Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BK6410

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14-12-2009
Datum publicatie
14-12-2009
Zaaknummer
13-457480-08 PROMIS
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak, wel aanwijzingen in dossier dat dodelijk letsel bij slachtoffer door meerdere personen is toegebracht, maar uit de inhoud van het dossier en de behandeling ter zitting valt niet de directe betrokkenheid van verdachte bij de gewelddadige dood van de vrouw van zijn oom af te leiden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/457480-08 (PROMIS)

Datum uitspraak: 14 december 2009

op tegenspraak

VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Pakistan) op [geboortedatum] 1970,

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres],

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring “Demersluis” te Amsterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 12, 13, 16 en 17 november 2009 en 1 december 2009.

Ter terechtzitting van 1 december 2009 is het onderzoek gesloten en is de uitspraak bepaald op 14 december 2009.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. J.J.I. de Jong en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. N. van der Laan en door de verdachte naar voren is gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 22 augustus 2007 tot en met 24 augustus 2007 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachte rade een vrouw met de naam [slachtoffer], althans [slachtoffer], van het leven heeft beroofd, hebbende hij, verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg

- die vrouw veelvuldig, althans meermalen, en/of (zeer) krachtig met (een) cricketbat(s) en/of (een) stok(ken), in elk geval met (een) met hard(e) (slag)voorwerp(en) op/tegen (verschillende plaatsen op) de romp en/of de/een be(e)n(en), en/of de/een arm(en) en/of de genitale en/of anale regio en/of de hals en/of de nek en/of het hoofd geslagen en/of

- die vrouw veelvuldig, althans meermalen, en/of (zeer) krachtig (met geschoeide voet) op/tegen (verschillende plaatsen op) de romp en/of de/een be(e)n(en), en/of de/een arm(en), en/of de genitale en/of anale regio en/of de hals en/of de nek en/of het hoofd geschopt en/of getrapt en/of

- die vrouw veelvuldig, althans meermalen, en/of (zeer) krachtig (met gebalde vuist) op/tegen (verschillende plaatsen op) de romp en/of de/een be(e)n(en), en/of de/een arm(en), en/of de genitale en/of anale regio en/of de hals en/of de nek en/of het hoofd geslagen en/of gestompt en/of

- veelvuldig, althans meermalen, en/of (zeer) krachtig en/of langdurig (ander) (hevig) botsend en/of uitwendig mechanisch geweld uitgeoefend op/tegen (verschillende plaatsen op) de romp en/of de hals en/of de nek en/of het hoofd en/of de/een be(e)n(en), en/of de/een arm(en), en/of de genitale en/of anale regio van die vrouw,

tengevolge waarvan die vrouw zodanige verwondingen heeft bekomen, dat zij aan de gevolgen daarvan (op 24 augustus 2007) is overleden;

Subsidiair:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 augustus 2007 tot en met 24 augustus 2007 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, aan een vrouw met de naam [slachtoffer], althans [slachtoffer], tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk en al dan niet met voorbedachte rade zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, hebbende hij, verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg

- die vrouw veelvuldig, althans meermalen, en/of (zeer) krachtig met (een) cricketbat(s) en/of (een) stok(ken), in elk geval met (een) met hard(e) (slag)voorwerp(en) op/tegen (verschillende plaatsen op) de romp en/of de be(e)n(en), en/of de/een arm(en) en/of de genitale en/of anale regio en/of de hals en/of de nek en/of het hoofd geslagen en/of

- die vrouw veelvuldig, althans meermalen, en/of (zeer) krachtig (met geschoeide voet) op/tegen (verschillende plaatsen op) de romp en/of de/een be(e)n(en), en/of de/een arm(en), en/of de genitale en/of anale regio en/of de hals en/of de nek en/of het hoofd geschopt en/of getrapt en/of

- die vrouw veelvuldig, althans meermalen, en/of (zeer) krachtig (met gebalde vuist) op/tegen (verschillende plaatsen op) de romp en/of de/een be(e)n(en), en/of de/een arm(en), en/of de genitale en/of anale regio en/of de hals en/of de nek en/of het hoofd geslagen en/of gestompt en/of

- veelvuldig, althans meermalen, en/of (zeer) krachtig en/of langdurig (ander) (hevig) botsend en/of uitwendig mechanisch geweld uitgeoefend op/tegen (verschillende plaatsen op) de romp en/of de hals en/of de nek en/of het hoofd en/of de/een be(e)n(en), en/of de/een arm(en), en/of de genitale en/of anale regio van die vrouw

en bestaande dat zwaar lichamelijk letsel bij die vrouw uit:

- (een groot aantal) (inwendige) bloedingen in/op de romp en/of (elders) in/op het lichaam en/of

- meerdere, althans een, verscheuring(en) van de lever en/of

- (een) gebroken rib (ben) en/of

- (een) kneuzing(en) van de longen en/of

- (een) bloeduitstorting(en) in de weke delen rond het hart en/of

- (een) beschadiging(en) van (het slijmvlies van) de endeldarm,

terwijl die vrouw aan de gevolgen van dat zwaar lichamelijk letsel (op 24 augustus 2007) is overleden;

meer subsidiair:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 augustus 2007 tot en met 24 augustus 2007 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen een vrouw met de naam [slachtoffer], althans [slachtoffer], zijnde zijn, verdachtes, levensgezellin, al dan niet met voorbedachte rade heeft mishandeld, hebbende hij, verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg

- die vrouw veelvuldig, althans meermalen, en/of (zeer) krachtig met (een) cricketbat(s) en/of (een) stok(ken), in elk geval met (een) met hard(e) (slag)voorwerp(en) op/tegen (verschillende plaatsen op) de romp en/of de be(e)n(en), en/of de/een arm(en) en/of de genitale en/of anale regio en/of de hals en/of de nek en/of het hoofd geslagen en/of

- die vrouw veelvuldig, althans meermalen, en/of (zeer) krachtig (met geschoeide voet) op/tegen (verschillende plaatsen op) de romp en/of de/een be(e)n(en), en/of de/een arm(en), en/of de genitale en/of anale regio en/of de hals en/of de nek en/of het hoofd geschopt en/of getrapt en/of

- die vrouw veelvuldig, althans meermalen, en/of (zeer) krachtig (met gebalde vuist) op/tegen (verschillende plaatsen op) de romp en/of de/een be(e)en(en), en/of de/een arm(en), en/of de genitale en/of anale regio en/of de hals en/of de nek en/of het hoofd geslagen en/of gestompt en/of

- veelvuldig, althans meermalen, en/of (zeer) krachtig en/of langdurig (ander) (hevig) botsend en/of uitwendig mechanisch geweld uitgeoefend op/tegen (verschillende plaatsen op) de romp en/of de hals en/of de nek en/of het hoofd en/of de/een be(e)n(en), en/of de/een arm(en), en/of de genitale en/of anale regio van die vrouw

tengevolge waarvan die vrouw zodanige verwondingen heeft bekomen dat zij aan de gevolgen daarvan (op 24 augustus 2007) is overleden, althans pijn en/of letsel heeft bekomen.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Op 22 augustus 2007 rond 14.00 uur wordt [slachtoffer] in de woning aan de [adres] aangetroffen, bewegingloos en met gesloten ogen. Vastgesteld werd, dat zij geen hartslag meer had.i

Uit het deskundigenrapport en uit de verklaring van de arts en patholoog F.R.W. van de Goot ii blijkt dat het fatale letsel aan het slachtoffer is toegebracht voordat zij naar het ziekenhuis is gebracht. Dit is gebeurd in de periode tussen het tijdstip dat de kinderen naar school gingen, zo rond 8.30 uur, en het tijdstip dat de buurvrouw [buurvrouw] rond 13.53 uur in de woning arriveerde en het slachtoffer zonder hartslag aantrof. De in de woning aangetroffen man, die later opgaf [medeverdachte]iii te heten, werd als verdachte aangehouden.iv

Nadat [medeverdachte] aanvankelijk had toegegeven [slachtoffer] in de buik te hebben gestompt v, heeft hij tijdens de behandeling van zijn zaak op 17 april 2009 en in alle na die datum afgelegde verklaringen een andere lezing van het verhaal gegeven.vi

Deze verklaring houdt - kort gezegd – in dat verdachte, die de neef is van [medeverdachte], op 22 augustus 2007 bij [medeverdachte] langs is geweest in de woning. In opdracht van verdachte heeft [medeverdachte] de woning verlaten en heeft hij verdachte een half uurtje alleen bij [slachtoffer] gelaten. Bij terugkomst van [medeverdachte] in de woning lag het slachtoffer ‘flauw’ op de bank. Verdachte zou vervolgens tegen [medeverdachte] gezegd hebben dat hij de schuld op zich moest nemen.

4. Waardering van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op nader in het schriftelijk requisitoir omschreven gronden op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde, te weten het medeplegen van moord, wettig en overtuigend kan worden bewezen en gevorderd dat verdachte ter zake van het door hem bewezen geachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 jaren, met aftrek van voorarrest.

De officier van justitie heeft aan de hand van de resultaten van het opsporingsonderzoek in zijn schriftelijk requisitoir verschillende scenario’s geschetst welke met betrekking tot de dood van het slachtoffer denkbaar zijn. De lezingen van verdachte en van diens oom [medeverdachte] geven geen van beide de werkelijke gang van zaken van 22 augustus 2007 weer. Beide verdachten hebben lange tijd uitermate tegenstrijdig en ongeloofwaardig en aantoonbaar onjuist verklaard. Verdachte is die ochtend in de woning geweest, waar het slachtoffer op 22 augustus 2007 zwaargewond is aangetroffen. De officier van justitie concludeert dat buiten redelijke twijfel vaststaat dat verdachte samen met [medeverdachte] verantwoordelijk is geweest voor de dood van het slachtoffer. De hoeveelheid en de aard van het aangetroffen letsel en de wijze waarop dit moet zijn toegebracht, het ontbreken van sporen van een worsteling in de woning en (anonieme) informatie ten aanzien van betrokkenheid van derden, wijzen erop dat er meerdere personen bij de dood van [slachtoffer] betrokken zijn geweest. Specifiek zijn er omstandigheden die erop wijzen dat de neven van [medeverdachte], in het bijzonder [verdachte] bij haar dood betrokken zijn geweest.

Daarbij wijst de officier van justitie – kort samengevat – op de omstandigheid dat de neven van het eerschendende gedrag van [slachtoffer] door [medeverdac[medeverdachte] op de hoogte waren gesteld en dat zij het slachtoffer naar aanleiding van dit gedrag hebben bedreigd of in elk geval hebben geïntimideerd. Verder is er de verklaring van [persoon 1] over de uitlating van [medeverdachte] dat hij het probleem misschien met zijn neefjes ging oplossen. Na het gebeurde heeft [medeverdachte] in een opgenomen telefoongesprek tegen [persoon 1] gezegd dat hij alle schuld op zich heeft genomen, omdat de politie anders zijn familieleden zou oppakken.

Voorts heeft verdachte op 22 augustus 2007 vanaf 8.15 uur zes maal telefonisch contact gezocht met [medeverdachte]. Het initiatief voor het contact kwam steeds van hem, dit terwijl hij naar eigen zeggen normaliter zeer sporadisch contact met zijn oom en tante had.

Daarnaast heeft verdachte op enig moment na de mishandeling van het slachtoffer zijn rittenlijst vervalst met als doel zich een alibi te verschaffen. Verdachte heeft richting de politie ook gebruik gemaakt van dit alibi.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat een aantal van de leugenachtige en onaannemelijke verklaringen van verdachte en [medeverdachte] expliciet tot het bewijs bijdragen dat verdachte samen met [medeverdachte] verantwoordelijk is geweest voor de dood van het slachtoffer. Daarbij heeft hij verwezen naar verklaringen waaruit blijkt dat verdachte en [medeverdachte] lange tijd de familiebanden met elkaar hebben ontkend. Verdachte en [medeverdachte] hebben tevens zeer inconsistente en leugenachtige verklaringen afgelegd over het gesprek van 19 augustus 2007 en aantoonbaar leugenachtige verklaringen afgelegd over de telefooncontacten die zij hebben gehad op 22 augustus 2007. Verdachte en [medeverdachte] hebben verder lange tijd in strijd met de waarheid verklaard dat verdachte op 22 augustus 2007 niet in de woning is geweest.

Voorts heeft verdachte gedurende langere tijd en bij herhaling een kennelijk leugenachtige verklaring afgelegd over waar hij zich bevond in de 40 minuten voorafgaand aan het aantreffen van het slachtoffer door de buurvrouw van [medeverdachte], [buurvrouw] om 13.57 uur.

De officier van justitie stelt dat het door hem geschetste scenario niet strijdig is met de overige onderzoeksresultaten.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er sprake is van medeplegen van moord. Voor zover verdachte en zijn mededader niet zelf geweld hebben toegepast, hebben zij in elk geval niet voorkomen dat fataal letsel aan het slachtoffer werd toegebracht. Daarnaast is er voor verdachte en zijn mededader voldoende gelegenheid geweest om over de consequenties van hun handelen na te denken tijdens de uitvoering van de levensbeëindigende handelingen, zodat er in die zin naar het oordeel van de officier van justitie, sprake is van voorbedachte raad.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit nu onvoldoende (objectief) bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring te komen.

De verklaringen die [medeverdachte] heeft afgelegd zijn volstrekt onbetrouwbaar en kunnen niet meewegen voor het bewijs.

Verdachte heeft weliswaar ook niet volledig consistent verklaard op bepaalde punten, meer in het bijzonder over zijn rittenstaat, maar voor het overige is hij vanaf het begin helder geweest over wat er op 22 augustus 2007 in de woning is gebeurd.

De raadsman heeft gesteld dat onvoldoende objectieve feiten en omstandigheden beschikbaar zijn voor het door de officier van justitie voorgestane scenario.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat met betrekking tot de toedracht van de gruwelijke dood van het slachtoffer veel onduidelijk is gebleven, doordat verdachte niet (steeds) naar waarheid heeft verklaard en geen openheid van zaken heeft gegeven. Ook voor de mede-verdachte en voor de andere familieleden die de politie heeft gehoord, geldt naar het oordeel van de rechtbank, dat zij niet (steeds) naar waarheid hebben verklaard over wat zij weten van en over de dood van het slachtoffer en dat zij, ook overigens, op zijn minst genomen ontwijkend hebben verklaard. Dit blijkt onder meer uit afgeluisterde gesprekken, waaruit valt op te maken dat zij hun familierelatie tot [medeverdachte] langdurig geprobeerd hebben te verhullen en verklaringen op elkaar hebben afgestemd. Een voorbeeld is het gesprek waarin verdachte met zijn familieleden afspreekt dat zij allen zullen zeggen dat [verdachte] op 22 augustus 2007 het huis waar hij verbleef niet heeft verlaten.vii

De lezing van [medeverdachte] met de strekking dat verdachte, nadat [medeverdachte] uit de woning is gegaan, alleen op het slachtoffer in een klein half uurtje de tientallen malen geweldsinwerking moet hebben toegepast, waaraan zij is overleden, schuift de rechtbank als ongeloofwaardig terzijde. Dit mede gelet op de omstandigheid dat verdachte in deze korte tijd bovendien de sporen van de confrontatie met het slachtoffer zou moeten hebben uitgewist omdat, zoals [medeverdachte] verklaard heeft, niets te zien was van een worsteling toen hij weer terug kwam in de woning.

Ten aanzien van het standpunt van de officier van justitie dat verdachte het letsel waaraan [slachtoffer] is overleden samen met [medeverdachte] heeft toegebracht overweegt de rechtbank het volgende.

Allereerst is van belang dat er geen (technische) onderzoeksresultaten zijn die direct bewijs opleveren tegen verdachte.

Ten aanzien van het aangetroffen DNA-materiaal geldt het volgende. Uit het door het Nederlands Forensisch Instituut (verder NFI) opgemaakte rapport d.d.15 juli 2008viii blijkt dat verdachte niet als donor van de bemonstering van het nagelvuil van de rechterhand van het slachtoffer kan worden uitgesloten. Ter terechtzitting van 13 november 2009 heeft de deskundige van het Nederlands Forensisch Instituut, ing. N.M. van der Geest toegelicht dat bovengenoemde match de allerzwakste mate van overeenkomst is die het NFI kan geven. Tevens heeft ing R. Eikelenboom, deskundige bij het IFS (Independent Forensic Services), dat ten behoeve van een contra-expertise is ingeschakeld, op diezelfde zitting verklaard dat de bewijswaarde van de resultaten van het Y-chromosomale onderzoek vanwege de complexiteit van de mengprofielen en de mogelijke verwantschap tussen de betrokkenen gering is.

De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat de onderzoeksresultaten van het aangetroffen DNA-materiaal niet bruikbaar zijn om tot bewijs te dienen van de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde.

De rechtbank ziet met de officier van justitie wel aanwijzingen in het dossier dat het letsel dat [slachtoffer] heeft opgelopen door twee of meer personen is toegebracht. Aanwijzingen daarvoor zijn onder meer het bezoek van de familieleden op zondag 19 augustus 2007 aan [slachtoffer] en het grote aantal letsels dat aan het slachtoffer is toegebracht, alsmede het ontbreken van sporen van een vechtpartij in de woning, wat kan duiden op een overmacht van de belagers. De rechtbank kan echter niet met zekerheid concluderen dat het letsel daadwerkelijk door meerdere personen is toegebracht. Hiervoor is medebepalend de verklaring van de arts en patholoog F.R.W. van de Goot ter zitting van 15 april 2009, dat hij niet kan zeggen of het letsel door een of meer personen is toegebracht.

De officier van justitie stelt dat verdachte, evenals zijn oom [medeverdachte], lange tijd uitermate tegenstrijdig, ongeloofwaardig en aantoonbaar onjuist heeft verklaard en dat dit bijdraagt aan het bewijs dat verdachte betrokken is bij de gewelddadige dood van [slachtoffer].

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Verdachte heeft in zijn verhoren wisselend verklaard ten aanzien van de frequentie van de telefonische contacten op 22 augustus 2007 met [medeverdachte] en de inhoud van die gesprekken. [medeverdachte] heeft andere en steeds wisselende verklaringen gegeven over de inhoud en de reden van deze telefoongesprekken. Uit politieonderzoek is vast komen te staan dat – anders dan verdachte en [medeverdachte] hebben beweerd – verdachte op 22 augustus 2007 tussen 8.15 uur en 13.08 uur tot zes maal toe naar [medeverdachte] heeft gebeld en niet andersom.

Hoewel een en ander vragen oproept, met name de frequentie van de contacten op de bewuste ochtend tussen twee mensen die zeggen normaal gesproken weinig contact met elkaar te hebben, kan de rechtbank, uit de enkele constatering dat deze gesprekken hebben plaatsgevonden en dat daarover is gelogen, niet de directe betrokkenheid van verdachte bij het telastegelegde afleiden.

Verdachte heeft na een aanvankelijke ontkenning toegegeven dat hij in de loop van 22 augustus 2007 twee keer in de woning van het slachtoffer is geweest. Verder is gebleken dat de door de verdediging overgelegde rittenstaat met betrekking tot de werkzaamheden van verdachte van die dag, is vervalst en dat deze rittenstaat ook niet in overeenstemming is met de historische gegevens van het mobiele telefoonverkeer tussen verdachte en [medeverdachte]. In het bijzonder wat betreft de periode, kort voordat het slachtoffer met fataal letsel in de woning is aangetroffen, blijken tijdstippen door verdachte te zijn veranderd. De gewijzigde tijdstippen vallen niet te rijmen met de gegevens van de peilbakens betreffende het telefoonverkeer tussen verdachte en [medeverdachte].

De rechtbank is echter van oordeel, dat het verhullen door verdachte van zijn aanwezigheid in de woning van het slachtoffer en zijn onverklaarde telefonische contacten met [medeverdachte] onvoldoende zijn om te kunnen leiden tot de conclusie dat verdachte als medepleger moet worden aangemerkt van het telastegelegde, mede omdat niet valt uit te sluiten dat een en ander ertoe moet dienen een ander – niet onaannemelijk - scenario te verhullen.

De rechtbank denkt daarbij bijvoorbeeld aan een scenario waarbij verdachte behulpzaam is geweest bij het opruimen van de woning en het meenemen van mogelijke slagwapens nadat hij [slachtoffer] bewusteloos op de bank had aangetroffen.

De rechtbank acht op grond van het voorgaande niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen is tenlastegelegd, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

5. Beslissing

Verklaart het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

Een blauw Boels overhemd, aangetroffen in de wasmachine

3 blauwe Boelsoverhemden, aangetroffen in kledingkast overloop

Een blauw Boels t-shirt, aangetroffen in de wasmachine

6 blauwe Boels t-shirts, aangetroffen in kledingkast overloop

Een blauwe Boels werkbroek, aangetroffen in de wasmachine

Een blauwe Boels werkbroek, aangetroffen in kledingkast overloop

Een blauw fleece Boels werkjas, aangetroffen op overloop

Een linker en rechter schoen, kleur bruin, aangetroffen in schoenenkast

Een zwart handvat cricketbat, aangetroffen in boxruimte 35

Twee zwarte schoenen met rood-zwarte veters

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.M.J. Lommen-van Alphen, voorzitter,

mrs. A. M. Ruige en S.A. Krenning, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.B. Boukema, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van

14 december 2009.

i Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2007227488-1 van 22 augustus 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 1] en [opsporingsambtenaar 2], doorgenummerde pagina’s 10-14.

ii Een geschrift, zijnde een obductieverslag van de arts en patholoog F.R.W. van de Goot d.d. 31 oktober 2007, doorgenummerde pagina’s B-14-22, alsmede het proces-verbaal van de terechtzitting van 15 april 2009, betreffende [medeverdachte], doorgenummerde pagina’s E228-231.

iii Hoewel uit onderzoek is gebleken dat [medeverdachte] in werkelijkheid [verdachte] heet, zal de rechtbank voor de duidelijkheid hem aanduiden met de naam die hij gebruikt en die ook in het dossier meestal wordt gebruikt.

iv Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2007227488-1 van 22 augustus 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4], doorgenummerde blz V 9.

v Proces-verbaal van de terechtzitting van 15 en 16 april 2009, doorgenummerde blz E 237.

vi Zie onder meer het proces-verbaal van de terechtzitting van 17 april 2009, blz 3

vii Een geschrift zijnde OVC-gesprekken van 2 juni 2009, inhoudende een gesprek tussen [verdachte], [persoon 2] en [persoon 3], doorgenummerde blz H 721.19

viii Doorgenummerde pag. G 134.

Vonnis inzake [verdachte]

parketnummer 13/457480-08 (PROMIS)

11