Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BL4372

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15-02-2010
Datum publicatie
18-02-2010
Zaaknummer
13/410695-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden waarvan 5 maanden vw (pt 2 jr) voor bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Verdachte heeft met een dubbelloops hagelgeweer meermalen op raam van woning zijn broer geschoten, terwijl die broer op dat moment in de woning, in een andere kamer aanwezig was. Vrijspraak poging doodslag en poging toebrengen zwaar lichamelijk letsel, nu in concrete situiatie geen aanmerkelijke kans heeft bestaan dat iemand geraakt zou worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/410695-09

Datum uitspraak: 15 februari 2010

op tegenspraak

VERKORT VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres].

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 18 november 2009 en 1 februari 2010.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. K.F.E. den Hartog en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. M.A.C. van Vuuren naar voren is gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij

1.

op of omstreeks 19 augustus 2009 te Hilversum ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, naar de woning van die [slachtoffer] is gegaan en/of (vervolgens) (van korte afstand) een of meermalen (met een (dubbelloops) hagelgeweer) op een (rechter)raam van de (achter)kamer van de woning van (de in die woning aanwezige) [slachtoffer] heeft geschoten;

(artikel 289/287 jo 45 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair.

op of omstreeks 19 augustus 2009 te Hilversum ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet naar de woning van die [slachtoffer] is gegaan en/of (vervolgens) (van korte afstand) een of meermalen (met een (dubbelloops) hagelgeweer) op een (rechter)raam van de (achter)kamer van de woning van (de in die woning aanwezige) [slachtoffer] heeft geschoten;

(artikel 302 jo 45 Wetboek van Strafrecht);

Meer subsidiair.

op of omstreeks 19 augustus 2009 te Hilversum [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend (van korte afstand) een of meermalen (met een (dubbelloops) hagelgeweer) op een (rechter)raam van de (achter)kamer van de woning van (de in die woning aanwezige) [slachtoffer] geschoten;

(artikel 285 Wetboek van Strafrecht)

2.

op of omstreeks 19 augustus 2009 te Hilversum een of meer wapens van categorie II en/of III van de Wet Wapens en Munitie, te weten een alarm-startpistool (merk Kimar, model Lady K) en/of een (ingekort) dubbelloops hagelgeweer (serienummer 49425), en/of munitie van categorie II en/of III van de Wet Wapens en Munitie, te weten 40 knalpatronen (merk Fiocchi, kaliber 8mm) en/of 26 hagelpatronen, voorhanden heeft gehad;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Waardering van het bewijs

3.1. Vrijspraak

De rechtbank acht - met de officier van justitie en de raadsman - niet bewezen hetgeen onder 1 primair en 1 subsidiair is ten laste gelegd, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

3.2 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1 meer subsidiair

op 19 augustus 2009 te Hilversum [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend meermalen met een dubbelloops hagelgeweer op het rechterraam van de achterkamer van de woning van de in die woning aanwezige [slachtoffer] geschoten;

2.

op 19 augustus 2009 te Hilversum een wapen van categorie II van de Wet wapens en munitie, te weten een ingekort dubbelloops hagelgeweer (serienummer 49425) en een wapen van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een alarm-startpistool merk Kimar, model Lady K en munitie van categorie II van de Wet wapens en munitie, te weten 26 hagelpatronen en munitie van categorie III van de Wet Wapens en Munitie, te weten 40 knalpatronen merk Fiocchi, kaliber 8mm, voorhanden heeft gehad;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

4. Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

5. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straffen en maatregelen

7.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar onder 1 meer subsidiair en 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 4 (vier) maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 (twee) jaren en een werkstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, met bevel, voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 (vijftig) dagen.

De officier van justitie vordert voorts onttrekking aan het verkeer van het op de beslaglijst staande wapen en de aldaar vermelde munitie.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bij pleidooi verzocht om aan verdachte een gevangenisstraf niet langer dan de duur van de voorlopige hechtenis op te leggen.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

Strafoplegging

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht door met een dubbelloops hagelgeweer op een raam op de begane grond van de woning van zijn broer te schieten, terwijl zijn broer zich op dat moment in een andere kamer van die woning bevond. Verdachte heeft in een met zijn broer ontstane ruzie aanleiding gezien naar huis te gaan om een geladen vuurwapen te halen - dat hij daar kennelijk voor het grijpen had klaarliggen - en is er vervolgens niet voor teruggeschrokken om dat wapen op klaarlichte dag op de openbare weg, in een woonwijk, tot twee keer toe af te vuren. Dit is een ernstig feit dat niet alleen door het slachtoffer, maar ook door de omwonenden als een ernstige aantasting van het gevoel van veiligheid moet zijn ervaren. Uit onderzoek van het NFI is gebleken dat gebruik van dit wapen in combinatie met de door verdachte gebruikte munitie onder bepaalde omstandigheden dodelijk letsel kan veroorzaken. Weliswaar is bij het onderzoek ter terechtzitting gebleken dat in deze concrete situatie geen aanmerkelijke kans heeft bestaan dat iemand geraakt zou worden, maar verdachte heeft desalniettemin onaanvaardbare risico’s genomen. De rechtbank rekent dit verdachte ten zeerste aan. Daarnaast heeft verdachte in zijn woning verschillende wapens en daarbij horende munitie voorhanden gehad.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met een Uittreksel Justitieel Documentatieregister d.d. 20 augustus 2009 betreffende verdachte, waaruit blijkt dat verdachte in de afgelopen vijf jaren is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

De rechtbank is van oordeel dat aanleiding bestaat om bij de straftoemeting af te wijken van hetgeen door de officier van justitie is gevorderd, nu, gelet op de omstandigheid dat het bewezen verklaarde zich in de familiesfeer heeft afgespeeld, de rechtbank oplegging van een forse voorwaardelijke gevangenisstraf geïndiceerd acht om verdachte ervan te weerhouden zich nogmaals op dergelijke grove en excessieve wijze te gedragen jegens het slachtoffer.

Onttrekking aan het verkeer

De in beslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1. 1.00 STK Pistool Kl: zilver

KIMAR Lady K

29864; alarmpistool geladen met knalprtn 8 mm

2. 40.00 STK Munitie Kl: zilver

FIOCCHI 8 mm knal

29865; 34 st in doos + 6 st uit alarmpistool

3. 15.00 STK Munitie

29866; 15 hagelptrn, kaliber 16,

dienen onttrokken te worden aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen het bewezen geachte is begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezen geachte.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9. Beslissing

Verklaart het onder 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 meer subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3.2 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 meer subsidiair bewezen verklaarde:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 5 (vijf) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

1. 1.00 STK Pistool Kl: zilver

KIMAR Lady K

29864; alarmpistool geladen met knalprtn 8 mm

2. 40.00 STK Munitie Kl: zilver

FIOCCHI 8 mm knal

29865; 34 st in doos + 6 st uit alarmpistool

3. 15.00 STK Munitie

29866; 15 hagelptrn, kaliber 16.

Dit vonnis is gewezen door

mr. F.G. Bauduin, voorzitter,

mrs. H.M.J. Quaedvlieg en A.W.H. Vink, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C. Heijnen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 februari 2010.