Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BK5281

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17-11-2009
Datum publicatie
03-12-2009
Zaaknummer
AWB 08-4877 GEMWT
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Teruggewezen zaak. Omvang van het geding. In dit stadium is geen ruimte meer voor het aanvoeren van nieuwe beroepsgronden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 08/4877 GEMWT

uitspraak van de enkelvoudige kamer

in de zaak tussen:

de besloten vennootschap Poster Vision Outdoor Media B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

gemachtigde mr. H.A. Sarolea,

en

het dagelijks bestuur van het stadsdeel Oud-Zuid van de gemeente Amsterdam,

verweerder,

gemachtigde: mr. T.M. van Gorsel.

1. Procesverloop

Bij besluit van 3 november 2004 heeft verweerder eiseres onder aanzegging van bestuursdwang gelast de volledige bevestigingsconstructie inclusief alle montageonderdelen evenals de daarmee verbonden ontoelaatbare reclame-uiting zoals aangebracht op de blinde gevel aan het pand Cornelis Schuytstraat 34 in zijn geheel en zonder schade aan de muur te verwijderen en in de toekomst verwijderd te houden.

Bij besluit van 27 september 2005 heeft verweerder het daartegen door eiseres gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 3 november 2004, onder aanvulling van de motivering daarvan, gehandhaafd.

Bij uitspraak van 21 mei 2007 (reg.nr. 05/4816) heeft deze rechtbank het daartegen door eiseres ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 27 september 2005 vernietigd en bepaald dat verweerder een nieuw besluit op bezwaar neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen.

Bij uitspraak van 6 februari 2008 (zaaknr. 200704396/1) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) het door verweerder ingestelde hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van 21 mei 2007, met verbetering van de gronden waarop die rust, bevestigd.

Bij besluit van 27 oktober 2008, verzonden op 29 oktober 2008, heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en het besluit van 3 november 2004, onder aanvulling van de motivering, in stand gelaten.

Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 oktober 2009. Eiseres is verschenen bij voornoemde gemachtigde en [directeur], directeur. Verweerder is verschenen bij voornoemde gemachtigde.

2. Overwegingen

2.1. De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag wat de omvang van het geding is na de uitspraak van de Afdeling van 6 februari 2008.

2.2. In de uitspraak van 21 mei 2007 heeft deze rechtbank het beroep van eiseres gegrond verklaard en het gehele besluit op bezwaar van 27 september 2005, verzonden 4 oktober 2005, vernietigd.

2.3. Tegen de uitspraak van de rechtbank is alleen door verweerder hoger beroep ingesteld, en slechts tegen de overwegingen van de rechtbank over de welstandscriteria en het achterwege blijven van onderzoek naar de financiële belangen van eiseres. Op deze twee punten is het hoger beroep gegrond verklaard, waarna de uitspraak van de rechtbank, met verbetering van gronden, is bevestigd.

2.4. Aangezien in deze uitspraak de vernietiging van het besluit op bezwaar van 27 september 2005 in stand is gebleven heeft verweerder een nieuw besluit op bezwaar genomen. Verweerder is daarin ingegaan op nieuwe stellingen van eiseres, die eiseres niet naar voren had gebracht in het eerste beroep:

a. de stelling dat eiseres geen overtreder is,

b. het beroep op het overgangsrecht en

c. de stelling omtrent artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Voorts is verweerder ingegaan op de financiële situatie van eiseres, welke beroepsgrond door eiseres wel naar voren is gebracht in het eerste beroep.

2.5. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 23 maart 2005, te vinden op www.rechtspraak.nl onder LJ-nummer AY5312 en AB 2005, 144), moet een teruggewezen zaak worden beoordeeld en beslist binnen de grenzen van het geding, zoals dat in eerste aanleg was afgebakend, eventueel gecorrigeerd in hoger beroep en met inachtneming van de oordelen van de Afdeling aangaande de aangevoerde beroepsgronden en omtrent de te verrichten ambtshalve toetsing. In dit stadium is geen ruimte meer voor het aanvoeren van nieuwe beroepsgronden.

2.6. De rechtbank zal derhalve een bespreking van de beroepsgronden van eiseres als in rechtsoverweging 2.4 genoemd onder a, b en c achterwege laten omdat eiseres deze beroepsgronden niet naar voren heeft gebracht in het beroep dat heeft geleid tot de uitspraak van de Afdeling van 6 februari 2008.

Aangezien eiseres voor het overige geen beroepsgronden naar voren heeft gebracht is het beroep ongegrond.

2.7. De rechtbank ziet geen aanleiding voor vergoeding van de proceskosten en/of het griffierecht.

3. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.A.A.G. de Vries, rechter, in tegenwoordigheid van J.J.M. Tol, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2009.

De griffier, De rechter,

Tegen deze uitspraak in het beroep kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan gedurende zes weken na toezending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State te ’s-Gravenhage.

Afschrift verzonden op:

DOC: C

SBA