Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BM2240

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26-03-2010
Datum publicatie
23-04-2010
Zaaknummer
AWB 10-929 GEMWT
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Handhaving. Voorlopige voorziening. Zonder bouw- en monumentenvergunning geplaatste (luchtbehandelings)installaties op dak van restaurant in Amsterdam. Omwonenden lijden uitzichtschade en vrezen voor geluids- en stankoverlast. De door verzoeksters aangevoerde (financiële) belangen wegen zwaarder dan het belang om op dit moment handhavend op te treden. Schorsing besluit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Bestuursrecht

zaaknummers: AWB 10/929 GEMWT

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter op

26 maart 2010 in de zaak tussen

Humphrey’s [woonplaats] Spuistraat B.V., gevestigd te Amsterdam, verzoekster I,

Culi-Nova B.V., verzoekster II, gevestigd te Barendrecht,

Fransche Kerkenmonumenten B.V. gevestigd te Amsterdam, verzoekster III,

tezamen ook: verzoeksters, gemachtigde mr. H. Nijman

en

het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam Centrum, van de gemeente Amsterdam, verweerder, gemachtigde mr. L.C. van Elewoud.

Tevens heeft als partij aan het geding deelgenomen:

de Vereniging van eigenaren [adres],

Duyves Beheer B.V.,

[naam 1] en [naam 2],

[naam 3] en [naam 4],

[naam 5] en [naam 6],

allen gevestigd/wonende te [woonplaats], belanghebbenden (omwonenden),

gemachtigde mr. C.L. Knijff.

Zitting hebben:

mr. H.P. Kijlstra, als voorzieningenrechter

mr. V. Heijman, als griffier

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toe;

- schorst het bestreden besluit van 4 februari 2010 tot twee weken na verweerders beslissing op verzoeksters bezwaren;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeksters, tot een bedrag van € 874 (zegge: achthonderd en vierenzeventig euro) te betalen aan verzoeksters;

- bepaalt dat verweerder aan verzoeksters het griffierecht ten bedrage van € 298 (zegge: tweehonderd en achtennegentig euro) vergoedt.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) gaat de voorzieningenrechter na of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder aan verzoekster opgedragen om binnen vier weken na dagtekening de op het dak van het pand aan de [adres] aangebrachte (afzuig- en luchtbehandelings)installaties ter verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 75.000 ineens. Volgens verweerder is voor de installaties een bouw- en monumentenvergunning vereist. Bovendien bestaat ernstige twijfel over het bestaan van een concreet zicht op legalisatie. Verzoeker I wil in het pand een restaurant exploiteren en heeft inmiddels aanvragen gedaan voor een bouwvergunning en een monumentenvergunning.

3.1. Ter zitting is gebleken dat de bezorgdheid van de omwonenden op dit moment voornamelijk betrekking heeft op de geluids- en stankoverlast van de installaties. De uitzichtschade is een minder acuut probleem. De aanwezigheid van geluids- en stankoverlast vormt echter geen grond voor afwijzing van een bouw- en/of monumentenvergunning. De omwonenden kunnen verweerder verzoeken om handhavend op te treden, indien zij van mening zijn dat sprake is van overschrijding van de op geluid en stank van toepassing zijnde regels.

3.2. Verzoekster I heeft ter zitting aangegeven dat de afvoerpijp van de luchtbehandelingsinstallatie inmiddels is aangepast en een aantal installaties reeds van het dak zijn verwijderd. Verzoekster I is bereid geluidswerende wanden aan te brengen die de afvoerpijpen en de installaties eveneens visueel afschermen.

3.3. Ter zitting is door de omwonenden, bij monde van de heer [naam 3], aangegeven dat zij op zichzelf geen bezwaar hebben tegen de komst van het restaurant en dat zij tot nu toe een goede verstandhouding hebben gehad met verzoekster I. In beginsel bestaat er vertrouwen in de bereidheid van verzoekster I om de bezwaren tegen de installaties door het nemen van passende maatregelen en in onderling overleg met de omwonenden weg te nemen.

3.4. Verzoekster I heeft ter zitting toegelicht dat zij grote (financiële) belangen heeft bij het open houden van het restaurant in afwachting van de beslissing op bezwaar en dat het technisch onmogelijk is om de installaties in de tussentijd terug te brengen in de oude staat.

3.5. Gelet op de opstelling van de omwonende [naam 3] ter zitting is de rechter van oordeel dat de door verzoeksters aangevoerde belangen zwaarder wegen dan het belang om op dit moment handhavend op te treden. Het bestreden besluit zal dan ook worden geschorst. De rechter volstaat met een schorsing tot twee in plaats van zes weken na de beslissing op verzoeksters bezwaren, om verzoeksters duidelijk te maken dat voortvarendheid geboden is.

4. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

de griffier de voorzieningenrechter

Afschrift verzonden op:

D: B

SB