Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BM3722

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
31-03-2010
Datum publicatie
07-05-2010
Zaaknummer
1043107 DX EXPL 09-264
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Effectenlease; artikel 1:88 BW; verjaring; waardering getuigenbewijs; onverschuldigde betaling; betaling door ander.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

zaak- en rolnummer: 1043107 DX EXPL 09-264

vonnis van: 31 maart 2010

f.no.: 694

Vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eisende partij,

nader te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. N. Boerman-Bove (Juridico),

t e g e n

de naamloze vennootschap DEXIA BANK NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

nader te noemen: Dexia,

gemachtigde: Swier & Van der Weijden Gerechtsdeurwaarders.

De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 17 april 2009, met producties;

- de conclusie van antwoord van Dexia, met producties;

- het tussenvonnis van 8 juli 2009 waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

- het proces-verbaal van comparitie van 27 augustus 2009, met de daarin genoemde stukken;

- de conclusie na enquête van Dexia, met één productie;

- de conclusie na enquête van [eiser], met producties;

- de akte uitlaten producties van Dexia.

1.2. Daarna is vonnis bepaald op heden.

Gronden van de beslissing

2. De feiten

Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

2.1. Dexia is de rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchere N.V., alsmede van Legio Lease B.V. (hierna: Labouchere of Legio Lease). Waar hierna sprake is van Dexia worden haar rechtsvoorgangsters daaronder mede begrepen.

2.2 [eiser] heeft de volgende lease-overeenkomsten ondertekend waarop hij als lessee stond vermeld, met als wederpartij Dexia:

Nr Contractnr. Datum Naam overeenkomst Leasesom Looptijd Termijnbedrag

I. [nr 1] 19-04-1999 SpaArExtra € 40.840,22 180 mnd. € 226,89

II. [nr 2] 12-10-1999 Korting Kado € 48.979,31 120 mnd. € 225,94

III. [nr 3] 13-11-2000 WinstVer10Dubbelaar € 60.681,50 120 mnd. € 226,89

De in de procedure betrokken lease-overeenkomsten zullen hierna als individuele

overeenkomst worden aangeduid met het betreffende nummer uit de linker kolom van bovenstaande tabel en gezamenlijk als ‘de lease-overeenkomsten’.

2.3 In totaal heeft [eiser] op grond van de lease-overeenkomsten tot en met 26 augustus 2009 € 78.415,84 aan Dexia betaald en heeft Dexia € 5.345,28 aan dividenden en andere uitkeringen aan [eiser] uitbetaald. Voor het in totaal aan Dexia aan termijnen betaalde bedrag en het totaalbedrag aan ontvangen dividenden per lease-overeenkomst tot en met 26 augustus 2009 wordt verwezen naar de aan dit vonnis gehechte bijlage (hierna: de bijlage).

2.4 De betalingen op grond van de lease-overeenkomsten hebben plaatsgevonden van de bankrekening van de Firma [eiser] en Zn (hierna: de V.O.F). Ten tijde van het afsluiten van de lease-overeenkomsten bestond de V.O.F. uit twee vennoten, namelijk [eiser] en[persoon 1] (hierna: [persoon 1]), de echtgenote van [eiser].

2.5 [persoon 1] heeft [eiser], met wie zij ten tijde van het aangaan van de lease-overeenkomsten was gehuwd, geen (schriftelijke) toestemming verleend voor het aangaan van de lease-overeenkomsten.

2.6 Bij brief van 12 september 2006 (hierna: de vernietigingsbrief) heeft [persoon 1] met een beroep op artikel 1:89 BW de lease-overeenkomsten vernietigd. Dexia heeft de ontvangst van deze brief op 28 september 2006 schriftelijk bevestigd, waarbij zij aan [eiser] heeft bericht de vernietiging niet te aanvaarden.

3. Vorderingen [eiser]

3.1 [eiser] vordert, voor zover hier van belang, dat bij vonnis, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht wordt verklaard dat de lease-overeenkomsten buitengerechtelijk zijn vernietigd op grond van artikel 1:88 lid 1 sub d jo 1:89 BW, en dat vanwege de vernietiging alle door [eiser] betaalde gelden aan Dexia onverschuldigd zijn geschied en dat onbetaald gebleven vervallen termijnen en/of onbetaald gebleven bedragen van de eindafrekening middels de vernietiging komen te vervallen. Voorts vordert [eiser] om Dexia te veroordelen tot (terug)betaling van een bedrag van € 75.672,96, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling, althans vanaf de dag dat Dexia in verzuim verkeert, althans vanaf de datum dagvaarding tot aan de dag van algehele terugbetaling. Voorts vordert [eiser] Dexia te bevelen om het gevorderde bedrag te betalen aan Stichting Derdengelden Juridico, op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag voor iedere dag dat Dexia na 3 dagen na betekening van het vonnis nalaat aan dit vonnis te voldoen. Verder vordert [eiser] dat Dexia zijn registratie bij het Bureau Kredietregistratie te Tiel ongedaan laat maken, op straffe van een dwangsom. Ten slotte vordert [eiser] Dexia te veroordelen tot betaling van de proceskosten.

4. Standpunten [eiser]

4.1 [eiser] stelt, voor zover voor de beoordeling van belang, dat de lease-overeenkomsten moeten worden aangemerkt als huurkoop in de zin van artikel 7A:1576h BW en derhalve als koop op afbetaling in de zin van artikel 7A:1576 BW en dus de toestemming van [persoon 1] behoefden ingevolge artikel 1:88 lid 1 sub d BW. Omdat zij deze (schriftelijke) toestemming niet heeft verleend, heeft zij de lease-overeenkomsten rechtsgeldig kunnen vernietigen.

5. Standpunten Dexia

5.1. Dexia betwist de vorderingen van [eiser]. Daartoe stelt zij zich allereerst op het standpunt dat de vordering tot vernietiging van de lease-overeenkomsten is verjaard. Voorts stelt Dexia zich op het standpunt dat, indien het beroep op art. 1:88 BW slaagt, [eiser] geen recht op restitutie op grond van verschuldigde betaling toekomt nu de betaalde maandtermijnen niet door [eiser] maar door de V.O.F zijn betaald. Indien het beroep op art. 1:88 BW zou slagen, heeft alleen de V.O.F. een vordering uit onverschuldigde betaling op Dexia, niet [eiser] of [persoon 1]. Aangezien de V.O.F. geen partij is in deze procedure, zal de vordering van [eiser] op grond van onverschuldigde betaling moeten worden afgewezen, aldus Dexia.

6. Beoordeling

6.1. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 28 maart 2008, (LJN BC2837) worden de onderhavige overeenkomsten aangemerkt als huurkoop. Dit betekent dat artikel 1:88 lid 1 onder d BW op de lease-overeenkomsten van toepassing is, zodat [eiser] voor het aangaan van de lease-overeenkomsten de toestemming van [persoon 1] behoefde. Nu volgens artikel 7A:1576i BW huurkoop bij akte wordt aangegaan, diende deze toestemming ook schriftelijk te worden gegeven (vgl. het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 1 maart 2007, LJN AZ9721, rov 2.12.3 en het reeds genoemde arrest van de Hoge Raad van 28 maart 2008). Aangezien deze schriftelijke toestemming ontbreekt, had [persoon 1] de bevoegdheid een beroep te doen op de hier bedoelde vernietigbaarheid.

6.2. Dexia beroept zich erop dat het vernietigingsrecht van artikel 1:89 BW is verjaard. De verjaringstermijn voor een beroep op dit vernietigingsrecht is op grond van artikel 3:52 lid 1 sub d BW drie jaar. De termijn vangt aan op het moment dat degene aan wie de bevoegdheid tot vernietiging toekomt bekend wordt met de overeenkomst. Niet noodzakelijk is dat deze bekend is met de juridische kwalificatie van die overeenkomst (vgl. HR 5 januari 2007, LJN AY8771 en Gerechtshof Amsterdam, 19 mei 2009, LJN BI 4359). Van belang is derhalve wanneer [persoon 1] bekend was met het bestaan van de lease-overeenkomsten.

6.3. Op Dexia rust de stelplicht en bewijslast ten aanzien van het beroep op verjaring.

6.4. Dexia heeft ter onderbouwing van haar beroep op verjaring allereerst aangevoerd dat het binnen Nederlandse gezinsverhoudingen gebruikelijk is dat beleggingsbeslissingen met medeweten en instemming van beide partners worden genomen. Daardoor is het onbegrijpelijk dat [eiser] de lease-overeenkomsten zou hebben gesloten zonder [persoon 1] ook maar op zijn minst in te lichten. Deze stelling is echter naar het oordeel van de kantonrechter in haar algemeenheid onvoldoende om bekendheid van [persoon 1] met de beslissing van [eiser] tot het aangaan van de lease-overeenkomst aan te nemen. De kantonrechter verwijst in dit verband naar het eerdergenoemde arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 19 mei 2009.

6.5. Daarnaast heeft Dexia aangevoerd dat het niet aannemelijk is dat [persoon 1] niet eerder dan 12 september 2003 op de hoogte was van de lease-overeenkomsten nu [eiser] met betrekking tot al zijn lease-overeenkomsten op meerdere momenten poststukken heeft ontvangen op het huisadres van [eiser] en [persoon 1]. Dexia acht het onaannemelijk dat de veelheid aan enveloppen [persoon 1] onopgemerkt is gebleven. Voorts heeft Dexia aangevoerd dat de betalingen op grond van de lease-overeenkomsten zijn gedaan van de rekening op naam van de V.O.F., waarvan [persoon 1] medevennoot is. Deze bankafschriften waren mede aan [persoon 1] gericht. Het is dan ook aannemelijk dat [persoon 1] de bankafschriften openmaakte. Daaruit vloeit voort dat [persoon 1] in ieder geval vanaf het moment van ontvangst van deze bankafschriften op de hoogte had moeten en kunnen zijn van het bestaan van de overeenkomsten. Bovendien gaat Dexia er vanuit dat vennoten grote financiële beslissingen samen bespreken en dat dit voor wat betreft het aangaan van lease-overeenkomsten niet anders is, omdat het hier ook gaat om het aanwenden van gelden van de V.O.F. Dexia gaat er bovendien vanuit dat [persoon 1] op de hoogte was het bestaan van de lease-overeenkomsten omdat in de financiële stukken van de V.O.F. de betalingen aan Dexia jaarlijks waren opgenomen.

6.6. [eiser] heeft betwist dat [persoon 1] eerder dan 12 september 2003 op de hoogte was van het bestaan van de lease-overeenkomsten. [eiser] heeft bevestigd dat de betalingen op grond van de lease-overeenkomsten werden verricht van de zakelijke rekening van de V.O.F., waarvan [persoon 1] medevennoot was. De taken van [persoon 1] binnen de V.O.F. waren echter beperkt tot huishoudelijke taken. Verder was zij enkel vanwege belastingtechnische redenen medevennoot.

6.6. Zoals de kantonrechter op de comparitie heeft aangegeven, heeft Dexia haar stelling dat [persoon 1] te laat een beroep op vernietiging heeft gedaan voldoende onderbouwd. Aangezien Dexia bewijs heeft aangeboden heeft de kantonrechter Dexia ter comparitie de gelegenheid gegeven bewijs te leveren van haar stelling dat [persoon 1] reeds meer dan drie jaar voordat zij de vernietigingsbrief stuurde op de hoogte was van het bestaan van de lease-overeenkomsten. Daartoe heeft Dexia [persoon 1] en [eiser] doen horen als getuigen.

6.7. [persoon 1] en [eiser] hebben beiden verklaard dat [eiser] [persoon 1] over de lease-overeenkomsten heeft ingelicht nadat hij contact had gehad met Juridico. [eiser] is bij Juridico op bezoek geweest op 12 september 2006. Beiden hebben verklaard dat [persoon 1] –waarschijnlijk– om belastingtechnische redenen medevennoot is in de V.O.F. en dat zij geen zakelijke rol heeft binnen het bedrijf. Ook hebben beiden verklaard dat [persoon 1] ten tijde van het aangaan van de lease-overeenkomsten in de V.O.F. de kantine verzorgde en zich verder niet met de financiële zaken bemoeide, mede omdat [persoon 1] in die tijd al ernstig ziek was. [eiser] lichtte [persoon 1] enkel in algemene zin in over hoe het met het bedrijf ging. Verder heeft [eiser] verklaard dat de betalingen door de V.O.F aan Dexia in de jaarstukken worden opgenomen als een privé-opname op naam van [eiser]. [persoon 1] heeft tijdens de enquête aangegeven dat zij soms wel een jaaropgave van het bedrijf zag, maar geen andere financiële stukken.

6.8. Gelet op hetgeen de getuigen hebben verklaard, is de kantonrechter van oordeel dat Dexia er niet in is geslaagd het bewijs te leveren van haar stelling dat [persoon 1] eerder dan drie jaar voor 12 september 2006 op de hoogte was van het bestaan van de lease-overeenkomsten. In de verklaringen zijn geen aanknopingspunten te vinden ter ondersteuning van deze stelling van Dexia. Dat [persoon 1] soms wel een jaaropgave van de V.O.F. zag, is hiertoe onvoldoende. Uit die jaaropgave kon [persoon 1], zoals [eiser] ook heeft aangevoerd in zijn conclusie na enquête, immers niet opmaken dat [eiser] geld onttrok ten behoeve van de lease-overeenkomsten, aangezien de privé-onttrekkingen als één post op de jaarrekening stonden en niet nader waren gespecificeerd. De overigens door Dexia in haar conclusie na enquête aangevoerde omstandigheden kunnen niet tot de conclusie leiden dat [persoon 1] eerder van het bestaan van de lease-overeenkomsten op de hoogte was nu deze omstandigheden slechts veronderstellingen behelzen, die door de getuigen zijn weerlegd. Het beroep van Dexia op verjaring slaagt derhalve niet en er moet daarom van worden uitgegaan dat [persoon 1] de lease-overeenkomsten tijdig heeft vernietigd.

6.9. Dexia heeft zich op het standpunt gesteld dat [eiser] geen recht op restitutie heeft van de op grond van de lease-overeenkomsten betaalde termijnen op grond van verschuldigde betaling nu de maandtermijnen niet door [eiser] maar door de V.O.F zijn betaald. Aangezien de V.O.F. geen partij is in deze procedure, zal de vordering van [eiser] op grond van onverschuldigde betaling moeten worden afgewezen, aldus Dexia. [eiser] heeft hier, samengevat en voor zover van belang, tegenover gesteld dat de betalingen aan Dexia in de boeken van de V.O.F. als privé-onttrekkingen zijn geboekt en dat [eiser] via de zakelijke rekening van de V.O.F. in feite zijn eigen inkomen heeft uitgegeven.

6.10. De kantonrechter volgt Dexia niet in haar betoog. De betalingen van de V.O.F.-rekening zijn kennelijk slechts ten behoeve van [eiser] gedaan zodat het ervoor gehouden moet worden dat de V.O.F. namens [eiser] heeft betaald. [eiser] heeft immers de lease-overeenkomsten met en dus betalingsverplichtingen jegens Dexia. Dexia heeft dit ook zo opgevat. Zij heeft immers de betalingen door de V.O.F. geaccepteerd en [eiser] nooit aangemaand tot betaling. In dat geval kan [eiser] het bedrag (na het vervallen van de rechtsgrond) als onverschuldigd betaald terugvorderen.

6.11. Uit al het voorgaande volgt dat Dexia alle betalingen aan haar op grond van de lease-overeenkomsten dient te restitueren aan [eiser], verminderd met hetgeen op grond van die overeenkomsten van Dexia is ontvangen, zoals uitgekeerde dividenden.

6.12. Op grond van de lease-overeenkomsten heeft [eiser] tot en met 26 augustus 2009 in totaal € 78.415,84 aan leasetermijnen aan Dexia betaald waarop een bedrag van € 5.345,28 voor ontvangen dividenden en andere uitkeringen in mindering dient te worden gebracht zodat per saldo in ieder geval een bedrag van € 73.070,56 dient te worden gerestitueerd. Aangezien de lease-overeenkomsten op 26 augustus 2009, ten tijde van het overleggen van het financieel overzicht door Dexia, nog niet waren beëindigd en er nadien nog betalingen aan Dexia zijn verricht, zullen deze tevens dienen te worden gerestitueerd (na aftrek van eventueel nog door [eiser] ontvangen uitkeringen).

Wettelijke rente

6.13. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar over het door Dexia te restitueren bedrag vanaf het moment waarop Dexia met de terugbetaling in verzuim is geraakt. Uit de brief van Dexia van 28 september 2006 mocht [eiser] afleiden dat Dexia tekort zou schieten in de nakoming van haar terugbetalingsverplichtingen. In een dergelijk geval treedt verzuim in zonder ingebrekestelling. De wettelijke rente zal daarom worden toegewezen vanaf 28 september 2006 over het totaal van de voor die datum door [eiser] aan Dexia gedane betalingen verminderd met het totaal van de voor die datum door [eiser] van Dexia ontvangen uitkeringen (waaronder dividenden). Over de na 28 september 2006 door [eiser] aan Dexia gedane betalingen is wettelijke rente verschuldigd met ingang van de dag van elke betaling, verminderd met de over de na 28 september 2006 door [eiser] van Dexia ontvangen uitkeringen (waaronder dividenden) berekende wettelijke rente vanaf de dag van ontvangst van die uitkeringen.

6.14. [eiser] vordert betaling op de bankrekening van de Stichting Derdengelden Juridico. Nu Juridico geen partij is in deze procedure, zal deze vordering worden afgewezen.

BKR-registratie

6.15. Nu [eiser] ingevolge dit vonnis geen betalingsverplichtingen jegens Dexia meer heeft, zal de vordering met betrekking tot de BKR-registratie worden toegewezen met dien verstande dat de gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd en de termijn waarbinnen Dexia aan haar na te melden verplichting moet voldoen zal worden gesteld op veertien dagen na betekening van dit vonnis.

Proceskosten

6.16. Gelet op de uitslag van de procedure dient Dexia te worden veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitvoerbaar bij voorraad

6.17. Er is bij afweging van de belangen van beide partijen bij de onderhavige uitspraak onvoldoende aanleiding het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Overige stellingen

6.18. De overige stellingen van partijen behoeven geen behandeling meer.

Beslissing

De kantonrechter:

I. verklaart voor recht dat artikel 1:88 BW op de lease-overeenkomsten van toepassing is en dat de lease-overeenkomsten buitengerechtelijk zijn vernietigd;

II. veroordeelt Dexia aan [eiser] te betalen een bedrag van € 73.070,56 en tevens een bedrag gelijk aan de betalingen die op grond van de lease-overeenkomsten na 26 augustus 2009 aan Dexia zijn verricht, steeds te vermeerderen met de wettelijke rente over het totaal van de voor 28 september 2006 door [eiser] aan Dexia gedane betalingen verminderd met het totaal van de voor die datum door [eiser] van Dexia ontvangen uitkeringen, vanaf 28 september 2006 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede te vermeerderen met de wettelijke rente over elke na 28 september 2006 aan Dexia verrichte betaling vanaf het moment van betaling, verminderd met de wettelijke rente over de na die datum van Dexia ontvangen uitkeringen vanaf het moment van ontvangst, tot aan de dag der algehele voldoening;

III. veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure aan de zijde van [eiser] gevallen, tot op heden begroot op:

- voor verschuldigd griffierecht € 208,00

- voor salaris van gemachtigde € 1.500,00

totaal: € 1.708,00

een en ander, voor zover verschuldigd, inclusief btw;

IV. veroordeelt Dexia om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het Bureau Krediet Registratie te Tiel te berichten dat [eiser] geen verplichtingen uit de lease-overeenkomsten meer heeft, op straffe van een dwangsom van € 100,00 voor elke dag dat Dexia niet aan deze veroordeling voldoet tot een maximum van € 10.000,00;

V. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

VI. wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 maart 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Bijlage

Overzicht van de gegevens per overeenkomst

Alle bedragen zijn vermeld in euro's.

totaal totaal

betaalde ontvangen

nr. contractnr. termijnen dividenden

I [nr 1] € 27.681,58 € 0,00

II [nr 2] € 26.453,98 € 5.345,28

III [nr 3] € 24.280,28 € 0,00