Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BL0658

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
03-06-2009
Datum publicatie
27-01-2010
Zaaknummer
397486 / 08.1315
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gedwongen overname van aandelen ex Artikel 2:343 BW.

Eiseres bezit 25% van de aandelen van een vennootschap, gedaagde bezit de overige 75% van de aandelen. In deze procedure is de vraag aan de orde of gedaagde op grond van artikel 2:343 BW gehouden is de aandelen van eiseres over te nemen. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend. De rechtbank is daarbij van oordeel dat eiseres door het handelen en nalaten van gedaagde zodanig in haar belangen en rechten wordt geschaad dat het voortduren van het aandeelhouderschap niet langer van haar kan worden gevergd. Eiseres heeft namelijk niet de overengekomen zeggenschap omdat de bepalingen van de tussen partijen gesloten aandeelhoudersovereenkomst niet worden nageleefd. De rechtbank zal een deskundige benoemen om de koopprijs van de aandelen te kunnen vaststellen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RO 2010, 32
JRV 2010, 274
JIN 2010/143
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Enkelvoudige civiele kamer

zaaknummer / rolnummer: 397486 / HA ZA 08-1315

Vonnis van 3 juni 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. M.J. Meijer,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B] HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. R.A. Oskamp.

Partijen zullen hierna [A] en [B] worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties

- de conclusie van antwoord met producties

- het tussenvonnis van 23 juli 2008

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 23 september 2008 met de daarin genoemde stukken

- de brief van mr. Heybroek aan de rechtbank van 8 oktober 2008

- de conclusie van repliek met producties

- de conclusie van dupliek met producties

- het op 20 april 2009 gehouden pleidooi, het daarvan opgemaakte proces-verbaal en de pleitnotities van beide advocaten.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [A] bezit sinds begin 2000 25% van de aandelen van de besloten vennootschap Budget Chauffeur Drive Holding B.V. (verder te noemen: “Budget Holding”), gevestigd aan de Modemstraat 8 te Amsterdam. [B] bezit de overige 75% van de aandelen van deze vennootschap. Bestuurder/ enig aandeelhouder van [A] is de heer [A]. Bestuurder/ enig aandeelhouder van [B] is de heer [B].

2.2. Sinds 1996 is [B] alleen/ zelfstandig bestuurder van Budget Holding. Budget Holding is bestuurder en enig aandeelhouder van de besloten vennootschap Budget Chauffeur Drive B.V., de werkmaatschappij van Budget Holding. Deze werkmaatschappij houdt zich bezig met het vervoer van personen in limousines en in andere luxe personenauto’s.

2.3. In de statuten van Budget Holding, zoals die op 29 december 2000 zijn gewijzigd, is het volgende – voor zover van belang – opgenomen:

(…)

Artikel 15.

1. Het bestuur is belast met het besturen van de vennootschap.

2. De goedkeuring van de (…) algemene vergadering van aandeelhouders is vereist voor de bestuursbesluiten tot:

a. het verkrijgen, vervreemden of bezwaren, onder welke titel dan ook, van onroerende zaken;

b. het huren, verhuren, pachten of verpachten van onroerende en roerende zaken;

c. het stellen van persoonlijke- of zakelijke zekerheid;

d. het oprichten van-, deelnemen in-, financieren van- of besturen van andere ondernemingen en het beëindigen van deze belangen;(…)

i. het aangaan van een overeenkomst, waarbij aan de vennootschap krediet wordt verleend dan wel een geldlening wordt verstrekt; (…)

2.4. In een op 1 januari 2000 door partijen ondertekende aandeelhoudersovereenkomst zijn zij ter aanvulling van hetgeen in de statuten van Budget Holding is bepaald, omtrent hun positie als aandeelhouder van Budget Holding onder meer het volgende overeengekomen:

(…)

1.3 Het besluit omtrent de verlening van goedkeuring aan (een) bestuursbesluit(en) als omschreven in art. 2 lid 2 van deze overeenkomst wordt genomen met een gekwalificeerde meerderheid van 76% van de stemmen in een vergadering waarin het gehele stemgerechtigde kapitaal is vertegenwoordigd. (…)

2.2 De volgende bestuursbesluiten van de Vennootschap zullen onderworpen zijn aan de voorafgaande goedkeuring van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders:

a. het verkrijgen, bezwaren, verhuren, huren en op andere wijze in gebruik of genot verkrijgen of geven van registergoederen, alsmede het beëindigen van huurovereenkomsten, voor zover hiermee een bedrag gemoeid is dat € 50.000,- (…) te boven gaat;

b. investeringen of desinvesteringen, waarmee een bedrag van € 30.000,- (…) is gemoeid en die niet zijn opgenomen in het Jaarplan ex art. 2.3;

c. het verstrekken van geldleningen alsmede het ter leen opnemen van gelden voor zover deze een bedrag van € 30.000,- (…) te boven gaan, waaronder niet is begrepen het gebruik maken van een aan de Vennootschap verleend bankkrediet;

d. het aangaan van overeenkomsten, waarbij aan de Vennootschap een bankkrediet wordt verleend, uitgezonderd kort lopende kredieten, verstrekt in het kader van de normale bedrijfsuitoefening;

e. het verstrekken van garanties en borgtochten en elke andere vorm van persoonlijke of zakelijke zekerheidsstelling, een bedrag van € 30.000,- (…) te boven gaande;

f. het aangaan van verbintenissen, het tekenen van handelspapieren daaronder begrepen, een bedrag van € 30.000,- (…) te boven gaande. Hieronder wordt niet begrepen het aangaan van verbintenissen in het kader van de normale bedrijfsuitoefening;(…)

q. het vaststellen van het Jaarplan als bedoeld in lid 3 van dit artikel;(…)

2.3 Het bestuur van de Vennootschap stelt eens per jaar, uiterlijk in de maand januari, een jaarplan vast voor het komende boekjaar (“het Jaarplan”). Dit Jaarplan omvat de volgende punten:

a. een begroting van de te verwachten inkomsten en uitgaven;

b. voorstellen tot voorgenomen investeringen en desinvesteringen;

c. de doelstellingen van de Vennootschap voor het komende jaar;

d. richtlijnen omtrent het te volgen financiële, commerciële, publicitaire en sociale beleid bij de vennootschap. (…)

2.4 Het bestuur van de Vennootschap verstrekt binnen vier weken na afloop van elk kwartaal aan de Aandeelhouders de volgende informatie met betrekking tot dat kwartaal:

- verlies- en winstrekening van de vennootschap en de geconsolideerde verlies- en winstrekening over het voorafgaande kwartaal;

- de geconsolideerde liquiditeitsprognose van de Vennootschap voor het komende kwartaal;

- de balans en de geconsolideerde balans over het voorafgaande kwartaal.

2.5 Het bestuur van de Vennootschap verstrekt bovendien binnen één week na afloop van elke maand de omzetcijfers met betrekking tot de voorafgaande kalendermaand.

Artikel 3 – Winstbestemming

3.1 De voor uitkering vatbare winst, die blijkt uit de door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders vastgestelde jaarrekening zal worden uitgekeerd aan de Aandeelhouders, behoudens het bepaalde in art. 3 leden 2 en 3 van deze overeenkomst.

3.2 In afwijking van het in het voorgaande artikellid bepaalde kan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders besluiten de winst geheel of gedeeltelijk te reserveren, met het oog op een gezonde bedrijfsontwikkeling. Een zodanig besluit van de Algemene Vergadering kan slechts worden genomen met een gekwalificeerde meerderheid van 76% van de stemmen in een vergadering waarin het gehele stemgerechtigde kapitaal is vertegenwoordigd.

3.3 De Aandeelhouders verbinden zich voor een besluit tot reservering als bedoeld in art. 3 lid 2 te stemmen, voor zover het eigen vermogen van de Vennootschap ten opzichte van het balanstotaal geringer is dan 30% en/of indien de liquiditeitsprognose dit noodzakelijk maakt. (…)

2.5. In 2006 hebben partijen voor het eerst overleg gehad over een mogelijke overname door [B] van de aandelen van [A] in Budget Holding. De onderhandelingen hierover zijn gevoerd door de accountants van [A] en [B], die het op een gegeven moment eens waren over een bedrag van € 225.000,-. [B] heeft [A] aangeboden de aandelen over te nemen voor

€ 150.000,-. Dit aanbod is niet door [A] geaccepteerd.

3. Het geschil

3.1. [A] vordert samengevat – dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

1. [B] veroordeelt op grond van artikel 2:343 van het Burgerlijk Wetboek de in het geding zijnde aandelen van [A] over te nemen, tot welke overdracht [A] zich akkoord verklaart;

2. [B] veroordeelt om binnen twee maanden na het te wijzen eindvonnis deze aandelen ook daadwerkelijk te aanvaarden met gelijktijdige betaling van de hiertoe nader door de rechtbank vast te stellen prijs;

3. op kosten van [B] één deskundige benoemt ter waardering dan wel bepaling van de overnameprijs van 25% van het aandelenbezit van [A] in de besloten vennootschap Budget Holding, onder verbeurte van een niet voor matiging vatbare boete van € 260.000,- indien [B] hiermee tijdig in gebreke blijft, onder gelijktijdig plicht van [A] om deze aandelen te leveren;

4. [B] veroordeelt in de kosten van het geding.

3.2. [A] voert daartoe het volgende aan.

[B] negeert de bepalingen zoals die zijn neergelegd in de statuten en in de aandeelhoudersovereenkomst. Zij bestuurt de vennootschap alleen, zonder [A] hierbij te betrekken. Aan de belangen van [A] wordt volledig voorbij gegaan. Bovendien maakt [B] de belangen van [A] in het bedrijf stelselmatig ondergeschikt aan haar eigen belangen. [A] is slechts als aandeelhoudster aan Budget Holding verbonden, zonder inspraak en zonder dat zij enig rendement op haar aandelen verkrijgt. Van [A] kan daarom in redelijkheid niet langer worden gevergd dat zij als aandeelhouder tegen haar wil aanblijft.

3.3. [B] betwist dat de belangen van [A] door haar in zodanig ernstige mate worden geschaad dat voortduring van haar aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer van haar kan worden gevergd. [A] is geen bestuurster van Budget Holding en om die reden komen haar ook geen bestuursbevoegdheden toe. Bovendien is nooit afgesproken dat [A] zou worden betrokken bij de bedrijfsvoering van Budget Holding. Ook het principe van bestuursautonomie verhindert dat [A] als aandeelhoudster directe invloed op de bedrijfsvoering kan uitoefenen.

4. De beoordeling

4.1. In deze procedure is de vraag aan de orde of [B] op grond van artikel 2:343 van het Burgerlijk Wetboek (verder: “BW”) gehouden is de aandelen van [A] over te nemen. Dat is het geval als [A] door de gedragingen van [B] zodanig in haar rechten of belangen wordt geschaad dat het voortduren van haar aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer van haar kan worden gevergd. De vordering moet worden beoordeeld tegen de achtergrond van het volgende.

4.2. [A] heeft via zijn vennootschap in 2000 25% van de aandelen in Budget Holding overgenomen, om zijn toenmalige vriend [B] te steunen. [A] heeft hier FL 150.000,- voor betaald.

4.3. Partijen hebben op 1 januari 2000 een aandeelhoudersovereenkomst (verder: “de overeenkomst”) ondertekend. In deze overeenkomst hebben ze afspraken omtrent hun positie als aandeelhouder vastgelegd, ter aanvulling van hetgeen in de statuten is bepaald. Deze afspraken komen erop neer dat voor tal van onderwerpen voorafgaande goedkeuring nodig is van 76% van de stemmen in een vergadering, waarin het gehele stemgerechtigde kapitaal is vertegenwoordigd en daarmee van [A]. Dit geldt onder andere voor het verkrijgen en verhuren van onroerend goed voorzover daar een bedrag van meer dan € 50.000,- mee is gemoeid, voor het doen van investeringen voor meer dan € 30.000,- en het aangaan van leningen voor meer dan € 30.000,-. Ook voor de vaststelling van het Jaarplan is de voorafgaande goedkeuring van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (hierna: “AVA”) vereist. Deze goedkeuring verschilt dus van de goedkeuring die jaarlijks achteraf tijdens de AVA wordt gegeven. Om een juiste uitvoering aan de bepalingen van de overeenkomst te kunnen geven, zou bovendien regelmatig overleg met [A] moeten worden gevoerd. Hoewel [A] dus geen bestuurder is, zijn haar bevoegdheden als aandeelhoudster door de overeenkomst aanzienlijk uitgebreid. Hierdoor heeft [A] formeel gezien grote zeggenschap binnen Budget Holding.

4.4. Jarenlang werd met goedvinden van [A] de hand gelicht met deze bepalingen en werd de soep niet zo heet gegeten als ze werd opgediend. [B] nam in de praktijk de beslissingen, zonder voorafgaand overleg met [A] en zonder haar voorafgaande goedkeuring. [B] bestuurde de vennootschap alleen en [A] zette eens per jaar tijdens de AVA zijn handtekening.

4.5. De laatste jaren is de verstandhouding tussen hen beiden echter verslechterd. [A] wenst sindsdien daadwerkelijk uitvoering te geven aan de bepalingen van de overeenkomst maar krijgt bij [B] geen voet aan de grond.

4.6. [B] heeft niet betwist dat er formeel gezien geen uitvoering aan de bepalingen van de overeenkomst wordt gegeven. Volgens haar is er wel informeel overleg geweest met [A], zodat [A] hier dan ook geen materieel nadeel van heeft ondervonden. [A] heeft volgens [B] altijd alle informatie gekregen en zij heeft altijd de mogelijkheid gehad om haar wensen kenbaar te maken. Bovendien heeft [B] [A] altijd te woord gestaan.

4.7. [B] heeft ter staving van de stelling dat er wel informeel overleg is geweest met [A] verwezen naar de e-mailcorrespondentie die is overgelegd door [A]. Uit deze e-mailcorrespondentie blijkt echter niet dat er overleg tussen partijen is geweest over te nemen beslissingen. Hierin wordt namelijk vooral gesproken over de overname van de aandelen door [B] en over hoe de financiering daarvan moet worden vormgegeven. Bovendien geeft [B] in één van de e-mailberichten te kennen dat hij degene is die verantwoordelijk is voor de dagelijkse leiding en uitvoering van de werkmaatschappij en de daarbij behorende investeringen. Hieruit blijkt dus juist dat er geen sprake was van overleg over de gang van zaken binnen de bedrijfsvoering en dat [B] daar bovendien geen behoefte aan had.

4.8. [B] heeft bovendien niet betwist dat zij de afgelopen jaren heeft nagelaten jaarplannen op te stellen. Ook in dit opzicht heeft zij dus geen uitvoering gegeven aan het bepaalde in artikel 2 van de overeenkomst. Het komt erop neer dat de afspraken zoals die zijn vastgelegd in de overeenkomst, ook sinds daarom door [A] uitdrukkelijk wordt verzocht, systematisch niet door [B] worden nageleefd. [B] heeft weliswaar aangevoerd dat dit in de toekomst anders zal moeten, maar vaststaat dat daaraan ook sinds de start van deze procedure medio 2008 nog in het geheel geen uitvoering aan is gegeven.

4.9. Daar komt bij dat de jaarrekeningen over de jaren 2006 en 2007 nog niet zijn vastgesteld, omdat [A] weigert daarmee in te stemmen. De AVA heeft dan ook nog geen besluit genomen of de winst over de jaren 2006 en 2007 moet worden uitgekeerd of dat deze moet worden toegevoegd aan de reserves. De aandeelhoudersvergaderingen waarin deze beslissingen hadden moeten worden genomen zijn in een impasse geëindigd, waaruit op dit moment geen uitweg mogelijk lijkt.

4.10. [A] heeft daarnaast onweersproken gesteld dat de opmerkingen die hij tijdens de AVA maakt, domweg niet in de notulen worden opgenomen. Ook de AVA heeft dus geen invloed op de besluitvorming, die volledig door [B] wordt gedomineerd.

4.11. Het is bovendien buitengewoon moeilijk voor [A] om de uitvoering van de bepalingen van de overeenkomst te controleren. [B] beschikt over alle gegevens en zij is dan ook degene die [A] de benodigde informatie zou moeten verschaffen. Zoals hiervoor onder 4.7 is overwogen, is niet gebleken dat [B] [A] deze informatie heeft verschaft en dat zij met haar (informeel) overleg heeft gevoerd. Daardoor is het voor [A] weer niet mogelijk om te kennen te geven op welk moment [B] voorafgaand overleg met haar had moeten voeren en [A], in de vorm van de AVA, voorafgaande toestemming had moeten verlenen.

4.12. Alles bij elkaar genomen zit [A] als aandeelhouder in een benarde positie. [A] wordt door genoemd handelen en nalaten van [B] zodanig in haar belangen en rechten geschaad, dat het voortduren van haar aandeelhouderschap niet langer in redelijkheid van haar kan worden gevergd. [A] heeft niet de overeengekomen zeggenschap, omdat de bepalingen zoals opgenomen in de overeenkomst niet worden nageleefd. Daarnaast heeft [A] niets te zeggen in de jaarlijkse AVA. Het is bovendien gezien de slechte verstandhouding tussen partijen hoogst onwaarschijnlijk dat hier in de toekomst verandering in zal komen. Zoals gezegd, [B] heeft ook sinds het begin van deze procedure geen aanstalten gemaakt om de bepalingen van de aandeelhoudersovereenkomst alsnog na te leven.

4.13. [B] heeft als oplossing van de huidige impasse voorgesteld dat [A] zijn aandelen aan een derde verkoopt. Een dergelijke verkoop is echter niet reëel: [A] zal een potentiële koper moeten informeren over zijn verstandhouding met [B] en over de gang van zaken gedurende de afgelopen jaren. Onder deze omstandigheden kan er niet van worden uitgegaan dat [A] van een derde een behoorlijke prijs voor zijn aandelen zal krijgen. De vordering tot gedwongen overname van de aandelen door [B] is dan ook toewijsbaar.

4.14. De rechtbank zal een deskundige benoemen om haar te berichten over de koopprijs waartegen [B] de aandelen van [A] zal moeten overnemen. Voor de vaststelling van de waarde van de aandelen wordt als uitgangspunt de feitelijke situatie op het tijdstip van het onherroepelijk worden van het vonnis genomen. Partijen kunnen zich uitlaten over de persoon van de deskundige, bij voorkeur een registeraccountant, de aan deze te stellen vragen en over de maximale hoogte van het voorschot. Het verdient de voorkeur dat partijen daarover met elkaar overleggen en een eenparig geformuleerd voorstel doen. Vooralsnog volgt de rechtbank partijen in hun standpunt dat met de benoeming van één deskundige kan worden volstaan.

4.15. De rechtbank ziet in de omstandigheden van het geding aanleiding om het voorschot op de kosten van de deskundige gelijkelijk over partijen te verdelen. Partijen zullen daarom ieder de helft van dit voorschot moeten betalen.

4.16. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst op de voet van artikel 2:343 BW de vordering tot overname door [B] van de aandelen van [A] in de vennootschap Budget Holding toe,

5.2. veroordeelt [A] om deze aandelen te leveren aan [B],

5.3. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 1 juli 2009 voor het nemen van een akte door beide partijen waarin zij zich uitlaten als bedoeld onder 4.14,

5.4. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Beukenhorst, lid van genoemde kamer, en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2009.?