Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BK4658

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26-11-2009
Datum publicatie
27-11-2009
Zaaknummer
440955 - KG ZA 09-2266
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Op grond van artikel 700 Rv wordt de beslaglegger in geval van conservatoir beslag een termijn gegeven voor het instellen van de eis in de hoofdzaak. Die termijn kan op verzoek van de beslaglegger worden verlengd. Een dergelijke verlenging dient schriftelijk te worden medegedeeld aan een derdebeslagene. Indien die mededeling achterwege blijft, vervalt het beslag van rechtswege. In die situatie heeft een beslaglegger ook geen belang meer bij een verklaring van de derdebeslagene over wat hij van de schuldenaar onder zich heeft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 440955 / KG ZA 09-2266 NB/MV

Vonnis in kort geding van 26 november 2009

in de zaak van

de vennootschap naar het recht van Isle of Man

LLANOS OIL EXPLORATION LTD.,

woonplaats gekozen hebbende te Amsterdam,

eiseres bij dagvaarding van 4 november 2009,

advocaat mr. F.H.J. van Schoonhoven te Amsterdam,

tegen

de naamloze vennootschap

ABN AMRO BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. J.W. van Rijswijk te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Llanos Oil en ABN AMRO worden genoemd.

1. De procedure

Ter terechtzitting van 12 november 2009 heeft Llanos Oil gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, met dien verstande dat zij ter zitting haar eis (mondeling) heeft aangevuld. Deze aanvulling van eis is neergelegd in het faxbericht van 19 november 2009 van mr. Van Schoonhoven, waarvan eveneens een fotokopie aan dit vonnis zal worden gehecht. ABN AMRO heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Beide partijen hebben producties en pleitnota’s in het geding gebracht. Bij faxbericht van 19 november 2009 en 20 november 2009 hebben mr. Van Schoonhoven respectievelijk mr. Van Rijswijk hun standpunten (over de strekking van artikel 700 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, hierna Rv) nog nader toegelicht.

Op 13 november 2009 zijn de raadslieden van partijen er telefonisch van in kennis gesteld dat de voorzieningenrechter het door ABN AMRO in het geding gebrachte Memorandum (productie 2) in deze zaak buiten beschouwing zal laten. Llanos Oil heeft om die reden afgezien van de haar geboden mogelijkheid om na afloop van de terechtzitting eveneens een “legal opinion” in het geding te brengen.

Ter zitting waren aanwezig:

Aan de zijde van Llanos Oil: [directeur], directeur, met mr. Van Schoonhoven.

Aan de zijde van ABN AMRO: [vertegenwoordiger 1 gedaagde], [vertegenwoordiger 2 gedaagde] met mr. Van Rijswijk.

Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

2. De feiten

2.1. Eind 2002 heeft Llanos Oil met het Colombiaanse staatsbedrijf Ecopetrol S.A. (hierna Ecopetrol) een overeenkomst gesloten. Op 23 juni 2003 heeft Ecopetrol deze overeenkomst beëindigd. Llanos Oil heeft zich op het standpunt gesteld dat deze beëindiging onrechtmatig is geschied en dat zij als gevolg hiervan schade heeft geleden. Llanos Oil heeft die schade begroot op zeven miljard euro.

Conservatoir derdenbeslag gelegd op 22 oktober 2008:

2.2. Ter verzekering van de vordering van Llanos Oil op Ecopetrol heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te Den Haag Llanos Oil op 17 oktober 2008 verlof verleend tot het leggen van conservatoir derdenbeslag ten laste van Ecopetrol onder ABN AMRO. Op 22 oktober 2008 heeft Llanos Oil onder ABN AMRO beslag gelegd. De voorzieningenrechter heeft de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 700 lid 3 Rv bepaald op zes maanden na de eerste beslaglegging.

2.3. Bij brief van 19 november 2008 heeft ABN AMRO het deurwaarderskantoor dat het beslag heeft gelegd onder meer het volgende medegedeeld:

(…)

Tussen ondergetekende en de schuldenaar bestaat een rechtsverhouding of heeft een rechtsverhouding bestaan. De rechtsverhouding betreft een rekening-courant overeenkomst (bankrekening en spaarrekening e.d.)

Ten tijde van de beslaglegging waren er uitsluitend rekeningen met een debetpositie in onze boeken. Derhalve resteert er niets onder het beslag en beschouwen wij deze zaak als afgehandeld.

(…)

2.4. Bij brief van 8 december 2008 heeft de raadsman van Llanos Oil ABN AMRO onder meer het volgende medegedeeld:

(…)

De verklaring van de ABN AMRO is uiterst summier en voldoet niet aan de eisen die wet en in het bijzonder het Besluit Verklaring derdenbeslag stelt aan een verklaring ex artikel 476a Rv.

Nu de ABN verklaart dat er een rechtsverhouding bestaat, had de ABN AMRO de gegevens van de bankrekening alsmede de hoogte van het debetsaldo op datum beslaglegging dienen te vermelden.

(…)

Daarnaast is de ABN AMRO op grond van artikel 476 lid 2 Rv. verplicht de verklaring zo veel mogelijk te vergezellen van afschriften van tot staving dienden bescheiden. ABN AMRO dient cliënte dan ook te voorzien van bankafschriften waaruit blijkt dat op de datum van beslaglegging (22 oktober 2008) alle rekeningen een debetsaldo hadden.

(…)

2.5. Bij brief van 9 december 2008 heeft ABN AMRO de raadsman van Llanos Oil hetzelfde medegedeeld als in de brief van 19 november 2008 (zie 2.3). Bij de brief van 9 december 2009 was een bijlage gevoegd. Hierop is het volgende vermeld:

Soort rekening Rekeningnummer Muntsoort Saldo

Garantie [nr] USD -51.401.700,00

2.6. Bij brief van 24 december 2008 heeft de raadsman van Llanos Oil ABN AMRO onder meer het volgende medegedeeld:

De verklaringen van ABN zijn innerlijk tegenstrijdig en roepen vraagtekens op. Cliënte heeft derhalve een aantal aanvullende vragen:

1) Kunt u aangeven waarom de ABN op 19 november 2008 verklaart dat er uitsluitend rekeningen (meervoud) met een debetpositie in de boeken staan en op 9 december 2008 verklaart dat er maar één (garantie)rekening is.

2) Kunt u aangeven waarom de ABN op 19 november 2008 verklaart dat rechtsverhouding bestaat uit een rekening-courant overeenkomst (bankrekening en spaarrekening e.d.) en op 9 december verklaart dat er een garantierekening is?

3) Kunt u aangeven hoe het kan zijn dat Ecopetrol S.A. beschikt over uitsluitend één garantierekening met een debetsaldo van € 51.401.700,00 en er kennelijk geen zekerheid bestaat in de vorm van een tweede rekening-courant met een creditsaldo.

4) Kunt u aangeven waaruit de zekerheid bestaat die het negatieve saldo van de garantierekening afdekt?

5) Kunt u aangeven of voor Ecopetrol S.A. de verplichting bestaat het saldo op de garantierekening op enig moment aan te vullen.

(…)

Ter voorkoming van een verklaringsprocedure ex artikel 477a lid 2 Rv, reken ik op uw medewerking.

(…)

2.7. Bij brief van 10 juli 2009 heeft ABN AMRO de raadsman van Llanos Oil onder meer het volgende medegedeeld:

Ter aanvulling althans rectificatie van de op 9 december 2008 aan u afgelegde verklaring (…) verklaren wij nader als volgt.

Tussen Ecopetrol S.A. en ABN AMRO Bank N.V. bestond ten tijde van voormelde beslaglegging geen rechtsverhouding uit hoofde waarvan Ecopetrol S.A. op dat tijdstip (nog) iets te vorderen had of te vorderen zou krijgen van ABN AMRO Bank N.V..

De verklaring dat er op dat moment tussen Ecopetrol S.A. en ABN AMRO Bank N.V. een rekening-courant verhouding bestond (bankrekening en spaarrekening e.d.) berust op een misverstand althans miscommunicatie binnen de bank: op dat punt herroept de bank hierbij haar verklaring.

2.8. Bij brief van 17 juli 2009 heeft de raadsman van Llanos Oil ABN AMRO onder meer het volgende medegedeeld:

(…)

Dien ik uw, aangepaste verklaring zo te lezen dat tussen geen enkele van deze ABN AMRO Bank N.V.-branchekantoren (waar ook ter wereld) enerzijds en Ecopetrol S.A. anderzijds een rechtsverhouding bestond ten tijde van de beslaglegging uit hoofde waarvan Ecopetrol S.A. op dat tijdstip iets te vorderen had of te vorderen zou krijgen?

2.9. Bij brief van 31 juli 2009 heeft ABN AMRO de raadsman van Llanos Oil onder meer het volgende medegedeeld:

Tussen Ecopetrol S.A. en ABN AMRO Bank N.V.-branchekantoren waar ook ter wereld) geen enkele rechtsverhouding bestond ten tijde van de beslaglegging uit hoofde waarvan Ecopetrol S.A. op dat tijdstip iets te vorderen had of te vorderen zou krijgen van ABN AMRO Bank N.V.

Conservatoir derdenbeslag gelegd op 30 december 2008

2.10. Op 10 december 2008 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te Den Haag Llanos Oil opnieuw verlof verleend om ten laste van Ecopetrol conservatoir derdenbeslag te leggen onder ABN AMRO. Dit beslag is gelegd op 30 december 2008. De voorzieningenrechter heeft de vordering van Llanos Oil begroot op zeven miljard euro. De termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 700 lid 3 Rv is bepaald op zes maanden na de eerste beslaglegging.

2.11. Bij brief van 27 januari 2009 heeft ABN AMRO de deurwaarder die het onder 2.10 genoemde beslag heeft gelegd onder meer het volgende medegedeeld:

Tussen ondergetekende en de schuldenaar(s) bestaat geen enkele rechtsverhouding of heeft geen enkele rechtsverhouding bestaan, uit hoofde waarvan de schuldenaar(s) op het tijdstip van het beslag nog iets van de ondergetekende had te vorderen, nu te vorderen heeft of nog te vorderen kan krijgen.

Derhalve beschouwen wij het derdenbeslag als afgehandeld.

Deze verklaring is naar waarheid afgelegd en ondertekend.

2.12. Bij brief van 9 september 2009 heeft de raadsman van Llanos Oil ABN AMRO onder meer het volgende medegedeeld:

(…)

De verklaring van 27 januari 2009 is verifieerbaar onjuist. Llanos Oil Exploration

Ltd. heeft informatie voorhanden waaruit blijkt dat op 30 december 2008 o.a. bij het branchekantoor van ABN AMRO Bank N.V. in New York (Verenigde Staten) op de volgende bankrekeningnummers van Ecopetrol S.A. een positief saldo van $ 50.000,- aanwezig was:

- [nr 1]

- [nr 2]

Een en ander heeft tot gevolg dat ABN AMRO Bank N.V. op 27 januari 2008 een onjuiste derdenverklaring heeft afgegeven en derhalve in strijd heeft gehandeld met haar wettelijke verplichting ex artikel 476a jo. 720 Rv.

De ABN AMRO Bank N.V. heeft hierdoor onrechtmatig gehandeld jegens Llanos Oil Exploration Ltd. Llanos Oil Exploration Ltd. houdt ABN AMRO Bank N.V. dan ook aansprakelijk voor alle schade die zij lijdt als een gevolg van de onjuiste derdenverklaring.

(…)

2.13. Bij brief van 12 november 2009 heeft ABN AMRO de raadsman van Llanos Oil onder meer het volgende medegedeeld:

(…)

Betreft: conservatoire beslagen d.d. 22 oktober 2008 en 30 december 2008 (…)

(…)

Uit de op 4 november 2009 aan de Bank betekende dagvaarding in kort geding (…) maken wij op dat de juistheid van deze verklaringen door u in twijfel wordt getrokken en u deze innerlijk tegenstrijdig, onvolledig en verifieerbaar onjuist acht. Wij delen die opvatting niet, maar zullen (…) de verklaringen als volgt toelichten.

“Garantierekening” [nr]

Deze rekening (…) reflecteert een garantieverplichting van de Bank jegens een derde. Het in dit verband genoemde bedrag van USD 51.401.700,-- behelst derhalve een voorwaardelijke vordering van de Bank op Ecopetrol S.A. Deze voorwaardelijke vordering is ongesecureerd. Waar dit een (voorwaardelijke) vordering van de Bank op Ecopetrol S.A. betreft – en dus niet een vordering van Ecopetrol S.A. op de Bank – , had de Bank dienaangaande niet hoeven te verklaren. Dat dit wel is geschied berust op een misverstand.

USA-rekeningen

(…) In dit verband wordt door u gerefereerd aan bankrekeningnummer [nr 1] en [nr 2]. Inderdaad is er sprake van enige (een viertal) door Ecopetrol S.A. bij de Bank in New York aangehouden rekeningen, waaronder de rekeningen met de door u genoemde bankrekeningnummers. De op deze rekeningen geadministreerde tegoeden (…) zijn echter niet door het beslag getroffen nu het beslag in casu extraterritoriale werking ontbeert.

Zo dit al anders zou zijn, geldt dat de Bank gerechtigd is zich te verhalen op deze saldi, zo meergenoemde voorwaardelijke vordering onvoorwaardelijk zou worden.

(…)

3. Het geschil

3.1. Llanos Oil vordert – kort gezegd – primair ABN AMRO op straffe van dwangsommen te veroordelen een naar waarheid en met redenen omklede opgave te doen van alle vorderingen die Ecopetrol op 22 oktober 2008 en op 30 december 2008 op ABN AMRO had of krachtens een op die dagen reeds bestaande rechtsverhouding zou verkrijgen, waaronder de vorderingen voortvloeiend uit de onder 2.12 genoemde bankrekeningen en uit andere bankrekeningen waar ook ter wereld (waaronder die genoemd in de brief van ABN AMRO van 12 november 2009), vergezeld van afschriften en van staving van die opgave dienende bescheiden. Subsidiair vordert Llanos Oil ABN AMRO op straffe van dwangsommen te bevelen haar verklaringen van 19 november 2008, 12 december 2008, 10 juli 2009 en 27 januari 2009 te herroepen en naar waarheid en met redenen omkleed opgave te doen van alle vorderingen die Ecopetrol op 22 oktober 2008 en op 30 december 2008 op ABN AMRO had, dan wel krachtens een op die dagen bestaande rechtsverhouding zou verkrijgen, waaronder de vorderingen voortvloeiend uit de onder 2.12 genoemde bankrekeningen en uit andere bankrekeningen waar ook ter wereld (waaronder die genoemd in de brief van ABN AMRO van 12 november 2009), vergezeld van afschriften en van tot staving van die opgave dienende bescheiden.

3.2. Llanos Oil stelt hiertoe – samengevat weergegeven – dat de door ABN AMRO afgelegde verklaringen verifieerbaar onjuist zijn. Llanos Oil beroept zich op een schriftelijke verklaring van een medewerker van ABN AMRO ([persoon 1]) waaruit blijkt dat Ecopetrol een grote klant is van ABN AMRO en dat het beslag doel moet hebben getroffen. Er waren, aldus de verklaring van [persoon 1], op het moment dat de beslagen werden gelegd, in ieder geval gesecureerde gelden van Ecopetrol bij ABN AMRO voor handen. Llanos Oil baseert haar vordering op de artikelen 476a en 720 Rv. Op grond van die artikelen rust op een derdebeslagene de verplichting om een volledige en gespecificeerde opening van zaken te geven van al hetgeen door het beslag is getroffen. Artikel 476a lid 2 Rv bepaalt wat een dergelijke verklaring moet bevatten. ABN AMRO is in haar verplichting tekort geschoten door geen melding te maken van de bankrekeningen (bij ABN AMRO in New York) met nummers [nr 1] en [nr 2] en door geen melding te maken van de gesecureerde gelden die bij ABN AMRO (te New York) aanwezig waren. Omdat Llanos Oil in een “juridisch vacuüm” verkeert, heeft zij een spoedeisend belang bij haar vordering. Een positief beslag (een beslag dat doel heeft getroffen) heeft tot gevolg dat zij op grond van artikel 767 Rv de eis in de hoofdzaak tegen Ecopetrol aan de Nederlandse rechter kan voorleggen. Deze mogelijkheid wordt haar nu onthouden. In Colombia wordt Llanos Oil het recht op een eerlijke procesgang onthouden. Llanos Oil dient verder zo spoedig mogelijk duidelijkheid te verkrijgen over de vermogensbestanddelen die door de beslagen zijn getroffen. Zij moet een goede inschatting kunnen maken of procederen tegen Ecopetrol zinvol is. Voor Llanos Oil is het niet mogelijk om de verklaring van ABN AMRO in de zogenaamde verklaringsprocedure van artikel 477a Rv te betwisten omdat deze procedure alleen kan worden gevoerd nadat een executoriale titel is verkregen.

3.3. ABN AMRO heeft verweer gevoerd. Op dit verweer wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Op grond van artikel 700 lid 3 Rv geldt – kort gezegd – het volgende. De voorzieningenrechter verleent verlof tot het leggen van conservatoir beslag onder de voorwaarde dat de eis in de hoofdzaak wordt ingesteld binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn. Deze termijn kan op verzoek van de beslaglegger worden verlengd. Die verlenging moet, om haar werking te hebben, binnen acht dagen na het tijdstip waarop de termijn zonder verlenging zou verstrijken, schriftelijk worden medegedeeld aan de derdebeslagene. Tot slot bepaalt artikel 700 lid 3 Rv dat overschrijding van de termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak het beslag doet vervallen.

4.2. ABN AMRO heeft als eerste het verweer gevoerd – en dit is door Llanos Oil niet bestreden – dat op uiterlijk 22 april 2009 (zes maanden na 22 oktober 2008) de eis in de hoofdzaak had moeten worden ingesteld op grond van het op 22 oktober 2008 gelegde beslag. Llanos Oil heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te Den Haag verzocht om verlenging van die termijn. De voorzieningenrechter heeft die termijn verlengd met één jaar, derhalve tot 22 april 2010. Deze verlenging is echter niet schriftelijk medegedeeld aan ABN AMRO als derdebeslagene. Verder heeft ABN AMRO aangevoerd – en dit is door Llanos Oil evenmin bestreden – dat op 30 juni 2009 (zes maanden na 30 december 2008) de eis in de hoofdzaak had moeten worden ingesteld op grond van het op 30 december 2008 gelegde beslag. Llanos Oil heeft niet uiterlijk 30 juni 2009 een eis in de hoofdzaak ingesteld en ABN AMRO heeft geen schriftelijke mededeling ontvangen van verlenging van de desbetreffende termijn van zes maanden.

4.3. Met betrekking tot het op 30 december 2008 gelegde beslag heeft Llanos Oil, zoals gezegd, niet bestreden dat de eis in de hoofdzaak niet tijdig is ingesteld. Op grond van de laatste zin van artikel 700 lid 3 Rv is dit beslag dan ook komen te vervallen.

4.4. Ter zitting heeft Llanos Oil – met betrekking tot het op 22 oktober 2008 gelegde beslag – aangevoerd dat een schriftelijke mededeling van de verlenging van de dagvaardingstermijn bewust achterwege is gelaten, omdat het beslag, volgens verklaringen van ABN AMRO, geen doel had getroffen. De ratio van artikel 700 lid 3 Rv is, aldus Llanos Oil, dat de derdebeslagene moet weten of hij, na afloop van de dagvaardingstermijn, de beslagen goederen opnieuw aan de debiteur ter beschikking mag stellen. Deze ratio brengt mee dat er voor Llanos Oil geen reden was ABN AMRO op de hoogte te stellen van de verlenging van de termijn. ABN AMRO had, volgens Llanos Oil, ook geen belang bij een dergelijke mededeling. De termijn van acht dagen om ABN AMRO in kennis te stellen van de verlenging van de dagvaardingstermijn zal pas gaan lopen als ABN AMRO naar waarheid heeft verklaard; pas dan zal sprake zijn van een beslag dat doel heeft getroffen, aldus Llanos Oil.

4.5. ABN AMRO heeft aangevoerd dat ook het op 22 oktober 2008 gelegde beslag van rechtswege is komen te vervallen, omdat Llanos Oil geen schriftelijke mededeling aan ABN AMRO heeft gedaan dat de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak is verlengd. ABN AMRO wordt gevolgd in dit standpunt. Een verlenging van de dagvaardingstermijn heeft alleen werking indien die verlenging schriftelijk wordt medegedeeld aan de derdebeslagene. Dit is niet gebeurd. Nu de termijn niet is verlengd, is de eis in de hoofdzaak niet tijdig ingesteld. Het standpunt van Llanos Oil houdt in dat aanvang van de termijn van het doen van de mededeling bedoeld in artikel 700 lid 3 Rv afhankelijk zou zijn van de juistheid van de inhoud van de verklaring of van de opgave van de derdebeslagene. Dit standpunt is niet juist. Het doen van tijdige mededeling is een formaliteit waaraan (op straffe van verval van het beslag) voldaan moet worden. Nu tijdige mededeling achterwege is gebleven, zijn beide door Llanos Oil gelegde beslagen onder ABN AMRO (zowel dat van 22 oktober 2008 als dat van 30 december 2008) komen te vervallen.

4.6. Dat de beslagen zijn komen te vervallen, staat reeds aan toewijzing van de vorderingen in de weg. Llanos Oil heeft hierbij geen (spoedeisend) belang (meer). De beslagen kunnen immers niet meer executoriaal worden, waardoor Llanos Oil niet de mogelijkheid heeft een zogenaamde verklaringsprocedure op grond van artikel 477a lid 2 Rv te voeren, waarin zij de inhoud van de verklaringen van ABN AMRO zal kunnen betwisten. Hierop vooruitlopend heeft Llanos Oil dan ook geen (spoedeisend) belang ABN AMRO te houden aan haar verplichting op grond van artikel 720 jo 476a Rv een verklaring af te leggen, aan welke verplichting zij overigens op zich heeft voldaan. Er zijn immers (meerdere) verklaringen afgelegd door ABN AMRO; de juistheid van deze verklaringen kan en hoeft in dit geding niet te worden beoordeeld.

4.7. Bij deze stand van zaken behoeven de overige verweren van ABN AMRO (dat de “garantierekening” niet inhoudt dat ABN AMRO gelden van Ecopetrol onder zich heeft of zal krijgen en dat het in Nederland gelegde beslag geen extraterritoriale werking heeft) geen verdere bespreking.

4.8. Llanos Oil zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van ABN AMRO worden begroot op:

- vast recht EUR 262,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.078,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2. veroordeelt Llanos Oil in de proceskosten, aan de zijde van ABN AMRO tot op heden begroot op EUR 1.078,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2009.?