Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BM2208

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-03-2010
Datum publicatie
23-04-2010
Zaaknummer
AWB 09/5533 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verweerder heeft de betaalde Wwik-uitkering teruggevorderd, omdat de uitkering ten onrechte zou zijn verleend vanwege eisers te hoge inkomen. Uit artikel 16, tweede lid aanhef en onder b van de Wwik volgt dat de beoordeling of het resterende bruto inkomen hoger is dan 125% van de geldende bijstandsnorm, plaatsvindt over de periode waarin een Wwik-uitkering werd verleend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 09/5533 WWB

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser],

wonende te [woonplaats], [land],

eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

verweerder,

gemachtigde mr. S.S. Kisoentewari.

Procesverloop

Bij besluit van 3 september 2009 heeft verweerder de in 2008 aan eiser betaalde uitkering op grond van de Wet werk en inkomen kunstenaars (Wwik) teruggevorderd.

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

Bij besluit van 20 oktober 2009 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen dit besluit.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 februari 2010.

Eiser is niet verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door mr. S.S. Kisoentewari.

Overwegingen

1. feiten en omstandigheden

1.1 Eiser heeft over de maanden januari tot en met juli 2008 een uitkering op grond van de Wwik ontvangen. Verweerder heeft desgevraagd de uitkering met ingang van 1 augustus 2008 beëindigd.

1.2 Verweerder heeft in 2009 eisers Wwik-uitkering over het jaar 2008 definitief vastgesteld. Verweerder heeft de betaalde Wwik-uitkering teruggevorderd, omdat de uitkering ten onrechte zou zijn verleend vanwege eisers te hoge inkomen.

1.3 Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder een verkeerde berekening heeft gemaakt, zodat zijn Wwik-uitkering ten onrechte is teruggevorderd.

2. wettelijk kader

2.1 Op grond van artikel 16, tweede lid aanhef en onder b, van de Wwik wordt, voor zover relevant, bij de definitieve vaststelling van de hoogte van de uitkering ervan uitgegaan dat het na toepassing van onderdeel a overblijvende meerinkomen in aanmerking wordt genomen over de periode waarin in het betreffende kalenderjaar uitkering is verleend, voorzover dat tezamen met het van toepassing zijnde bedrag, genoemd in artikel 15, eerste lid, over deze periode per maand meer bedroeg € 1.469,31.

3. inhoudelijke beoordeling

3.1. Eiser heeft zijn bezwaar gebaseerd op de WWIK-handleiding van Kunstenaars en Co, waarin het volgende is opgenomen:

“Definitieve vaststelling Als u niet het hele kalenderjaar in de WWIK zat, wordt over de uitkeringsloze maanden een bedrag van uw jaarinkomen afgetrokken gelijk aan de voor u van toepassing zijnde bruto bijstandsnorm per maand. Indien het resterende bruto inkomen (van u en uw partner, inclusief de WWIK-uitkering minus je beroepskostenforfait) in het betreffende kalenderjaar hoger is dan 125% van de voor u geldende bijstandsnorm, dan wordt het meerdere teruggevorderd.”

3.2. De WWIK-handleiding laat in het midden over welke periode moet worden beoordeeld of het resterende bruto inkomen hoger is dan 125% van de geldende bijstandsnorm. Eiser is er in zijn bezwaar- en beroepschrift vanuit gegaan dat deze periode twaalf maanden is.

3.3. De rechtbank kan eiser hierin niet volgen. Uit artikel 16, tweede lid aanhef en onder b van de Wwik volgt dat de beoordeling plaatsvindt over de periode waarin een Wwik-uitkering werd verleend. Voor eiser is dit een periode van zeven maanden.

3.4. De beroepsgrond van eiser berust dus op een onjuiste aanname en faalt daarom. Ook overigens is niet gebleken dat de berekening van verweerder onjuist is.

3.5. Gezien het voorgaande zal de rechtbank het beroep ongegrond verklaren. De rechtbank is van oordeel dat het besluit van 20 oktober 2009 slecht kenbaar is gemotiveerd en ziet daarin aanleiding verweerder te veroordelen tot het vergoeden van het door eiser betaalde griffierecht van € 41,--.

Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep ongegrond;

- bepaalt dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht van € 41,-- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Th. van der Windt, rechter, in aanwezigheid van

mr. C.A.R. Bleijendaal, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

18 maart 2010.

de griffier de rechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Afschrift verzonden op:

D: B

SB