Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BM6221

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
07-05-2010
Datum publicatie
31-05-2010
Zaaknummer
AWB 09-5743 HUUR
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geen sprake van een ontvankelijk (rechtstreeks) beroep, geen sprake van tegemoetgekomen, afwijzing verzoek om proceskostenveroordeling. Eiser heeft gemotiveerd geweigerd om een ingebrekestelling in te zenden. Beroepschrift van na 1 oktober 2009 zodat een ingebrekestelling is vereist voordat beroep op de rechtbank open staat. Zou het beroep niet zijn ingetrokken dan was het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 09/5743 HUUR

uitspraak van de enkelvoudige kamer

in de zaak tussen:

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

gemachtigde mr. B. Mous,

en

de Belastingdienst Toeslagen,

verweerder.

Procesverloop

De rechtbank Haarlem heeft op 4 december 2009 een beroepschrift ontvangen gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaarschrift van eiseres van 28 augustus 2009 (hierna: het bestreden besluit). Het beroep is met toepassing van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ter behandeling doorgezonden naar deze rechtbank.

Bij brief van 11 januari 2010 heeft mr. B. Mous, advocaat te Amsterdam, het beroep ingetrokken en aanspraak gemaakt op vergoeding van de proceskosten.

Desgevraagd heeft verweerder terzake het verzoek van eiseres om proceskostenveroordeling op 18 januari 2010 een verweerschrift ingediend.

Nadat partijen toestemming hebben gegeven om zonder zitting op het verzoek om vergoeding van de proceskosten uitspraak te doen, is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaarschrift is namens eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank. Bij besluit van 28 december 2009 heeft verweerder op het bezwaarschrift beslist.

2. De rechtbank overweegt het volgende.

2.1. Ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan, in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 in de kosten worden veroordeeld.

2.1. Op 1 oktober 2009 is de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen in werking getreden. Paragraaf 4.1.3.2 van de Awb maakt deel uit van deze wetswijziging. Ingevolge artikel III, eerste lid, van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen blijft op het niet tijdig beslissen op een aanvraag die of een bezwaar- of beroepschrift dat is ingediend voor het tijdstip waarop paragraaf 4.1.3.2 van de Awb van toepassing is geworden, het recht zoals dit gold voor dat tijdstip van toepassing. Nu het beroepschrift is ingediend op 4 december 2009, is het recht over het niet tijdig beslissen van toepassing zoals dat gold na 1 oktober 2009.

2.2. Ingevolge artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. Tegen het niet tijdig beslissen staat dan ook beroep bij de rechtbank open.

2.3. Ingevolge artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, kan het beroepschrift worden ingediend zodra:

a. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen, en

b. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.

Ingevolge artikel 6:12, vierde lid, van de Awb is het beroep niet-ontvankelijk indien het beroepschrift onredelijk laat is ingediend.

2.4. Ingevolge het bepaalde in artikel 8:41, vierde lid, van de Awb wordt het door de indiener betaalde griffierecht aan hem vergoed door het bestuursorgaan indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen.

3. De rechtbank stelt vast dat verweerder met het besluit van 28 december 2009 op het bezwaarschrift van eiseres heeft beslist en dat eiseres daarmee haar doel van het onderhavige beroep heeft bereikt. Ten aanzien van de rechtsvraag of verweerder in juridisch opzicht aan het beroep van eiseres is tegemoetgekomen overweegt de rechtbank het volgende.

3.1. Desgevraagd heeft eiseres de rechtbank bij brief van 22 december 2009 medegedeeld dat verweerder niet in gebreke is gesteld. Eiseres heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat een bestuursorgaan van rechtswege in gebreke is als het niet tijdig een beslissing op het ingediende bezwaarschrift neemt. Een ingebrekestelling is niet nodig om aan de formele vereisten van een beroepschrift te voldoen, aldus eiseres.

3.2. De rechtbank kan de stelling van eiseres dat een ingebrekestelling niet nodig is niet volgen. De rechtbank wijst eiseres daarbij op hetgeen onder 2.1. en 2.3. van deze uitspraak is overwogen. De ingebrekestelling is met ingang van 1 oktober 2009 wettelijk vereist bij een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Indien niet aan dit wettelijk vereiste voldaan wordt kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Naar het oordeel van de rechtbank had het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet tot een gegrond beroep kunnen leiden, omdat vanaf 1 oktober 2009 zonder ingebrekestelling geen sprake is van een ontvankelijk beroep. Nu het beroepschrift is ingetrokken komt de rechtbank niet toe aan niet-ontvankelijkverklaring.

3.3. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden gesteld dat verweerder aan het beroep van eiseres is tegemoetgekomen. De omstandigheid dat eiseres na het indienen van het beroepschrift haar doel - een beslissing op het door haar ingediende bezwaarschrift - heeft bereikt, maakt dit niet anders. Het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten wordt afgewezen.

3.4. Nu verweerder niet aan het beroep van eiseres is tegemoetgekomen is verweerder niet gehouden het griffierecht te vergoeden.

3.5. Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De rechtbank

- wijst het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten af.

Deze uitspraak is gedaan op 7 mei 2010 door mr. G.M. Beunk, rechter, in tegenwoordigheid van M.P. Osinga-Sanders, griffier, en bekend gemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum.

De griffier, De rechter,

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan gedurende zes weken na toezending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State te 's-Gravenhage.

Afschrift verzonden op:

Coll: M.P.O.

D: B