nog geacht worden partij te zijn bij de Rok. De vordering van het Stadsdeel jegens SCHA kan derhalve evenmin worden toegewezen.

4.7. De gevorderde voorzieningen die ertoe strekken Burgfonds te gebieden een bepaald standpunt in te nemen tegenover het Stadsdeel komen niet voor toewijzing in aanmerking. Het staat Burgfonds vrij zich op de door haar ingenomen standpunten te stellen. Ook de vordering jegens SCHA die ertoe strekt SCHA te verplichten een bepaald standpunt in te nemen is niet toewijsbaar. De vorderingen van het Stadsdeel zullen dan ook worden afgewezen. Gelet op het inhoudelijke resultaat zullen de proceskosten echter worden gecompenseerd.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2. compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Tonkens-Gerkema, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. K.M.E. Ritzen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op

25 juni 2010.

type: KMER

coll: