Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BK7697

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
23-12-2009
Datum publicatie
28-12-2009
Zaaknummer
13/523296-08 (A) en 13/415183-09 (B)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf voor gewapende overvallen in Noord-Holland. De rechtbank heeft de hoofdverdachte veroordeeld tot 9 jaar gevangenisstraf voor een overval op de Burgerking in Wijdewormer, op 19 augustus 2008, wegens een overval op Blokker op 26 september 2008 in Badhoevedorp en een overval op 3 december 2008 op een postagentschap in Goorn. De overvallen zijn gevolgd door beschieting met vuurwapens van de achtervolgende politie en door diefstallen met bedreiging van geweld van diverse auto’s op zijn vluchtroute in Zaanstad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummers: 13/523296-08 (A) en 13/415183-09 (B)

Datum uitspraak: 23 december 2009 (PROMIS)

op tegenspraak

VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres],

nu gedetineerd in het Huis van Bewaring “Almere Binnen” te Almere.

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna genoemd respectievelijk zaak A en zaak B.

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 30 november, 1 december en 3 december 2009.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie

mr. S. de Klerk en C.J. Cnossen en van hetgeen door de raadsvrouw van verdachte mr. C.H. Zuur, advocaat te Amsterdam, en door de verdachte naar voren is gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is - na de wijziging tenlastelegging ter terechtzitting van 3 december 2009 - tenlastegelegd dat

(zaak A)

1.

hij op of omstreeks 26 september 2008 te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen twee, in elk geval een of meerdere zak(ken) met daarin een gebruiksaanwijzing van een kluis en/of een geldbedrag van (ongeveer) 250 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Blokker (vestiging Sloterweg), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [naam 1] en/of die [naam 2] en/of die [naam 3] heeft/hebben gericht en/of heeft/hebben gezegd: "Dit is een overval" en/of "Breng me naar de kluis" en/of die [naam 2] een of meermalen met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd heeft/hebben geslagen en/of die [naam 3] in het gezicht heeft/hebben geslagen en/of gestompt;

2.

hij op of omstreeks 15 oktober 2008 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een tas (met daarin 50.000 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) die tas uit de hand van die [naam 4] heeft/hebben gerukt;

3.

hij op of omstreeks 04 december 2008 te Amsterdam X89 (werkzaam bij Regiopolitie Amsterdam-Amstelland) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde X89 dreigend de woorden toegevoegd :"Ik schiet je dood, ik schiet je door je kop, ik schiet je door je kop" en/of "Ik schiet je voor je kop, ik schiet je voor je kop, dat zweer ik je", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

4.

hij op of omstreeks 19 augustus 2008 te Wijdewormer, gemeente Wormerland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag van (ongeveer) 9102,42 euro en/of een ring en/of een horloge en/of een geldkisten/of drie, in elk geval een of meerdere geldcassette(s) en/of een fotocamera en/of een telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan fastfood restaurant Burger King (vestiging Provincialeweg) en/of [naam 5] en/of [naam 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam 5] en/of [naam 6] en/of [naam 7], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld

misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) een ruit van dat fastfood restaurant Burger King heeft/hebben ingeslagen en/of ingegooid en/of dat fastfood restaurant Burger King is/zijn binnengegaan en/of die [naam 5] een of

meermalen heeft/hebben geduwd en/of tegen die [naam 5] en/of die [naam 7] heeft/hebben geroepen: "Liggen" en/of tegen die [naam 6] heeft/hebben geroepen: "Ga liggen met je handen bovenop je hoofd en kijk niet" en/of een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd van die [naam 5] heeft/hebben gezet en/of gehouden en/of op die [naam 6] en/of die [naam 7] heeft/hebben gericht en/of tegen die [naam 5] heeft/hebben gezegd: "Je hebt toch geen alarm gedrukt he, ik schiet je dood" en/of "Waar is het geld" en/of die [naam 5] een of meermalen tegen het lichaam heeft/hebben getrapt en/of geschopt en/of die [naam 5] in het gezicht heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of met een hamer op een kluis heeft/hebben geslagen en/of een of meerdere kassalade(s) op de grond heeft/hebben gegooid;

5.

hij op of omstreeks 03 december 2008 te De Goorn, gemeente Koggenland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag (van ongeveer 25 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan postagentschap de Goorn (van Postbank NV) (vestiging de Dwingel), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam 8] en/of [naam 9] en/of [naam 10], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- een ruit van de toegangsdeur van dat postagentschap heeft/hebben ingeslagen

en/of ingegooid en/of

- dat postagentschap is/zijn binnengegaan en/of

- naar de waardekamer/kluis (waar die [naam 8] en/of [naam 9] en/of [naam 10] zich bevonden) van dat postagentschap is/zijn gegaan en/of

- heeft/hebben geschreeuwd: "Open die deur, open die deur" en/of

- een lamp (boven de sluisdeur van die waardekamer/kluis) heeft/hebben stuk geslagen waardoor een gat ontstond en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp door dat ontstane gat (boven de sluisdeur van die waardekamer/kluis) heeft/hebben gestoken en/of

- heeft/hebben gezegd: "Ik schiet, open die deur, ik schiet, open de deur", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- een of meermalen de trekker van dat vuurwapen/voorwerp heeft/hebben overgehaald;

6. [wijziging tenlastelegging van 3 december 2009]

hij op of omstreeks 03 december 2008 te Purmerend, in elk geval in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [naam 11] (hoofdagent van politie Zaanstreek-Waterland) en/of [naam 12] (hoofdagent van politie Zaanstreek-Waterland) van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een of meer van zijn

mededader(s), althans alleen, op rijksweg A7 vanuit en zeer snel een rijdende auto (Audi) die werd achtervolgd door een (eveneens) zeer snel auto (waarin die [naam 11] en/of die [naam 12] zaten) een of meermalen met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in de richting van (de auto van) die [naam 12] en/of die [naam 11] heeft geschoten, waardoor die [naam 12] en/of die [naam 11] met hoge snelheid op een drukke snelweg een plotselinge uitwijkmanoeuvre hebben gemaakt;

Subsidiair:

hij op of omstreeks 03 december 2008 te Purmerend, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [naam 11] en/of [naam 12] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend op rijksweg A7 vanuit en zeer snel een rijdende auto (Audi) die werd achtervolgd door een (eveneens) zeer snel auto (waarin die [naam 11] en/of die [naam 12] zaten) een of meermalen met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in de richting van (de auto van) die [naam 12] en/of die [naam 11] geschoten;

7.

hij op of omstreeks 03 december 2008 te Zaandam, gemeente Zaanstad, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [naam 13] (aspirant van politie Zaanstreek-Waterland) en/of [naam 14] (aspirant van politie Zaanstreek-Waterland) van het leven te beroven, met dat opzet met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, op rijksweg A7 vanuit een rijdende auto (Audi) een hamer, althans een hard voorwerp, in de richting van de auto, waarin die [naam 13] en/of die [naam 14] zaten, (die op de vluchtstrook stond/reed) heeft gegooid;

Subsidiair:

hij op of omstreeks 03 december 2008 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [naam 13] en/of [naam 14] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend op rijksweg A7 vanuit een rijdende auto (Audi) een hamer, althans een hard voorwerp, in de richting van de auto, waarin die [naam 13] en/of die [naam 14] zaten, (die op de vluchtstrook stond/reed) gegooid;

8.

hij op of omstreeks 03 december 2008 te Koog aan de Zaan, gemeente Zaanstad, [naam 15] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [naam 15] getoond en/of tegen die [naam 15] gezegd: "Niet bellen, niet bellen, ik maak je dood", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

9.

hij op of omstreeks 03 december 2008 te Koog aan de Zaan, gemeente Zaanstad, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een auto (Volkswagen Polo), geheel of ten dele toebehorende aan [naam 16], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam 16], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan dat misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, naar die auto (waar die [naam 16] op dat moment in zat) is toegegaan en/of een portier van die auto heeft open getrokken en/of tegen die [naam 16] heeft geroepen: "Uitstappen, eruit" en/of aan alle portieren van die auto heeft getrokken en/of die [naam 16] aan haar jas heeft getrokken;

10.

hij op of omstreeks 03 december 2008 te Zaandam, gemeente Zaanstad, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [naam 17] (hoofdagent van politie Zaanstreek-Waterland) van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op en/of in de richting van die [naam 17] heeft geschoten;

Subsidiair:

hij op of omstreeks 03 december 2008 te Zaandam, gemeente Zaanstad, [naam 17] (hoofdagent van politie Zaanstreek-Waterland) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [naam 17] gericht en/of met dat pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op en/of in de richting van die [naam 17] heeft geschoten;

11.

hij op of omstreeks 03 december 2008 te Zaandam en/of Koog aan de Zaan, gemeente Zaanstad, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een auto (Seat Leon), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 18], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen die [naam 18], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, en / of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [naam 18] heeft getoond en/of een portier van die auto (waar die [naam 18] op dat moment in zat) heeft geopend en/of tegen die [naam 18] heeft gezegd: "Er uit" en/of die [naam 18] aan haar arm heeft getrokken;

12.

hij op of omstreeks 03 december 2008 te Zaandam, gemeente Zaanstad, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een auto (Citroen ZX), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 19], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen die [naam 19], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, en / of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte een of meermalen naar die [naam 19] (die op dat moment in die auto zat) heeft geroepen: "Uitstappen" en/of een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [naam 19] heeft

getoond en/of op die [naam 19] heeft gericht;

13.

hij op of omstreeks 03 december 2008 te Zaandam en/of Koog aan de Zaan, gemeente Zaanstad, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een bedrijfsbus (Volkswagen Pickup), geheel of ten dele toebehorende aan [naam 20], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en / of te doen vergezellen en / of te doen volgen van geweld en / of bedreiging met geweld tegen [naam 20], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, en / of het bezit van het gestolene te verzekeren, naar die bedrijfsbus (waar die [naam 20] op dat moment in zat) is toegegaan en/of een portier van die bedrijfsbus heeft geopend en/of in die bedrijfsbus is gestapt en/of tegen die [naam 20] heeft gezegd dat hij moest rijden;

14.

hij op of omstreeks 03 december 2008 te De Goorn, gemeente Koggenland en/of Purmerend en/of Zaandam en/of Koog aan de Zaan, gemeente Zaanstad, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie III, te weten een semi-automatisch pistool (merk Glock, model 17, kaliber 9 mm x 19) en/of een gasrevolver (merk Umarex, model Smith & Wesson Chiefs Special Combat, kaliber 9 mm Knall) voorhanden heeft gehad;

(zaak B)

hij op of omstreeks 03 december 2008 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag van (ongeveer) 1211,16 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Lidl (vestiging Sara Burgerhartstraat), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam 21] en/of [naam 22] en/of [naam 23], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- dat winkelbedrijf is/zijn binnen gegaan en/of

- naar het kantoor van dat winkelbedrijf is/zijn gegaan en/of

- een of meermalen met een moker, in elk geval een hard voorwerp, tegen de ruit van dat kantoor heeft/hebben geslagen, waardoor, althans waarbij, een gat in die ruit is ontstaan en/of

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp door dat gat heeft/hebben gestoken en/of een of meermalen op die [adresnaam 22] en/of die [naam 23] en/of die [naam 21] heeft/hebben gericht en/of

- heeft/hebben gezegd: "Maak open die deur" en/of "Open maken open maken" en/of "Ik wil geld, of een kluis" en/of

- een deur van dat kantoor heeft/hebben open getrapt en/of

- die [adresnaam 22] met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het hoofd heeft/hebben geslagen;

2. Voorvragen

Het openbaar ministerie heeft bij repliek wijziging van de tenlastelegging gevorderd ten aanzien van het onder 6 tenlastegelegde. De rechtbank heeft die wijziging ter terechtzitting toelaatbaar geacht. Bij dupliek heeft de verdediging geconcludeerd tot nietigheid van de aldus gewijzigde telastelegging omdat deze thans innerlijk tegenstrijdig en onbegrijpelijk is.

De rechtbank verwerpt dat verweer. De verdediging kan worden toegegeven dat na de wijziging de tekst van de tenlastelegging onder 6 minst genomen onhandig is geformuleerd. Dat levert op zichzelf nog geen nietigheid op, omdat voor de goede lezer met het op een andere plaats zetten van een enkel woord duidelijk is waar de steller van de tenlastelegging op doelt.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding ook overigens geldig is, zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in de strafvervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vrijspraak

3.1 Het (in zaak A) onder feit 2 ten laste gelegde

De rechtbank heeft op grond van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen niet kunnen vaststellen dat verdachte betrokken is geweest bij het onder feit 2 ten laste gelegde, kort gezegd: de overval op [naam 4]. Gelet op de feiten zoals die blijken uit het strafdossier en kunnen worden afgeleid uit hetgeen bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen, stelt de rechtbank vast dat op 15 oktober 2008 rond 15:00 uur [naam 4] op de Nieuwmarkt te Amsterdam is overvallen. [naam 4] is die dag met een tas met daarin een geldbedrag op weg naar een kantoor van de Rabobank. Plotseling rukt een persoon met een zwarte/donkerkleurige gewatteerde jas met lichtbruine bontkraag en zwart/donkerkleurige (sport-)schoenen met een zilverkleurig/glimmend deel op het hielgedeelte de tas uit de handen van [naam 4] en vlucht weg. [naam 4] rent achter de daders aan en roept tegen een voorbijgaande agent ([na[naam 24]) dat de vluchtende mannen hem hebben bestolen. [naam 24] zet de achtervolging in, maar de mannen verdwijnen uit diens zicht. Even later rijdt een grijze Ford Mondeo met gierende banden weg. Die auto wordt door de politie klemgereden. De inzittenden van de Ford Mondeo ([medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]) worden door de politie aangehouden en overgebracht naar het politiebureau. Aangekomen bij het politiebureau IJtunnel, herkent agent [naam 24] [medeverdachte 1] als één van de vluchtende c.q. rennende mannen. De Ford Mondeo blijkt op naam van de vader van verdachte te staan en in de ochtend van 15 oktober 2008 is geobserveerd dat verdachte met voornoemde auto in Amsterdam heeft gereden. Voorts wordt er in de Ford Mondeo een mobiele telefoon aangetroffen waarvan het bijbehorende telefoonnummer aan verdachte toebehoort. Op grond van het voorgaande kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de overval op [naam 4]. Het feit dat de Ford Mondeo met daarin - mogelijke - bekenden van verdachte vlak na de overval met gierende banden wegrijdt, gevoegd bij het gegeven dat in die auto een mobiele telefoon van verdachte wordt aangetroffen en de dader, gezien de camarabeelden van de Rabobank, kleding draagt die gelijkenis vertoont met de kleding die verdachte draagt op het moment dat hij op 4 december 2008 wordt aangehouden, acht de rechtbank onvoldoende om te concluderen dat verdachte bij de overval op [naam 4] is betrokken. Dat verdachte tezamen met voornoemde [medeverdachte 1] in de namiddag van 9 oktober 2008 – aldus het openbaar ministerie ter terechtzitting – ‘opvallende’ rondjes rijdt over de Nieuwmarkt teneinde mogelijk de plaats delict af te leggen, maakt dat niet anders. Hetgeen verdachte heeft verklaard over zijn vertrek op 15 oktober 2008 naar Tunis, kan, wat hier verder ook van zij, buiten beschouwing blijven.

Dat alles leidt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte ten aanzien van het onder feit 2 tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.

3.2 Het (in zaak A) onder feit 7 primair ten laste gelegde

De rechtbank acht – evenals het openbaar ministerie en de raadsvrouw – niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 7 primair ten laste is gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

3.3 Het (in zaak A) onder feit 8 ten laste gelegde

De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder feit 8, kort gezegd: de bedreiging van [naam 15], is tenlastegelegd. De rechtbank stelt de volgende feiten en omstandigheden vast. Nadat vier mannen op 3 december 2008 het postagentschap te De Goorn hebben overvallen, waar de rechtbank hierna op zal terugkomen, proberen zij tijdens hun vlucht, over de schutting behorende bij het perceel van [naam 15] aan de Zuideinde te Koog aan de Zaan te klimmen. [naam 15] staat op dat moment in zijn tuin en ziet vier mannen. Eén van de mannen met Marokkaans uiterlijk en kort haar heeft in zijn hand een pistool en zegt tegen [naam 15]: “Niet bellen, niet bellen”. Als aan [naam 15] een fotoselectie wordt getoond, verklaart hij bij het zien van de foto van verdachte dat die foto hem bekend voorkomt, maar dat hij het niet met zekerheid kan zeggen. Als aan [naam 15] vervolgens foto’s van een vuurwapen worden getoond, verklaart [naam 15] dat - zakelijk weergegeven - het zo’n wapen is geweest dat hij bij de dader had gezien. De rechtbank merkt ten overvloede op dat uit het betreffende proces-verbaal niet blijkt welke foto’s aan [naam 15] zijn getoond. De rechtbank neemt aan dat dit de foto’s op de pagina’s F 692 tot en met F 694 moeten zijn geweest.

Hoewel de rechtbank, zoals later zal blijken, van oordeel is dat verdachte één van de mannen is die [naam 15] bij zijn schutting heeft gezien, kan de rechtbank op grond van de bewijsmiddelen niet vaststellen dat het verdachte is geweest die [naam 15] heeft bedreigd. Het door [naam 15] gegeven signalement is daartoe onvoldoende en ook bij het zien van de foto van verdachte heeft hij geen duidelijke herkenning. Ook overigens is er geen bewijs dat maakt dat verdachte zich aan dit feit schuldig heeft gemaakt, zodat de rechtbank hem van dat feit zal vrijspreken.

3.4 Het ( in zaak A) onder feit 13 ten laste gelegde

De rechtbank acht – evenals het openbaar ministerie en de raadsvrouw – niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 13 ten laste is gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

3.5 Het in zaak B ten laste gelegde

De rechtbank heeft op grond van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen niet kunnen vaststellen dat verdachte betrokken is geweest bij het onder B ten laste gelegde, kort gezegd: de overval op de Lidl. Gelet op de feiten zoals die blijken uit het strafdossier en kunnen worden afgeleid uit hetgeen bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen, stelt de rechtbank vast dat op woensdag 3 december 2008 omstreeks 12:11 uur een filiaal van supermarktketen Lidl aan de Sara Burgerhartstraat 80 te Amsterdam door twee personen wordt overvallen. Vlak daarvoor is een geldwagen van Group 4 Securior bij de Lidl gearriveerd, waarbij de bestuurder [naam 21] de geldwagen heeft geparkeerd vlak bij de deur van de ingang van de Lidl. Zijn collega [naam 22] is met een koffer en twee sealbags de Lidl ingelopen. Ongeveer een halve minuut tot anderhalve minuut later komen er twee jongens (beiden met een sjaaltje voor hun gezicht) op een scooter aanrijden. Eén van de jongens rent de Lidl in en de andere jongen volgt later. Als de overvallers de winkel binnenkomen dragen zij beiden een zwart pistool. Eén van hen schreeuwt tegen de in de winkel aanwezige klanten dat ze moeten gaan liggen en probeert daarbij een aantal malen met het pistool in de lucht te schieten, maar dit lukt niet en er is alleen een klik te horen. [naam 23], bedrijfsleider van het filiaal, bevindt zich op dat moment samen met [adresnaam 22] in het kantoor waar de kluis is. De twee deuren van het kantoor hebben zij op slot gedaan. Zij horen vervolgens gebons op de ruit van het kantoor en zien dat er meerdere keren met een voorwerp ([adresnaam 22] spreekt van een moker) op de ruit wordt geslagen. Na een aantal keren slaan, gaat de ruit stuk en ontstaat een klein gat in de ruit. Door het gat wordt een zwart pistool gericht op [naam 23] en [adresnaam 22] en één van de overvallers roept “Open maken, open maken!”. Ook roept één van de overvallers: “Maak open die deur!”. Aangezien het geschreeuw aanhoudt en het wapen op hen gericht blijft, doen [naam 23] en [adresnaam 22] de twee deuren van het kantoor open. Eén van de overvallers roept: “Ik wil geld, of een kluis”. [naam 23] moet op de grond gaan liggen en krijgt een wapen van één van de twee overvallers op zijn hoofd gericht. De andere overvaller loopt door naar de kluis. [naam 23] heeft de kluissleutel bij zich en moet de kluis openmaken. In de kluis bevindt zich een babykluis en de overvallers vragen om de sleutel van deze kluis. Als [adresnaam 22] zegt dat hij de sleutel niet heeft en dat deze in de auto ligt, slaat één van de twee overvallers hem met het pistool op zijn hoofd. [adresnaam 22] voelt direct een stekende pijn in zijn hoofd en voelt dat er bloed over zijn hoofd begint te lopen. De overvallers pakken vervolgens wat papier- en muntgeld (in totaal € 1.211,16) uit de moederkluis en lopen daarna weg. Eén van de overvallers neemt onder meer de moker mee. Als de overvallers naar buiten lopen, richt één van hen een pistool op [naam 21] die nog in de geldwagen zit. Daarna komt de andere overvaller er bij staan en richt eveneens een vuurwapen op hem. Vervolgens lopen de overvallers naar de scooter en rijden weg.

Later op de dag wordt omstreeks 16:15 uur het postagentschap van Postbank N.V. te De Goorn door vier personen overvallen. Tijdens deze overval probeert één van de daders te schieten met een zwart pistool, maar het pistool weigert en er is slechts een klik te horen. Na de overval wordt in het postagentschap een moker met glasdeeltjes daarop aangetroffen, waarvan de deskundige concludeert dat: “…de aangetroffen overeenkomsten met het referentieglas veel waarschijnlijker zijn wanneer deze glasdeeltjes afkomstig zijn van de gebroken ruit Sara Burgerhartstraat 80 Amsterdam (de rechtbank begrijpt: het filiaal van de Lidl), waartoe dit referentieglas heeft behoord dan wanneer ze afkomstig zijn van (een) willekeurige andere ruit(en) of glazen object(en).” Als de vier daders na deze overval worden achtervolgd door de politie ontdoen zij zich op hun vluchtroute van allerlei goederen, waaronder kleding. Tijdens zijn vlucht begeeft verdachte zich, nadat hij in een sloot heeft gezwommen, op het terrein van voetbalvereniging Hellas Sport. In een op dat terrein gelegen vuilnisbak wordt in een vuilniszak ondermeer een vest en een spijkerbroek aangetroffen. Beide kledingstukken zijn nat. Ook worden op beide kledingstukken glasdeeltjes aangetroffen, waarvan de deskundige concludeert dat ongeveer even waarschijnlijk is dat deze glasdeeltjes afkomstig zijn van de gebroken ruit van de Lidl aan de Sara Burgerhartstraat 80 te Amsterdam, als dat deze glasdeeltjes afkomstig zijn van een willekeurige andere ruit of ruiten.”

Op grond van het voorgaande kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt op de overval op de Lidl. Dat één of meer van de daders van de overval op het postagentschap eveneens betrokken zijn geweest bij de overval op het filiaal van de Lidl eerder die dag blijkt uit het feit dat de moker die door de daders gebruikt is bij de overval op de Lidl later is gevonden bij het postagentschap. Het feit dat bij beide overvallen één van de daders gebruik maakte van een zwart pistool dat weigerde, vormt daartoe tevens een aanwijzing. Het is niet uitgesloten dat verdachte het vest en de spijkerbroek die op het terrein van Hellas Sport zijn aangetroffen, heeft gedragen. Dit is evenwel niet komen vast te staan. Bovendien kan uit de resultaten van het glasonderzoek niet afgeleid worden dat het vest en de spijkerbroek door één van de daders van de overval op de Lidl gedragen moet zijn. Dit alles leidt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte ten aanzien van het in zaak B ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

(zaak A)

ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde

op 26 september 2008 te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen twee zakken met een gebruiksaanwijzing van een kluis en een geldbedrag van 247,45 euro toebehorende aan winkelbedrijf Blokker vestiging Sloterweg, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [naam 1] en [naam 2] en [naam 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond, dat hij, verdachte en/of zijn mededaders een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [naam 1] en die [naam 2] en die [naam 3] hebben gericht en hebben gezegd: "Dit is een overval" en "Breng me naar de kluis" en die [naam 2] meermalen met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het hoofd hebben geslagen en die [naam 3] in het gezicht hebben geslagen;

ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde

op 04 december 2008 te Amsterdam X89 werkzaam bij Regiopolitie Amsterdam-Amstelland heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde X89 dreigend de woorden toegevoegd :"Ik schiet je dood, ik schiet je door je kop, ik schiet je door je kop" en "Ik schiet je voor je kop, ik schiet je voor je kop, dat zweer ik je";

ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde

op 19 augustus 2008 te Wijdewormer, gemeente Wormerland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag van 9102,42 euro en een ring en een horloge en een geldkist en drie geldcassettes toebehorende aan fastfood restaurant Burger King vestiging Provincialeweg en [naam 5], welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [naam 5] en [naam 6] en [naam 7], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond, dat hij, verdachte en/of zijn mededaders een ruit van dat fastfood restaurant Burger King hebben ingeslagen en dat fastfood restaurant Burger King zijn binnengegaan en die [naam 5] meermalen hebben geduwd en tegen die [naam 5] en die [naam 7] hebben geroepen: "Liggen" en tegen die [naam 6] hebben geroepen: "Ga liggen met je handen bovenop je hoofd en kijk niet" en een vuurwapen op het hoofd van die [naam 5] hebben gezet en gehouden en op die [naam 6] en die [naam 7] hebben gericht en tegen die [naam 5] hebben gezegd: "Je hebt toch geen alarm gedrukt hè, ik schiet je dood" en "Waar is het geld" en die [naam 5] meermalen tegen het lichaam hebben geschopt en die [naam 5] in het gezicht hebben geslagen en met een hamer op een kluis hebben geslagen en meerdere kassalades op de grond hebben gegooid;

ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde

op 03 december 2008 te De Goorn, gemeente Koggenland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag toebehorende aan postagentschap de Goorn, van Postbank NV, vestiging de Dwingel, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [naam 8] en [naam 9] en [naam 10], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond, dat hij, verdachte en/of zijn mededaders

- een ruit van de toegangsdeur van dat postagentschap hebben ingeslagen en ingegooid en

- dat postagentschap zijn binnengegaan en

- naar de waardekamer/kluis, waar die [naam 8] en [naam 9] en [naam 10] zich bevonden, van dat postagentschap zijn gegaan en

- hebben geschreeuwd: "Open die deur, open die deur" en

- een lamp (boven de sluisdeur van die waardekamer/kluis) hebben stuk geslagen waardoor een gat ontstond en

- een vuurwapen door dat ontstane gat (boven de sluisdeur van die waardekamer/kluis) hebben gestoken en

- hebben gezegd: "Ik schiet, open die deur, ik schiet, open de deur", en

- meermalen de trekker van dat vuurwapen hebben overgehaald;

ten aanzien van het onder 6 primair tenlastegelegde

op 03 december 2008 te Purmerend, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [naam 11], hoofdagent van politie Zaanstreek-Waterland, en [naam 12], hoofdagent van politie Zaanstreek-Waterland, van het leven te beroven, met dat opzet met zijn mededaders op rijksweg A7 vanuit een rijdende auto (Audi) die werd achtervolgd door een auto waarin die [naam 11] en die [naam 12] zaten meermalen met een vuurwapen in de richting van de auto van die [naam 12] en die [naam 11] heeft geschoten;

ten aanzien van het onder 7 subsidiair tenlastegelegde

op 03 december 2008 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met anderen, [naam 13] en [naam 14] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte of een van zijn mededaders opzettelijk dreigend op rijksweg A7 vanuit een rijdende auto (Audi) een hamer in de richting van de auto, waarin die [naam 13] en die [naam 14] zaten, gegooid;

ten aanzien van het onder 9 tenlastegelegde

op 03 december 2008 te Koog aan de Zaan, gemeente Zaanstad, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een auto, Volkswagen Polo, toebehorende aan [naam 16], en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan van geweld en bedreiging met geweld tegen die [naam 16], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte en/of zijn mededaders naar die auto waar die [naam 16] op dat moment in zat is toegegaan en een portier van die auto heeft opengetrokken en tegen die [naam 16] heeft geroepen: "Uitstappen, eruit" en aan portieren van die auto heeft getrokken en die [naam 16] aan haar jas heeft getrokken;

ten aanzien van het onder 10 tenlastegelegde

op 03 december 2008 te Zaandam, gemeente Zaanstad, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [naam 17], hoofdagent van politie Zaanstreek-Waterland, van het leven te beroven, met dat opzet met een pistool, in de richting van die [naam 17] heeft geschoten;

ten aanzien van het onder 11 tenlastegelegde

op 03 december 2008 te Zaandam of Koog aan de Zaan, gemeente Zaanstad, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een auto (Seat Leon), toebehorende aan [naam 18], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [naam 18], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte een pistool aan die [naam 18] heeft getoond en een portier van die auto (waar die [naam 18] op dat moment in zat) heeft geopend en tegen die [naam 18] heeft gezegd: "Er uit" en die [naam 18] aan haar arm heeft getrokken;

ten aanzien van het onder 12 tenlastegelegde

op 03 december 2008 te Zaandam, gemeente Zaanstad, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een auto (Citroën ZX) toebehorende aan [naam 19], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [naam 19], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte meermalen naar die [naam 19] (die op dat moment in die auto zat) heeft geroepen: "Uitstappen" en een pistool aan die [naam 19] heeft getoond;

ten aanzien van het onder 14 tenlastegelegde

op 03 december 2008 te De Goorn, gemeente Koggenland en Purmerend en Zaandam en Koog aan de Zaan, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met anderen, wapens van categorie III, te weten een semi-automatisch pistool (merk Glock, model 17, kaliber 9 mm x 19) en een gasrevolver (merk Umarex, model Smith & Wesson Chiefs Special Combat, kaliber 9 mm Knall) voorhanden heeft gehad;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. In het bijzonder geldt dit voor de aan het onder 9 toegevoegde: […] welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte en/of zijn mededaders […]. Er is daarbij duidelijk sprake van een omissie, door de verbetering waarvan verdachte niet in zijn verdediging is geschaad.

5. Waardering van het bewijs

5.1. Standpunt van het openbaar ministerie

Het openbaar ministerie, dat daarbij onder meer heeft verwezen naar de pleitnotities die zij aan de rechtbank ter terechtzitting heeft overgelegd en naar de powerpointpresentatie die ter terechtzitting is getoond, acht de feiten onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 subsidiair, 8, 9, 10, 11, 12, en 14 wettig en overtuigend bewezen.

5.2. Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van alle feiten, met dien verstande dat zij ten aanzien van het onder feit 3 tenlastegelegde een strafmaatverweer heeft gevoerd.

Zij heeft daartoe betoogd zoals omschreven in haar ter terechtzitting overgelegde pleitnotities.

5.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte in zaak A onder 1, 3, 4, 5, 6 primair, 7 subsidiair, 9, 10, 11, 12 en 14 heeft begaan op de hierna weergegeven feiten en omstandigheden in de (als voetnoten) weergegeven bewijsmiddelen, voor zover die blijken uit het strafdossier en kunnen worden afgeleid uit hetgeen bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

5.3.1. Ten aanzien van het onder 1 bewezen geachte

Op 26 oktober 2008 wordt omstreeks 09:10 de vestiging van Blokker te Badhoevedorp overvallen door drie daders. De waarnemend bedrijfsleider, [naam 1] heeft net de winkel geopend. Plotseling komen er twee daders met pistolen de winkel binnen, lopen richting de kassa waar op dat moment twee medewerkers, [naam 3] en [naam 2] staan en roepen: “Dit is een overval” of woorden van gelijke strekking . Een andere dader komt via de uitgang binnen en grijpt een oudere dame, die snel de winkel wil verlaten, bij haar arm en trekt haar naar binnen. Eén van de daders, van wie de rechtbank vaststelt dat dit verdachte is, draagt een helm met een doorzichtig vizier. De andere twee daders dragen petjes. Verdachte richt een pistool op [naam 1] en dwingt haar naar het kantoor te gaan en de kluis te openen. Even later komen ook de twee andere daders met [naam 3] en [naam 2] het kantoor binnen. Zij worden met pistolen op het hoofd geslagen en [naam 3] ook in het gezicht. [naam 2] wordt door één van de daders gedwongen om op de grond te gaan liggen. Verdachte pakt vervolgens twee oranje zakjes uit de kluis en de daders verlaten daarop de winkel.

[naam 3], herkent de dader met de helm als de haar bekende “[alias 1]”, die ook “[alias 2]” wordt genoemd . Ze heeft ook een telefoonnummer van hem . Ze maakt uit de gelaatsuitdrukking van verdachte op dat hij haar ook herkent. [naam 3] herkent de foto van verdachte als zijnde de door haar bedoelde [alias 1].

Een vriendin van [naam 3], [naam 25], verklaart van [naam 3] gehoord te hebben dat [alias 1] de Blokker heeft overvallen . Ook zij heeft telefoonnummers van [alias 1]/[alias 2], waaronder het nummer [nummer]. Dit telefoonnummer is aangetroffen op een aankoopbon van een bromfiets op naam van verdachte. De bon werd op 3 oktober 2008 gevonden in een huurauto, waarin verdachte en [medeverdachte 2] slapend werden aangetroffen . [naam 25] zegt verder dat verdachte haar en [naam 3] een paar dagen na de overval nog heeft gebeld om te zeggen dat ze geen aangifte moeten doen.

Op de dag van de overval wordt verdachte om 14:19 uur gezien in gezelschap van twee jongens die op foto’s worden herkend als [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]. Ze rijden in een Volkswagen naar een vuilcontainer. Verdachte en voornoemde [medeverdachte 1] duwen een donkerkleurig voorwerp van 50x40 centimeter in de vuilcontainer. In de vuilcontainer wordt vervolgens een vuilniszak aangetroffen met twee petjes en de twee oranje geldetuis van de Blokker.

Gelet op de herkenning door [naam 3] en de verklaring van [naam 25], in samenhang met het feit dat wordt gezien dat verdachte later op de dag de vuilniszak met de buitgemaakte oranje geldzakken in een vuilcontainer propt, staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat verdachte de overvaller met de helm is. Met betrekking tot de herkenning is de rechtbank van oordeel dat buiten twijfel staat dat [naam 3] verdachte kent, nu zij beschikt over zijn telefoonnummer en ook uit de verklaring van [naam 25] volgt dat verdachte een bekende van [naam 3] is. Aan haar herkenning dient dan ook grote betekenis te worden toegekend. Voorts volgt uit de verklaring van [naam 25], dat verdachte haar en [naam 3] na de overval nog telefonisch heeft benaderd, dat inderdaad sprake was van een wederzijdse herkenning zoals [naam 3] heeft verklaard.

De verdediging heeft erop gewezen dat de helm niet is aangetroffen. Dit doet naar het oordeel van de rechtbank aan het voorgaande niet af. Evenmin doet hieraan af dat van verdachte geen vingerafdrukken op de vuilniszak zijn aangetroffen, nu onbekend is gebleven of verdachte handschoenen heeft gedragen. Voorts geldt in algemene zin dat betrokkenheid niet kan worden uitgesloten op de enkele grond dat geen sporen zijn aangetroffen.

Naar het oordeel van de rechtbank staat op grond van de hiervoor door haar vastgestelde feiten, die tezamen genomen wettige bewijsmiddelen vormen, vast dat verdachte de overval op de Blokker te Badhoevedorp tezamen en in vereniging met anderen heeft gepleegd.

5.3.2. Ten aanzien van het onder 3 bewezen geachte

Op 4 december 2008 houdt een team van de politie verdachte bij zijn woning aan de Kromelinkweg te Amsterdam onder observatie teneinde hem die dag zo spoedig mogelijk aan te houden. Als een lid van het observatieteam, X89, door een collega op de hoogte wordt gesteld dat verdachte uit de centrale portiek van zijn woning komt lopen, besluit zij verdachte te achtervolgen. Tijdens die achtervolging draait verdachte zich op een bepaald moment om en gaat met X89 een gesprek aan. Omdat de situatie – aldus X89 – bedreigend wordt, besluit X89 bij verdachte weg te lopen. Verdachte loopt echter achter haar aan en zegt tegen X89: “Jij bent van de politie, jij bent van de politie.” Terwijl verdachte zijn hand naar zijn broeksband aan de zijde van zijn lichaam brengt en met zijn andere hand naar X89 wijst, zegt verdachte: “Ik schiet je dood, ik schiet je door je kop, ik schiet je door je kop” Door de houding die verdachte aanneemt, heeft X89 het vermoeden dat verdachte op dat moment een vuurwapen draagt en dat hij dat tegen haar gaat gebruiken. Even later pakt verdachte X89 bij haar ellebogen en zegt: “Ik schiet je voor je kop, ik schiet je voor je kop, dat zweer ik je.” X89 voelt zich hierdoor zeer bedreigd en is bang dat verdachte een vuurwapen zal gaan gebruiken. Kort daarop verlenen collega’s van X89 assistentie en houden verdachte aan.

Gelet op de gebezigde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte X89 op 4 december 2008 heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht.

5.3.3. Ten aanzien van het onder 4 bewezen geachte

Op dinsdag 19 augustus 2008, omstreeks 23:48 uur vindt een overval plaats op een filiaal van de Burger King gelegen aan de Provinciale Weg 76A te Wijdewormer, gemeente Wormerland. De manager, [naam 5], is die avond samen met twee andere medewerkers, [naam 6] en [naam 7], aanwezig in het filiaal. Er komen twee motoren met op elke motor twee mannen (de daders) aanrijden, waaronder verdachte. De vier daders dragen allen een helm. Beide motoren rijden naar het raam van het uitgifteloket en de daders stappen van de motoren af. Vervolgens slaat één van de daders een aantal malen met een mokerhamer op het raam van het uitgifteloket, als gevolg waarvan het raam stuk gaat. De vier daders klimmen dan om de beurt via het raam de Burger King binnen. [naam 7] heeft de motoren via de monitor van de camera zien aankomen. Als hij het raam stuk hoort gaan, roept hij “Overval” naar [naam 6] en vlucht hij een toilet van de personeelsruimte in en draait de deur op slot. [naam 6] vlucht eerst naar buiten en gaat vervolgens weer naar binnen, waarna één van de daders op hem komt afgerend met in zijn hand een pistool en roept: “Ga liggen, met je handen bovenop je hoofd en kijk niet.” [naam 7] hoort één van de daders tegen [naam 6] schreeuwen “Waar is de rest” en komt vervolgens het toilet uit. Eén van de daders richt zijn pistool op [naam 7]. [naam 7] loopt vervolgens voor de dader met het pistool uit naar de gang van de personeelsruimte waar [naam 6] al op de grond ligt. De dader met het pistool roept: “Liggen, liggen” en [naam 7] gaat vervolgens ook op de grond liggen.

[naam 5] bevindt zich op dat moment in de kantoorruimte van de Burger King en is bezig met het afstorten van de dagopbrengst in de aldaar aanwezige kluis. Wanneer hij glasgerinkel hoort en op de monitor van de camera mannen via het stuk geslagen raam naar binnen ziet komen, drukt hij het overvalalarm in en probeert hij de kluisdeur dicht te gooien. Deze valt echter niet in het slot. Op dat zelfde moment komen er twee daders de kantoorruimte binnen, waarbij één van de daders, dader 1, hem tegen een kast aan duwt en zegt dat hij moet gaan liggen. Ook zet dader 1 een pistool op het achterhoofd van [naam 5] en zegt: “Je hebt toch geen alarm gedrukt he? Ik schiet je dood.” De andere dader, dader 2, vraagt: “Waar is het geld?” , waarop [naam 5] antwoordt dat alles in de kluis ligt. Daarna komt een derde dader, dader 3, de kantoorruimte in en schopt met zijn voet [naam 5] zacht in zijn zij. Dader 3 heeft een witte plastic tas bij zich en haalt daar een sporttas (met de kleuren rood, wit en blauw) uit. Dader 3 pakt geld uit het bovenste open gedeelte van de kluis en stopt dit in de tas. De daders roepen vervolgens om de sleutel van het afstortgedeelte van de kluis en [naam 5] begint de sleutel te zoeken. Vervolgens stompt dader 1 [naam 5] met zijn linkervuist op zijn neus, waardoor [naam 5] een bloedneus krijgt. Dader 1 vindt de sleutel op de grond en vraagt [naam 5] waar de andere sleutel van het afstortgedeelte is. Als [naam 5] antwoordt dat alleen Geldnet die sleutel heeft, begint dader 3 met een hamer op het onderste afstortgedeelte van de kluis te rammen. Dader 1 pakt [naam 5] beet en neemt hem mee naar de vier kassa’s in het winkelgedeelte en zegt bij kassa 1: “Maak open”. Als [naam 5] zegt dat er alleen geld in kassa 4 zit, trekt dader 1 de kassalade uit de kassa en gooit deze op de grond waardoor de lade open springt. Dader 2 komt erbij en doet hetzelfde met de andere kassalades. [naam 5] moet weer op de grond gaan liggen, maar gaat vanwege de glasscherven in een hoek op de grond zitten. Dader 2 roept hierop: “Doe niet zo stoer” en schopt [naam 5] hierbij hard in de rechterzijde van zijn ribben. Nadat het dader 3 is gelukt het afstortgedeelte van de kluis te openen, wordt het geld uit het afstortgedeelte gepakt en in de tas gedaan. De daders maken een bedrag van € 9.102,42 buit. Dader 1 pakt ook een ring en een horloge van [naam 5] af en stopt deze eveneens in de tas. Vervolgens gaan de vier daders via het loket naar buiten en rijden op de twee motoren weg. Het kenteken van één van deze motoren eindigt op: [nummer].

Een verbalisant hoort via de chef van de centrale meldkamer Zaanstreek-Waterland van de overval en rijdt in zijn voertuig richting de Burger King. Omstreeks 23:49 uur ziet hij op de Rijksweg A7 te Wijdewormer ter hoogte van de afslag Zaanse Schans twee motoren in tegengestelde richting rijden in de richting van Amsterdam. Twee andere verbalisanten, rijdend in een opvallend dienstvoertuig, horen van een surveillance eenheid dat er twee motoren voorbij zijn gereden op de Rijksweg A8 in de richting van Amsterdam. Zij besluiten door de Coentunnel de A10 te volgen om de motoren te kunnen vinden. Op het moment dat zij de Coentunnel inrijden zien zij de achterlichten van twee motoren. Met een snelheid van ongeveer 180 kilometer per uur lopen ze langzaam in op de motoren. Als de motoren (met op beide motoren twee daders) de afslag richting Haarlem nemen, kunnen de verbalisanten de motoren zo dicht naderen dat ze het kenteken van één van de motoren kunnen lezen, welk kenteken luidt: [kenteken]. De verbalisanten zien dat het kenteken van de andere motor gedeeltelijk is afgeplakt, maar kunnen de eerste lettercombinatie lezen: [lettercombi]. De verbalisanten volgen de twee motoren via de Basisweg naar de Seineweg en vervolgens over een fietspad parallel aan de N200. Eén van de motoren rijdt een woonwijk in, waarop de verbalisanten de andere motor blijven achtervolgen. De verbalisanten verliezen de motor enkele seconden uit het oog, maar zien de motor met nog steeds de twee daders erop vervolgens weer rijden. De motor rijdt de Cornelis Outshoornstraat in en de passagier van de motor gooit enkele voorwerpen en een tas op straat. Als de motor tussen twee paaltjes door een fietspad inslaat, kunnen de verbalisanten de motor niet langer volgen en rijden zij terug naar plaats waar de voorwerpen op straat zijn gegooid. Op de Cornelis Outshoornstraat wordt dan het volgende aangetroffen: geldmunten, een stoelpoot, een blauwe metalen geldkist, een wit met zwart en rood geblokte tas en drie geldcassettes. In de tas zitten ondermeer een horloge en een ring. Omstreeks 00:05 uur diezelfde nacht komt een motor met daarop één van de daders aanrijden over het fietspad vanuit het Freule Wittewaalpad. De dader rijdt volgens de getuige als een gek en komt hard ten val op het parkeerterrein aan de Bok de Korverweg. Hij laat de motor vallen, rent hard weg en gooit ter hoogte van het Freule Wittewaalpad twee handschoenen weg. Het op de handschoenen aangetroffen DNA kan afkomstig zijn van verdachte. De kans dat een willekeurig gekozen individu hetzelfde profiel bezit als de bemonstering met bloed van de rechterhandschoen bedraagt minder dan één op één miljard. Twee verbalisanten treffen ter hoogte van huisnummer 9 aan het Freule Wittewaalpad een nylon bivakmuts aan. Het op de bivakmuts aangetroffen DNA kan afkomstig zijn van verdachte. De kans dat een willekeurig gekozen individu hetzelfde DNA-profiel bezit als het biologisch materiaal veiliggesteld vanaf de bivakmuts bedraagt minder dan één op één miljard.

Even later ziet een verbalisant een motor met kenteken [kenteken] liggen op de parkeerplaats van de Bok de Korverweg. Op 20 augustus 2008 treffen verbalisanten de motor met kenteken [kenteken] aan de Catharina Boudewijnshof, ter hoogte van perceel 14, te Amsterdam aan.

Naar het oordeel van de rechtbank staat op grond van de hiervoor door haar vastgestelde feiten, die tezamen genomen wettige bewijsmiddelen vormen, vast dat verdachte de overval op de Burger King te Wijdewormer tezamen en in vereniging met anderen heeft gepleegd.

5.3.4. Bewijsoverwegingen ten aanzien van het onder 4 bewezen geachte

De rechtbank is van oordeel dat de door de raadsvrouw bij de behandeling ter zitting bepleite vrijspraak voor het aan verdachte onder 4 tenlastegelegde, nu diens betrokkenheid daarbij niet zou zijn gebleken, wordt weersproken door de bewijsmiddelen, zoals die hierboven zijn opgenomen. De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van die, van de lezing van verdachte afwijkende, bewijsmiddelen te twijfelen.

De rechtbank ziet evenwel aanleiding om in het bijzonder het volgende te overwegen.

Op de beelden van de beveiligingscamera’s van de Burger King, die ter zitting zijn getoond, heeft de rechtbank uit eigen waarneming kunnen vaststellen, dat de vier daders na de overval met twee motoren wegrijden. Voorts dat de laatste 4 symbolen van het kenteken van één van de motoren [nummer] zijn. De motor met kenteken [kenteken] met daarop twee personen wordt zeer kort na de overval hard rijdend gesignaleerd samen met de motor met kenteken [kenteken]. Als de motor met kenteken [kenteken] wordt achtervolgd door een politieauto, gooit de passagier van de motor enkele voorwerpen weg, die afkomstig blijken te zijn van de Burger King en [naam 5]. De politieauto verliest de motor vervolgens uit het oog, maar een getuige ziet direct daarna de motor met daarop alleen nog de bestuurder aan komen rijden en ziet de bestuurder vallen en wegrennen, waarna een andere getuige de man eveneens ziet rennen en twee lichtgekleurde handschoenen ziet weggooien. Nabij de vindplaats van de handschoenen wordt ook een bivakmuts aangetroffen. De rechtbank leidt uit het verloop van de hiervoor genoemde kort opeenvolgende feiten af, dat de daders van de overval op de Burger King ondermeer gevlucht zijn op een motor met het kenteken [kenteken] en dat één van de daders uiteindelijk als bestuurder van deze motor op de Bok de Korverweg ten val is gekomen en daarna is weggerend. Bij het wegrennen heeft deze dader zich ontdaan van zijn handschoenen en zijn bivakmuts. De rechtbank heeft uit eigen waarneming op de ter zitting getoonde camerabeelden van de Burger King kunnen vaststellen, dat in ieder geval één van de daders lichtgekleurde handschoenen droeg tijdens de overval. Voorts heeft [naam 5] verklaard dat dader 1 een bivakmuts en dader 3 een bivakmuts of helm droeg. Gelet op de resultaten van het DNA-onderzoek ten aanzien van de bemonsteringen van zowel de rechterhandschoen als van de bivakmuts kan het niet anders zijn dan dat het verdachte is die deze goederen heeft gedragen en dat hij derhalve de desbetreffende dader is.

Het verweer van de verdediging dat er geen aanwijzingen zijn dat sprake was van meer dan één bivakmuts strandt reeds op het feit dat [naam 5], die drie van de vier daders heeft gezien, in zijn aangifte zowel bij zijn omschrijving van dader 1 als van dader 3 spreekt over een bivakmuts. Aangezien de rechtbank de stemherkenning door [naam 5] niet als bewijsmiddel gebruikt, behoeft het verweer dienaangaande geen bespreking.

5.3.5. Ten aanzien van het onder 5, 6 primair, 7 subsidiair, 9, 10, 11, 12 en 14 bewezen geachte

Omdat de feiten zoals die zijn tenlastegelegd onder 5, 6, 7 subsidiair, 9, 10, 11, 12 en 14 zodanig met elkaar samenhangen, in die zin dat de feiten elkaar in een relatief kort tijdsbestek opvolgen, zal de rechtbank deze feiten hierna – zakelijk en verkort weergegeven - gezamenlijk in de volgorde waarin de bewezengeachte feiten zijn gepleegd, bespreken. Ook ter terechtzitting heeft de rechtbank, alsmede het openbaar ministerie tijdens het requisitoir, de feiten op deze wijze behandeld.

Op 3 december 2008 wordt het postagentschap van Postbank N.V. te De Goorn, gemeente Koggenland, overvallen door vier personen, waaronder verdachte. Omstreeks 16:15 uur die dag rennen drie daders met bivakmutsen , één of meerdere pistolen en een moker vanuit een auto richting het postagentschap en slaan de glazen toegangsdeur van het postagentschap met de moker in. Op dat moment staat er een medewerkster (hierna: [naam 9]) van het postagentschap achter de balie. Een andere medewerkster ([naam 8]) is samen met een monteur, die bezig was met het aanbrengen van veiligheidsvoorzieningen, in de waardekamer, alwaar de kluis staat. De waardekamer is te bereiken door middel van een tweetal deuren; een binnendeur en een buitendeur. Als [naam 9] in de gaten heeft dat de mannen kwaad in de zin hebben, rent zij richting de waardekamer. Via de buitendeur gaat zij richting de binnendeur en maakt aan de monteur duidelijk dat zij de waardekamer in wil. Daarop doet de monteur de binnendeur open en laat [naam 9] de waardekamer in. De overvallers gaan achter [naam 9] aan en bonken op de binnendeur van de waardekamer en schreeuwen: “Open die deur, open die deur!” De overvallers slaan de lamp die zich boven de sluisdeur bevindt stuk en door het gat dat is ontstaan, komt een handschoen met een pistool tevoorschijn. Eén van de daders roept: “Ik schiet, open die deur, ik schiet, open de deur”. De trekker van het pistool wordt door één van de daders minimaal twee keer overgehaald. Op een gegeven moment geven de daders het op en vluchten weg. Uit de kassa nemen de daders het zogenaamde overvalpakket mee, wat bestaat uit drie briefjes van 5 euro en een briefje van 10 euro met daartussen een briefje waarop staat: “Komt ome Jan ophalen”. Het briefje van 10 euro blijft in de kassa achter. De daders, waarvan er in ieder geval één een pistool in zijn hand heeft, stappen in een grijze Audi met kenteken [kenteken] en rijden weg in de richting van de autosnelweg, Rijksweg A7.

De verbalisanten [naam 12] en [naam 11] zijn die dag bij het BP tankstation, gelegen langs de Rijksweg A7 te Noordbeemster, belast met een videosurveillance. Om 16:19 uur krijgen zij van de meldkamer de melding dat de daders van de overval op het postagentschap in een auto met kenteken [kenteken] zijn gevlucht richting Rijksweg A7. Nog geen vijf minuten later zien [naam 12] en [naam 11] de auto met hoge snelheid over de vluchtstrook in de richting van Zaandam rijden. [naam 12] en [naam 11] zetten direct de achtervolging in, daarbij gebruik makend van optische- en geluidssignalen. Tijdens de achtervolging wordt door de daders in de Audi met hoge snelheden gereden en maken zij gebruik van alle rijstroken inclusief de vluchtstrook. Als [naam 12] en [naam 11] de daders op een afstand van tussen de 30 en 50 meter zijn genaderd, richt één van de daders vanuit het raam van de auto een vuurwapen op [naam 12] en [naam 11] en vuurt het wapen af. Om te voorkomen dat zij door de kogels worden geraakt, maken [naam 12] en [naam 11] met hun auto een uitwijkmanoeuvre. Als zij de achtervolging willen hervatten, raken zij ter hoogte van het knooppunt Zaandam het zicht op de Audi kwijt. Even verderop zijn de agenten [naam 13] en [naam 14] bezig het verkeer op de Rijksweg A7 stil te leggen teneinde de Audi tot stoppen te dwingen. Daartoe zetten zij hun dienstauto op de vluchtstrook. Als zij de Audi over de vluchtstrook met hoge snelheid zien aankomen, besluiten [naam 13] en [naam 14] hun dienstauto te verplaatsen om een aanrijding te voorkomen. Als de Audi [naam 13] en [naam 14] passeert, gooit één van de daders een vuisthamer uit het raam van de Audi in de richting van het dienstvoertuig van [naam 13] en [naam 14]. De hamer raakt de auto en komt in de berm langs de Rijksweg terecht. De Audi gaat er met hoge snelheid vandoor in de richting van de Rijksweg A8 en [naam 13] en [naam 14] verliezen de Audi uit het oog. De Audi met de daders vervolgt zijn weg en neemt op het laatste moment de afrit Koog aan de Zaan/Zaandijk. De daders nemen vervolgens de afslag Koog aan de Zaan en slaan vervolgens rechtsaf in de richting van de provinciale weg N203. De daders rijden de Krokusstraat te Koog aan de Zaan in. Zij laten de Audi op de hoek van de Krokusstraat met de Anjeliersstraat staan. Verdachte en zijn mededaders vluchten te voet een steeg gelegen tussen de Anjelierstraat en Zuideinde in. Eén van de daders ontdoet zich in de steeg van zijn vest en bivakmuts; een andere dader laat zijn bivakmuts achter. Ook ontdoen zij zich te hoogte van het adres [adres] van het zogenoemde overvalpakketje dat zij bij de overval buit hebben gemaakt en van een gasrevolver. Uit de steeg gekomen, rennen de vier daders het terrein van tankstation Total gevestigd aan het Zuideinde 112 te Koog aan de Zaan op. Bij het tankstation staat [naam 16] met haar Volkswagen Polo geparkeerd. Als [naam 16] weg wil rijden, komen de vier daders haar richting op en één van hen trekt haar portier open en roept tegen haar: “Uitstappen eruit”. Een andere dader begint aan de deuren aan de passagierszijde te trekken, doch deze zijn op slot. Ook begint deze dader aan de jas van [naam 16] te trekken. Als zij begint te schreeuwen, rennen de daders weg. Twee daders weten over het hek dat zich bevindt tussen het tankstation en machinefabriek Teer te klimmen. De twee anderen daders schuilen even bij een auto en bedreigen de eigenaar van de auto met een vuurwapen. Even later vluchten ook zij via hetzelfde hek naar de achterzijde van de Honigfabriek. Op het bedrijfsterrein van tankstation Total wordt bij het hek een motorkraag aangetroffen met daarop DNA dat afkomstig kan zijn van verdachte. Voorts ontdoet één van de daders zich tijdens de vlucht richting de Alexanderbrug ter hoogte van de Honig fabriek van zijn jas, die hij in het water van rivier de Zaan dumpt. De jas bevat DNA dat afkomstig kan zijn van verdachte. De jas is aan de bovenkant nog droog. Vervolgens proberen de vier daders over de schutting behorende bij het perceel van [naam 15] aan de [adres] te Koog aan de Zaan te klimmen. [naam 15] wijst de daders de weg over de steiger richting de Alexanderbrug. Ondertussen heeft agent [naam 17] de achtervolging op zijn - van politiestriping voorziene - motor ingezet en rijdt in de richting van het Zuideinde te Koog aan de Zaan. Als hij ter hoogte van de kruising met de Paltrokstraat is, ziet hij de daders over een schutting klimmen. Als [naam 17] vervolgens op de daders wil aflopen, richt één van hen een vuurwapen op hem. De vier daders rennen vervolgens vanuit de Leliestraat de Alexanderbrug op. [naam 17] zet de achtervolging over de Alexanderbrug in en rent achter de dader, waarvan de rechtbank vaststelt dat dit verdachte is, aan die eerder een wapen op hem heeft gericht. Plotseling stopt verdachte met rennen en houdt halt naast een op de Alexanderbrug stilstaande Seat Leon met daarin bestuurster [naam 18] (hierna: [naam 18]). Vervolgens trekt hij met zijn linkerhand het linkervoorportier van de Seat Leon open; in zijn andere hand heeft hij nog steeds het pistool vast. Vervolgens zegt verdachte tegen [naam 18]: “Er uit” en trekt aan de arm van [naam 18]. [naam 18] maakt hierop haar riem los en stapt uit de auto. Op dat moment is [naam 17] verdachte en de Seat Leon op een afstand van ongeveer 10 á 15 meter genaderd. Alvorens in de Seat Leon te stappen, houdt verdachte zijn vuurwapen in de richting van [naam 17] en lost een schot. Verdachte stapt in de Seat Leon, keert op de brug en rijdt met hoge snelheid weg in de richting van de Paltrokstraat te Zaandam.

In de tussentijd rennen de twee mededaders nog steeds op de Alexanderbrug. Eén van hen rent richting de G. van Uitgeeststraat en wordt even later (om 16:38 uur) ter hoogte van de kruising aangehouden. Deze persoon blijkt te zijn: [medeverdachte 1]. Ten tijde van zijn aanhouding is de kleding van [medeverdachte 1] nat en draagt hij onder een zwarte broek, een blauwe spijkerbroek.

Aangekomen (om ongeveer 16:30 uur) bij de rotonde Paltrokstraat/Veldbloemenweg te Zaandam raakt verdachte met de Seat Leon de achterkant van een Citroën ZX en komt vervolgens tot stilstand tegen de op de rotonde gesitueerde betonblokken. Verdachte stapt uit de Seat Leon en loopt naar de bestuurder van de Citroën ZX (te weten [naam 19]). Als [naam 19] zijn portier opendoet en aanstalten maakt om uit te stappen, zegt verdachte tegen hem: “Uitstappen”. Vervolgens toont verdachte aan [naam 19] een pistool en zegt wederom: “Uitstappen”. [naam 19] en zijn medepassagiers stappen de Citroën ZX uit en verdachte neemt plaats op de bestuurderstoel en rijdt met hoge snelheid weg. Verdachte rijdt in de richting van de Fluitekruidweg te Zaandam en als hij daar om ongeveer 16:45 uur aankomt, rijdt hij tegen een geparkeerde auto en komt tot stilstand. Verdachte stapt uit en laat de Citroën ZX achter. Verdachte rent het grasveld over richting de spoorlijn. Vervolgens gaat hij door een opening in de bosjes en springt over de daarachter liggende sloot. Aan de andere kant van de sloot aangekomen, rent hij over het spoor richting het terrein van voetbalvereniging Hellas Sport. Verdachte deponeert vervolgens in de stortbak van de damestoilet van voetbalvereniging Hellas Sport zijn vuurwapen. In een op dat terrein gelegen vuilnisbak wordt in een vuilniszak onder meer een vest, een paar handschoenen en een t-shirt aangetroffen. De kleding is nat. De linker- en de rechterhandschoen levert een match op met het DNA-profiel van verdachte. Daarnaast worden op beide handschoenen glasdeeltjes aangetroffen waarvan de deskundige concludeert dat: “ […] de aangetroffen overeenkomsten met het referentieglas veel waarschijnlijker zijn wanneer deze afkomstig zijn van de gebroken ruit Dwingel 13 De Goorn (de rechtbank begrijpt: het postagentschap te De Goorn), waartoe dit referentieglas heeft behoord dan wanneer ze afkomstig zijn van een willekeurige andere ruit of ruiten. Voorts levert het T-shirt tweemaal een match op met DNA-profiel van verdachte. Ook worden er op het T-shirt twee glasdeeltjes aangetroffen. Ten aanzien van één glasdeeltje concludeert de deskundige dat: “ […] de aangetroffen overeenkomsten met het referentieglas iets waarschijnlijker zijn wanneer deze afkomstig zijn van de gebroken ruit Dwingel 13 De Goorn (de rechtbank begrijpt: het postagentschap te De Goorn), waartoe dit referentieglas heeft behoord dan wanneer ze afkomstig zijn van een willekeurige andere ruit of ruiten.”

Uit het verloop van de opeenvolgende en in een relatief kort tijdsbestek gepleegde feiten en de daarbij op de vluchtroute aangetroffen sporen, heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte de overval op het postagentschap te De Goorn tezamen en in vereniging heeft gepleegd. Voorts dat verdachte degene is geweest die, nadat hij met zijn mededaders in de Audi op de vlucht is geslagen en de mededaders in de buurt van de Alexanderbrug uiteen zijn gegaan, op [naam 17] heeft geschoten en de Citroën ZX en de Seat Leon beide met gebruikmaking van geweld en bedreiging met geweld heeft gestolen.

5.3.6. Bewijsoverwegingen ten aanzien van het onder 5, 6 primair, 7 subsidiair, 9, 10, 11, 12 en 14 bewezen geachte

De rechtbank is van oordeel dat de door de raadsvrouw bij de behandeling ter zitting bepleite vrijspraak voor de aan verdachte (in zaak A) onder 5, 6, 7 subsidiair, 9, 10, 11, 12 en 14 tenlastegelegde feiten, nu diens betrokkenheid daarbij niet zou zijn gebleken, wordt weersproken door de bewijsmiddelen, zoals die hierboven zijn opgenomen. De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van die, van de lezing van verdachte afwijkende, bewijsmiddelen te twijfelen.

De rechtbank ziet evenwel aanleiding om in het bijzonder op het volgende te reageren.

Medeplegen

Uit het voorgaande volgt dat er sprake is geweest van een gezamenlijke uitvoering in de zin van een zodanige nauwe en volledige samenwerking dat van medeplegen kan worden gesproken. Hoewel niet kan worden vastgesteld welke drie daders nu feitelijk aanwezig zijn geweest in het postagentschap en welke dader in de Audi is blijven wachten op de mededaders, voor allen geldt dat zij uitvoeringshandelingen hebben verricht die wezenlijk waren voor de gepleegde overval.

Daarmee staat ook vast dat de rechtbank uit de vastgestelde feiten afleidt dat de Audi die vanaf de Goorn uiteindelijk de A7 is gaan berijden werd bestuurd door een van die daders en dat er in de auto vier personen zaten. Verdachte en zijn mededaders waren inzittenden van de auto. Bij één van de inzittenden moet zich ook de buit uit het postagentschap hebben bevonden. Die is immers later niet in de auto maar wel op een plek waar een van de mededaders goederen heeft achtergelaten aangetroffen. Voorts moeten ook bij één of meer van de daders de wapens zijn geweest die waren gebruikt bij de overval op het postagentschap te De Goorn en nadien zijn teruggevonden in Zaandam. Er was dus bij verdachte en zijn mededaders toen al wetenschap van de aanwezigheid van een vuurwapen.

Vast staat eveneens dat op de A7 de verdachten zich aan een aanhouding hebben ontrokken door met (zeer) hoge snelheid weg te rijden van een hen achtervolgende politieauto,waarvan het de inzittenden van de auto kenbaar moet zijn geweest dat het hier politieambtenaren betrof die hen wenste aan te houden op verdenking van de kort tevoren in de Goorn gepleegde overval.

Verdachte en zijn mededaders waren allen lijfelijk in de auto aanwezig en voor ieder van hen moet het duidelijk zijn geweest dat het doel was om te vluchten en zich zodoende aan de aanhouding te onttrekken. Door die wijze van handelen was er ook sprake van vormen van samenwerking, waarbij het er niet toe doet wie nu feitelijk de auto bestuurde.

De verdediging kan worden toegegeven dat niet kan worden vastgesteld wie nu vanuit de auto de achtervolgende politieambtenaren heeft beschoten. Ook kan niet worden vastgesteld wie van verdachten vanuit de rijdende auto een hamer naar de agenten [naam 13] en [naam 14] heeft gegooid. Het is wel praktisch uit te sluiten dat dit door de bestuurder is gedaan. Niet alleen wijst de hoge snelheid waarmee de auto reed en de manoeuvres die werden uitgevoerd op de A7 erop dat dit niet ook nog door de bestuurder kan zijn gedaan, die immers zijn handen nodig had aan het stuur, maar de verklaringen van de aangevers wijzen er ook op dat die handelingen van het schieten en het gooien door tenminste een mededader moet zijn gedaan. Daar komt bij dat in de auto naderhand een patroon is aangetroffen, waarvan is vastgesteld dat deze zeer waarschijnlijk is doorgeladen in het bij Hellas Sport aangetroffen wapen.

Er zijn dus vanuit de vluchtende auto uitvoeringshandelingen verricht door in de auto aanwezige verdachten. Men zou kunnen zeggen dat er sprake is geweest van een zekere arbeidsverdeling waarbij niet iedere verdachte alle uitvoeringshandelingen heeft verricht, maar waarbij de rechtbank hen wel allen aansprakelijk houdt voor het geheel. Gelet ook op de wijze waarop verdachten zich vervolgens - na uit de Audi te zijn gevlucht - hebben gedragen kan niet worden afgeleid dat verdachte of een van zijn mededaders zich passief heeft opgesteld. De mogelijkheid dat een van de daders zich van de handelingen op de A7 heeft gedistantieerd is niet aannemelijk geworden en is - sterker gezegd - naar het oordeel van de rechtbank feitelijk ook niet mogelijk. Door na de overval weer plaats te nemen in de Audi die vervolgens voor de achtervolgende politie op de vlucht slaat heeft verdachte zich zodanig gecommitteerd aan hetgeen verder op de autosnelweg heeft plaatsgevonden dat hij voor zichzelf de weg van distantie heeft afgesloten.

Voorwaardelijk opzet

Uit de bewijsmiddelen volgt, dat uit de rijdende auto (Audi) door een van de inzittenden een hamer met een gewicht van 1250 gram naar een aldaar staande politieauto is gegooid.

Gelet op het gewicht van de hamer en de snelheid die deze moet hebben gekregen bij het gooien uit een in beweging zijnde auto heeft ook verdachte - die zoals eerder overwogen als medepleger moet worden beschouwd van ook dit feit - bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat als gevolg van dat handelen de inzittenden ([naam 13] en [naam 14]) van de politieauto zwaar lichamelijk letsel zouden oplopen. De omstandigheid dat die kans niet is in te schatten doet aan het bestaan van het voorwaardelijk opzet niet af. De verdediging ziet over het hoofd dat het oogmerk van het gooien nu juist daarin was gelegen de achtervolgers van zich af te schudden en het voortduren van de vlucht mogelijk te maken. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de beschreven gang van zaken dat het gooien een effectief middel is gebleken; verdachte heeft immers met zijn medeverdachten de vlucht kunnen voortzetten.

Voorhanden hebben semi-automatisch pistool en een gasrevolver

Op grond van de door de rechtbank hiervoor gebruikte bewijsmiddelen en de bijzondere overwegingen die betrekking hebben op de gang van zaken op 3 december 2008 vanaf de gebeurtenissen op het postagentschap in de De Goorn rekent de rechtbank ook ten aanzien van het onder 14 tenlastegelegde verdachte het voorhanden hebben van deze wapens aan, ook al zijn deze niet in zijn bezit aangetroffen.

6. De strafbaarheid van de feiten en van verdachte

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straffen en maatregelen

7.1. Het standpunt van het openbaar ministerie

Het openbaar ministerie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte terzake van de door haar bewezen feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 jaar met aftrek van voorarrest.

7.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft namens verdachte betoogd - zakelijk en verkort weergegeven - dat deze van alle hem ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken. Ten aanzien van de gevorderde straf heeft de raadsvrouw nog opgemerkt dat deze disproportioneel is. Niet is gebleken dat er sprake is van een leidinggevende rol bij verdachte en niet kan worden voorbij gegaan aan het feit dat er geen ernstig gewonden zijn gevallen. De raadsvrouw heeft erop gewezen dat uit de documentatie niet blijkt dat verdachte een gewelddadige man is. Tenslotte voert de verdediging aan dat verdachte een jong volwassene is die nog zijn hele leven voor zich heeft.

7.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft bij haar strafoplegging rekening gehouden met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder, ten nadele van verdachte, het navolgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich in de periode tussen augustus en december 2008 schuldig gemaakt aan een reeks van overvallen, die bruut en gewelddadig van karakter waren. Het feit dat bij deze overvallen geen ernstig gewonden zijn gevallen, zoals de raadsvrouw heeft betoogd, doet op zich aan de serieusheid van de feiten geen afbreuk. Verdachte heeft daarbij steeds geopereerd tezamen met anderen. De beeldopnames die van de overvallen bestaan, of het nu gaat om de overval op de Blokker, de overval op de Burger King of om de beelden die er bestaan van de gebeurtenissen op de A7 en in Zaanstad/Zaandam, – welke beelden de rechtbank ter zitting heeft bekeken – steeds is sprake van gebruik van vuurwapens en het toepassen van geweld. Wat dat laatste strafbare feit betreft zijn er voor politiefunctionarissen en voor burgers levensbedreigende en gevaarlijke situaties ontstaan. Daarenboven geldt dat de politiefunctionarissen werkzaam waren in het publieke domein en bezig waren met het uitvoeren van taken ten dienste van de burger en het bevorderen van de veiligheid van de samenleving. Dat leidt naar het oordeel van de rechtbank tot een verhoging van de op te leggen straf, waarbij zij als strafdoel uitdrukkelijk vergelding neemt.

Een ander element dat leidt tot strafverzwaring is het gegeven dat voor de rechtbank nadrukkelijk ook de generale preventie een rol speelt. Jongvolwassenen, zoals verdachte, moeten er van doordrongen worden dat het plegen van gewelddadige overvallen onverbiddelijk zal leiden tot opsluiting.

De bewezen geachte feiten kunnen daarom niet anders dan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanmerkelijke duur worden afgedaan. De omstandigheid dat verdachte nog jong is en maar beperkte documentatie kent doet daar niet aan af. De persoonlijke omstandigheden van verdachte spelen in de opvatting van de rechtbak maar een beperkte rol. Inzicht in de wijze waarop verdachte zijn leven wenst in te richten, heeft hij niet gegeven.

Gelet op het aantal overvallen dat op het conto van verdachte kan worden geschreven is een straf van na te noemen duur passend en geboden.

De rechtbank ziet evenwel aanleiding bij de straftoemeting af te wijken van hetgeen door het openbaar ministerie is geëist, nu die eis mede is gebaseerd op bewezenverklaring van het in zaak A onder 2 en 8 en het in zaak B tenlastegelegde. De rechtbank heeft die feiten echter niet bewezen geacht.

7.4. De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel

Ten aanzien van de benadeelde partij X89

De benadeelde partij, X89, heeft zich gevoegd in deze procedure met een vordering tot schadevergoeding van € 1.000,- ter zake van immateriële schade.

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de vordering van X89 tot een bedrag van € 400,- toe te wijzen en X89 voor het overige niet ontvankelijk te verklaren met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel zoals opgenomen in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht en de wettelijke rente.

De raadsvrouw heeft terzake van de benadeelde partij X89 geen verweer gevoerd.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van X89 – deels – van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor de behandeling in dit strafgeding. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder feit 3 bewezen geachte feit, rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. De rechtbank is er van overtuigd geraakt dat er sprake is van immateriële schade. Alles afwegende, waardeert de rechtbank de schade op een bedrag van € 250,- (tweehonderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van ontstaan van de schade tot aan de dag van algehele voldoening.

Voor het overige deel is de vordering niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat X89 in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk is. X89 kan dat deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

In het belang van X89 voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd. Ook zal de rechtbank de gevorderde wettelijke rente toekennen van de datum van het ontstaan van de schade, zijnde 4 december 2008, tot aan de dag der algehele voldoening.

Ten aanzien van de benadeelde partij [naam 8]

De benadeelde partij, [naam 8], heeft zich gevoegd in deze procedure met een vordering tot schadevergoeding van € 1.600,- ter zake van immateriële schade.

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de vordering van [naam 8] toe te wijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel zoals opgenomen in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht en de wettelijke rente.

De raadsvrouw heeft terzake van de benadeelde partij [naam 8] geen verweer gevoerd.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van [naam 8] - deels - van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor de behandeling in dit strafgeding. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder feit 5 bewezen geachte feit, rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. De rechtbank is er van overtuigd geraakt dat er sprake is van immateriële schade. Alles afwegende, waardeert de rechtbank de schade op een bedrag van € 1.000,- (éénduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van ontstaan van de schade tot aan de dag van algehele voldoening. Nu meerdere daders hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd, zal de rechtbank bepalen dat de (gedeeltelijke) toewijzing van de vordering voor de totale schade hoofdelijk wordt opgelegd.

Voor het overige deel is de vordering niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat [naam 8] in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk is. [naam 8] kan dat deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

In het belang van [naam 8] voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd. Ook zal de rechtbank de gevorderde wettelijke rente toekennen van de datum van het ontstaan van de schade, zijnde 3 december 2008, tot aan de dag der algehele voldoening.

Ten aanzien van de benadeelde partij [naam 12]

De benadeelde partij, [naam 12], heeft zich gevoegd in deze procedure met een vordering tot schadevergoeding van € 1.000,- ter zake van immateriële schade.

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de vordering van [naam 12] toe te wijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel zoals opgenomen in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht en de wettelijke rente.

De raadsvrouw heeft terzake van de benadeelde partij [naam 12] geen verweer gevoerd.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van [naam 12] van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor de behandeling in dit strafgeding. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder feit 6 bewezen geachte feit, rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. De rechtbank is er van overtuigd geraakt dat er sprake is van immateriële schade. Alles afwegende, waardeert de rechtbank de schade op een bedrag van € 1.000,- (éénduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van ontstaan van de schade tot aan de dag van algehele voldoening. Nu meerdere daders hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd, zal de rechtbank bepalen dat de toewijzing van de vordering voor de totale schade hoofdelijk wordt opgelegd.

In het belang van [naam 12] voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd. Ook zal de rechtbank de gevorderde wettelijke rente toekennen van de datum van het ontstaan van de schade, zijnde 3 december 2008, tot aan de dag der algehele voldoening.

Ten aanzien van de benadeelde partij [naam 11]

De benadeelde partij, [naam 11], heeft zich gevoegd in deze procedure met een vordering tot schadevergoeding van € 1.000,- ter zake van immateriële schade.

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de vordering van [naam 11] toe te wijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel zoals opgenomen in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht en de wettelijke rente.

De raadsvrouw heeft terzake van de benadeelde partij [naam 11] geen verweer gevoerd.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van [naam 11] van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor de behandeling in dit strafgeding. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder feit 6 bewezen geachte feit, rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. De rechtbank is er van overtuigd geraakt dat er sprake is van immateriële schade. Alles afwegende, waardeert de rechtbank de schade op een bedrag van € 1.000,- (éénduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van ontstaan van de schade tot aan de dag van algehele voldoening. Nu meerdere daders hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd, zal de rechtbank bepalen dat de toewijzing van de vordering voor de totale schade hoofdelijk wordt opgelegd.

In het belang van [naam 11] voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd. Ook zal de rechtbank de gevorderde wettelijke rente toekennen van de datum van het ontstaan van de schade, zijnde 3 december 2008, tot aan de dag der algehele voldoening.

Ten aanzien van de benadeelde partij [naam 17]

De benadeelde partij, [naam 17], heeft zich gevoegd in deze procedure met een vordering tot schadevergoeding van € 1.000,- ter zake van immateriële schade.

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de vordering van [naam 17] toe te wijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel zoals opgenomen in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht en de wettelijke rente.

De raadsvrouw heeft terzake van de benadeelde partij [naam 17] geen verweer gevoerd.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van [naam 17] van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor de behandeling in dit strafgeding. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder feit 10 bewezen geachte feit, rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. De rechtbank is er van overtuigd geraakt dat er sprake is van immateriële schade. Alles afwegende, waardeert de rechtbank de schade op een bedrag van € 1.000,- (éénduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van ontstaan van de schade tot aan de dag van algehele voldoening.

In het belang van [naam 17] voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd. Ook zal de rechtbank de gevorderde wettelijke rente toekennen van de datum van het ontstaan van de schade, zijnde 3 december 2008, tot aan de dag der algehele voldoening.

7.5. Beslag

Ten aanzien van de in beslag genomen goederen heeft het openbaar ministerie met betrekking tot het goed zoals genummerd op de beslaglijst met nummer 1 (mes) gevorderd dat dit zal worden onttrokken aan het verkeer en het goed zoals op de beslaglijst aangeduid met nummer 2 (schoenen) zal worden teruggeven aan verdachte.

Over de in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen oordeelt de rechtbank als volgt. Het goed op de beslaglijst aangeduid met nummer 1 (het mes) zal worden onttrokken aan het verkeer. Het is daarvoor vatbaar, omdat het aan verdachte toebehoort en is aangetroffen bij gelegenheid van het onderzoek, terwijl het kan dienen tot het begaan van soortgelijke misdrijven en van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Voorts dient het in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp zoals op de beslaglijst aangeduid met nummer 2 worden teruggeven aan verdachte.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 36b, 36c, 36f, 45, 57, 285, 287 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9. Beslissing

Verklaart niet bewezen het in zaak A onder 2, 7 primair, 8, 13 en in zaak B ten laste gelegde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 en 5 bewezen verklaarde:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd

Ten aanzien van het onder 3 bewezen verklaarde:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

Ten aanzien van het onder 4 bewezen verklaarde:

diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Ten aanzien van het onder 6 primair bewezen verklaarde:

medeplegen poging tot doodslag

Ten aanzien van het onder 7 subsidiair bewezen verklaarde:

medeplegen van bedreiging met zware mishandeling

Ten aanzien van het onder 9 bewezen verklaarde:

Poging tot diefstal, voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Ten aanzien van het onder 10 bewezen verklaarde:

poging tot doodslag

Ten aanzien van het onder 11 en 12 bewezen verklaarde:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 14 bewezen verklaarde:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) jaren.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Ten aanzien van de benadeelde partij X89

Wijst de vordering van de benadeelde partij, X89, domicilie kiezende Regiopolitie Amsterdam-Amstelland, postbus 2287, 1000 CG Amsterdam, toe tot een bedrag van € 250,- (tweehonderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 4 december 2008, tot aan de dag van algehele voldoening.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in haar vordering.

Veroordeelt verdachte aan X89 voornoemd, het toegewezen bedrag te betalen.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op, aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij X89, te betalen de som van € 250,- (tweehonderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 4 december 2008 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 5 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt dat, indien en voorzover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.

Ten aanzien van de benadeelde partij [naam 8]

Wijst de vordering van de benadeelde partij, [naam 8], wonende op het adres [adres], toe tot een bedrag van € 1.000,- (éénduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 3 december 2008, tot aan de dag van algehele voldoening.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in haar vordering.

Veroordeelt verdachte aan [naam 8] voornoemd, het toegewezen bedrag te betalen, behoudens voorzover deze vordering reeds door of namens een ander/anderen is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op, aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [naam 8], te betalen de som van € 1.000,- (éénduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 3 december 2008 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 20 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt dat, indien en voorzover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.

Ten aanzien van de benadeelde partij [naam 12]

Wijst de vordering van de benadeelde partij, [naam 12], domicilie kiezende aan het adres [adres], toe tot een bedrag van € 1.000,- (éénduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 3 december 2008, tot aan de dag van algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte aan [naam 12] voornoemd, het toegewezen bedrag te betalen, behoudens voorzover deze vordering reeds door of namens een ander/anderen is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op, aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [naam 12], te betalen de som van € 1.000,- (éénduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 3 december 2008 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 20 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt dat, indien en voorzover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.

Ten aanzien van de benadeelde partij [naam 11]

Wijst de vordering van de benadeelde partij, [naam 11], domicilie kiezende aan het adres [adres], toe tot een bedrag van € 1.000,- (éénduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 3 december 2008, tot aan de dag van algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte aan [naam 11] voornoemd, het toegewezen bedrag te betalen, behoudens voorzover deze vordering reeds door of namens een ander/anderen is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op, aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [naam 11], te betalen de som van € 1.000,- (éénduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 3 december 2008 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 20 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt dat, indien en voorzover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.

Ten aanzien van de benadeelde partij [naam 17]

Wijst de vordering van de benadeelde partij, [naam 17], domicilie kiezende aan het adres [adres], toe tot een bedrag van € 1.000,- (éénduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 3 december 2008, tot aan de dag van algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte aan [naam 17] voornoemd, het toegewezen bedrag te betalen.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op, aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [naam 17], te betalen de som van € 1.000,- (éénduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 3 december 2008 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 20 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt dat, indien en voorzover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.

Onttrekt aan het verkeer:

- nummer 1 van de beslaglijst.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

- nummer 2 van de beslaglijst.

Dit vonnis is gewezen door

mr. F.G. Bauduin, voorzitter,

mrs. A.E.J.M. Gielen en C. Kraak, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H. Leeuwenkamp, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 december 2009.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.