Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BK7176

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-11-2009
Datum publicatie
18-12-2009
Zaaknummer
402582 / HA ZA 08-1937
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Palm Invest, aansprakelijkheid bestuurders

Palm Invest. In deze procedure is onder meer de aansprakelijkheid van twee bestuurders aan de orde. Een groot deel van door eisers ingelegd geld is doorgesluisd naar de feitelijk bestuurders. Toepassing van de Ontvanger/Roelofsen-norm op de twee bestuurders leidt ertoe dat de rechtbank uiteindelijk tot het oordeel komt dat één bestuurder aansprakelijk is, en de ander niet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2010, 38
RO 2010, 22
JRV 2010, 130
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 402582 / HA ZA 08-1937

Vonnis van 11 november 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] HOLDING B.V.,

gevestigd te Voorschoten,

alsmede de eisers zoals onder 2 tot en met 309 genoemd in het gedeelte van de hersteldagvaarding dat aan dit vonnis is gehecht,

e i s e r s,

advocaat eerst mr. F.B. Falkena, thans mr. A. Knigge,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PALM INVEST B.V.,

gevestigd te Hilversum,

niet verschenen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PALM INVEST HOLDING B.V.,

gevestigd te Hilversum,

niet verschenen,

3. de stichting STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR PALM INVEST,

gevestigd te Hilversum,

niet verschenen,

4. [B],

wonende te Amsterdam,

advocaat mr. drs. I.M.C.A. Reinders Folmer,

5. [C],

wonende te Houten,

advocaat mr. K. Roderburg,

6. de stichting STICHTING GARANTIEGELDEN PALM INVEST,

gevestigd te Amsterdam,

niet verschenen,

7. [D],

wonende te Hilversum,

niet verschenen,

8. [E],

wonende te Almere,

niet verschenen,

9. [F],

wonende te Bussum,

niet verschenen,

g e d a a g d e n.

Eisers zullen hierna [A] c.s. worden genoemd. Gedaagden zullen hierna respectievelijk Palm Invest, Palm Invest Holding, Stichting Administratiekantoor, [B], [C], Stichting Garantiegelden, [D], [E] en [F] worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de gelijkluidende dagvaardingen, met producties, van 14 april 2008;

- de gelijkluidende hersteldagvaardingen van 4 en 8 juli 2008;

- de akte, met producties, van [A] c.s. van 16 juli 2008;

- de conclusie van antwoord, met producties, van [B];

- de conclusie van antwoord, met producties, van [C];

- het tussenvonnis van 31 december 2008;

- het proces-verbaal van de op 4 juni 2009 gehouden comparitie van partijen;

- de akte van 29 juli 2009 van [A] c.s., houdende overlegging producties;

- de antwoordakte van [B];

- de antwoordakte van [C].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Stichting Administratiekantoor is sedert 30 oktober 2006 enig aandeelhouder en enig bestuurder van Palm Invest Holding, die op haar beurt sedert die datum enig aandeelhouder en enig bestuurder is van Palm Invest.

2.2. In het handelsregister wordt het bedrijf van Palm Invest omschreven als “investeringen”.

2.3. [B] is met ingang van 1 december 2006 in dienst getreden bij Palm Invest als commercieel manager.

2.4. [B] is van 19 januari 2007 tot 1 november 2007 enig bestuurder geweest van Stichting Administratiekantoor.

2.5. [C] is per 1 november 2007 naast [B] ingeschreven in het handelsregister als bestuurder van Stichting Administratiekantoor, beiden als gezamenlijk met de ander bevoegd.

2.6. [C] is met ingang van 1 december 2007 in dienst getreden bij Palm Invest als algemeen directeur. [C] is per dezelfde datum ingeschreven in het handelsregister als bestuurder met volledige volmacht van Stichting Administratiekantoor.

2.7. [D] is sedert 15 november 2006 enig bestuurder van Stichting Garantiegelden.

2.8. Ieder van [A] c.s. is met Palm Invest en Stichting Garantiegelden een schriftelijke overeenkomst aangegaan. Elk van deze overeenkomsten, waarin de betrokkene(n) van [A] c.s. wordt (worden) aangeduid als de Obligatiehouder, Palm Invest ook als de Vennootschap en Stichting Garantiegelden als de Stichting, luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

Artikel 1 Obligatielening

1.1 Obligatiehouder verstrekt een geldbedrag ter leen aan de Vennootschap van € (…) (zegge (…), hierna te noemen: de Obligatielening.

1.2 De Obligatiehouder heeft op (…) 2007 de Obligatielening overgemaakt op het bankrekeningnummer

van de Vennootschap.

1.3 De Obligatielening zal door de Vennootschap worden aangewend voor de financiering van vastgoed op de Palm Eilanden te Dubai. Palm Invest BV verklaart door ondertekening van deze overeenkomst dat zij de financiële middelen uit de emissie van de Obligaties die haar overeenkomstig de maatschapovereenkomst ter beschikking worden gesteld, zal aanwenden voor de aanschaf van vastgoed.

Artikel 2 Rente en aflossing

2.1 De Obligatielening wordt verstrekt voor de duur van 36 kalendermaanden na de ingangsdatum (…).

2.2.1 De Obligatielening is opeisbaar door de Obligatiehouder onder de volgende bepaalde omstandigheden:

(…)

(e) De Vennootschap al haar bedrijfsactiviteiten heeft gestaakt.

2.3 De Vennootschap zal aan de Obligatiehouder over de Obligatielening een rente vergoeden van 0,75% over de hoofdsom per kalendermaand, oftewel 9% per jaar.

2.4 De rente wordt achteraf betaald, uiterlijk op de derde dag van de maand die volgt op de kalendermaand waarover de rente verschuldigd is.

(…)

Artikel 3 Zekerheden

3.1 De Obligatiehouder verleent hierbij de onherroepelijke last aan de Stichting om in eigen naam ten

behoeve van de gezamenlijke Obligatiehouders de zekerheden gedaan aan de Stichting ten gelde te maken ten behoeve van obligatiehouder.

3.2 Voor zover noodzakelijk verleent de Obligatiehouder hierbij aan de Stichting de onherroepelijke volmacht om in naam van de Obligatiehouder alle rechtshandelingen te verrichten die noodzakelijk zijn ten behoeve van het beheer van de zekerheden. Deze volmacht strekt zich mede uit over daden van beschikking.

(…)

3.4 De Obligatiehouder is niet bevoegd om zelf, of gezamenlijk met andere Obligatiehouders maatregelen te treffen ter uitwinning van de zekerheden.

3.5 De Stichting is eerst gehouden om maatregelen te treffen ter uitwinning van de zekerheden ingeval de Vennootschap ten minste een aaneengesloten termijn van drie maanden in verzuim is met de voldoening van haar verplichtingen jegens de Obligatiehouders, waarbij het verzuim betrekking moet hebben op een gebrek in de voldoening van een geldschuld die tenminste een bedrag betreft ter grootte van 5% van de totale verplichtingen van de Vennootschap jegens de Obligatiehouders.

3.6 De Stichting is altijd bevoegd om bij verkoop van Gronden of Onroerende Zaken in de normale uitoefening van het bedrijf van de Vennootschap hetzij geheel of gedeeltelijk afstand te doen van de Hypotheek teneinde de desbetreffende Gronden of Onroerende Zaken onbezwaard over te kunnen dragen aan de verkrijger. Ingeval bij een dergelijke afstand of overdracht de medewerking van de Obligatiehouder is vereist, is de Obligatiehouder verplicht daaraan de nodige medewerking te verlenen.

(…)

Artikel 6 Diversen

(…)

6.3 Deze overeenkomst kan niet worden ontbonden.

(…)

Artikel 8 Toepasselijk recht en forumkeuze

(…)

8.2. Alle geschillen die tussen Partijen mogelijk ontstaan in verband met deze overeenkomst zullen worden voorgelegd aan de Rechtbank te Amsterdam.

2.9. Op 21 januari 2008 zijn [E], [F], [B] en [C] op grond van verdenking van onder meer oplichting aangehouden en in verzekering gesteld.

2.10. [C], die op 23 januari 2008 weer in vrijheid is gesteld, heeft bij brief van 30 januari 2008, voor zover hier van belang, aan Palm Invest geschreven:

Met deze brief geef ik u te kennen mijn arbeidsovereenkomst met Palm Invest B.V. met onmiddellijke ingang op te zeggen. Ik beroep mij hiervoor op het bestaan van een dringende reden. De ontwikkelingen uit de afgelopen weken en dagen brengen met zich mee dat van mij niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst nog langer in stand te laten.

Bij brief van dezelfde datum heeft [C], voor zover hier van belang, aan Stichting Administratiekantoor geschreven:

Bij controle van het handelsregister bleek dat ik als bestuurder sta ingeschreven van de stichting Administratiekantoor Palm Invest. Aan mij is echter geen aanstelling of benoeming bekend.

Gezien het feit dat de stichting er blijkbaar vanuit gaat dat ik als bestuurder functioneer deel ik hierbij mede dat ik (voor zover ik daadwerkelijk als bestuurder ben benoemd) aftreed als bestuurder, zoals bedoeld in artikel 9 van de statuten van de stichting.

De statuten maken geen melding van enige opzegtermijn zodat het bestuurdersschap met onmiddellijke ingang eindigt.

[C] heeft zich op of omstreeks 30 januari 2008 met terugwerkende kracht tot 1 december 2007 uit het handelsregister laten uitschrijven als bestuurder van Stichting Administratiekantoor.

2.11. Bij brieven van 4 februari 2008 heeft Palm Invest, voor zover hier van belang, aan ieder van [A] c.s. geschreven:

Over het onderzoek door de Fiscale Inlichtingen en Opsporings Dienst (FIOD) en de Economische Controle Dienst (ECD) naar het beleggingsbeleid bij Palm Invest BV kan op dit moment niet meer worden meegedeeld dan dat dit onderzoek nog steeds voortgaat.

De twee oprichters/investeerders van PalmInvest en 1 bestuurder worden in het kader van dit onderzoek vastgehouden. Hoe lang dit onderzoek nog zal gaan duren is onduidelijk.

Dit betekent dat Palm Invest niet in staat wordt gesteld, ondanks een dringend verzoek aan de rechtercommissaris strafzaken te Amsterdam, om de maandelijkse rentebetalingen aan de deelnemers over te maken.

Tevens heeft deze beslaglegging gevolgen voor onze huisvesting en de daarbij behorende faciliteiten.

Wij blijven ondanks bovengenoemd feit bereikbaar voor al uw vragen en opmerkingen via het volgende e-mail adres: (…).

Hoe lang deze beslaglegging zal voortduren is thans onbekend.

De bedoelde oprichters/investeerders zijn [E] en [F], de bedoelde bestuurder is [B].

2.12. [B], die niet lang na [C] weer in vrijheid is gesteld, is per 19 februari 2008 uitgeschreven uit het handelsregister als bestuurder van Stichting Administratiekantoor.

2.13. Bij brief van 25 februari 2008 heeft de raadsman van [A] c.s., voor zover hier van belang, aan Palm Invest geschreven:

Tot mij hebben zich gewend de op bijgevoegde lijst vermelde personen, met het verzoek hun belangen te behartigen.

(…)

Een legitieme reden voor non-betaling van de rentetermijn aangaande januari 2008 ontbreekt (…). Daarnaast ontbreekt zicht op betaling van de toekomstige rentetermijnen. Palm Invest B.V. komt derhalve haar verplichtingen niet na en kan deze ook niet (meer) nakomen. Cliënten zien zich dan ook genoodzaakt om op die gronden tot ontbinding van de obligatieovereenkomst(en) over te gaan.

Alvorens daartoe over te gaan verzoek ik u hierdoor – en voorzover nodig sommeer ik u – om per ommegaand de met elk der cliënten afgesloten overeenkomst(en) te respecteren alsook na te komen, middels het hebben zorg gedragen voor betaling van de reeds vervallen en door Palm Invest B.V. verschuldigde rentetermijnen aan cliënten enwel uiterlijk woensdag 27 februari 2008 om 15.00 uur, bij gebreke waarvan ik namens elk der cliënten de door hem/haar afgesloten overeenkomst(en) reeds nu vooralsdan ontbind per heden (…).

Op de bij die brief gevoegde lijst zijn 249 personen vermeld. Palm Invest heeft op die brief niet gereageerd.

2.14. Bij brief eveneens van 25 februari 2008 heeft de raadsman van [A] c.s., voor zover hier van belang, aan Stichting Garantiegelden geschreven:

Bijgaand treft u aan kopie van mijn schrijven d.d. heden gericht aan (…) Palm Invest B.V..

Ik wend mij thans tot u daar de Stichting Garantiegelden Palm Invest (hierna: de Stichting) partij is bij de onderhavige obligatieovereenkomsten. Zo zijn aan de Stichting door Palm Invest B.V., dit ten behoeve van de gezamenlijke obligatiehouders (waaronder cliënten), zekerheden verstrekt in de vorm van een hypotheekrecht – naar mag worden aangenomen – op het door Palm Invest B.V. verkregen vastgoed op de palmeilanden te Dubai.

(…)

Geenszins dient uitgesloten te worden, dat op korte termijn de Stichting zal worden aangesproken, om ten behoeve van cliënten tot uitwinning van de aan de Stichting gestelde zekerheden over te gaan.

Vooruitlopend daarop verzoek ik u hierdoor – en (…) sommeer ik u – om per ommegaand doch uiterlijk woensdag 27 februari 2008 om 15.00 uur, mij schriftelijk te hebben bevestigd, dat van dergelijke zekerheden ook daadwerkelijk sprake is alsook inzichtelijk te hebben gemaakt op welk bedrag de Stichting in voorkomend geval namens de gezamenlijke obligatiehouders aanspraak kan maken.

Stichting Garantiegelden heeft op die brief niet gereageerd.

2.15. Bij brief van 7 april 2008 heeft de raadsman van [A] c.s., voor zover hier van belang, aan Palm Invest geschreven:

Tot mij hebben zich gewend de op bijgevoegde lijst vermelde personen, met het verzoek hun belangen te behartigen.

(…)

Een legitieme reden voor non-betaling van de vervallen rentetermijnen ontbreekt (…). Daarnaast ontbreekt zicht op betaling van de toekomstige rentetermijnen. Palm Invest B.V. komt derhalve haar verplichtingen niet na en kan deze ook niet (meer) nakomen. Cliënten zien zich dan ook genoodzaakt om op die gronden tot ontbinding van de obligatieovereenkomst(en) over te gaan.

Alvorens daartoe over te gaan verzoek ik u hierdoor – en voorzover nodig sommeer ik u – om per ommegaand de met elk der cliënten afgesloten overeenkomst(en) te respecteren alsook na te komen, middels het hebben zorg gedragen voor betaling van de reeds vervallen en door Palm Invest B.V. verschuldigde rentetermijnen aan cliënten enwel uiterlijk donderdag 10 april 2008 om 15.00 uur, bij gebreke waarvan ik namens elk der cliënten de door hem/haar afgesloten overeenkomst(en) reeds nu vooralsdan ontbind per heden (…).

Op de bij die brief gevoegde lijst zijn 38 personen vermeld. Palm Invest heeft op die brief niet gereageerd.

2.16. Bij brief eveneens van 7 april 2008 heeft de raadsman van [A] c.s., voor zover hier van belang, aan Stichting Garantiegelden geschreven:

Bijgaand treft u aan kopie van mijn schrijven d.d. heden gericht aan (…) Palm Invest B.V..

Ik wend mij thans tot u daar de Stichting Garantiegelden Palm Invest (hierna: de Stichting) partij is bij de onderhavige obligatieovereenkomsten. Zo zijn aan de Stichting door Palm Invest B.V., dit ten behoeve van de gezamenlijke obligatiehouders (waaronder cliënten), zekerheden verstrekt in de vorm van een hypotheekrecht – naar mag worden aangenomen – op het door Palm Invest B.V. verkregen vastgoed op de palmeilanden te Dubai.

(…)

Namens cliënten genoemd op de lijst zoals gevoegd bij de brief (…) aan Palm Invest B.V., alsook de cliënten zoals genoemd op de lijst die is gevoegd bij brief d.d. 25 februari 2008 (…), verzoek ik u – en voor zover nodig sommeer ik u – hierdoor om binnen 48 uur tot uitwinning van de ten behoeve van genoemde cliënten gestelde zekerheden over te gaan en mij zulks binnen eenzelfde termijn schriftelijk te hebben bevestigd.

Voor zover de Stichting zich op het standpunt stelt, dat zij daartoe nog niet kan worden gehouden verzoek ik u hierdoor – en (…) sommeer ik u – om per ommegaand doch uiterlijk donderdag 10 april 2008 om 15.00 uur, mij schriftelijk te hebben bevestigd, dat van dergelijke zekerheden ook daadwerkelijk sprake is alsook inzichtelijk te hebben gemaakt op welk bedrag de Stichting in voorkomend geval namens de gezamenlijke obligatiehouders aanspraak kan maken.

2.17. Op 17 maart 2008 heeft de voorzieningenrechter toegestaan dat door de 268 in het verzoekschrift genoemde eisers in deze zaak (hierna: beslagleggers) conservatoir (derden)beslag zal worden gelegd onder ABN Amro Bank N.V., onder SNS Bank N.V. en op een aantal roerende en onroerende zaken.

2.18. Bij brief van 22 april 2009 heeft de officier van justitie te Amsterdam, voor zover hier van belang, in het kader van het hiervoor onder 2.9 vermelde strafrechtelijk onderzoek aan [C] geschreven:

Op mijn parket is een proces-verbaal binnengekomen, waarin u als verdachte bent aangemerkt.

Inmiddels heb ik besloten u daarvoor niet (verder) te vervolgen. De reden hiervoor is dat naar mijn oordeel (…) er onvoldoende wettig bewijs is.

3. Het geschil

3.1. [A] c.s. vorderen dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

ten aanzien van Palm Invest

a. primair voor recht verklaart dat [A] c.s. de door ieder van hen met Palm Invest afgesloten overeenkomst(en) rechtsgeldig buitengerechtelijk hebben ontbonden, en uit dien hoofde Palm Invest veroordeelt om aan [A] c.s. te voldoen de door hen aan Palm Invest betaalde hoofdsommen, zoals vermeld in het als productie 3 bij dagvaarding overgelegde overzicht, ex artikel 6:271 Burgerlijk Wetboek (BW), vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf datum buitenrechtelijke ontbinding, (de rechtbank leest:) dan wel vanaf datum dagvaarding, dan wel vanaf een door de rechtbank in goede justitie te bepalen tijdstip;

b. subsidiair de door ieder van [A] c.s. met Palm Invest afgesloten overeenkomst(en) ontbindt ex artikel 6:267 lid 2 BW, onder veroordeling van Palm Invest om aan [A] c.s. te voldoen de door hen aan Palm Invest betaalde hoofdsommen zoals vermeld in het overzicht van productie 3, ex artikel 6:271 BW, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf datum gerechtelijke ontbinding dan wel vanaf een door de rechtbank in goede justitie te bepalen tijdstip;

c. meer subsidiair Palm Invest veroordeelt om aan [A] c.s. te voldoen de door hen aan Palm Invest betaalde hoofdsommen zoals vermeld in het overzicht van productie 3, ex artikel 6:162 BW, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf datum betekening dagvaarding dan wel vanaf een door de rechtbank in goede justitie te bepalen tijdstip;

d. nog meer subsidiair Palm Invest veroordeelt om aan [A] c.s. te voldoen de door hen aan Palm Invest betaalde hoofdsommen zoals vermeld in het overzicht van productie 3, ex artikel 2.2.1 (e) van de overeenkomst, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf datum betekening dagvaarding dan wel vanaf een door de rechtbank in goede justitie te bepalen tijdstip;

ten aanzien van Palm Invest Holding en Stichting Administratiekantoor

e. primair Palm Invest Holding en Stichting Administratiekantoor hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, veroordeelt om aan [A] c.s. te voldoen de door hen aan Palm Invest betaalde hoofdsommen zoals vermeld in het overzicht van productie 3, ex artikel 2:403 BW, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf datum betekening dagvaarding dan wel vanaf een door de rechtbank in goede justitie te bepalen tijdstip;

f. subsidiair Palm Invest Holding en Stichting Administratiekantoor hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, veroordeelt om aan [A] c.s. te voldoen de door hen aan Palm Invest betaalde hoofdsommen zoals vermeld in het overzicht van productie 3, ex artikel 6:162 BW, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf datum betekening dagvaarding dan wel vanaf een door de rechtbank in goede justitie te bepalen tijdstip;

g. meer subsidiair Palm Invest Holding en Stichting Administratiekantoor hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, veroordeelt om aan [A] c.s. te voldoen de door hen aan Palm Invest betaalde hoofdsommen zoals vermeld in het overzicht van productie 3, ex artikel 6:162 BW, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf datum betekening dagvaarding dan wel vanaf een door de rechtbank in goede justitie te bepalen tijdstip;

ten aanzien van [B], [C], [D], [E] en [F]

h. primair [B], [C], [D], [E] en [F] hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, veroordeelt om aan [A] c.s. te voldoen de door hen aan Palm Invest betaalde hoofdsommen zoals vermeld in het overzicht van productie 3, ex artikel 6:162 BW, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf betekening dagvaarding dan wel vanaf een door de rechtbank in goede justitie te bepalen tijdstip;

i. subsidiair [B], [C], [D], [E] en [F] hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, veroordeelt om aan [A] c.s. te voldoen de door hen aan Palm Invest betaalde hoofdsommen zoals vermeld in het overzicht van productie 3, ex artikel 6:162 BW, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf datum betekening dagvaarding dan wel vanaf een door de rechtbank te bepalen tijdstip;

ten aanzien van Stichting Garantiegelden

j. primair Stichting Garantiegelden veroordeelt om aan [A] c.s. te voldoen de door hen aan Palm Invest betaalde hoofdsommen zoals vermeld in het overzicht van productie 3, ex artikel 3 c.q. 3.5 van de overeenkomst, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf datum betekening dagvaarding dan wel vanaf een door de rechtbank in goede justitie te bepalen tijdstip;

k. subsidiair Stichting Garantiegelden veroordeelt om aan [A] c.s. te voldoen de door hen aan Palm Invest betaalde hoofdsommen zoals vermeld in het overzicht van productie 3, ex artikel 6:162 BW, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf datum betekening dagvaarding dan wel vanaf een door de rechtbank in goede justitie te bepalen tijdstip;

ten aanzien van alle gedaagden

l. gedaagden hoofdelijk, des dat de een betalende de anderen zullen zijn bevrijd, te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente over voornoemde kosten vanaf 14 dagen na de datum van het vonnis, alsmede in de beslagkosten;

m. het vonnis, met inbegrip van de kostenveroordeling, te waarmerken als Europese executoriale titel.

3.2. [A] c.s. leggen aan deze vorderingen, kort samengevat en voor zover hier relevant, het volgende ten grondslag.

Palm Invest is in verzuim geraakt ten aanzien van haar verplichtingen uit de obligatieleningen. Palm Invest heeft de aan haar uitgeleende gelden niet of nauwelijks aangewend voor de financiering van vastgoed op de Palm Eilanden in Dubai. Grote delen van de geleende gelden zijn doorgesluisd naar [E] en [F], die de betrokken bedragen aan privédoeleinden hebben besteed; in zoverre is sprake van vermogensdelicten. Na december 2007 is geen rente meer betaald. De obligatieleningen zijn dan ook op goede gronden buitengerechtelijk ontbonden. Palm Invest is gehouden tot ongedaanmaking en schadevergoeding maar komt (ook) deze verplichtingen niet na. Daarnaast komt Palm Invest haar verplichtingen uit hoofde van artikel 2.2.1 aanhef en onder e van de obligatieleningen niet na. Verhaal biedt Palm Invest niet of nauwelijks.

Ter zake van dit alles treft in de eerste plaats [E] en [F], feitelijk bestuurders van Palm Invest, een persoonlijk verwijt. Ter zake van dit alles treft ook Palm Invest Holding, Stichting Administratiekantoor, [B] en [C], (indirect) statutair bestuurders van Palm Invest, een persoonlijk verwijt. Palm Invest Holding en Stichting Administratiekantoor zijn voorts aansprakelijk op grond van het bepaalde in artikel 2:403 BW.

Stichting Garantiegelden is een lege huls gebleken, hetgeen ook [D], haar statutair bestuurder, persoonlijk kan worden verweten.

Aldus steeds [A] c.s.

3.3. [B] en [C] voeren gemotiveerd verweer.

3.4. Op de (nadere) stellingen en verweren zal hierna, in het kader van de beoordeling, nader worden ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De rechtbank stelt het volgende voorop met betrekking tot de aard van de overeenkomsten die [A] c.s. met Palm Invest en Stichting Garantiegelden zijn aangegaan.

Deze overeenkomsten zijn, voor zover zij de rechtsverhouding tussen [A] c.s. en Palm Invest betreffen, niets anders dan rentedragende geldleningen. Gedurende de looptijd dient een vaste rente te worden vergoed. Na ommekomst van de looptijd dienen de leningen te worden afgelost. Het gaat hier om onvoorwaardelijke verbintenissen. De overeenkomsten bepalen weliswaar dat Palm Invest de geleende gelden dient aan te wenden voor de financiering van vastgoed op de Palm Eilanden in Dubai, maar haar rente- en aflossingsverplichtingen worden op geen enkele wijze afhankelijk gesteld van (de resultaten van) die financiering.

4.2. Voor het navolgende neemt de rechtbank tot uitgangspunt dat een aantal van [A] c.s. (namelijk zij die vermeld zijn op de bij de brief van 25 februari 2008 gevoegde lijst; zie hiervoor onder 2.13) hun overeenkomst met Palm Invest op goede gronden buitengerechtelijk hebben ontbonden per 25 februari 2008, dat een aantal anderen van [A] c.s. (namelijk zij die vermeld zijn op de bij de brief van 7 april 2008 gevoegde lijst; zie hiervoor onder 2.15) hun overeenkomst met Palm Invest op goede gronden buitengerechtelijk hebben ontbonden per 7 april 2008, en dat de overigen van [A] c.s. op goede gronden ontbinding van hun overeenkomst met Palm Invest vorderen.

De rechtbank neemt verder tot uitgangspunt dat Palm Invest haar resterende verplichtingen jegens [A] c.s. niet zal nakomen, dat er geen door Stichting Garantiegelden uit te winnen zekerheden zijn en dat Palm Invest en Stichting Garantiegelden geen verhaal bieden.

[B] en [C] voeren, voor wat de laatstvermelde punten betreft, wel aan dat niet kan worden uitgesloten dat een en ander zich nog ten goede keert, maar lichten dit verweer niet, althans niet voldoende, toe en onderbouwen het evenmin. In dit verband is het volgende van belang. [B] en [C] bestrijden de door [A] c.s. gestelde vermogensdelicten niet; [B] en [C] noemen geen enkele concrete door Palm Invest gefinancierde belegging in Dubai; [B] en [C] noemen ook geen enkele andere bron van inkomsten voor Palm Invest; [B] en [C] noemen geen enkele (door Stichting Garantiegelden uit te winnen) concrete zekerheid; [B] en [C] bestrijden niet dat Palm Invest en Stichting Garantiegelden (en hun directe en indirecte bestuurders) al geruime tijd niet meer actief zijn en niet meer over personeel en kantoorruimte beschikken; [B] en [C] bestrijden niet dat de (overigens zeer gebrekkige) administratie van Palm Invest en Stichting Garantiegelden in het kader van het strafrechtelijk onderzoek in beslag is genomen.

4.3. Aan hetgeen hiervoor onder 4.2 is overwogen, voegt de rechtbank volledigheidshalve toe dat eventueel nog volgende betalingen door Palm Invest en/of Stichting Garantiegelden in mindering zullen strekken op de eventueel door de overige gedaagden te betalen schadevergoeding, omdat (de betrokkene(n) van) [A] c.s. in zoverre geen schade (meer) lijdt/lijden.

4.4. De niet weersproken vorderingen jegens Palm Invest, Palm Invest Holding, Stichting Administratiekantoor, Stichting Garantiegelden, [D], [E] en [F] komen de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, en liggen daarom in beginsel voor toewijzing gereed.

4.5.1. Ten aanzien van [B] overweegt de rechtbank het volgende.

4.5.2. [A] c.s. stellen onder meer dat [B] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen als statutair bestuurder van Stichting Administratiekantoor en, daarmee, als indirect bestuurder van Palm Invest Holding en Palm Invest. Zij verwijten [B] in dit verband in het bijzonder dat hij niet heeft gewaarborgd dat Palm Invest haar verplichtingen jegens hen zou (blijven) nakomen en dat hij ook geen werk heeft gemaakt van de beoogde zekerheden.

4.5.3. [B] voert hiertegen, kort samengevat, aan dat hij door [E] en [F] is binnengehaald als commercieel manager en dat zijn rol bij Palm Invest, Palm Invest Holding en Stichting Administratiekantoor per 19 januari 2007, de dag van zijn aantreden als statutair bestuurder, niet is veranderd.

Zijn bestuurderschap – een idee van [E] en [F] – droeg, zo voert [B] aan, van meet af aan een tijdelijk karakter. De vorige bestuurder was ziek geworden, een volgende bestuurder zou op korte termijn worden benoemd. Feitelijk bleven [E] en [F] de bestuurstaken en –bevoegdheden uitoefenen, zoals zij altijd al hadden gedaan. Zij beheerden ook de geldstromen naar en vanuit Dubai (en kenden als enigen de werkelijke aard en omvang van de financieringen aldaar) en die tussen Palm Invest en de obligatiehouders. Hijzelf bleef de commercieel manager met hart voor zijn klanten die hij sinds zijn indiensttreding was geweest. Bij bestuursbesluiten, beheer van de geldstromen en financieringen in Dubai was hij niet betrokken. Van de onregelmatigheden wist hij niet en kon hij ook niet weten. Deze zijn hem eerst na zijn aanhouding gebleken. Destijds waren er geen negatieve signalen, ook niet vanuit Dubai of van de zijde van Stichting Garantiegelden.

Aldus steeds [B].

4.5.4. Naar het oordeel van de rechtbank miskent [B] met dit verweer de juridische positie van de (directe en indirecte) statutair bestuurder, in het bijzonder diens interne en externe verantwoordelijkheden, in omstandigheden als de onderhavige.

In zijn arrest van 8 december 2006, LJN: AZ0758 (Ontvanger/Roelofsen), heeft de Hoge Raad beslist dat in geval van benadeling van een schuldeiser van een vennootschap door het onbetaald en onverhaalbaar blijven van diens vordering naast de aansprakelijkheid van de vennootschap mogelijk ook, afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval, grond zal zijn voor aansprakelijkheid van degene die als bestuurder, voor zover hier relevant, heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt. In het algemeen mag alleen dan worden aangenomen dat de bestuurder jegens de schuldeiser van de vennootschap onrechtmatig heeft gehandeld waar hem, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening als bedoeld in artikel 2:9 BW, een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt. De betrokken bestuurder kan voor schade van de schuldeiser aansprakelijk worden gehouden indien zijn handelen of nalaten als bestuurder ten opzichte van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Van een dergelijk ernstig verwijt zal in ieder geval sprake kunnen zijn als komt vast te staan dat de bestuurder wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade. Er kunnen zich echter ook andere omstandigheden voordoen op grond waarvan een ernstig persoonlijk verwijt kan worden aangenomen. Aldus steeds de Hoge Raad.

Vaststaat dat [B] heeft ingestemd met zijn benoeming tot statutair bestuurder van Stichting Administratiekantoor. [B] heeft zich daarmee tegenover die rechtspersoon, en indirect ook tegenover haar dochter Palm Invest Holding en haar kleindochter Palm Invest, verplicht tot een behoorlijke vervulling van de hem (gedurende een aantal maanden exclusief) opgedragen taak (vergelijk artikel 2:9 BW) de door haar gedreven onderneming zo in te richten en te leiden dat in ieder geval de mogelijkheid bestond dat zij aan haar verplichtingen zou blijven voldoen. De door [B] aangevoerde omstandigheid dat [E] en [F] hem hebben overgehaald de bestuursfunctie tijdelijk op zich te nemen doet hieraan niet af.

Palm Invest, die, naar de rechtbank begrijpt, nimmer meer dan een tiental personeelsleden heeft geteld en steeds vanuit één kantoorruimte heeft geopereerd, maakte haar bedrijf uitsluitend van het investeren van gelden die zij daartoe van derden als [A] c.s. leende. Zoals hiervoor onder 4.1 is overwogen, heeft Palm Invest tegenover [A] c.s. zonder enig voorbehoud rente- en aflossingsverplichtingen op zich genomen. [B], die zich naar eigen zeggen ook na zijn benoeming als bestuurder voornamelijk heeft beziggehouden met het aan de man brengen van ‘het product’ van Palm Invest, moet geacht worden zich dit te hebben gerealiseerd. Vanzelf vloeit hieruit voort dat [B] er als (middellijk) bestuurder op behoorde toe te zien dat Palm Invest haar onderneming zo inrichtte en uitoefende dat in ieder geval de mogelijkheid bestond dat zij haar verplichtingen jegens [A] c.s. en de overige obligatiehouders zou kunnen blijven nakomen en, zo nodig en zo mogelijk, diende in te grijpen indien niet-nakoming dreigde. Dit eens te meer waar Palm Invest van ieder van [A] c.s. (en anderen) een aanzienlijk bedrag leende met navenante rente- en aflossingsverplichtingen van Palm Invest jegens ieder van hen, in totaal tot een zeer aanzienlijk bedrag. [B], die zelf aangeeft dat hij na zijn benoeming als bestuurder geen andere invulling aan zijn werkzaamheden voor Palm Invest heeft gegeven dan hij al deed als commercieel manager van Palm Invest heeft, in strijd met deze verplichting, de hem als bestuurder opgedragen taak in het geheel niet vervuld. Doordat [B] heeft nagelaten enige invulling aan zijn bestuurstaken te geven heeft het kunnen gebeuren dat [E] en [F] een groot deel van het door [A] c.s. uitgeleende geld voor privédoeleinden hebben besteed. Aldus heeft het ook kunnen gebeuren dat Stichting Garantiegelden een lege huls is gebleven. [A] c.s. hebben grote bedragen uitgeleend aan een rechtspersoon die op de langere termijn geen enkele overlevingskans had. Van dit een en ander kan [B], mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening als bedoeld in artikel 2:9 BW, een ernstig persoonlijk verwijt in de door de Hoge Raad bedoelde zin worden gemaakt.

4.5.5. Uit het voorgaande vloeit voort dat [B] jegens (ieder van) [A] c.s. onrechtmatig heeft gehandeld en dat [B] jegens (ieder van) [A] c.s. aansprakelijk is voor de daardoor ontstane schade.

De overige door [A] c.s. vermelde grondslagen voor aansprakelijkheid van [B] behoeven geen behandeling nu niet is gesteld of gebleken dat deze (kunnen) leiden tot vergoeding van meer of andere schade dan de hiervoor aanvaarde grondslag.

4.6.1. Ten aanzien van [C] overweegt de rechtbank het volgende.

4.6.2. [A] c.s. stellen dat [C], net als [B], is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen als statutair bestuurder van Stichting Administratiekantoor en, daarmee, als indirect bestuurder van Palm Invest Holding en Palm Invest. Zij verwijten [C], kort samengevat, het volgende.

[C] heeft, terwijl daartoe alle reden was, geen onderzoek naar Palm Invest ingesteld alvorens de functie van bestuurder te aanvaarden. Eenmaal bestuurder had [C], gelet op de alarmerende situatie, onmiddellijk moeten ingrijpen. In plaats daarvan heeft hij zich echter ingespannen om zoveel mogelijk obligatiehouders aan boord te houden en te krijgen. Daarbij heeft hij de obligatiehouders een beeld van Palm Invest en haar onderneming voorgehouden dat, naar hij wist althans behoorde te weten, veel te gunstig was. Onder verantwoordelijkheid van [C] is Palm Invest obligatieleningen aangegaan die zij niet kon nakomen en waarvoor zij geen verhaal bood. [C] zelf is namens Palm Invest met enkele obligatiehouders die zich wensten terug te trekken beëindigingsovereenkomsten aangegaan die Palm Invest, naar hij wist althans behoorde te weten, niet kon nakomen en waarvoor zij, naar hij wist althans behoorde te weten, geen verhaal bood.

4.6.3. [C] voert hiertegen, kort samengevat, aan dat hij bij zijn aantreden wel wist dat Palm Invest in zwaar weer verkeerde, maar – mede op basis van de informatie die hem van de zijde van Palm Invest is verstrekt – vol goede moed is begonnen. Vanaf zijn eerste werkdag, 3 december 2007, heeft hij zich echter moeten bezighouden met het blussen van brandjes. Pas na een maand is hij er aan toegekomen zich grondiger te verdiepen in Palm Invest en haar bedrijfsvoering. Er zijn toen vragen bij hem gerezen. Het antwoord daarop is pas na zijn aanhouding gekomen. Tot dan toe wist hij niet, en kon hij niet weten, van de onregelmatigheden. Tot zijn aanhouding ging hij er van uit, en mocht hij er van uitgaan, dat Palm Invest haar verplichtingen zou (kunnen) nakomen. [C] bestrijdt dat hij op de voorgeschreven wijze is benoemd tot statutair bestuurder van Stichting Administratiekantoor.

4.6.4. De rechtbank verwerpt het laatstvermelde verweer. [C] erkent dat zijn benoeming tot statutair bestuurder van Stichting Administratiekantoor deel uitmaakte van de ten tijde van zijn indiensttreding bij Palm Invest gemaakte afspraken. [C] erkent ook dat hij daarop betrekking hebbende formulieren heeft ingevuld. Het dient er daarom voor te worden gehouden dat de inschrijving van [C] in het handelsregister als bestuurder van Stichting Administratiekantoor was gebaseerd op een daarmee corresponderend benoemingsbesluit. De rechtbank volgt in zoverre [A] c.s.

De rechtbank volgt [A] c.s. echter niet in hun stelling dat [C] ter zake van de niet-nakoming, door Palm Invest, van haar verplichtingen een ernstig persoonlijk verwijt treft. Hiertoe wordt het volgende overwogen. [A] c.s. weerspreken niet, althans niet voldoende, het verweer van [C] dat hij tijdens zijn sollicitatie bij Palm Invest kritische vragen heeft gesteld, waarop op dat moment bevredigende antwoorden zijn gegeven. [C] (die feitelijk eerst op 1 december 2007 bij Palm Invest aan de slag is gegaan) heeft het bestuurderschap van Stichting Administratiekantoor slechts gedurende korte tijd vervuld, in zeer chaotische omstandigheden. Bij het begin van zijn werkzaamheden heeft [C] enige tijd genomen en moeten nemen om de nodige informatie te verzamelen en te overdenken. Dat hij, achteraf gezien, in die tijd mogelijk niet steeds de meest adequate maatregelen heeft genomen en zich mogelijk positiever over Palm Invest heeft uitgelaten (ook in de vorm van (terug)betalingstoezeggingen) dan door de feiten werd gerechtvaardigd, kan hem onder die omstandigheden niet worden verweten.

Verder maken [A] c.s. – (vrijwel) allen reeds obligatiehouder ten tijde van het aantreden van [C] – niet, althans niet voldoende, duidelijk tot welke voor hen gunstiger resultaten ander optreden van [C] onder de gegeven omstandigheden zou hebben geleid. Evenmin kan [C] worden verweten dat hij niet heeft verhinderd dat (eventueel) een enkeling van [A] c.s. tijdens zijn bestuurderschap een obligatielening met Palm Invest heeft gesloten, nu – gelet op hetgeen hiervoor is overwogen – niet kan worden aangenomen dat [C] bekend was met de feitelijke gang van zaken binnen Palm Invest (en dit gebrek aan kennis hem, zo kort na zijn aantreden, niet kan worden tegengeworpen).

4.6.5. Uit hetgeen hiervoor onder 4.6.4 is overwogen, vloeit voort dat het jegens [C] gevorderde dient te worden afgewezen. [A] c.s. zullen, als de jegens [C] in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in diens proceskosten. Deze worden begroot op EUR 1.148,00 aan verschotten en EUR 8.027,50 aan salaris advocaat (2,5 punten x tarief VIII).

4.7.1. De vorderingen jegens Palm Invest, Palm Invest Holding, Stichting Administratiekantoor, [B], Stichting Garantiegelden, [D], [E] en [F] zullen als na te noemen worden toegewezen. De rechtbank tekent hierbij nog het volgende aan.

4.7.2. [A] c.s. vorderen veroordeling van de zo-even genoemde gedaagden in de beslagkosten. Deze vordering is jegens beslagleggers, gelet op het bepaalde in artikel 706 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, toewijsbaar, tenzij het beslag nietig of onnodig was.

[B] heeft bij gebrek aan wetenschap betwist dat de beslagkosten (terecht) zijn gemaakt.

De rechtbank stelt vast dat uit de overgelegde beslagstukken slechts kan blijken dat het ten laste van [D], [E] en [B] gelegde beslag ten dele doel heeft getroffen. Bij gebreke van nadere onderbouwing gaat de rechtbank er van uit dat de overige beslagen derhalve onnodig zijn gelegd.

De door [D], [E] en [B] aan de gezamenlijke beslagleggers te vergoeden beslagkosten worden begroot op respectievelijk EUR 211,08, EUR 228,55 en EUR 228,55 aan verschotten en EUR 50,22 (452:9) aan salaris advocaat.

4.8. Palm Invest, Palm Invest Holding, Stichting Administratiekantoor, [B], Stichting Garantiegelden, [D], [E] en [F] zullen, als de in het ongelijk gestelde partijen, hoofdelijk worden veroordeeld in de proceskosten voor zover deze op ieder van hen betrekking hebben. Deze worden begroot op EUR 4.252,44 ((4.784,00:9) x 8, vastrecht) aan verschotten en EUR 2.854,22 ((3.211,00:9) x 8; salaris advocaat, dagvaarding). Voor [B] komt hierbij EUR 1.605,50 (3.211,00:2; salaris advocaat, comparitie). Ieder van de genoemden zal daarnaast worden veroordeeld in de kosten van de ´eigen´ dagvaarding ad EUR 85,44.

4.9. [A] c.s. hebben verzocht om waarmerking van dit vonnis als Europese executoriale titel. Dit verzoek is jegens alle gedaagden, behoudens [B] en [C], toewijsbaar. De rechtbank zal daarom het door EG-verordening nr. 805/2004 voorgeschreven formulier afgeven.

5. De beslissing

De rechtbank:

ten aanzien van [C]

- wijst het gevorderde af;

- veroordeelt [A] c.s. in de kosten van het geding, tot dit vonnis aan de zijde van [C] begroot op EUR 9.175,50;

ten aanzien van Palm Invest

- verklaart voor recht dat degenen van [A] c.s. die vermeld zijn op de bij de brief van 25 februari 2008 gevoegde lijst de door ieder van hen met Palm Invest afgesloten overeenkomst(en) rechtsgeldig buitengerechtelijk hebben ontbonden, en veroordeelt Palm Invest om aan ieder van de betrokkenen van [A] c.s. te voldoen de door hem/haar aan Palm Invest betaalde hoofdsom, telkens zoals vermeld op productie 3 bij dagvaarding, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 25 februari 2008;

- verklaart voor recht dat degenen van [A] c.s. die vermeld zijn op de bij de brief van 7 april 2008 gevoegde lijst de door ieder van hen met Palm Invest afgesloten overeenkomst(en) rechtsgeldig buitengerechtelijk hebben ontbonden, en veroordeelt Palm Invest om aan ieder van de betrokkenen van [A] c.s. te voldoen de door hem/haar aan Palm Invest betaalde hoofdsom, telkens zoals vermeld op productie 3 bij dagvaarding, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 7 april 2008;

- ontbindt de door de overigen van [A] c.s. met Palm Invest afgesloten overeenkomst(en), en veroordeelt Palm Invest om aan ieder van de betrokkenen van [A] c.s. te voldoen de door hem/haar aan Palm Invest betaalde hoofdsom, telkens zoals vermeld op productie 3 bij dagvaarding, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf heden;

ten aanzien van Palm Invest Holding en Stichting Administratiekantoor

- veroordeelt Palm Invest Holding en Stichting Administratiekantoor hoofdelijk om aan ieder van [A] c.s. te voldoen de door hem/haar aan Palm Invest betaalde hoofdsom, telkens zoals vermeld op productie 3 bij dagvaarding, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 4 juli 2008;

ten aanzien van [B], [D], [E] en [F]

- veroordeelt [B], [D], [E] en [F] hoofdelijk om aan ieder van [A] c.s. te voldoen de door hem/haar aan Palm Invest betaalde hoofdsom, telkens zoals vermeld op productie 3 bij dagvaarding, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 4 juli 2008;

ten aanzien van Stichting Garantiegelden

- veroordeelt Stichting Garantiegelden om aan ieder van [A] c.s. te voldoen de door hem/haar aan Palm Invest betaalde hoofdsom, telkens zoals vermeld op productie 3 bij dagvaarding, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 4 juli 2008;

ten aanzien van de proces- en beslagkosten

- veroordeelt Palm Invest, Palm Invest Holding, Stichting Administratiekantoor, [B], Stichting Garantiegelden, [D], [E] en [F] ieder te betalen aan [A] c.s. EUR 85,44, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis;

- veroordeelt Palm Invest, Palm Invest Holding, Stichting Administratiekantoor, [B], Stichting Garantiegelden, [D], [E] en [F] hoofdelijk te betalen aan [A] c.s. EUR 7.106,66, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis;

- veroordeelt [B] te betalen aan [A] c.s. EUR 1.605,50, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis;

- veroordeelt [D], [E] en [B] te betalen aan beslagleggers respectievelijk EUR 261,30, EUR 278,77 en EUR 278,77, telkens vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis;

tot slot

- verklaart alle betalingsveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.W.H. Vink, mr. S.P. Pompe en mr. M.R. Jöbsis en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2009.?