Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BL8946

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
02-12-2009
Datum publicatie
25-03-2010
Zaaknummer
405058 - HA ZA 08-2228
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2011:BP3899, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

verkoop stuk grond, erfpachtovereenkomst, Westermoskee, misbruik van omstandigheden, dwaling en bedrog

Gedaagde wil een moskee bouwen voor haar Turkse gemeenschap in Amsterdam en heeft daartoe in samenwerking met een woningbouwvereniging bouwplannen uitgewerkt. Ook de gemeente Amsterdam is bij dit project betrokken. Gedaagde had het perceel grond, waarop de moskee is gepland, in eigendom. Dit perceel heeft gedaagde in 2005 voor 6,13 miljoen euro verkocht aan de Gemeente, die dit vervolgens aan gedaagde in erfpacht heeft terug gegeven. T.a.v. de koopprijs van 6,13 miljoen euro kwamen gedaagde en de Gemeente overeen dat 3 miljoen euro in depot zou worden gegeven bij de notaris en dat dit depotbedrag, vanaf het moment dat er bruikbare bouwvergunningen voor de moskee zouden zijn afgekomen, ter beschikking van gedaagde zou zijn voor het betalen van stichtingskosten. De Gemeente heeft het bedrag van 3 miljoen euro aan de notaris in depot gegeven, maar gedaagde heeft van haar zijde niet willen mee werken aan het vestigen van de overeengekomen erfpacht. Wel heeft gedaagde de overeengekomen canonbedragen aan de Gemeente betaald. De vorderingen van de Gemeente komen erop neer dat gedaagde haar verplichtingen uit de erfpachtovereenkomst dient na te komen en een begin dient te maken met de realisering van de Westermoskee. De Gemeente stelt zich daarbij op het standpunt met de koopsom van 6,13 miljoen euro meer aan gedaagde te hebben betaald dan de waarde van de grond, opdat het voor gedaagde mogelijk zou worden om dit project te realiseren. Gedaagde daarentegen meent dat de gemeente willen en wetens en in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, de redelijkheid en billijkheid in het algemeen en het recht de belangen van gedaagde en haar aandeelhouders heeft geschaad door de grond voor veel minder te kopen dan de werkelijke waarde. De Gemeente heeft zich volgens gedaagde verrijkt ten koste van de geloofsgemeenschap. Gedaagde bestrijdt daarom dat er een rechtsgeldige overeenkomst met de Gemeente tot stand is gekomen en beroept zich op misbruik van omstandigheden, dwaling en bedrog. De vorderingen van de Gemeente stuiten hierop af, aldus gedaagde. De reconventionele vorderingen van gedaagde hielden onder meer in dat het beslag, dat door de gemeente op het depot was gelegd, werd opgeheven en voorts een verklaring voor recht dat de Gemeente zich jegens haar onrechtmatig had gedragen. Het oordeel van de rechtbank komt er in hoofdzaak op neer dat gedaagde haar stellingen niet heeft aangetoond en de rechtbank stelde de Gemeente, zowel in conventie als in reconventie, dan ook grotendeels in het gelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 405058/ HA ZA 08-2228

Vonnis van 2 december 2009

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE AMSTERDAM

zetelende te Amsterdam,

e i s e r e s in conventie,

v e r w e e r s t e r in reconventie,

advocaat: mr. E.A. Minderhoud,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BELEGGINGSMAATSCHAPPIJ MANDEREN B.V.,

gevestigd te Maarn,

g e d a a g d e in conventie,

e i s e r e s in reconventie,

advocaat: mr. A. Köker.

Partijen zullen hierna de Gemeente en Manderen worden genoemd.

1. Verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de op 7 augustus 2008 aan Manderen uitgebrachte dagvaarding met producties,

- de conclusie van antwoord in conventie tevens inhoudende conclusie van eis in reconventie met producties (van Manderen);

- het tussenvonnis van 26 november 2008, waarbij een comparitie-zitting is bepaald;

- de op 19 maart 2009 plaatsgevonden comparitie-zitting, waarvan proces-verbaal is opgemaakt en de daarin genoemde stukken, waaronder de conclusie van antwoord in reconventie, tevens incidentele conclusie houdende vordering ex artikel 843a Rv en/of de artikelen 22 en 162 eerste lid Rv met productie;

- de beschikking van 22 april 2009 van de wrakingskamer van deze rechtbank, waarbij het wrakingsverzoek van Manderen is afgewezen;

- de voortzetting van de comparitie op 15 september 2009, waarvan proces-verbaal is opgemaakt; de Gemeente heeft op deze zitting haar akte houdende wijziging van eis van in de hoofdzaak met producties genomen en de advocaten van partijen hebben de zaak aan de hand van overgelegde aantekeningen (de Gemeente) en pleitnota (Manderen) toegelicht;

- de akte na comparitie (van Manderen).

Vervolgens is bepaald dat uitspraak zal worden gedaan.

2. De feiten`

In conventie en in reconventie:

a Bij akte van 18 maart 1994 heeft Manderen een stuk grond gekocht gelegen aan de Baarsjesweg 199, te Amsterdam (hierna het Riva-terrein) voor een bedrag van fl. 3,3 miljoen met de bedoeling om daarop een moskee te realiseren voor de Turkse gemeenschap in Amsterdam (hierna: de Westermoskee).

b Vanaf 2000 zijn tussen Manderen, de woningbouwvereniging Het Oosten en/of de Gemeente verschillende overeenkomsten gesloten ten behoeve van de ontwikkeling en realisering op het Riva-terrein van een groot aantal woningen en bedrijfsruimten, een ondergrondse parkeergarage en de Westermoskee.

Een van die overeenkomsten betreft de in 2002 gesloten “projectovereenkomst voor- malig Riva-terrein, De Baarsjes”, waarvan artikel 4.5 luidt als volgt:

Manderen verbindt zich reeds nu jegens het Stadsdeel om, indien onverhoopt de in lid 3 van dit artikel bedoelde overeenkomst tussen Het Oosten en Manderen zal worden beëindigd op de voet van artikel 10 lid 2 letter d van die overeenkomst, niettemin op het in artikel 1.1 bedoelde terrein een sloop/nieuwbouwplan te zullen realiseren. Het stadsdeel verbindt zich in dat verband reeds nu jegens Manderen alsdan mee te werken aan vaststelling voor dat sloop-/nieuwbouwplan van maximaal hetzelfde RO-programma (dat wil zeggen dezelfde aantallen vierkante meters bestemmingen) als bij het Plan, indien juridisch noodzakelijk via een artikel 19-procedure.

c In opdracht van stadsdeel De Baarsjes heeft het Ontwikkelingsbedrijf Gemeente Amsterdam een taxatierapport, gedateerd 15 juni 2004, uitgebracht waarin een bouwplan voor het Riva-terrein, exclusief moskee¸is getaxeerd op € 3.415.000,--.

d Op 13/14 december 2005 zijn partijen en woningbouwvereniging Het Oosten de zo geheten Kaderovereenkomst (hierna: de Kaderovereenkomst) aangegaan, waarbij Manderen het Riva-terrein aan de Gemeente heeft verkocht, en tevens is overeengekomen dat gedeelten van het Riva-terrein door de Gemeente aan het Oosten en Manderen in erfpacht zullen worden uitgegeven.

NB: Als rechtsopvolgster onder algemene titel is de woningbouwvereniging Stadgenoot nadien in de plaats getreden van het Oosten. De woningbouwvereniging zal in het navolgende door de rechtbank als Stadgenoot worden aangeduid.

In de Kaderovereenkomst zijn partijen onder meer het navolgende overeengekomen:

Artikel 1 Grondtransacties (inhoud)

1.1

Manderen (…) leveren het Perceel aan de Gemeente. De Gemeente geeft daarop volgend de grond ten behoeve van de voorziene moskee in erfpacht uit aan Manderen (…)

1.2

De Transacties vinden plaats tegen prijs en condities, zoals opgenomen in de bijgevoegde erfpachtaanbiedingen en koopovereenkomst. De bijgevoegde erfpachtaanbiedingen d.d. 30 november en koopovereenkomst(en) d.d. 30 november maken deel uit van de Overeenkomst.

(...)

De uitgangspunten van de Overeenkomst worden hieronder nog eens verwoord:

(…)

b. Manderen draagt het economisch eigendom over aan de Gemeente voor een koopprijs van € 6.130.000,--. (…) Manderen wendt de koopsom aan ter realisering van de bouw van een moskee.

(…)

d. alle Partijen accepteren onvoorwaardelijk de inhoud van de erfpachtaanbiedingen, die als bijlagen bij deze Overeenkomst zijn opgenomen. De totale grondwaarde van deze erfpachtaanbiedingen is gelijk aan de koopprijs en bedraagt € 6.130.000,--.

(…)

Artikel 2 Grondtransacties (timing)

(…)

2.3

De erfpachtuitgifte van de grond onder de moskee aan Manderen (…) vinden op 21 december plaats; of zoveel later als sprake is van een bruikbare bouwvergunning.

2.4

De bij de transporten betrokken notaris zal dusdanig worden geïnstrueerd, dat ter gelegenheid van de economische en juridische levering van het Perceel aan de Gemeente een bedrag van € 3.000.000,-- bij de notaris of een bank in depot zal worden gehouden. Op het moment dat sprake is van bruikbare bouwvergunningen ten behoeve van de moskee, de woningen, de bedrijfsruimte en de parkeergarage staat genoemd depot ter beschikking van Manderen ter voldoening van gemaakte stichtingskosten (door overlegging van facturen aan de beheerder van het depot).

2.5

Indien uiterlijk 31 december 2009 niet alle benodigde bouwvergunningen onherroepelijk zijn, zal het depot teruggestort worden aan de Gemeente Amsterdam ter uitvoering van de ongedaanmakingsverplichting en als bedoeld in artikel 3.2. e.v. van de Overeenkomst.

(…)

Artikel 3 Duur en beëindiging

(…)

3.2

De Overeenkomst wordt van rechtswege ontbonden, wanneer uiterlijk op 31 december 2009 geen sprake is van alle vorenbedoelde bruikbare bouwvergunningen. In dat geval ontstaat voor Partijen een ongedaanmakingsverplichting, zodanig dat de eigendomsverhoudingen weer zo worden als zij waren ten tijde van het aangaan van deze Overeenkomst, met dien verstande dat door de Gemeente het Perceel in volle eigendom aan Manderen wordt overgedragen. (…)

De Gemeente ontvangt daarbij van Manderen het volledige bedrag van de koopsom, zijnde € 6.130.000,-- terug. (…)

Voor zover op het moment van ontbinding uit deze Overeenkomst voortvloeiende leveringen nog niet hebben plaatsgevonden, ontslaan Partijen elkaar van hun verplichting daaraan mee te werken. (…)

e In de tot de Kaderovereenkomst behorende erfpachtvoorwaarden is onder meer het navolgende bepaald:

ERFPACHTVOORWAARDEN

De uitgifte in erfpacht zal geschieden onder de Algemene bepalingen voor voortdurende erfpacht 2000 Amsterdam, vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam bij besluit nummer 689 d.d. 15 november 2000 (verder te noemen Algemene bepalingen).

(…)

Naast de Algemene bepalingen zullen de volgende bijzondere bepalingen van kracht zijn:

(…)

2.a Het terrein en het daarop gebouwde zijn bestemd tot 1114 m² bvo religieuze voorzieningen;

2.b De erfpachter is verplicht het terrein en het daarop gebouwde overeenkomstig de onder 2a. genoemde bestemming te gebruiken;

(…)

4.a De erfpachter is verplicht met de bebouwing van het terrein aan te vangen binnen zes maanden na ingangsdatum van de erfpacht en dient vervolgens voortvarend met de bouw voort te gaan.

(…)

VASTSTELLING INGANGSDATUM ERFPACHT

De ingangsdatum van de erfpacht wordt bepaald op 1 december 2005.

(…)

FINANCIËLE GEGEVENS

De totale grondwaarde voor het u hierbij in erfpacht aangeboden terrein bedraagt € 2.090.396,00 excl. BTW. Deze grondwaarde is gebaseerd op de in bijzondere bepaling 2a. opgenomen bestemmingen te weten: religieuze bestemmingen.

De Algemene Bepalingen bieden de volgende betalingsmogelijkheden, waarbij de canon steeds in halfjaarlijkse termijnen bij vooruitbetaling verschuldigd is:

(…)

2. Canon 10 jaar vast

De canon bedraagt € 99.920,93. Deze canon is gebaseerd op de bovengenoemde grondwaarde en een canonpercentage van 4,78.

(…)

Betalingen erfpacht

Betalingen van de canon of afkoopsom is verschuldigd met ingang van de datum, dat het recht ingaat dan wel tussen partijen geacht wordt te zijn ingegaan. (…)

f De Gemeente heeft een formulier “Bericht van Acceptatie” overgelegd, dat handgeschreven is ingevuld en voorzien van een handtekening, waarvan de inhoud onder meer luidt als volgt:

Ondergetekende(n) (1) [A]

handelend voor (2) Beleggingsmaatschappij Manderen B.V.

in zijn/haar/hun kwaliteit van (3) Directeur

(…)

verklaart/verklaren zich akkoord met de erfpachtaanbieding, zoals gedaan door het Ontwikkelingsbedrijf gemeente Amsterdam bij brief (nr. 2005011529) van 24 november 2005.

Voorts verklaart/verklaren ondergetekende(n) van de hieronder aangekruiste betalingsmogelijkheid gebruik te willen maken: (5)

(…)

X Canon 10 jaar vast

(…)

Plaats: : Amsterdam

Dagtekening : 01.12.2005

g Bij op 19 december 2005 voor notaris Binnenkade verleden notariële akte (hierna: de leveringsakte) is het Rivaterrein aan de Gemeente geleverd en heeft de Gemeente de eigendom daarvan verkregen. In deze leveringsakte zijn in artikel 5 onder meer de navolgende ontbindende voorwaarden opgenomen:

1. dat niet uiterlijk op 31 december 2009 een onherroepelijke bouwvergunning is verleend voor de bouw van een moskee, bedrijfsruimten, woningen en parkeerplaatsen op het/de perce(e)l(en). (...)

2. dat de onderstaande uitgiftes in erfpacht van onderhavige terreinen niet plaatsvinden:

a.

b. (...)

de gemeente geeft op éénendertig januari tweeduizend zes of zoveel eerder of later als partijen overenkomen, een stuk bouwrijpe grond uit aan Beleggingsmaatschappij Manderen B.V.: ter stichting van een moskee van circa éénduizendéénhonderd veertien vierkante meter (1.114 m²) bruto vloeroppervlak tegen een totale grondprijs van twee miljoen negentigduizend driehonderd zesennegentig euro (€ 2.090.396,00) kosten koper (omzetbelasting verschuldigd).

Voorts is in artikel 6 van de leveringsakte het navolgende bepaald:

Beleggingsmaatschappij Manderen B.V. verplicht zich bij deze jegens de gemeente Amsterdam dat zij een overeenkomst zal sluiten met de Vereniging Westermoskee Milli Görüs welke overeenkomst laatsgenoemde vereniging het recht geeft op het gebruik van de te bouwen moskee.

De leveringsakte is ingeschreven in de openbare registers.

h Ter uitvoering van de voorwaarde uit artikel 2.4 van de Kaderovereenkomst is

€ 3.000.000,-- van de koopsom van € 6.130.000,-- niet aan Manderen uitbetaald maar in depot gesteld bij notaris Binnenkade.

i In 2006 heeft binnen Manderen een bestuurswisseling plaatsgevonden, waarbij het huidige bestuur in de plaats is getreden van de voormalig directeur [A] (hierna: [A]).

j Na deze bestuurswisseling heeft notaris Binnenkade aan het nieuwe bestuur van Manderen verzocht om een nieuwe volmacht af te geven om de uitgifte in erfpacht door de Gemeente aan Manderen te kunnen effectueren, waarvoor de notaris reeds op 19 december 2005 een concept-akte gereed had gemaakt. Het nieuwe bestuur van Manderen heeft geweigerd om hieraan haar medewerking te verlenen.

k Wel heeft Manderen de verschuldigde jaarlijkse canon van € 99.920,93, gerekend vanaf 1 december 2005 - al dan niet naar aanleiding van invorderingsmaatregelen van de Gemeente - betaald. Het eerst volgende door Manderen verschuldigde canonbedrag wordt in december 2009 opeisbaar.

l De voor Manderen benodigde bouwvergunningen, ten aanzien waarvan in de Kaderovereenkomst en de leveringsakte bij wijze van ontbindende voorwaarde is bepaald dat die op uiterlijk 31 december 2009 onherroepelijk moeten zijn, zijn op 6 maart 2007 verleend en vervolgens vóór 31 december 2009 onherroepelijk geworden.

m Bij brief van 4 juni 2007 heeft wethouder [B] (Grondzaken en Ruimtelijke Ordening) de raadsleden van de raadscommissie ROW onder meer als volgt geïnformeerd over de gronddeal van de Westermoskee.

(...) Bij de planontwikkeling voor de Westermoskee bleek er volgens Manderen BV een probleem met de financiering. Externe financiers hadden moeite met de financiering van het onderdeel religieuze voorzieningen. Externe financiers kwalificeerden religieus vastgoed als niet courant. De gehele financiering van het project was hierdoor niet sluitend. Dit betekende dat ook de woningbouw op de locatie niet door zou gaan. Het stadsdeel heeft toen overwogen om een onteigeningsprocedure te starten indien partijen er niet uit kwamen. Het doel van deze onteigening was om verdere planvorming te realiseren.

Het Ontwikkelingsbedrijf heeft, op verzoek van het stadsdeel de Baarsjes en de andere partijen, een voorstel uitgewerkt om het financieringsprobleem op te lossen. Dit voorstel was dat de gemeente het Riva-terrein aan zou kopen van Manderen BV. Vervolgens zou dit terrein aan het Oosten en Manderen BV in erfpacht worden uitgegeven. De koopsom van de grond zou hierbij gelijk zijn aan de grondwaarden bij uitgifte in erfpacht. Er is dus geen taxatie geweest van de grond. Voor alle betrokken partijen was dit een acceptabel voorstel.

Het voorstel zou de gemeente dus per saldo geen geld kosten. Ook het Oosten en Manderen BV zouden met deze constructie geen geldelijk voordeel behalen. Een andere overweging was dat door op deze wijze te financieren de betrokken partijen geen beroep hoefden te doen op mogelijke financiering door externe (Islamitische) partijen, die door die financiering zeggenschap over de moskee zouden krijgen. (...)

Afwijking van het grondprijsbeleid

In december 2005 komt het tot een gronduitgifte. Het uitgangspunt is dat de koopsom van de grond zou gelijk is aan de grondwaarden bij uitgifte in erfpacht. Manderen B.V. stelde een financieringsbehoefte te hebben van ongeveer € 2 miljoen. De moskee kreeg hiertoe een grondwaarde van € 2.090.396. Dit is geen grondwaarde conform het gemeentelijk grondprijsbeleid. Als de grondwaarde wel volgens het gemeentelijk grondprijsbeleid was, zou de grondprijs € 145 per m² geweest zijn. Dit zou dan het volgende resultaat hebben opgeleverd:

? 1.114 m² kavel * € 145 = € 161.530

? werkelijke grondwaarde = € 2.090.396 -/-

verschil € 1.928.866

De reden voor het toepassen van een hogere grondwaarde ligt in het feit dat de gemeente hiermee Manderen BV tegemoet wilde komen, zodat het project met een moskee, woningen en bedrijfsruimte door zou kunnen gaan. De totale grondwaarde van de erfpachtuitgifte van € 6,13 miljoen zou dan gelijk zijn aan het verwervingsbedrag van de kavel. Manderen BV zou zodoende het bedrag van de grondwaarde kunnen gebruiken ter financiering van de bouw van de moskee terwijl de gemeente een dekking zou krijgen van dit bedrag in de vorm van een zakelijk recht van erfpacht. Manderen BV moet canon betalen over de grondwaarde. In feite is er dus sprake van een vorm van een lening van de kant van de gemeente ter dekking van de financieringsbehoefte van Manderen BV.

De overige onderdelen van de uitgifte in erfpacht kennen een grondprijs die past binnen de kaders van het gemeentelijk grondprijsbeleid zoals dat gold in 2005.

De bedragen

De koopsom van de grond was € 6,13 miljoen. (...)

De totale grondwaarde van de uitgifte in erfpacht van het geheel is € 6,13 miljoen. Dit bedrag zou gelijk zijn aan de totale koopsom van de grond, te weten € 6,13 miljoen. De verdeling van de grondwaarden was als volgt:

Bedragen uitgifte omschrijving

Totaal € 6,13 miljoen Grondwaarde erfpachtuitgifte totale plan (datum ingang erfpacht is 1 december 2005)

verdeling

€ 2.090.396 Grondwaarde moskee; jaarcanon is € 99.920,93 bij canonpercentage van 4,78% (10 jaar vast bedrag) Manderen

€ 4.039.604 Totale grondwaarde deel het Oosten; jaarcanon is € 141.421,69 bij canonpercentage van 3,48%

verdeeld in

€ 3,13 miljoen Grondwaarde 106 woningen het Oosten

€ 909.604 Grondwaarde bedrijfsruimte het Oosten

€ 0 Grondwaarde parkeren het Oosten

n Na daartoe verlof te hebben gekregen van de voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft Stadgenoot ten laste van Manderen conservatoir derdenbeslag laten leggen op het zich onder notaris Binnenkade bevindende depot, eerst op 27 september 2007 voor een bedrag van € 1.800.000,- en vervolgens op 18 juli 2008 aanvullend voor een bedrag van € 7.000.000,--.

o Ook de Gemeente heeft - na verkregen verlof - ten laste van Manderen conservatoir derdenbeslag laten leggen onder notaris Binnenkade, eerst op 11 maart 2008 voor een bedrag van € 5.385.742,-- en vervolgens op 19 maart 2009 aanvullend voor een bedrag van € 2.218.000,--.

p Door notaris C.P. Boodt is op 6 augustus 2008 in concept een verbeterde “akte van constatering vervallen ontbindende voorwaarde” aan partijen toegezonden met het verzoek om mee te werken aan de totstandkoming van deze akte. Manderen heeft hieraan niet haar medewerking willen verlenen.

q In een procedure tussen Stadgenoot en Manderen heeft deze rechtbank op 28 januari 2009 vonnis gewezen en heeft Manderen daarbij onder meer veroordeeld om aan Stadgenoot te betalen € 1.470.530,-- met rente en kosten.

r Op 20 maart 2009 heeft notaris Binnenkade, na betekening aan hem van het vonnis van 28 januari 2009, van het depot van € 3.000.000,-- een bedrag van € 2.471.849,02 gestort op de kwaliteitsrekening van de door Stadgenoot ingeschakelde deurwaarder.

s In de navolgende door Manderen overgelegde taxatierapporten is de onderhandse verkoopwaarde van het Riva terrein als volgt gewaardeerd:

- in het door makelaar [C] opgestelde taxatierapport van 29 oktober 2008 is de onderhandse verkoopwaarde van het Riva terrein op basis van “de huidige marksituatie” per ultimo 2005 gewaardeerd op € 10.880.000,--;

- in het door makelaar [D] opgestelde taxatierapport van 5 maart 2009 is de onderhandse verkoopwaarde van het Riva terrein, vrij van huur en per ultimo 2005, gewaardeerd op € 11.800.000,-- (= € 6.500.000,- + € 1.800.000,-- + € 2.500.000,-- + € 1.000.000,--).

t In een door Manderen tegen Stadgenoot aangespannen kort geding, waarin onder meer opheffing van de door Stadgenoot gelegde beslagen werd gevorderd, heeft de voorzieningenrechter bij vonnis van 25 juni 2009 de gevraagde voorzieningen geweigerd.

u Na kennisneming van dit vonnis heeft de notaris het restant van het depot (hoofdsom en rente) overgemaakt aan de door Stadgenoot ingeschakelde deurwaarder.

In conventie:

3. De vordering

De Gemeente heeft - na wijzigingen van eis - de navolgende vorderingen tegen Manderen ingesteld:

bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1a te verklaren voor recht dat Manderen gehouden is haar verplichtingen jegens de Gemeente uit hoofde van de erfpachtovereenkomst na te komen.

1b Manderen te veroordelen om binnen een termijn van drie maanden, althans binnen een door de Rechtbank te bepalen (redelijke) termijn, na betekening van dit vonnis een aanvang te maken met de realisering van de Westermoskee en deze moskee in één doorlopend bouwproces te voltooien, één en ander op verbeurte van een dwangsom van € 350.000,-- (zegge driehonderdvijftigduizend Euro) per dag of gedeelte van een dag dat Manderen in de nakoming van deze veroordeling tekort schiet, tot een maximum van € 3.500.000,-- (zegge drie miljoen vijfhonderdduizend Euro);

2 Manderen te veroordelen tot betaling aan de Gemeente van een bedrag van € 49.960,50 (zegge: negenenveertigduizend negenhonderdzestig Euro en vijftig eurocent) aan canon, verschuldigd per 1 juni respectievelijk 1 december van elk kalenderjaar tot en met 1 december 2015, thans voor het eerst verschuldigd per 1 december 2009, te vermeerderen met de handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW, althans te vermeerderen met de rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de respectievelijke vervaldagen van de door de Gemeente ter voldoening van de canonverplichting te zenden facturen, tot de dag der algehele voldoening;

3a Manderen te veroordelen om op een door de Gemeente in overleg met notaris mr. C.P. Boodt te bepalen en bij aangetekende brief dan wel deurwaarders- exploit aan Manderen nader mee te delen datum en tijdstip, te verschijnen ten kantore van de notaris om alsdan in persoon of bij gevolmachtigde mee te werken aan het totstandkomen van de notariële akte conform het concept van notaris C.P. Boodt van 6 augustus 2008 (productie 19) waarbij de waardeloosheid van de in artikel 5 aanhef en onder 1 en 2 beschreven ontbindende voorwaarden in de akte van levering van 19 december 2005, verleden voor mr. C. Binnenkade, notaris te Amsterdam, bij afschrift ingeschreven ten kantore van de Dienst voor het Kadaster en de Openbare registers te Amsterdam op 20 december 2005 in register Hypotheken 4 deel 19375, nummer 85, wordt geconstateerd en aan de inschrijving van deze akte in de daarvoor bestemde registers, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 500.000,-- (zegge: vijfhonderdduizend Euro) ineens, althans op verbeurte van een door de Rechtbank in goede justitie te bepalen dwangsom ineens en met bepaling dat, zodra de dwangsom door Manderen is verbeurd, deze uitspraak ingevolge artikel 3: 300 lid 2 BW in de plaats treedt van deze akte.

3b voor het geval de Rechtbank meent dat onderdeel III sub C onder (iii) van de concept-akte zich voor verbetering leent, dit onderdeel te doen luiden als volgt:

“(iii) De hiervoor in artikel II onder artikel 5 lid 2 sub b genoemde erfpachtuitgifte aan Manderen niet heeft plaatsgevonden en deze ontbindende voorwaarde met toepassing van artikel 6:23, eerste lid, BW geldt als niet vervuld, nu Manderen als partij die bij de niet-vervulling belang had, de vervulling heeft belet.”

4 Manderen met toepassing van artikel 612 Rv te veroordelen tot vergoeding van de door de Gemeente geleden en te lijden schade, nader op te maken bij staat.

5 Manderen te veroordelen in de kosten van het geding, die van de gelegde beslagen, de verlengingen ex artikel 700 lid 3 Rv en het nasalaris daaronder begrepen.

4. Het verweer

De verweren, waarmee Manderen deze vorderingen heeft bestredenen op grond waarvan zij tot afwijzing daarvan heeft geconcludeerd, heeft zij als volgt samengevat:

- Dat de Gemeente er niet in geslaagd is om aan te tonen dat er een leningsovereen- komst is noch zulks aannemelijk heeft gemaakt.

- Dat zij te veel voor de grond zou hebben betaald en dat ze evenmin heeft kunnen aantonen dat de lening daaruit zou volgen nu haar eigen taxatie en die van Manderen veel hogere waarden geven en de overige vaststaande gegevens, zoals de door de Gemeente gehanteerde grondprijs in De Baarsjes, juist het tegendeel bewijzen en aantonen dat er te weinig voor de grond is betaald in strijd met de afspraak dat de gemeentelijke grondprijzen zouden gelden voor de grondprijzen in het het project.

- Dat de Gemeente evenmin heeft kunnen aantonen dat er een erfpachtovereenkomst is uit hoofde waarvan haar vordering zou volgen.

- Dat aangetoond is dat de Gemeente valse althans verkeerde informatie heeft verschaft in deze procedure door onder andere te stellen dat er geen taxatierapport is opgesteld terwijl die er wel was.

- Dat de Gemeente samen met de ex-bestuurder heeft bewerkstelligd, althans deze ex-bestuurder in staat heeft gesteld om de aandeelhouders te benadelen, althans nog meer te benadelen.

- Dat de Gemeente de algemene beginselen van behoorlijk bestuur ernstig heeft geschonden en zich onrechtmatig heeft gedragen jegens Manderen en haar aandeelhouders.

- Dat de Gemeente bestuursrechtelijke rechtsregels heeft geschonden bij de uitoefening van haar privaatrechtelijke bevoegdheden waarbij zij zichzelf althans een derde heeft verrijkt ten koste van Manderen, diens aandeelhouders en de geloofsgemeenschap Milli Görüs.

- Dat de Gemeente zich onrechtmatig heeft bemoeid met de geloofsinrichting van de geloofsgemeenschap Milli Görüs, zoals zij zelf ook heeft toegegeven.

- Dat Manderen en haar aandeelhouders onmiskenbaar schade hebben geleden als gevolg van de handelingen van de Gemeente.

- Dat de hoogte van het bedrag waarvoor beslag is gelegd evenmin deugt, althans onvoldoende is onderbouwd.

- Dat de door de Gemeente gevreesde niet-nakoming van de door haar gestelde erfpachtovereenkomst ongegrond is.

- Dat de overige vorderingen van de Gemeente hun grondslag missen, althans dat ze door Manderen voldoende zijn weerlegd althans weersproken.

- Dat gebleken is dat de gelegde beslagen ondeugdelijk en onnodig zijn.

In reconventie:

5. De vordering

Manderen heeft de onderstaand weergegeven tegenvorderingen tegen de Gemeente ingesteld:

bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I PRIMAIR: gedaagde in reconventie te gelasten binnen 2 dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis voor opheffing te hebben zorg gedragen van het gelegde conservatoir beslag op het depot plus rente onder de notaris Binnenkade zodat er geen belemmering is voor de uitgifte van het depot plus rente;

SUBSIDIAIR: gedaagde in reconventie te gelasten binnen 2 dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis voor opheffing te hebben zorg gedragen van het gelegde conservatoir beslag op het depot plus rente voor het meerdere van € 1.75 miljoen, althans een door U.E.A: in goede justitie te bepalen bedrag, onder de notaris Binnenkade zodat er geen belemmering is voor de uitgifte van het meerdere van € 1.75 miljoen van het depot plus rente;

II te verklaren voor recht dat de Gemeente conform haar verplichtingen voortvloeiende uit artikel 4.5 van de Projectovereenkomst voormalig Riva-terrein De Baarsjes verplicht is om alle rechten die Stadgenoot inzake het project van de Gemeente heeft gekregen aan Manderen over te dragen althans volledige medewerking dient te verlenen bij de overdracht van die rechten zijnde in het bijzonder doch niet uitsluitend de verleende vergunningen ten behoeve van de bouw van het project, indien en zodra Manderen het deel van Stadgenoot uit het project kan en mag overnemen van de rechter dan wel van Stadgenoot vrijwillig zonder dat een rechterlijke uitspraak daaraan ten grondslag ligt;

III te verklaren voor recht dat de Gemeente zich jegens Manderen onrechtmatig heeft gedragen;

IV de Gemeente te veroordelen tot schadevergoeding aan Manderen nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

In conventie en in reconventie

Dat het de rechtbank Amsterdam, sector civiel, moge behagen bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad eiseres in conventie gelijk gedaagde in reconventie te veroordelen in de kosten van dit geding, het salaris van de advocaat inbegrepen.

6. Het verweer

Het verweer, waarmee de Gemeente deze vorderingen heeft bestreden, zal - voor zover daaraan wordt toegekomen - hierna in dit vonnis worden besproken en beoordeeld.

7. De beoordeling

In conventie en in reconventie:

7.1. De kern van het geschil van partijen betreft de koopsom van € 6.130.000,-- uit de Kaderovereenkomst (zie 2.d), die de Gemeente met Manderen is overeengekomen voor het Riva-terrein en aan Manderen heeft betaald en waarvoor de Gemeente op 19 december 2005 de eigendom van dat terrein heeft verkregen (zie 2.g).

7.2.Het standpunt van Manderen komt op het volgende neer. Zij stelt dat de Gemeente met het bedrag van € 6.130.00,-- geen reële prijs voor het Riva-terrein heeft betaald. Manderen verwijst daartoe onder meer naar de onder 2.s genoemde taxatierapporten, waarin de onderhandse verkoopwaarde is getaxeerd op € 10.880.000,-- respectievelijk op € 11.800.000,--. Ook blijkt dat volgens haar uit het in opdracht van de Gemeente opgestelde taxatierapport van 15 juni 2004 (zie 2.c). Door het Riva-terrein voor een te lage prijs te kopen heeft de Gemeente willen en wetens en in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, de redelijkheid en billijkheid in het algemeen en het recht de belangen van Manderen en haar aandeelhouders geschaad. Door de grond voor veel minder te kopen dan de werkelijke waarde heeft de Gemeente zich verrijkt ten koste van de geloofsgemeenschap. Bovendien blijkt uit de brief van wethouder [B] (zie 2.m) dat de Gemeente met de gronddeal een ander doel voor ogen heeft gehad dan zij steeds heeft gezegd. Uit die brief blijkt dat moest worden voorkomen dat externe (Islamitische) partijen zeggenschap over de moskee zouden krijgen. Met die partijen is bedoeld de organisatie Milli Görüs Europa, waarvan vier verenigingen de aandeelhouders van Manderen zijn. Volgens Manderen handelt de Gemeente aldus in strijd met het bepaalde in artikel 3:14 BW, waarin is bepaald dat het burgerlijk recht niet in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiekrecht mag worden uitgeoefend. Manderen stelt voorts vraagtekens bij het Bericht van Acceptatie (zie 2.f). Als enige verklaring daarvoor valt te bedenken dat de toenmalige directeur van Manderen, [A], is omgekocht of op andere oneigenlijke wijze onrechtmatig onder druk is gezet om dit acceptatie-formulier te ondertekenen. Verder is het onverklaarbaar dat het Bericht van Acceptatie is gedateerd 1 december 2005, terwijl de Kaderovereenkomst op die datum nog niet eens was ondertekend. Het Bericht van Acceptatie dient dan ook op echtheid te worden onderzocht. Aan de zijde van Manderen is nooit de wil aanwezig geweest om de grond aan de Gemeente te verkopen. Het was haar bedoeling om slechts een deel van de grond aan Stadgenoot te verkopen, maar de grond onder de moskee zou aan haar in eigendom verblijven. Op grond van het voorgaande bestrijdt Manderen dat er een rechtsgeldige overeenkomst met de Gemeente tot stand is gekomen en beroept zij zich op misbruik van omstandigheden, dwaling en bedrog. De vorderingen van de Gemeente stuiten hierop af, aldus Manderen.

7.3. Hetgeen de De Gemeente hiertegenover heeft gesteld kan als volgt worden samengevat. Het bedrag van € 6.130.000,-- was geen marktconforme prijs. Bij de planontwikkeling van de moskee had Manderen een financieringsprobleem. Om te zorgen dat de moskee er toch zou komen zijn partijen overeengekomen dat de koopsom van de grond gelijk zou zijn aan grondwaarden bij uitgifte in erfpacht. Die is vastgesteld op circa € 4.130.000,--. Door Manderen is aangegeven dat zij een financieringstekort van circa € 2.000.000,-- had. De Gemeente is bereid geweest het bedrag van € 4.130.000,-- te verhogen tot € 6.130.000,--. Hierbij stelde de Gemeente als voorwaarde dat de grondtransactie budgetneutraal voor haar zou uitpakken. Dit werd bereikt door de door Manderen te betalen canon mede af te stemmen op de in de koopsom begrepen financiering van € 2.000.000,--. De Gemeente verwijst in dit verband ook naar de brief van 4 juni 2007 van wethouder [B] (zie 2.m) waarin de grondtransactie aan de raadscommissie is toegelicht. Ten aanzien van het taxatierapport van 15 juni 2004 (zie 2.c), waarin de grond op een andere waarde is getaxeerd dan op het voormelde bedrag van € 4.130.000,--, is door de Gemeente toegelicht dat dit rapport is opgemaakt toen er nog sprake was van een deels ander, door Stadgenoot zelf op haar eigen grond te ontwikkelen plan. Ook het beroep van Manderen op de hogere grondwaarden in de twee in haar opdracht opgestelde taxatierapporten (zie 2.s) gaat volgens de Gemeente niet op. Aan die taxaties ligt namelijk een ander uitgangspunt ten grondslag dan het uitgangspunt op basis waarvan partijen de waarde destijds hebben bepaald op € 4.130.000,--. De door Manderen ingeschakelde taxateurs gaan ervan uit dat de Gemeente na de verwerving naar believen over de grond zou kunnen beschikken. Daarvan was hier geen sprake. De bestemming lag hier vast en betrof voor een deel woningen in de sociale sector, voorts een parkeergarage en een moskee. Bij deze bestemming wordt een lagere grondwaarde verkregen dan het geval zou zijn geweest bij een vrije onderhandse verkoop. Dit verklaart ook waarom de waarde van de ondergrondse parkeergarage door partijen op nihil werd gesteld en bij de bepaling van de grondwaarde van de moskee is uitgegaan van een niet commerciële grondprijs van € 145,-- per m². Het verwijt van Manderen dat zij heeft willen voorkomen dat Milli Görüs zeggenschap zou krijgen over de moskee, wijst de Gemeente als onbegrijpelijk en onjuist van de hand. In artikel 6 van de leveringsakte (zie 2.g) zijn partijen overeengekomen hetgeen Manderen en Milli Görüs destijds van plan waren. Die bepaling bevat geen aanwijzing over de wijze waarop de beoogde gebruiker Milli Görüs de islam wil uitdragen. Het betoog van Manderen rechtvaardigt in ieder geval niet het verzuim van Manderen in de nakoming van de erfpachtovereenkomst. De Gemeente vraagt niet meer dan dat Manderen haar afspraken nakomt, zo stelt zij.

7.4. De rechtbank stelt voorop dat Manderen haar stelling, dat de handtekening op het Bericht van Acceptatie niet door de toenmalige directeur van Manderen ([A]) is geplaatst, onvoldoende heeft onderbouwd. Het standpunt van Manderen komt erop neer dat zij zich, gezien de volgens haar lage koopsom, niet kan voorstellen dat [A] daarmee akkoord is gegaan. Enkel deze veronderstelling is echter onvoldoende voor het door Manderen verlangde echtheidsonderzoek van de handtekening van [A] op het Bericht van Acceptatie. Het is ook niet in geschil dat Manderen tot aan de bestuurswisseling binnen Manderen in 2006 werd vertegenwoordigd door [A] en dat de reeds in december 2005 tussen de Gemeente en [A] afgeronde onderhandelingen hadden geresulteerd in overeenstemming over de koop van de grond door de Gemeente en het vervolgens in erfpacht uitgeven van een gedeelte daarvan aan Manderen, zoals vastgelegd in de Kaderovereenkomst van 13/14 december 2005. Nu iedere aanwijzing ontbreekt voor de door Manderen gesuggereerde valsheid, moet het ervoor worden gehouden dat de handtekening op het Bericht van Acceptatie daarop door Manderen is geplaatst en dat hij daarmee namens Manderen akkoord is gegaan met de grondtransactie volgens de Kaderovereenkomst.

7.5. Ten aanzien van de tussen partijen overeengekomen koopsom van € 6.130.000,-- overweegt de rechtbank het volgende. Vooropgesteld wordt dat niet voldoende is weersproken dat partijen zijn overeengekomen dat de koopsom mede werd bepaald door de grondwaarde bij erfpacht. Verder geldt dat de waarde van een perceel grond afhankelijk is van meerdere factoren, waaronder de bestemming. Voor het Riva-terrein houdt deze bestemming in de bouw van een groot aantal woningen en bedrijfsruimten, een ondergrondse parkeergarage en de Westermoskee. Terecht wijst de Gemeente erop dat deze invulling van het Riva-terrein sterk bepaalt welke prijs aan de grond kan worden toegekend. Niet is gebleken dat in de taxatierapporten, waarop Manderen zich in dit verband heeft beroepen, (voldoende) rekening is gehouden met hetgeen is overeengekomen tussen partijen. Partijen zijn de koopsom van € 6.130.000,-- overeengekomen en de duidelijke toelichting van de Gemeente op de totstandkoming van dit bedrag is niet althans onvoldoende door Manderen weerlegd. Het valt dan ook niet in te zien waarom de Gemeente zich voorafgaand aan het sluiten van de Kaderovereenkomst met de aandeelhouders van Manderen over de koopsom zou hebben moeten verstaan. De stelling van Manderen dat de Gemeente met het aangaan van deze overeenkomst Manderen en haar aandeelhouders heeft benadeeld is in het licht van de totstandkoming van de gronddeal onvoldoende onderbouwd. [A] is de Kaderovereenkomst en de daarvan onderdeel uitmakende erfpachtovereenkomst als bevoegd vertegenwoordiger van Manderen aangegaan. Aldus is een rechtsgeldige overeenkomst tussen partijen tot stand gekomen, waaraan partijen zijn gebonden en die dient te worden nagekomen. De hiervoor besproken verweren, waarmee dit door Manderen is bestreden, worden dan ook als ongegrond verworpen.

7.6. Met haar verweer, dat de gemeente heeft willen voorkomen dat Millis Görüs zeggenschap over de moskee krijgt, richt Manderen zich - naar de rechtbank begrijpt - tegen het bepaalde in artikel 6 van de leveringsakte (zie 2.g). De rechtbank is van oordeel dat de aanwijzing van de Vereniging Westermoskee Milli Görüs als gebruiker van de te bouwen moskee geen strijd oplevert met het bepaalde in artikel 3:14 BW. Dat zou wel het geval kunnen zijn indien de vrijheid van godsdienst hierdoor in het gedrang komt. Die reikwijdte heeft deze bepaling niet. Ook dit verweer is ongegrond en wordt verwopen.

In conventie:

7.7. Op grond van de voorgaande overwegingen liggen de vorderingen van de Gemeente sub 1a en 1b voor toewijzing gereed.

7.8. Het onder sub 2 gevorderde is niet toewijsbaar. Tot december 2009 heeft Manderen de opeisbaar en verschuldigd geworden canonbedragen voldaan. Op 1 december 2009 is weliswaar het eerstvolgende canonbedrag van € 49.960,50 opeisbaar geworden, doch ten aanzien daarvan verkeert Manderen nog niet in verzuim en voor canonbedragen, die Manderen in de toekomst nog verschuldigd mocht worden, geldt dat er nog geen sprake is van opeisbaarheid en verzuim. Hierop stuit de door de Gemeente gevorderde betalingsveroordeling af.

7.9. Het sub 3a gevorderde ligt voor toewijzing gereed, nu Manderen op de zitting van 15 september 2009 uitdrukkelijk heeft erkend dat de bouwvergunning inmiddels onherroepelijk is verleend en dat op grond daarvan de ontbindende voorwaarde uit artikel 5 van de leveringsakte (zie 2.g) is vervallen. Manderen voegde hier ter zitting aan toe dat zij toch niet aan het verlijden van de akte van waardeloosheid zal meewerken omdat dat zou kunnen worden opgevat als een acceptatie van de gronddeal. In de rechtsoverwegingen 7.1 t/m 7.6 van dit vonnis is echter uiteengezet waarom Manderen gehouden is de met de Gemeente gesloten Kaderovereenkomst na te komen en daaruit volgt ook dat Manderen gehouden is om haar medewerking te verlenen aan het verlijden van de akte van waardeloosheid. De voormelde ontbindende voorwaarde is immers waardeloos geworden en ingevolge de artikelen 30 en 37 van de Kadasterwet dient dat te worden ingeschreven in de openbare registers. Het gevorderde sub 3a zal worden toegewezen, opdat de hier vereiste inschrijving zal kunnen plaatsvinden.

7.10. De toewijzing van het onder sub 3a gevorderde brengt met zich mee dat aan de alternatieve tekst onder 3b niet wordt toegekomen.

7.11. De Gemeente heeft de onder 4 gevorderde schadevergoeding, nader op te maken bij staat, als volgt toegelicht. Zij stelt omvangrijke schade te hebben geleden c.q. te leiden door de enorme hoeveelheid tijd en energie die haar diverse onderdelen (ontwikkelingsbedrijf, grondzaken, afdelingen vergunningen en afdeling beheer) en externe adviseurs (inclusief mediators) vanaf medio 2007 aan het project hebben moeten besteden. De precieze omvang van de totale schade zal eerst kunnen worden vastgesteld zodra de balans kan worden opgemaakt, reden waarom de vergoeding van deze schade wordt gevorderd nader op te maken staat.

7.12. Als verweer tegen dit onderdeel van de vordering van de Gemeente heeft Manderen onder meer aangevoerd dat de pogingen van de Gemeente om het geschil tussen Manderen en Stadgenoot op te lossen niet in deze zaak aangevoerd kunnen worden, nu zij die werkzaamheden geheel op eigen beslissing en absoluut niet op verzoek van Manderen heeft verricht en overigens waren die werkzaamheden ook niet gericht op het oplossen van het geschil. Voor zover de Gemeente daarnaast nog tijd en energie in deze zaak heeft gestoken heeft de Gemeente dat gedaan in de uitoefening van haar bestuursrechtelijke taken en op eigen initiatief, aldus Manderen.

7.13. De rechtbank is van oordeel dat de Gemeente niet althans onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij als gevolg van de weigering van Manderen om haar verplichtingen uit de Kaderovereenkomst na te komen schade heeft geleden, die heeft bestaan uit andere dan gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten en waartoe de op artikel 612 Rv gebaseerde vordering tot vergoeding van schade nader op te maken bij staat zich niet uitstrekt. Deze vordering van de Gemeente zal dan ook worden afgewezen.

7.14. Manderen zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het conventionele geding, de nakosten daaronder begrepen, die aan de zijde van de Gemeente worden begroot op:

- exploitkosten dagvaarding € 85,44

- vast recht € 902,--

- salaris advocaat: 2,5 punten à € 452,-- € 1.130,--

- nakosten advocaat € 131,--

Totaal € 2.248,44

Aangezien in reconventie zal worden geoordeeld tot opheffing van het beslag (zie de rechtsoverwegingen 7.15 en 7.16) dat de Gemeente heeft laten leggen op het bedrag aan depotgelden dat de door Stadgenoot ingeschakelde deurwaarder thans onder zich heeft, is in de kostenveroordeling in conventie geen bedrag voor beslagkosten opgenomen.

In reconventie:

7.15. Ten aanzien van de door Manderen onder sub I gevorderde opheffing van het conservatoir beslag dat de Gemeente ten laste van Manderen heeft laten leggen op het depot dat zich onder notaris Binnenkade bevond, wordt het volgende overwogen. Het staat vast dat de notaris dit depot inmiddels niet meer onder zich heeft. Na het in kort geding gewezen vonnis van 25 juni 2009 heeft de notaris het restant van het depot, dat hij toen nog onder zich had, overgemaakt naar de door Stadgenoot ingeschakelde deurwaarder. Ten onrechte verbindt de Gemeente hieraan de conclusie dat Manderen geen belang meer heeft bij haar vordering tot opheffing van het door de Gemeente gelegde beslag. Op grond van artikel 478 lid 1 heeft de deurwaarder het nog resterende bedrag van het depot onder zich voor de beide beslagleggers, Stadgenoot en de Gemeente. Omdat ook de Gemeente beslag op het depot heeft laten leggen kan zij op grond van artikel 481 lid 1 Rv verdeling daarvan verzoeken door een rechter-commissaris. Die mogelijkheid komt voor de Gemeente te vervallen, indien - zoals Manderen vordert - het beslag van De Gemeente wordt opgeheven. Alsdan kan alleen Stadgenoot zich verhalen op het depotbedrag, dat de deurwaarder onder zich heeft. Indien er in dat geval na volledige voldoening van Stadgenoot nog iets overblijft van het depotbedrag dan komt dat restant weer ter beschikking van Manderen te staan en daarin is het belang van Manderen gelegen.

7.16. Aan de beslagen die de Gemeente onder de notaris op het depotbedrag heeft laten leggen (zie 2.0), liggen haar verzoekschriften van 11 maart 2008 en 18 maart 2009 (het aanvullend beslag) ten grondslag. Op basis van de daarin gestelde vorderingen op Manderen uit hoofde van de kaderovereenkomst/erfpacht is aan de Gemeente toestemming verleend om de beslagen te leggen. In rechtsoverweging 7.8. is reeds overwogen dat Manderen niet in verzuim is met de betaling van de canon en dat op betaling van in de toekomst opeisbaar te worden canons nog geen aanspraak kan worden gemaakt. Ten aanzien van het aanvullend beslag, dat de Gemeente heeft laten leggen ter verzekering van de terugbetaling van het in de koopsom begrepen bedrag van € 1.928.866,-- (zie 2.m), geldt bovendien dat de Gemeente hiervoor geen vordering heeft ingesteld. Dit betekent dat Manderen met recht vordert dat de door de Gemeente gelegde beslagen worden opgeheven. De daartoe strekkende primaire vordering (onder I) van Manderen zal dan ook als na te melden worden toegewezen. Omdat het beslag van Stadgenoot nog steeds op het zich onder de deurwaarder bevindende restant van het depot bevindt, zal bij de opheffing van de beslagen niet - zoals door Manderen gevorderd - worden bepaald dat “er geen belemmering is voor de uitgifte van het depot plus rente”.

7.17. De toewijzing op het primair gevorderde betekent dat aan het onder I subsidiair gevorderde niet meer wordt toegekomen.

7.18. Aan de vordering sub II van Manderen ligt ten grondslag dat het in de procedure, die voor deze rechtbank tussen haar en Stadgenoot heeft gediend (rolnummer HA ZA 08-570), toen nog te wijzen vonnis voor recht zou worden verklaard dat er een uitkoopregeling tot stand was gekomen, waarbij Manderen in de plaats was getreden van Stadsgenoot. Zoals de Gemeente terecht heeft aangevoerd heeft de rechtbank in die procedure inmiddels vonnis gewezen op 28 januari 2009 en is deze vordering van Manderen daarin afgewezen. Nu derhalve niet is voldaan aan de voorwaarde, waaronder Manderen haar vordering sub II heeft ingesteld, is deze vordering niet toewijsbaar.

7.19. Aan haar vordering sub III legt Manderen - indien de rechtbank het goed begrijpt - het volgende ten grondslag. Manderen beticht de Gemeente van treiteren met als doel dat Manderen het realiseren van de moskee opgeeft en uit het project stapt. Nu dit door Manderen gestelde en door de Gemeente betwiste onrechtmatig gedrag niet is komen vast te staan, zal de hiertoe strekkende en door Manderen gevorderde verklaring voor recht en de daarmee samenhangende vordering tot schadevergoeding nader op te maken bij staat (de vordering sub IV) worden afgewezen.

7.20. De Gemeente zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het reconventionele geding, die aan de zijde van de Gemeente worden begroot op € 904,-- (= salaris advocaat: 2 punten € 452,--).

De beslissing

De rechtbank

In conventie:

- verklaart voor recht dat Manderen gehouden is haar verplichtingen jegens de Gemeente uit hoofde van de erfpachtovereenkomst na te komen;

- veroordeelt Manderen om binnen drie maanden na betekening van dit vonnis een aanvang te maken met de realisering van de Westermoskee en deze moskee in één doorlopend bouwproces te voltooien, dit onder verbeurte van een dwangsom van € 350.000,-- per dag of gedeelte van een dag dat Manderen in de nakoming van deze veroordeling tekort schiet, tot een maximum van € 3.500.000,--;

- veroordeelt Manderen om op een door de Gemeente in overleg met notaris mr. C.P. Boodt te bepalen en bij aangetekende brief dan wel deurwaardersexploit aan Manderen nader mee te delen datum en tijdstip, te verschijnen ten kantore van de notaris om alsdan in persoon of bij gevolmachtigde mee te werken aan het totstandkomen van de notariële akte conform het concept van notaris C.P. Boodt van 6 augustus 2008 (productie 19) waarbij de waardeloosheid van de in artikel 5 aanhef en onder 1 en 2 beschreven ontbindende voorwaarden in de akte van levering van 19 december 2005, verleden voor mr. C. Binnenkade, notaris te Amsterdam, bij afschrift ingeschreven ten kantore van de Dienst voor het Kadaster en de Openbare registers te Amsterdam op 20 december 2005 in register Hypotheken 4 deel 19375, nummer 85, wordt geconstateerd en aan de inschrijving van deze akte in de daarvoor bestemde registers, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 350.000,-- voor iedere dag dat Manderen hiermee in gebreke zal zijn, doch tot een maximum van € 3.500.000,-- en met bepaling dat, zodra de dwangsom door Manderen zal zijn verbeurd, deze uitspraak ingevolge artikel 3: 300 lid 2 BW in de plaats treedt van deze akte;

- veroordeelt Manderen in de kosten van het conventionele geding tot heden aan de zijde van de Gemeente begroot op € 2.248,44;

- verklaart de voormelde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

In reconventie:

- veroordeelt de Gemeente om de beslagen, die de Gemeente ten laste van Manderen heeft gelegd op het restant van het depot dat zich thans nog onder de door Stadgenoot ingeschakelde deurwaarder bevindt, op te heffen binnen 1 week na betekening van dit vonnis aan de Gemeente;

- veroordeelt de Gemeente in de kosten van het reconventionele geding tot heden aan de zijde van Manderen begroot op € 904,--;

- verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

In conventie en in reconventie:

- wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd..

dit vonnis is gewezen door mrs. F.P.L.M. Vennix, K.A. Brunner en J.M. van Hall en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2009.