Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BK7561

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-10-2009
Datum publicatie
23-12-2009
Zaaknummer
423090 - HA ZA 09-942
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2012:BV3404, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Auteursrecht, beschermingsomvang Tripp Trapp

De rechtbank stelt bij het bepalen van de beschermingsomvang van de Tripp Trapp voorop dat het werkbegrip van de Auteurswet zijn begrenzing vindt waar het eigen oorspronkelijk karakter slechts datgene betreft wat noodzakelijk is voor het verkrijgen van een technisch effect (HR 16 juni 2006, Kefoca/Lancôme, NJ 2006/585). Wordt de vorm niet (geheel) gedicteerd door de technische oplossing, dan is er nog altijd ruimte voor auteursrechtelijke bescherming. Eisers stellen in zoverre terecht dat een technische functie op zich nog niet leidt tot het onthouden van auteursrechtelijke bescherming. Of en in hoeverre dat het geval is, hangt samen met de beantwoording van de vraag of het te verkrijgen technische effect een relevante vrijheid laat voor de ontwerper om aan het geheel een eigen oorspronkelijk karakter te verlenen. Wordt de vormgeving echter te zeer bepaald door de gekozen techniek, dan kan dit niet tot bescherming leiden en dienen de betreffende elementen bij de uiteindelijke beoordeling van de totaalindruk als het ware te worden weggedacht (HR 27 januari 1995, Dreentegel, NJ 1997/273). Het doet hierbij niet ter zake of hetzelfde technische resultaat ook via andere vormen bereikt kan worden.

Met toepassing van genoemde criteria komt de rechtbank tot het oordeel dat de beschermingsomvang van de Tripp Trapp beperkt is. Bij de beantwoording van de inbreukvraag, komt het er vervolgens op aan of de gestelde inbreukmaker in zodanige mate de auteursrechtelijk beschermde trekken van de Tripp Trapp vertoont dat de totaalindrukken die de beide werken maken te weinig verschillen voor het oordeel dat de gestelde inbreukmaker als een zelfstandig werk kan worden aangemerkt. Naar het oordeel van de rechtbank is dat niet het geval.

Uitspraak in hoger beroep bevestigd; LJN BV3404

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 423090 / HA ZA 09-942

Vonnis van 21 oktober 2009

in de zaak van

1. de rechtspersoon naar Noors recht

STOKKE AS,

gevestigd te Skodje (Noorwegen),

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STOKKE NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Tilburg,

3. de rechtspersoon naar Noors recht

[A],

gevestigd te--,

4.[B],

wonende te --,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaten mr. T. Cohen Jehoram en mr. A.P. Groen,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

JAMAK B.V.,

gevestigd te Breda,

2. de rechtspersoon naar Deens recht

LEANDER FORM APS,

gevestigd te Silkeborg (Denemarken),

3.[C],

wonende te --,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. drs. I.M.C.A. Reinders Folmer.

Partijen zullen hierna Stokke c.s. en Jamak c.s. genoemd worden. Zij zullen, indien afzonderlijk bedoeld, Stokke, Stokke Nederland, [A], [B], Jamak, Leander Form en [C] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de akte van Stokke c.s. houdende het overleggen van 16 producties;

- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met 15 producties;

- het tussenvonnis van 20 mei 2009, waarbij een meervoudige comparitie van partijen is gelast;

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 8 september 2009, de daarin genoemde producties en de tijdens de comparitie door de advocaten gehanteerde pleitnotities.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Stokke brengt sinds 1972 de in hoogte verstelbare Tripp Trapp kinderstoel op de markt (hierna: de Tripp Trapp). De Tripp Trapp is ontworpen door [B]. Stokke produceert en verkoopt de Tripp Trapp. De verkoop in Nederland geschiedt door Stokke Nederland. De Tripp Trapp ziet er als volgt uit.

2.2. De Tripp Trapp is met diverse prijzen en eervolle vermeldingen bekroond en wordt tentoongesteld in musea. Van de stoel zijn wereldwijd meer dan 3 miljoen exemplaren verkocht.

2.3. De Tripp Trapp, zoals hierboven weergegeven, bestaat uit twee evenwijdige stijlen van hout waartussen aan de bovenzijde de houten rugleuning en voorts een zitplankje en een voetenplankje zijn geklemd. De stijlen zijn voorzien van horizontaal verlopende groeven die dienen voor het verstelbaar vastklemmen van zit- en voetenplankje, waardoor de hoogte van die plankjes kan variëren en kan worden aangepast aan de grootte van het kind. De stoel wordt daarom wel omschreven als een meegroeistoel. Door de verstelbaarheid wordt tevens voorzien in de mogelijkheid de kinderstoel aan te schuiven aan de gewone eettafel van de volwassenen. Het vastklemmen wordt gewaarborgd door twee verbindingsstangen die zijn gemonteerd met inbusbouten door de stijlen. De twee elementen van de rugleuning worden gefixeerd met door de stijlen gaande inbusbouten. Aan de onderzijde zijn de stijlen voorzien van een horizontaal deel waarmee de stoel op de bodem rust. Tussen deze horizontale delen is, wederom met doorgaande inbusbouten, een houten regel gemonteerd. De hierboven weergegeven stoel is voor wat betreft de houten delen gemaakt van blank gelakt beukenhout. De metalen delen (stangen en inbusbouten) zijn zwart gelakt. De ter zitting getoonde Tripp Trap is aan de bovenzijde voorzien van een veiligheidsbeugel. Deze is tussen de stijlen en tussen de twee elementen die samen de rugleuning vormen geklemd. De beugel wordt op spanning tussen de twee stijlen geklemd. Met het oog daarop zijn in de stijlen tussen de twee elementen van de rugleuning uitsparingen gemaakt.

2.4. Voor de Tripp Trapp is in verschillende landen octrooi aangevraagd. Voor de Tripp Trapp is in ieder geval in Noorwegen octrooi verleend. Stokke heeft het octrooi in Noorwegen door betaling van taxen voor de maximale duur in stand gehouden. Bij de Engelse aanvrage behoren de navolgende figuren, waarbij de figuren 2 tot en met 5 de meegroeimogelijkheden illustreren en waarbij de kinderstoel is getoond in een stand waarbij hij is aangeschoven aan een eettafel die geen deel uitmaakt van de stoel.

2.5. Conclusie 1 van de Engelse aanvrage luidt als volgt;

1. An adjustable chair including side members which at their lower ends are provided with support means and which carry a back rest extending between their upper end portions, a seat plate and a foot-rest plate said side members being provided with substantially horizontally extending guides for the edges of said plates, whereby both the seat plate and the foot-rest plate can be inserted in any one of a plurality of positions so that a plurality of different seat heights and different foot-rest heights are available.

2.6. Leander Form is een Deense producent/leverancier van baby- en kinderartikelen, waaronder (kinder)stoelen. [C] heeft voor Leander Form een collectie kindermeubelen ontworpen, waaronder de Leander stoel. Deze stoel (hierna: de Leander) is op 24 augustus 2006 als Gemeenschapsmodel geregistreerd onder nummer 579008-0001. Daarbij zijn onder andere de volgende afbeeldingen opgenomen:

2.7. De Leander wordt over de hele wereld verkocht. Jamak B.V. brengt de Leander in Nederland op de markt en doet dat onder andere via de website www.jamak.nl en verschillende verkooppunten in Amsterdam. De Leander zoals deze wordt aangeboden ziet er (in de kleur naturel) als volgt uit.

2.8. Stokke c.s. heeft Jamak bij brief van 1 juli 2008 onder andere gesommeerd de verkoop van de Leander te staken. Jamak heeft bij brief van 10 juli 2008 geantwoord en medegedeeld de Leander niet meer aan te bieden en te verhandelen, zonder overigens te erkennen dat de stoel inbreukmakend is. Stokke c.s. heeft hierop bij brief van 23 juli 2008 een onthoudingsverklaring toegezonden. Jamak heeft bij brief van 12 augustus 2008 laten weten te weigeren een onthoudingsverklaring te ondertekenen en verwezen naar de producent van de stoel. Bij brief van 10 november 2008 heeft Jamak c.s. bericht de inbreuk te betwisten en Stokke c.s. gesommeerd de eerdere sommatie in te trekken.

3. Het geschil

In conventie

3.1. Stokke c.s. vordert samengevat - met betrekking tot de Nederlandse markt en zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I een verklaring voor recht dat Jamak c.s. met het verhandelen van de Leander inbreuk maakt op de auteursrechten op de Tripp Trapp en op de morele rechten van [B];

II een inbreukverbod;

III een gecertificeerde opgavenverplichting;

IV afgifte ter vernietiging van inbreukmakende producten;

V en VI een rectificatie/recall;

VII aan de onder II tot en met VI bedoelde veroordelingen dwangsommen te verbinden;

VIII Jamak c.s. ieder afzonderlijk te veroordelen tot betaling van schadevergoeding of winstafdracht;

IX Jamak c.s. hoofdelijk te veroordelen in de volledige kosten als bedoeld in artikel 1019h van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Hierna: Rv).

3.2. Stokke c.s. stelt daartoe dat in de Leander in essentie het ontwerp van de Tripp Trapp is overgenomen. Net als de Tripp Trapp wekt het ontwerp van de Leander een zwevende indruk. Daarbij komt dat het transparant, maar tegelijkertijd solide aandoet. Het betreft in beide gevallen een L-vorm, dezelfde materialen (en het contrast daartussen) en eenzelfde afwerking. Ook andere kenmerkende elementen zijn overgenomen, zoals het klemmen van de elementen tussen de verticale staanders en de vormgeving en maatvoering van de onderdelen. Ter zitting heeft zij daaraan toegevoegd de algemene - symmetrische - opbouw, het deels wegvallen van rugleuning, zitting en voetenplank tegen de achterwaarts hellende staanders, het gebruik van paren (2 staanders, 2 horizontale vlakken), smallere horizontale elementen bevestigd aan grotere verticale zijelementen, de materiaalkeuze (blank beukenhout en een lederen bandje), de diagonale stand van de staanders ten opzichte van de horizontale liggers op de grond, de in hoogte verstelbare smalle horizontale vlakken zijn bestemd als voetenplank en zitvlak, zit- en voetvlak zijn van hetzelfde materiaal, de vormgeving van de zit- en voetenplank en van de (optionele) beveiligingsbeugel en het gebruik van zwarte schroeven. De ondergeschikte verschillen die zijn te duiden doen volgens Stokke c.s. niet af aan de overeenstemmende totaalindruk. Zij wijst er daarbij op dat de nadruk dient te liggen op de punten van overeenstemming en niet op de punten van verschil. Bovendien komt de Tripp Trapp volgens Stokke c.s. een ruime beschermingsomvang toe. Het betrof in 1972 een revolutionair ontwerp dat sterk afweek van alle modellen die toen op de markt waren.

3.3. Jamak c.s. voert (onder verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 7 februari 2007, AMI 2007/13) verweer. Zij wijst er daarbij op dat het baanbrekende van de Tripp Trapp is gelegen in de toepassing van het technische principe van de verstelbaarheid van de hoogte van zit- en voetenplank door ‘gleuven’ op een kinderstoel. Daarbij komt aan de keuze voor strakke, heldere lijnen geen bescherming toe, nu dit deel uitmaakt van de zogenaamde Scandinavische stijl. Deze stijl kenmerkt zich door strakke heldere lijnen, minimalisme en basale, essentiële materialen. Door de mooie belijning zijn de meubelen luchtig, ruimtelijk en strak van vorm. Ze zijn gemaakt van massief hout en worden gecombineerd met prachtige stoffen of leer in heldere kleuren.

Op een en ander, alsmede op de overige stellingen van partijen wordt hierna, voor zover hier van belang, nader ingegaan.

In reconventie

3.4. Jamak c.s. vordert - samengevat - voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

A. een verklaring voor recht van niet inbreuk;

B. Stokke c.s. hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van alle schade, ontstaan vanaf 20 juli 2008 tot en met de datum van dit vonnis, nader op te maken bij staat;

C. hoofdelijke veroordeling van Stokke c.s. tot het zenden van een rectificatie;

D. aan de veroordeling onder B en C dwangsommen te verbinden;

E. hoofdelijke veroordeling van Stokke c.s. in de (redelijk en evenredige proces-) kosten van de procedure.

3.5. Jamak c.s. stelt onder verwijzing naar de procedure in conventie dat zij met de Leander geen inbreuk maakt op de Tripp Trapp. Zij heeft er belang bij dat zij haar activiteiten (het aanbieden, de verkoop en de verhandeling) met betrekking tot de Leander kan voortzetten en vordert daarom de genoemde verklaring voor recht. Zij meent voorts dat Stokke c.s. met de sommatie van 1 juli 2008 onrechtmatig jegens Jamak heeft gehandeld. Ter zitting is bovendien gesteld dat Stokke c.s. klanten van Jamak c.s. heeft aangeschreven.

3.6. Stokke c.s. voert verweer. Zij stelt dat de Leander inbreuk maakt op de Tripp Trapp, alsmede dat het enkele sommeren niet onrechtmatig is. Stokke c.s. betwist dat zij klanten van Jamak heeft aangeschreven. Op een en ander, alsmede op de overige stellingen van partijen wordt hierna, voor zover hier van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Werk

4.1. Partijen zijn het er over eens dat de Tripp Trapp een auteursrechtelijk beschermd werk is. Partijen verschillen echter van mening over het antwoord op de vraag wat de beschermingsomvang van het aan de Tripp Trapp verbonden auteursrecht is.

Beschermingsomvang

4.2. De rechtbank stelt bij het bepalen van de beschermingsomvang van de Tripp Trapp voorop dat het werkbegrip van de Auteurswet zijn begrenzing vindt waar het eigen oorspronkelijk karakter slechts datgene betreft wat noodzakelijk is voor het verkrijgen van een technisch effect (HR 16 juni 2006, Kefoca/Lancôme, NJ 2006/585). Wordt de vorm niet (geheel) gedicteerd door de technische oplossing, dan is er nog altijd ruimte voor auteursrechtelijke bescherming. Stokke c.s. stelt in zoverre terecht dat een technische functie op zich nog niet leidt tot het onthouden van auteursrechtelijke bescherming. Of en in hoeverre dat het geval is, hangt samen met de beantwoording van de vraag of het te verkrijgen technische effect een relevante vrijheid laat voor de ontwerper om aan het geheel een eigen oorspronkelijk karakter te verlenen. Wordt de vormgeving echter te zeer bepaald door de gekozen techniek, dan kan dit niet tot bescherming leiden en dienen de betreffende elementen bij de uiteindelijke beoordeling van de totaalindruk als het ware te worden weggedacht (HR 27 januari 1995, Dreentegel, NJ 1997/273). Het doet hierbij niet ter zake of hetzelfde technische resultaat ook via andere vormen bereikt kan worden.

4.3. De rechtbank knoopt voor de technische kenmerken van de Tripp Trapp in de eerste plaats aan bij de octrooiaanvrage voor de Tripp Trapp. Gelijk de rechtbank ’s-Gravenhage in het onder 3.3 genoemde vonnis heeft overwogen, geeft de uitvinder in zijn octrooiaanvrage aan wat volgens hem de kern is van de technische vernieuwing die in zijn onderwerp besloten ligt. Uit conclusie 1 van het octrooi blijkt dat die technische vernieuwing een verstelbare (kinder)stoel betreft, bestaande uit twee opgaande stijlen die aan de bovenzijde een rugleuning inklemmen, welke stijlen zijn voorzien van sleuven op verschillende hoogtes, waarlangs de randen van de zitplank en de voetensteun op verschillende hoogtes kunnen worden ingeschoven.

4.4. De technische eisen van functionaliteit die aan deze in hoogte verstelbare kinderstoel zijn te stellen, brengen met zich dat de zitplank en de voetensteun (nagenoeg) horizontaal zijn geplaatst. De rugleuning, althans het verlengde daarvan, zal bovendien nagenoeg moeten aansluiten bij het zitplankje. De anatomie van een kind brengt met zich dat de voetensteun verder naar voren moet worden geplaatst dan het zitplankje. Hieruit vloeit automatisch voort dat de stijlen een helling naar achteren vertonen. Dit heeft bovendien het technisch effect dat de stoel een zekere stabiliteit verkrijgt, een vereiste dat voortvloeit uit de Europese veiligheidsnorm NEN-EN 1887 uit 1997 (prEN 1187:1997). De rechtbank wijst in dit verband ook op de deskundige van Jamak c.s., prof. ir. J. Jacobs, die schrijft: “De twee schuine staanders zijn dus geen esthetische beslissing, maar een technische (gebaseerd op het verschuiven van het zwaartepunt als het kind groeit) en een analogie met een bestaand technisch principe, een trap.” Uit het inklemmen van de rugleuning tussen de schuine stijlen, zoals omschreven in conclusie 1 van de octrooiaanvrage, vloeit voort dat de rugleuning van de zijkant af bezien niet of nauwelijks zichtbaar is. Aan de stoel te stellen veiligheidseisen schrijven tot slot een stoel zonder scherpe hoeken voor, zodat alle delen van de kinderstoel moeten zijn afgerond (artikel 5.3.2 prEN 1887:1997). De hiervoor genoemde kenmerken zijn niet te zien als auteursrechtelijk beschermde trekken van de Tripp Trapp.

4.5. Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen, zijn de schuine stijlen geen auteursrechtelijk beschermde trek van de Tripp Trapp, omdat ze voortvloeien uit de gekozen techniek en eisen van functionaliteit. Dit wordt niet anders als de door de deskundige van Stokke, prof. A.H. Marinissen, getekende stoelen, waarin een verticaal profiel als uitgangspunt is gekozen, in de beoordeling worden betrokken. Deze stoelen duiden er volgens Stokke c.s. op dat een technische noodzaak om bij het ontwerp van de Tripp Trapp aan te haken ontbreekt. De techniek van de Tripp Trapp is vrij. Dit houdt in dat het een ieder vrijstaat die techniek te gebruiken, zonder te kunnen worden verplicht de techniek met een andere techniek te combineren, zoals Marinissen in zijn voorbeelden doet. Ook de omstandigheid dat Jamak c.s. heeft gekozen voor een bevestiging van de zit- en voetplank op aan de voorzijde van de schragen geplaatste dragers in plaats van deze in te klemmen in horizontaal verlopende groeven, leidt niet tot een ander oordeel. Uitsluitend technisch bepaalde vormen zijn van auteursrechtelijke bescherming uitgesloten en kunnen door iedere derde worden gebruikt, ook indien het gebruik door die derde niet technisch is bepaald.

4.6. Aan het enkele ontwikkelen of inzetten van een nieuwe mode of stijl komt geen bescherming krachtens het auteursrecht toe (HR 29 december 1995, Decaux/Mediamax, NJ 1996/546). De Tripp Trapp past in de zogenoemde Scandinavische stijl, welke zich kenmerkt door het ontbreken van franje, strakke heldere lijnen, minimalisme en basale, essentiële materialen (blank hout). Binnen die Scandinavische stijl kunnen op zichzelf, zoals ook uit het navolgende zal blijken, keuzes worden gemaakt die er aan kunnen bijdragen dat sprake is van een eigen intellectuele schepping. Het gebruik van blank afgewerkt beukenhout en de keuze voor minimalisme en strakke lijnen horen daar echter niet bij. Die elementen vormen als het ware de pijlers van de gekozen Scandinavische stijl en vormen daarmee de kaders waarbinnen de ontwerper van de hier bedoelde stoel zijn werkzaamheden verricht.

4.7. De keuze een kinderstoel met de Tripp Trapp techniek te ontwerpen, beperkt de ontwerper in het maken van keuzen die kunnen leiden tot een eigen intellectuele schepping. Die ruimte wordt verder ingeperkt indien wordt gekozen voor de Scandinavische stijl, waarbij franjes zoveel mogelijk achterwege worden gelaten, hout centraal staat en gekozen wordt voor strakke lijnen. Dit alles is terug te zien in de Tripp Trapp. De Tripp Trapp is een werk dat zoveel mogelijk voldoet aan de eisen van de beoogde functie, waarbij de vormgeving van de Tripp Trapp nagenoeg samenvalt met hetgeen uit de eisen van techniek en functionaliteit voortvloeit. Dit laat onverlet dat er ook voor de ontwerper van een kinderstoel, uitgaande van de Tripp Trapp techniek en binnen de Scandinavische stijl, nog altijd ruimte is voor het maken van auteursrechtelijk relevante keuzes. In het geval van de Tripp Trapp kunnen genoemd worden de keuze van [B] om blank afgewerkt beukenhout te combineren met metalen (in plaats van houten) delen, alsmede het aantal metalen delen, de uit twee delen bestaande rugleuning en de vormgeving van voetensteun en zitplankje (aan de voorzijde recht en aan de achterzijde voorzien van een aan de zijkanten afgeplatte ronding).

4.8. De belangrijkste keuze die [B] heeft gemaakt, betreft de keuze voor de ondersteuning van het zijdeel naar de grond. Hij heeft gekozen voor een horizontaal deel langs de grond. Samen met de opgaande stijl ontstaat aldus een staander die het beeld vertoont van een cursieve hoofdletter L. Het is mede daaraan dat de Tripp Trapp zijn transparante en zwevende uitstraling ontleent. Dat deze L-vorm een auteursrechtelijk beschermde trek van de Tripp Trapp is, wordt door Jamak c.s. niet betwist. Tot een ruime beschermingsomvang leidt de keuze voor de wijze waarop het zijdeel naar de grond is ondersteund (in samenhang met de overige hiervoor genoemde keuzemogelijkheden) naar het oordeel van de rechtbank niet. Het unieke van het ontwerp van de Tripp Trapp is met name gelegen in de techniek (en de technische eisen van functionaliteit) voor een bepaalde verstelbare kinderstoel. Het zijn nu juist die aspecten die bij het bepalen van de totaalindruk/de beschermingsomvang moeten worden weggedacht. De rechtbank benadrukt daarbij dat het naar achter hellen van de stijlen als zodanig een niet beschermde trek is, terwijl het aantal mogelijkheden om die stijl met de grond te verbinden beperkt is. Dit alles leidt tot het oordeel dat de Tripp Trapp in auteursrechtelijke zin niet uniek is.

Inbreuk?

4.9. Bij de beantwoording van de inbreukvraag, komt het er op aan of de Leander in zodanige mate de auteursrechtelijk beschermde trekken van de Tripp Trapp vertoont dat de totaalindrukken die de beide werken maken te weinig verschillen voor het oordeel dat de Leander als een zelfstandig werk kan worden aangemerkt. Naar het oordeel van de rechtbank is dat niet het geval. De rechtbank overweegt in dit verband als volgt, waarbij zij voor het gemak de beide stoelen naast elkaar afbeeldt.

4.10. Bij de Leander is voor de ondersteuning van de schuine staander met de ondergrond niet gekozen voor het maken van een (losse) verbinding met een horizontaal deel langs de grond. Bij de Leander vormen de schuine staander en de ondersteuning één geheel (de staander loopt door in de ondersteuning). Daarbij is, anders dan bij de Tripp Trapp, niet gekozen voor de strakke lijnen en de afwezigheid van franje, waardoor de Scandinavische stijl zich kenmerkt, maar voor een staander met gebogen lijnen. Van de scherpe hoek van de L van de Tripp Trapp (in de woorden van Jamak c.s. een strakke winkelhaak) is bij de Leander dan ook geen sprake. Waar de Tripp Trapp een strak horizontaal deel langs de grond toont, lopen bij de Leander de schuine staanders door in twee op de grond rustende bogen. De ronde vormen van de staanders worden bij de Leander boven het zitvlak voortgezet, waar de staanders als het ware een ronde knik maken. Van een strakke achterover hellende L is daarmee geen sprake. De Leander houdt veeleer het midden van een achterover hellende L en een vervormde S. De staanders van de Leander vertonen niet alleen genoemde rondingen, maar lopen naar achter toe ook nog eens breed uit (zoals goed te zien is op de eerste afbeelding onder 2.6). Ook overigens zijn bij de Leander, wat de auteursrechtelijk relevante trekken van de Tripp Trapp betreft, andere keuzen gemaakt. Zo bestaat de rugleuning van de Leander niet uit twee afzonderlijke delen, maar uit één geheel (met een gleuf erin), en gaat het strakke lijnenspel van de Tripp Trapp (verder) verloren doordat de rugleuning voor de staanders en niet ertussen is geplaatst. De zitvlakken zijn aan de voor- en achterzijde anders vormgegeven en zijn nagenoeg geheel voor de staanders geplaatst, terwijl ze bij de Tripp Trapp verder naar achter (kunnen) uitsteken. De Leander heeft geen (zwarte) metalen delen als verbindingselement. Bijgevolg ontbreken ook de zwarte contrasterende schroeven aan de buitenzijde van de staanders. Aan de onderzijde heeft de Leander een regel, maar dit betreft geen staande rechthoekige regel, maar een liggende, bol vormgegeven regel.

Conclusie

4.11. De conclusie van het voorgaande is dat de Leander een andere totaalindruk maakt dan de Tripp Trapp. Van inbreuk is geen sprake. De vorderingen in conventie dienen om die reden te worden afgewezen. Als de in conventie in het ongelijk gestelde partij, zal Stokke c.s. in de kosten van de procedure worden veroordeeld. Partijen zijn overeengekomen dat de kosten in conventie € 7.500,00 bedragen. Stokke c.s. zal tot dat bedrag worden veroordeeld.

In reconventie

4.12. De rechtbank heeft de vorderingen in conventie afgewezen omdat de Leander geen inbreuk maakt op de Tripp Trapp. De in reconventie gevorderde verklaring voor recht vormt het spiegelbeeld van het in conventie gevorderde inbreukverbod. Nu de vorderingen in conventie zijn afgewezen, ziet de rechtbank zonder nadere toelichting – die ontbreekt – niet in welk belang Jamak bij de gevorderde verklaring voor recht heeft. Deze zal daarom worden afgewezen.

4.13. De overige vorderingen in reconventie zijn gegrond op de stelling van Jamak c.s. dat Stokke c.s. onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. Het enkele verzenden van een sommatie is echter, zonder bijkomende omstandigheden, niet onrechtmatig. Omdat geen bijkomende omstandigheden zijn gesteld of gebleken die kunnen leiden tot het oordeel dat het verzenden van de sommatie onrechtmatig is, zullen ook de overige vorderingen in reconventie worden afgewezen. De (overigens door Stokke c.s. betwiste) stelling van Jamak dat Stokke c.s. klanten van Jamak heeft aangeschreven is onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. Wordt Jamak in haar stelling gevolgd, dan heeft immers te gelden dat Stokke c.s. eerst aansprakelijk kan worden gehouden als zij bij het sommeren en eventueel aanschrijven van klanten van Jamak wist of had moeten beseffen dat van inbreuk geen sprake is (vgl. HR 29 september 2006, CFS Bakel/Stork Titan, NJ 2008/120). Gesteld noch gebleken is dat dit het geval is, terwijl tegen die wetenschap of tegen bedoeld besef pleit dat aan de Tripp Trapp in meerdere uitspraken een ruime beschermingsomvang is toegekend. Dat de rechtbank in de onderhavige procedure oordeelt dat de Leander geen inbreuk maakt op de Tripp Trapp en daarmee (achteraf) komt vast te staan dat Stokke c.s. in deze zaak ten onrechte een beroep heeft gedaan op het haar toekomende auteursrecht, maakt niet dat haar handelen (achteraf bezien) onrechtmatig is.

4.14. Als de in reconventie in het ongelijk gestelde partij, zal Jamak c.s. in de kosten van de procedure worden veroordeeld. Partijen zijn overeengekomen dat de kosten in reconventie € 7.500,00 bedragen. Jamak c.s. zal tot dat bedrag worden veroordeeld.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

- wijst de vorderingen af;

- veroordeelt Stokke c.s. in de kosten van de procedure, aan de zijde van Jamak c.s. tot op heden begroot op € 7.500,00;

- verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie

- wijst de vorderingen af;

- veroordeelt Jamak c.s. in de kosten van de procedure, aan de zijde van Stokke c.s. tot op heden begroot op € 7.500,00;

- verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.W. van Straalen, mr. J. Thomas en mr. I.H.J. Konings en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2009.?