Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BL9326

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
02-12-2009
Datum publicatie
29-03-2010
Zaaknummer
1032876 DX EXPL 09-168
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Effectenlease-overeenkomst; Dexia-Aanbodovereenkomst; ; artikel 1:88 BW; verjaring; stelplicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

zaak- en rolnummer: 1032876 DX EXPL 09-168

vonnis van: 2 december 2009

f.no.: 694

Vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eisende partij,

nader te noemen [eiseres],

gemachtigde: mr. G. van Dijk (Leaseproces),

t e g e n

de naamloze vennootschap DEXIA BANK NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

nader te noemen Dexia,

gemachtigde: Swier & Van der Weijden Gerechtsdeurwaarders.

De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 13 maart 2009, met producties;

- de conclusie van antwoord van Dexia, met producties;

- het tussenvonnis van 10 juni 2009;

- de akte na tussenvonnis van Dexia, met producties;

- de akte uitlating na tussenvonnis van [eiseres];

- de abusievelijk genomen akte incidentele conclusie van antwoord van [eiseres];

- de antwoord-akte van Dexia;

- de antwoord-akte van [eiseres], met productie;

Bij tussenvonnis van 14 oktober 2009 is een comparitie bepaald die heeft plaatsgevonden op 4 november 2009. Ter comparitie zijn verschenen [eiseres] in persoon, vergezeld van haar echtgenoot [echtgenoot] (hierna: [echtgenoot]) en bijgestaan door diens gemachtigde mr. K. Oosterbaan en van de zijde van Dexia de heer [vertegenwoordiger gedaagde], bijgestaan door mr. P.G. Shriemissier. Van hetgeen besproken is ter comparitie heeft de griffier aantekening gehouden. Voorafgaand aan deze comparitie zijn door [eiseres] op 16 oktober 2009 een akte uitlating na tussenvonnis met productie en door Dexia per fax van 22 oktober en 3 november 2009 aanvullende stukken ingediend, welke thans tot de processtukken behoren.

1.2. Daarna is vonnis bepaald op heden.

Gronden van de beslissing

2. De feiten

Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

2.1. Dexia is de rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchere N.V., alsmede van Legio Lease B.V. (hierna: Labouchere of Legio Lease). Waar hierna sprake is van Dexia worden haar rechtsvoorgangsters daaronder mede begrepen.

2.2 [echtgenoot] heeft de volgende lease-overeenkomsten (hierna: de lease-overeenkomst) ondertekend waarop hij als lessee stond vermeld, met als wederpartij Dexia:

Nr Contractnr. Datum Naam overeenkomst Leasesom Looptijd Termijnbedrag

I [nr 1] 11-09-1997 Feestplan € 45.669,46 120 maanden € 227,12

II [nr 2] 16-12-1999 Korting Kado € 49.192,77 120 maanden € 226,93

III [nr 3]

(Verlenging) 07-07-2000 WinstVerDriedubbelaar € 47.224,68 36 maanden € 227,51

IV [nr 4]

(Verlenging) 14-11-2000 WinstVerDriedubbelaar € 47.161,44 36 maanden € 227,20

V [nr 5] 10-11-2000 Feestplan € 45.607,46 120 maanden € 226,81

VI [nr 6] 13-11-2000 WinstVer10Dubbelaar € 60.681,50 120 maanden € 226,89

De in de procedure betrokken lease-overeenkomsten zullen hierna als individuele

overeenkomst worden aangeduid met het betreffende nummer uit de linker kolom van bovenstaande tabel en gezamenlijk als ‘de lease-overeenkomsten’.

2.3. Voor wat betreft het in totaal aan Dexia betaalde bedrag, het totaalbedrag aan ontvangen en/of verrekende dividenden en andere gegevens per lease-overeenkomst wordt verwezen naar de aan dit vonnis gehechte bijlage (hierna: de bijlage).

2.4. Dexia heeft met betrekking tot de lease-overeenkomsten eindafrekeningen opgesteld met de volgende resultaten:

Nr. Datum eindafrekening Resultaat Betaald op

I 11-09-2007 - € 4.171,66 € 2.781,25 betaald op 04-12-2007 (na aftrek Duisenbergregeling).

II Nog lopend.

III 06-07-2006 - € 5.935,24 € 4.096,80 betaald op 15-08-2006 (na aftrek Duisenbergregeling).

IV 09-11-2006 - € 16.025,04 € 10.763,85 betaald (na aftrek Duisenbergregeling).

V Nog lopend.

VI Nog lopend.

2.5. [eiseres] heeft [echtgenoot], met wie zij ten tijde van het aangaan van de lease-overeenkomsten was gehuwd, geen (schriftelijke) toestemming verleend voor het aangaan van de lease-overeenkomsten.

2.6. Bij brief van 10 februari 2003 (hierna: de vernietigingsbrief) heeft [eiseres] met een beroep op artikel 1:89 BW de lease-overeenkomsten vernietigd en terugbetaling gevorderd van alle door [echtgenoot] betaalde termijnen binnen een termijn van 14 dagen.

2.7. [echtgenoot] en [eiseres] hebben op 29 maart 2003, door Dexia ontvangen op 3 april 2003, het aanmeldingsformulier van de zogenoemde “Overeenkomst Dexia Aanbod” (hierna: het Dexia Aanbod) gezamenlijk ondertekend zonder daarbij aan te kruisen of ze het Dexia Aanbod accepteren of niet. Deze overeenkomst bood [echtgenoot] bepaalde mogelijkheden voor de wijze waarop een eventuele restschuld na het einde van de looptijd van een lease-overeenkomst kon worden voldaan. Dexia heeft vervolgens op 27 mei 2003 een brief aan [echtgenoot] verzonden waarin zij aangeeft dat [echtgenoot] niet volledig op het Dexia Aanbod heeft gereageerd en dat inmiddels de termijn is verstreken waarbinnen hij zich voor het Dexia Aanbod had kunnen aanmelden. In deze brief geeft zij vervolgens aan dat de aanmeldingstermijn voor het Dexia Aanbod zal worden verlengd met daarbij het verzoek een nieuw aanmeldingsformulier Dexia Aanbod (hierna: aanmeldingsformulier) volledig ingevuld en ondertekend binnen een bepaalde termijn retour te zenden. Vervolgens heeft [echtgenoot] het aanmeldingsformulier op 10 juni 2003 wederom getekend en het Dexia Aanbod geaccepteerd, ditmaal zonder de handtekening van zijn echtgenote [eiseres].

2.8. Het Dexia Aanbod (waarin [echtgenoot] als “Deelnemer” wordt aangeduid en [eiseres] als “Betrokken partij”) luidt – voor zover van belang – als volgt:

“Artikel 1 Algemene Bepalingen

[ ]

DA-Effectenlease-overeenkomst: Dexia Aanbod Effectenlease-overeenkomst: de effectenlease-overeenkomst(en) tussen Deelnemer en Dexia waarvoor het Dexia Aanbod geldt [ ]

[ ]

NDA-Effectenlease-overeenkomst: Niet Dexia Aanbod Effectenlease-overeenkomst: de (eventuele) effectenlease-overeenkomst(en) tussen Deelnemer en Dexia waarvoor de verruimde mogelijkheden van het Dexia Aanbod niet gelden [ ]

[ ]

Artikel 5 Verklaringen van Deelnemer en afstand van recht

Artikel 5.1 Verklaringen van Deelnemer

5.1.1. Deelnemer verklaart dat hij een eventueel door of namens hem tegen Dexia [ ] gerichte klacht die betrekking heeft op, of verband houdt met, die effectenlease-overeenkomst(en) intrekt of doet intrekken.

5.1.2. Deelnemer verklaart dat hij terzake van de DA-Effectenlease-overeenkomst(en) en/of de NDA-Effectenlease-overeenkomst(en) afstand doet van alle door of namens hem of te zijnen behoeve door derden jegens Dexia [ ] gepretendeerde rechten (met inbegrip van maar niet beperkt tot enig recht op schadevergoeding of vernietiging) uit hoofde van of verband houdende met die effectenlease-overeenkomst(en) [ ].

5.1.3. Deelnemer verklaart dat hij op geen enkele wijze een beroep zal doen op een eventueel in het kader van of samenhangende met een groepsactie in de zin van artikel 3:305a van het Burgerlijk Wetboek tegen Dexia en/of enige tussenpersoon te wijzen rechterlijke uitspraak die betrekking heeft op of verband houdt met effectenlease. [ ]

5.1.4. Deelnemer verklaart dat hij rechthebbende is ten aanzien van de in de artikelen 5.1.1, 5.1.2 en 5.1.3 bedoelde vorderingen en rechten en dat hij ook overigens alle bevoegdheden bezit die zijn vereist om bovengenoemde verklaringen effectief te kunnen afleggen.

[ ]”.

Artikel 5.2 Verklaringen van betrokken Partij (echtgeno(o)t(e)/geregistreerd partner en wettelijk vertegenwoordiger(s) van Deelnemer)

5.2.1. De bepalingen van dit artikel 5.2 zijn van toepassing indien (I) Deelnemer gehuwd is,

[ ]

5.2.2. De Betrokken Partij verleent, voor zover rechtens vereist, Deelnemer toestemming voor het aangaan van deze overeenkomst.

5.2.3. De Betrokken Partij verklaart dat hij met betrekking tot de door Deelnemer met Dexia afgesloten DA-Effectenlease-overeenkomst(en) en NDA-Effectenlease-overeenkomst(en) eventueel door of namens Betrokken Partij tegen Dexia [ ] gerichte klacht die betrekking heeft op, of verband houdt met, die effectenlease-overeenkomst(en) intrekt of doet intrekken.

5.2.4. De Betrokken Partij verklaart dat hij met betrekking tot de door Deelnemer met Dexia afgesloten DA-Effectenlease-overeenkomst(en) en de NDA-Effectenlease-overeenkomst(en) afstand doet van alle door of namens hem of te zijnen behoeve door derden jegens Dexia [ ] gepretendeerde rechten (met inbegrip van maar niet beperkt tot enig recht op schadevergoeding of vernietiging) uit hoofde van of verband houdende met die effectenlease-overeenkomst(en).

5.2.5. De Betrokken Partij verklaart dat hij:

a. met betrekking tot de door Deelnemer met Dexia afgesloten DA-Effectenlease-overeenkomst(en) en NDA-Effectenlease-overeenkomst(en) geen gerechtelijke of buitengerechtelijke procedures tegen Dexia noch tegen enige bij de totstandkoming van één of meer van die effectenlease-overeenkomsten betrokken tussenpersonen zal aanvangen;

[ ]”

3. Vorderingen [eiseres]

3.1 [eiseres] vordert dat bij vonnis, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht wordt verklaard dat de lease-overeenkomsten door de vernietigingsbrief buitengerechtelijk zijn vernietigd, althans deze te vernietigen, en Dexia te veroordelen tot (terug)betaling van al hetgeen in het kader van de lease-overeenkomsten is betaald, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot aan de dag van algehele terugbetaling. Voorts vordert [eiseres] dat Dexia de registratie van [echtgenoot] bij het Bureau Kredietregistratie te Tiel ongedaan maakt. Ten slotte vordert [eiseres] Dexia te veroordelen tot betaling van de (werkelijke) proceskosten.

4. Standpunten [eiseres]

4.1 [eiseres] stelt, voor zover voor de beoordeling van belang, dat de lease-overeenkomsten moeten worden aangemerkt als huurkoop in de zin van artikel 7A:1576h BW en derhalve als koop op afbetaling in de zin van artikel 7A:1576 BW en dus haar toestemming behoefden ingevolge artikel 1:88 lid 1 sub d BW. Omdat zij deze (schriftelijke) toestemming niet heeft verleend, heeft zij de lease-overeenkomsten rechtsgeldig kunnen vernietigen.

5. Standpunten Dexia

Dexia stelt zich primair op het standpunt dat de vorderingen van [eiseres] moeten worden afgewezen, althans dat [eiseres] niet ontvankelijk is in haar vordering. Voorts stelt zij zich op het standpunt dat de lease-overeenkomsten WinstVerDriedubbelaar en WinstVer10Dubbelaar (III, IV en VI) niet kunnen worden aangemerkt als huurkoop bij gebrek aan aflevering. Dexia stelt dat artikel 1:88 BW dientengevolge niet op deze drie lease-overeenkomsten van toepassing is zodat van vernietigbaarheid als bedoeld in artikel 1:89 BW geen sprake is. Ten slotte stelt Dexia dat de vordering tot vernietiging van de lease-overeenkomsten I en II is verjaard.

6. Beoordeling

Dexia Aanbod

6.1. Dexia heeft allereerst aangevoerd dat [eiseres] niet ontvankelijk moet worden geacht in haar vordering. [echtgenoot] en [eiseres] hebben gezamenlijk het Dexia Aanbod aanvaard en hiermee een vaststellingsovereenkomst gesloten. Daarmee hebben zij afgezien van de mogelijkheid om eventuele klachten over de lease-overeenkomsten aan de rechter voor te leggen. Uit de gang van zaken omtrent de twee aanmeldingsformulieren blijkt dat zowel [echtgenoot] als [eiseres] de intentie hadden akkoord te gaan met de voorwaarden van het Dexia Aanbod. Het aankruisen van het hokje ‘ja’ was slechts een formaliteit.

6.2. [eiseres] heeft hiertegen aangevoerd dat [eiseres] en [echtgenoot] op het eerste aanmeldingsformulier niet hebben aangegeven dat zij akkoord wensten te gaan met het Dexia Aanbod. Het was hun bedoeling het aanbod niet te accepteren. Bovendien heeft Dexia bij brief van 27 mei 2003 te kennen gegeven dat met het formulier van 29 maart 2003 geen overeenkomst tot stand is gekomen. Het tweede formulier is vervolgens niet door [eiseres] ondertekend. [eiseres] heeft aan haar echtgenoot uitdrukkelijk te kennen gegeven dat zij niet akkoord wenste te gaan met de Dexia Aanbod en om deze reden het formulier niet wilde ondertekenen. Bovendien was zij in die periode al in contact met Stichting Eegalease (hierna: Eegalease), die haar hebben aangeraden geen enkele overeenkomst met Dexia aan te gaan, zodat zij al haar rechten zou behouden. [echtgenoot] heeft het aanbod op dat moment toch geaccepteerd, uit angst voor het feit dat Dexia de aanzienlijke restschuld volledig en zonder gespreide betaling op zou vorderen. Het is nooit de intentie van [eiseres] geweest akkoord te gaan met het Dexia Aanbod en zij heeft ook nooit een dergelijke intentie aan Dexia kenbaar gemaakt. Derhalve is zij van mening dat zij niet aan het Dexia Aanbod is gebonden, waardoor het recht op een beroep op 1:88 en 1:89 BW haar onverkort toe komt.

6.3. Gezien de datum van de door Eegalaease opgestelde vernietigingsbrief, te weten 10 februari 2003 en de datum van het eerste aanmeldingsformulier, te weten 24 maart 2003, komt het de kantonrechter aannemelijk voor dat [eiseres] al vóór het eerste aanmeldingsformulier door Eegalease was geadviseerd het Dexia Aanbod niet te ondertekenen. Nu Dexia in haar brief van 27 maart 2003 aan [echtgenoot] nader uitstel heeft verleend tot het accepteren van het Dexia Aanbod en zij hem voor de tweede maal een aanmeldingsformulier heeft toegestuurd mochten [echtgenoot] en [eiseres] ervan uit gaan dat zij op dat moment niet aan het Dexia Aanbod waren gebonden. Bovendien was Dexia er na ontvangst van het eerste formulier van op de hoogte dat [echtgenoot] een echtgenote had en hadden zij er zelf op kunnen toezien dat zij ook het tweede formulier zou (mede)ondertekenen. Uit het voorgaande volgt dat het Dexia Aanbod enkel door [echtgenoot] is ondertekend en derhalve niet aan toewijzing van de vorderingen in de weg staat.

Huurkoop en artikel 1:88/1:89 BW

6.4. Dexia heeft aangevoerd dat er ten aanzien van lease-overeenkomst III, IV en VI geen sprake is van aflevering en derhalve niet van huurkoop. Hieromtrent overweegt de kantonrechter als volgt. Zoals Dexia terecht opmerkt moet in een geval van levering van aandelen onder de opschortende voorwaarde dat volledige betaling heeft plaatsgevonden onder aflevering worden verstaan dat aan de wederpartij van Dexia het genot van de aandelen wordt verschaft. Daarvan is in ieder geval sprake indien [echtgenoot] het volledige risico van de waardeontwikkeling van de effecten droeg en hij krachtens de lease-overeenkomst recht had op het uit de aandelen voortvloeiende dividend (zie Hoge Raad van 28 maart 2008, LJN BC2837). Naar het oordeel van de kantonrechter is dit in casu het geval.

6.5. Dat [echtgenoot], zoals Dexia heeft aangevoerd, naast de maandelijkse termijnen een premie verschuldigd is en de dividenden in mindering worden gebracht op deze premie, maakt dit niet anders. Immers, in een dergelijk geval geniet [echtgenoot] het aan het dividend verbonden voordeel door middel van vermindering van zijn betalingsverplichting. Derhalve is sprake van verkrijging van het genot van de aandelen en mitsdien van aflevering. Hieruit volgt dat ook in dit geval sprake is van huurkoop. Dit betekent dat artikel 1:88 lid 1 onder d BW op de lease-overeenkomsten van toepassing is, zodat [echtgenoot] voor het aangaan van de lease-overeenkomsten de toestemming van [eiseres] behoefde. Nu volgens artikel 7A:1576i BW huurkoop bij akte wordt aangegaan, diende deze toestemming ook schriftelijk te worden gegeven (vgl. het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 1 maart 2007, LJN AZ9721, rov 2.12.3 en het reeds genoemde arrest van de Hoge Raad van 28 maart 2008). Aangezien deze schriftelijke toestemming ontbreekt, had [eiseres] de bevoegdheid een beroep te doen op de hier bedoelde vernietigbaarheid.

Verjaring

6.6. Dexia beroept zich er ten aanzien van lease-overeenkomst I en II op dat het vernietigingsrecht van artikel 1:89 BW is verjaard. De verjaringstermijn voor een beroep op dit vernietigingsrecht is op grond van artikel 3:52 lid 1 sub d BW drie jaar. De termijn vangt aan op het moment dat degene aan wie de bevoegdheid tot vernietiging toekomt bekend wordt met de overeenkomst. Niet noodzakelijk is dat deze bekend is met de juridische kwalificatie van die overeenkomst (vgl. HR 5 januari 2007, LJN AY8771 en Gerechtshof Amsterdam, 19 mei 2009, LJN BI 4359). Van belang is derhalve wanneer [eiseres] bekend was met het bestaan van de lease-overeenkomsten.

6.7. Op Dexia rust de stelplicht en bewijslast ten aanzien van het beroep op verjaring.

6.8. Ter onderbouwing van haar beroep op verjaring heeft Dexia allereerst aangevoerd dat er in de Nederlandse gezinsverhoudingen van uitgegaan mag worden dat de echtgenoot er steeds van op de hoogte is wanneer de partner investeringen als de onderhavige doet. Deze stelling is echter naar het oordeel van de kantonrechter in haar algemeenheid onvoldoende om bekendheid van [eiseres] met de beslissing van [echtgenoot] tot het aangaan van de lease-overeenkomsten aan te nemen. De kantonrechter verwijst in dit verband naar het eerdergenoemde arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 19 mei 2009.

6.9. Daarnaast heeft Dexia aangevoerd dat het in Nederlandse gezinsverhoudingen gebruikelijk is dat een echtpaar een zogenoemde en/of-rekening heeft die op hun beider naam staat. Aan deze stelling wordt voorbijgegaan, nu Dexia dit niet nader heeft onderbouwd, terwijl [eiseres] heeft aangegeven dat de betalingen op grond van de lease-overeenkomsten juist plaatsvonden van (en naar) een rekening die alleen op naam van [echtgenoot] stond.

6.10. [eiseres] heeft voorts tegen de stellingen van Dexia aangevoerd dat [echtgenoot] de contracten zonder haar medeweten heeft afgesloten en haar hierover lange tijd niet heeft geïnformeerd. [eiseres] en [echtgenoot] voeren, zoals door hen genoemd, “een traditioneel Christelijke huishouding” waarbij [eiseres] geen bemoeienis had met de privé-rekening van [echtgenoot]. Pas omstreeks 2002 heeft [echtgenoot] [eiseres] op de hoogte gesteld van de overeenkomsten. Omdat [echtgenoot] erg stil werd heeft [eiseres] hem gevraagd wat er speelde. Daarop heeft hij haar ingelicht.

6.11. Zoals de kantonrechter op de comparitie al heeft aangegeven, heeft Dexia haar stelling dat ten aanzien van lease-overeenkomst I en II het vernietigingsrecht is verjaard, onvoldoende onderbouwd, zodat daaraan voorbij wordt gegaan en aan bewijslevering niet wordt toegekomen. Het beroep op verjaring wordt verworpen en er moet derhalve van worden uitgegaan dat [eiseres] de lease-overeenkomsten tijdig, dat wil zeggen, binnen drie jaar nadat zij van het bestaan ervan op de hoogte raakte, rechtsgeldig heeft vernietigd.

6.12. Nu de lease-overeenkomsten rechtsgeldig zijn vernietigd dienen alle betalingen van [echtgenoot] aan Dexia op grond van de lease-overeenkomsten te worden gerestitueerd, verminderd met hetgeen [echtgenoot] op grond van die overeenkomsten van Dexia heeft ontvangen, zoals uitgekeerde dividenden. Op grond van artikel 1:89 lid 5 BW kan [eiseres] alle uit de nietigheid voortvloeiende rechtshandelingen instellen, die [echtgenoot] ook zou kunnen instellen. De vordering van [eiseres] dat alle betalingen voortvloeiende uit het aangaan van de lease-overeenkomsten dienen te worden terugbetaald komt derhalve voor toewijzing in aanmerking.

Voor de bedragen wordt verwezen naar hetgeen op de bijlage bij dit vonnis is vermeld onder ‘betaald’, ‘ontvangen dividenden’ en ‘te ontvangen’.

Wettelijke rente

6.13. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar over het door Dexia te restitueren bedrag vanaf het moment waarop Dexia met de terugbetaling in verzuim is geraakt. Uitgaande van de in de vernietigingsbrief genoemde betalingstermijn van 14 dagen vanaf de dagtekening van de brief, is Dexia op 24 februari 2003 in verzuim geraakt. De wettelijke rente zal daarom worden toegewezen vanaf 24 februari 2003 over het totaal van de voor die datum door [echtgenoot] aan Dexia gedane betalingen verminderd met het totaal van de voor die datum door [echtgenoot] van Dexia ontvangen uitkeringen (waaronder dividenden). Over de na 24 februari 2003 door [echtgenoot] aan Dexia gedane betalingen is wettelijke rente verschuldigd met ingang van de dag van elke betaling, verminderd met de over de na 24 februari 2003 door [echtgenoot] van Dexia ontvangen uitkeringen (waaronder dividenden) berekende wettelijke rente vanaf de dag van ontvangst van die uitkeringen.

Verrekening

6.14. Volgens Dexia heeft [echtgenoot] de garantie van artikel 5.1.4 van het Dexia Aanbod geschonden. In verband met de schending van deze garantie zou Dexia een vordering tot schadevergoeding op [echtgenoot] hebben, waarvan de omvang noodzakelijkerwijs gelijk is aan het bedrag dat [eiseres] in verband met de vernietiging zou worden toegewezen. Dexia heeft zich in dit verband beroepen op verrekening van deze vordering op [echtgenoot] met de vordering die [eiseres] op Dexia heeft.

6.15. De kantonrechter overweegt hieromtrent als volgt. Zonder nadere toelichting, die evenwel ontbreekt, valt niet in te zien dat Dexia een tegenvordering op [echtgenoot] zou hebben welke voor verrekening in aanmerking komt. Immers, onduidelijk is welke in artikel 5.1.4. van het Dexia Aanbod opgenomen garantie door [echtgenoot] zou zijn geschonden, nu noch door, noch namens hem een vordering is ingesteld.

BKR registratie

6.16. Nu [echtgenoot] ingevolge dit vonnis geen betalingsverplichtingen jegens Dexia meer heeft, zal de vordering met betrekking tot de BKR-registratie voor leaseovereenkomst II, V en IV worden toegewezen met dien verstande dat de gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd en de termijn waarbinnen Dexia aan haar na te melden verplichting moet voldoen zal worden gesteld op veertien dagen na betekening van dit vonnis.

6.18. Nu Dexia ten aanzien van lease-overeenkomst I, III, IV onweersproken heeft gesteld dat er ten aanzien van deze lease-overeenkomsten geen registratie (meer) bestaat wordt de vordering met betrekking tot de BKR-registratie afgewezen wegens gebrek aan belang.

Overige stellingen

6.17. De overige stellingen van partijen behoeven geen behandeling meer.

Proceskosten

6.18. Gelet op de uitslag van de procedure dient Dexia te worden veroordeeld in de kosten van het geding.

Buitengerechtelijke kosten

6.19. Voor zover [eiseres] buitengerechtelijke kosten vordert worden deze afgewezen nu onvoldoende is gesteld of gebleken dat werkzaamheden zijn verricht anders dan ter voorbereiding van processtukken en instructie van de zaak. Voor zover [eiseres] vergoeding vordert van kosten voor het bij derden opvragen van bescheiden behoren deze tot de in artikel 241 Rv bedoelde kosten, en derhalve tot de proceskosten.

Uitvoerbaar bij voorraad

6.20. Er is bij afweging van de belangen van beide partijen bij de onderhavige uitspraak onvoldoende aanleiding het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Beslissing

De kantonrechter:

I. verklaart voor recht dat artikel 1:88 BW op de lease-overeenkomsten van toepassing is en dat de lease-overeenkomsten buitengerechtelijk zijn vernietigd;

II. veroordeelt Dexia aan [eiseres] te betalen € 118.365,59, te vermeerderen met de wettelijke rente over het totaal van de voor 24 februari 2003 door [echtgenoot] aan Dexia gedane betalingen verminderd met het totaal van de voor die datum door [echtgenoot] van Dexia ontvangen uitkeringen, vanaf 24 februari 2003 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede te vermeerderen met de wettelijke rente over elke na 24 februari 2003 aan Dexia verrichte betaling vanaf het moment van betaling, verminderd met de wettelijke rente over de na die datum van Dexia ontvangen uitkeringen vanaf het moment van ontvangst, tot aan de dag der algehele voldoening;

III. veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure aan de zijde van [eiseres] gevallen, tot op heden begroot op:

- voor verschuldigd griffierecht € 208,-

- voor salaris van gemachtigde € 2.100,-

totaal: € 2.308,-

een en ander, voor zover verschuldigd, inclusief btw;

IV. veroordeelt Dexia om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het Bureau Krediet Registratie te Tiel te berichten dat [echtgenoot] geen verplichtingen uit de lease-overeenkomsten II, V en VI meer heeft, op straffe van een dwangsom van € 100,00 voor elke dag dat Dexia niet aan deze veroordeling voldoet tot een maximum van € 10.000,00;

V. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

VI. wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. C.L.J.M. de Waal, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 december 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Bijlage bij vonnis d.d. 2-12-09

Rolnummer DX 09-168

Overzicht van de gegevens per overeenkomst

Alle bedragen zijn vermeld in euro's.

totaal

ontvangen te

nr. contractnr betaald dividenden ontvangen

I [nr 1] 10.957,21 4.880,46 6.076,75

II [nr 2] 27.004,67 5.747,14 21.257,53

III [nr 3] 20.250,01 2.859,06 17.390,95

IV [nr 4] 27.065,55 739,30 26.326,25

V [nr 5] 24.495,48 1.458,60 23.036,88

VI [nr 6] 24.277,23 24.277,23

-

Totaal 118.365,59

-

-