Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BM6223

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
04-05-2010
Datum publicatie
31-05-2010
Zaaknummer
AWB 08-146 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanvraag WIA-uitkering. Wijziging functionele mogelijkhedenlijst hangende beroep. Opdracht nieuw besluit. Termijn zes weken. Dwangsom indien aan de uitspraak geen of niet volledig gevolg wordt gegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 08/146 WIA

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde mr. G. van Leeuwen,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen,

verweerder,

gemachtigde [gemachtigde].

Procesverloop

Bij besluit van 12 juni 2007 (het primaire besluit) heeft verweerder eisers aanvraag om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) afgewezen.

Eiser heeft bij brief van 13 juli 2007 bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

De rechtbank heeft op 10 januari 2008 een beroepschrift ontvangen gericht tegen het uitblijven van een besluit op eisers bezwaarschrift door verweerder.

Bij besluit van 16 januari 2008 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaarschrift van eiser van 13 juli 2008 ongegrond verklaard.

Bij brief van 21 januari 2008 heeft de gemachtigde van eiser en het beroep ingetrokken en aanspraak gemaakt op vergoeding van proceskosten.

Eiser heeft tegen het besluit van 16 januari 2008 beroep ingesteld bij de rechtbank Alkmaar. Vanwege de samenhang met het primaire besluit is dit beroep doorgezonden naar deze rechtbank.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 november 2008. Eiser is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft ter zitting het vooronderzoek heropend.

De rechtbank heeft de behandeling van de zaak ter zitting hervat op 23 april 2010.

Eiser is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Ten aanzien van het niet tijdig beslissen op het bezwaar

1.1. Het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar is door gemachtigde van eiser ingetrokken onder gelijktijdig verzoek van vergoeding van de proceskosten.

1.2. De beslistermijn bedraagt voor verweerder ingevolge artikel 111 van de WIA dertien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. Bij brief van 9 november 2007 heeft verweerder de beslistermijn met vier weken verlengd tot 10 december 2007. Op 8 januari 2010 heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar en verweerder heeft bij het bestreden besluit op het bezwaar beslist. Verweerder heeft dan ook niet tijdig op het bezwaar beslist. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten van het beroep.

1.3. De proceskosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) forfaitair begroot op € 80,50. Op grond van het Bpb wordt één punt voor het beroepschrift toegekend ter waarde van € 322. Dit bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor 0,25 wegens een als zeer licht aan te merken gewicht van de zaak nu het beroep zich richt tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar.

1.4. De rechtbank stelt vast dat ingevolge artikel 6:20, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het beroep mede is gericht tegen het bestreden besluit. Het door eiser betaalde griffierecht wordt geacht mede te zijn voldaan ten aanzien van zijn beroep tegen het bestreden besluit.

2. Ten aanzien van het bestreden besluit

2.1. De rechtbank heeft in verband met tegenstrijdige standpunten van eisers neurochirurg W.F. Luitjes enerzijds en de bezwaarverzekeringsarts R.H.J. van Glabbeek anderzijds, een onafhankelijke deskundige benoemd. Naar aanleiding van de rapportage van neurochirurg P.H.J.M. Elsenburg en orthopedisch chirurg J.H. Postma van 17 juni 2009 heeft de bezwaarverzekeringsarts de functionele mogelijkhedenlijst uiteindelijk op 14 april 2010 ingrijpend gewijzigd. De bezwaararbeidsdeskundige heeft naar aanleiding van de gewijzigde functionele mogelijkhedenlijst nog geen nieuw advies uitgebracht.

2.2. Vanwege de trage besluitvorming in deze zaak heeft eiser de rechtbank verzocht niet langer te wachten op het advies van de bezwaararbeidsdeskundige, maar om het beroep gegrond te verklaren en om zelf in de zaak te voorzien en om aan eiser een WIA uitkering toe te kennen op basis van volledige arbeidsongeschiktheid. Indien de rechtbank daartoe niet zou overgaan heeft eiser verzocht om het bestreden besluit te vernietigen en een termijn te bepalen waarbinnen verweerder een nieuw besluit op het bezwaarschrift dient te nemen.

2.3. Gelet op de gewijzigde functionele mogelijkhedenlijst hangende deze beroepsprocedure berust het bestreden besluit op een onvolledige en onjuiste motivering. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om het beroep gegrond te verklaren en het bestreden besluit op grond van artikel 7:12, eerste lid, van de Awb te vernietigen. De rechtbank zal verweerder op grond van artikel 8:72, vijfde lid, van de Awb een termijn stellen voor het nemen van een nieuw besluit. Nu een toekenning van een WIA uitkering aan de orde is, behoeft deze zaak nog nadere besluitvorming door verweerder, met name arbeidskundig onderzoek. Ter terechtzitting heeft verweerder aangegeven dat thans binnen zes weken kan worden beslist, zodat de termijn in afwijking van de landelijke richtlijnen wordt bepaald op zes weken. De rechtbank ziet verder aanleiding om op grond van artikel 8:72, zevende lid, van de Awb een dwangsom vast te stellen, welke verweerder verbeurt indien aan de uitspraak geen of niet volledig gevolg wordt gegeven.

2.4. De rechtbank acht termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling. Deze kosten zijn onder toepassing van het Bpb begroot op € 966, waarbij één punt is toegekend voor het indienen van een beroepschrift, één punt voor het verschijnen ter zitting, 0,5 punt voor een schriftelijke uiteenzetting en 0,5 punt voor het verschijnen op een nadere zitting, waarde per punt € 322. Verweerder dient het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is bepaald;

- bepaalt dat verweerder aan eisers een dwangsom van € 250 verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van het geding tot een bedrag van

€ 1046,50 (zegge: duizend zesenveertig euro en vijftig eurocent);

- bepaalt dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht van € 39 (zegge: negenendertig euro) vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. de Rooij, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Vogel-Frishert, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2010.

de griffier, de rechter,

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Afschrift verzonden op:

D:B

SB