Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BM6151

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10-05-2010
Datum publicatie
31-05-2010
Zaaknummer
455340 / KG ZA 10-659 P/EB
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2010:BP9702, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eisers zijn als bestuurder van Wincanton (een dochteronderneming van Yukos CIS) geschorst bij besluiten van 22 maart 2010 en 22 april 2010, genomen door de door Rosneft - die alle aandelen in de Armeense vennootschap Yukos CIS heeft gekocht uit het faillissement van Yukos Oil - benoemde bestuurder van Yukos CIS. Zij komen tegen die schorsing op. De vraag die in dit kort geding centraal staat is wie de rechtmatige bestuurder van Yukos CIS is. Deze vraag dient te worden beantwoord naar Armeens recht. Op 9 juli 2009 heeft de Armeense rechter in een bodemprocedure geoordeeld dat de verkoop van aandelen in Yukos CIS door de Russische curator aan Rosneft rechtmatig is. Aan de Nederlandse rechter geen rechtsmacht toe om (opnieuw) te oordelen over de vraag naar de geoorloofdheid van de verkoop in Rusland door de Russische curator van de aandelen in de Armeense vennootschap Yukos CIS aan de Russische koper Rosneft. Bovendien volgt – in de bewoordingen van het gerechtshof te Amsterdam in zijn arrest van 14 februari 2009 – uit de mogelijke onbevoegdheid van de Russische curator om hier te lande op te treden in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Yukos Oil, respectievelijk uit de ongeldigheid van diens door de Nederlandse rechtsorde beheerste rechtshandelingen, niet zonder meer dat naar Nederlands recht de rechtsgevolgen moeten worden ontzegd aan hetgeen in de Russische Federatie is geschied ter liquidatie van het vermogen van de aldaar gevestigde gefailleerde. Vooralsnog is de voorzieningenrechter van oordeel dat, indien het EHRM de klacht van Yukos Oil gegrond zal verklaren, niet aannemelijk is dat die uitspraak van het EHRM zal inhouden of automatisch tot gevolg zal hebben dat het faillissement van Yukos Oil nietig is. Veeleer is aannemelijk dat dit geschil zich bij gegrondverklaring van de klacht zal moeten oplossen in vergoeding door de Russische Federatie van de door Yukos Oil en haar aandeelhouders geleden schade. De slotsom is dat voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter zal oordelen dat de schorsingsbesluiten van 22 maart 2010 en 22 april 2010 niet vernietigbaar zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 455340 / KG ZA 10-659 P/EB

Vonnis in kort geding van 10 mei 2010

in de zaak van

1. [eiser sub 1 in conventie],

wonende te [woonplaats], Verenigde Staten van Amerika,

2. [eiser sub 2 in conventie]

wonende te [woonplaats], Verenigde Staten van Amerika,

eisers in conventie bij gelijkluidende dagvaardingen van 8 april 2010,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. W.H.A.M. van den Muijsenbergh te Amsterdam,

tegen

1. de vennootschap naar het recht van de Republiek Armenië

YUKOS CIS INVESTMENT LLC,

gevestigd te Yerevan, Republiek Armenië,

2. [gedaagde sub 2 in conventie],

wonende te [woonplaats], Russische Federatie,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WINCANTON HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. M. Deckers te Amsterdam.

Eisers in conventie zullen hierna [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] worden genoemd. Gedaagden in conventie zullen als Yukos CIS, [gedaagde sub 2 in conventie] en Wincanton worden aangeduid.

1. De procedure

1.1. Ter terechtzitting van 15 april 2010 is de behandeling van de zaak in overleg met partijen verplaatst naar 28 april 2010. Op deze laatste zitting hebben [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, met dien verstande dat zij hun eis hebben vermeerderd overeenkomstig de eveneens aan dit vonnis gehechte akte. Yukos CIS, [gedaagde sub 2 in conventie] en Wincanton hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening, en vervolgens in reconventie gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte akte en akte vermeerdering eis. [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] hebben de vordering in reconventie bestreden. Beide partijen hebben producties en pleitnota’s in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

1.2. Op beide zittingen was aan de zijde van eisers in conventie [eiser sub 2 inconventie] aanwezig, bijgestaan door mr. Van den Muijsenbergh en diens collega’s mr. G.P.H. Kreijen en mr. K. Huibregtse. Aan de zijde van gedaagden in conventie was op beide zittingen [gedaagde sub 2 in conventie] aanwezig, bijgestaan door mr. Deckers en diens collega mr. S. van der Hart. Verder waren op beide zittingen twee tolken Engels en een tolk Russisch aanwezig, op 15 april 2010 A. Meneses-Dekker, I.E. Versteegh en A. Abrosimova en op 28 april 2010 A.J.B. Burrough en K.H.M. van den Berg en

V. Vinarskaja.

2. De feiten

2.1. De vennootschap naar Russisch recht OAO Yukos Oil Company (hierna: Yukos Oil) is bij vonnis van 1 augustus 2006 door de Arbitrale rechtbank in Moskou failliet verklaard.

2.2. Op 31 augustus 2007 heeft E.K. Rebgun, de Russische curator in het faillissement van Yukos Oil, alle aandelen in de Armeense vennootschapYukos CIS verkocht aan de vennootschap naar Russisch recht OJSC Oil Company Rosneft (hierna: Rosneft).

2.3. Yukos CIS, vertegenwoordigd door [p[persoon 1], heeft tegen Rosneft in Armenië een civiele procedure aangespannen waarin zij verzoekt om de tussen de Russische curator en Rosneft gesloten koopovereenkomst met betrekking tot de aandelen in Yukos CIS ongeldig te verklaren. Bij vonnis van 9 juli 2009 heeft de “Court of the First Instance of the Kentron and Nork-Marash communities of the city of Yerevan” (Armenië) dit verzoek afgewezen. Het vonnis luidt in een Engelse vertaling, voor zover hier van belang:

“Based on the evidence provided in the present litigation and on the legislative acts applicable hereto, the court finds that the property sale-purchases agreement (…) between the bankruptcy trustee of “NK YUKOS” OJSC and LLC “NK Rosneft” (Rosneft, vzr.) regarding alienation of shares in the charter capital of LLC “YUKOS SNG Investment” (Yukos CIS, vzr.) has been concluded without the violations indicated by the petitioner.”

2.4. Op 31 juli 2009 is Rosneft in het Armeense handelsregister geregistreerd als 100% aandeelhouder van Yukos CIS.

2.5. Rosneft heeft met ingang van 4 augustus 2009 [persoon 1] ontslagen als bestuurder van Yukos CIS en [gedaagde sub 2 in conventie] benoemd tot bestuurder van die vennootschap. De benoeming van [gedaagde sub 2 in conventie] is op 6 augustus 2009 geregistreerd in het Armeense handelsregister.

2.6. Yukos CIS is de enig aandeelhouder van Wincanton, van welke vennootschap [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] tot 22 maart 2010 onbetwist bestuurders waren.

2.7. Blijkens haar jaarverslag over 2008, vastgesteld en goedgekeurd door de algemene vergadering van aandeelhouders op 26 januari 2010, heeft Wincanton op 22 september 2008 100% van (de certificaten van) haar aandelen ondergebracht in de vennootschap naar Amerikaans recht Consolidated Nile LLC. De certificaten van die aandelen zijn ondergebracht in de Nederlandse Stichting Administratie Kantoor Financial Performance Holdings.

2.8. Bij gelijkluidende brieven van 15 maart 2010 aan [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] heeft [gedaagde sub 2 in conventie] geschreven:

“(…) Yukos CIS (…) has the intention to suspend you as a director of Wincanton for the periode of one (1) month. There will be a meeting of shareholders in Amsterdam on 22 March 2010 where the intended decision will be formalised. As a director you will have the right to advise the meeting of shareholders on the intended decision. (…) We would like to invite you to the meeting of shareholders on 22 March 2010 (…). (…)”

2.9. [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] hebben op 22 maart 2010 via hun raadsman gereageerd op de voorgenomen schorsing:

“(…) It is obvious that my clients are not willing to participate in or to ‘advise’ by telephone, a legally non existent ‘shareholders meeting’ of Wincanton and they will therefore not give any effect to your invitation. (…)”

2.10. Nog diezelfde dag heeft Yukos CIS, vertegenwoordigd door [gedaagde sub 2 in conventie], [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] geschorst als bestuurders van Wincanton voor de duur van één maand, en [gedaagde sub 2 in conventie] benoemd tot bestuurder voor dezelfde duur.

2.11. Bij brief van 26 maart 2010 heeft Wincanton, vertegenwoordigd door [gedaagde sub 2 in conventie], Maser B.V. (een trustkantoor dat tevens de administratie van Wincanton voert, verder te noemen: Maser) geïnformeerd over de schorsing van [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] en verzocht om inzage in alle documentatie van Wincanton. Maser heeft aan dit verzoek niet voldaan, omdat zij van de advocaten van [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] heeft begrepen dat het schorsings- en benoemingsbesluit wordt betwist.

2.12. Wincanton, vertegenwoordigd door [gedaagde sub 2 in conventie], heeft tevens getracht de bestuurderswisseling te doen inschrijven in het Nederlandse handelsregister. Bij brief van 26 maart 2010 heeft de Kamer van Koophandel Amsterdam aan de advocaat van Wincanton bericht dat de opgave van de bestuurderswisseling is geweigerd, omdat de kamer niet in staat is om vast te stellen of de bevoegde persoon opgave doet alsmede of de opgave juist is en omdat de gemachtigde van het zittende bestuur te kennen heeft gegeven dat de schorsing en benoeming zonder valide rechtsgrond is.

2.13. Op 21 april 2010 om 21:54 uur heeft Yukos CIS, vertegenwoordigd door [gedaagde sub 2 in conventie], [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] per fax uitgenodigd om te adviseren op het door de aandeelhoudersvergadering van Wincanton op 22 april 2010 te nemen besluit de schorsing van [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] met één maand te verlengen, evenals de benoeming van [gedaagde sub 2 in conventie].

2.14. Op 22 april 2010 heeft Wincanton, vertegenwoordigd door [gedaagde sub 2 in conventie], de schorsing van [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] en zijn eigen benoeming tot bestuurder van Wincanton verlengd met één maand. De betreffende besluiten bevatten de volgende passage:

“(e) the circumstances giving rise to the suspension and appointment mentioned under (d) (de besluiten van 22 maart 2010, vzr.) above have not changed during the period of suspension. The Shareholder therefore wishes to adopt this resolution whereby he aims to maintain the status quo pending the current proceedings, supported by a commitment of Yukos CIS/[gedaagde sub 2 in conventie] as managing director not to perform any acts of administration or disposition regarding Wincanton until the Dutch court has ruled in the interlocutory proceedings. (…)”

2.15. Het faillissement van Yukos Oil en daaruit volgende (rechts)handelingen zijn in Nederland onderwerp geweest van verschillende gerechtelijke procedures. In één van die gerechtelijke procedures tussen onder meer [eiser sub 1 in conventie] tegen onder meer Rosneft, heeft het gerechtshof te Amsterdam op 24 februari 2009 een arrest gewezen, dat voor zover voor deze zaak relevant de volgende overweging bevat:

“Ook indien het hof het bodemvonnis (van 31 oktober 2007, waarin de rechtbank Amsterdam heeft geoordeeld dat het vonnis waarbij Yukos Oil failliet is verklaard strijdig is met de Nederlandse openbare orde, vzr.) tot richtsnoer neemt, volgt uit de onbevoegdheid van Rebgun om hier te lande op te treden in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Yukos Oil, respectievelijk uit de ongeldigheid van diens door de Nederlandse rechtsorde beheerste rechtshandelingen, niet zonder meer dat naar Nederlands recht de rechtsgevolgen moeten worden ontzegd aan hetgeen in de Russische Federatie is geschied ter liquidatie van het vermogen van de aldaar gevestigde gefailleerde (…)”

3. Het geschil in conventie

3.1. [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] vorderen na vermeerdering van eis, samengevat:

primair

(i) hen te machtigen om alle (rechts)handelingen te verrichten die nodig zijn voor het ongedaan maken (a) van de gevolgen van alle door [gedaagde sub 2 in conventie] namens Yukos CIS in Wincanton Holding genomen pseudo-aandeelhoudersbesluiten (b) van alle door [gedaagde sub 2 in conventie] in Wincanton genomen pseudo-bestuursbesluiten en/of (c) van alle eventuele door [gedaagde sub 2 in conventie] (beweerdelijk) namens Wincanton verrichte (rechts)handelingen, welke machtiging in het bijzonder, maar niet uitsluitend, gevraagd wordt met het oog op de in de dagvaarding nader omschreven handelingen;

(ii) [gedaagde sub 2 in conventie] te gebieden om medewerking te verlenen aan de hiervoor onder (i) bedoelde ongedaanmakingshandelingen;

(iii) [gedaagde sub 2 in conventie] te verbieden om voor Yukos CIS bestuursdaden te verrichten totdat (a) bij in kracht van gewijsde gegane Armeense rechterlijke uitspraak zal zijn beslist dat [gedaagde sub 2 in conventie] de rechtmatig benoemde bestuurder en vertegenwoordiger van Yukos CIS is en (cumulatief) (b) in een in kracht van gewijsde gegaan Nederlands vonnis is geoordeeld dat het Faillissementsvonnis en de daarop voortbouwende (rechts)handelingen niet in strijd zijn met de Nederlandse openbare orde en (cumulatief) (c) de procedure voor het EHRM tussen Yukos Oil en de Russische Federatie is afgedaan middels een niet voor appel of nadere voorziening vatbare einduitspraak;

(iv) Yukos CIS (a) te gebieden om medewerking te verlenen aan de hiervoor onder (i) bedoelde ongedaanmakingshandelingen en (b) te verbieden om enige daad van bestuur te verrichten met betrekking tot Wincanton totdat (a) bij in kracht van gewijsde gegane Armeense rechterlijke uitspraak zal zijn beslist dat [gedaagde sub 2 in conventie] de rechtmatig benoemde bestuurder en vertegenwoordiger van Yukos CIS is en (cumulatief) (b) in een in kracht van gewijsde gegaan Nederlands vonnis is geoordeeld dat het Faillissementsvonnis en de daarop voortbouwende (rechts)handelingen niet in strijd zijn met de Nederlandse openbare orde en (cumulatief) (c) de procedure voor het EHRM tussen Yukos Oil en de Russische Federatie is afgedaan middels een niet voor appel of nadere voorziening vatbare einduitspraak;

(v) het onder (ii) tot en met (iv) gevorderde toe te wijzen op straffe van een dwangsom;

subsidiair

(i) Wincanton te gebieden de gevolgen van de pseudo-aandeelhoudersbesluiten ongedaan te maken en de uitvoering daarvan op te schorten totdat in een bodemprocedure bij in kracht van gewijsde gegane uitspraak zal zijn geoordeeld dat deze besluiten niet non-existent c.q. nietig c.q. vernietigbaar zijn;

primair en subsidiair

Yukos CIS, [gedaagde sub 2 in conventie] en Wincanton hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten.

3.2. Daartoe stellen [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie], samengevat, primair dat de schorsingsbesluiten non-existent c.q. nietig zijn en subsidiair dat deze, als ze wel als aandeelhoudersbesluiten moeten worden aangemerkt, vernietigbaar zijn.

3.3. Yukos CIS, [gedaagde sub 2 in conventie] en Wincanton voeren, kort gezegd, als verweer dat [gedaagde sub 2 in conventie] de rechtmatige bestuurder van Yukos CIS is en dat de schorsingsbesluiten rechtsgeldig zijn.

4. Het geschil in reconventie

4.1. Yukos CIS, [gedaagde sub 2 in conventie] en Wincanton vorderen na vermeerdering van eis, samengevat weergegeven, [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] op straffe van een hoofdelijke dwangsom te veroordelen:

primair

(A) uitvoering te geven aan de besluiten van 22 maart 2010 en mitsdien (i) medewerking te verlenen aan de inschrijving in het handelsregister van [gedaagde sub 2 in conventie] als bestuurder van Wincanton, (ii) de gevolgen van de besluiten van 22 maart 2010 te eerbiedigen, (iii) opgave te doen van alle rechten en plichten van Wincanton Holding en haar deelnemingen, (iv) opgave te doen van alle gerechtelijke procedures waarin Wincanton of haar deelnemingen, groepsvennootschappen of aanverwante rechtspersonen als partij zijn betrokken, onder afgifte van de processtukken, (v) af te geven alle aan hen ter beschikking staande of onder hen berustende administratie en documentatie die toebehoort aan, dan wel betrekking heeft op Wincanton Holding, (vi) om de accountant van Wincanton te instrueren om aan [gedaagde sub 2 in conventie] op diens eerste verzoek inzage te geven in alle documenten en stukken van Wincanton die de accountant onder zich heeft of waarover hij de beschikking heeft.

subsidiair

(B) (i) opgave te doen bij het handelsregister dat de bevoegdheid van [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] als bestuurders van Wincanton wordt betwist, (ii) om Yukos CIS en [gedaagde sub 2 in conventie] te informeren over alle rechts- en vertegenwoordigingshandelingen die zij verrichten in hoedanigheid van bestuurders van Wincanton, alsmede van alle uitgaven en betalingen die een bedrag van € 10.000,00 te boven gaan en van alle verplichtingen die zij namens Wincanton aangaan met een belang groter dan € 10.000,00, (iii) te gebieden om geen activa van Wincanton en/of haar deelnemingen te vervreemden of te bezwaren, (iv) opgave te doen van alle rechten en plichten van Wincanton Holding en daar deelnemingen, groepsvennootschappen en aanverwante rechtspersonen, (v) opgave te doen van alle gerechtelijke procedures waarin Wincanton of haar deelnemingen, groepsvennootschappen of aanverwante rechtspersonen als partij zijn betrokken, onder afgifte van de processtukken, (v) inzage te geven alle aan hen ter beschikking staande of onder hen berustende administratie en documentatie die toebehoort aan, dan wel betrekking heeft op Wincanton Holding, (vi) om de accountant van Wincanton te instrueren om aan [gedaagde sub 2 in conventie] op diens eerste verzoek inzage te geven in alle documenten en stukken van Wincanton die de accountant onder zich heeft of waarover hij de beschikking heeft.

4.2. [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] voeren verweer. De stellingen van partijen in reconventie komen overeen met hetgeen zij in conventie hebben aangevoerd.

5. De beoordeling in conventie

5.1. De vraag die in dit kort geding centraal staat is wie de rechtmatige bestuurder van Yukos CIS is. Partijen zijn het erover eens dat de vraag wie de rechtsgeldig aandeelhouder en bestuurder van Yukos CIS is, dient te worden beantwoord naar Armeens recht.

5.2. [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] stellen dat tot op heden in verschillende over deze kwestie in Armenië aangespannen procedures geen inhoudelijk oordeel is geveld over het vermeend aandeelhouderschap van Rosneft in Yukos CIS en de daaruit voortvloeiende aanstelling van [gedaagde sub 2 in conventie] als bestuurder van Yukos CIS.

Dit standpunt wordt verworpen. Op 9 juli 2009 heeft de Armeense rechter immers in een bodemprocedure geoordeeld dat de verkoop van aandelen in Yukos CIS door de Russische curator aan Rosneft rechtmatig is. Dat the Civil and Administrative Chamber of the Cassation Court of the Republic of Armenia bij uitspraak van 9 april 2010 de bevoegdheden van Rosneft als aandeelhouder en [gedaagde sub 2 in conventie] als bestuurder van Yukos CIS met betrekking tot de activa van Yukos CIS heeft beperkt, zoals [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] hebben aangevoerd, maakt dat niet anders. In die procedure gaat het immers niet om de kernvraag naar de rechtsgeldigheid van de aandelenoverdracht aan Rosneft, maar om een bewarende maatregel die is getroffen totdat de Armeense rechter een eindoordeel heeft geveld over een door [persoon 1] ingediende klacht over de inschrijving van Rosneft als enig aandeelhouder en [gedaagde sub 2 in conventie] als bestuurder van Yukos CIS in het Armeense handelsregister. Ook de overige door [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] in het geding gebrachte Armeense rechtelijke uitspraken hebben alle betrekking op dat geschil over de inschrijving in het handelsregister en niet op de vraag naar de geldigheid van de aandelenoverdracht. Niet is aannemelijk gemaakt dat het op 9 april 2010 door de Armeense rechter aan [gedaagde sub 2 in conventie] gegeven voorlopige verbod om handelingen met betrekking tot de activa van Yukos CIS te verrichten, mede omvat een verbod tot het schorsen van bestuursleden van dochterondernemingen van Yukos CIS. Verder is van belang dat partijen het erover eens zijn dat de inschrijving in het handelsregister in Armenië van doorslaggevend belang is voor de vraag wie aandeelhouder van een bepaalde vennootschap is en wie daarvan de bestuurder is. In het Armeense handelsregister is Rosneft sinds 31 juli 2009 ingeschreven als aandeelhouder van Yukos CIS. Daaraan kan het feit dat [persoon 1] tegen die inschrijving bezwaar heeft gemaakt niet afdoen, zolang op dat bezwaar niet is beslist. Vooralsnog wordt er dan ook met Yukos CIS, [gedaagde sub 2 in conventie] en Wincanton van uitgegaan dat naar Armeens recht de overdracht van alle aandelen in Yukos CIS door de Russische curator aan Rosneft rechtsgeldig is.

5.3. [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] stellen dat ook indien de aandelenoverdracht aan Rosneft naar Armeens recht rechtsgeldig mocht blijken te zijn, [gedaagde sub 2 in conventie] in Nederland niet bevoegd was om hen te schorsen, omdat alle rechtshandelingen die voortvloeien uit het faillissement van Yukos Oil – waaronder de aandelenoverdracht en de benoeming van [gedaagde sub 2 in conventie] tot bestuurder van Yukos CIS – in Nederland niet voor erkenning in aanmerking komen. Dit volgt volgens [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] uit een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 31 oktober 2007, waarin is geoordeeld – kort gezegd – dat het faillissementsvonnis strijdig is met de Nederlandse openbare orde.

In dat verband wordt het volgende overwogen. Weliswaar heeft de rechtbank Amsterdam in genoemd vonnis inderdaad geoordeeld dat de uit het faillissementsvonnis naar Russisch recht voortvloeiende bevoegdheden van de curator door Rebgun in Nederland niet kunnen worden uitgeoefend, maar in dit kort geding gaat het niet om door de Russische curator in Nederland uitgeoefende bevoegdheden. We hebben hier te maken met een Armeense moedermaatschappij van Wincanton, waarvan de Armeense rechter in een bodemprocedure heeft vastgesteld dat de aandelen daarin naar Armeens recht op rechtmatige wijze zijn verkocht en geleverd aan Rosneft. Onder die omstandigheden komt aan de Nederlandse rechter geen rechtsmacht toe om (opnieuw) te oordelen over de vraag naar de geoorloofdheid van de verkoop in Rusland door de Russische curator van de aandelen in de Armeense vennootschap Yukos CIS aan de Russische koper Rosneft. Bovendien volgt – in de bewoordingen van het gerechtshof te Amsterdam in zijn arrest van 14 februari 2009 – uit de mogelijke onbevoegdheid van Rebgun om hier te lande op te treden in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Yukos Oil, respectievelijk uit de ongeldigheid van diens door de Nederlandse rechtsorde beheerste rechtshandelingen, niet zonder meer dat naar Nederlands recht de rechtsgevolgen moeten worden ontzegd aan hetgeen in de Russische Federatie is geschied ter liquidatie van het vermogen van de aldaar gevestigde gefailleerde.

5.4. [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] voeren verder aan dat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) naar alle verwachting een door Yukos Oil tegen de Russische Federatie ingediende klacht over de faillissementsprocedure gegrond zal verklaren.

Vooralsnog is de voorzieningenrechter van oordeel dat, indien het EHRM de klacht van Yukos Oil gegrond zal verklaren, niet aannemelijk is dat die uitspraak van het EHRM zal inhouden of automatisch tot gevolg zal hebben dat het faillissement van Yukos Oil nietig is. Veeleer is aannemelijk dat dit geschil zich bij gegrondverklaring van de klacht zal moeten oplossen in vergoeding door de Russische Federatie van de door Yukos Oil en haar aandeelhouders geleden schade.

5.5. Tot slot stellen [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] dat hun schorsing naar Nederlands recht niet geldig is, omdat daaraan meerdere gebreken kleven. Volgens hen bestonden er geen voldoende zwaarwegende gronden voor schorsing, zijn zij ten onrechte niet in kennis gesteld van de grond voor de schorsing en de grond van de benoeming van [gedaagde sub 2 in conventie], en zijn zij ten onrechte niet in de gelegenheid gesteld om op het voorgenomen besluit te adviseren. Formeel zijn zij daartoe wel uitgenodigd, maar deze uitnodiging heeft hen zodanig laat bereikt, dat het uitbrengen van een advies feitelijk niet meer mogelijk was.

5.5.1. In dit verband geldt het volgende. Partijen hebben ervoor gekozen om de statuten van Wincanton niet over te leggen. Derhalve dient bij de beoordeling van de vraag of regels van Nederlands recht zijn geschonden, te worden uitgegaan van de wettelijke bepalingen over schorsing van bestuurders. Uit artikel 2:244 BW volgt dat bestuurders te allen tijde kunnen worden geschorst. Wel dienen zij op grond van artikel 2:8 BW jo. artikel 2:227 lid 4 BW in beginsel op de voorgenomen schorsing te worden gehoord.

5.5.2. Yukos CIS, de enig aandeelhouder die tot schorsing van [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] is overgegaan, heeft als reden voor die schorsing opgegeven dat kennisname van de jaarstukken van Wincanton over het jaar 2008 – die pas begin 2010 zijn gedeponeerd – leerde dat de zeggenschapsrechten van Yukos CIS onder het bestuur van [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] verder waren beperkt, door het onderbrengen van de certificaten van al haar aandelen in een Amerikaanse partnership. Omdat deze afscherming van de activa van Wincanton is geschied buiten medeweten van Yukos CIS, de 100% aandeelhouder, heeft Yukos CIS gemeend dat naar deze gang van zaken een onderzoek nodig was. Gelet op de vele gerechtelijke procedures waarin Rosneft verwikkeld is met andere entiteiten, voorheen behoren tot het Yukos Oil concern en vertegenwoordigd door [eiser sub 1 in conventie], meende Yukos CIS dat dit onderzoek beter kon worden uitgevoerd tijdens een schorsing van de bestuurders van Wincanton. Dit neemt niet weg dat voor zover in deze zaak mogelijk en wenselijk, de normale regels omtrent schorsing van een bestuurder in acht moeten worden genomen.

5.5.3. Met betrekking tot het aanvankelijke schorsingsbesluit van 22 maart 2010 geldt het volgende. [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] hebben onweersproken gesteld dat zij de uitnodigingsbrief van 15 maart 2010 hebben ontvangen op 18 maart 2010, zodat er voorshands van wordt uitgegaan dat [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] feitelijk slechts vier dagen hadden om op de uitnodiging te reageren. Deze termijn is wellicht wat kort, maar daar staat tegenover dat [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] niet om uitstel hebben verzocht. Bovendien blijkt uit hun reactie van 22 maart 2010 dat zij niet voornemens waren om de aandeelhoudersvergadering bij te wonen, omdat zij [gedaagde sub 2 in conventie] niet als bestuurder van Yukos CIS erkennen. Gelet op dit standpunt kan niet worden gezegd dat zij door de korte termijn van oproeping in enig belang zijn geschaad. Aan dit bezwaar van [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] wordt dan ook voorbijgegaan.

5.5.4. Dat de reden voor de schorsing van [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] en voor de benoeming van [gedaagde sub 2 in conventie] niet expliciet in de uitnodigingsbrief van 15 maart 2010 is genoemd, is in de huidige relatie tussen partijen te verwaarlozen. Dit geldt te meer nu [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] ter zitting hebben toegegeven erop uit te zijn om de economische waarde van Wincanton buiten de invloedssfeer van Yukos CIS, de eigenaar van Wincanton, te brengen en ten goede te laten komen aan de

ex-aandeelhouders van Yukos Oil. Dergelijk handelen kan niet worden geacht te zijn handelen in het belang van Wincanton, en is in ieder geval in strijd met hun verplichtingen tegenover de moedermaatschappij. Dit levert een voldoende zwaarwegende grond voor schorsing op. Vooralsnog is dan ook voldoende aannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat de besluiten van 22 maart 2010 niet vernietigbaar zijn op de door [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] aangevoerde gronden.

5.5.5. Met betrekking tot het besluit van 22 april 2010, waarmee de schorsing met een maand is verlengd, geldt dat aannemelijk is dat [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] daarvoor niet tijdig zijn opgeroepen. De uitnodigingsbrief is aan hen gestuurd laat op de avond van de dag voordat de aandeelhoudersvergadering zou worden gehouden. Duidelijk was echter dat het ging om het handhaven van de status quo tot na de uitkomst van dit kort geding. Deze bedoeling moet ook voor [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] duidelijk zijn geweest. Bovendien was in het standpunt van [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] over de onbevoegdheid van [gedaagde sub 2 in conventie] geen verandering gekomen, zodat ook hier er geen sprake van is dat [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] in enig belang zijn geschaad. Onder deze omstandigheden is niet aannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat het feit dat de uitnodigingen voor de aandeelhoudersvergadering te laat zijn verstuurd, vernietigbaarheid van de besluiten van 22 april 2010 oplevert.

5.5.6. De slotsom is dat er vooralsnog van moet worden uitgegaan dat onvoldoende aannemelijk is dat de aandeelhoudersbesluiten van 22 maart 2010 en 22 april 2010, waarbij [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] zijn geschorst als bestuurders van Wincanton en [gedaagde sub 2 in conventie] is benoemd tot bestuurder van Wincanton, vernietigbaar zijn. Daaruit volgt dat [gedaagde sub 2 in conventie] voorshands moet worden aangemerkt als de huidige (tijdelijke) bestuurder van Wincanton, zodat de vordering in conventie niet toewijsbaar is.

5.6. [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] zullen ambtshalve als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Yukos CIS, [gedaagde sub 2 in conventie] en Wincanton in conventie worden begroot op:

- vast recht € 263,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.079,00

6. De beoordeling in reconventie

6.1. Zoals hiervoor in conventie reeds is overwogen, moet er vooralsnog van worden uitgegaan dat [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] zijn geschorst als bestuurders van Wincanton en dat [gedaagde sub 2 in conventie] thans de bestuurder van Wincanton is. Daarmee is het spoedeisend belang van Yukos CIS, [gedaagde sub 2 in conventie] en Wincanton bij de gevraagde voorzieningen gegeven. De in reconventie gevorderde machtiging aan Yukos CIS, [gedaagde sub 2 in conventie] en Wincanton om de schorsing van [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] als bestuurders van Wincanton, alsmede de benoeming van [gedaagde sub 2 in conventie] tot bestuurder van Wincanton te doen registreren in het Handelsregister, zal dan ook worden toegewezen als na te melden.

6.2. De vordering om [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] te bevelen uitvoering te geven aan de aandeelhoudersbesluiten van 22 maart 2010 en 22 april 2010 zal worden toegewezen in die zin dat het hen zal worden verboden om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis namens Wincanton beheers- of bestuursdaden te verrichten.

6.3. De vordering om [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] te veroordelen om volledige opgave te doen van alle rechten en plichten van Wincanton Holding en haar directe en indirecte deelnemingen zal als te onbepaald worden afgewezen. Deze rechten en verplichtingen moeten immers blijken uit de administratie. Pas als zou blijken dat de administratie geen of onvoldoende inzicht in de rechten en verplichtingen van (indirecte) deelnemingen geeft, zou hiervoor grond kunnen bestaan. De vordering om opgave te doen van alle gerechtelijke procedures in Nederland en daarbuiten waarin Wincanton Holding of haar deelnemingen, groepsvennootschappen of aanverwante rechtspersonen als partij zijn betrokken, onder afgifte van de processtukken, zal op dezelfde grond worden afgewezen.

6.4. Wel zullen [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] worden bevolen om aan [gedaagde sub 2 in conventie] af te geven alle aan hen ter beschikking staande of onder hen berustende administratie en documentatie die toebehoort aan Wincanton. Het voert echter te ver om hen ook te veroordelen alle documentatie af te geven die betrekking heeft op Wincanton. Daaronder vallen immers ook aan derden toebehorende stukken. De gevorderde verklaring onder ede dat alle gevraagde stukken zijn overgelegd zal worden afgewezen, nu het Nederlandse recht daarvoor geen grondslag biedt. De gevorderde instructie aan de accountant zal worden toegewezen, op de na te melden wijze.

6.5. Er zijn geen subsidiaire vorderingen die in plaats van de afgewezen primaire vorderingen kunnen worden toegewezen, omdat de subsidiaire vorderingen tot uitgangspunt hebben dat [gedaagde sub 2 in conventie] niet als enig bestuurder van Wincanton wordt erkend.

6.6. [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] zullen ambtshalve als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Yukos CIS, [gedaagde sub 2 in conventie] en Wincanton in reconventie worden wegens samenhang met de conventie begroot op nihil.

7. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1. weigert de gevraagde voorzieningen,

7.2. veroordeelt [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] in de proceskosten, aan de zijde van Yukos CIS, [gedaagde sub 2 in conventie] en Wincanton tot op heden begroot op € 1.079,00,

7.3. verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

7.4. machtigt Yukos CIS, [gedaagde sub 2 in conventie] en Wincanton, zowel ieder afzonderlijk als gezamenlijk, tot het doen van opgaaf aan het Handelsregister van de schorsing van [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] als bestuurders van Wincanton , alsmede de benoeming van [gedaagde sub 2 in conventie], overeenkomstig de aandeelhoudersbesluiten van 22 maart 2010 en 22 april 2010, alsmede overeenkomstig de daaropvolgende besluiten tot (verlenging van) schorsing en/of ontslag van [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie];

7.5. veroordeelt [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] zich met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis te onthouden van beheers- en bestuursdaden met betrekking tot Wincanton,

7.6. veroordeelt [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis aan [gedaagde sub 2 in conventie] af te geven alle aan hen ter beschikking staande of onder hen berustende administratie en documentatie die toebehoort aan Wincanton,

7.7. veroordeelt [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de accountant van Wincanton te instrueren om aan [gedaagde sub 2 in conventie] op diens eerste verzoek inzage te geven in alle documenten en stukken van Wincanton die de accountant onder zich heeft of waarover hij de beschikking heeft,

7.8. bepaalt dat [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] voor iedere dag of gedeelte daarvan

dat zij niet voldoen aan één of meer van de veroordelingen onder 7.5 tot en met 7.7, aan Yukos CIS, [gedaagde sub 2 in conventie] en Wincanton een dwangsom verbeuren van € 10.000.000,00, tot een maximum van € 150.000.000,00,

7.9. verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.10. veroordeelt [eiser sub 1 in conventie] en [eiser sub 2 inconventie] in de proceskosten, aan de zijde van Yukos CIS, [gedaagde sub 2 in conventie] en Wincanton tot op heden begroot op nihil,

7.11. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.Y.C. Poelmann, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E. van Bennekom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 mei 2010.?