Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BK6078

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-10-2009
Datum publicatie
10-12-2009
Zaaknummer
438423 / KG ZA 09-2021
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

In augustus 2009 zijn verschillende appartementen gekraakt. De appartementen werden sinds 2006 niet meer bewoond. De eigenaar heeft vanaf 2006 weliswaar werkzaamheden verricht aan de appartementen, maar de renovatie heeft in een zodanig traag tempo plaats gevonden, dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de appartementen spoedig op de markt zullen komen. Dit betekent dat er een grote kans bestaat dat, indien de ontruimingsvordering wordt toegewezen, de appartementen na deze ontruiming leeg zullen blijven staan. Het spoedeisend belang ontbreekt dan ook en de vordering tot ontruiming wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 438423 / KG ZA 09-2021 P/KW

Vonnis in kort geding van 29 oktober 2009

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser bij dagvaarding van 25 september 2009,

advocaat mr. J.M. Hesselink te Amstelveen,

tegen

1. HEN DIE VERBLIJVEN AAN [adres 1],

van wie is verschenen: [persoon 1],

2. HEN DIE VERBLIJVEN AAN [adres 2],

van wie is verschenen: [persoon 2],

3. HEN DIE VERBLIJVEN AAN [adres 3],

van wie is verschenen: [persoon 3],

4. HEN DIE VERBLIJVEN AAN [adres 4],

van wie is verschenen: [persoon 4],

gedaagden,

advocaat mr. R.K. Uppal.

Eiser zal hierna [eisers] worden genoemd.

1. De procedure

Ter terechtzitting van 8 oktober 2009 heeft [eisers] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Gedaagden hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren aanwezig: de heer [zoon van eiser] (zoon van eiser) met mr. Hesselink alsmede [persoon 1], [persoon 2], [persoon 3] en [persoon 4] met mr. Uppal.

2. De feiten

2.1. [eisers] is eigenaar van de onroerende zaken gelegen aan de [pand 1] en [pand 2]). De beide panden grenzen aan elkaar. De panden zijn op 30 juni 2006 gesplitst in appartementsrechten. [adres 1] heeft de bestemming bedrijfsruimte. De begane grond van de panden wordt verhuurd aan het Kruidvat.

2.2. Op zondag 16 augustus 2009 hebben gedaagden en anderen zich zonder toestemming van [eisers] de toegang verschaft tot de appartementen [adres 1], [adres 2], [adres 3] en [adres 4] hoog (hierna ook: de appartementen). Sindsdien verblijven gedaagden, gezamenlijk met anderen in de gekraakte appartementen.

2.3. De appartementen op [adres 5] en [adres 6] hoog waren op het moment van de kraak verhuurd en worden nog steeds bewoond.

3. Het geschil

3.1. [eisers] vordert samengevat - ontruiming van de onroerende zaken gelegen aan de [adres 1], [adres 2], [adres 3] en [adres 4] hoog te Amsterdam binnen twee dagen na betekening van dit vonnis en met veroordeling van gedaagden in de kosten van deze procedure.

3.2. [eisers] stelt hiertoe, kort gezegd, het volgende. Gedaagden bevinden zich onrechtmatig in de panden. [eisers] was bezig, vanaf het moment dat hij de splitsingsvergunning in 2006 had ontvangen, om de panden te renoveren met als uiteindelijk doel om deze te verkopen. De werkzaamheden werden door hemzelf of door zijn zoon uitgevoerd. De renovatie bevond zich al in een vergevorderd stadium en de bedoeling was om na de zomer van 2009 te starten met de verkoop. [adres 1] is bij aannemingsbedrijf [aannemingsbedrijf] in gebruik als werkplaats en opslagruimte voor bouwmaterialen. Er bevonden zich op het moment van de kraak verschillende goederen en gereedschappen in de ruimtes, die zich tot op heden bij gedaagden bevinden en waar [aannemingsbedrijf] geen gebruik van kan maken. Daarnaast hebben gedaagden volgens [eisers] schade toegebracht aan de panden en wordt door hen illegaal stroom afgetapt van de electriciteit in het trappenhuis van het pand op nummer [nr]. Dit levert [eisers] niet alleen een hogere energierekening op, maar zorgt ook voor een gevaarlijke situatie.

[eisers] heeft een spoedeisend belang bij zijn vordering tot ontruiming. Doordat de panden zijn gekraakt, kunnen de werkzaamheden niet worden afgemaakt. De geplande verkoop kan dan ook niet plaatsvinden. Daarnaast hebben de huurders van het appartement op [adres 7] verzocht om huurverlaging gedurende de periode dat de panden zijn gekraakt en hebben [eisers] en zijn echtgenote van het hele gebeuren ernstige psychische klachten gekregen.

3.3. Gedaagden voeren verweer. Op dit verweer wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Uitgangspunt is dat gedaagden de panden zonder recht of titel bewonen, zodat de vordering tot ontruiming in beginsel toewijsbaar is. Een ontruimingsvordering in kort geding is evenwel slechts toewijsbaar, indien de eigenaar van de onroerende zaak daarbij een spoedeisend belang heeft, waarbij als uitgangspunt heeft te gelden dat ontruiming niet tot ongerechtvaardigde leegstand mag leiden.

4.2. Vast staat dat de appartementen in ieder geval sinds de verlening van de splitsingsvergunning in 2006 niet zijn bewoond. [eisers] heeft gesteld dat hij (samen met zijn zoon) gedurende de afgelopen jaren bezig is geweest de appartementen te renoveren, maar dat dit lang heeft geduurd omdat hij het voornamelijk zelf heeft gedaan. De renovatie bevond zich volgens [eisers] in de laatste fase en de bedoeling was dat na de zomer van 2009 met de verkoop van de appartementen zou worden gestart.

Ter onderbouwing van de stelling dat hij vanaf 2006 bezig is geweest met de renovatie, heeft [eisers] een groot aantal producties overgelegd, waaronder een offerte voor een keuken en bestellingen en inkopen van bouwmaterialen. Nog afgezien van de vraag of de overgelegde producties betrekking hebben op de gekraakte appartementen - een verwijzing hiernaar in de producties ontbreekt - is niet onaannemelijk dat [eisers] en zijn zoon de afgelopen jaren aan de appartementen werkzaamheden hebben uitgevoerd. Dit is echter zodanig traag gebeurd - sinds 2006 staan de appartementen leeg - dat gedaagden terecht vragen stellen bij de stelling van [eisers] dat deze appartementen spoedig op de markt zullen komen. Het had op de weg van [eisers] gelegen een en ander aannemelijk te maken. Behalve een brief van makelaar [makelaar] van 25 augustus 2009, waaruit blijkt dat tussen [eisers] en de makelaar oriënterende gesprekken hebben plaatsgevonden in juni en juli 2008 (!), wijst niets er op dat na de zomer van 2009 de appartementen in de verkoop zouden gaan, laat staan dat er kopers, dan wel huurders, zijn. Een spoedeisend belang, gelegen in verkoop of verhuur is dan ook niet aannemelijk gemaakt. Het voorgaande brengt tevens mee dat er een grote kans bestaat dat, indien de ontruimingsvordering wordt toegewezen, de appartementen na deze ontruiming leeg zullen blijven staan. Gelet op de krapte op de huizenmarkt in Amsterdam wordt dit, indien hier geen rechtvaardiging voor is, onaanvaardbaar geacht.

4.3. De overige door [eisers] aangevoerde omstandigheden leiden evenmin tot de conclusie dat hij een spoedeisend belang heeft bij zijn vordering. Onvoldoende valt in te zien hoe de verminderde fysieke en psychische gesteldheid van [eisers] en zijn echtgenote zal herstellen bij toewijzing van de vordering tot ontruiming.

Het feit dat één van de huurders klaagt over overlast en huurverlaging wil, kan een omstandigheid zijn die bijdraagt aan het spoedeisend belang, maar weegt op zichzelf in dit geval niet zwaar genoeg.

Tot slot is onvoldoende gebleken dat gedaagden zodanige overlast veroorzaken, dat ontruiming op die grond moet plaatsvinden. Tegenover de stelling van [eisers] dat de huurders zich mondeling bij hem hebben beklaagd, hebben gedaagden verschillende schriftelijke verklaringen van omwonenden in het geding gebracht waaruit blijkt dat zij geen hinder ondervinden, zodat hier zonder nader onderzoek naar de feiten in dit kort geding geen oordeel over kan worden gegeven. Ook is onvoldoende gebleken dat gedaagden illegaal stroom aftappen en dat een gevaarlijke situatie is ontstaan. Voor zover de energierekening van het trappenhuis van nummer [nr] is gestegen, hebben gedaagden toegezegd dit te betalen aan [eisers].

Gedaagden hebben ter zitting eveneens verklaard dat zij de goederen die zich in de appartementen bevonden ten tijde van de kraak en die eigendom zijn van [eisers], op korte termijn aan hem zullen afstaan. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat gedaagden dienovereenkomstig deze ter zitting gemaakte afspraak zullen handelen.

4.4. De vordering zal op grond van het voorgaande worden afgewezen.

4.5. Tegen de niet verschenen gedaagden wordt verstek verleend. Nu [eisers] geacht wordt geen spoedeisend belang te hebben bij een veroordeling tot ontruiming jegens de verschenen gedaagden, heeft hij ook geen belang bij een veroordeling jegens de niet verschenen gedaagden, zodat ook de vordering jegens hen zal worden afgewezen.

4.6. [eisers] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van gedaagden worden begroot op:

- vast recht EUR 262,00

- salaris procureur 816,00

Totaal EUR 1.078,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagden,

5.2. weigert de gevraagde voorziening,

5.3. veroordeelt [eisers] in de proceskosten, aan de zijde van gedaagden tot op heden begroot op EUR 1.078,00,

5.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.Y.C. Poelmann, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. K. Wolt, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2009.