Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BM3641

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
23-12-2009
Datum publicatie
07-05-2010
Zaaknummer
1049374 DX EXPL 09-280
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Effectenlease-overeenkomst; bindend advies DSI; uitleg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

zaak- en rolnummer: 1049374 DX EXPL 09-280

vonnis van: 23 december 2009

f.no.: 639

Vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eisende partij,

nader te noemen: [eiser],

procederend in persoon,

t e g e n

de naamloze vennootschap Dexia Bank Nederland N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

nader te noemen: Dexia,

gemachtigde: Swier & Van der Weijden Gerechtsdeurwaarders.

De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 11 mei 2009, met producties;

- de conclusie van antwoord van Dexia, met producties.

Bij tussenvonnis van 2 september 2009 is een comparitie bepaald die heeft plaatsgevonden op 22 oktober 2009. Ter comparitie zijn verschenen [eiser] in persoon, en van de zijde van Dexia mr. N. Ben Alaam en mr. J.R. van Staveren. Van hetgeen is besproken ter comparitie heeft de griffier aantekening gehouden. Voorafgaand aan deze comparitie zijn door [eiser] per fax van 7 september 2009 een akte uitlating na tussenvonnis met producties en door Dexia per fax van 7 oktober 2009 aanvullende stukken ingediend, welke thans tot de processtukken behoren.

1.2. Daarna is vonnis bepaald op heden.

Gronden van de beslissing

2. De feiten

2.1. Dexia is de rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchere N.V., alsmede van Legio Lease B.V. (hierna: Labouchere of Legio Lease). Waar hierna sprake is van Dexia worden haar rechtsvoorgangsters daaronder mede begrepen.

2.2 [eiser] heeft een viertal effectenleaseovereenkomsten met Dexia gesloten waaronder de volgende (hierna: overeenkomst B):

Contractnr. Datum Naam overeenkomst Leasesom Looptijd Termijnbedrag

[nr] 16-3-1998 WinstVerDriedubbelaar € 42.139,71 36 mnd € 226,56

2.3. Aan het einde van de looptijd van overeenkomst B zijn de geleasete effecten op 9 maart 2001 verkocht. De overeenkomst is met een positief resultaat van € 4.518,67 geëindigd, welk bedrag Dexia aan [eiser] heeft uitgekeerd. Op grond van de overeenkomst heeft [eiser] in totaal € 7.929,25 aan termijnen (rente) aan Dexia betaald en heeft Dexia € 31,93 aan dividenden aan [eiser] uitbetaald.

2.4. [eiser] heeft met betrekking tot de effectenleaseovereenkomsten klachten tegen Dexia voorgelegd aan de Klachtencommissie DSI (hierna: DSI). Op 30 mei 2008 heeft DSI hierover een bindend advies uitgesproken (hierna: het bindend advies). In het bindend advies wordt [eiser] aangeduid als “Belanghebbende” en Dexia als “de Deelnemer”.

2.5. De uitspraak van DSI, zoals opgenomen aan het slot van het bindend advies luidt, voor zover van belang, als volgt:

“De Commissie besluit om de klacht voorzover deze ziet op overeenkomsten A en C niet in behandeling nemen, en stelt voorts het bindend advies vast dat de Deelnemer binnen de termijn van één maand na verzending van een afschrift van dit bindend advies aan partijen aan Belanghebbende betaalt

- hetgeen hij hem méér hebben voldaan dan 50 procent van het bedrag dat in de overeenkomsten B en D is genoemd als rente tijdens de looptijd, als hiervóór onder 8.1 omschreven, derhalve rekening houdend met eventuele bij de overeenkomsten bepaalde kortingen op de rente, doch verminderd met aan Belanghebbende uitgekeerde dividenden of andere soortgelijke voordelen uit de geleasde effecten;

- rente over het aan Belanghebbende te betalen bedrag, gelijk aan de wettelijke rente en berekend zoals hiervóór onder 8.2. genoemd;

en voorts

(..).”

2.6. Overweging 8.2. van het bindend advies luidt als volgt:

“Voorts voert het voorgaande tot de slotsom dat de Deelnemer aan Belanghebbende dient terug te betalen 50 procent van de in overeenkomsten B en D genoemde bedragen die hij aan rente heeft voldaan. Op dit aan belanghebbende terug te betalen bedrag mag de Deelnemer evenwel in mindering brengen de dividenden en soortgelijke andere voordelen die bij het ten uitvoer leggen van dit bindend advies aan belanghebbende zullen zijn uitgekeerd”.

2.7. De klacht met betrekking tot “overeenkomst D” heeft Dexia, overeenkomstig het bindend advies en naar tevredenheid van [eiser], blijkens haar brief aan [eiser] van 24 juli 2008 afgewikkeld als volgt:

“Door Dexia te voldoen:

- 50% van de door cliënt betaalde rente;

- De betaalde restschuld, indien deze nog niet is voldaan wordt deze thans kwijtgescholden;

- Minus alle uitkeringen die de cliënt uit hoofde van de overeenkomsten heeft ontvangen;

- Wettelijke rente tot en met datum uitbetaling;

(..)”.

In dezelfde brief schrijft Dexia aan [eiser] dat op grond van deze berekening met betrekking tot overeenkomst B geldt dat de einduitkering die [eiser] heeft ontvangen aan het einde van de looptijd hoger is dan het bedrag dat Dexia aan hem zou dienen te voldoen.

2.8. Bij fax van 6 augustus 2008 heeft [eiser] aan Dexia laten weten met deze berekening met betrekking tot overeenkomst B niet akkoord te kunnen gaan.

2.9. [eiser] heeft een kopie van zijn fax van 6 augustus 2008 aan DSI gestuurd. DSI heeft [eiser] in reactie daarop bericht dat zij geen toezicht houdt op de tenuitvoerlegging van bindende adviezen.

3. Vorderingen [eiser]

3.1. [eiser] vordert, kort weergegeven, bij vonnis, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

- te verklaren voor recht dat Dexia het bindend advies niet, dan wel niet volledig,

dan wel niet op juiste wijze, dan wel niet binnen de daarvoor gestelde termijn heeft

nageleefd;

- Dexia te veroordelen tot betaling aan hem van € 5.000,- inclusief de tot aan de dagvaarding verschenen wettelijke rente en incassokosten, doch te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;

- Dexia te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

4. Standpunten [eiser]

4.1. [eiser] stelt dat Dexia niet volledig, dan wel niet op juiste wijze heeft voldaan aan de verplichtingen die op grond van het bindend advies op haar rusten. Hij voert daartoe het volgende aan. Dexia heeft niet binnen de in het bindend advies bepaalde termijn van één maand na verzending daarvan aan partijen volledig voldaan aan het bindend advies. Er zijn meer dan twee maanden verstreken voordat slechts een gedeelte van het door Dexia verschuldigde was uitbetaald. In het bindend advies wordt zowel in de uitspraak als in overweging 8.2 aangegeven dat Dexia slechts de (uitgekeerde) dividenden en andere soortgelijke voordelen uit de geleasete effecten in mindering mag brengen op het bedrag dat [eiser] op grond van het bindend advies toekomt. Onder de in de tekst van het bindend advies genoemde “andere soortgelijke voordelen” valt niet de bij het einde van de overeenkomst uitgekeerde einduitkering. DSI heeft in een ander bindend advies naast “uitgekeerde dividenden of andere soortgelijke voordelen uit de geleasde effecten” ook uitdrukkelijk genoemd “uit hoofde van de overeenkomst behaalde resultaten”. De conclusie moet dan ook zijn dat DSI dit laatste in het bindend advies van [eiser] bewust niet heeft opgenomen. Dexia heeft derhalve ten onrechte de op grond van overeenkomst B betaalde einduitkering in mindering gebracht op de uitkering aan [eiser].

4.2. Voorts brengt Dexia ten onrechte zowel het bruto-dividend als de dividendbelasting in aftrek op het uit te keren bedrag. Ten slotte heeft Dexia volgens [eiser] de wettelijke rente niet conform het bindend advies uitbetaald.

5. Standpunten Dexia

5.1. Dexia betwist dat zij niet heeft voldaan aan het bindend advies en dat zij nog enig bedrag aan [eiser] zou zijn verschuldigd. Dexia voert daartoe het volgende aan. Hoewel DSI in het bindend advies geen definitie van “geleden nadeel” geeft, moet nadeel redelijkerwijs worden gekwalificeerd als de som van hetgeen [eiser] uit hoofde van de overeenkomst heeft betaald minus hetgeen hij uit hoofde van dezelfde overeenkomst van Dexia heeft ontvangen. Als de ontvangen einduitkering buiten beschouwing wordt gelaten, zou [eiser] ongerechtvaardigd worden verrijkt. Door de uitkering na beëindiging buiten beschouwing te laten zou de totale som van baten en kosten niet de daadwerkelijke situatie weergeven. Dat de totale som van kosten en baten in ogenschouw dient te worden genomen is conform het uitgangspunt dat door de rechtspraak in de aan Dexia bekende effectenleasezaken wordt gehanteerd. Ook is één en ander in lijn met de gedachtegang van DSI dat de overeenkomsten niet tot stand zouden zijn gekomen indien Dexia wel aan haar bancaire zorgplicht zou hebben voldaan. Dat in het bindend advies de positieve uitkering niet specifiek wordt genoemd, doet volgens Dexia niet af aan het feit dat deze uitbetaling onder “soortgelijke andere voordelen” in de schadeberekening dient te worden meegenomen.

5.2. Van het dubbel verrekenen van dividendbelasting is volgens Dexia geen sprake.

De dividendbelasting moet in mindering worden gebracht op het te ontvangen bedrag, want deze heeft [eiser] kunnen terugvorderen van de Belastingdienst.

5.3. Dexia betwist gemotiveerd dat zij de wettelijke rente niet op correcte wijze heeft berekend en dat zij niet binnen een redelijke termijn op correcte wijze uitvoering heeft gegeven aan het bindend advies.

6. Beoordeling

6.1. Partijen verschillen van mening over hoe het bindend advies van DSI moet worden uitgelegd. Kern van het geschil is de vraag of het door Dexia aan [eiser] uitgekeerde positieve eindresultaat van overeenkomst B op grond van het bindend advies al dan niet in mindering moet worden gebracht op de vergoeding die Dexia op grond van het bindend advies aan [eiser] moet betalen.

6.2. Het bindend advies is een vaststellingsovereenkomst in de zin van art. 7:900 BW. Aangezien het bindend advies afkomstig is van een derde, DSI, zal dit moeten worden uitgelegd aan de hand van een objectieve uitleg, zoals ook het geval is bij bijvoorbeeld cao’s en pensioenreglementen, dat wil zeggen aan de hand van de bewoordingen van het bindend advies, de aannemelijkheid van de ene of de andere interpretatie en de bedoeling van de bindend adviseurs voor zover die volgt uit de tekst van het bindend advies. Anders dan [eiser] stelt is voor de uitleg van het bindend advies niet alleen de letterlijke tekst van de uiteindelijke uitspraak, maar zijn ook de elders in het bindend advies gebruikte formuleringen van belang.

6.3. Met toepassing van de hiervoor onder rechtsoverweging 6.2. weergegeven maatstaf, brengt een redelijke uitleg van het bindend advies mee dat ook de positieve uitkering die [eiser] bij het einde van de overeenkomst heeft ontvangen in mindering moet worden gebracht op de vergoeding die Dexia op grond van het bindend advies aan [eiser] moet betalen. Voor deze uitleg heeft de kantonrechter vooral gekeken naar de volgende overwegingen in het bindend advies (onderstrepingen toegevoegd):

Rechtsoverweging 5.9:

“(..) Het is aannemelijk dat Belanghebbende, indien hij zich rekenschap had gegeven van de omstandigheid dat hij onder ongunstige omstandigheden zijn geld kon verliezen en in voorkomend geval zelfs nog zou moeten bijbetalen, de overeenkomsten niet zou hebben gesloten. Het nadeel dat hij door het aangaan van de overeenkomsten heeft geleden vormt schade die in beginsel voor vergoeding in aanmerking komt.”

Rechtsoverweging 6.3:

“Er is derhalve aanleiding een deel van de door Belanghebbende geleden schade voor zijn eigen rekening te laten (..)”.

Rechtsoverweging 6.4:

“(..) dat bij het bepalen van de mate waarin partijen de schade behoren te dragen geen toepassing behoort te worden gegeven aan de primaire causaliteitsmaatstaf van art. 6:101, eerste lid BW, doch de billijkheid gebiedt die schade als volgt over belanghebbende en de Deelnemer te verdelen.”

Uit deze overwegingen komt naar voren dat DSI van oordeel is dat Dexia aan [eiser] een deel van de door hem geleden “schade” of het door hem geleden “nadeel” moet vergoeden. Bij de vaststelling van de “schade” en het “nadeel” op grond van een overeenkomst kunnen redelijkerwijs de voordelen op grond van diezelfde overeenkomst die daar tegenover staan niet buiten beschouwing worden gelaten. Uit niets blijkt dat DSI met de positieve einduitkering bewust geen rekening heeft willen houden.

6.4. In overweging 6.5.b van het bindend advies overweegt DSI bovendien dat bij de berekening van het door de Dexia te dragen deel van de schade tevens rekening moet worden gehouden met (dividend)uitkeringen aan [eiser] uit hoofde van de geleasete effecten en met fiscaal voordeel. Rechtsoverweging 6.5b. van het bindend advies luidt, voor zover van belang, als volgt:

“Indien deze rentebetalingen rechtstreeks zouden zijn aangewend voor de verwerving van gangbare aandelen zou dat in het slechtste geval, en met name ten aanzien van de betalingen (termijnen) die in de eerste jaren na 2000 zijn gedaan, tot een aanzienlijk verlies hebben kunnen voeren, waarbij bovendien nog transactie- en administratiekosten voldaan hadden moeten worden. Daar zouden dividenden tegenover hebben gestaan, maar bij een precieze berekening van het door de Deelnemer te dragen deel van de schade zal eveneens rekening gehouden moeten worden met (dividend)uitkeringen aan Belanghebbende uit hoofde van de geleasde effecten. Bij precieze berekening van de schade zou daarnaast rekening moeten worden gehouden van de mogelijkheid dat de aan de Deelnemer betaalde debetrente Belanghebbende een fiscaal voordeel heeft opgeleverd. (..)”

Niet valt in te zien dat DSI met het woord “(dividend)uitkeringen” in deze context niet (ook) een eventuele einduitkering voor ogen oog heeft gehad. Dat DSI elders in het bindend advies de omschrijving “dividenden en andere soortgelijke voordelen” gebruikt doet hier niet aan af.

6.5. Hoewel [eiser] kan worden gevolgd in zijn standpunt dat de einduitkering niet kan worden aangemerkt als “soortgelijk aan dividend”, strookt deze opvatting niet met de strekking van het bindend advies dat Dexia aan [eiser] een gedeelte van de door hem geleden schade dient te vergoeden.

6.6. Al het voorgaande leidt tot de conclusie dat Dexia op grond van het bindend advies ten aanzien van overeenkomst B geen betalingsverplichtingen jegens [eiser] heeft. Immers, hoewel [eiser] op grond van het bindend advies in beginsel recht heeft op 50% van het bedrag dat hij op grond van overeenkomst B aan rente (termijnen) heeft betaald, te weten € 3.964,60 (= 50% van € 7.929,25), moet op dit bedrag vervolgens in mindering worden gebracht de positieve uitkering die [eiser] op grond van de overeenkomst heeft ontvangen ten bedrage van € 4.518,67 en het bedrag van € 31,93 aan dividenden. De kantonrechter verwijst voor deze berekening in het bijzonder naar overweging 8.2 van het bindend advies die op dit punt niet voor tweeërlei uitleg vatbaar is (zie 2.6). Dit betekent dat het door Dexia op grond van het bindend advies aan [eiser] te betalen bedrag nihil is.

6.7. Nu [eiser] op grond van de hiervoor gegeven berekening geen recht heeft op betaling van enig bedrag, kan in het midden blijven of Dexia terecht ook de dividendbelasting heeft afgetrokken op het uit te keren bedrag. Aangezien de vorderingen van [eiser] worden afgewezen, wordt aan de beoordeling van zijn vordering ten aanzien van de wijze waarop Dexia de wettelijke rente heeft berekend niet toegekomen

6.8. Gelet op de uitkomst van de procedure zal [eiser] worden veroordeeld in de proceskosten.

Beslissing

De kantonrechter:

I. wijst de vorderingen af;

II. veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure aan de zijde van Dexia gevallen, tot op heden begroot op:

- voor verschuldigd griffierecht € 208,00

- voor salaris van gemachtigde € 400,00

totaal: € 608,00

een en ander, voor zover verschuldigd, inclusief btw;

III. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 december 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter