Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BK6191

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
13-11-2009
Datum publicatie
11-12-2009
Zaaknummer
AWB 09-2656 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag om bijstand. Verweerder is in dit geval te snel tot de conclusie gekomen dat eiser zijn medewerkingverplichting heeft geschonden. Verweerder heeft zich te weinig ingespannen om bij de voorbereiding van het besluit de nodige kennis te vergaren over de relevante feiten en omstandigheden. Dat het hier een aanvraagsituatie betreft leidt niet tot een ander oordeel. Volgt zorgvuldigheidsvernietiging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 09/2656 WWB

uitspraak van de enkelvoudige kamer

in de zaak tussen:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde mr. A.N. Pattynama,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

verweerder,

gemachtigde mr. I. van Kesteren.

1. Procesverloop

Verweerder heeft bij besluit van 16 februari 2009 de aanvraag van eiser om bijstand afgewezen (het primaire besluit).

Bij besluit van 7 mei 2009 heeft verweerder het daartegen door eiser gemaakte bezwaar ongegrond verklaard (het bestreden besluit).

Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 oktober 2009. Eiser is verschenen bij gemachtigde. Verweerder is verschenen bij voornoemde gemachtigde.

2. Overwegingen

2.1. Eiser heeft op 16 februari 2009 een aanvraag om bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) ingediend naar de norm voor een alleenstaande. Naar aanleiding van deze aanvraag heeft verweerder een onderzoek ingesteld naar de woon- en leefsituatie van eiser. Er is onder meer op 10 februari 2009 een huisbezoek afgelegd op het opgegeven adres en eiser is de volgende dag gehoord op het kantoor van de Dienst Werk en Inkomen (DWI). Verweerder heeft in aansluiting op het gesprek opnieuw een huisbezoek willen afleggen. Dit tweede huisbezoek heeft echter niet plaatsgevonden.

2.2. Op grond van deze onderzoeksresultaten heeft verweerder bij het primaire besluit de aanvraag van eiser om bijstand afgewezen. Tegen dit besluit heeft eiser op 26 maart 2009 een bezwaarschrift ingediend.

2.3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Verweerder heeft daartoe overwogen dat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld omdat eiser geen duidelijke antwoorden heeft verstrekt en niet heeft meegewerkt aan een huisbezoek. Als gevolg hiervan heeft verweerder niet de woon- en leefsituatie kunnen vaststellen en of eiser een gezamenlijke huishouding voert met [persoon 1].

2.4. Eiser heeft in beroep aangevoerd dat er geen sprake is van een gezamenlijke huishouding en dat de huisbezoeken niet nodig waren, omdat op een minder belastende wijze ook vastgesteld had kunnen worden of er sprake was van een gezamenlijke huishouding.

Tevens heeft eiser aangevoerd dat er sprake was van bijzondere omstandigheden op grond waarvan aan hem bijstand diende te worden verleend. Volgens eiser heeft verweerder ten onrechte geen rekening gehouden met deze omstandigheden.

2.5. De rechtbank stelt voorop dat voor de beoordeling van het recht op bijstand de woon- en leefsituatie van de aanvrager een essentieel gegeven vormt. Het is dan ook van belang dat de aanvrager daarover juiste en volledige informatie verschaft dan wel voldoende medewerking verleent die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de WWB. Naar vaste rechtspraak van de Raad dient de vraag waar iemand woont te worden beantwoord aan de hand van concrete feiten en omstandigheden. Als de belanghebbende niet aan de inlichtingen- en of medewerkingverplichting voldoet, is dat een grond voor het afwijzen van een aanvraag om bijstand indien als gevolg van die schending niet kan worden vastgesteld of, en zo ja, in hoeverre de belanghebbende recht op bijstand heeft.

2.6. Tussen partijen is niet in geschil en ook de rechtbank gaat er van uit dat er een redelijke grond bestond voor het eerste huisbezoek van 10 februari 2009.

2.7. In geschil is de vraag of eiser de medewerkingverplichting als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de WWB heeft geschonden, met als gevolg dat verweerder het recht op bijstand niet vast heeft kunnen stellen.

2.8. Naar aanleiding van de bijstandsaanvraag hebben twee handhavingspecialisten op 10 februari 2009 is een huisbezoek afgelegd op het door eiser opgegeven adres. Hiervan is verslag gemaakt. Daar ontleent de rechtbank het navolgende aan. Na aanbellen ging een raam open en stak een vrouw haar hoofd uit het raam. Nadat de handhavingspecialist had aangeven dat zij op zoek waren naar eiser, werd de algemene toegangsdeur open gedaan. Eiser deed de deur van de woning open. Binnen in de woning stond de vrouw in de hal. Zij zei dat de kamer rechts van eiser is. Voorts zei zij niets samen hebben en dat eiser alleen die kamer mag gebruiken. De vrouw liep vervolgens de (woon)kamer in en deed de deur achter zich dicht. Vervolgens is eiser de slaapkamer binnengelopen. Daar stond één kast en een bed met daarop een slaapzak. Eiser heeft kledingstukken uit de kast getrokken en met kracht op het bed gegooid. Ook heeft eiser een tas gepakt en met kracht op het bed gegooid. Eiser heeft gezegd dat hij suikerpatiënt is en zich niet rustig voelde. Vanwege de agressieve verbale en non-verbale houding van eiser hebben de handhavingspecialisten vervolgens, uit veiligheidsoverwegingen, het huisbezoek gestaakt. Wel hebben zij eiser een uitnodiging overhandigd voor een gesprek op het kantoor van de DWI voor de volgende dag, 11 februari 2009. Eiser gaf aan dat hij een afspraak bij de dokter had en daardoor niet kon komen.

2.9. De volgende dag is eiser echter wel verschenen op het gesprek. Ook hiervan is verslag gemaakt. Daar ontleent de rechtbank het volgende aan. Eiser heeft plaatsgenomen in de stoel en zat ineengedoken aanvankelijk zonder iets te zeggen. Nadat de handhavingspecialist had uitgelegd dat hij een schriftelijk verslag zou opmaken van het gesprek, heeft eiser verklaard dat hij suikerproblemen heeft en zich soms hyper gedraagt, waar hij zich voor schaamt. Eiser is vervolgens uitgebreid gaan vertellen. Zo heeft hij onder andere verklaard dat hij alleen gebruik maakt van de slaapkamer, de douche, het toilet en de keuken. Als [persoon 1] weg is, heeft hij de beschikking over het hele huis, behalve de slaapkamer. Zijn kleding ligt in de kast en in de tas en er ligt een slaapzak op zijn bed. Al zijn spullen liggen op zijn slaapkamer. Eiser heeft verklaard dat [persoon 1] en hij allebei apart boodschappen doen. Ze hebben geen gezamenlijke rekening. Eerder aten ze wel eens samen, maar nu niet meer, omdat [persoon 1] Afrikaans kookt en hij daar niet zo van houdt. Wel kookt ze altijd teveel, eiser denkt dat ze dit voor hem doet. In het weekend eten ze wel eens samen. Als eiser ziek wordt, zoals de handhavingspecialisten hebben gezien, gedraagt hij zich raar. [persoon 1] stuurt hem dan naar zijn kamer.

Verweerder heeft aan het einde van het gesprek aangekondigd dat zij dezelfde middag nogmaals een nieuw huisbezoek wilden afleggen. Eiser heeft hiertegen geprotesteerd en gezegd dat hij die middag niet kon en ook niet open zou doen. Hij gaf aan dat de Sociale Dienst al binnen is geweest. Daarna heeft hij zijn advocaat gebeld en in dat telefoongesprek gezegd dat hij zich onder druk gezet voelde. Nadat eiser het telefoongesprek had beëindigd heeft hij gezegd: ‘Ga maar naar de woning en kijk of [persoon 1] de deur opendoet, ik ga naar de dokter en een broodje halen’. Daarop heeft eiser de spreekkamer verlaten.

2.10. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder, gelet op het voorgaande, in dit geval te snel tot de conclusie gekomen dat eiser zijn medewerkingverplichting heeft geschonden. Weliswaar is in de woning een schouw van de keuken, douche en toilet achterwege gebleven doordat het eerste huisbezoek is afgebroken, maar dat neemt niet weg dat wel een indruk is verkregen van de slaapkamer van eiser. Weliswaar heeft eiser de volgende dag tijdens het gesprek heeft eiser zijn eigen verhaal willen vertellen, maar dat neemt niet weg dat uit hetgeen hij heeft verteld informatie gedestilleerd kan worden die van belang is voor de beantwoording van de vraag of er sprake was van wederzijdse zorg. De rechtbank merkt in daarbij op dat de beschrijving die eiser tijdens het gesprek van zijn kamer heeft gegeven overeenkomt met hetgeen tijdens het eerste huisbezoek is waargenomen.

De rechtbank constateert voorts dat de handhavingspecialisten eiser wel hebben gezegd dat zij dezelfde middag opnieuw een huisbezoek wilden afleggen, maar nergens uit blijkt dat de handhavingspecialisten eiser hebben uitgelegd waarom een tweede huisbezoek noodzakelijk werd geacht. De rechtbank vindt het dan ook niet onbegrijpelijk dat eiser aanvankelijk niet mee wilde werken aan dat tweede huisbezoek. Eiser heeft overigens, nadat hij met zijn advocaat had gesproken, een soort van toestemming gegeven voor het afleggen van het tweede huisbezoek. De rechtbank stelt vast dat de handhavingspecialisten hebben nagelaten diezelfde middag alsnog een huisbezoek af te leggen. Daardoor is niet komen vast te staan dat eiser geen medewerking zou verlenen aan dat tweede huisbezoek. Immers, niet valt uit te sluiten dat eiser die middag wel aanwezig zou zijn. Hij was immers ook op het gesprek gekomen, terwijl hij had gezegd dat niet te zullen doen. Bij dit alles betrekt de rechtbank tevens de eisers gesteldheid, zoals die uit de gedingstukken naar voren komt en door zijn gemachtigde ter zitting is toegelicht alsmede het feit dat eiser diverse keren tegen telkens andere medewerkers zijn verhaal heeft moeten afleggen omdat zijn aanvraag op twee verschillende data stond geadministreerd.

2.11. Vorenstaande brengt mee dat verweerder in strijd heeft gehandeld met het bepaalde in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Verweerder heeft zich in dit geval te weinig ingespannen om bij de voorbereiding van het besluit de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en omstandigheden. De omstandigheid dat het hier een aanvraagsituatie betreft (wat meebrengt dat het vooral op de weg van de aanvrager ligt om aannemelijk te maken dat recht op bijstand bestaat) brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. In het midden kan dan ook blijven of er voldoende reden was om een tweede huisbezoek af te leggen zo kort na het eerste huisbezoek en het daarop gevolgde gesprek. Dit betekent dan ook dat het beroep gegrond is en het bestreden besluit in aanmerking komt om te worden vernietigd. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

2.12. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder, met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, van de Awb, te veroordelen in de proceskostenkosten, welke onder toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn begroot op een bedrag van € 644,-- (1 x 1 punt voor het indienen van het beroepschrift + 1 x 1 punt voor het verschijnen ter zitting x € 322,--). Ook dient verweerder het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden.

3. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;

- bepaalt dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht ten bedrage van € 41,00 (zegge: eenenveertig euro) aan hem vergoedt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser, welke worden begroot op € 644,-- (zegge: twaalfhonderd en achtentachtig euro) te betalen door de verweerder aan de griffier van deze rechtbank.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, rechter, in tegenwoordigheid van A.G.E. van Houdt, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2009.

De griffier, de rechter,

Rechtsmiddel

Belanghebbenden en het bestuursorgaan kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep te Utrecht. De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken na verzending van de uitspraak.

Afschrift verzonden op:

DOC: B

SB