Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BL7091

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14-10-2009
Datum publicatie
10-03-2010
Zaaknummer
13-409031-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Artt: 51, 321, 420bis Sr

Vrijspraak van feitelijk leidinggeven aan verduistering, nu in bewaring gegeven gelden al voordien waren verduisterd.

Vrijspraak van feitelijk leidinggeven aan witwassen. Voor wat betreft de eerste tenlastegelegde periode aangezien verdachte niet bevoegd was om de tenlastegelegde feitelijke gedragingen van het gerechtsdeurwaarderskantoor te voorkomen. Voor wat betreft de tweede tenlastegelegde periode aangezien de rechtbank vaststelt dat geen van de feitelijke gedragingen van het gerechtsdeurwaarderskantoor binnen die periode hebben plaatsgevonden.

Geen onduidelijke of innerlijk tegenstrijdige tenlastelegging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/409031-07 PROMIS

Datum uitspraak: 14 oktober 2009

op tegenspraak

VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956,

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres].

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 17 augustus 2009, 19 augustus 2009, 20 augustus 2009 en 30 september 2009.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. J.H.M. van Leijen en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. A.M. Seebregts en door de verdachte naar voren is gebracht.

Alle hierna te bespreken verweren zijn zakelijk en kort samengevat weergegeven.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat

1.

de maatschap Gerechtsdeurwaarderkantoor [T]

(hierna verder [T] genoemd) in de periode vanaf 1 maart 2003 tot en met 30

juni 2003 en in de periode vanaf 1 oktober 2003 tot en met 31 oktober 2003 te

Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk(een) geldbedrag(en), te

weten een geldbedrag van (ongeveer) 6.177.108,28 gulden,

zijnde (ongeveer) 2.803.049,53 euro, in elk geval enig(e) geldbedrag(en),

dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan OAO Alfa bank en/of Skian en

Tradex, in elk geval aan een ander of anderen dan aan [T] en welk(e)

geldbedrag(en) [T] anders dan door misdrijf onder zich had, zich

wederrechtelijk heeft toegeëigend, immers heeft [T] in genoemde periode (onder

meer) de navolgende betalingen en/of opnamen verricht en/of overboekingen

gedaan, te weten

op of omstreeks 21 maart 2003 en/of 22 april 2003 en/of 21 mei 2003 en/of 23

juni 2003 (vanaf rekeningnummer [rekeningnummer 1]),

- (ongeveer) 11.500 EURO, in elk geval enig(e) geldbedrag(en), betreffende een

overboeking ter attentie van [persoon 1] en/of

- (ongeveer) 11.500 EURO, in elk geval enig(e) geldbedrag(en), betreffende een

overboeking ter attentie van [BV1] en/of

- (ongeveer) 11.500 EURO, in elk geval enig(e) geldbedrag(en), betreffende een

overboeking ter attentie van [BV2] en/of

op of omstreeks 21 maart 2003 en/of 22 april 2003 en/of 21 mei 2003 (vanaf

rekeningnummer [rekeningnummer 1]),

- (ongeveer) 11.500 EURO, in elk geval enig(e) geldbedrag(en), betreffende een

overboeking ter attentie van reading (consultancy) [nr] en/of

op of omstreeks 23 juni 2003 (vanaf rekeningnummer [rekeningnummer 1]),

- (ongeveer) 8.167,60 EURO, in elk geval enig(e) geldbedrag(en), betreffende

een overboeking ter attentie van reading [nr] en/of

op of omstreeks 2 april 2003 (vanaf rekeningnummer [rekeningnummer 1])

- (ongeveer) 110.000 EURO, in elk geval enig(e) geldbedrag(en), betreffende

een overboeking inzake 'spoedoverdracht voorschot winst 2003 [nr]', ter

attentie van APJ Beheer en/of

op of omstreeks 11 april 2003 (vanaf rekeningnummer [rekeningnummer 1])

- (ongeveer) 56.353,67 EURO, in elk geval enig(e) geldbedrag(en), betreffende

een overboeking inzake 'Spoedopdracht lening Rabo restant incl. rente ad EUR.

765,57' ter attentie van Rabobank Amsterdam en/of

op of omstreeks 27 juni 2003 (vanaf rekeningnummer [rekeningnummer 1])

- (ongeveer) 2.350,68 EURO, in elk geval enig(e) geldbedrag(en), ter attentie

van Jaguar Lease Ned BV,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte en/of

zijn mededader(s) (telkens) opdracht heeft/hebben gegeven en/of aan welke

bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte en/of zijn mededader(s)

(telkens) feitelijk leiding heeft/hebben gegeven;

(artikel 321 juncto artikel 51 wetboek van Strafrecht)

2.

maatschap Gerechtsdeurwaarderkantoor [T]

(hierna verder [T] genoemd) in de periode vanaf 01 maart 2003 tot en met 30

juni 2003 en in de periode vanaf 1 oktober 2003 tot en met 31 oktober 2003, te

Amsterdam, in elk geval in Nederland, (telkens) een of meer (grote)

geldbedrag(en) met een totale waarde van (ongeveer) 6.177.108,28 gulden,

zijnde (ongeveer) 2.803.049,53 EURO (afkomstig van OAO Alfa bank en/of Skian

en Tradex), waaronder (onder meer)

- op of omstreeks 02 april 2003 (vanaf rekeningnummer [rekeningnummer 1]) (ongeveer)

110.000,00 EURO betreffende een overboeking inzake 'spoedoverdracht voorschot

winst 2003 [nr]' ter attentie van APJ Beheer en/of

- op of omstreeks 11 april 2003 (vanaf rekeningnummer [rekeningnummer 1]),

(ongeveer) 56.353,67 EURO, betreffende een overboeking inzake 'Spoedopdracht

lening Rabo restant incl.rente ad EUR. 765,57, ter attentie van Rabobank

Amsterdam,

in elk geval (telkens) enig(e) geldbedrag(en), verworven en/of voorhanden

gehad, zulks terwijl [T] wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden,

dat dat/die geldbedrag(en) onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren

uit enig misdrijf,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte en/of

zijn mededader(s) (telkens) opdracht heeft/hebben gegeven en/of aan welke

bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte en/of zijn mededader(s)

(telkens) feitelijk leiding heeft/hebben gegeven;

(artikel 420 bis/quater juncto 51 Wetboek van Strafrecht)

De rechtbank leest na het in de vijftiende regel van het onder 2 tenlastegelegde vermelde "verworven en/of voorhanden" in "heeft", aangezien hier sprake is van een kennelijke omissie. Door de verbetering van deze omissie wordt verdachte niet in de verdediging geschaad.

2. Voorvragen

2.1. Geldigheid van de dagvaarding

2.1.1. Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de dagvaarding innerlijk tegenstrijdig en om die reden nietig is. Daarbij stelt de raadsman zich op het standpunt dat de in de dagvaarding genoemde overboekingen niet zowel verduistering als witwassen kunnen opleveren. Tot het moment van overboeking was volgens de raadsman geen sprake van verduistering en vanaf het moment van overboeking kan niet meer worden gezegd dat [T] de betreffende bedragen heeft verworven of voorhanden heeft gehad.

2.1.2. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het moment van verduistering (nagenoeg) samenvalt met het voorhanden hebben in de zin van witwassen; de wil met betrekking tot het wederrechtelijk toe-eigenen wordt gevolgd door die tot het voorhanden hebben. Daarmee volgt het delict witwassen zeer kort op het gronddelict, maar juridische redenen die daardoor een bewezenverklaring van witwassen blokkeren zijn er niet. De dagvaarding is dan ook geldig.

2.1.3. Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van een onbegrijpelijke of innerlijk tegenstrijdige tenlastelegging. Niet kan worden uitgesloten dat de onder 1 en 2 beschreven gedragingen afzonderlijke strafbare feiten opleveren, te weten het verduisteren en witwassen van gelden. Daarbij acht de rechtbank van belang dat de Hoge Raad in zijn arrest van 2 oktober 2007 (NJ 2008, 16) heeft geoordeeld dat het enkele voorhanden hebben van een - uit misdrijf afkomstig - voorwerp reeds voldoende kan zijn om van witwassen te spreken.

De tenlastelegging voldoet aan de eisen van artikel 261 Sv, nu daarin opgave wordt gedaan van feit, tijd en plaats en deze voorts niet onbegrijpelijk is. De tenlastelegging kan dan ook fungeren als grondslag voor het onderzoek ter terechtzitting en is daarom geldig. Het verweer van de raadsvrouw strekt ertoe dat niet beide feiten bewezen kunnen worden. Indien dit verweer slaagt, dan zal dat leiden tot vrijspraak van één van beide tenlastegelegde feiten. Dit brengt echter niet mee dat sprake is van een nietige dagvaarding.

3. Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

3.1. Maatschapsgeschiedenis

Gerechtsdeurwaarders [persoon 2] (hierna: [persoon 2]) en medeverdachte [persoon 2] (hierna: [persoon 7]) richten in 1994 middellijk een maatschap op i. De maatschap is gevestigd en heeft haar onderneming te Amsterdam ii.

Medeverdachte [persoon 1] (hierna: [persoon 1]), kandidaat-gerechtsdeurwaarder iii, treedt per 1 januari 1999 tot deze maatschap toe, die vanaf dat moment genaamd is: Gerechtsdeurwaarders [persoon 2] & [persoon 7] en [persoon 1], hierna [T]iv. Begin 2004 zet ook [persoon 1] zijn lidmaatschap als natuurlijk persoon om in een middellijk lidmaatschap v. Op 1 januari 2002 treedt medeverdachte [persoon 5] (hierna: [persoon 5]) middellijk toe tot de maatschap vi.

Met de toetreding van [persoon 5] neemt de praktijk van [T], ook in financieel opzicht, een andere loop. [T] richt zich op groei van het bedrijf door onder meer bulkopdrachten van telecomproviders aan te nemen. [T] wil ter verwerking van bulkzaken een nieuw en geavanceerd financieel automatiseringsysteem, genaamd SPONS, implementeren. SPONS is vanaf 2000 ontwikkeld door [persoon 5], mede met financiële hulp van [T]vii. Met de introductie van SPONS beoogt [T] een geleidelijke overgang van fysieke dossiers naar vrijwel volledig elektronische dossiers viii.

Omdat [persoon 2] zich niet in de koerswijziging kon vinden ix, komt het in augustus 2002 tot een voorstel van de andere maten om [persoon 2] uit te kopen uit de maatschap x.

[T] maakt in 2002 een sterke groei door, die gepaard gaat met hogere kosten. De tussentijdse resultaatcijfers over het eerste halfjaar van 2003 geven een positief beeld. De financiering van de expansie is dan echter nog niet afdoende geregeld xi.

Tegelijkertijd, vanaf 2002, is [T] in gesprek met potentiële fusiepartners [persoon 16] en [persroon 17]xii. In dit kader wordt een rapportage inzake de waardebepaling van de verschillende beoogde fusiepartners opgemaakt. Het rapport is gedateerd 5 februari 2003 xiii. Het gehele jaar 2003 worden er fusiebesprekingen gevoerd. De beoogde fusie komt uiteindelijk niet tot stand.

Eind 2003 constateert [T] dat tussentijds geproduceerde halfjaarcijfers 2003 een onjuist beeld gaven. Het aangepaste resultaat 2003 valt fors negatief uit. In januari 2004 informeert [T] de toezichthoudende instantie, het Bureau Financieel Toezicht (hierna: BFT). Tijdens het aanvullende onderzoek dat het BFT instelt, constateert het BFT dat er sprake is van een forse negatieve bewaarpositie. Het BFT wijst de volgende oorzaken aan die tot het geconstateerd liquiditeitstekort hebben geleidxiv:

- een sterke toename van de voorfinanciering in de tweede helft van 2003;

- de opbouw van een organisatie en uitbreiding van het personeelsbestand vooruitlopend op de verwachte groei, die uitgebleven is;

- onttrekkingen van gelden ten behoeve van de financiering van gelieerde ondernemingen.

Door de genoemde voorfinanciering raakt [T] verwikkeld in (juridische) conflicten. Twee van haar grootste opdrachtgevers, Orange en UPC, raakt zij hierdoor kwijt, met aanzienlijk omzetverlies als gevolg.

De genoemde gelieerde ondernemingen betreffen vennootschappen die middellijk of onmiddellijk aan maatschapsleden van [T] toebehoren alsmede de vennootschap Law & Trust N.V. Met investeringen in deze laatste vennootschap wilde [T] haar activiteiten naar België uitbreiden xv. Dit initiatief bleef zonder succes, de activiteiten werden in 2004 gestaakt.

De liquiditeitspositie van het kantoor verslechtert in de periode tussen september 2003 en september 2004 zodanig dat het voortbestaan van de onderneming niet langer mogelijk is zonder suppletie van liquide middelen tot een bedrag van tenminste € 3,5 miljoen. [T] voert vanaf begin 2004 gesprekken met verschillende financiers. Deze leiden echter niet tot het gewenste resultaat.

Op 7 september 2004 beslist de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam op klachten gericht tegen [persoon 2] en [persoon 7], die op 23 april 2004 door het BFT ingevolge artikel 32 lid 1 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn ingediend wegens een zeer omvangrijke negatieve bewaringspositie van [T]xvi. De Kamer verklaart de klachten gegrond en legt aan beide gerechtsdeurwaarders een schorsing op voor de duur van twee maanden xvii.

Het Gerechtshof te Amsterdam bevestigt in hoger beroep op 3 februari 2005 de beslissing van de Kamer. Het Hof voegt daaraan toe dat de gerechtsdeurwaarders onjuist hebben gehandeld door, ter delging van hun schulden, gelden aan te wenden die de gerechtsdeurwaarders van derden onder hun beheer hebben. Deze handelwijze is naar het oordeel van het Hof verwerpelijk en ondermijnt het vertrouwen dat derden mogen stellen in gerechtsdeurwaarders xviii.

In november 2005 dient het BFT opnieuw een klacht in tegen [persoon 2] en [persoon 7]. Op 1 december 2005 worden [persoon 2] en [persoon 7] door de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders uit hun ambt ontzet wegens, kort gezegd, voortdurende bewaringstekorten xix op door hen als openbaar ambtenaar op grond van artikel 19 van de Gerechtsdeurwaarderswet verplicht aangehouden derdengeldenrekeningen xx.

Op 20 december 2005 wordt [T] failliet verklaard. Op 22 februari 2006 hebben zich concurrente crediteuren gemeld tot een bedrag van € 6.771.665,-xxi. De curator constateert dat vanaf het moment dat de huisbankier van [T] de kredietfaciliteit in april 2005 heeft geblokkeerd, alle inkomsten en uitgaven van de onderneming uitsluitend nog via derdengeldenrekeningen liepen.

Op aanvraag van de HBU, op grond van de door zowel [persoon 2] en [persoon 7] alsook door [persoon 5] en [persoon 1] in privé verstrekte borgtochten terzake van het aan [T] verleende - en niet afgeloste- bankkrediet, worden de persoonlijke vennootschappen van [persoon 7], [persoon 2] en [persoon 1] failliet verklaard. [persoon 5], middellijk maat via zijn persoonlijke vennootschap in oprichting, gaat persoonlijk failliet xxii.

Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat het faillissement van [T] ten tijde van onderhavige uitspraak in de strafzaak nog niet is afgewikkeld.

3.2. Maatschapsovereenkomst

Blijkens de maatschapsovereenkomst van 1 januari 2002, geparafeerd en ondertekend door [persoon 2], [persoon 7], [persoon 1] en [persoon 5], heeft de maatschap [T] ten doel: "het uitoefenen van het beroep van gerechtsdeurwaarder en voorts het verrichten van alle daarmee samenhangende en verband houdende werkzaamheden, in de meest ruime zin."

Ten aanzien van bevoegdheden van maten aangaande financiële rechtshandelingen zijn in de maatschapsovereenkomst de volgende bepalingen opgenomen.

Artikel 5, eerste lid, luidt: "Ieder der maten is bevoegd behoudens het hierna bepaalde en mits binnen het doel van de maatschap om voor de maatschap te handelen en te tekenen, gelden voor haar uit te geven, te ontvangen, de maatschap aan derden en derden aan de maatschap te verbinden."

Artikel 5, tweede lid, luidt, voorzover hier relevant: "De medewerking van alle maten is vereist voor de volgende rechtshandelingen betreffende (de inkomsten-, het vermogen- en/of het kantoor van-) de maatschap: (...) f. het aangaan van andere rechtshandelingen, indien het beloop daarvan vijfduizend gulden (f. 5.000,00) te boven gaat, tenzij het betreft periodiek verschuldigde bedragen, zoals de salarissen van personeel."

Ten aanzien van de werkzaamheden is in artikel 12, eerste lid, bepaald:

"De werkzaamheden zullen door de maten in onderling overleg worden verdeeld."

In artikel 12, vierde lid, is vervolgens nog bepaald:

"Degene die de werkzaamheden van de ander overneemt ontvangt daarvoor geen vergoeding."xxiii

3.3. Positie verdachten binnen [T]

[persoon 7], gerechtsdeurwaarder en middellijk vennoot, bestuurt [T] tot de zomer van 2002. Dan raakt hij overspannen en mag hij enige tijd niet meer werken. Zijn taken in de organisatie worden dan overgenomen door [persoon 5]. Eind 2002 wordt [persoon 7] geleidelijk aan weer actief in de organisatie. Vanaf dat moment houdt hij zich voornamelijk met deurwaarders-aangelegenheden bezig. Zijn leiderschapstaken pakt hij per november 2004 weer op xxiv.

[persoon 1], middellijk vennoot, houdt zich binnen [T] bezig met commerciële aangelegenheden en deurwaarderstaken. Als kandidaat-gerechtsdeurwaarder is hij toegevoegd aan gerechtsdeurwaarder [persoon 7]xxv. [persoon 5] verklaart dat vanaf het moment dat [persoon 7] ziek werd en [persoon 2] zich niet meer met de organisatie bemoeide, hij samen met [persoon 1] de kar verder heeft getrokken xxvi. [persoon 2] verklaart dat [persoon 1] zich ook bezighield met het personeelsbeleid xxvii.

[persoon 5] heeft een IT-opleiding genoten. Sinds 1997 verricht hij als freelancer werkzaamheden voor [T]xxviii. Vanaf 2000 werkt hij exclusief voor de maatschap. Na zijn toetreding tot de maatschap begin 2002 krijgt hij als specifieke taak toegewezen de automatisering, met name in verband met de invoering van het SPONS-systeem xxix. Zoals hiervoor reeds vermeld, neemt [persoon 5] medio 2002 de algehele leiding van [T] over van [persoon 7]. Als [persoon 7] eind 2002 weer terugkeert, blijft [persoon 5] met de organisatorische aangelegenheden belast, waaronder de financiën. [persoon 7] verklaart dat [persoon 5] van alle maten het beste op de hoogte was van de financiële situatie xxx.

[persoon 5] werkt in 2004 vanwege psychische problemen periodes niet. Hij keert eind 2004, zij het parttime, weer terug. In april 2005 wordt hem door [persoon 1] medegedeeld dat hij niet meer welkom is xxxi.

Voor de uitvoering van de algehele leiding van [T] krijgt [persoon 5] vanaf oktober 2002 bijstand van medeverdachte [persoon 8] (hierna: [persoon 8])xxxii. [persoon 8] heeft een MEAO-opleiding genoten en heeft daarnaast enkele managementcursussen gevolgd xxxiii. In zijn functie van algemeen directeur houdt [persoon 8] zich voornamelijk met operationele zaken bezig, en doet hij daarnaast geregeld zogenaamde 'batch'-betalingen xxxiv. Een batch betreft een virtuele verzameling van opdrachten tot betaling xxxv.

[persoon 8] is werkzaam bij [T] tot aan zijn ontslag op 10 oktober 2003 xxxvi.

Verdachte (hierna ook: [verdachte]) verricht in 2 verschillende periodes werkzaamheden voor [T]. De eerste periode betreft maart 2003 tot en met juni 2003. In deze periode begeleidt hij het fusieproces, stelt hij de jaarrekening over 2002 op, bereidt hij de kwartaalcijfers van 2003 voor en voert hij gesprekken met het BFT. Als hem wordt gevraagd de taken van voormalig financieel directeur [persoon 4] (hierna: [persoon 4]) over te nemen, gaat [verdachte] ervan uit dat hij de functie van financieel directeur vervult. In mei 2003 wordt [verdachte] echter door [persoon 5] en [persoon 8] duidelijk gemaakt dat hij zich niet met betalingen of de organisatie van het bedrijf moet bemoeien. Hij dient slechts de maten te ondersteunen xxxvii.

In oktober 2003 begint [verdachte] aan zijn tweede periode bij [T]. Deze periode duurt tot november 2004. In deze periode krijgt [verdachte] samen met [persoon 9] als taak het begeleiden van de fusie en het overnemen van de rol van de kort daarvoor ontslagen [persoon 8] als algemeen directeur met de operationele leiding xxxviii. [verdachte] fungeert in deze periode als financieel directeur.

3.4. Wetsgeschiedenis

Deurwaardersreglement

Ten tijde van de oprichting van [T] in 1994 en tot aan de inwerkingtreding van de na te noemen Gerechtsdeurwaarderswet op 15 juli 2001, gold het Deurwaardersreglement.

Artikel 21, eerste lid, van het Deurwaardersreglement luidt: "een deurwaarder is verplicht een deugdelijke administratie te voeren waaruit te allen tijde zijn financiële rechten en verplichtingen vastgesteld kunnen worden".

Artikel 26, eerste lid, van het Deurwaardersreglement luidt: "Naast het verrichten van de ambtshandelingen genoemd in artikel 14 en de overige werkzaamheden welke hun bij of krachtens de wet zijn opgedragen, kunnen deurwaarders:

(...)

c. gelden ontvangen voor derden."

Het derde lid van artikel 26 luidt, voorzover hier relevant: "De deurwaarders verrichten de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder a, b en c, en het tweede lid, slechts voorzover de invulling van hun wettelijke taken daardoor niet geschaad of belemmerd wordt."

Gerechtsdeurwaarderswet

Op 15 juli 2001 treedt de Gerechtsdeurwaarderswet in werking, alsmede de uit deze wet voortvloeiende Administratieverordening gerechtsdeurwaarders.

Artikel 17, eerste lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet luidt, voorzover hier relevant: "De gerechtsdeurwaarder is verplicht zowel ten aanzien van zijn werkzaamheden als ten aanzien van zijn kantoorvermogen een administratie te voeren, waaruit te allen tijde op eenvoudige wijze zijn rechten en verplichtingen kunnen worden gekend."

Artikel 19, eerste lid, luidt: "De gerechtsdeurwaarder is verplicht bij een ingevolge de Wet toezicht kredietwezen 1992 ingeschreven kredietinstelling één of meer bijzondere rekeningen aan te houden op zijn naam met vermelding van zijn hoedanigheid, die uitsluitend bestemd zijn voor gelden, die hij in verband met zijn werkzaamheden als zodanig ten behoeve van derden onder zich neemt."

Artikel 19, tweede lid, luidt, voorzover hier relevant: "De gerechtsdeurwaarder is bij uitsluiting bevoegd tot het beheer en de beschikking over de bijzondere rekening. (...) Ten laste van deze rekening mag hij slechts betalingen doen in opdracht van een rechthebbende."

Artikel 30, eerste lid, luidt, voorzover hier relevant: "Het toezicht op de naleving door de gerechtsdeurwaarder van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 19, eerste lid, tweede lid, derde volzin, en zevende lid, wordt uitgeoefend door het Bureau Financieel Toezicht, bedoeld in artikel 110 van de Wet op het notarisambt."

3.5. 'Rusgelden'

3.5.1. Bewaargeving Rusgelden

Namens Skian Management S.A., hierna Skian, en Tradex Enterprises Ltd., hierna Tradex, treedt als gerechtsdeurwaarder op [persoon 10]. [persoon 10] is verbonden aan [T] als kandidaat-gerechtsdeurwaarder, toegevoegd aan gerechtsdeurwaarder [persoon 7] en aldus handelend onder diens verantwoordelijkheid xxxix.

Met toestemming van de rechtbank Amsterdam xl, in het kader van gelegd executoriaal beslag, verkopen Skian en Tradex aandelen aan de Russische onderneming OAO Alfa Bank, hierna Alfa. In afwachting van wie gerechtigd is tot -en tot welk deel van- de koopsom ad Nlg 6.280.573,50xli wordt deze koopsom op 21 maart 2001 door het advocaten- en notarissenkantoor Schut & Grosheide gestort op de bij de Rabobank aangehouden rekening [rekeningnummer 1], ten name van '[persoon 2], [persoon 7] & [persoon 1]', hierna de [rekeningnummer 1]-rekening xlii. Binnen [T] worden deze in bewaring gegeven gelden vanwege de herkomst daarvan aangeduid als 'Rusgelden'.

Deze bewaargeving van een dermate groot geldbedrag is in de deurwaarderspraktijk een hoge uitzondering. Zo ook voor [T]xliii.

3.5.2. Volgende overboekingen

Op dezelfde dag, 21 maart 2001, worden twee overboekingen rekening-courant gedaan op twee bij de Rabobank aangehouden bedrijfsplusrekeningen, beide ten name van 'Gerechtsdeurwaarderskantoor [persoon 2], [persoon 7] & [persoon 1]'. Het betreft rekeningen [rekeningnummer 2], hierna de [rekeningnummer 2]-rekening, en [rekeningnummer 3], hierna de [rekeningnummer 3]rekening.

De overboeking op de [rekeningnummer 2]-rekening bedraagt Nlg 4.999.967,80 en die op de [rekeningnummer 3]rekening Nlg 1.280.605,70xliv.

De [rekeningnummer 2]-rekening

Op 21 maart 2001 bedraagt het saldo van de [rekeningnummer 2]-rekening Nlg 5.000.000,-.

Op 30 april 2001 wordt van de [rekeningnummer 2]-rekening een overboeking spaargeld gedaan van een bedrag van Nlg 500.000,- naar de [rekeningnummer 1]-rekening.

Een totaalbedrag van Nlg 500.000,- wordt in de periode tot 26 juni 2001 opnieuw naar de [rekeningnummer 2]-rekening overgeschreven, via zes verschillende overschrijvingen. Dit betreffen

- drie overschrijvingen vanaf de [rekeningnummer 1]-rekening: Nlg 150.000,- op 7 mei 2001, Nlg 75.000,- op 9 mei 2001 en Nlg 175.000,- op 25 juni 2001.

- drie overschrijvingen, afkomstig van twee rekeningen van [T] (met nummers eindigend op [nr ] en [nr]) en een rekening van ISO Inkasso B.V, op 26 juni 2001, in totaal ten bedrage van Nlg 100.000,-xlv.

Het saldo van de [rekeningnummer 2]-rekening is met deze boekingen op 26 juni 2001 weer aangevuld tot het oorspronkelijke bedrag van Nlg 5.000.000,-.

In een brief van 14 november 2001 van het advocatenkantoor Kennedy Van der Laan aan [persoon 10] wordt deze eraan herinnerd dat de koopprijs van € 2.850.000,- betreffende de verkoop van aandelen op 20 maart 2001 op een bankrekening van [T] is overgemaakt. Verzocht wordt de executiekosten ten bedrage van USD 41.287,- (tegenwaarde in euro's) op de rekening van Kennedy van der Laan over te makenxlvi.

Op 19 november 2001 wordt vanaf de [rekeningnummer 1]-rekening een bedrag van Nlg 103.465,22 overgeschreven ten name van 'Kennedy Van der Laan' onder vermelding van "Skian"xlvii.

Uit de rekeningafschriften van de [rekeningnummer 2]-rekening blijkt nadien van de volgende overboekingenxlviii:

- Op 1 januari 2002 wordt een bedrag van € 61.685,44 aan rente over 2001 bijgeschreven. Dit bedrag wordt op 21 februari 2002 overgeboekt naar de [rekeningnummer 1]-rekening.

- Op 23 januari 2002 wordt een bedrag van € 200.000,- overgeboekt naar de [rekeningnummer 1]-rekening en eenzelfde bedrag wordt op 30 januari 2002 weer teruggeboekt van de [rekeningnummer 1]-rekening naar de [rekeningnummer 2]-rekening.

- Op 21 februari 2002 wordt een bedrag van € 450.000,- overgeboekt naar de [rekeningnummer 1]-rekening en op 22 juli 2002 een bedrag van € 500.000,-.

- Op 18 september 2002 en op 28 november 2002 wordt respectievelijk € 140.000,- en € 160.000,- naar de [rekeningnummer 1]-rekening overgeboekt.

- Op 1 januari 2003 wordt een bedrag van € 49.043,73 aan rente over 2002 bijgeschreven.

- Op 22 en 30 januari 2003 wordt telkens een bedrag van € 200.000,- naar de [rekeningnummer 1]-rekening overgeboekt.

- Op 30 januari 2003 wordt tevens een bedrag van € 275.000,- overgeboekt naar de rekening van [T] met het nummer eindigend op [nr].

- Op 13 en 19 februari 2003 worden € 110.000,- en € 150.000,- overgeboekt naar de [rekeningnummer 1]-rekening.

- Op 2 april 2003 vindt een laatste overboeking naar de [rekeningnummer 1]-rekening plaats, € 132.944,81, waarna het saldo op de [rekeningnummer 2]-rekening nihil is.

- Op 1 januari 2004 vindt bijschrijving van rente over 2003 ad € 3.403,59 plaats, welke rente op 16 januari 2004 naar de [rekeningnummer 1]-rekening wordt overgeboekt.

De [rekeningnummer 3] rekening

Het op 21 maart 2001 op de [rekeningnummer 3]rekening gestorte bedrag van Nlg 1.280.605,70 blijft op die rekening staan tot 20 februari 2002. Uit de rekeningafschriften van de [rekeningnummer 3]rekening blijkt van de volgende overboekingen lix:

- Op 1 januari 2002 wordt de rente over 2001 ad € 15.696,38 bijgeschreven.

- Op 20 februari 2002 wordt een bedrag van € 628.000,- van de [rekeningnummer 1]-rekening bijgeschreven en drie bedragen tot een totaal van € 122.000,- van drie andere rekeningen van [T] (eindigend op de nummers [nr 1 ], [nr 2] en [nr 3]).

- Op 1 januari 2003 wordt de rente over 2002 ad € 37.537,21 bijgeschreven.

- Op 11 april 2003 wordt een bedrag van € 1.339.047,15 afschreven. Het rekeningafschrift vermeldt geen tegenrekening bij deze transactie.

- Op 3 november 2003 wordt het resterende saldo ad € 45.299,97 afgeboekt onder de vermelding "Overb ivm vervallen bg T.V.K. gerechtsdeurwaarders".

- Op 1 januari 2004 wordt de rente over 2003 ad € 11.530,72 bijgeschreven.

3.6. Bewaringspositie

Met de invoering van de Gerechtsdeurwaarderswet, in het bijzonder artikel 19, eerste lid, doet de bijzondere rekening, die uitsluitend bestemd is voor gelden, die de gerechtsdeurwaarder in verband met zijn werkzaamheden als zodanig ten behoeve van derden onder zich neemt, zijn intrede. Deze bijzondere rekening, ook wel kwaliteitsrekening genoemd, wordt in dit vonnis hierna als derdengeldrekening aangeduid. Een exclusieve rekening voor derdengelden was een nieuwe verplichting voor de gerechtsdeurwaarders, waar de praktijk op moest worden aangepastl. Binnen [T] heeft deze aanpassing vanaf de invoering de aandachtli.

Indien de gelden aanwezig op een derdengeldrekening minder bedragen dan de vorderingen van de rechthebbenden is er een bewaringstekort. Dit is het tekort als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet. Het begrip bewaringstekort betrof geen nieuw begrip voor (gerechts)deurwaarderslii.

[persoon 22], het hoofd financiële administratie van [T] (hierna: [persoon 22]) verklaart dat in 2001 de wet is veranderd en dat men zich binnen [T] vanaf dat moment met bewaringsposities en derdengeldrekeningen bezig ging houden. Vanaf april 2002 maakt [persoon 22] maandelijks rapportages op aangaande de bewaringspositie van [T] en verstrekt deze aan de matenliii. Deze maandelijkse overzichten aangaande kwaliteitsrekeningberekeningen, telkens opgemaakt aan het begin van de maand, bevinden zich in het dossier liv. Zij bestrijken de periode juli 2002 tot en met april 2003. De bewaringstekorten die uit (sommige van) deze overzichten blijken, waren onderwerp van gesprek, ook bij de maten lv. Geconfronteerd met de bewaringstekorten reageren de maten door het verhogen van kredieten. Omdat de HBU meer krediet wil verstrekken dan de Rabobank, wordt overgestapt naar de HBU lvi.

De recherche heeft overzichten van het totaalsaldo bankstanden per maand van [T] opgemaakt, over 2002 lvii en 2003 lviii. Deze overzichten beslaan alle bankrekeningen van [T], dat wil zeggen inclusief de kantoorrekeningen.

[persoon 22] verklaart voorts dat betalingen in principe alleen gedaan werden vanaf de kantoorrekeningen en als die niet genoeg saldo hadden er geld van de kwaliteitsrekeningen naar de kantoorrekeningen werd overgemaakt. Deze betalingen werden ter fiattering aangeboden. Dat alles werd dan gerapporteerd lix.

Het bewaringstekort bij [T], zoals reeds onder rubriek 3.1. aan de orde gekomen, blijkt vanaf eind 2003 zeer groot te zijn.

Als op 31 maart 2004 door de civiele rechter van deze rechtbank vonnis wordt gewezen inzake de verdeling onder de rechthebbenden van de Rusgelden lx, dwingt het hiervoorgenoemde bewaringstekort [T] ertoe vervolgens de rechthebbenden op 5 augustus 2004 te informeren dat [T] deze Rusgelden niet meer onder zich heeft. Mr. F.J. Heideman, advocaat bij het kantoor De Brauw Blackstone Westbroek, brengt op zijn beurt namens de schuldeisers per brief d.d. 16 september 2004 de Directie Toegang Rechtsbestel van het Directoraat-Generaal Wetgeving Rechtspleging en Rechtsbijstand van het Ministerie van Justitie op de hoogte van deze situatie lxi.

Op 11 juli 2005 doet [persoon 11] namens het Ministerie van Justitie aangifte van verduistering gepleegd door medewerkers van [T]lxii. Hij stelt een notitie ter beschikking met twaalf bijlagen, waaronder de genoemde brief van mr. Heideman en een rapportage van het BFT aan het Ministerie van Jusititie inzake [T] d.d. 27 oktober 2004 lxiii.

3.7. De rol van het BFT ten aanzien van [T]

Het toezicht op het naleven van regelgeving van gerechtsdeurwaarders, dat het BFT sinds 2002 houdt, wordt ten aanzien van [T] uitgeoefend door registeraccountant [persoon 20] (hierna: [persoon 20])lxiv. [persoon 20] houdt van zijn bevindingen bij [T] een overzicht bij. Hieruit blijkt het volgende.

Begin 2002 vindt een kennismakingsbezoek plaats.

Het volgende bezoek heeft plaats medio april 2003. Bij dat onderzoek aangaande de jaarrekening 2002 en de eerste-kwartaalcijfers 2003 constateert [persoon 20] een bewaringstekort, dat echter kan worden opgeheven door de opname van een beschikbare kredietfaciliteit bij de HBU. [persoon 20] maakt [T] duidelijk dat hiermee aan de vereisten van de Gerechtsdeurwaarderswet wordt voldaan. Bij een vervolgonderzoek medio mei 2003 blijkt dat het krediet nog niet is opgenomen.

Ten tijde van het vervolgonderzoek op 19 augustus 2003 blijkt het krediet wel te zijn opgenomen en het daarmee gemoeide geldbedrag ad € 2.550.000,- op een aparte rekening, [rekeningnummer 4], te zijn geplaatst lxv, zoals ook is te zien in een door [persoon 20] opgemaakt overzicht lxvi. Voor deze kredietfaciliteit staan de vennoten in persoon borg voor nakoming lxvii.

Op 17 november 2003 heeft [persoon 20] telefonisch contact met [T], en wordt hij op de hoogte gesteld van de personele wijzigingen die zich in de directie hebben voorgedaan. Duidelijk is dan dat het resultaat van [T] over 2003 fors negatief zal zijn.

Afgesproken wordt op 15 december 2003 de financiële status van [T] te bespreken.

Deze bespreking wordt uitgesteld tot januari 2004.

Op 15 januari 2004 spreekt [persoon 20] dan met [verdachte] en [persoon 7]. Zij melden hem dat de bewaringspositie van [T] zwaar negatief is geworden. Het vervolg hierop is reeds hiervoor onder 3.1. aan de orde gekomen.

3.8. Overboekingen ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde

Vanaf de [rekeningnummer 1]-rekening zijn, voorzover hier relevant, de volgende overboekingen verricht:

- op 31 januari 2003 ten bedrage van € 93.593,-, ter attentie van [L/R]lxviii;

- op 2 april 2003 ten bedrage van € 110.000,-, onder vermelding van 'spoedoverdracht voorschot winst 2003 [nr]' ter attentie van APJ Beheer lxix;

- op 1 juli 2003 € 46.778,90, ter attentie van [M]lxx.

3.9. Persoonlijke omstandigheden verdachte

Voor alle verdachten geldt dat zij te maken hebben gehad met negatieve publicaties in verband met de onderhavige zaak in de media.

Verdachte heeft ter terechtzitting benadrukt dat een veroordeling funest zal zijn voor zijn verdere functioneren als registeraccountant.

4. Beoordeling van het tenlastegelegde

4.1. Vrijspraak feit 1

4.2.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op grond van de in zijn requisitoir aangehaalde bewijsmiddelen op het standpunt gesteld dat verdachte zowel in zijn eerste als tweede periode bij [T] vanuit zijn opleiding als bedrijfseconoom en registeraccountant en zijn functie als financieel directeur bevoegd en redelijkerwijs gehouden was om ten minste maatregelen te nemen ter voorkoming van (verdere) verduistering en daarmee de aanmerkelijke kans aanvaard heeft dat de verduistering zich zou voordoen. Daarmee heeft hij zich schuldig gemaakt aan verduistering en aan (opzet)witwassen zoals ten laste gelegd, aldus de officier van justitie.

4.2.2. Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte zich tijdens het 1e tijdvak niet met betalingen en de organisatie heeft bemoeid, zeker nadat hem dit in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk was gemaakt.

Ten aanzien van het 2e tijdvak, volgens de raadsman de periode van 13 tot en met 31 oktober, dient verdachte te worden vrijgesproken aangezien geen van de in de dagvaarding genoemde feitelijke gedragingen hebben plaatsgevonden in deze periode.

Voorts ontbreekt in dat 2e tijdvak volgens de raadsman het opzet op wederrechtelijke toe-eigening bij verdachte, aangezien er in die 2 weken geen informatie met betrekking tot de toekomstige liquiditeit aanwezig was en de bewaringstekorten gering waren en niet meer dan dagkoersen betroffen, terwijl daartegenover indicatoren stonden die duiden op een veelbelovende toekomst voor [T].

Daarnaast ontbreekt in dat 2e tijdvak de bevoegdheid bij verdachte om de tenlastegelegde feitelijke gedragingen tegen te houden. En hoewel, hij niet bevoegd was, heeft verdachte het wel geprobeerd. Dit maakt dat verdachte niet als feitelijk leidinggever kan worden aangemerkt.

4.1.3. Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is in de zaken tegen medeverdachten [persoon 1] en [persoon 7] tot het oordeel gekomen dat op 21 maart 2001 een bedrag van 6.177.108,28 gulden, zijnde 2.803.049,53 euro, toebehorende aan OAO Alfa bank en/of Skian en Tradex, door [T] is verduisterd. Dit oordeel brengt met zich dat nadien de situatie dat [T] het genoemde geldbedrag anders dan door misdrijf onder zich had, zoals aan verdachte tenlastegelegd, zich niet meer voor kan doen. De rechtbank acht het onder 1 tenlastegelegde dan ook niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

4.2. Vrijspraak feit 2

4.2.1. Standpunt van de officier van justitie

Zie hiervoor onder rubriek 4.1.1.

4.2.2. Standpunt van de verdediging

Zie hiervoor onder rubriek 4.1.2.

4.1.3. Oordeel van de rechtbank

Zoals hiervoor onder rubriek 3.3. reeds weergegeven betreft de eerste periode dat verdachte [verdachte] werkzaam is bij [T] de periode van maart tot en met juni 2003. [verdachte] gaat er in die eerste periode aanvankelijk van uit dat hij de rol van voormalig financieel directeur [persoon 4] vervult. Dit blijkt ook uit het feit dat hij een verklaring gericht aan PriceWaterhouseCoopers ondertekent als financieel directeur en hij voorts declaraties over maart en april 2003 indient voor 'CFO-werkzaamheden'. Hierbij staat CFO voor 'Chief Financial Officer'. In mei 2003, als [verdachte] tegen [persoon 22] zegt dat hij betalingen aan UPC moet staken, maken [persoon 5] en [persoon 8] [verdachte] echter duidelijk dat hij zich niet met betalingen en überhaupt niet met de organisatie moet bemoeien. Deze lezing van [verdachte] vindt steun in de verklaring van [persoon 5] en voorts in de declaraties van [verdachte] over mei en juni 2003 voor 'management-ondersteuning'.

Op basis van het voorgaande is de rechtbank met de raadsman van oordeel dat, voor wat betreft de eerste tenlastegelegde periode, [verdachte] niet bevoegd was de tenlastegelegde feitelijke gedragingen van [T] te voorkomen. Het ontbreken van deze bevoegdheid brengt met zich dat [verdachte] niet als feitelijk leidinggevende kan worden aangemerkt. [verdachte] dient dan ook van deze eerste tenlastegelegde periode te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van de tweede tenlastegelegde periode -daargelaten de vraag of deze zoals de raadsman betoogt eerst aanvangt per 13 oktober 2003- stelt de rechtbank vast dat geen van de in tenlastelegging genoemde feitelijke gedragingen daarbinnen hebben plaatsgevonden. Reeds deze vaststelling leidt tot de slotsom dat [verdachte] ook van deze tenlastegelegde periode dient te worden vrijgesproken.

5. Eis officier van justitie

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door hem onder 1 en 2 bewezengeachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 (twee) jaren, en een werkstraf voor de duur van 100 uren.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

6. Beslissing

Verklaart het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.A.M. van Oosten, voorzitter,

mrs. A.E.J.M. Gielen en N.J. Koene rechters,

in tegenwoordigheid van mr. P.C.N. van Gelderen, griffier.

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 oktober 2009.

i Een proces-verbaal van verhoor [persoon 7] met nummer 2005176803 van 27 maart 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [persoon 12] en [persoon 13] (doorgenummerde pag. 4 0027 e.v.).

ii Een proces-verbaal van verhoor [persoon 2] met nummer 2005176803 van 24 maart 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [persoon 12] en [persoon 13] (doorgenummerde pag. 4 0050 e.v.).

iii Een proces-verbaal van verhoor [persoon 1] met nummer 2005176803 van 10 april 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [persoon 12] en [persoon 13] (doorgenummerde pag. 4 0079 e.v.).

iv Een proces-verbaal van verhoor [persoon 1] met nummer 2005176803 van 10 april 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [persoon 12] en [persoon 13] (doorgenummerde pag. 4 0079 e.v.) en een geschrift, zijnde een maatschapsovereenkomst d.d. 1 januari 2002 (doorgenummerde pag. 8 0002).

v Een proces-verbaal van verhoor [persoon 1] met nummer 2005176803 van 13 april 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [persoon 12] en [persoon 14] (doorgenummerde pag. 4 0087 e.v.) en een geschrift, zijnde een schematisch overzicht structuur [T] 2004 (doorgenummerde pag. 8 0012).

vi Een geschrift, zijnde een maatschapsovereenkomst d.d. 1 januari 2002 (doorgenummerde pag. 8 0002 e.v.).

vii Verklaring bij de rechter-commissaris van [persoon 5] d.d. 15 oktober 2008 (pag. 2). [persoon 21] heeft in haar brief d.d. 4 november 2008 de rechter-commissaris geïnformeerd dat het verhoor in haar herinnering op 28 oktober heeft plaatsgevonden.

viii Een geschrift, zijnde een faillissementsverslag van curator P.R.W. Schaink d.d. 22 februari 2006 (doorgenummerde pag. 8 0481 e.v.).

ix Verklaring bij de rechter-commissaris van [persoon 1] d.d. 28 oktober 2008 (pag. 5.), verklaring bij de rechter-commissaris van [persoon 7] d.d. 15 oktober 2008 (pag. 4).

x Een proces-verbaal van verhoor [persoon 2] met nummer 2005176803 van 24 maart 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [persoon 12] en [persoon 13] (doorgenummerde pag. 4 0051 e.v.).

xi Een geschrift, zijnde een rapportage van het BFT aan de Minister van Justitie inzake [T] d.d. 27 oktober 2004 (doorgenummerde pag. 8 0018).

xii Een proces-verbaal van verhoor [persoon 9] met nummer 2005176803 van 28 juni 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [persoon 12] en [persoon 15] (doorgenummerde pag. 3 0019 e.v.).

xiii Een geschrift, zijnde een rapportage inzake waardebepalingen van [T], [persoon 16] en [persroon 17] d.d. 5 februari 2003 (doorgenummerde pag. 8 0271 e.v.).

xiv Een geschrift, zijnde een rapportage van het BFT aan de Minister van Justitie inzake [T] d.d. 27 oktober 2004 (doorgenummerde pag. 8 0021).

xv Een geschrift, zijnde een faillissementsverslag van curator P.R.W. Schaink d.d. 22 februari 2006 (doorgenummerde pag. 8 043).

xvi Een geschrift, zijnde een brief van het BFT d.d. 23 april 2004 (doorgenummerde pag. 8 0046 e.v.).

xvii Een geschrift, zijnde een beschikking van de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam d.d. 7 september 2004 (doorgenummerde pag. 8 0070 e.v.).

xviii Een geschrift, zijnde een beslissing van het Gerechtshof te Amsterdam d.d. 3 februari 2005 (doorgenummerde pag. 8 0084 e.v.).

xix Zie over deze term rubriek 3.6.

xx Een geschrift, zijnde een faillissementsverslag van curator P.R.W. Schaink d.d. 22 februari 2006 (doorgenummerde pag. 8 0480).

xxi Een geschrift, zijnde een faillissementsverslag van curator P.R.W. Schaink d.d. 22 februari 2006 (doorgenummerde pag. 8 0495).

xxii Een geschrift, zijnde een faillissementsverslag van curator P.R.W. Schaink d.d. 22 februari 2006 (doorgenummerde pag. 8 0480).

xxiii Een geschrift, zijnde een maatschapsovereenkomst d.d. 1 januari 2002 (doorgenummerde pag. 8 0002 e.v.).

xxiv Een proces-verbaal van verhoor [persoon 7] met nummer 2005176803 van 27 maart 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [persoon 12] en [persoon 13] (doorgenummerde pag. 4 0027 e.v.).

xxv Verklaring bij de rechter-commissaris van [persoon 1] d.d. 28 oktober 2008 (pag. 2).

xxvi Verklaring bij de rechter-commissaris van [persoon 5] d.d. 15 oktober 2008 (pag. 2).

xxvii Een proces-verbaal van verhoor [persoon 2] met nummer 2005176803 van 24 maart 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [persoon 12] en [persoon 13] (doorgenummerde pag. 4 0050 e.v.).

xxviii Een proces-verbaal van verhoor [persoon 7] met nummer 2005176803 van 19 juli 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [persoon 12] en [persoon 14] (doorgenummerde pag. 4 0042 e.v.).

xxix Verklaring bij de rechter-commissaris van [persoon 5] d.d. 15 oktober 2008 (pag. 2).

xxx Een proces-verbaal van verhoor [persoon 7] met nummer 2005176803 van 19 juli 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [persoon 12] en [persoon 14] (doorgenummerde pag. 4 0045).

xxxi Een proces-verbaal van verhoor [persoon 5] met nummer 2005176803 van 29 maart 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [persoon 12] en [persoon 13] (doorgenummerde pag. 4 0001 e.v.).

xxxii Verklaring bij de rechter-commissaris van [persoon 7] d.d. 15 oktober 2008 (pag .2), verklaring bij de rechter-commissaris van [persoon 1] d.d. 28 oktober 2008 (pag. 4.).

xxxiii Een proces-verbaal van verhoor [persoon 8] met nummer 2005176803 van 24 april 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 12] (doorgenummerde pag. 4 0104 e.v.).

xxxiv Verklaring bij de rechter-commissaris van [persoon 8] d.d. 14 oktober 2008 (pag. 2).

xxxv Verklaring bij de rechter-commissaris van [persoon 22] d.d. 5 november 2008 (pag. 8).

xxxvi Verklaring bij de rechter-commissaris van [persoon 8] d.d. 14 oktober 2008 (pag. 2).

xxxvii Verklaring bij de rechter-commissaris van [verdachte] d.d. 15 oktober 2008 (pag. 2) en verklaring bij de rechter-commissaris van [persoon 5] d.d. 15 oktober 2008 (pag. 3).

xxxviii Verklaring bij de rechter-commissaris van [verdachte] d.d. 15 oktober 2008 (pag. 2).

xxxix Bijlage 3 bij proces-verbaal van bevindingen inzake afspraken m.b.t. aandelen /gelden van het dossier de "Rus" met nummer 2005176803 van 22 augustus 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 12]; verklaring bij de rechter-commissaris van [persoon 2] d.d. 14 oktober 2008 (pag. 3).

xl Een geschrift, zijnde een beschikking van de Arondissementsrechtbank te Amsterdam d.d. 17 oktober 2000, als bijlage 1 bij proces-verbaal van bevindingen inzake afspraken m.b.t. aandelen /gelden van het dossier de "Rus" met nummer 2005176803 van 22 augustus 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 12].

xli Bijlage 3 bij proces-verbaal van bevindingen inzake afspraken m.b.t. aandelen /gelden van het dossier de "Rus" met nummer 2005176803 van 22 augustus 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 12]; een geschrift, zijnde een brief van mr. F.J. Heideman d.d. 16 september 2004 (doorgenummerde pag. 8 0775 e.v.).

xlii Een geschrift, zijnde een overzicht rekeningmutaties (doorgenummerde pag. 8 1010).

xliii Verklaring bij de rechter-commissaris van [persoon 7] d.d. 15 oktober 2008 (pag .3); verklaring bij de rechter-commissaris van [persoon 1] d.d. 28 oktober 2008 (pag. 4.); verklaring bij de rechter-commissaris van [persoon 2] d.d. 14 oktober 2008 (pag. 3).

xliv Respectievelijk een geschrift, zijnde een rekeningafschrift bedrijfsplusrekening [rekeningnummer 2] van 23 maart 2001, en een geschrift, zijnde een rekeningafschrift bedrijfsplusrekening [rekeningnummer 3] van 23 maart 2001, beide geschriften als bijlage bij proces-verbaal van bevindingen inzake de Rabobankrekeningen [rekeningnummer 2] en [rekeningnummer 3] met nummer 2005176803 van 20 augustus 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 12].

xlv Een geschrift, zijnde een overzicht van alle bij- en afschrijvingen bedrijfsplusrekening [rekeningnummer 2] en de bijgevoegde respectievelijke rekeningafschriften, als bijlage bij genoemd proces-verbaal van 20 augustus 2007 van verbalisant [persoon 12].

xlvi Een geschrift, zijnde een brief van Kennedy van der Laan d.d. 14 november 2001 (doorgenummerde pag. 8 0517).

xlvii Een geschrift, zijnde een overzicht rekeningmutaties (doorgenummerde pag. 8 1011).

xlviii Een geschrift, zijnde een overzicht van alle bij- en afschrijvingen bedrijfsplusrekening [rekeningnummer 2] en de bijgevoegde respectievelijke rekeningafschriften, als bijlage bij genoemd proces-verbaal van 20 augustus 2007 van verbalisant [persoon 12].

xlix Een geschrift, zijnde een overzicht van alle bij- en afschrijvingen bedrijfsplusrekening [rekeningnummer 3] en de bijgevoegde respectievelijke rekeningafschriften, als bijlage bij genoemd proces-verbaal van 20 augustus 2007 van verbalisant [persoon 12].

l Verklaring bij de rechter-commissaris van [persoon 20] d.d. 5 november 2008 (pag. 4).

li Verklaring bij de rechter-commissaris van [persoon 22] d.d. 5 november 2008 (pag. 9); verklaring bij de rechter-commissaris van [persoon 7] d.d. 15 oktober 2008 (pag. 3).

lii Verklaring bij de rechter-commissaris van [persoon 2] d.d. 14 oktober 2008 (pag. 5).

liii Een proces-verbaal van verhoor van [persoon 22] met nummer 2005176803 van 6 maart 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 12] (doorgenummerde pag. 3 0002 e.v.).

liv Telkens een geschrift, zijnde een kwaliteitsrekeningberekening (doorgenummerde pag. 8 0123 tot en met 8 0132).

lv Verklaring bij de rechter-commissaris van [persoon 22] d.d. 5 november 2008 (pag. 9).

lvi Een proces-verbaal van verhoor van [persoon 22] met nummer 2005176803 van 6 maart 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 12] (doorgenummerde pag. 3 0004 e.v.).

lvii Een geschrift, zijnde een overzicht totaalsaldo bankstanden 2002 (doorgenummerde pag. 8 0758).

lviii Een geschrift, zijnde een overzicht totaalsaldo bankstanden 2003 (doorgenummerde pag. 8 0759).

lix Een proces-verbaal van verhoor van [persoon 22] met nummer 2005176803 van 6 maart 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 12] (doorgenummerde pag. 3 0005).

lx Een geschrift, zijnde een vonnis van de civiele rechter van de rechtbank Amsterdam d.d. 31 maart 2004 (doorgenummerde pag. 8 0800 e.v.).

lxi Een geschrift, zijnde een brief van mr. F.J. Heideman d.d. 16 september 2004 (doorgenummerde pag. 8 0776).

lxii Een proces-verbaal van aangifte van 11 juli 2005, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [persoon 14] en [persoon 19] (doorgenummerde pag. 2 0001 e.v.).

lxiii Een geschrift, zijnde een notitie van mr. [persoon 11] d.d. 11 juli 2005 met bijlagen (doorgenummerde pag. 8 0775 e.v.).

lxiv Verklaring bij de rechter-commissaris van [persoon 20] d.d. 5 november 2008.

lxv Een geschrift, zijnde een overzicht van onderzoeksbevindingen, als bijlage 1 bij de verklaring bij de rechter-commissaris van [persoon 20] d.d. 5 november 2008.

lxvi Een geschrift, zijnde een overzicht saldibalans 2003 (doorgenummerde pag. 8 0133).

lxvii Een geschrift, zijnde een faillissementsverslag van curator P.R.W. Schaink d.d. 22 februari 2006 (doorgenummerde pag. 8 0480).

lxviii Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2005176803 van 3 maart 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 12] en bijlage 5.

lxix Genoemd proces-verbaal van 3 maart 2008 en bijlage 4.

lxx Genoemd proces-verbaal van 3 maart 2008 en bijlage 8.

parketnummer 13/409031-07 PROMIS inzake [verdachte]