Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BM5032

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-05-2010
Datum publicatie
19-05-2010
Zaaknummer
459557 / KG ZA 10-976 HJ/MV
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De kantonrechter heeft bij vonnis van 31 maart 2010 verlof gegeven tot ontruiming van enige horecapanden in Amsterdam. Eiser en drie vennootschappen van het concern van eiser verzoeken een verbod tot het uitvoeren van dit vonnis. Drie pachters sluiten zich bij deze vordering aan. In twee afzonderlijke vonnissen heeft de voorzieningenrechter hierop beslist. De vorderingen worden afgewezen. Dit vonnis betreft de positie van de pachters.

De voorzieningenrechter oordeelt dat in het waarschijnlijke verlies van werkgelegenheid voor een groot aantal werknemers een noodtoestand kan worden gezien. Dat leidt echter niet tot een verbod van executie omdat dit geen nieuw feit is: de voorzieningenrechter neemt aan dat dit een belang is dat door de kantonrechter reeds is meegewogen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 459557 / KG ZA 10-976 HJ/MV

Vonnis in kort geding van 18 mei 2010

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

REGULIERS B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DANTZIG AAN DE AMSTEL B.V.,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HGN B.V.,

allen gevestigd te Amsterdam,

eiseressen bij dagvaarding van 17 mei 2010,

advocaat mr. K. Roderburg te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HEINEKEN NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. S.M. van der Zwan te Dieren.

Partijen zullen hierna ook Reguliers, Dantzig, HGN en Heineken worden genoemd.

1. De procedure

Ter terechtzitting van 18 mei 2010 hebben Reguliers, Dantzig en HGN gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Heineken heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Beide partijen hebben producties en pleitnota’s in het geding gebracht.

Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

In verband met de spoedeisendheid van de zaak wordt heden uitspraak gedaan, in de vorm van dit verkorte vonnis. De uitwerking daarvan kan op een later tijdstip volgen. Die uitwerking zal in elk geval de hierna bij “De beoordeling” volgende overwegingen bevatten. Nu dat ook de dragende overwegingen uit het vonnis zijn, wordt partijen verzocht om binnen zeven dagen na de vonnisdatum aan de onderaan dit vonnis genoemde griffier, schriftelijk mee te delen of zij nog prijs stellen op een uitwerking. Mocht een dergelijk bericht niet worden ontvangen, dan zal van uitwerking worden afgezien.

Ter zitting waren aanwezig:

aan de zijde van Reguliers, Dantzig en HGN: [persoon 1] met mr. Roderburg;

aan de zijde van Heineken: [persoon 2], [persoon 3], mr. Ch. Moons, advocaat te Amsterdam en mr. Van der Zwan.

2. De feiten

2.1. De feiten volgen bij de eventuele uitwerking.

3. Het geschil

3.1. Reguliers, Dantzig en HGN vorderen samengevat – Heineken te verbieden op straffe van een dwangsom om over te gaan tot ontruiming van de door hen geëxploiteerde ondernemingen.

3.2. Heineken heeft tegen de vordering verweer gevoerd.

4. De beoordeling

4.1. In een executiegeschil kan de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een vonnis slechts schorsen, indien hij van oordeel is dat de executant mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad - geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.

4.2. Het gaat in het onderhavige geschil om vier horecapanden: April, Luxembourg, Dante en Three Sisters/New York steak House. Vast staat dat Plassania verhuurder was, Heineken huurder en Gouden Kooi onderhuurder, die op haar beurt weer onderverhuurde aan de pachters. Reguliers, Dantzig en HGN behoren tot die pachters.

noodtoestand

4.3. Reguliers, Dantzig en HGN stellen dat als Heineken de bedrijfsinventaris weghaalt, de exploitatie zal moeten worden gestaakt en meer dan 100 mensen zullen moeten worden ontslagen.

4.4. Heineken voert aan dat het belang van de werknemers reeds door de kantonrechter is meegewogen.

4.5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit verweer slaagt.

Dat het belang van werkgelegenheid door de kantonrechter niet is meegewogen en dus als nieuw feit tot een executieverbod kan leiden, is niet aannemelijk geworden.

misbruik van recht

4.6. Reguliers, Dantzig en HGN stellen dat zij steeds de huur hebben betaald en dat het Heineken bekend is dat zij als pachters optreden, onder andere omdat de door hen gepachte horecapanden door Heineken met Heineken-materiaal zijn ingericht en Heineken bier en andere dranken levert. De ontruiming zal hen benadelen, terwijl deze Heineken geen voordeel oplevert. Deze moet daarom worden verboden, aldus Reguliers, Dantzig en HGN.

4.7. Heineken stelt zich op het standpunt dat van haar niet langer kan worden gevergd de situatie te laten voortbestaan waarin de huur niet of slechts gedeeltelijk wordt betaald.

4.8. Ook als er met Reguliers, Dantzig en HGN van uit wordt gegaan dat zij steeds de huur hebben betaald, leidt dit niet tot het oordeel dat Heineken door tot ontruiming over te gaan misbruik van recht maakt. Heineken heeft verhuurd aan Gouden Kooi en het gevolg van de niet betaling door Gouden Kooi is dat er ontruimd mag worden. Reguliers, Dantzig en HGN dragen als onder-onderhuurders het risico dat de onderhuurder van wie zij huren de door hen betaalde huur niet afdraagt aan de huurder.

Dat Heineken wist dat Reguliers, Dantzig en HGN als pachter optraden, maakt dit niet anders.

4.9. Reguliers, Dantzig en HGN zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Heineken worden begroot op:

- vast recht EUR 263,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.079,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. weigert de gevraagde voorziening,

5.2. veroordeelt Reguliers, Dantzig en HGN in de proceskosten, aan de zijde van Heineken tot op heden begroot op EUR 1.079,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. Jongeneel, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2010.?