Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BL1044

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-01-2010
Datum publicatie
28-01-2010
Zaaknummer
446594 / KG ZA 09-2755
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Vordering tot ontruiming van in december 2009 gekraakte bedrijfsruimte. Voorzieningenrechter wijst de vordering af nu onvoldoende aannemelijk is dat de bedrijfsruimte sinds december 2007 op enigerlei wijze is gebruikt en tevens onvoldoende aannemelijk is de bedrijfsruimte op korte termijn zal worden (onder)verhuurd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter,

zaaknummer / rolnummer: 446594 / KG ZA 09-2755 MH/PvV

Vonnis in kort geding van 21 januari 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CONTINENTAL HOREX B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres bij dagvaarding van 23 december 2009,

advocaat mr. N.M. Don te Amsterdam,

tegen

1. HEN DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK OF EEN GEDEELTE DAARVAN, PLAATSELIJK BEKEND ALS [adres] BEGANE GROND EN INSTEEKVERDIEPING TE AMSTERDAM, WAARVAN DE NAMEN NIET BEKEND ZIJN,

van wie is verschenen:

2. [gedaagde sub 2],

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam.

gedaagden.

1. De procedure

Ter terechtzitting van 4 januari 2010 heeft eiseres, verder te noemen

Continental Horex, gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Ter zitting heeft gedaagde sub 2, verder te noemen [gedaagde sub 2], zich bekend gemaakt als verblijvende in het pand [adres] begane grond en insteekverdieping te Amsterdam. Tegen de overige gedaagden is verstek verleend. [gedaagde sub 2] heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Ter terechtzitting waren aan de zijde van Continental Horex aanwezig: [persoon 1], bij Continental Horex werkzaam als controller, [persoon 2], werkzaam bij [K], en mr. Don. Aan de zijde van [gedaagde sub 2] waren, voor zover van belang, aanwezig: [gedaagde sub 2] en mr. Uppal. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

2. De feiten

2.1. De bedrijfsruimte aan de [adres] begane grond en insteekverdieping te Amsterdam (hierna: de bedrijfsruimte) is eigendom van de erven van [de erven] (hierna: de erven). Bij huurovereenkomst van 20 december 2007 heeft [K], als gevolmachtigde van de erven, de bedrijfsruimte aan Continental Horex verhuurd. In de huurovereenkomst is als bestemming van het gehuurde “bedrijfsruimte ten behoeve van een café” overeengekomen. Tevens is overeengekomen dat Continental Horex de bedrijfsruimte met toestemming van de verhuurder mag onderverhuren.

2.2. De vorige huurder van de bedrijfsruimte, die in de bedrijfsruimte een cafébedrijf dreef, heeft volgens een uittreksel uit het handelsregister van de Kamers van Koophandel zijn activiteiten met ingang van 1 september 2007 gestaakt.

2.3. Op of omstreeks 14 december 2009 is de bedrijfsruimte gekraakt.

2.4. Bij brief van 21 december 2009 heeft [persoon 2], voornoemd, het volgende, voor zover hier van belang, met betrekking tot de bedrijfsruimte aan

mr. Don meegedeeld:

“Sinds enkele maanden zij wij, [K] in opdracht van de huidige huurder, Continental Horex, en na goedkeuring van de eigenaar op zoek naar een geschikte onderhuurder voor bovenstaand adres. Hiertoe hebben wij een groot ‘Te Huur’ bord aangebracht op de gevel en staat het pand op diverse internetsites als ‘te huur’ aangemeld. Regelmatig hebben wij met geïnteresseerden de locatie bezocht.

Op 7 december 2009 hebben wij met een geïnteresseerde de locatie bezocht. Deze partij is zeer geïnteresseerd en ook door de eigenaar geschikt bevonden het pand te huren. Echter hebben wij de onderhandelingen noodgedwongen moeten staken omdat het pand onlangs is gekraakt. Door dat het pand nu niet vrij toegankelijk is, kunnen wij met de geïnteresseerde niet meer naar binnen en kunnen wij geen huurovereenkomst sluiten.”

2.5. Bij e-mail van 30 december 2009 heeft de bewoner van de woning [adres 2] het volgende, voor zover hier van belang, aan mr. Uppal meegedeeld:

“Zelf woon ik sinds 2005 in deze straat (…). Inmiddels staat het pand al zeker twee jaar leeg en is het onzeker wie er inkomt en wat er gaat gebeuren. ”

2.6. Bij brief van 4 januari 2010 heeft [persoon 3] aan mr. Don meegedeeld dat hij optreedt namens de eigenaar van de bedrijfsruimte en dat zijn cliënt heeft ingestemd met onderverhuur van de bedrijfsruimte door Continental Horex.

3. Het geschil

3.1. Continental Horex vordert samengevat - om gedaagden te veroordelen de bedrijfsruimte binnen 72 uur na de betekening van dit vonnis te ontruimen, met machtiging aan Continental Horex om de ontruiming zonodig met behulp van de sterke arm te bewerkstelligen. Verder vordert Continental Horex dat de veroordeling tot ontruiming tot een jaar na de dag waarop het vonnis wordt uitgesproken ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die de bedrijfsruimte binnentreedt. Een en ander met veroordeling van gedaagden in de kosten van dit geding.

3.2. Continental Horex stelt daartoe dat gedaagden zonder recht of titel in de bedrijfsruimte verblijven en dat zij een spoedeisend belang bij de gevorderde ontruiming heeft omdat er op dit moment concrete gesprekken gaande zijn met betrekking tot een nieuw te sluiten onderhuurovereenkomst voor de bedrijfsruimte. Doordat de bedrijfsruimte thans gekraakt is, is het voor Continental Horex echter niet mogelijk om die huurovereenkomst aan te gaan. Daarnaast bestaat er het risico dat de bedrijfsruimte door de krakers wordt beschadigd.

3.3. [gedaagde sub 2] voert verweer waarop hierna, voor zover van belang, nader zal worden ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Vast staat dat gedaagden zich zonder recht of titel in het pand bevinden.

4.2. Door [gedaagde sub 2] is als eerste verweer tegen de gevorderde ontruiming aangevoerd dat Continental Horex niet de rechtmatige huurster van de bedrijfsruimte is en daarom niet gerechtigd zou zijn om de onderhavige vorderingen in te stellen. [gedaagde sub 2] wordt daarin op dit moment niet gevolgd. Daartoe is van belang dat de erven volgens het overgelegde kadastrale uittreksel de eigenaar zijn van de bedrijfsruimte en dat bedrijfsruimte in de op 20 december 2007 met Continental Horex gesloten huurovereenkomst ook namens de erven aan Continental Horex is verhuurd. Dit gezien in combinatie met de brief van [persoon 3] van

4 januari 2010, waaruit blijkt dat de eigenaar van de bedrijfsruimte bekend is met de huur van de bedrijfsruimte door Continental Horex, maakt dat voor dit kort geding voldoende aannemelijk is dat de bedrijfsruimte namens de erven aan Continental Horex is verhuurd. Weliswaar wordt nergens vermeldt welke personen de erven zijn, ook niet in de brief van

[persoon 3], maar gezien de inhoud van de hiervoor genoemde stukken is dat niet nodig.

4.3. Verder is door [gedaagde sub 2] aangevoerd dat de bedrijfsruimte reeds sinds 2007 leeg staat. In dat verband wordt overwogen dat een ontruimingsvordering in kort geding slechts toewijsbaar is, indien de rechthebbende op de onroerende zaak daarbij een spoedeisend belang heeft. Uitgangspunt is dat een ontruiming niet tot ongerechtvaardigde leegstand moet leiden.

4.4. Ter terechtzitting is van de zijde van Continental Horex erkend dat, anders dan in de inleidende dagvaarding is gesteld, in de bedrijfsruimte sinds eind 2007 geen cafébedrijf meer is geëxploiteerd. Daarnaast is door Continental Horex niet aangetoond of anderszins aannemelijk gemaakt dat, zoals door haar gesteld, de bedrijfsruimte sindsdien voor opslag is gebruikt. Ook op de door [gedaagde sub 2] overgelegde foto’s van het interieur van de bedrijfsruimte is geen vorm van enige opslag in de bedrijfsruimte te zien. Deze foto’s daarentegen, waarop een nagenoeg leeg caféinterieur is te zien en onder meer een kassarol met daarop als laatste datum 7 december 2007 en waarvan niet is betwist dat die ter plaatse zijn genomen, in combinatie met de verklaring van de bewoner van de woning [adres 2] van 30 december 2009, maken dat op dit moment onvoldoende aannemelijk is dat de bedrijfsruimte sinds december 2007 op enigerlei wijze is gebruikt.

4.5. Door Continental Horex is weliswaar gesteld dat er naar een onderhuurder wordt gezocht en dat er ook concrete gesprekken gaande zouden zijn met betrekking tot een voor de bedrijfsruimte te sluiten onderhuurovereenkomst voor de bedrijfsruimte, maar een (concept-)onderhuurovereenkomst of een ondersteunende verklaring van de beoogde onderhuurder is door Continental Horex niet overgelegd. Gelet hierop is op dit moment onvoldoende aannemelijk dat de bedrijfsruimte daadwerkelijk op korte termijn zal worden (onder)verhuurd. Voldoende aannemelijk is dan ook dat in de huidige situatie een ontruiming van de bedrijfsruimte tot ongerechtvaardigde leegstand zal leiden. Nu [gedaagde sub 2] daarnaast ter terechtzitting heeft verklaard bereid te zijn om medewerking te verlenen aan bezichtiging van de bedrijfsruimte door potentiële huurders en verhuur niet in de weg te zullen staan, waaronder mag worden begrepen het weer terugplaatsen van het bord “Te Huur” aan de buitenkant van de bedrijfsruimte, zullen de vorderingen van Continental Horex jegens [gedaagde sub 2] worden afgewezen.

4.6. Nu de vordering tot ontruiming ten aanzien van de wel verschenen gedaagde zal worden afgewezen, heeft Continental Horex geen belang bij toewijzing van de gevorderde ontruiming tegen de niet verschenen gedaagden. Ook ten aanzien van de niet verschenen gedaagden zullen de vorderingen daarom worden afgewezen.

4.7. Continental Horex zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van

[gedaagde sub 2] worden begroot op:

- betaald vast recht EUR 65,50

- in debet gesteld vast recht 196,50

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.078,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2. veroordeelt Continental Horex in de proceskosten, aan de zijde van

[gedaagde sub 2] tot op heden begroot op EUR 1.078,00, te voldoen aan de griffier door overmaking op rekeningnummer 19.23.25.728 ten name van MVJ Arrondissement Amsterdam onder vermelding van "proceskostenveroordeling" en het zaak- en rolnummer,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Hees, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. P.J. van Vliet, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2010.?