Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BL9437

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-03-2010
Datum publicatie
30-03-2010
Zaaknummer
13-414151-08 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vonnis in de zaak van de overval op loungeclub Jimmy Woo op 27 november 2006. De twee verdachten zijn veroordeeld voor de overval en de vrijheidsberoving van personeel. Een van hen is tevens voor wapenbezit veroordeeld. De rechtbank heeft onvoorwaardelijke gevangenisstraffen opgelegd van 48 en 42 maanden. Bij het opleggen van de straffen heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, een gewelddadige overval met meerdere slachtoffers. Wel heeft de rechtbank een aftrek op de straf toegepast omdat de behandeling van de zaak buiten de schuld van de verdachten veel tijd heeft gevergd en een extra behandeling bij de rechtbank nodig is geweest. De al in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd wordt ook van de straf afgetrokken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/414151-08 (PROMIS)

Datum uitspraak: 30 maart 2010

op tegenspraak

VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres],

uit anderen hoofde gedetineerd in het Huis van Bewaring "Havenstraat" te Amsterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 maart 2010.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. A. Oswald en van hetgeen door de raadsman van verdachte, mr. M.A.I. Witlox, naar voren is gebracht. Verdachte heeft afstand gedaan van zijn recht om bij de behandeling van zijn strafzaak aanwezig te zijn.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is na wijziging van de telastelegging op de terechtzitting van 16 maart 2010 tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 27 november 2006 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

- een geldbedrag (van ongeveer 15.000,-) en/of een kluisje (met muntgeld) en/of een exploitatievergunning toebehorende aan de Jimmy Woo en/of aan [persoon 2] en/of

- een geldbedrag (van ongeveer 200 Euro) en/of 4, althans een of meer, bankpas(sen) toebehorende aan [persoon 3] en/of

- een (donkerrode platen)tas (met daarin onder andere 500, althans meerdere cd's) toebehorende aan [persoon 4] en/of

- een (rug)tas met inhoud (van het merk Nike) toebehorende aan [persoon 5] en/of een (rug)tas (van het merk Puma) en/of een geldbedrag (van ongeveer 245 euro) toebehorende aan [persoon 6],

in elk geval (telkens) enig goed geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [persoon 3] en/of [persoon 7] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] en/of [persoon 8] en/of [persoon 9], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- een of meermalen twee, althans een, (op) vuurwapen(s) (gelijkende voorwerp(en)) aan / op die [persoon 3] en/of [persoon 7] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] en/of [persoon 8] en/of [persoon 9] heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of gericht en/of

- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) heeft/hebben doorgeladen en/of

- (met een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp)) tegen / op het hoofd van die [persoon 7] heeft/hebben geslagen en/of

- die [persoon 3] en/of [persoon 7] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] en/of [persoon 8] en/of [persoon 9] heeft/hebben gedwongen, althans gezegd, om (op de grond) te gaan liggen en/of te blijven liggen en/of

- met tie-rips de handen van die [persoon 3] en/of [persoon 7] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] en/of [persoon 8] en/of [persoon 9] achter hun/diens rug(gen) heeft/hebben vastgebonden;

(Artikel 312 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair:

[persoon 13] en/of [medeverdachte] en/of [persoon 11] en/of [persoon 12] een/of [persoon 10] op of omstreeks 27 november 2006 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen

- een geldbedrag (van ongeveer 15.000,-) en/of een kluisje (met muntgeld) en/of een exploitatievergunning toebehorende aan de Jimmy Woo en/of aan [persoon 2] en/of

- een geldbedrag (van ongeveer 200 Euro) en/of 4, althans een of meer, bankspas(sen) toebehorende aan [persoon 3] en/of

- een (donkerrode platen)tas (met daarin onder andere 500, althans meerdere cd's) toebehorende aan [persoon 4] en/of

- een (rug)tas (van het merk Nike) toebehorende aan [persoon 5] en/of een (rug)tas (van het merk Puma) toebehorende aan [persoon 6], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan die [persoon 13] en/of [medeverdachte] en/of [persoon 11] en/of [persoon 12] en/of [persoon 10] en/of zijn/hun mededader(s) en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [persoon 3] en/of [persoon 7] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] en/of [persoon 8] en/of [persoon 9],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat [persoon 13] en/of [medeverdachte] en/of [persoon 11] en/of [persoon 12] en/of [persoon 10] en/of zijn/hun mededader(s)

- een of meermalen twee, althans een, (op) vuurwapen(s) (gelijkende voorwerp(en)) aan / op die [persoon 3] en/of [persoon 7] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] en/of [persoon 8] en/of [persoon 9] heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of gericht en/of

- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) heeft/hebben doorgeladen en/of

- (met een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp)) tegen / op het hoofd van die [persoon 7] heeft/hebben geslagen en/of

- die [persoon 3] en/of [persoon 7] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] en/of [persoon 8] en/of [persoon 9] heeft/hebben gedwongen, althans gezegd, om (op de grond) te gaan liggen en/of te blijven liggen en/of

- met tie-rips de handen van die [persoon 3] en/of [persoon 7] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] en/of [persoon 8] en/of [persoon 9] achter hun/diens rug(gen) heeft/hebben vastgebonden,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 november 2006 tot en met 29 januari 2007, te Amsterdam en/of elders in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- die [persoon 13] in contact te brengen met [persoon 10] en/of

- samen met die [persoon 13] en/of [medeverdachte] en/of [persoon 11] en/of [persoon 12] en/of [persoon 10] (in zijn woning) de overval te plannen en/of te bespreken en/of

- samen met die [persoon 13] en/of [medeverdachte] en/of [persoon 11] en/of [persoon 12] en/of [persoon 10] naar de Jimmy Woo te gaan om de plaats van de overval te verkennen en/of

- samen met die [persoon 13] en/of [medeverdachte] voorafgaand aan de overval in de auto naar de Jimmy Woo toe te rijden en/of een wapen aan die [persoon 13] te overhandigen en/of tijdens de overval in de auto te blijven wachten en/of na afloop van de overval samen met die [persoon 13] en/of [medeverdachte] weg te rijden en/of

- voorafgaand aan de overval telefonisch contact te onderhouden met die [persoon 10] (die zich in de Jimmy Woo bevond), teneinde te vernemen wanneer de deur van Jimmy Woo openstond en/of

- de opbrengst van de overval (in zijn woning) te verdelen en/of mee te delen in de opbrengst van de overval en/of de opbrengst van de overval en/of de wapens (in zijn woning) te verbergen;

(artikel 312 jo 48 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 27 november 2006 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [persoon 3] en/of [persoon 7] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] en/of [persoon 8] en/of [persoon 9] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en / of beroofd gehouden, immers heeft / hebben hij, verdachte, en / of (een of meer) van zijn mededader(s)

- een of meermalen twee, althans een, (op) vuurwapen(s) (gelijkende voorwerp(en)) aan / op die [persoon 3] en/of [persoon 7] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] en/of [persoon 8] en/of [persoon 9] getoond en/of voorgehouden en/of gericht en/of een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) doorgeladen en/of

- die [persoon 3] en/of [persoon 7] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] en/of [persoon 8] en/of [persoon 9] gedwongen, althans gezegd, om (op de grond) te gaan liggen en/of te blijven liggen en/of

- met tie-rips de handen van die [persoon 3] en/of [persoon 7] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] en/of [persoon 8] en/of [persoon 9] achter hun/diens rug(gen) vastgebonden;

(Artikel 282 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair:

[persoon 13] en/of [medeverdachte] en/of [persoon 12] en/of [persoon 11] en/of [persoon 10] op of omstreeks 27 november 2006 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [persoon 3] en/of [persoon 7] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] en/of [persoon 8] en/of [persoon 9] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en / of beroofd gehouden, immers heeft / hebben [verdachte] en/of [persoon 13] en/of [medeverdachte] en/of [persoon 12] en/of [persoon 11] en/of (een of meer) van zijn/hun mededader(s)

- een of meermalen twee, althans een, (op) vuurwapen(s) (gelijkende voorwerp(en)) aan / op die [persoon 3] en/of [persoon 7] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] en/of [persoon 8] en/of [persoon 9] getoond en/of voorgehouden en/of gericht en/of een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) doorgeladen en/of

- die [persoon 3] en/of [persoon 7] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] en/of [persoon 8] en/of [persoon 9] gedwongen, althans gezegd, om (op de grond) te gaan liggen en/of te blijven liggen en/of

- met tie-rips de handen van die [persoon 3] en/of [persoon 7] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] en/of [persoon 8] en/of [persoon 9] achter hun/diens rug(gen) vastgebonden

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 november 2006 tot en met 27 november 2006, te Amsterdam en/of elders in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- die [persoon 13] in contact te brengen met [persoon 10] en/of

- samen met die [persoon 13] en/of [medeverdachte] en/of [persoon 11] en/of [persoon 12] en/of [persoon 10] (in zijn woning) de overval te plannen en/of te bespreken en/of

- samen met die [persoon 13] en/of [medeverdachte] en/of [persoon 11] en/of [persoon 12] en/of [persoon 10] naar de Jimmy Woo te gaan om de plaats van de overval te verkennen en/of

- samen met die [persoon 13] en/of [medeverdachte] voorafgaand aan de overval in de auto naar de Jimmy Woo toe te rijden en/of een wapen aan die [persoon 13] te overhandigen en/of tijdens de overval in de auto te blijven wachten en/of na afloop van de overval samen met die [persoon 13] en/of [medeverdachte] weg te rijden en/of

- voorafgaand aan de overval telefonisch contact te onderhouden met die [persoon 10] (die zich in de Jimmy Woo bevond), teneinde te vernemen wanneer de deur van Jimmy Woo openstond;

(Artikel 282 jo 48 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij op of omstreeks 29 januari 2007 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie II, te weten:

- een pistoolmitrailleur, merk IMI-Israel, kaliber 9 millimeter en/of een of meer wapens van categorie III, te weten:

- een patroonhouder, merk GlOCK en/of

- een pistool, merk STAR, kaliber 9x19 millimeter en/of munitie van categorie III, te weten:

- een patroonhouder met 7, althans één of meer, patronen van kaliber 9x19 millimeter en/of

- 15, althans één of meer, patronen van kaliber 9x19 millimeter voorhanden heeft gehad en/of

- een geluiddemper (totale lengte 20 cm, kleur zwart);

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

(Artikel 26 Wet wapens en munitie)

2. Voorvragen

Procesdossier

De officier van justitie heeft opgemerkt dat een groot deel van het procesdossier bestaat uit stukken die kopie conform zijn. De raadsman heeft daarover betoogd dat indien de kopie conform stempel na 24 oktober 2008 door de Advocaat-generaal (AG) op het dossier is geplaatst, dit met zich brengt dat hij deze stempel heeft gezet zonder de beschikking te hebben gehad over het originele dossier. In dat geval kan er niet van worden uitgegaan dat het dossier, zoals het thans voorligt, ook daadwerkelijk een kopie is van het zoekgeraakte originele dossier, hetgeen volgens de raadsman tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie moet leiden.

Wanneer, zoals de officier van justitie beweert, de stempel reeds voor 24 oktober 2008 is gezet, dient naar de mening van de raadsman eerst nader onderzocht te worden op welke datum de stempel is gezet en dient te worden bezien over welke stukken de AG op dat moment beschikte, alvorens over de ontvankelijkheid te kunnen oordelen.

De officier van justitie acht het zeer waarschijnlijk dat bij het toezenden van kopiestukken aan de rechter-commissaris in het kader van de getuigenverhoren in de appelprocedure - april 2008 - een stempel van het Ressortparket is gezet door een AG.

De rechtbank is van oordeel dat dit vraagstuk niet van belang is voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Niet-ontvankelijkheid zou alleen op z'n plaats zijn indien vast komt te staan dat het openbaar ministerie bewust en met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte de samenstelling van het dossier heeft gewijzigd. In het onderhavige geval is echter gesteld noch gebleken dat het dossier incompleet is of afwijkt van het dossier zoals ten tijde van de vorige procedure bij de rechtbank aan de verdediging is verstrekt. Het verweer wordt verworpen en het verzoek tot aanhouden van het onderzoek ter terechtzitting wordt afgewezen.

Redelijke termijn

De raadsman heeft er voorts op gewezen dat de feiten waarvan zijn cliënt wordt verdacht zijn gepleegd op 27 november 2006, aldus vóór 17 juni 2008, de datum waarop de Hoge Raad in zijn arrest van die datum (LJN: BD2578) onder meer heeft geoordeeld dat overschrijding van de redelijke termijn niet kan leiden tot de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. De raadsman is van mening dat zijn cliënt volgens de regels van de redelijke termijn berecht moet worden zoals deze golden voor juni 2008. Op basis van die regels acht hij de overschrijding van de redelijke termijn van dien aard dat niet-ontvankelijkheid in de rede ligt.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman. De rechtbank begrijpt het arrest van 17 juni 2008 aldus, dat de Hoge Raad de uitgangspunten en regels met betrekking tot de inbreuk op het in artikel 6, eerste lid, EVRM gewaarborgde recht van verdachte op behandeling van zijn strafzaak binnen een redelijke termijn en het rechtsgevolg dat aan een vastgestelde inbreuk op dit recht dient te worden verbonden, samenvat en op punten aanpast. Een breuk met een voorheen bestaande lijn - die er toe moet leiden dat een overschrijding van de redelijke termijn gelegen na de datum van het arrest anders moet worden beoordeeld dan een overschrijding gelegen voor deze datum - leest de rechtbank daarin niet. Voorts is de rechtbank van oordeel dat ook indien in een uitzonderlijk geval van extreme overschrijding van de redelijke termijn niet-ontvankelijkheid tot de mogelijkheden zou behoren, de mate van overschrijding in dit geval voor dat oordeel geen aanleiding geeft.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Waardering van het bewijs

3.1. Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie acht de feiten 1 primair, 2 primair en 3 wettig en overtuigend bewezen, waarbij met betrekking tot de feiten 1 primair en 2 primair sprake is van eendaadse samenloop.

Uit de bevindingen in het dossier en de verklaringen kan naar de mening van de officier van justitie worden afgeleid dat verdachte de organisator en leider van de overval is geweest. [persoon 13] heeft in zijn verklaringen geen namen genoemd maar de door hem bedoelde personen aangeduid als A en B. Persoon A had hem in contact gebracht met [persoon 10]. De verklaring van [persoon 13] komt op essentiële punten overeen met de verklaring van [persoon 10]. Uitgaande van de verklaringen van [persoon 10] en verdachte zelf - die bekent [persoon 13] aan [persoon 10] te hebben voorgesteld -, moet volgens de officier van justitie de door [persoon 13] met A aangeduide persoon verdachte zijn.

De voorbereidingsgesprekken over de overval vonden bij verdachte thuis plaats, terwijl hij eerst [medeverdachte] en later [persoon 13] erbij heeft gehaald. Tevens was hij bij de voorverkenning in de Jimmy Woo aanwezig en is hij in de nacht van de overval met de uitvoerders naar de Jimmy Woo gereden, waarbij hij contactpersoon van [persoon 10] was. [persoon 10] gaf hem het teken dat de kust veilig was. Hij is in de auto blijven wachten en is na de overval met de mededaders weggereden. Ook heeft hij een aanzienlijk deel van de buit gekregen. In de voorbereiding en uitvoering van de overval is sprake geweest van een dusdanige bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en de overige daders, dat verdachte als medepleger van de diefstal met geweld en de wederrechtelijke vrijheidsberoving moet worden beschouwd, aldus de officier van justitie.

3.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat slechts bewezenverklaring kan volgen voor het voorhanden hebben van de in de telastelegging genoemde wapens en munitie en voor medeplichtigheid aan de diefstal met bedreiging van geweld. Verdachte heeft slechts een ondersteunende taak gehad en van een bewuste samenwerking en een gezamenlijke uitvoering is geen sprake geweest.

De belastende verklaringen van medeverdachte [persoon 10] zijn op elementaire punten strijdig met andere verklaringen en worden niet ondersteund of bevestigd door andere verklaringen. [persoon 10] probeert slechts zijn eigen straatje schoon te vegen en schuift daarbij de schuld op verdachte af. Zijn onbetrouwbare en ongeloofwaardige verklaringen dienen van het bewijs te worden uitgesloten. [persoon 13] wijst verdachte niet aan maar zegt dat het plan en de uitvoering op [persoon 10] zijn terug te voeren. [persoon 11] verklaart dat het plan van [persoon 10] afkomstig was, terwijl verdachte enkel soms bij de gesprekken die in het huis van verdachte en [persoon 11] plaatsvonden aanwezig was.

Weliswaar blijkt uit het dossier dat er met de telefoon van verdachte die bewuste nacht sms-berichten zijn verzonden en dat er gesprekken zijn gevoerd met [persoon 10], echter verdachte had zijn telefoon uitgeleend. Op basis van de peilgegevens kan derhalve slechts worden geconcludeerd dat de telefoon van verdachte in de buurt van de plaats delict was, niet verdachte zelf.

De bij de overval weggenomen cd's zijn teruggevonden op de zolder van de woning waar zowel verdachte als medeverdachte [persoon 11] woonde. Deze zolder was voor een ieder toegankelijk terwijl zich blijkens het dossier vaak veel mensen in de woning ophielden.

De twee overvallers hebben toen zij binnen waren bij Jimmy Woo naar eigen inzicht en bevinden gehandeld. Hier hebben ze besloten om het personeel vast te binden en te bedreigen met vuurwapens, terwijl ze hadden kunnen volstaan met het om geld vragen onder dreiging van een vuurwapen. Voordat ze naar binnen waren gegaan was volgens de raadsman het opzet niet gericht op de wederrechtelijke vrijheidsberoving maar alleen op een diefstal met bedreiging van geweld. Met betrekking tot verdachte, die er slechts zeer zijdelings bij betrokken was, kan dan ook niet van voorwaardelijk opzet worden gesproken op de wederrechtelijke vrijheidsberoving, aldus de raadsman. Met een wederrechtelijke vrijheidsberoving heeft verdachte nooit iets van doen willen hebben.

3.3. Het oordeel van de rechtbank

De beoordeling van de bewijsmiddelen.

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Op 27 november 2006 kregen verbalisanten de opdracht om naar loungeclub Jimmy Woo in de Korte Leidsedwarsstraat 18 te Amsterdam te gaan, waar zojuist een overval zou hebben plaatsgevonden. Ter plaatse vertelde de manager [persoon 3] dat de overvallers opeens boven op de eerste verdieping waren en dat de personeelsleden vervolgens met tie-rips werden vastgebonden en werden bedreigd met een pistool. Verbalisanten zagen dat een man, [persoon 7], onder het bloed zat. Hij verklaarde door een van de overvallers op zijn hoofd te zijn geslagen met een pistool.i Door het Bureau Recherche Expertise van de politie werd vervolgens een onderzoek in de Jimmy Woo ingesteld. Daarbij werden op de eerste verdieping achter de klapdeuren naar de discotheek onder andere 4 losgeknipte tie-rips aangetroffen. Ook op de vloer voor de geopende kluis lagen 2 losgenipte tie-rips. Op de vloer in de discotheekruimte lag in de buurt van de deur van het kantoortje een patroon. In het kantoortje waren diverse laden geopend en lagen voorwerpen over de vloer verspreid.ii

[persoon 5] was op 27 november 2006 werkzaam bij de Jimmy Woo. Toen de laatste gasten waren vertrokken is hij samen met zijn collega's [persoon 9], [persoon 8], [persoon 3], [persoon 6] en [persoon 7] wat gaan nadrinken in de club. Op een gegeven moment hoorde hij [persoon 7], die in het kantoor zat, schreeuwen. Kort daarna zag hij dat een man (dader 1) een revolver op zijn hoofd richtte. Deze man zei dat hij en de anderen op de vloer moesten gaan liggen. De aanwezige personeelsleden zijn vervolgens op de grond gaan liggen. Hij zag vervolgens [persoon 7] bij de klapdeuren op de grond liggen. Bij hem stond een andere man (dader 2). [persoon 3] moest van dader 2 de kluis openen. Dader 1 heeft de handen van getuige en de personeelsleden met tie-rips op de rug vastgebonden. De daders hebben tassen van de personeelsleden meegenomen. Zijn rugtas van het merk Nike, met daarin diverse goederen, is weggenomen. Beide daders hadden een gekleurde huidskleur en spraken Nederlands met een Surinaams accent.iii

[persoon 7] was op 27 november 2006 in het kantoor toen er een negroïde man binnen kwam met een capuchon of muts over zijn hoofd en een vuurwapen in zijn hand. Deze man richtte het wapen op hem en riep dat hij op de grond moest gaan liggen en dat hij de sleutel moest geven. Er ontstond een vechtpartij tussen hem en de man. Plotseling voelde hij harde klappen op zijn hoofd en hij realiseerde zich dat er nog een dader was. Hij beëindigde zijn verzet en moest vervolgens op de grond gaan liggen en naar het kantoortje kruipen om aan te wijzen waar de sleutel lag. [persoon 7] heeft toen gezien dat de man waarmee hij eerder in gevecht was geraakt de bovenkant van het wapen naar achteren haalde. Hij hoorde vervolgens een metalen voorwerp op de grond vallen.

[persoon 7] zag dat ook de rest van het personeel op de grond lag. Hun handen werden op de rug met tie-rips vastgebonden. De andere dader heeft de handen van [persoon 7] vastgemaakt. Daarbij zag hij dat deze dader een revolver bij zich had. [persoon 3] moest in het kantoor de kluis openen.iv

[persoon 3], manager van Jimmy Woo, zat op 27 november 2006 na sluitingstijd rond 04.15 uur, samen met haar collega's [persoon 9], [persoon 8], [persoon 6] en een jongen die zij kent als Q op de eerste etage van Jimmy Woo aan een tafel. Ze wachtten op [persoon 7]. Er kwam een man naar de tafel lopen en onder bedreiging van een pistool werden zij gesommeerd om op de grond te gaan liggen. Zij probeerde via de nooduitgang weg te komen maar deze bleek al afgesloten te zijn. Met de man, die achter haar was aangerend, kwam zij ingesloten te zitten in de ruimte tussen de nooduitgang en de achter hen in het slot gevallen deur van de Jimmy Woo. Daarbij richtte de man voortdurend een vuurwapen op haar. Uiteindelijk is de deur opengemaakt door een andere werknemer.

Zij moest vervolgens naast [persoon 7] gaan liggen, wiens hoofd hevig bloedde. Hierna moest zij mee naar het kantoor waar zij de andere dader zag. Deze man zei dat zij de kluis moest openen. Nadat ze de kluis had geopend moest zij op de grond gaan liggen en werden haar handen vastgebonden met tie-rips. Zij zag dat de kluis door één van de mannen werd leeggehaald. Ook werden tassen van het personeel meegenomen. Een van de mannen heeft vanuit haar tas € 200,- en een creditcard van de ING weggenomen.v

Ook [persoon 6] is door een van de overvallers bevolen op de grond te gaan liggen. Ook zijn handen zijn met tie-rips op zijn rug vastgebonden. Toen de daders weg waren zag hij dat zijn rugtas van het merk Puma, met daarin onder andere een geldbedrag van € 245,-, was weggenomen.vi

[persoon 8] heeft verklaard dat die nacht twee mannen de Jimmy Woo binnenkwamen, waarvan de ene naar hem en enkele van zijn collega's toekwam, terwijl de andere naar het kantoortje liep. Onder bedreiging met een revolver moesten ze op de grond gaan liggen. Op datzelfde moment ontstond er in het kantoortje een worsteling tussen [persoon 7] en de andere dader. De dader die hen onder schot hield is naar deze andere dader gegaan om te helpen met de worsteling. Even later werden de handen van [persoon 8] en zijn collega's op de rug gebonden met tie-rips.vii

Ook [persoon 9] was tijdens de overval aanwezig. Hij zag plotseling een man met een donkere huiskleur met een revolver in zijn hand. Deze man zei dat ze allemaal op de grond moesten gaan liggen. Er werden tie-rips om zijn polsen gedaan. De twee overvallers zijn vervolgens het kantoor ingegaan.viii

Na de overval heeft de eigenaar van Jimmy Woo, [persoon 2], geconstateerd dat uit de kluis een geldbedrag van € 15.000,-, een kluisje met muntgeld en de exploitatievergunning verdwenen waren.ix

[persoon 4], technisch medewerker van Jimmy Woo, had die avond nadat hij was weggegaan, zijn donderrode platentas met daarin ongeveer 500 cd's in het kantoortje laten staan. Deze tas is gestolen.x

De eigenaar van Jimmy Woo, [persoon 2], herkende op beelden van de bewakingscamera van de nacht van de overval een oud-medewerker van Jimmy Woo. Tevens zag hij dat deze man als laatste klant vertrok en de toegangsdeur open liet staan.xi

Deze oud-medewerker is [persoon 10]. Deze heeft verklaard dat hij er van op de hoogte was dat Jimmy Woo overvallen zou worden en dat hij de deur van Jimmy Woo open had laten staan. Toen hij voorafgaand aan de overval op het toilet zat had hij een sms-bericht verzonden aan [verdachte], bijnaam [bijnaam verdachte]. [verdachte] woonde bij [persoon 11]. De overval is uitgevoerd door [persoon 13] en [persoon 15]. [verdachte] was niet mee naar binnen geweest. Hij heeft in de ochtend van [verdachte] een sms-bericht ontvangen dat het gelukt was.

De vrijdagavond voor de overval is [persoon 10] met [verdachte], [persoon 15] en [persoon 13] naar de Jimmy Woo geweest en heeft hen alles laten zien. Ook heeft hij het kantoor aangewezen.xii

Nadat [persoon 10] de deur van de Jimmy Woo open had laten staan is hij op afstand blijven kijken. Vervolgens heeft hij [verdachte] gebeld om te vragen waar ze bleven. [verdachte] antwoordde dat ze onderweg waren. Even later zag hij twee vermomde mannen aan komen lopen die bij Jimmy Woo naar binnen gingen. Op een door de verbalisanten getoonde foto herkende hij verdachte [verdachte] [verdachte] als de [verdachte] waar hij over gesproken heeft.

De dag na de overval is hij naar de woning van [persoon 11] gegaan. Alleen [verdachte] was thuis. Van [verdachte] kreeg hij toen rolletjes met wisselgeld. [verdachte] vertelde dat het niet goed was gegaan en dat de anderen, [persoon 15] en [persoon 13], boos waren. Er zou te weinig geld zijn geweest. Hij heeft op de bedrand van [verdachte] het geld zien liggen.xiii

[persoon 10] herkende op een politiefoto de medeverdachte [medeverdachte] als de man met de bijnaam '[persoon 15]'. Op een andere politiefoto herkende hij medeverdachte [persoon 13] [persoon 13] als de man die hij in zijn eerdere verklaringen [persoon 13] had genoemd.xiv

Voorafgaande aan de overval zijn er volgens [persoon 10] twee of drie besprekingen geweest in het huis van [persoon 11] en [verdachte] waar [verdachte] en [medeverdachte] steeds bij waren. [persoon 13] kwam er later bij.xv

Uit de historische gegevens van het toestel in gebruik bij [persoon 10] komt naar voren dat op 27 november 2006 vanaf 03:50 tot en met 04:35 uur tienmaal contact is geweest met het nummer [06-nummer 1]. Na de overval is dit nummer niet meer in gebruik. Uit onderzoek is voorts gebleken dat verdachte vanaf 27 november 2007 gebruik maakt van het nummer [o6-nummer 2]. Na vergelijking van de historische gegevens van de nummers [06-nummer 1] en [o6-nummer 2] blijkt dat er 32 overeenkomstige contacten zijn, waaronder telefoonnummers in gebruik bij [persoon 13], [medeverdachte] en [persoon 11].xvi

Ten tijde van de overval peilde het nummer [06-nummer 1] uit op de Stadhouderskade te Amsterdam, in de directe nabijheid van Jimmy Woo.

Van het nummer [06-nummer 1] wordt om 02:29 uur een sms-bericht verstuurd aan [06-nummer 4]. Dit nummer bleek in gebruik te zijn bij medeverdachte [medeverdachte].

Om 02:43 uur heeft de gebruiker van het nummer [06 nummer 3] contact met het nummer van [medeverdachte]. Dit nummer bleek in gebruik bij [persoon 13].xvii

Op 29 januari 2007 vond in de woning van [persoon 11] en verdachte een doorzoeking plaats, waarbij onder andere vuurwapens, munitie, een geluiddemper en cd's in beslag werden genomen.xviii In de slaapkamer van [verdachte] hing een vuistvuurwapen in een schoudertasje aan het hoofdeinde van het bed. Een pistoolmitrailleur lag in een tas op de slaapkamerkast. Op een gemeenschappelijke zolderverdieping stonden twee tassen met daarin cd's.xix Aangever [persoon 4] herkende één van de tassen en de cd's als zijn goederen die in de nacht van de overval bij Jimmy Woo waren weggenomen.xx

De inbeslaggenomen wapens en munitie zijn door de politie als volgt omschreven:

Een pistoolmitrailleur, merk IMI-Israel, kaliber 9 millimeter, zijnde een vuurwapen in de zin van artikel 1, lid 1, onder 3e, gelet op artikel 2, lid 1, categorie II onder 2 van de Wet wapens en munitie.

Een geluiddemper, zijnde een voorwerp als bedoeld in artikel 2, lid 1 onder f van de Regeling wapens en munitie gelet op artikel 2, lid 1, categorie I onder 3e van de Wet wapens en munitie.

Een patroonhouder, merk Glock, zijnde een vuurwapen in de zin van artikel 1, lid 1, onder 3e, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III onder 1e van de Wet wapens en munitie.

Een pistool, merk Star, kaliber 9x19 millimeter, zijnde een vuurwapen in de zin van artikel 1, lid 1, onder 3e, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III onder 1e van de Wet wapens en munitie.

Een patroonhouder met 7 patronen van het kaliber 9x19 millimeter, zijnde munitie in de zin van artikel 1, lid 1 onder 4e gelet op artikel 2, lid 2, categorie III van de Wet wapens en munitie.

15 patronen, kaliber 9x19 millimeter, zijnde munitie in de zin van artikel 1, lid 1 onder 4e gelet op artikel 2, lid 2, categorie III van de Wet wapens en munitie.xxi

[persoon 11] heeft verklaard dat [persoon 10] in oktober of november 2006 de overval heeft besproken met [verdachte] en [persoon 15]. Dat was in het huis van hem en [verdachte]. [persoon 11] was erbij in de kamer. Een week na deze bespreking kwam ook [persoon 13] erbij. De dag na de overval kwam [persoon 10] bij hem thuis en zei dat het gelukt was. [persoon 10] heeft toen geld gekregen van [verdachte] en [persoon 15]. [verdachte], [persoon 10], [persoon 15] en [persoon 13] hebben de buit gedeeld.xxii

[persoon 13] heeft bekend aan de overval te hebben meegedaan. De donderdag voor de overval was hij benaderd door een persoon die hij A noemt. Diezelfde avond hoorde hij van A dat het ging om een overval op Jimmy Woo. A zou de informatie hebben ontvangen van [persoon 10]. De volgende dag hebben ze in Jimmy Woo geobserveerd. Ze waren met een man of zes. [persoon 10] heeft [persoon 13] toen van alles aangewezen en gezegd waar hij op moest letten.

De zondagavond voorafgaande aan de overval is hij naar het huis van A gegaan. Alleen A was toen thuis, later kwam B. Ze zijn met de vermommingen in de auto naar Jimmy Woo gereden. Toen bij iemand in de auto het bericht kwam dat ze naar binnen konden is hij samen met B naar binnen gegaan. A bleef achter in de auto. Binnen heeft [persoon 13] een vuurwapen op de in de zaak aanwezige personeelsleden gericht en hen gezegd dat ze op de grond moesten gaan liggen. Toen hij bemerkte dat B in het kantoortje aan het worstelen was met een andere man heeft hij deze andere man twee klappen met het vuurwapen gegeven. Hij is achter een vrouw aangegaan die weg probeerde te rennen, waarna de deur achter hen in het slot viel. Hij heeft een aantal mensen met tie-rips vastgebonden. B heeft de kluis leeggehaald. Vanuit de Jimmy Woo zijn ze naar de auto met daarin A gelopen en zijn weggereden.xxiii

[persoon 12] heeft verklaard dat hij de avond van de overval [persoon 10] heeft opgehaald en dat ze daarna langs [verdachte] zijn gegaan. Even later kwamen daar ook [persoon 15] en een kale jongen langs. Hij herkende beide mannen op door de politie getoonde foto's van respectievelijk [medeverdachte] en [persoon 13]. Hij hoorde dat zij de overvallers zouden zijn en dat [bijnaam verdachte] aan hen vroeg of ze handschoenen en een muts bij zich hadden.xxiv

Op basis van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat verdachte een essentiële rol heeft gehad bij de op Jimmy Woo gepleegde overval. Hij heeft de beide uitvoerders benaderd om mee te doen, is bij de voorbereidende besprekingen aanwezig geweest en is mee geweest naar de verkenning in de Jimmy Woo op de vrijdagavond voor de overval. Hij is met [medeverdachte] en [persoon 13] naar de Jimmy Woo gereden en is tijdens de overval in de omgeving op hen blijven wachten. Ook heeft hij telefonisch contact onderhouden met [persoon 10], die de taak had om de deur van Jimmy Woo open te laten staan, over het moment waarop de daders naar binnen gingen. De buit is vervolgens tussen hem, [medeverdachte], [persoon 13] en [persoon 10] verdeeld. Anders dan de raadsman is de rechtbank dan ook van oordeel dat sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en zijn mededaders. Het verweer van de raadsman dat verdachte geen opzet heeft gehad op de wederrechtelijke vrijheidsberoving omdat zijn opzet slechts was gericht op de diefstal met bedreiging van geweld wordt door de rechtbank verworpen. De overval is kennelijk bewust gepleegd op het moment dat er, na sluitingstijd, nog personeelsleden aanwezig zouden zijn die zouden moeten assisteren bij het openen van de kluis. Voor het slagen van de overval was het onontbeerlijk dat de in de Jimmy Woo aanwezige personeelsleden ten tijde van het leeghalen van de kluis en het pakken van de tassen werden belet om het pand te verlaten of om op andere wijze de overval te doorkruisen. Ook de meegebrachte tie-rips vormen hiervoor een aanwijzing.

Anders dan de raadsman acht de rechtbank de verklaring van [persoon 10] geloofwaardig nu deze in grote lijnen wordt ondersteund door ondermeer de verklaringen van [persoon 11] en [persoon 12] en de telefooncontacten die er in de nacht van de overval zijn geweest tussen [persoon 10], verdachte, [medeverdachte] en [persoon 13]. Zijn verklaring is bovendien in lijn met de eerste verklaringen van [persoon 13], waarbij het niet anders kan zijn dan dat [persoon 13] met A verdachte en met B de medeverdachte [medeverdachte] heeft bedoeld. De later door [persoon 13] bij de rechter-commissaris afgelegde verklaring dat hij met A niet steeds [verdachte] maar soms ook een zekere [persoon 14] heeft bedoeld, acht de rechtbank onaannemelijk en in strijd met de overige bewijsmiddelen. Enige aanleiding voor de rechtbank om aan de personen en de rolverdeling zoals die uit de bewijsmiddelen naar voren komen te twijfelen is dan ook niet aanwezig.

De stelling van de raadsman dat verdachte zijn telefoon die avond aan iemand had uitgeleend acht de rechtbank niet geloofwaardig. Verdachte heeft dit nooit eerder verklaard en overigens is door de verdediging niets aangevoerd ter onderbouwing van deze stelling.

Verdachte dient gezien het bovenstaande als medepleger van de overval en de wederrechtelijke vrijheidsbeneming te worden aangemerkt.

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Ten aanzien van het onder 1 primair telastegelegde:

op 27 november 2006 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- een geldbedrag van ongeveer 15.000,- en een kluisje met muntgeld en een exploitatievergunning toebehorende aan de Jimmy Woo en/of aan [persoon 2] en

- een geldbedrag van ongeveer 200 euro en een bankpas toebehorende aan [persoon 3] en

- een donkerrode platentas met daarin onder andere 500 cd's toebehorende aan [persoon 4] en

- een rugtas met inhoud van het merk Nike toebehorende aan [persoon 5] en een rugtas van het merk Puma en een geldbedrag van ongeveer 245 euro toebehorende aan [persoon 6],

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [persoon 3] en/of [persoon 7] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] en/of [persoon 8] en/of [persoon 9], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden, dat hij, verdachte, en zijn mededaders

- twee (op) vuurwapen(s) (gelijkende voorwerp(en)) op die [persoon 3] en [persoon 7] en [persoon 5] en [persoon 6] en [persoon 8] en [persoon 9] hebben gericht en

- een vuurwapen hebben doorgeladen en

- met een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op het hoofd van die [persoon 7] hebben geslagen en

- die [persoon 3] en [persoon 7] en [persoon 5] en [persoon 6] en [persoon 8] en [persoon 9] hebben gedwongen om op de grond te gaan liggen en te blijven liggen en

- met tie-rips de handen van die [persoon 3] en [persoon 7] en [persoon 5] en [persoon 6] en [persoon 8] en [persoon 9] achter hun rug hebben vastgebonden;

Ten aanzien van het onder 2 primair telastegelegde:

op 27 november 2006 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [persoon 3] en [persoon 7] en [persoon 5] en [persoon 6] en [persoon 8] en [persoon 9] wederrechtelijk van de vrijheid hebben beroofd, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders

- twee (op) vuurwapen(s) (gelijkende voorwerp(en)) op die [persoon 3] en [persoon 7] en [persoon 5] en [persoon 6] en [persoon 8] en [persoon 9] gericht en een vuurwapen doorgeladen en

- die [persoon 3] en [persoon 7] en [persoon 5] en [persoon 6] en [persoon 8] en [persoon 9] gedwongen om op de grond te gaan liggen en te blijven liggen en

- met tie-rips de handen van die [persoon 3] en [persoon 7] en [persoon 5] en [persoon 6] en [persoon 8] en [persoon 9] achter hun rug vastgebonden;

Ten aanzien van het onder 3 telastegelegde:

op 29 januari 2007 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, voorhanden heeft gehad:

een wapen van categorie II, te weten:

- een pistoolmitrailleur, merk IMI-Israel, kaliber 9 millimeter en

wapens van categorie III, te weten:

- een patroonhouder, merk GlOCK en

- een pistool, merk STAR, kaliber 9x19 millimeter en

munitie van categorie III, te weten:

- een patroonhouder met 7, althans één of meer, patronen van kaliber 9x19 millimeter en

- 15, althans één of meer, patronen van kaliber 9x19 millimeter en

- een geluiddemper (totale lengte 20 cm, kleur zwart).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

5. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straf

7.1. Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar onder 1 primair, 2 primair en 3 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar en 10 maanden, met aftrek van voorarrest in de strafzaak met parketnummer 13/525309-06. Deze eis heeft de officier van justitie gegrond op haar oorspronkelijke eis van 5 jaar en 6 maanden, waarvan zij 8 maanden heeft afgetrokken uitgaande van een overschrijding van de redelijke termijn, door de officier gesteld op 14 maanden.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat item 8 op de beslaglijst zal worden teruggegeven aan verdachte en dat het beslag met betrekking tot de items 7, 33 en 34 zal worden gehandhaafd in verband met een nog te voeren ontnemingsprocedure.

7.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman acht de redelijke termijn waarbinnen de strafzaak tegen verdachte behandeld had moeten zijn met 22 maanden overschreden. Primair heeft de raadsman betoogd dat dit tot de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie dient te leiden, welk verweer door de rechtbank hiervoor onder 2 is verworpen. Subsidiair is de raadsman van mening dat de overschrijding van de redelijke termijn gecompenseerd dient te worden door vermindering van de straf. De raadsman heeft een gevangenisstraf bepleit die niet hoger is dan de duur van de reeds ondergane voorlopige hechtenis.

7.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en heeft bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een gewelddadige en intimiderende overval op een bar/discotheek. De aanwezige personeelsleden zijn door twee van zijn mededaders met vuurwapens bedreigd waarna hun handen achter de rug met tie-rips werden vastgebonden. Vervolgens zijn de slachtoffers gedurende een kleine tien minuten op deze wijze onder beangstigende omstandigheden van hun vrijheid beroofd gehouden. Eén van de personeelsleden is hard met een vuurwapen op het hoofd geslagen, waardoor deze gewond is geraakt en in het ziekenhuis moest worden behandeld. De manager is gedwongen de kluis te openen waarna de inhoud van de kluis is meegenomen. Tevens zijn tassen van personeelsleden meegenomen. Verdachte en zijn mededaders hadden de overval grondig voorbereid en waren enkele dagen ervoor reeds in de bar geweest om de zaak te verkennen. Verdachte had voor, tijdens en na deze overval een belangrijke organisatorische en coördinerende rol.

Voorts zijn bij verdachte in zijn slaapkamer wapens en munitie aangetroffen. Het voorhanden hebben hiervan brengt een groot risico voor de veiligheid van personen met zich. Het maatschappelijk belang om te voorkomen dat onbevoegden over deze wapens en munitie beschikken is derhalve bijzonder groot.

Verdachte heeft zich aldus schuldig gemaakt aan bijzonder ernstige strafbare feiten, waarbij hij zijn slachtoffers groot onrecht heeft aangedaan. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke misdrijven daarvan nog lange tijd nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden.

Bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf houdt de rechtbank ten nadele van verdachte rekening met de omstandigheid dat verdachte blijkens een Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 10 februari 2010 eerder voor een soortgelijk feit tot een langdurige vrijheidsstraf is veroordeeld.

De rechtbank heeft voorts gelet op eerder opgelegde straffen inzake roofovervallen met fysiek geweld en bedreiging met vuurwapens.

In beginsel acht de rechtbank een gevangenisstraf van 5 jaar, ofwel 60 maanden, passend en geboden.

Redelijke termijn en procedurefouten.

De rechtbank acht de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM geschonden. Daarbij gaat de rechtbank er met de officier van justitie en de raadsman vanuit dat de criminal charge een aanvang heeft genomen op het moment dat verdachte werd aangehouden, te weten 29 januari 2007. In aanmerking genomen dat verdachte tot aan het arrest van het Gerechtshof van 24 oktober 2008 in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, komt de rechtbank tot haar oordeel dat na 16 maanden, aldus eind mei 2008, de behandeling bij de rechtbank had moeten zijn afgerond. Nu de (hernieuwde) inhoudelijke behandeling eerst op 16 maart 2010 heeft plaatsgehad, volgt hieruit dat de redelijke termijn met 22 maanden is overschreden.

Naar het oordeel van de rechtbank dient dit tot gevolg te hebben dat de op te leggen gevangenisstraf met 8 maanden wordt verminderd.

Voorts acht de rechtbank het feit dat verdachte thans voor de tweede maal berecht wordt voor hem belastend. Verdachte heeft ten gevolge van de in de strafrechtelijke procedure gemaakte fouten, het zoekraken van het originele dossier en de daarop gevolgde niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in hoger beroep, enige tijd in onzekerheid verkeerd of de vervolging tegen hem door het openbaar ministerie zou worden voortgezet en heeft mogelijk op enig moment de hoop gehad dat hij van de zaak af was. Als gevolg van een en ander heeft verdachte nog een keer berecht moeten worden. Ter compensatie van deze gang van zaken, die verdachte niet kan worden toegerekend, acht de rechtbank het redelijk de aan verdachte op te leggen gevangenisstraf met nog eens 4 maanden te compenseren.

Voorgaande betekent dat verdachte een gevangenisstraf zal worden opgelegd van 48 maanden. De rechtbank realiseert zich dat na aftrek een strafdeel resteert dat de ondergane voorlopige hechtenis overschrijdt, maar acht dit in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

Ten aanzien van de benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij [persoon 7] in de eerder gevoerde strafzaak van een van de medeverdachten is ingediend en door de rechtbank, in andere samenstelling, onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, is toegewezen. De rechtbank moet daarom rekening houden met de mogelijkheid dat de vordering inmiddels is voldaan. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk is. De benadeelde partij kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Beslag

De rechtbank is niet gebleken dat op het onder verdachte inbeslaggenomen horloge conservatoir beslag is gelegd, zodat zij thans over het beslag dient te oordelen. Anders dan de officier van justitie heeft gevorderd zal de rechtbank dan ook bepalen dat het beslag, bestaande uit een horloge met toebehoren en vijf twintig dollar biljetten, aan verdachte wordt teruggegeven.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 47, 55, 57, 282 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9. Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 3 telastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 primair en 2 primair bewezenverklaarde:

Eendaadse samenloop van:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

en

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II,

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd,

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie,

en

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 (achtenveertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht in de strafzaak met parketnummers 13/525309-06 en 23/004051-07, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart de benadeelde partij [persoon 7] niet-ontvankelijk in de vordering.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

- 7. horloge, merk Franck Muller

- 8. 5 biljetten van $ 20,-

- 33. echtheidscertificaat horloge

- 34. doos voor horloge

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.J. Bade, voorzitter,

mrs. S.E. Sijsma en L. Voetelink, rechters,

in tegenwoordigheid van B. de Hoogh, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 maart 2010.

i Een proces-verbaal met nummer 2006303339-1 van 27 november 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [persoon 16], [persoon 17], [persoon 18] en [persoon 19], respectievelijk brigadier, hoofdagent, hoofdagent en hoofdagent van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerd blz. 16 e.v.).

ii Een proces-verbaal met nummer 2006303339-12 van 29 november 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [persoon 20] en [persoon 21], beiden ambtenaar bij het Bureau Recherche Expertise, regiopolitie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerd blz. 23 e.v.).

iii Een proces-verbaal met nummer 2006303339-3 van 27 november 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 18], hoofdagent van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerd blz. 60 e.v.).

iv Een proces-verbaal met nummer 2006303339-6 van 27 november 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 22], hoofdagent van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerd blz. 84 e.v.).

v Een proces-verbaal met nummer 2006303339-4 van 27 november 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 23], brigadier-rechercheur van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerd blz. 76 e.v.).

vi Een proces-verbaal met nummer 2006303339-2 van 27 november 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 17], hoofdagent van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerd blz. 66 e.v.).

vii Een proces-verbaal met nummer 2006303339-7 van 27 november 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 24], adspirant agent van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerd blz. 93 e.v.).

viii Een proces-verbaal met nummer 2006303339-8 van 27 november 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 25], brigadier van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerd blz. 99 e.v.).

ix Een proces-verbaal met nummer 2006303339-1 van 27 november 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 26], inspecteur van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerd blz. 41 e.v.).

x Een proces-verbaal met nummer 2006303339-13 van 28 november 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 27], agent van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerd blz. 44 e.v.).

xi Een proces-verbaal met nummer 2006303339-1 van 28 november 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [persoon 22] en [persoon 29], beiden hoofdagent van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerd blz. 53 e.v.).

xii Een proces-verbaal met nummer 2006303339-30 van 3 januari 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [persoon 28] en [persoon 22], respectievelijk brigadier en hoofdagent van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerd blz. 148 e.v.).

xiii Een proces-verbaal met nummer 2006303339-32 van 4 januari 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [persoon 28] en [persoon 30], respectievelijk brigadier en agent van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerd blz. 152 e.v.).

xiv Een proces-verbaal met nummer 2006303339-35 van 9 januari 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 22], hoofdagent van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerd blz. 208 e.v.).

xv Een proces-verbaal van verhoor van de getuige [persoon 10] bij de rechter-commissaris, d.d. 18 april 2007.

xvi Een proces-verbaal met nummer 2006303339-1 van 18 januari 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 22], hoofdagent van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerd blz. 189 e.v.).

xvii Een proces-verbaal met nummer 2006303339-1 van 18 januari 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 22], hoofdagent van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerd blz. 174 e.v.).

xviii Een proces-verbaal met nummer 2006303339-73 van 29 januari 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 31], inspecteur van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerd blz. 242 e.v.).

xix Een proces-verbaal met nummer 2006303339-1 van 27 februari 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 31], inspecteur van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerd blz. 465 e.v.).

xx Een proces-verbaal met nummer 2006303339-1 van 29 januari 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 30], hoofdagent van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerd blz. 283 e.v.).

xxi Een proces-verbaal met nummer 2006303339-82 van 30 januari 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 33], brigadier van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerd blz. 278 e.v.).

xxii Een proces-verbaal met nummer 2006303339-37 van 30 januari 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [persoon 22] en [persoon 28], respectievelijk hoofdagent en brigadier van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerd blz. 356 e.v.).

xxiii Een proces-verbaal met nummer 2006303339-41 van 30 januari 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [persoon 28] en [persoon 22], respectievelijk brigadier en hoofdagent van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerd blz. 383 e.v.).

xxiv Een proces-verbaal met nummer 2006303339-38 van 30 januari 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [persoon 30] en [persoon 32], beiden hoofdagent van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerd blz. 401 e.v.).

Inzake: [verdachte]

Parketnummer: 13/414151-08