Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BM6331

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-05-2010
Datum publicatie
01-06-2010
Zaaknummer
13.706.045-10 RK nummer: 10/1322
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

EAB Polen. De uitspraak ziet op de artikelen 2,5 en 7 van de Overleveringswet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13.706.045-10

RK nummer: 10/1322

Datum uitspraak: 28 mei 2010

UITSPRAAK

Aan de orde is de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 2 maart 2010 en strekt onder meer tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB), uitgevaardigd op 27 oktober 2009 door de Second Criminal Court Division of the Regional Court te Slupsk, Polen. Dit bevel betreft de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon],

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum] 1976,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

uit anderen hoofde gedetineerd het huis van bewaring “Haarlem” te Haarlem,

1. Procesgang

De vordering is eerst behandeld ter openbare zitting van 6 april 2010. Daarbij zijn de officier van justitie, de opgeëiste persoon en zijn raadsman, mr. K. Canatan, advocaat te Amsterdam, gehoord. De opgeëiste persoon is bijgestaan door een tolk in de Poolse taal.

Bij interlocutoire uitspraak van 20 april 2010 heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en voor onbepaalde tijd geschorst, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de Poolse autoriteiten te vragen naar de maximumduur van de vrijheidsstraf voor elk van de strafbare feiten die ten grondslag liggen aan de vonnissen van de District Court of Slupsk van 20 juli 2005 en van 19 november 2004.

Op 30 april 2010 hebben de Poolse autoriteiten de gevraagde informatie verstrekt.

Op de openbare zitting van 14 mei 2010 is, met toestemming van de officier van justitie en de opgeëiste persoon, de behandeling voortgezet. Daarbij zijn de officier van justitie en de opgeëiste persoon gehoord. De opgeëiste persoon is bijgestaan door een tolk in de Poolse taal. De raadsman van de opgeëiste persoon heeft de rechtbank per brief van 7 mei 2010 laten weten niet in staat te zijn ter zitting te verschijnen.

2. Grondslag en inhoud van het EAB

Aan het EAB ligt een judgment by the District Court of Slupsk van 27 september 2005 (II K 605/05) ten grondslag.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat van een vrijheidsstraf voor de duur van 2 jaren en 2 maanden. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis.

De opgeëiste persoon dient nog 5 maanden en 28 dagen van de aan hem opgelegde vrijheidsstraf te ondergaan.

Het vonnis betreft een cumulative judgment, waarbij afzonderlijke vrijheidsstraffen opgelegd door de District Court of Slupsk op 20 juli 2005 (II K 165/04) en 19 november 2004 (II K 580/04) zijn samengevoegd. Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in een door de griffier gewaarmerkte en als bijlage aan deze uitspraak gehechte fotokopie van onderdeel e) van het EAB.

3. Identiteit van de opgeëiste persoon

De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij niet de Nederlandse, maar de Poolse nationaliteit heeft.

4. Strafbaarheid

Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De feiten zijn zowel naar het recht van Polen als naar Nederlands recht strafbaar.

Blijkens de aanvullende informatie van de Poolse autoriteiten van 30 april 2010 is de

maximumduur van de vrijheidsstraf van de strafbare feiten Ia en IIb 15 jaar en is de

maximumduur van de vrijheidsstraf van de strafbare feiten Ib en IIa 10 jaar.

Op deze feiten is derhalve zowel in Polen als in Nederland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden gesteld.

De feiten leveren naar Nederlands recht op:

Ia:

Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Ib:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

IIa:

Diefstal.

IIb:

Poging tot diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

5. Verzoek tot opschorting overlevering

Ter zitting heeft de opgeeiste persoon de rechtbank verzocht om de overlevering op te schorten totdat hij de straf heeft ondergaan die hem in een Nederlandse strafprocedure is opgelegd en hij daaropvolgend een reintegratietraject onder begeleiding van de reclassering heeft doorlopen.

De rechtbank merkt op dat in de Overleveringswet de bevoegdheid tot opschorting van de feitelijke overlevering - danwel vanwege de tenuitvoerlegging van een in Nederland opgelegde straf danwel vanwege humanitaire overwegingen - is neergelegd bij de officier van justitie. De rechtbank acht zichzelf op dit punt dan ook niet bevoegd en kan reeds daarom het verzoek van de opgeëiste persoon niet inwilligen.

6. Slotsom

Nu ten aanzien van de feiten waarvoor de overlevering wordt gevraagd is vastgesteld dat aan alle eisen is voldaan die de OLW daaraan stelt, dient de overlevering te worden toegestaan.

7. Toepasselijke wetsbepalingen

Artikelen 45, 310, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Artikelen 2, 5 en 7 van de Overleveringswet.

8. Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Second Criminal Court Division of the Regional Court te Slupsk (Polen) ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat wegens de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.

Aldus gedaan door

mr. C.W. Bianchi, voorzitter,

mrs. L.I.M. Bergen en A.J. Wesdorp, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. van der Aar, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 28 mei 2010.

De jongste rechter is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, van de OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

[C]