Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BM2960

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-04-2010
Datum publicatie
03-05-2010
Zaaknummer
AWB 10/1270 BESLU
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Beroep tegen het definitieve besluit niet-ontvankelijk, omdat in strijd met artikel 6:13, van de Awb, geen inhoudelijke zienswijzen tegen het ontwerp-besluit naar voren zijn gebracht, terwijl dit eisers redelijkerwijs kan worden verweten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 10/1270 BESLU

uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen

E. Zwaag en F. Pals,

wonende te Oudeschip,

eisers,

gemachtigde: mr. L.A.M. van der Geld,

en

de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,

verweerder,

gemachtigde: mr. A.J. Verstegen.

Voorts heeft aan het geding deelgenomen:

RWE Power AG,

gevestigd te Essen (Duitsland),

hierna te noemen: RWE,

gemachtigde: mr. D.N. Broerse.

Procesverloop

Bij besluit van 3 december 2007 (het bestreden besluit 1) heeft verweerder aan RWE een vergunning ingevolge de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (hierna: Wvo) en de Wet op de waterhuishouding (hierna: Wwh) verleend voor het onttrekken van oppervlaktewater en het lozen van afvalwater ten behoeve van een op het Eemshaventerrein te Eemsmond op te richten kolengestookte elektriciteitscentrale. Dit besluit is op 17 december 2007 ter inzage gelegd.

Tegen het bestreden besluit 1 hebben eisers geen beroep ingesteld bij de rechtbank.

Bij besluit van 18 januari 2010 (het bestreden besluit 2) heeft verweerder het bestreden besluit 1 gewijzigd. Dit besluit is op 29 januari 2010 ter inzage gelegd.

Tegen het bestreden besluit 2 voor zover dat betrekking heeft op de Wwh, hebben eisers beroep ingesteld bij de rechtbank Groningen.

Bij brief van 16 maart 2010 heeft de rechtbank Groningen het beroepschrift met toepassing van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) doorgezonden naar de rechtbank Amsterdam.

De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 maart 2010. Eisers zijn – met kennisgeving – niet verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door A.J. Verstegen. Voorts is namens verweerder verschenen E. Slaaf. RWE is vertegenwoordigd voornoemde gemachtigde.

Overwegingen

1. RWE is voornemens op het Eemshaventerrein een kolengestookte elektriciteitscentrale op te richten. In dat kader heeft RWE op 3 januari 2007 bij verweerder – onder meer – een aanvraag ingediend voor een vergunning voor het onttrekken van oppervlaktewater aan de Wilhelminahaven en het lozen van afvalwater op de Eems.

2. Op 21 september 2007 heeft verweerder het ontwerp besluit tot verlening van de gevraagde vergunning ter inzage gelegd. Eisers hebben hierop gereageerd.

3. Bij het bestreden besluit 1 heeft verweerder aan RWE de vergunning ten behoeve van de kolengestookte elektriciteitscentrale verleend. Dit besluit is op 17 december 2007 ter inzage gelegd. Tegen dit bestreden besluit 1 hebben eisers geen beroep ingesteld.

4. Op 13 augustus 2009 heeft verweerder het ontwerp besluit tot wijziging van het bestreden besluit 1 ter inzage gelegd. Eisers hebben hierop hun zienswijze naar voren gebracht.

5. Bij het bestreden besluit 2 heeft verweerder het bestreden besluit 1 gewijzigd. Dit besluit is op 29 januari 2010 ter inzage gelegd. Tegen het bestreden besluit 2 voor zover dat betrekking heeft op de Wwh, hebben eisers beroep ingesteld.

6. De rechtbank overweegt als volgt.

7. Ingevolge artikel 6:13 van de Awb kan geen beroep worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 naar voren heeft gebracht, geen bezwaar heeft gemaakt of geen administratief beroep heeft ingesteld.

8. De rechtbank stelt vast dat eisers in de brief van 22 september 2009 geen inhoudelijke zienswijzen naar voren hebben gebracht ten aanzien van het ontwerp besluit tot wijziging van het bestreden besluit 1. Eisers verwijzen in die brief naar de door Stichting Greenpeace Nederland (hierna: Greenpeace) naar voren gebrachte zienswijzen. De rechtbank stelt echter vast dat Greenpeace tegen het ontwerp wijzigingsbesluit geen zienswijzen naar voren heeft gebracht. Voorts hebben eisers in het beroepschrift van 10 maart 2010 geen inhoudelijke beroepsgronden naar voren gebracht ten aanzien van bestreden besluit 2. Eisers verwijzen in het beroepschrift naar de zienswijzen die zij in de procedure ter zake van het bestreden besluit 1 naar voren hebben gebracht, alsmede naar de beroepsgronden van Stichting Greenpeace Nederland. In de brief van gemachtigde van eisers aan deze rechtbank van

15 maart 2010 heeft gemachtigde nogmaals aangegeven dat eisers voor wat betreft de beroepsgronden aansluiten bij de gronden van Stichting Greenpeace Nederland. Eisers noch hun gemachtigde hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid ter terechtzitting van

25 maart 2010 hun standpunt naar voren te brengen.

9. Nu eisers geen (inhoudelijke) zienswijzen naar voren hebben gebracht en hen dit redelijkerwijs kan worden verweten, kunnen zij niet worden ontvangen in het onderhavige beroep.

10. Op grond van het voorgaande dient het beroep van eisers niet-ontvankelijk te worden verklaard.

11. Nu het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, bestaat geen aanleiding voor een vergoeding van griffierecht en evenmin voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.P.J. van Os van den Abeelen, voorzitter,

mrs. M.P. Verloop en P.H.A. Knol, leden, in aanwezigheid van mr. C.J. Baijens, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2010.

de griffier, de voorzitter,

de griffier is buiten staat deze

uitspraak te tekenen

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, gevestigd te

‘s-Gravenhage.

Afschrift verzonden op:

D: B

SB