Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2009:BK3589

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14-10-2009
Datum publicatie
18-11-2009
Zaaknummer
776247 DX EXPL 06-734
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Effectenlease-overeenkomst; artikel 1:88 BW; verjaring; stelplicht; Nederlandse gezinsverhoudingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

Rolnummer: 776247 DX EXPL 06-734

Vonnis van: 14 oktober 2009

F.no.: 1340

Vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

nader te noemen [eiser],

gemachtigde: mr. G. van Dijk,

t e g e n

DEXIA BANK NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

nader te noemen Dexia,

gemachtigde: Swier & Van der Weijden Gerechtsdeurwaarders.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 8 maart 2006, met producties;

- de schorsingsakte van de zijde van Dexia;

- de rolmededeling van 23 mei 2006;

- de akte tevens houdende akte tot vermeerdering van eis van de zijde van [eiser], met producties;

- de rolmededeling van 2 april 2008;

- de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende conclusie van eis in reconventie van Dexia, met producties.

Bij tussenvonnis van 4 juni 2008 is een comparitie bepaald die heeft plaatsgevonden op 12 november 2008. Ter comparitie zijn verschenen [eiser] in persoon, vergezeld van zijn echtgenote [echtgenote eiser] (hierna: [echtgenote eiser]), en bijgestaan door zijn gemachtigde mr. T. de Leeuwe en van de zijde van Dexia [persoon 1], bijgestaan door mr. N. Ben-Aalam. Van hetgeen besproken is ter comparitie heeft de griffier aantekening gehouden. Voorafgaand aan deze comparitie zijn door [eiser] op 6 november 2008 een conclusie van antwoord in reconventie tevens akte uitlating na tussenvonnis met producties en door Dexia per faxbrief van 3 november 2008 aanvullende stukken ingediend. [eiser] heeft ter comparitie biljetten van een proces overgelegd. Bij rolmededeling van 26 november 2008 is de behandeling en beslissing van de zaak aangehouden in afwachting van een drietal door de Hoge Raad der Nederlanden uit te spreken arresten. Bij rolmededeling van 22 juli 2009 is de zaak verwezen voor de rol voor uitlating doorhaling of voortprocederen. Bij akte uitlating voortprocederen heeft [eiser] aangegeven te wensen in de zaak voort te procederen. Al deze stukken behoren thans tot de processtukken.

1.2. Daarna is vonnis bepaald op heden.

Gronden van de beslissing

2. De feiten

in conventie en in reconventie

Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

2.1. Dexia is de rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchere N.V., alsmede van Legio Lease B.V. Waar hierna sprake is van Dexia worden haar rechtsvoorgangsters daaronder mede begrepen.

2.2. [eiser] heeft de volgende lease-overeenkomsten ondertekend waarop hij als

lessee stond vermeld, met als wederpartij Dexia:

Nr Contractnr. Datum Naam overeenkomst Leasesom Looptijd Termijnbedrag

1 [nr 1] 07-03-1998 Spaarleasen € 20.233,88 180 mnd € 112,41

2 [nr 2] 07-03-1998 Spaarleasen € 20.233,88 180 mnd € 112,41

3 [nr 3] 07-03-1998 Spaarleasen € 20.233,88 180 mnd € 112,41

4 [nr 4] 07-03-1998 Spaarleasen € 20.233,88 180 mnd € 112,41

5 [nr 5] 01-04-1999 SpaArEXtra € 4.084,02 180 mnd € 22,69

6 [nr 6] 01-04-1999 SpaArEXtra € 4.084,02 180 mnd € 22,69

7 [nr 7] 01-04-1999 SpaArEXtra € 4.084,02 180 mnd € 22,69

8 [nr 8] 01-04-1999 SpaArEXtra € 4.084,02 180 mnd € 22,69

9 [nr 9] 20-12-2000 WinstVerDrie-

dubbelaar € 46.386,75 36 mnd € 7.368,12 vooruitbetaling

De in de procedure betrokken lease-overeenkomsten zullen hierna als individuele overeenkomst worden aangeduid met het betreffende nummer uit de meest linker kolom van bovenstaande tabel en gezamenlijk als ‘de lease-overeenkomsten’.

2.3. Op of omstreeks 11 mei 1999 heeft [eiser] 4 overeenkomsten met Dexia afgesloten met de naam ‘WinstVerbeteraar’ onder de contractnummers [contractnummers]. Dit betreffen aanvullende overeenkomsten behorende bij lease-overeenkomsten 1 tot en met 4. Waar hierna van de lease-overeenkomsten wordt gesproken, worden deze overeenkomsten daar mede mee bedoeld.

2.4. In totaal heeft [eiser] op grond van de lease-overeenkomsten € 39.792,12 aan termijnbetalingen aan Dexia betaald en heeft Dexia € 910,61 aan [eiser] uitgekeerd.

2.5. Dexia heeft, nadat [eiser] is gestaakt met het betalen van de maandtermijnen, de lease-overeenkomsten beëindigd en eindafrekeningen opgesteld met de volgende resultaten:

Nr. Datum eindafrekening Resultaat Aan Dexia voldaan op:

1 03-12-2004 -/- € 2.298,01 Niet voldaan

2 03-12-2004 -/- € 2.388,77 Niet voldaan

3 03-12-2004 -/- € 2.388,77 Niet voldaan

4 03-12-2004 -/- € 2.388,77 Niet voldaan

5 13-12-2004 -/- € 474,79 Niet voldaan

6 13-12-2004 -/- € 474,79 Niet voldaan

7 13-12-2004 -/- € 474,79 Niet voldaan

8 13-12-2004 -/- € 474,79 Niet voldaan

9 19-12-2003 -/- € 26.358,86 Niet voldaan

2.6. Van [echtgenote eiser] heeft [eiser], met wie zij ten tijde van het aangaan van de lease-overeenkomsten was gehuwd, geen (schriftelijke) toestemming verleend voor het aangaan van de lease-overeenkomsten.

2.7. Bij brief van 28 april 2003 (hierna: de vernietigingsbrief) hee[echtgenote eiser] met een beroep op artikel 1:89 BW de lease-overeenkomsten vernietigd en terugbetaling gevorderd van alle door [eiser] betaalde termijnen binnen een termijn van 14 dagen.

3. Conventie

Vordering

3.1. [eiser] vordert – na vermeerdering van eis – dat bij vonnis, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht wordt verklaard:

Primair: dat de lease-overeenkomsten door de vernietigingsbrief buitengerechtelijk zijn vernietigd, althans deze te vernietigen, en Dexia te veroordelen tot terugbetaling van € 39.792,24, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum tot vernietiging tot aan de dag van algehele terugbetaling door Dexia;

Subsidiair: dat Dexia onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld en/of tekort is geschoten in de zorgvuldigheid en zorgplicht die zij zowel uit redelijkheid en billijkheid als uit de wet als uit contract jegens hem had moeten betrachten en dat zij daarom geen aanspraak kan maken op betaling door [eiser] van de door haar gevorderde restschuld en Dexia te veroordelen tot terugbetaling van € 13.358,00 plus de door hem geleden hypotheekschade, vermeerderd met de wettelijke rente over die betalingen vanaf de dag van de betalingen tot aan de dag van algehele terugbetaling door Dexia.

Voorts vordert [eiser] Dexia te bevelen om binnen twee weken na betekening van het in dezen te wijzen vonnis te bewerkstelligen dat de registratie van [eiser] bij het Bureau Kredietregistratie te Tiel, althans de aan die registratie gekoppelde achterstandscodering ongedaan te maken, zulks op straffe van een dwangsom. Ten slotte vordert [eiser] Dexia te veroordelen tot betaling van de werkelijke proceskosten.

Verweer

3.2. Dexia voert gemotiveerd verweer tegen de vorderingen van [eiser] dat voor zover van belang hierna aan de orde zal komen.

4. Reconventie

Vordering

4.1. In reconventie vordert Dexia dat de kantonrechter [eiser] veroordeelt tot betaling van € 37.722,34, zijnde het resterende saldo van de door Dexia opgestelde eindafrekeningen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 dagen na de datum van de respectieve eindafrekeningen, stellende dat [eiser] in verzuim is met de nakoming van zijn verplichtingen uit de lease-overeenkomsten. Voorts vordert Dexia [eiser] te veroordelen tot betaling van de proceskosten.

Verweer

4.2. [eiser] voert gemotiveerd verweer tegen de vorderingen in reconventie dat voor zover van belang hierna aan de orde zal komen.

5. Beoordeling van de vorderingen in conventie en in reconventie

Huurkoop; bevoegdheid en artikel 1:88/1:89 BW

5.1. Waar nodig zal hierna nader worden ingegaan op de stellingen van partijen. Geoordeeld wordt als volgt.

5.2. In het vonnis van deze rechtbank van 27 april 2007, LJN BA3914, en het arrest van de Hoge Raad van 28 maart 2008, LJN BC2837 zijn voor soortgelijke geschillen een aantal rechtsvragen beantwoord en beoordelingsmaatstaven gegeven, die de kantonrechter overneemt. In essentie komt dit in de onderhavige zaak erop neer dat de lease-overeenkomsten worden aangemerkt als huurkoop. De kantonrechter is derhalve bevoegd.

5.3. Dit betekent dat artikel 1:88 lid 1 onder d BW op de lease-overeenkomsten van toepassing is. Nu volgens artikel 7A:1576i BW huurkoop bij akte wordt aangegaan, diende de daar bedoelde toestemming voor de lease-overeenkomsten ook schriftelijk te worden gegeven (vgl. het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 1 maart 2007, LJN AZ9721, rov 2.12.3 en het reeds genoemde arrest van de Hoge Raad van 28 maart 2008, LJN BC2837). Aangezien deze schriftelijke toestemming ontbreekt, had Van [echtgenote eiser] de bevoegdheid een beroep te doen op de hier bedoelde vernietigbaarheid. Van [echtgenote eiser] heeft lease-overeenkomst 9 rechtsgeldig buitengerechtelijk vernietigd.

Verjaring

5.4. Dexia beroept zich er ten aanzien van lease-overeenkomsten 1 tot en met 8 op dat het vernietigingsrecht van artikel 1:89 BW is verjaard. De verjaringstermijn voor een beroep op dit vernietigingsrecht is op grond van artikel 3:52 lid 1 sub d BW drie jaar. De termijn vangt aan op het moment dat degene aan wie de bevoegdheid tot vernietiging toekomt bekend wordt met de overeenkomst. Niet noodzakelijk is dat deze bekend is met de juridische kwalificatie van die overeenkomst (vgl. HR 5 januari 2007, LJN AY8771 en Gerechtshof Amsterdam, 19 mei 2009, LJN BI 4359). Van belang is derhalve wanneer Van [echtgenote eiser] bekend was met het bestaan van deze lease-overeenkomsten.

5.5. Ten aanzien van lease-overeenkomsten 1 tot en met 8 rust op Dexia de stelplicht en bewijslast ten aanzien van het beroep op verjaring.

5.6. Ter onderbouwing van haar beroep op verjaring heeft Dexia aangevoerd dat er in de Nederlandse gezinsverhoudingen van uitgegaan mag worden dat de echtgenoot er steeds van op de hoogte is wanneer de partner investeringen als de onderhavige doet. Deze stelling is echter naar het oordeel van de kantonrechter in haar algemeenheid onvoldoende om bekendheid van Van [echtgenote eiser] met de beslissing van [eiser] tot het aangaan van de lease-overeenkomsten aan te nemen. De kantonrechter verwijst in dit verband naar het eerdergenoemde arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 19 mei 2009.

5.7. Daarnaast heeft Dexia aangevoerd dat de lease-overeenkomsten zijn gesloten naar aanleiding van een telefoongesprek tijdens etenstijd. Zonder nadere toelichting, welke echter ontbreekt, volgt ook daaruit niet dwingend dat Van [echtgenote eiser] al ten tijde van het aangaan van de lease-overeenkomsten daarvan wist.

5.8. Nu Dexia geen andere punten heeft aangevoerd die haar beroep op de verjaring van het vernietigingsrecht kunnen ondersteunen, heeft Dexia haar stelling dat het vernietigingsrecht is verjaard, onvoldoende onderbouwd, zodat daaraan voorbij wordt gegaan en aan bewijslevering niet wordt toegekomen. Het beroep op verjaring wordt verworpen en er moet derhalve van worden uitgegaan dat Van [echtgenote eiser] lease-overeenkomsten 1 tot en met 8 tijdig, dat wil zeggen, binnen drie jaar nadat zij van het bestaan ervan op de hoogte raakte, rechtsgeldig heeft vernietigd.

5.9. Nu alle lease-overeenkomsten rechtsgeldig zijn vernietigd dienen alle betalingen van [eiser] aan Dexia op grond van de lease-overeenkomsten aan hem te worden gerestitueerd, verminderd met hetgeen [eiser] op grond van die overeenkomsten van Dexia heeft ontvangen, zoals uitgekeerde dividenden.

5.10. Op grond van de lease-overeenkomsten heeft [eiser] in totaal € 39.792,12 (termijnen) aan Dexia betaald waarop een bedrag van € 910,61 voor ontvangen dividenden en andere uitkeringen in mindering dient te worden gebracht zodat per saldo een bedrag van € 38.881,51 dient te worden gerestitueerd.

Wettelijke rente

5.11 De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar over het door Dexia te restitueren bedrag vanaf het moment waarop Dexia met de terugbetaling in verzuim is geraakt. Uitgaande van de in de vernietigingsbrief genoemde betalingstermijn van 14 dagen vanaf de dagtekening van de brief, is Dexia op 12 mei 2003 in verzuim geraakt. De wettelijke rente zal daarom worden toegewezen vanaf 12 mei 2003 over het totaal van de voor die datum door [eiser] aan Dexia gedane betalingen verminderd met het totaal van de voor die datum door [eiser] van Dexia ontvangen uitkeringen (waaronder dividenden). Over de na 12 mei 2003 door [eiser] aan Dexia gedane betalingen is wettelijke rente verschuldigd met ingang van de dag van elke betaling, verminderd met de over de na 12 mei 2003 door [eiser] van Dexia ontvangen uitkeringen (waaronder dividenden) berekende wettelijke rente vanaf de dag van ontvangst van die uitkeringen.

Hypotheekschade

5.12. De gevorderde schade en kosten in verband met de hypothecaire lening worden afgewezen nu deze onvoldoende concreet zijn onderbouwd en in te ver verwijderd verband staan met het aangaan van de lease-overeenkomsten.

BKR registratie

5.13. Nu [eiser] ingevolge dit vonnis geen betalingsverplichtingen jegens Dexia meer heeft, zal de vordering met betrekking tot de BKR-registratie worden toegewezen met dien verstande dat de gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd en de termijn waarbinnen Dexia aan haar na te melden verplichting moet voldoen zal worden gesteld op veertien dagen na betekening van dit vonnis.

Overige stellingen

5.14. De overige stellingen van partijen behoeven geen behandeling meer.

5.15. Uit het voorgaande volgt dat de door Dexia ingestelde reconventionele vordering dient te worden afgewezen.

Proceskosten

5.16. Gelet op de uitslag van de procedure in conventie en in reconventie dient Dexia te worden veroordeeld in de kosten van het geding in conventie en in reconventie. De kosten in reconventie zullen evenwel op nihil worden begroot, nu het debat in reconventie vrijwel geheel samenvalt met dat in conventie.

Beslissing

De kantonrechter:

in conventie

I. verklaart voor recht dat artikel 1:88 BW op de lease-overeenkomsten van toepassing is en dat de lease-overeenkomsten buitengerechtelijk zijn vernietigd;

II. veroordeelt Dexia aan [eiser] te betalen € 38.881,51, te vermeerderen met de wettelijke rente over het totaal van de voor 12 mei 2003 door [eiser] aan Dexia gedane betalingen verminderd met het totaal van de voor die datum door [eiser] van Dexia ontvangen uitkeringen (waaronder dividenden) tot aan de dag der algehele voldoening en over de na 12 mei 2003 door [eiser] aan Dexia gedane betalingen met ingang van de dag van elke betaling, verminderd met de over de na 12 mei 2003 door [eiser] van Dexia ontvangen uitkeringen (waaronder dividenden) berekende wettelijke rente vanaf de dag van ontvangst van die uitkeringen;

III. veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure aan de zijde van [eiser] gevallen, tot op heden begroot op € 1.800,-- voor salaris van gemachtigde, een en ander, voor zover verschuldigd, inclusief btw;

IV. veroordeelt Dexia om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het Bureau Krediet Registratie te Tiel te berichten dat [eiser] geen verplichtingen uit de lease-overeenkomsten meer heeft, op straffe van een dwangsom van € 100,00 voor elke dag dat Dexia niet aan deze veroordeling voldoet tot een maximum van € 10.000,00;

V. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

VI. wijst af het meer of anders gevorderde;

in reconventie

VII. wijst de vordering af;

VIII. veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure aan de zijde van [eiser] gevallen, tot op heden begroot op nihil.

Aldus gewezen door mr. W.A.J.P. van den Reek, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 oktober 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter