Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BL3543

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
23-12-2009
Datum publicatie
10-02-2010
Zaaknummer
423859 - HA ZA 09-1052
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres vordert veroordeling van gedaagde tot betaling van 6,7 miljoen. De rechtbank wijst de vorderingen af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 423859 / HA ZA 09-1052

Vonnis van 23 december 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AFR VASTGOED B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. C.B. de Jong,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LIVING CITY PROPERTY PERFORMANCE B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CHIOS REAL ESTATE PROPERTIES B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CHIOS INVESTMENTS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

4. [A],

wonende te --,

5. [B],

wonende te --,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. T.R.B. De Greve.

Partijen zullen hierna AFR en Living City c.s. genoemd worden. Gedaagden in conventie/ eisers in reconventie zullen afzonderlijk worden aangeduid als respectievelijk Living City, Chios Real Estate, Chios Investments, [A] en [B].

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 5 augustus 2009, waarin een comparitie van partijen met het karakter van een pleidooi is gelast,

- het proces-verbaal van comparitie van 19 november en de daarin genoemde processtukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [A] is bestuurder van Chios Investments die op haar beurt enig aandeelhouder en bestuurder van Chios Real Estate is. Chios Investments en Chios Real Estate zullen hierna in voorkomende gevallen gezamenlijk Chios worden genoemd.

[A]/Chios beschikt (onder meer) over expertise op het gebied van entertainment.

[B] is de financiële adviseur van [A] en tevens gevolmachtigde van Chios.

2.2. Trimp & [C] Property Development N.V. (hierna; Trimp & [C]) beschikt over expertise op het gebied van de ontwikkeling van vastgoed. Bestuurders van Trimp & [C] zijn onder meer (indirect) de heer [C] en de heer [D].

2.3. Living City is op 11 januari 2006 opgericht ter uitvoering van een samenwerkingsovereenkomst tussen Chios Real Estate en Trimp & [C] van 16 november 2005. Living City zou zich gaan bezighouden met de ontwikkeling van vastgoed (hotels, parkeergarages, kantoren en dergelijke) rondom door Chios/[A] te bouwen theaters. Beide partijen zouden hun expertise inbrengen en Chios/[A] zou de vennootschap financieren. Chios/[A] had op dat moment al het voornemen om een theater in combinatie met een hotel en een parkeergarage op een locatie aan de Zuidas te Amsterdam te ontwikkelen en heeft onder meer dat plan samen met een potentiële grondpositie aan de Zuidas (gedeeltelijk) in Living City ingebracht.

De ontwikkeling van het geplande theater zelf bleef buiten Living City, hoewel Trimp & [C] ook bij die ontwikkeling werd betrokken.

2.4. Chios Real Estate en Trimp & [C] houden ieder 50% van de aandelen in Living City en beiden zijn bij oprichting benoemd tot statutair bestuurder. Daarnaast zijn bij oprichting [A], [B], [C] en [D] benoemd tot commissaris van Living City. Voor de dagelijkse leiding van Living City werd, op voordacht van Trimp & [C], de heer [E] als titulair directeur/gevolmachtigde aangesteld.

2.5. AFR is bedrijfsmakelaar en bemiddelt/adviseert vooral op het gebied van commercieel en beleggingsonroerend goed. Enig aandeelhouder, enig bestuurder en enig werknemer van AFR is de heer [F].

2.6. [F] was een goede bekende van [E] en is door de laatste benaderd om makelaarswerkzaamheden te verrichten - in elk geval het zoeken naar huurders - voor de door Living City beoogde vastgoedprojecten. In dat kader heeft AFR (in de persoon van [F]) met medeweten en goedkeuring van Living City in elk geval onderhandelingen gevoerd met NH The Netherlands BV (hierna: NH) over een te sluiten huurovereenkomst tussen Living City Zuidas CV - een commanditaire vennootschap met als beherend vennoot een 100% dochtervennootschap van Living City en als commanditaire vennoten Chios Real Estate en Trimp & [C] - en NH met betrekking tot het hotel dat Living City voornemens was te realiseren aan de Zuidas.

2.7. In verband met een grootschalig strafrechtelijk onderzoek naar fraude verband houdend met vastgoedtransacties zijn op 13 november 2007 in Nederland een groot aantal huiszoekingen verricht en een aantal verdachten aangehouden en in verzekering gesteld.

Tot die verdachten behoorden onder meer [C], [D] en [F].

2.8. Chios heeft daarop bij brief van 20 november 2007 aan Trimp & [C] laten weten de samenwerkingsovereenkomst te beëindigen en de relatie tussen partijen op korte termijn te willen afwikkelen. Op diezelfde datum heeft [A], als indirect bestuurder van Living City, [C] en [D] uit het handelsregister doen uitschrijven als commissarissen van Living City. Trimp & [C] heeft zich verzet tegen de opzegging van de samenwerking, maar heeft geen nadere overeenstemming met Chios weten te bereiken.

2.9. Chios heeft vervolgens een zogenoemd forensisch onderzoek bij Living City doen instellen door onderzoeksbureau Integis BV. Het doel van dat onderzoek was om inzichtelijk te maken of en in hoeverre Living City en dus ook Chios direct of indirect betrokken was geraakt bij onoorbare gedragingen. Op basis van voorlopige resultaten van dat onderzoek heeft Chios op 14 december 2007 aan Trimp & [C] laten weten dat zij, als bestuurder van Living City, over zou gaan tot afwikkeling van die vennootschap, in welk verband aan de medewerkers een afvloeiingsregeling zou worden aangeboden en nog lopende overeenkomsten met derden zouden worden opgezegd. Op 16 april 2008 heeft Chios dat voornemen - volledig op eigen kosten - uitgevoerd. De dag erna, 17 april 2008, heeft [A] door middel van een interview in de Volkskrant de breuk tussen Chios en Trimp & [C] publiek gemaakt.

2.10. Bij beschikking van 18 november 2008 heeft de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam naar aanleiding van een verzoekschrift van Trimp & [C] d.d. 8 mei 2008 een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken bij Living City vanaf 11 januari 2006. Verder heeft de ondernemingskamer bij wijze van voorlopige voorziening in diezelfde beschikking zowel Chios Real Estate als Trimp & [C] met onmiddellijke ingang geschorst als bestuurders van Living City en in hun plaats, in elk geval voor de duur van de enquêteprocedure, de heer [G] als enig bestuurder benoemd.

2.11. AFR heeft op 6 maart 2009 diverse conservatoire beslagen ten laste van ieder van Living City c.s. gelegd.

2.12. Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van 26 maart 2009 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank op vordering van [A], [B] en Chios de ten laste van hen gelegde beslagen opgeheven en AFR onder meer veroordeeld tot doorhaling van beslagen bij het Kadaster en kennisgeving aan derden, op straffe van dwangsommen. Aan dat inmiddels onherroepelijke vonnis heeft AFR tijdig voldaan.

3. Het geschil

in conventie

3.1. AFR vordert na wijziging van eis samengevat - hoofdelijke veroordeling van Living City c.s. tot betaling van € 6.712.403,20, althans een redelijk loon op grond van artikel 7:411 BW, vermeerderd met rente en kosten.

3.2. AFR legt aan die vordering - samengevat - het volgende ten grondslag.

AFR stelt in de periode tussen 15 mei 2007 en 3 december 2007 met Living City tien afzonderlijke bemiddelingsovereenkomsten te hebben gesloten met betrekking tot tien door Living City beoogde vastgoedprojecten. Bij die overeenkomsten zou AFR zich hebben verbonden om werkzaamheden te verrichten teneinde huurovereenkomsten tot stand te brengen tussen Living City en toekomstige huurders van de beoogde projecten. Voor die werkzaamheden zou zij worden beloond met een courtage van 12% (in het geval van NH; zie 2.6) respectievelijk 14% (in alle andere gevallen) van de gemiddelde jaarhuur van de af te sluiten huurovereenkomst, waarvan 50% door Living City moest worden betaald binnen twee maanden na het ondertekenen van de betreffende huurovereenkomst en de overige 50% bij de start van de bouw van het project. Bij een eventuele verkoop van het project in de toekomst - naar de rechtbank begrijpt: indien door AFR tot stand gebracht - zou Living City 1,25% van de verkoopwaarde aan AFR verschuldigd zijn, te betalen bij transport.

Pas op 17 april 2008 (zie 2.9) werd AFR naar haar eigen zeggen geconfronteerd met de feitelijke beëindiging van alle activiteiten van Living City, waaronder dus ook de met AFR gesloten bemiddelingsovereenkomsten. Dit, terwijl AFR op dat moment reeds een huurovereenkomst tussen Living City – naar de rechtbank begrijpt: Living City Zuidas CV; zie 2.6 – en NH tot stand zou hebben gebracht en met betrekking tot de andere negen projecten al vergevorderde onderhandelingen met potentiële huurders/kopers zou hebben gevoerd. Zij maakt daarom aanspraak op de afgesproken courtage van 12% voor de huurovereenkomst met NH op grond van artikel 7:426 BW en voor het overige (ook subsidiair ten aanzien van de werkzaamheden met het oog op de huurovereenkomst met NH) op loon in verband met het voortijdige einde van de bemiddelingsovereenkomsten op grond van artikel 7: 411 BW. Volgens AFR is dat voortijdige einde aan Living City toe te rekenen, zodat zij, onder verwijzing naar artikel 7:411 lid 2 BW, aanspraak maakt op het volledige overeengekomen loon. Rekening houdend met een bepaalde mate van onzekerheid dat de beoogde huur- en koopovereenkomsten tot stand zouden zijn gekomen, beperkt zij haar vordering echter tot de volledige courtage voor de huurovereenkomst met NH (al dan niet reeds op grond van artikel 7:426 BW, omdat die overeenkomst al daadwerkelijk tot stand zou zijn gebracht), de volledige courtage voor de beoogde verkoop van het NH-project en 75% van de courtage voor de beoogde verhuur van de overige projecten (dus geen verkoopcourtage voor die projecten). Op grond van bepaalde aannames over de te verkrijgen gemiddelde jaarhuur en de verkoopwaarde van die beoogde projecten komt AFR dan op een totaalsom van € 6.712.403,20.

Chios, [A] en [B] kunnen volgens AFR als (indirect) bestuurders voor dat zelfde bedrag worden aangesproken uit onrechtmatige daad.

3.3. Living City c.s. ontkent dat zij enige bemiddelingsovereenkomst met AFR heeft gesloten. Gelet op het ontwikkelingsstadium van waarin de beoogde vastgoedprojecten zich bevonden, zou dat volgens haar ook hoogst ongebruikelijk zijn in bouwwereld. Maar zelfs indien de door AFR beweerde overeenkomsten zouden zijn gesloten, dan komt AFR geen loon toe. In de eerste plaats, omdat met betrekking tot geen van de projecten (door bemiddeling van AFR) een huurovereenkomst tot stand is gekomen, laat staan een verkoopovereenkomst. En voorts, omdat het in de gegeven omstandigheden niet onredelijk is dat AFR geen vergoeding voor haar werkzaamheden ontvangt in verband met het voortijdige einde van de beweerde overeenkomsten, aldus Living City c.s.

in reconventie

3.4. Living City c.s. vordert samengevat - opheffing en doorhaling van alle door AFR ten laste van Living City c.s. gelegde beslagen en veroordeling van AFR tot vergoeding van alle door ieder van Living City c.s. geleden en nog te lijden schade als gevolg van de door AFR gelegde beslagen, voorlopig begroot op in elk geval € 15.000,-- aan de zijde van [A], € 250,-- aan de zijde van [B] en € 150,-- aan de zijde van Living City en voor het overige nader op te maken bij staat.

3.5. AFR voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

4.1. In het midden kan blijven of tussen AFR en Living City daadwerkelijk enige bemiddelingsovereenkomst tot stand is gekomen. Zelfs indien veronderstellenderwijs wordt uitgegaan van de juistheid van wat AFR daarover stelt, is de rechtbank namelijk met Living City c.s. van oordeel dat het voortijdige einde van die overeenkomsten in het onderhavige geval geen recht op loon voor AFR heeft doen ontstaan. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

totstandkoming huurovereenkomst met NH?

4.2. Van een door Living City - althans Living City Zuidas CV - en NH ondertekende huurovereenkomst met betrekking tot het beoogde project aan Zuidas is geen sprake.

AFR stelt echter dat partijen op 17 april 2008 al wel degelijk volledige overeenstemming hadden bereikt over de huur door NH van het nog te ontwikkelen gebouw gedurende 35 jaren, met ingang van de datum van oplevering en tegen een aanvangshuurprijs van € 7.300.000,--, een en ander als verwoord in het door AFR overgelegde concept huurovereenkomst (versie 15 april 2008). NH zou het huurcontract al begin april 2008 hebben willen ondertekenen. Het was nog een kwestie van enkele detailpunten en het zetten van handtekeningen, aldus AFR.

4.3. AFR gaat daarmee echter voorbij aan het feit dat het bestuur van Living City op grond van de statuten onder andere voor de verhuur en verkoop van onroerend goed de voorafgaande goedkeuring van de raad van commissarissen nodig heeft. Zoals Living City c.s. onbetwist heeft gesteld, is die toestemming voor een huurovereenkomst met NH nooit verzocht, laat staan ooit gegeven. AFR heeft ook niet, althans onvoldoende bestreden dat zij van dat toestemmingsvereiste op de hoogte was. Ook in de door AFR zelf overgelegde verslagen van interne besprekingen tussen [E] en [B] - waarvan AFR klaarblijkelijk kennis droeg - wordt meermalen gesproken over presentatie van het concept huurcontract met NH aan de raad van commissarissen ten behoeve van goedkeuring.

Reeds vanwege het ontbreken van deze goedkeuring kan niet worden gezegd dat met NH een huurovereenkomst tot stand is gebracht, zodat ook geen recht is ontstaan op loon wegens (gedeeltelijke) volbrenging van de door AFR beweerde opdracht.

recht op loon wegens voortijdig einde van de opdracht?

4.4. Voor het overige berust de vordering van AFR in de kern op de veronderstelling dat [A]/Chios, met medeweten/instemming van [B], eenzijdig, zonder noodzaak en met voorbijgaan aan de belangen van AFR “de stekker uit Living City heeft getrokken”. AFR gaat er verder vanuit dat het besluit daartoe al in november 2007 is genomen, zonder AFR daarvan op de hoogte te stellen, als gevolg waarvan AFR naar eigen zeggen nog maandenlang onnodige inspanningen heeft verricht en kosten heeft gemaakt ten behoeve van de verschillende projecten van Living City.

4.5. Living City c.s. bestrijdt die lezing. Zij erkent dat Chios vlak na de aanhoudingen in het vastgoedfraudeonderzoek de samenwerking met Trimp & [C] heeft opgezegd en dat het ook op dat moment al de wens van Chios was om de structuur van Living City te ontmantelen. Met het oog daarop heeft zij de mogelijkheden laten onderzoeken om potentieel vruchtbare projecten van Living City buiten die vennootschap voort te zetten. In dat verband heeft zij onder meer aan Trimp & [C] aangeboden om Living City in haar geheel over te nemen en alleen voort te zetten.

Verder heeft Chios onderzoek laten doen naar de eventuele betrokkenheid van Living City bij strafbare of anderszins illegale gedragingen.

In afwachting van deze onderzoeken heeft Chios alle projecten van Living City voorlopig stop laten zetten. Daarop heeft [E] echter laten weten dat AFR bezig zou zijn met het voorbereiden van een zeer profijtelijk huurcontract met NH en dat de laatste zou hebben aangegeven de onderhandelingen alleen met AFR te willen voortzetten. Achteraf bleek dat NH helemaal niet had aangedrongen op de (blijvende) betrokkenheid van AFR, maar gelet op de mededeling van [E] heeft Chios toegestaan dat AFR (uitsluitend) het overleg met NH zou voortzetten. Uit de lopende interne onderzoeken kwamen gaandeweg echter serieuze bedenkingen tegen het NH-project naar voren. Zo bleek een essentiële vergunning te ontbreken en werden in het dossier ernstige waarschuwingen van de architect aangetroffen met betrekking tot de juistheid van de begroting. Verder was er nog geen financiering beschikbaar. Om die redenen heeft Chios medio februari 2008 besloten om het hotelproject aan de Zuidas te stoppen en dus ook niet langer de door Living City aan de gemeente Amsterdam te betalen reserveringsvergoeding voor de grond voor te schieten. [E] en de gemeente zijn daarover op 19 februari 2008 geïnformeerd. Verdere investeringen waren zakelijk niet meer te verantwoorden en er waren bovendien duidelijke aanwijzingen dat Trimp & [C], samen met [E], Chios had misleid met betrekking tot de kosten van het project.

Intussen had de gemeente Amsterdam eind november 2007 al expliciet laten weten dat zij de samenwerking met Living City alleen nog wilde voortzetten met medewerkers, wier handelen geen onderwerp van strafrechtelijk onderzoek was. Met het voortschrijden van de tijd trokken ook de marktpartijen in toenemende mate hun handen af van Trimp & [C] en in het verlengde daarvan van Living City. Ook (beoogde) financiers trokken zich terug. In april 2008 bleek eigenlijk niemand meer bereid om zaken te doen met Living City. Tegen die tijd had Chios inmiddels, zowel uit de interne onderzoeken als uit de media, tal van aanwijzingen gekregen dat Living City als geheel “geïnfiltreerd” zou zijn door een crimineel samenwerkingsverband - waarvan onder meer [C], [D] en [F] deel zouden uitmaken - dat erop uit was om onrechtmatig gelden te onttrekken aan vastgoedprojecten. Om die redenen zag Chios zich op 16 april 2008 genoodzaakt om op eigen kosten definitief overgegaan tot ontmanteling van de vennootschap.

4.6. Deze schets van de gang van zaken rond Living City, de interne besluitvorming en de daarbij gemaakte afwegingen in de periode tussen 13 november 2007 en 16 april 2008 wordt niet, althans onvoldoende gemotiveerd door AFR weersproken, zodat de rechtbank daarvan uitgaat. Tegen die achtergrond kan niet worden gezegd dat de (feitelijke) voortijdige beëindiging van de door AFR gestelde bemiddelingsovereenkomsten aan Living City is toe te rekenen als bedoeld in artikel 7:411 lid 2 BW. Anders dan AFR meent, is het enkele gegeven dat de relatie is geëindigd “door toedoen” van Living City, daarvoor onvoldoende. Voor volledige betaling van loon aan AFR bestaat dan ook geen grond.

4.7. Ter beoordeling staat dan nog of AFR als gevolg van dat voortijdige einde aanspraak kan maken op enig in redelijkheid vast te stellen loon. Bij de bepaling daarvan dient op grond van artikel 7:411 lid 1 BW, dat ook op bemiddelingsovereenkomsten van toepassing is, onder meer rekening te worden gehouden met de door AFR verrichte werkzaamheden, het voordeel dat Living City daarvan heeft (gehad) en de grond waarop de overeenkomsten zijn geëindigd. In dat verband acht de rechtbank het volgende van belang.

4.8. Allereerst moet worden opgemerkt op dat AFR op geen enkele wijze inzicht heeft gegeven in de (meer precieze) aard en omvang van de door haar beweerde werkzaamheden voor Living City, laat staan dat zij een specificatie heeft gegeven van het aantal door haar gewerkte uren en een voor haar passend uurloon heeft genoemd. Dit, ondanks (herhaalde) uitnodigingen daartoe, zowel van Living City c.s. als van de voorzieningenrechter van deze rechtbank - tijdens een kort geding procedure tussen partijen in maart 2009. AFR blijft volstaan met in algemene termen te beweren dat zij zich sinds november 2006 intensief ten behoeve van Living City heeft ingespannen, meerdere contractspartijen heeft aangedragen, daarmee onderhandelingen heeft gevoerd, deel heeft genomen aan projectoverleg en assistentie heeft verleend bij het opstellen van programma’s van eisen. Met wie zij - bijvoorbeeld - heeft onderhandeld, wanneer, ten behoeve van welk (beoogd) project en hoeveel tijd daarin is gaan zitten, blijft echter volledig in het ongewisse.

4.9. Dat klemt temeer nu Living City gemotiveerd heeft aangevoerd - onder meer onder verwijzing naar een onderzoek door ir. [H] - dat, met uitzondering van het NH-project, alle door Living City beoogde vastgoedprojecten zich nog in de prille beginfase bevonden, waarin een idee in de markt van aanbieders en gebruikers wordt afgetast. Geen van deze potentiële projecten bleek bij nadere beschouwing levensvatbaar, aldus Living City, die daartoe onder meer verwijst naar een analyse van haar huidige - door de ondernemingskamer benoemde – bestuurder, de heer [G]. AFR stelt daar niets tegenover. Zij suggereert wel dat de projecten, waarvoor zij stelt te hebben bemiddeld, verder gevorderd en/of kansrijker zouden zijn, maar onderbouwt dat op geen enkele wijze.

4.10. Ook de beweerde kosten worden niet nader door AFR geadstrueerd. Integendeel, de stelling van Living City c.s. dat AFR haar (externe) kosten - voor zover bij Living City c.s. bekend - steeds heeft doorbelast aan Living City, wordt niet ontkend.

4.11. AFR brengt verder niets in tegen de stelling van Living City dat zij geen enkel voordeel van de beweerde inspanningen van AFR heeft gehad en dat haar mislukte onderneming daarentegen tot op heden, inclusief afwikkelingskosten, ruim 10 miljoen euro heeft gekost, welke kosten volledig door Chios/[A] zijn gedragen.

4.12. Daar komt bij dat, gelet op de aard van de projecten en de prille ontwikkelingsfase waarin die zich bevonden, het voor AFR, als ervaren bemiddelaar, al bij aanvang duidelijk moet zijn geweest dat hoogstens een klein deel, maar mogelijk ook geen van deze projecten uiteindelijk het stadium van uitvoering zou kunnen bereiken, zoals Living City c.s. terecht heeft aangevoerd. Ook afgezien van de bijzondere gang van zaken rond Living City, zoals hiervoor in 4.5 geschetst, bestond er dus een aanmerkelijk kans dat de projecten zouden kunnen ‘afketsen’ en dat AFR geen (enkele) aanspraak op courtage zou kunnen maken.

4.13. De stelling van AFR ten slotte, dat Living City c.s. haar maandenlang in de waan heeft gelaten dat, ondanks de arrestatie van onder meer [F] op 13 november 2007, de relatie tussen AFR en Living City onaangetast zou blijven, is zonder nadere toelichting - die ontbreekt - onbegrijpelijk. Nog daargelaten dat AFR moet hebben beseft dat een verdenking van fraude in verband met vastgoedprojecten tot serieuze heroverweging bij haar opdrachtgever(s) zou leiden, acht de rechtbank het zeer onaannemelijk dat [E] AFR niet zou hebben geïnformeerd over het besluit van Chios, eind november 2007, om AFR “on hold” te zetten voor wat betreft elk ander project dan NH. Van die beslissing wordt ook gewag gemaakt in de interne verslagen van het overleg tussen [E] en [B], die door AFR zelf in het geding zijn gebracht en waarvan zij dus klaarblijkelijk kennis droeg. De rechtbank acht het evenmin aannemelijk dat [E] zijn goede kennis [F], die hij zelf bij Living City had binnengebracht, niet onmiddellijk op de hoogte heeft gesteld van de beslissing van Chios, medio februari 2008, om (ook) met het NH-project te stoppen.

4.14. Gelet op al deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat, voor zover er al bemiddelingsovereenkomsten tussen AFR en Living City hebben bestaan en deze dus voortijdig zijn geëindigd, het als gevolg daarvan aan AFR verschuldigde loon in redelijkheid op nihil moet worden gesteld.

4.15. Nu AFR dus geen aanspraak kan maken op enige vergoeding van Living City, vervalt ook de grondslag van haar vorderingen tegen Chios, [A] en [B] uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid.

4.16. Reeds op grond van het voorgaande moeten de vorderingen van AFR integraal worden afgewezen, zodat de overige verweren van Living City c.s. onbesproken kunnen blijven.

4.17. AFR zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Living City c.s. worden begroot op:

- vast recht 4.938,00

- salaris advocaat 6.422,00 (2,0 punten × tarief EUR 3.211,00)

Totaal EUR 11.360,00

4.18. De door Living City c.s. gevorderde veroordeling in de nakosten en de over die nakosten gevorderde wettelijke rente is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook op de navolgende wijze worden toegewezen.

in reconventie

opheffing en doorhaling beslagen

4.19. Niet in geschil is dat de ten laste van [A], [B] en Chios gelegde beslagen al lang zijn opgeheven en (voor zover nodig) doorgehaald, zodat de vorderingen van Living City c.s. tot opheffing klaarblijkelijk alleen nog betrekking hebben op ten laste van Living City gelegde beslagen. Gelet op het oordeel in conventie zijn die vorderingen in zoverre toewijsbaar. Voor het geval een of meer van die beslagen op onroerende zaken mocht rusten, zal ook doorhaling worden bevolen. De gevorderde dwangsommen zullen worden gematigd en gemaximeerd. De hierna te melden termijnen komen redelijk voor.

4.20. AFR zal conform de vordering van Living City c.s. eveneens worden bevolen om dit vonnis te hechten aan een mogelijk nog in de toekomst in te dienen verzoekschrift tot het leggen van beslag ten laste van Living City en in dat verzoekschrift duidelijk melding te maken van dit vonnis. Een partij die wil overgaan tot het leggen van conservatoir beslag heeft immers de plicht de voorzieningenrechter volledig te informeren.

Voor de vordering om een kopie van een mogelijk toekomstig verzoekschrift aan de raadsman van Living City te zenden, bestaat geen rechtsgrond.

schadevergoeding

4.21. Living City c.s. vordert daarnaast vergoeding van de geleden en nog te lijden schade als gevolg van de door AFR gelegde beslagen, die in haar visie onrechtmatig en onnodig waren. Deze vorderingen moeten worden afgewezen, omdat Living City c.s. onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij daadwerkelijk enige schade heeft geleden.

4.22. Zo valt zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet in te zien dat schade is geleden door het niet kunnen beschikken over liquide middelen als gevolg van de gelegde derdenbeslagen onder diverse banken. Gesteld noch gebleken is dat in de (korte) periode dat de banktegoeden onder beslag lagen, Living City c.s. enig bedrag bij haar bank(en) heeft opgevraagd, dan wel dringend behoefte had om over haar banktegoeden te kunnen beschikken. AFR heeft verder onbetwist opgemerkt dat Living City c.s. ook over de beslagperiode gewoon contractuele rente van haar bank(en) zal hebben ontvangen.

4.23. Verder merkt Living City c.s. weliswaar op dat de toepasselijke algemene voorwaarden van haar banken bepalen dat de banken gerechtigd zijn om per gelegd beslag € 130,90 ten laste van de betreffende rekeninghouder te brengen, maar zij stelt niet met zoveel woorden dat de banken ook daadwerkelijk enig bedrag in rekening hebben gebracht.

4.24. De enkele vaststelling, ten slotte, dat [A] en [B] gedurende de (korte) beslagperiode niet vrijelijk hebben kunnen beschikken over hun onroerende zaken, met als gevolg dat zij hun activa niet maximaal hebben kunnen inzetten om rendementen te behalen en tegen zo gunstig mogelijke condities (her)financiering(en) aan te kunnen trekken, is eveneens onvoldoende om te kunnen concluderen dat schade is geleden. Enige toelichting op mogelijke concrete plannen van [A] en [B] met betrekking tot hun activa, de kans op succes en het te verwachten resultaat daarvan ontbreekt immers.

4.25. Living City c.s. zal dan ook als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in reconventie worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van AFR worden begroot op € 452,00 voor salaris advocaat (2,0 punten × factor 0,5 × tarief EUR 452,00).

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt AFR in de proceskosten, aan de zijde van Living City c.s. tot op heden begroot op EUR 11.360,00,

5.3. veroordeelt AFR in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op EUR 131,-- aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en de veroordeelde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, met een bedrag van EUR 68,-- aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak en voorts te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.4. verklaart dit vonnis in conventie voor wat de kostenveroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.5. heft op alle door AFR gelegde conservatoire beslagen ten laste van Living City,

5.6. beveelt AFR om binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis eventuele ten laste van Living City gelegde conservatoire beslagen op onroerende zaken bij het Kadaster door te halen, aan alle derden onder wie ten laste van Living City derdenbeslag is gelegd schriftelijk te verklaren dat de beslagen zijn opgeheven en afschriften hiervan binnen twee werkdagen na verzending hiervan te zenden naar de raadsman van Living City (mr. T.R.B. de Greve, Strawinskylaan 2001 te Amsterdam), op straffe van een dwangsom van € 5.000,-- per dag of gedeelte daarvan dat AFR in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van € 50.000,--,

5.7. beveelt AFR om na betekening van dit vonnis bij ieder verzoekschrift tot het leggen van beslag ten last van Living City een kopie van dit vonnis aan het verzoekschrift te hechten en om in dat verzoekschrift duidelijk te vermelden dat dit vonnis is gewezen, op straffe van € 25.000,-- per keer dat AFR in gebreke blijft aan dit bevel te voldoen,

5.8. veroordeelt Living City c.s. in de proceskosten, aan de zijde van AFR tot op heden begroot op EUR 452,00.

5.9. wijst het meer of anders gevorderde af,

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Vrakking, mr.F.P.L.M. Vennix en mr. S.F. van Merwijk en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2009.?