Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:9472

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20-01-2010
Datum publicatie
22-10-2015
Zaaknummer
HA ZA 09-1839
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering van VvE tot veroordeling van voormalig appartementseigenaar in bijdrage in de kosten van beheer en onderhoud van appartementencomplex. Beroep op opschortingsrecht wordt afgewezen nu gedaagde de speciale rechtsgang als vermeld in artikel 5:121 BW niet heeft benut. Beroep op verrekening wordt gepasseerd omdat gegrondheid van dit verweer niet op eenvoudige wijze is vast te stellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 09-1839 / HA ZA 429677

Vonnis van 20 januari 2010

in de zaak van

de vereniging

[Vve],

gevestigd te [plaats] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. N.L.J.M. Rijssenbeek,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. E.L. Polak.

Partijen zullen hierna VvE en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    dagvaarding van 29 mei 2009, met producties,

  • -

    conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in reconventie, met producties,

  • -

    het tussenvonnis van 30 september 2009,

  • -

    conclusie van antwoord in reconventie, tevens akte houdende overlegging producties tevens akte houdende vermeerdering van eis,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 2 december 2009.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet (voldoende) betwist, alsmede op grond van de in zoverre niet bestreden inhoud van de overgelegde stukken staat het volgende vast.

2.1.

[gedaagde] was tot 20 oktober 2009 erfpachter van het appartementsrecht, staande en gelegen aan de [adres] . Op 20 oktober 2009 heeft [gedaagde] zijn appartement in recht overgedragen aan [naam] .

3 De vordering in conventie

3.1.

De VvE vordert, na vermeerdering van eis, om [gedaagde] bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen om aan de VvE te betalen een bedrag van € 17.262,32, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 15.188,00 vanaf de datum der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening, zulks met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.

Dit bedrag bestaat uit € 15.188,00 aan hoofdsom tot en met november 2009, € 696,30 aan wettelijke rente en € 1.378,02 aan buitengerechtelijke incassokosten.

3.2.

De VvE legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] de verschuldigde (voorschot-)bijdragen in de kosten van beheer en onderhoud van het appartementencomplex aan de [adres] (hierna: bijdragen) niet heeft betaald, tot welke betaling [gedaagde] als lid van de VvE gehouden is.

De VvE betoogt voorts dat [gedaagde] ook na de verkoop van zijn appartement in oktober 2009 aansprakelijk is voor de bijdrage voor november 2009, aangezien ingevolge het bepaalde in artikel 5:122 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) de verkrijger en de vervreemder van het appartement aansprakelijk zijn voor bijdragen die in het lopende kalenderjaar opeisbaar zijn geworden of nog zullen worden.

3.3.

De VvE betwist dat [gedaagde] zich met recht kan beroepen op verrekening. Ten eerste heeft [gedaagde] geen schade geleden. Zo hij al schade heeft geleden, staat hiervan de omvang niet vast, zodat verrekening niet mogelijk is, aldus de VvE.

4 Het verweer in conventie

4.1.

[gedaagde] beroept zich op opschorting van zijn betalingsverplichting. Hij voert daartoe aan dat ondanks herhaalde verzoeken tot reparatie van opgetreden lekkages daarop door de VvE niet is ingegaan.

Ter comparitie heeft [gedaagde] voorts een beroep op verrekening gedaan met de schade die hij heeft geleden door het toerekenbaar tekortschieten van de VvE.

Ten slotte bestrijdt [gedaagde] buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd te zijn.

5 De vordering in reconventie

5.1.

[gedaagde] vordert in reconventie dat de VvE, bij vonnis voor zover uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan hem van een bedrag gelijk aan de door hem geleden schade, op te maken bij staat en te vereffenen als volgens de wet.

5.2.

[gedaagde] voert hiertoe aan dat de huurder van de aan [gedaagde] toebehorende ruimte in het appartementencomplex als gevolg van permanente wateroverlast de huurovereenkomst heeft opgezegd en is vertrokken. Als gevolg van dit vertrek derft [gedaagde] aanzienlijke huurinkomsten en is zijn pand danig in waarde verminderd. De VvE is aansprakelijk voor de opgetreden schade nu deze het rechtstreeks gevolg is van haar nalatigheid, aldus [gedaagde] .

Aangezien de schade niet eenvoudig te becijferen is, vordert [gedaagde] verwijzing naar de schadestaatprocedure.

6 Het verweer in reconventie

6.1.

De VvE bestrijdt dat zij aansprakelijk is voor eventueel door [gedaagde] geleden schade. Zij bestrijdt nalatig te zijn en merkt daarbij op dat [gedaagde] zelf geen motivering heeft gegeven waarom hij vindt dat de VvE nalatig is.

Voorts bestrijdt de VvE dat [gedaagde] schade heeft gelden. De VvE stelt dat [gedaagde] hiervan geen enkel bewijs heeft geleverd.

7 De beoordeling

in conventie

7.1.

Vast staat dat [gedaagde] lid is geweest van de VvE en in die hoedanigheid gehouden is tot betaling van de (voorschot-)bijdragen in de kosten van beheer en onderhoud van het appartementencomplex aan de [adres] . Niet bestreden is dat [gedaagde] ingevolge het bepaalde in artikel 5:122 BW eveneens aansprakelijk is, zij het hoofdelijk, voor de thans gevorderde bijdragen van oktober/november 2009, zijnde de bijdragen die opeisbaar zijn geworden nadat [gedaagde] zijn appartementsrecht heeft verkocht. Evenmin heeft [gedaagde] bestreden dat de thans door hem niet voldane bijdragen in totaal een bedrag van € 15.189,00 bedragen. Dit bedrag ligt in beginsel voor toewijzing gereed.

7.2.

[gedaagde] heeft zich beroepen op een opschortingsrecht, stellende dat hij schade heeft geleden omdat de VvE haar onderhoudsverplichtingen niet behoorlijk zou zijn nagekomen. Dit beroep komt hem echter niet toe, aangezien voor deze gevallen een speciale regeling is opgenomen in artikel 5:121 BW op grond waarvan een appartementseigenaar zo nodig via de rechter noodzakelijk onderhoud kan afdwingen, van welke rechtsgang [gedaagde] geen gebruik heeft gemaakt. Met die specifieke – en exclusieve – regeling verdraagt zich niet dat [gedaagde] zijn betalingsverplichtingen opschort terwijl hij de door de wet aangegeven weg niet heeft behandeld. De rechtbank wijst dit beroep op een opschortingsrecht derhalve af.

7.3.

[gedaagde] heeft voorts een beroep gedaan op verrekening. Ingevolge het bepaalde in artikel 6:136 BW kan de rechter een vordering van de eisende partij ondanks een beroep van gedaagde op verrekening toewijzen, indien de gegrondheid van dit verweer niet op eenvoudige wijze is vast te stellen en de vordering overigens voor toewijzing vatbaar is. Nu de VvE de door [gedaagde] gepretendeerde vordering heeft betwist en voorts de vordering van [gedaagde] nog niet zodanig is bepaald dat zij zonder meer vast staat, zal de rechtbank het beroep op verrekening passeren.

7.4

De rechtbank zal, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, de hoofdsom van € 15.188,00 alsmede de wettelijke rente van € 696,30 toewijzen, zijnde in totaal een bedrag van € 15.884,30.

Bij dagvaarding heeft de VvE gevorderd het bedrag aan hoofdsom en wettelijke rente te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum der dagvaarding. De VvE heeft deze vordering bij vermeerdering van eis gehandhaafd zij het dat zij heeft gevorderd het bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente “vanaf de datum van de inleidende dagvaarding 10 juni 2009”. De rechtbank ziet de toevoeging van de datum 10 juni 2009 (zijnde de datum waarop [gedaagde] bij dagvaarding van 29 mei 2009 is aangezegd te verschijnen) als een kennelijke verschrijving. De VvE heeft immers van meet af aan gevorderd het bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dagvaarding. De rechtbank zal derhalve de vordering in die zin toewijzen dat [gedaagde] aan de VvE moet betalen een bedrag van € 15.884,30, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 15.188,00 vanaf 29 mei 2009.

7.5.

De VvE vordert een bedrag van € 1.378,02 aan buitengerechtelijke kosten. De rechtbank hanteert als uitgangspunt dat het moet gaan om verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkings-voorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Bovendien moet het gaat om kosten gemaakt in deze procedure en niet in reeds eerder gevoerde procedures.

De VvE stelt wel dat de gevorderde kosten zijn gemaakt, maar laat na een afdoende omschrijving van de verrichtingen te geven, anders dan die ter voorbereiding van de processtukken en ter instructie van de zaak. De rechtbank gaat dan ook ervan uit dat vóór de aanvang van het geding geen andere of meer kosten zijn gemaakt dan die welke ter voorbereiding van een geding in het algemeen redelijk en noodzakelijk zijn. Voor dergelijke kosten pleegt het bepaalde in de artikelen 237 tot en met 240 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering al een vergoeding in te sluiten. De rechtbank zal de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten daarom afwijzen.

7.6.

[gedaagde] zal als de grotendeels in het in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van de VvE begroot op € 316,-- aan vastrecht, € 85,98 aan kosten deurwaarder en € 1.130,-- aan salaris van de advocaat (2,5 punten, tarief II à € 452,-).

in reconventie

7.7.

[gedaagde] heeft betoogd dat de VvE aansprakelijk is voor de door hem geleden schade, aangezien deze schade volgens [gedaagde] het rechtstreekse gevolg is van nalatigheid van de zijde van de VvE. De VvE heeft het standpunt van [gedaagde] gemotiveerd betwist. Gelet op deze betwisting had het op de weg van [gedaagde] gelegen zijn standpunt (nader) te onderbouwen. [gedaagde] heeft echter nagelaten om ook maar enigszins aan te geven waarop de aansprakelijkheid van de VvE is gebaseerd en hoe de VvE zou zijn tekortgeschoten in het nakomen van eventueel op haar rustende verplichtingen. Nu [gedaagde] ten aanzien zijn standpunt betreffende de aansprakelijkheid voor schade niet heeft voldaan aan de op hem rustende stelplicht, ligt de vordering reeds daarom voor afwijzing gereed.

De rechtbank overweegt voorts ten overvloede dat de enkele vermelding van [gedaagde] dat hij schade heeft geleden, welke standpunt hij niet met bewijsstukken anders dan een brief van eigen hand heeft onderbouwd, onvoldoende is om te komen tot de conclusie dat [gedaagde] het bestaan van schade of de mogelijkheid van schade voldoende aannemelijk heeft gemaakt. Ook om die reden ligt de vordering voor afwijzing gereed.

7.8.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de vordering van [gedaagde] dient te worden afgewezen. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van het geding, tot op heden begroot op € 452,-- aan salaris van de advocaat.

8 De beslissing

De rechtbank

in conventie

8.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan de VvE te betalen een bedrag van EUR € 15.884,30 (vijftienduizend achthonderdvierentachtig euro en dertig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 15.188,00 vanaf 29 mei 2009;

8.2.

verwijst [gedaagde] in de kosten van het geding tot heden aan de zijde van de VvE begroot op € 316,-- aan vastrecht, € 85,98 aan kosten deurwaarder en € 1.130,-- aan salaris van de advocaat;

8.3.

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie

8.4.

wijst het gevorderde af;

8.5.

verwijst [gedaagde] in de kosten van het geding tot heden aan de zijde van de VvE begroot op € 452,-- aan salaris van de advocaat;

8.6.

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Troost en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2010.1

1 type: RMTcoll: JFA