Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BM5685

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
27-04-2010
Datum publicatie
26-05-2010
Zaaknummer
AWB 09/1117 WRB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtsbijstand. Extra uren. Verweerder had moeten motiveren met welk deel van de begroting niet wordt ingestemd en om welke reden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 09/1117 WRB

Uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen

[eiser 1],

wonende te [woonplaats],

eiser 1,

gemachtigde [gemachtigde],

[gemachtigde eiser 1],

kantoor houdende te [woonplaats],

eiser 2,

hierna gezamenlijk te noemen: eisers,

en

de Raad voor Rechtsbijstand Amsterdam,

verweerder,

gemachtigde: mr. W. Smits.

Procesverloop

Verweerder heeft twee aanvragen van eiser 2 om vergoeding extra uren rechtsbijstand afgewezen.

Bij besluit van 4 maart 2009 heeft verweerder het bezwaar van eisers tegen deze afwijzingen gegrond verklaard en eiser 2 toestemming verleend voor het besteden van 24 uren extra rechtsbijstand (het bestreden besluit).

Eisers hebben tegen dit besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 maart 2010. Eiser 2 is in persoon, alsmede als vertegenwoordiger van eiser 1 verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door W. Smits.

Overwegingen

1. Feiten en standpunten van partijen

1.1. Eiser 2 is toegevoegd aan eiser 1 voor het verlenen van rechtsbijstand ter zake van een asielrechtelijk geschil (toevoegingsnummer 4GX3400).

1.2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder eiser 2 alsnog toestemming verleend voor het besteden van 24 uren extra rechtsbijstand. Hiertoe overweegt verweerder dat de zaak aangemerkt kan worden als bewerkelijk, maar dat objectief gezien een aantal van 24 extra uren in redelijkheid voldoende is om de zaak te behandelen.

1.3. Eisers kunnen zich met het bestreden besluit niet verenigen voor zover daarbij de aanvragen voor 57 uren extra zijn afgewezen. Eisers hebben in beroep aangevoerd dat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel. Zij kunnen niet akkoord gaan met een blanket bepaling zoals door de commissie in het advies gehanteerd, te weten de woorden ‘objectief gezien’.

2. Juridisch kader

2.1. Ingevolge artikel 13, eerste lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (hierna: het Bvr 2000) wordt, indien in een procedure de tijdsbesteding aan de verlening van rechtsbijstand uitgaat boven het aantal uren dat gelijk is aan drie maal het aantal punten dat in de bijlage voor het desbetreffende rechtsterrein of soort zaak of op grond van artikel 6 is bepaald, voor elk uur waarin boven deze grens rechtsbijstand wordt verleend, één punt toegekend mits het bureau de begroting van de tijdsbesteding voor de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid van artikel 31, heeft goedgekeurd.

2.2. Ingevolge artikel 31, eerste lid, van het Bvr 2000 – voor zover thans van belang – dient de rechtsbijstandverlener bij het bereiken van de in artikel 13 bedoelde tijdgrens een aanvraag in bij het bureau tot vaststelling van de vergoeding voor de verrichte werkzaamheden. Tegelijkertijd legt hij een begroting over met betrekking tot de tijdsbesteding van de naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden.

Ingevolge het tweede lid stemt het bureau geheel of gedeeltelijk in met de begroting, bedoeld in het eerste lid, indien het van oordeel is dat de rechtsbijstand doelmatig wordt verleend.

3. Beoordeling van het beroep

3.1. Niet in geschil is dat de zaak waarvoor de toevoeging is verleend ten tijde van de afwijzing van de aanvragen van eiser 2 aangemerkt kon worden als zijnde bewerkelijk.

3.2. De rechtbank overweegt dat verweerder in het bestreden besluit op geen enkele wijze heeft gemotiveerd waarom de begrotingen van de tijdbesteding voor de naar verwachting nog te verrichten extra werkzaamheden niet volledig zijn goedgekeurd en waarom 24 uur extra in redelijkheid voldoende zou zijn om de zaak te behandelen. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder toegelicht dat niet per post op de begrotingen is beoordeeld of deze al dan niet als doelmatig verleende rechtsbijstand kan worden aangemerkt, maar dat gelet op de complexiteit van de zaak is geoordeeld dat 24 extra uren in redelijkheid voldoende is. Hoe tot 24 uur is gekomen, heeft de gemachtigde niet nader kunnen toelichten.

3.3. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de begroting, die een rechtsbijstandverlener op grond van artikel 31 van het Bvr moet overleggen, wel bij zijn besluitvorming dient te betrekken. Wanneer verweerder zich op het standpunt stelt dat sprake is van een feitelijk en/of juridisch complexe zaak, maar niet geheel met de begroting instemt, dient verweerder naar het oordeel van de rechtbank te motiveren met welk deel van de begroting niet wordt ingestemd en om welke reden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en onvoldoende deugdelijk is gemotiveerd. De rechtbank zal daarom het bestreden besluit vernietigen.

3.4. Nu van de zijde van verweerder is gesteld dat de rechtsbijstand niet doelmatig is verleend en de regelgeving en het beleid verweerder een zekere beoordelingsvrijheid bieden ten aanzien van de afhandeling en beoordeling van bewerkelijke zaken, zal de rechtbank niet zelf in de zaken voorzien. Verweerder zal een nieuw besluit op de bezwaren van eisers dienen te nemen met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.

3.5. Nu het beroep gegrond wordt verklaard, dient verweerder het door eisers betaalde griffierecht van € 41,- aan hen te vergoeden. De rechtbank ziet voorts aanleiding toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht en verweerder in de proceskosten van eiser 1 te veroordelen, welke kosten onder toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht forfaitair worden begroot op een bedrag van € 644,- (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting x factor 1 x € 322,-). Omdat eiser 1 op basis van een toevoeging heeft geprocedeerd dienen de proceskosten betaald te worden aan de griffier van deze rechtbank.

3.6. Eisers hebben de rechtbank verzocht verweerder te veroordelen tot betaling van schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente. Artikel 8:73 van de Awb biedt de rechtbank bij een gegrond beroep de mogelijkheid een partij te veroordelen tot betaling van schadevergoeding. De rechtbank zal het verzoek afwijzen, nu – hoewel het beroep gegrond wordt verklaard – pas na het nemen van een nieuw besluit de eventuele schade vaststaat.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;

- bepaalt dat verweerder aan eisers het door hen betaalde griffierecht van € 41 vergoedt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van het geding tot een bedrag van € 644, te betalen aan de griffier van deze rechtbank;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Polak, voorzitter, mrs. H.P. Kijlstra en P.H.A. Knol, leden, in aanwezigheid van mr. C.J. Baijens, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 april 2010.

de griffier de voorzitter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Afschrift verzonden op:

D: B

SB