Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BM5881

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-04-2010
Datum publicatie
26-05-2010
Zaaknummer
CV 09-3304
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2011:BT8640
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

"Stellig voornemen" tot het toekennen van een aanvullend pensioen is niet gelijk te stellen aan een afdwingbare pensioentoezegging; het stond werkgever vrij het realiseren van het stellig voornemen te beperken tot een groep werknemers die op hun pensioendatum nog in haar dienst waren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PJ 2010/138
AR-Updates.nl 2010-0475
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

SECTOR KANTON - LOCATIE AMSTERDAM

Kenmerk : CV 09-3304

Datum : 12 april 2010

178

Vonnis van de kantonrechter te Amsterdam in de zaak van:

[eiser]

wonende te [woonplaats]

eiser

gemachtigde: mr. S.D. van t Hullenaar (DAS Rechtsbijstand)

t e g e n:

de besloten vennootschap PHILIPS CONSUMER LIFE-STYLE BV

wonende te Amsterdam

gedaagde

nader te noemen Philips

gemachtigde: mr. E.J. Henrichs

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De volgende processtukken zijn ingediend:

- de dagvaarding van 29 januari 2009 inhoudende de vordering van [eiser] met bewijsstukken

- de conclusie van antwoord van Philips met bewijsstukken

Ingevolge tussenvonnis van 25 mei 2009 zijn vervolgens ingediend:

- de conclusie van repliek van [eiser]

- de conclusie van dupliek van Philips

- een akte indiening deskundigenrapport

- een antwoord akte waarin Philips reageert op de inhoud van genoemd deskundigenrapport.

Daarna is vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

1.1. [eiser] is van 1 januari 1976 tot 1 maart 1997 werkzaam geweest binnen het Philipsconcern, de laatste zes jaar in een directiefunctie bij de Philips Divisie Domestic Appliances & Personal Care. Deze divisie is later opgegaan in Consumer Lifestyle, de gedaagde in onderhavige zaak. (ook eerdere werkgevers van [eiser] binnen het Philipsconcern worden verder aangeduid als Philips)

1.2. Tijdens zijn diensttijd bij Philips heeft [eiser] deelgenomen aan de bij Philips geldende pensioenregeling.

1.3. Bij brief van 8 december 1995 heeft Philips onder het kopje Supplementary pension voor zover relevant aan [eiser] het volgende geschreven:

We are pleased to inform you that in addition to your statutory retirement pension entitlement, the Board of Management has the intention (stellig voornemen) to provide you with a supplementary pension. Such entitlement will only be applicable at the normal retirement date. The scheme will operate as follows:

I The present retirement pension – insured with the Philips Pension Fund B – is made up as follows:

- the pension basis is determined by the gross basis (based on the fixed salary) minus the franchise (at present NLG 30,972)

- the pension basis is then divided into two tranches and the pension to be paid is calculated as follows:

- first tranche : NLG 100,680 x pension years x 2%

- second tranche : remainder x pension years x 1,5%

II The supplementary scheme relates only to portion of the pension basis in the second tranche (remainder) and is calculated as follows:

- second tranche : remainder x pension years x 0,25%

(…)

This supplementary pension will not be specified on the annual pension statement issued by the Philips Pension Fund B

1.4. Bij brief van 24 september 1997 heeft de gemachtigde van [eiser] met een beroep op de onder 1.3 weergegeven brief aanspraak gemaakt op uitkering van het supplementary pension uit te keren vanaf [eiser]s reglementaire pensioendatum.

1.5. Bij brief van 29 september 1997 heeft Philips aan de gemachtigde van [eiser] geschreven dat [eiser] geen recht kan doen gelden op het supplementary pension omdat het gaat om een stellig voornemen tot het verschaffen van een supplementair pensioen. Enkel indien een werknemer tot het bereiken van de vijfenzestigjarige leeftijd in dienst van Philips blijft komt de vraag aan de orde of aan het stellig voornemen uitvoering wordt gegeven. Bij [eiser] is dit niet het geval nu hij op eigen initiatief het dienstverband met Philips heeft beëindigd voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

1.6. Op [datum] heeft [eiser] de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.

1.7. Bij brief van 1 juli 2008 heeft de gemachtigde van [eiser] namens [eiser] opnieuw aanspraak gemaakt op uitkering van het supplementary pension. [eiser] zegt dat uit de tussen partijen op dit punt gemaakte afspraken niet valt af te leiden dat de toezegging komt te vervallen bij voortijdig vertrek.

1.8. Vervolgens hebben partijen nog over en weer gecorrespondeerd en daarbij volhard bij hun respectieve standpunten.

Vordering

2. [eiser] vordert voor recht te verklaren dat de gedane toezegging terzake aanvullend pensioen niet vervalt door beëindiging van het dienstverband vóór ingang van het ouderdomspensioen. Daarnaast vordert hij nakoming van de toezegging door het afstorten van een bedrag ineens. Hij stelt hiertoe dat de toezegging zo is geformuleerd dat zij geldend wordt bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, zonder dat er verder voorwaarden zijn geformuleerd. Door het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd door [eiser] is hieraan voldaan, zodat Philips zich aan haar toezegging jegens [eiser] dient te houden. De term stellig voornemen is een fiscaal begrip zonder verdere juridische consequenties in de verhouding tussen partijen. Dat het om een onvoorwaardelijke toezegging gaat blijkt ook uit het feit dat de toezegging is gedaan als beloning voor prestaties in het verleden, aldus [eiser].

Verweer

3. Philips verweert zich tegen deze vordering allereerst met een beroep op rechtsverwerking en voert daarnaast aan dat het niet gaan om een harde pensioentoezegging in de zin van de Pensioenwet. De betekenis van de gehanteerde formulering is dusdanig dat hoogstens op de pensioendatum de voorwaardelijke toezegging kan worden gerealiseerd. Omdat [eiser] vóór zijn pensioen bij Philips vertrokken is, kan hij geen aanspraak maken op het extra pensioen. De term “stellig voornemen” heeft behalve fiscale ook civielrechtelijke consequenties. Het gaat hier niet om een beloning voor in het verleden verrichte diensten, aldus Philips. Subsidiair voert Philips verweer tegen de hoogte van de vordering en tegen de vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten.

Beoordeling

4. In de onder 1.4 geciteerde brief heeft [eiser] duidelijk verklaard aanspraak te maken op het extra pensioen. Het enkele feit dat [eiser] niet meer heeft gereageerd op het antwoord van Philips (zie onder 1.5) is onvoldoende voor de gerechtvaardigde veronderstelling aan de zijde van Philips dat [eiser] zijn aanspraken alsnog had opgegeven. Daarvoor is immers een handeling nodig en het enkel uitblijven van een handeling leidt niet tot rechtsverwerking. Het beroep op rechtsverwerking wordt mitsdien verworpen.

5. Partijen zijn het erover eens dat het in het onderhavige geval niet gaat om een pensioentoezegging in de zin van de voormalige Pensioen- en spaarfondsenwet en huidige Pensioenwet, volgens welke wetgeving een pensioenregeling dient te worden uitgevoerd door een extern pensioenfonds, behoudens de in die wetgeving genoemde uitzonderingen, waarvan in het onderhavige geval evenwel geen sprake is. Volgens [eiser] is er in het onderhavige geval desalniettemin sprake van een harde en onvoorwaardelijke pensioentoezegging, waarbij geldt dat de woorden “stellig voornemen” slechts fiscaal geduid hoeven te worden. Hij stelt daarbij dat de toezegging is gedaan wegens bewezen diensten in het verleden. Philips bestrijdt dit en stelt dat de toezegging is gedaan als prikkel aan medewerkers om in dienst te blijven.

6. Partijen zijn het oneens over de uitleg van de bewoordingen van de pensioentoezegging en meer in het bijzonder over de betekenis die in dat verband toegekend moet worden aan de term “stellig voornemen”. Daarbij komt het aan op de zin die partijen in de omstandigheden van het geval redelijkerwijs aan de bewoordingen van de pensioentoezegging hebben mogen toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

7. De door [eiser] gegeven uitleg kan daarbij niet worden aanvaard, omdat zij erop neer zou komen dat men door het opnemen van niet meer dan de woorden “stellig voornemen” in een pensioentoezegging de geldende pensioenwetgeving zou kunnen omzeilen, terwijl men voor het overige met een onvoorwaardelijke pensioentoezegging van doen zou hebben. Onvoldoende is gesteld om te mogen aannemen dat partijen een dergelijke niet door de wet toegestane constructie voor ogen heeft gestaan. [eiser] had dit moeten en kunnen begrijpen. Weliswaar beroept [eiser] zich erop dat de toezegging is gedaan wegens in het verleden bewezen diensten hetgeen met door hem bepleite uitleg weer wel in overeenstemming zou zijn, maar hieromtrent is door [eiser] geen bewijs aangeboden, laat staan geleverd, of anderszins iets komen vast te staan.

8. Het bovenstaande betekent dat de onder 1.3 weergegeven brief moet worden opgevat als een niet afdwingbare pensioentoezegging en dat [eiser] dit had moeten begrijpen. Dat betekent dus ook dat de woorden Such entitlement will only be applicable at the normal retirement date moet worden uitgelegd in de door Philips voorgestane zin, namelijk dat niet eerder dan op deze datum het stellig voornemen zou worden gerealiseerd, maar niet dat het in alle gevallen op deze datum zou worden gerealiseerd. Daaruit vloeit voort dat het Philips vrijstond om het realiseren van het stellig voornemen te beperken tot de groep werknemers die op het moment van hun pensionering nog in dienst van Philips zou zijn. Nu voorts niet is gesteld of gebleken dat Philips in een of meer op relevante punten met het geval van [eiser] te vergelijken gevallen wél uitvoering heeft gegeven aan het stellig voornemen, waardoor er sprake zou kunnen zijn van het ongelijk behandelen van gelijke gevallen, wordt de vordering afgewezen.

9. Het bovenstaande betekent dat het (meer) subsidiaire verweer en het verweer tegen de vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten geen bespreking meer behoeven.

10. Gelet op de uitkomst van de procedure wordt [eiser] veroordeeld in de proceskosten.

BESLISSING

De kantonrechter:

I. wijst de vordering af;

II. veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure aan de zijde van Philips tot op heden begroot op € 800,00, voorzover verschuldigd inclusief BTW, aan salaris van haar gemachtigde

III. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. E. Pennink, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 april 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter