Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BM3671

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24-03-2010
Datum publicatie
07-05-2010
Zaaknummer
1031678 DX EXPL 09-154
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Effectenlease-overeenkomst; artikel 1:88 BW; verjaring; vermoeden; tegenbewijs; waardering getuigenbewijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

zaak- en rolnummer: 1031678 DX EXPL 09-154

vonnis van: 24 maart 2010

f.no.: 694

Vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eisende partij,

nader te noemen [eiseres],

gemachtigde: mr. G. van Dijk (Leaseproces),

t e g e n

de naamloze vennootschap DEXIA BANK NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

nader te noemen Dexia,

gemachtigde: Swier & Van der Weijden Gerechtsdeurwaarders.

De procedure

1.1. Voor het verloop van de procedure tot dan toe verwijst de kantonrechter naar het op 19 augustus 2009 gewezen en tussen partijen uitgesproken tussenvonnis, waarbij een comparitie van partijen is bepaald.

1.2. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het proces-verbaal van comparitie van 21 oktober 2009, met de daarin genoemde stukken;

- de conclusie na enquête van [eiseres];

- de conclusie na enquête van Dexia.

1.3. Daarna is vonnis bepaald op heden.

Gronden van de beslissing

2. De feiten

Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

2.1. Dexia is de rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchere N.V., alsmede van Legio Lease B.V. (hierna: Labouchere of Legio Lease). Waar hierna sprake is van Dexia worden haar rechtsvoorgangsters daaronder mede begrepen.

2.2 [persoon 1] heeft de volgende lease-overeenkomsten ondertekend waarop hij als lessee stond vermeld, met als wederpartij Dexia:

Nr Contractnr. Datum Naam overeenkomst Leasesom Looptijd Termijnbedrag

I. [nr 1] 11-07-1997 WinstVerdubbelaar € 16.693,24 60 mnd. € 114,08

II. [nr 2] 09-10-1997 Feestplan € 22.922,25 120 mnd. € 113,99

III. [nr 3] 17-03-1998 WinstverDriedub-belaar € 42.740,15 36 mnd. € 229,79

IV. [nr 4] 16-11-1999 Legio I.B. plan € 5.035,01 60 mnd. Vooruitbetaling € 1.831,20

V. [nr 5] 28-09-2000 Profit Effect Vooruitbetaling € 49.219,35 120 mnd. Vooruitbetaling € 7.356,60

VI. [nr 6] 20-11-2000 Legio Feestplan € 45.573,80 120 mnd. € 226,64

De in de procedure betrokken lease-overeenkomsten zullen hierna als individuele

overeenkomst worden aangeduid met het betreffende nummer uit de linker kolom van bovenstaande tabel en gezamenlijk als ‘de lease-overeenkomsten’.

2.3. Voor wat betreft het in totaal aan Dexia betaalde bedrag, het totaalbedrag aan ontvangen en/of verrekende dividenden en andere gegevens per lease-overeenkomst wordt verwezen naar de aan dit vonnis gehechte bijlage (hierna: de bijlage).

2.4. Dexia heeft met betrekking tot de lease-overeenkomsten eindafrekeningen opgesteld met de volgende resultaten:

Nr. Datum eindafrekening Resultaat Betaald op

I. 10-07-2002 - € 1.370,86 Dit is aan Dexia betaald in 7 termijnen van € 119,23 plus 5 termijnen van € 114,23, waarna ter vereffening een bedrag van € 34,90 is teruggeboekt.

II. 09-10-2007 - € 2.295,92 Na Duisenberg-korting en verrekening van dividenden resteert thans een restschuld van € 1.494,07, welke aan Värde is overgedragen.

III. 16-03-2001 + € 2.640,06 Dit is aan [persoon 1] uitgekeerd.

IV. 15-11-2004 - € 1.280, 35 Deze is op 20 december 2004 aan Dexia betaald.

V. 13-09-2005 - € 16.648,02 Na Duisenberg-korting en verrekening van dividenden resteert thans een restschuld van € 13.886,53, welke aan Värde is overgedragen.

VI. 13-09-2005 - € 23.250,59 Na Duisenberg-korting resteert thans een restschuld van € 18.771,54, welke aan Värde is overgedragen.

2.5. [eiseres] heeft [persoon 1], met wie zij ten tijde van het aangaan van de lease-overeenkomsten was gehuwd, geen (schriftelijke) toestemming verleend voor het aangaan van de lease-overeenkomsten.

2.6. [persoon 1] heeft een zogenoemde “Overeenkomst Dexia Aanbod” (hierna: het Dexia Aanbod) ondertekend. Deze overeenkomst bood [persoon 1] bepaalde mogelijkheden voor de wijze waarop een eventuele restschuld na het einde van de looptijd van een lease-overeenkomst kon worden voldaan.

2.7. Het Dexia Aanbod (waarin [persoon 1] als “Deelnemer” wordt aangeduid) luidt – voor zover van belang – als volgt:

“Artikel 1 Algemene Bepalingen

[ ]

DA-Effectenlease-overeenkomst: Dexia Aanbod Effectenlease-overeenkomst: de effectenlease-overeenkomst(en) tussen Deelnemer en Dexia waarvoor het Dexia Aanbod geldt [ ]

[ ]

NDA-Effectenlease-overeenkomst: Niet Dexia Aanbod Effectenlease-overeenkomst: de (eventuele) effectenlease-overeenkomst(en) tussen Deelnemer en Dexia waarvoor de verruimde mogelijkheden van het Dexia Aanbod niet gelden [ ]

[ ]

Artikel 5 Verklaringen van Deelnemer en afstand van recht

Artikel 5.1 Verklaringen van Deelnemer

5.1.1. Deelnemer verklaart dat hij een eventueel door of namens hem tegen Dexia [ ] gerichte klacht die betrekking heeft op, of verband houdt met, die effectenlease-overeenkomst(en) intrekt of doet intrekken.

5.1.2. Deelnemer verklaart dat hij terzake van de DA-Effectenlease-overeenkomst(en) en/of de NDA-Effectenlease-overeenkomst(en) afstand doet van alle door of namens hem of te zijnen behoeve door derden jegens Dexia [ ] gepretendeerde rechten (met inbegrip van maar niet beperkt tot enig recht op schadevergoeding of vernietiging) uit hoofde van of verband houdende met die effectenlease-overeenkomst(en) [ ].

5.1.3. Deelnemer verklaart dat hij op geen enkele wijze een beroep zal doen op een eventueel in het kader van of samenhangende met een groepsactie in de zin van artikel 3:305a van het Burgerlijk Wetboek tegen Dexia en/of enige tussenpersoon te wijzen rechterlijke uitspraak die betrekking heeft op of verband houdt met effectenlease. [ ]

5.1.4. Deelnemer verklaart dat hij rechthebbende is ten aanzien van de in de artikelen 5.1.1, 5.1.2 en 5.1.3 bedoelde vorderingen en rechten en dat hij ook overigens alle bevoegdheden bezit die zijn vereist om bovengenoemde verklaringen effectief te kunnen afleggen.

[ ]”.

2.8. [eiseres] heeft het Dexia Aanbod niet ondertekend.

2.9. Bij brieven van 27 en 29 november 2004 (hierna: de vernietigingsbrief) heeft [eiseres] met een beroep op artikel 1:89 BW de lease-overeenkomsten vernietigd en terugbetaling gevorderd van alle door [persoon 1] betaalde termijnen binnen een termijn van 14 respectievelijk 7 dagen. Dexia heeft bevestigd dat zij deze brieven op 30 november 2004 heeft ontvangen.

3. Vorderingen [eiseres]

3.1. [eiseres] vordert dat bij vonnis, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht wordt verklaard dat de lease-overeenkomsten door de vernietigingsbrieven buitengerechtelijk zijn vernietigd en Dexia te veroordelen tot (terug)betaling van al hetgeen in het kader van de lease-overeenkomsten is betaald, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot aan de dag van algehele terugbetaling. Voorts vordert [eiseres] dat de kantonrechter Dexia beveelt om binnen twee weken na betekening van het in dezen te wijzen vonnis te bewerkstelligen dat de registratie van [eiseres] bij het BKR te Tiel, althans de aan die registratie gekoppelde achterstandcodering, ongedaan wordt gemaakt, zulks op straffe van een dwangsom. Ten slotte vordert [eiseres] Dexia te veroordelen tot betaling van de (werkelijke) proceskosten.

4. Standpunten [eiseres]

4.1 [eiseres] stelt, voor zover voor de beoordeling van belang, dat de lease-overeenkomsten moeten worden aangemerkt als huurkoop in de zin van artikel 7A:1576h BW en derhalve als koop op afbetaling in de zin van artikel 7A:1576 BW en dus haar toestemming behoefden ingevolge artikel 1:88 lid 1 sub d BW. Omdat zij deze (schriftelijke) toestemming niet heeft verleend, heeft zij de lease-overeenkomsten rechtsgeldig kunnen vernietigen.

5. Standpunten Dexia

5.1. Dexia betwist de vorderingen van [eiseres]. Daartoe stelt zij allereerst dat de vordering van [eiseres] dient te worden afgewezen omdat [persoon 1] het Dexia Aanbod heeft aanvaard. Verder stelt zij zich op het standpunt dat de lease-overeenkomsten I en III niet kunnen worden aangemerkt als huurkoop bij gebrek aan aflevering. Dexia stelt dat artikel 1:88 BW dientengevolge niet op deze lease-overeenkomsten van toepassing is zodat van vernietigbaarheid als bedoeld in artikel 1:89 BW geen sprake is. Ten slotte stelt Dexia dat de vordering tot vernietiging van de lease-overeenkomsten I tot en met VI is verjaard.

6. Beoordeling

Dexia Aanbod

6.1. Zoals hierboven al is vastgesteld, is het Dexia Aanbod wel door [persoon 1], maar niet door [eiseres] ondertekend. Door de ondertekening van deze overeenkomst heeft [persoon 1] weliswaar afstand gedaan van zijn rechten, maar niet van de rechten van [eiseres]. Het recht om de lease-overeenkomsten op grond van artikel 1:89 BW te vernietigen komt immers slechts de niet-handelende echtgenoot toe, zodat de handelende echtgenoot van dat recht geen afstand kan doen. Bovendien verzet ook reeds de aard van artikel 1:88 BW zich ertegen dat de handelende echtgenoot door het sluiten van een vaststellingsovereenkomst met betrekking tot een overeenkomst waarop artikel 1:88 BW betrekking heeft het beroep op de vernietigbaarheid van die overeenkomst op grond van artikel 1:89 BW van de andere echtgenoot onmogelijk maakt. Hiermee zou immers de aan artikel 1:88 BW ten grondslag liggende beschermingsgedachte worden ondergraven. Het Dexia Aanbod ligt derhalve niet aan toewijzing van de vorderingen in de weg.

Huurkoop en artikel 1:88/1:89 BW

6.2. Dexia heeft ten aanzien van lease-overeenkomsten I en III aangevoerd dat geen sprake is van aflevering en derhalve niet van huurkoop. Hieromtrent overweegt de kantonrechter als volgt. Zoals Dexia terecht opmerkt moet in een geval van levering van aandelen onder de opschortende voorwaarde dat volledige betaling heeft plaatsgevonden onder aflevering worden verstaan dat aan de wederpartij van Dexia het genot van de aandelen wordt verschaft. Daarvan is in ieder geval sprake indien [persoon 1] het volledige risico van de waardeontwikkeling van de effecten droeg en hij krachtens de lease-overeenkomst recht had op het uit de aandelen voortvloeiende dividend (zie Hoge Raad van 28 maart 2008, LJN BC2837). Naar het oordeel van de kantonrechter is dit in casu het geval.

6.3. Dat [persoon 1], zoals Dexia heeft aangevoerd, naast de maandelijkse termijnen een premie verschuldigd is en de dividenden in mindering worden gebracht op deze premie, maakt dit niet anders. Immers, in een dergelijk geval geniet [persoon 1] het aan het dividend verbonden voordeel door middel van vermindering van zijn betalingsverplichting. Derhalve is sprake van verkrijging van het genot van de aandelen en mitsdien van aflevering. Hieruit volgt dat ook in dit geval sprake is van huurkoop.

6.4. Dit betekent dat artikel 1:88 lid 1 onder d BW op de lease-overeenkomsten van toepassing is, zodat [persoon 1] voor het aangaan van de lease-overeenkomsten de toestemming van [eiseres] behoefde. Nu volgens artikel 7A:1576i BW huurkoop bij akte wordt aangegaan, diende deze toestemming ook schriftelijk te worden gegeven (vgl. het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 1 maart 2007, LJN AZ9721, rov 2.12.3 en het reeds genoemde arrest van de Hoge Raad van 28 maart 2008). Aangezien deze schriftelijke toestemming ontbreekt, had [eiseres] de bevoegdheid een beroep te doen op de hier bedoelde vernietigbaarheid.

Verjaring

6.5. Dexia beroept zich er op dat het vernietigingsrecht van artikel 1:89 BW is verjaard. De verjaringstermijn voor een beroep op dit vernietigingsrecht is op grond van artikel 3:52 lid 1 sub d BW drie jaar. De termijn vangt aan op het moment dat degene aan wie de bevoegdheid tot vernietiging toekomt bekend wordt met de overeenkomst. Niet noodzakelijk is dat deze bekend is met de juridische kwalificatie van die overeenkomst (vgl. HR 5 januari 2007, LJN AY8771 en Gerechtshof Amsterdam, 19 mei 2009, LJN BI 4359). Van belang is derhalve wanneer [eiseres] bekend was met het bestaan van de lease-overeenkomsten.

6.6. Op Dexia rust de stelplicht en bewijslast ten aanzien van het beroep op verjaring.

6.7. Ter onderbouwing van haar beroep op verjaring heeft Dexia allereerst aangevoerd dat er in Nederlandse gezinsverhoudingen van uitgegaan mag worden dat de echtgenoot er steeds van op de hoogte is wanneer de partner investeringen als de onderhavige doet. Het moet ervoor worden gehouden dat [eiseres] vanaf het moment van het aangaan van de desbetreffende lease-overeenkomsten weet had van deze overeenkomsten en het beroep op de vernietiging van de overeenkomsten derhalve te laat is gedaan. Deze stelling is echter naar het oordeel van de kantonrechter in haar algemeenheid onvoldoende om bekendheid van [eiseres] met de beslissing van [persoon 1] tot het aangaan van de lease-overeenkomst aan te nemen. De kantonrechter verwijst in dit verband naar het eerdergenoemde arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 19 mei 2009.

6.8. Daarnaast heeft Dexia aangevoerd dat betalingen van de op grond van de lease-overeenkomsten verschuldigde bedragen hebben plaatsgevonden vanaf een en/of-rekening die op naam van [eiseres] en [persoon 1] stond. Daaruit volgt volgens Dexia dat [eiseres] op de hoogte was van de lease-overeenkomsten, met ingang van de (oudste) ontvangstdatum van de bankafschriften waarop die betalingen staan vermeld.

6.9. [eiseres] heeft hiertegen aangevoerd dat [persoon 1] vanwege de Filippijnse afkomst van [eiseres], waardoor zij moeite heeft met het begrijpen van in het Nederlands opgestelde (financiele) stukken, [eiseres] niet heeft ingelicht over het aangaan van de lease-overeenkomsten. Voorst heeft [eiseres] aangevoerd dat zij geen bemoeienis had met de financiële zaken.

6.10. Het voorgaande wettigt het (bewijs)vermoeden dat [eiseres] door kennisname van één of meer bankafschriften kennis heeft gekregen van het bestaan van de onderhavige lease-overeenkomsten, zodat Dexia voorshands in het bewijs van haar stelling is geslaagd. [eiseres] is in de gelegenheid gesteld om tegen dit vermoeden tegenbewijs te leveren. Zij heeft hiertoe twee getuigen doen horen, te weten [eiseres] en [persoon 1].

6.11. [persoon 1] en [eiseres] hebben beiden verklaard dat [persoon 1] [eiseres] voor het eerst over de lease-overeenkomsten heeft verteld toen [eiseres] de vernietigingsbrief moest ondertekenen. Voorts hebben beiden verklaard dat het gezin [persoon 1] twee en/of-rekeningen heeft, één bij de Postbank, waarop de inkomsten worden gestort, en één bij de ABN Amrobank, waarop regelmatig geld wordt gestort vanaf de Postbank-rekening. Voorts hebben beiden verklaard dat [persoon 1] alle financiële administratie doet, zoals verzekeringen, belastingen en betalingen. Verder hebben beiden verklaard dat [persoon 1] alle post openmaakt, behalve persoonlijk aan [eiseres] gerichte post. [eiseres] heeft nooit een envelop met bankafschriften van een en/of-rekening open gemaakt. [eiseres] heeft hierover verklaard dat [persoon 1] de post uit de brievenbus haalde omdat hij meestal thuis was, terwijl zij aan het werk was. De aan haar gerichte post vond zij op tafel, de rest werd door [persoon 1] apart behandeld. Ten slotte hebben beiden verklaard dat er voor het afsluiten van de lease-overeenkomsten niemand bij hen thuis is geweest.

6.12. In de gedetailleerde, consistente en eenduidige verklaringen van de getuigen zijn naar het oordeel van de kantonrechter voldoende aanknopingspunten te vinden voor het oordeel dat [eiseres] er in is geslaagd tegenbewijs te leveren en dus het bewijsvermoeden te ontzenuwen. Dexia is er dan ook niet in geslaagd haar stelling dat [eiseres] eerder dan drie jaar voor 29 november 2004 op de hoogte was van het bestaan van de lease-overeenkomsten te bewijzen. Anders dan Dexia heeft betoogd, ziet de kantonrechter geen reden om aan de geloofwaardigheid van de verklaringen van [persoon 1] en [eiseres] te twijfelen. Ook de overigens door Dexia aangevoerde omstandigheden kunnen niet tot de conclusie leiden dat [eiseres] eerder van het bestaan van de lease-overeenkomst op de hoogte was nu deze omstandigheden slechts veronderstellingen behelzen. Er moet derhalve van uit worden gegaan dat [eiseres] de lease-overeenkomsten tijdig heeft vernietigd.

6.13. Nu de lease-overeenkomsten rechtsgeldig zijn vernietigd dienen alle betalingen van [persoon 1] aan Dexia op grond van de lease-overeenkomsten te worden gerestitueerd, verminderd met hetgeen [persoon 1] op grond van die overeenkomsten van Dexia heeft ontvangen, zoals uitgekeerde dividenden. Op grond van artikel 1:89 lid 5 BW kan [eiseres] alle uit de nietigheid voortvloeiende rechtshandelingen instellen, die [persoon 1] ook zou kunnen instellen. De vordering van [eiseres] dat alle betalingen voortvloeiende uit het aangaan van de lease-overeenkomsten dienen te worden terugbetaald komt derhalve voor toewijzing in aanmerking.

Voor de bedragen wordt verwezen naar hetgeen op de bijlage bij dit vonnis is vermeld onder ‘betaald’, ‘ontvangen dividenden’ en ‘te ontvangen’.

Wettelijke rente

6.14. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar over het door Dexia te restitueren bedrag vanaf het moment waarop Dexia met de terugbetaling in verzuim is geraakt. Uitgaande van de in de vernietigingsbrief van 29 november 2004 genoemde betalingstermijn van 7 dagen vanaf de dagtekening van de brief, is Dexia op 6 december 2004 in verzuim geraakt. De wettelijke rente zal daarom worden toegewezen vanaf 6 december 2004 over het totaal van de voor die datum door [persoon 1] aan Dexia gedane betalingen verminderd met het totaal van de voor die datum door [persoon 1] van Dexia ontvangen uitkeringen (waaronder dividenden). Over de na 6 december 2004 door [persoon 1] aan Dexia gedane betalingen is wettelijke rente verschuldigd met ingang van de dag van elke betaling, verminderd met de over de na 6 december 2004 door [persoon 1] van Dexia ontvangen uitkeringen (waaronder dividenden) berekende wettelijke rente vanaf de dag van ontvangst van die uitkeringen.

Verrekening

6.15. Volgens Dexia heeft [persoon 1] de garantie van artikel 5.1.4 van het Dexia Aanbod geschonden. In verband met de schending van deze garantie zou Dexia een vordering tot schadevergoeding op [persoon 1] hebben, waarvan de omvang noodzakelijkerwijs gelijk is aan het bedrag dat [eiseres] in verband met de vernietiging zou worden toegewezen. Dexia heeft zich in dit verband beroepen op verrekening van deze vordering op [persoon 1] met de vordering die [eiseres] op Dexia heeft.

6.16. De kantonrechter overweegt hieromtrent als volgt. Zonder nadere toelichting, die evenwel ontbreekt, valt niet in te zien dat Dexia een tegenvordering op [persoon 1] zou hebben welke voor verrekening in aanmerking komt. Immers, onduidelijk is welke in artikel 5.1.4. van het Dexia Aanbod opgenomen garantie door [persoon 1] zou zijn geschonden, nu noch door, noch namens hem een vordering is ingesteld.

BKR registratie

6.17. Nu [persoon 1] ingevolge dit vonnis geen betalingsverplichtingen jegens Dexia meer heeft, zal de vordering met betrekking tot de BKR-registratie worden toegewezen met dien verstande dat de gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd en de termijn waarbinnen Dexia aan haar na te melden verplichting moet voldoen zal worden gesteld op veertien dagen na betekening van dit vonnis.

Overige stellingen

6.18. De overige stellingen van partijen behoeven geen behandeling meer.

Proceskosten

6.19. Gelet op de uitslag van de procedure dient Dexia te worden veroordeeld in de kosten van het geding.

Buitengerechtelijke kosten

6.20. Voor zover [eiseres] buitengerechtelijke kosten vordert worden deze afgewezen nu onvoldoende is gesteld of gebleken dat werkzaamheden zijn verricht anders dan ter voorbereiding van processtukken en instructie van de zaak. Voor zover [eiseres] vergoeding vordert van kosten voor het bij derden opvragen van bescheiden behoren deze tot de in artikel 241 Rv bedoelde kosten, en derhalve tot de proceskosten.

Uitvoerbaar bij voorraad

6.21. Er is bij afweging van de belangen van beide partijen bij de onderhavige uitspraak onvoldoende aanleiding het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Beslissing

De kantonrechter:

I. verklaart voor recht dat artikel 1:88 BW op de lease-overeenkomsten van toepassing is en dat de lease-overeenkomsten buitengerechtelijk zijn vernietigd;

II. veroordeelt Dexia aan [eiseres] te betalen € 37.842,65, te vermeerderen met de wettelijke rente over het totaal van de voor 6 december 2004 door [persoon 1] aan Dexia gedane betalingen verminderd met het totaal van de voor die datum door [persoon 1] van Dexia ontvangen uitkeringen, vanaf 6 december 2004 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede te vermeerderen met de wettelijke rente over elke na 6 december 2004 aan Dexia verrichte betaling vanaf het moment van betaling, verminderd met de wettelijke rente over de na die datum van Dexia ontvangen uitkeringen vanaf het moment van ontvangst, tot aan de dag der algehele voldoening;

III. veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure aan de zijde van [eiseres] gevallen, inclusief de kosten van het incident tot op heden begroot op:

- voor verschuldigd griffierecht € 208,00

- voor salaris van gemachtigde € 1.600,00

totaal: € 1.808,00

een en ander, voor zover verschuldigd, inclusief btw;

IV. veroordeelt Dexia om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het Bureau Krediet Registratie te Tiel te berichten dat [persoon 1] geen verplichtingen uit de lease-overeenkomsten meer heeft, op straffe van een dwangsom van € 100,00 voor elke dag dat Dexia niet aan deze veroordeling voldoet tot een maximum van € 10.000,00;

V. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

VI. wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. C.L.J.M. de Waal, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 maart 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Behoort bij vonnis d.d. 24-03-2010

Rolnummer DX 09-154

Overzicht van de gegevens per overeenkomst

Alle bedragen zijn vermeld in euro's.

totaal totaal

betaalde betaalde ontvangen ontvangen te ontvangen

nr. contractnr. termijnen restschuld dividenden positieve resultaten

I [nr 1] € 6.730,13 € 1.370,86 € 12,60 n.v.t. € 8.088,39

II [nr 2] € 4.103,64 n.v.t. € 2.330,71 n.v.t. € 1.772,93

III [nr 3] € 8.042,30 n.v.t. € 31,92 € 2.640,06 € 5.370,32

IV [nr 4] € 1.831,20 € 1.280,35 € 351,43 n.v.t. € 2.760,12

V [nr 5] € 10.989,40 n.v.t. € 1.813,82 n.v.t. € 9.175,58

VI [nr 6] € 11.558,64 n.v.t. € 883,33 n.v.t. € 10.675,31